Onderwerpen: Cultuur

  • Het eerste naakte vrouwbeeld zette de Griekse beeldhouwkunst op zijn kop

    Het eerste naakte vrouwbeeld zette de Griekse beeldhouwkunst op zijn kop

    De vroegste beelden in het Griekenland van de klassieke oudheid werden gemaakt door mannen die slechts de schoonheid van andere mannen weergaven. Totdat in de vierde eeuw voor Christus een standbeeld van de naakte godin Aphrodite verscheen. Het veroorzaakte niets minder dan een artistieke revolutie.

    De Spaanse krant La Vanguardia heeft sinds jaar en dag een boeiend geschiedeniskatern met verrassende verhalen, Historia y Vida genaamd. Voor het onderdeel Historia Antigua, oftewewel Antieke Geschiedenis, schreef Ana Echeverría Arístegui onlangs een artikel over de artistieke revolutie die beeldhouwer Praxiteles veroorzaakte in het klassieke Griekenland.

    ‘Haar naam was Mnesareté, “Zij die herinnert aan de deugd”. Maar alleen haar artiestennaam Phryne was in heel Griekenland bekend’, schrijft Arístegui. Phryne was een hetaere, wat we tegenwoordig een courtisane of escort zouden noemen, en ze was de meest fameuze van haar tijd.

    Rond 350 v.Chr. raakte ze in de problemen toen een minnaar haar beschuldigde van goddeloosheid. Waar het om ging is onduidelijk. Had ze misschien details van de Eleusinische mysteriën onthuld, of had ze deze rites respectloos geparodieerd? Of was het simpeler en had ze getolereerd dat ze werd vergeleken met de godin Aphrodite? Het ging in ieder geval om een zeer ernstige misdaad, waarop de doodstraf stond, zoals Socrates vijftig jaar eerder was overkomen.

    Wat er precies gebeurde tijdens het proces dat tegen haar werd aangespannen, verschilt per verteller. In de meest pikante versie wordt Phryne verdedigd door Hyperides, een van de tien beste Attische redenaars uit de oudheid, wiens legendarische welsprekendheid aanvankelijk aan dovemansoren is gericht. In een ultieme poging om zijn cliënt vrij te pleiten, neemt Hyperides zijn toevlucht tot een laatste redmiddel: hij ontdoet Phryne in de rechtbank van haar tuniek en toont haar in al haar naakte glorie aan de aanwezigen. De wijze heren van Athene verklaren haar daarop onmiddellijk onschuldig.

    Naakte mannen

    Deze anekdote, waar of niet, duidt op meer dan een door geilheid vertroebelde geest bij de rechterlijke macht: in het klassieke Griekenland was schoonheid synoniem met deugd. Dat was in ieder geval al vier eeuwen zo, zolang het ging om mannen die zich uitkleedden in stadions om zich over te geven aan sportieve activiteiten. Net zoals tegenwoordig vaak het geval is in films of in series, werden Helleense helden in de kunst gespierd weergegeven, goed geproportioneerd en eeuwig jong. Daar tegenover verwezen de lelijke trekken van buitenlanders of saters naar moreel verval.

    Wat vrouwen betrof lag het al die tijd een stuk ingewikkelder. Respectabele Atheense vrouwen bedekten zichzelf met een sluier en verlieten zelden hun vrouwenverblijven. Hun stenen tegenhangers waren aanvankelijk niet minder discreet.

    Tijdens de archaïsche periode, de periode van circa 800 tot 480 v.Chr. die aan de klassieke periode voorafging, stonden begraafplaatsen vol met kouroi, plechtige, statige beelden van naakte jongens. Aan de vrouwelijke variant, de korai, was nauwelijks te zien dat het om vrouwen ging, want onder hun traditionele gewaden, zoals de peplum en de chiton, waren amper vrouwelijke rondingen waarneembaar.

    Lees ook:

    De beelden uit de archaïsche periode lijken op gedrapeerde cilinders zonder vrouwelijke kenmerken. De zeldzame keren dat een keramist om verhalende redenen besluit een naakte vrouw op bijvoorbeeld een vaas af te beelden, lijkt hij doorgaans een man met borsten te tekenen, te oordelen naar details zoals buikspieren of de breedte van de schouders.

    In de klassieke periode – van de vijfde tot de vierde eeuw v.Chr. – wint het mannelijke ideaal aan natuurgetrouwheid en de beelden worden steeds schitterender in al hun naakte glorie en trots. De vrouwelijke versies, dan nog voorbehouden aan de weergave van godinnen of als kariatiden (verwerkt in pilaren), evolueren langzaam en schuchter. Geleidelijk aan verschijnen de vormen van heupen en dijen onder de plooien van hun tunieken, vooral in de uitbeeldingen Aphrodite.

    Haar vrouwelijkheid is echt en authentiek: smalle schouders, soepele nek, ronde buik, een lome, gebogen heup

    En dan plotseling: revolutie! Een beeldhouwer met de naam Praxiteles heeft toegegeven aan het opzienbarende idee om een geheel naakte Aphrodite te maken met ondubbelzinnige sensualiteit. Haar vrouwelijkheid is echt en authentiek: smalle schouders, soepele nek, ronde buik, een lome, gebogen heup waardoor het gewicht van het lichaam zachtjes op één been steunt. Dit is de beroemde ‘Praxitelische curve’, een compositorische truc die de kunstenaar al eerder met succes op beelden van mannelijke atleten toepaste, maar nu ook voor vrouwelijke vormen gebruikt.

    Praxiteles werkte waarschijnlijk naar een levend model en het is zeer aannemelijk dat het ging om Phryne, de hetaere die aan veroordeling ontsnapte dankzij de perfectie van haar lichaam.

    Cnidus Aphrodite Altemps Inv8619 1
    Een Romeinse kopie van Praxiteles’ Aphrodite. – © Wikimedia Commons

    Praxiteles bood het beeld aan aan de stad Kos, die het weigerde en in plaats van het naakte beeld een geklede versie aanschafte. In de Griekse mythologie leggen godinnen wrede straffen op aan stervelingen die hen naakt betrapten en mogelijk wilde Kos dat risico niet nemen. Uiteindelijk zijn het de burgers van de stad Knidos, gelegen tegenover het eiland Kos, die blijkbaar minder bang zijn en het beeld kopen.

    Het nieuws verspreidt zich als een lopend vuurtje, en in plaats van dat de naakte Aphrodite goddelijke toorn over de stad afroept, trekt zij een stroom van reizigers aan die graag de godin vanuit alle hoeken willen aanschouwen. Dat is niet al te moeilijk want ze is geplaatst in een tholos, een cirkelvormige tempel. Maar al snel doen ook oneerbiedige grappen de ronde.

    Een jonge man zou zichzelf van een klif hebben geworpen nadat hij een wilde nacht met het standbeeld had doorgebracht

    ’Paris, Adonis en Anchises hebben me naakt gezien, dat is alles wat ik weet. Maar hoe heeft Praxiteles dat klaargespeeld?’ vraagt Aphrodite zich af in een epigram van Antipater. Het gerucht gaat zelfs dat een jonge man zichzelf van een klif heeft geworpen nadat hij een wilde nacht met het standbeeld had doorgebracht.

    Het originele beeld werd door keizer Theodosius naar Constantinopel vervoerd en verbrandde daar tijdens een opstand in 532. Maar gelukkig bestonden er zeker nog tien exemplaren van, voornamelijk Romeinse kopieën, en daarnaast waren er ook nog eens talloze variaties op het origineel.

    Wat maakt het beeld zo onweerstaanbaar, vraagt Arístegui zich af in haar artikel voor La Vanguardia. Volgens haar is het de mannelijke blik, de male gaze. ‘De godin weet dat ze verrast wordt door een toeschouwer. Het gebaar dat ze maakt om haar schaamstreek te verbergen lijkt kuis, maar het onthult meer dan het verbergt. Een van de variaties, de Aphrodite van beeldhouwer Menophant, is nog dubbelzinniger: bedekt ze een borst of toont ze een tepel?’

    ‘Het is geen toeval dat dergelijke visuele spelletjes populair werden in de vierde eeuw v.Chr.’, schrijft Arístegui. ‘Ze ontstonden op hetzelfde moment dat de hetaeren, internationale sekssymbolen werden. Hun beroemdheid verkregen ze met veel sexappeal en vanuit de kwetsbare van degene die geen andere manier hebben om naam te maken. “Nee is nee”, het motto van vrouwen van de eenentwintigste eeuw, is nooit het motto van de klassieke Venus geweest’, aldus Arístegui.

    Lees ook:

  • Komedie binnen de gevangenismuren

    Komedie binnen de gevangenismuren

    De film Un Triomphe van de Franse regisseur Emmanuel Courcol probeert niet te oordelen. In plaats daarvan worden gevangenen neergezet als gelaagde personages in een ontroerend verhaal.

    Voor zijn nieuwe speelfilm Un Triomphe baseerde regisseur Emmanuel Courcol zich op het waargebeurde verhaal uit een Zweedse gevangenis in 1985. Daar kreeg een werkloze, gescheiden toneelspeler het voor elkaar om met een aantal gedetineerden het toneelstuk Wachten op Godot van Samuel Beckett op te voeren. Eerst binnen de gevangenismuren, later ook in het theater.

    Dat dit lukt is met recht een triomf te noemen, schrijft Christine Pinchart op de site van de Belgische RTBF. ‘Maar niet alleen een persoonlijke triomf van de gevangenen maar vooral ook van de cultuur. En juist voor mensen die daar mijlenver van verwijderd waren.’ Het is de regisseur er niet om te doen hierover te oordelen of een les te trekken, denkt Pinchart: ‘Hij ontsnapt weliswaar niet aan het sentimentele, maar het gaat hier om een ontmoeting met de kracht van cultuur; als middel om op adem te komen.’ 

    In het Franse magazine Marianne omschrijft Olivier de Bruyn Un Triomphe als ‘een even koddige als ontroerende film’. Na ruim een jaar van gesloten bioscopen is het bovendien een verademing om naar een goed gemaakte komedie te kijken: ‘Daarmee wordt alle cynici en makers die het genre bij voorkeur op afstand houden, voorlopig de mond gesnoerd.’

    ‘Geen zwart-witte karakters en stereotypes maar gelaagde personages en een gevoelig uitgewerkt verhaal’

    Wie op basis van de synopsis een feelgoodfilm verwacht, krijgt volgens de Franse filmsite Le Bleu du Miroir aanzienlijk meer te zien: ‘Geen zwart-witte karakters en stereotypes maar gelaagde personages en een gevoelig uitgewerkt verhaal. Daarbij worden de gedetineerden zo naturel en levendig gespeeld dat je echt de indruk krijgt dat ze stuk voor stuk zichzelf spelen.’ 

    Ook Céline Rouden vindt dat er formidabel wordt geacteerd in Un Triomphe, blijkt uit haar recensie in het Franse dagblad La Croix. Ze is vooral te spreken over de hoofdrol van de Frans-Algerijnse acteur Kad Merad: ‘Overtuigend en genuanceerd zet hij een uit de gratie geraakte, norse acteur neer. Door zijn ambivalente houding weet Merad te voorkomen dat goedkope sentimenten de overhand krijgen in de film.’ 

    Recensent M.G. Mailloux ziet dat duidelijk anders, laat hij weten via de internationale film- en muzieksite In Review Online. Zo vindt hij de keuze voor Becketts bekende toneelstuk voor de hand liggen – ‘als iemand het concept ‘wachten’ begrijpt is het wel een gedetineerde’ – en mist hij de egoïstische motieven van het hoofdpersonage: ‘Hier en daar ontwaar ik een glimp van een scherpe, complexe film die recht zou doen aan het explosieve materiaal. Maar dat benadrukt alleen maar dat het over het geheel genomen pijnlijk oppervlakkig blijft.’

    Un Triomphe van Emmanuel Courcol met in de hoofdrol Kad Merad, draait vanaf 23 september in de bioscoop.

    Door Diederik Samwel

  • Pandora Papers brengen geroofde kunstschatten aan het licht

    Pandora Papers brengen geroofde kunstschatten aan het licht

    De Pandora Papers leggen niet alleen schimmige financiële transacties van de rijken der aarde bloot. Ook het bezit van dure kunstwerken en handel in illegaal verkregen antiquiteiten komen voorbij, zoals de zaak van een handelaar in gestolen Cambodjaans erfgoed.

    Het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ) in Washington kwam in bezit van de Pandora Papers via een niet-geïdentificeerde bron. Het lek bevat documenten van veertien bedrijven die zijn gekoppeld aan geheime offshorerekeningen in eigendom van miljardairs, beroemdheden, wereldleiders en machtige bedrijven.

    Volgens eerste schattingen gaat het in totaal om zeker 32 biljoen dollar, zo’n 28 biljoen euro, aan fondsen die naar belastingparadijzen zoals Panama, Dubai, Monaco, Zwitserland, de Kaaiman- en Maagdeneilanden werden gesluisd om belasting te ontwijken en anonimiteit te garanderen. Dat geschatte totaal is exclusief niet-monetaire activa zoals kunst en onroerend goed.

    Daarover schrijft The Guardian, een van de mediapartners die betrokken is bij de publicatie van de Pandora Papers: ‘Meer dan honderd miljardairs komen voor in de gelekte gegevens, evenals beroemdheden, rocksterren en bedrijfsleiders. Velen gebruiken lege vennootschappen om bezit van luxegoederen zoals onroerend goed en jachten te verhullen, evenals incognito-bankrekeningen. En er is zelfs kunst te zien, variërend van geplunderde Cambodjaanse oudheden tot schilderijen van Picasso en muurschilderingen van Banksy.’

    Lees ook:

    Kunst en antiquiteiten

    ‘Een van de prominente namen uit de kunstwereld die opduiken, is die van wijlen antiekhandelaar Douglas Latchford, een vooraanstaande kunstwetenschapper die, zo blijkt uit de Pandora Papers, offshoretrust gebruikte om geroofde kunst uit Cambodja te verkopen’, schrijft Sarah Cascone van Artnet.

    Deze Latchford, die bekendstond om zijn handel in Zuidoost-Aziatische kunst en antiquiteiten met musea over de hele wereld, overleed op 2 augustus vorig jaar op negenentachtigjarige leeftijd. Een paar maanden eerder, in november 2019, had de officier van justitie van New York hem aangeklaagd wegens vermeende smokkel en handel in gestolen en geplunderde Cambodjaanse oudheden. Latchford werd daarnaast beschuldigd van het vervalsen van facturen en documenten over de herkomst van de voorwerpen en van het verhullen van handelsroutes om illegaal verkregen kunstwerken internationaal te kunnen smokkelen.

    Nadat de autoriteiten lucht hadden kregen van de duistere transacties van Latchford, heeft hij geprobeerd zijn transacties te verbergen door trusts op te richten in belastingparadijzen, aldus The Washington Post: ‘De Pandora Papers onthullen hoe een beruchte kunsthandelaar, Douglas Latchford, en zijn familie trusts oprichtten in belastingparadijzen kort nadat Amerikaanse onderzoekers hem in verband brachten met geroofde Cambodjaanse artefacten. The Washington Post en haar ICIJ-partners zijn op jacht gegaan naar de antiquiteiten waarin Latchford en zijn medewerkers volgens de verdenking hebben gehandeld en onderzochten hoe offshorebedrijven werden gebruikt om misstanden in de mondiale kunsthandel te verbergen.’

    ‘Douglas Latchford was decennialang een romantische figuur die per helikopter zocht naar jungletempels’

    Het onderzoek resulteerde in een rijk geïllustreerd, interactief artikel van Peter Whoriskey, Malia Politzer, Delphine Reuter en Spencer Woodman.

    ‘Douglas Latchford was decennialang een romantische figuur’, schrijven ze in The Washington Post. ‘De Engelsman was een ontdekkingsreiziger die zocht naar jungletempels en een kenner die verleid werd door de verfijnde details van oude beeldhouwkunst.

    Met helikopters reisde hij naar afgelegen gebieden in Cambodja om steden uit het Khmer-rijk te bezoeken en hij trotseerde landmijnen om zijn nieuwsgierigheid te bevredigen. Vanaf de jaren zeventig verzamelde hij een van ’s werelds grootste privécollecties van Khmer-schatten, voornamelijk hindoeïstische en boeddhistische beeldhouwwerken, overblijfselen van een beschaving die duizend jaar geleden in Zuidoost-Azië bloeide. Hij schreef mee aan drie boeken over het onderwerp.

    ‘Het beeldhouwwerk en de architectuur die door de Khmer zijn gemaakt om hun goden en hun heersers te eren, behoren tot de belangrijkste artistieke meesterwerken van de wereld‘, schreef hij in Aanbidding en glorie het eerste van de drie boeken.

    Latchford profiteerde van de opbrengst van antiquiteiten die waren geplunderd uit heilige tempels

    Maar terwijl Latchford zijn eerbied betuigde voor de artistieke prestaties van de Khmer, profiteerde hij van de opbrengst van antiquiteiten die waren geplunderd uit de heilige tempels van die beschaving. Volgens Amerikaanse aanklagers betrof de decennialange plundering van Cambodjaanse locaties een van de meest verwoestende culturele diefstallen van de twintigste eeuw.’

    Toen de Verenigde Staten Latchford in 2019 aanklaagden, leek het erop dat honderden gestolen voorwerpen die hij had verhandeld, konden worden geïdentificeerd en teruggestuurd: aanklagers eisten de verbeurdverklaring van ‘alle eigendommen’ die gedurende vier decennia afkomstig waren van zijn illegale handel. Maar Latchford stierf kort voor het proces en daardoor bleef een prikkelende vraag onopgelost: wat gebeurde er met al het geld en de geroofde schatten?

    ‘De geest van onze voorouders’

    Het antwoord op die vraag kan nu, althans gedeeltelijk, worden gevonden in documenten die deel uitmaken van de Pandora Papers. Uit de door de ICIJ verkregen trust- en bedrijfsregistratiegegevens blijkt dat drie maanden nadat Amerikaanse onderzoekers Latchford begonnen te koppelen aan geroofde artefacten, hij en familieleden op belastingparadijs Jersey twee trusts oprichtten, genoemd naar de hindoegoden Skanda en Siva.

    Skanda Trust beheerde de collectie antiquiteiten van Latchford. Onder de tientallen schatten bevonden zich bronzen beelden van Boeddha, Lokeshvara en andere religieuze figuren. Een van de objecten was een geroofde Naga-beeld met een waarde van 1,5 miljoen euro. De activa van Latchford in Skanda Trust werden later overgedragen aan Siva Trust.

    De familieleden van Latchford betogen dat de trusts werden opgericht voor belastingdoeleinden en het in kaart brengen van het familiebezit, maar de geheimhouding eromheen is problematisch voor onderzoekers die pogen de mogelijk geplunderde items te traceren en te repatriëren.

    Cambodjaanse ambtenaren zeggen niet te weten welke items Skanda in bezit had en nog nooit van Siva Trust te hebben gehoord. Hoe dan ook, Cambodja beschouwt de Khmer-relikwieën die zonder toestemming uit het land zijn gehaald als geplunderd en wil ze terug. Het land heeft een team samengesteld om duizenden werken op te sporen.

    ‘Deze objecten zijn niet zomaar decoraties, maar ze zijn begeesterd en worden beschouwd als levend’

    ‘We zullen het streven naar de terugkeer van ons erfgoed nooit opgeven’, aldus Phoeurng Sackona, de Cambodjaanse minister van Cultuur. ‘Deze objecten zijn niet zomaar decoraties, maar ze zijn begeesterd en worden beschouwd als levend,’ zei ze. ‘Het is lastig om het verlies voor onze tempels en ons land te kwantificeren; het verlies is als het kwijtraken van de geest van onze voorouders.’

    De vertrouwelijke gegevens leidden tot een internationale jacht op Latchford-gerelateerde antiquiteiten door The Washington Post, de ICIJ, de BBC, The Guardian, Spotify en de Australian Broadcasting Corporation. Dit leidde tot een breed onderzoek naar de wereldhandel in kunst, een domein waarin lege vennootschappen en trusts smokkel verbergen en sommige beroemde instellingen en particuliere verzamelaars items van duistere oorsprong kopen.

    Musea

    Uit het onderzoek blijkt dat, hoewel een aantal musea in de afgelopen jaren verschillende aan Latchford gelinkte stukken hebben teruggegeven, er nog ten minste zevenentwintig van dergelijke stukken in vooraanstaande collecties aanwezig zijn.

    Het Metropolitan Museum of Art in New York bezit minstens twaalf relikwieën die ooit eigendom waren van of verhandeld waren door Latchford. Nog eens vijftien werden gevonden in de collecties van het British Museum in Londen, de National Gallery of Australia, het Denver Art Museum en het Cleveland Museum of Art.

    Deze en andere musea bezitten ook nog eens zestien relikwieën die werden verkocht door een medewerker van Latchford die volgens de aanklagers in gestolen waar handelde. Geen van de musea heeft van deze relikwieën documenten overlegd waaruit blijkt dat ze met toestemming van de Cambodjaanse overheid zijn geëxporteerd, soms domweg omdat de musea niet over dergelijke documenten beschikken.

    Volgens critici was bekend dat Cambodjaanse tempels werden geplunderd

    Dat een object door de handen van Latchford of die van zijn medewerkers is gegaan, wil natuurlijk nog niet zeggen dat het afkomstig is van plundering. Maar volgens critici was bekend dat Cambodjaanse tempels werden geplunderd, evenals de stroom van antiquiteiten die vervolgens te koop werd aangeboden. Elk verband met Latchford geeft musea de verantwoordelijkheid om de oorsprong van de stukken te onderzoeken en te onthullen, aldus de critici.

    Internationaal geaccepteerde richtlijnen roepen musea en andere kopers op om de oorsprong van relikwieën ‘rigoureus te onderzoeken’ voordat ze worden aangeschaft en om hun bevindingen openbaar te maken. Musea beweren deze ethische richtlijnen te volgen en verweren zich tegen eventuele overtreding ervan met het argument dat de normen voor het verwerven van antiquiteiten in de loop der jaren zijn veranderd. Maar tegelijk blijken ze terughoudend te zijn om relikwieën terug te sturen naar het land van herkomst, zelfs als die items duidelijke tekenen van plundering vertonen, zoals beelden waarvan de voeten zijn afgehakt.

    Lees ook

    ‘Beschuldigingen tegen Latchford zijn al bijna tien jaar een juridische kwestie’, liet Tess Davis aan The Washington Post weten. Davis is advocaat, archeoloog en de uitvoerend directeur van de Antiquities Coalition, een organisatie die campagne voert tegen de handel in culturele artefacten. ‘Museumdirecties hebben meer dan genoeg tijd gehad om het juiste te doen. Maar in plaats daarvan volgde een oorverdovende stilte.’

    Mogelijk verandert er nu toch langzaam iets. Eerder al, in februari van dit jaar, liet Nawapan Kriangsak, de dochter van Latchford, die voorheen Julia Ellen Latchford Copleston heette, weten dat haar vaders collectie van Khmer-antiquiteiten met een waarde van 50 miljoen dollar naar Cambodja zou worden gerepatrieerd, meldt Artnet. De honderdvijfentwintig stukken worden beschouwd als de belangrijkste verzameling oude Cambodjaanse kunst in particuliere handen. Veel stukken ervan zijn waarschijnlijk gestolen.

    Ondertussen worden sommige van ’s werelds meest toonaangevende musea nu strenger gecontroleerd op werken in hun collecties die ooit eigendom waren van de overleden verzamelaar. In het licht van de nieuwe onthullingen is het Metropolitan Museum of Art in New York nu ‘de stukken aan het beoordelen die via Latchford en zijn medewerkers in de Met-collectie terecht zijn gekomen’, zo zei een woordvoerder van het museum tegen Hyperallergic. ‘Terwijl we ons onderzoek voortzetten, zullen we waar nodig contact opnemen met de regering van Cambodja, waarmee we in het verleden een sterk en productief partnerschap hebben gehad.’

    Vladimir Poetin

    Ook al komt er mogelijk beweging in de affaire-Latchford, de Pandora Papers bevatten nog tal van andere aanwijzingen waarvan zal blijken dat ze de moeite waard zijn om te onderzoeken. Een opmerkelijke naam die in verband met kunst in de Pandora Papers wordt genoemd is volgens Artnet bijvoorbeeld die van Helena de Chair, de vrouw van de Britse conservatieve Tory-politicus Jacob Rees-Mogg. Haar holdingcompany is de begunstigde van een trust die ‘foto’s en schilderijen’ bezit ter waarde van 3,5 miljoen dollar.

    En dan is er nog Konstantin Ernst, hoofd van het Russische tv-netwerk Channel One, die alom wordt gecrediteerd voor het zorgvuldig bewaken van het imago van Vladimir Poetin. Volgens de Pandora Papers bezit Ernst via een offshorebedrijf een van de twee versies van De woede van Achilles, een olieverfschilderij uit 1819 van de beroemde Franse schilder Jacques-Louis David. Het andere exemplaar van het werk bevindt zich in de collectie van het Kimbell Art Museum in Fort Worth, Texas. Het schilderij van Ernst is zeker 6,2 miljoen dollar waard, zo blijkt uit gegevens van ICIJ.

    Gegeven het feit dat de Pandora Papers nog maar net zijn geopenbaard, mag worden verwacht dat er in de toekomst nog heel wat meer van dergelijke verrassingen boven water zullen komen.

    Lees ook:

  • Agenda

    Agenda

    360 selecteert een aantal internationale concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen, of online te vinden zijn.

    Mafioso in de dop

    FILM | Eindelijk is het dan zover: er komt een prequel op de succesvolle serie The Sopranos die in 2007, na 6 seizoenen en 87 afleveringen stopte. Voor het verhaal The Many Saints of Newark, een film over de jeugdjaren van Tony Soprano, gaan we terug naar de jaren zestig in Newark, waar rellen ten gevolge van armoede, werkloosheid en racisme aan de orde van de dag zijn.

    We zien Tony Soprano – gespeeld door niemand minder dan Michael Gandolfini, zoon van de in 2013 overleden James ‘Tony Soprano’ Gandolfini – als een mafioso in de dop en Dickie Moltisanti (gespeeld door Alessandro Nivola) als de vader van een handlanger van Tony genaamd Christopher. Fans van The Sopranos worden op hun wenken bediend vanwege het sfeertje en de uitmuntende cast.

    Nu afwachten of de film net zoveel prijzen in de wacht sleept als The Sopranos.

    Vanaf 11 november in de bioscoop

    maxresdefault 1
    Still uit The Many Saints of Newark

    Cinémode

    TENTOONSTELLING | CinéMode van de Franse modeontwerper Jean Paul Gaultier (1952) belooft hét evenement te worden dit najaar in Parijs. In een spectaculaire tentoonstelling zijn onder andere de creaties van Gaultier voor Marilyn Monroe, Audrey Hepburn en Catherine Deneuve te zien.

    cinematheque.fr, t/m 16-01-2021

    cr530300 q75 8d606c 1

    Grondlegger van het kubisme

    TENTOONSTELLING | Het is algemeen bekend dat de grondleggers van het kubisme Georges Braque (1882-1963) en Pablo Picasso (1881-1973) bevriend waren en elkaars werk sterk hebben beïnvloed. Zo lieten beiden voor eens en voor altijd het lineaire perspectief los vanuit de gedachte dat dit nooit een complete, visuele ervaring zou kunnen weergeven. Deze stroming, het kubisme, waarin de werkelijkheid wordt gereduceerd tot hoekige en rechtlijnige vormen, betekende een doorbraak voor hen en voor de abstracte kunst. De twee maestro’s gingen steeds analytischer werken en bouwden de vaste vormen van de objecten op uit verschillende, naast en over elkaar geschilderde facetten. Als de Eerste Wereldoorlog uitbreekt meldt Braque zich om mee te vechten. ‘Ik heb hem naar het station gebracht en hem nooit meer teruggezien,’ zei Picasso hierover.

    In de tentoonstelling Georges Braque: Inventor of Cubism eert Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen hem ook als pionier van de Franse avant-garde en haalt hem uit de schaduw van Picasso. Rond de zestig meesterwerken uit internationale musea en privécollecties tonen de verschillende stijlen en technieken die tekenaar, schilder, beeldhouwer en maker van collages – hij werd vooral bekend van de papier-collétechniek waarbij een stuk krantenpapier op het doek werd geplakt – Georges Braque beheerste. Daarnaast geven films en documentairemateriaal een helder beeld van de artistieke ontwikkeling van de kunstenaar tegen de achtergrond van de revolutionaire uitvindingen en stromingen uit de beginperiode van het modernisme.

    T/m 23 januari 2022 in Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen, Düsseldorf

    Georges Braque La Table de Bar Stout 1912 1913 2
    George Braque – La Table de Bar Stout (1912-1913). – © VG Bild-Kunst, Bonn 2021

    Carla Bruni

    MUZIEK | Fotomodel, zangeres en vrouw van voormalig president Sarkozy Carla Bruni gaat weer toeren. Met haar omfloerste stemgeluid, subtiel gitaarspel en looks weet ze al jaren hele zalen te betoveren. In oktober 2020 verscheen haar inmiddels vijfde album Carla Bruni. 

    Koninklijk Circus, Brussel, 16-10

    carla bruni 35756 ecsg kopie

    Giselle

    Na een succesvolle reeks in 2018 herneemt Opera Ballet Vlaanderen de klassieker Giselle in een bewerking van de Britse danser Akram Khan (1974). Het romantische liefdesverhaal tussen het boerenmeisje Giselle en de dorpsjongen Albrecht is omgetoverd tot een modern ballet.

    8-10 t/m 9-11

    Giselle FilipvanRoe
    © Filip van Roe

    Frozen ontdooit in theatervoorstelling

    THEATER | ‘One Hot Hit,’ schreef The Daily Mail. Niets dan overweldigende recensies voor Frozen, de op de geliefde animatiefilm gebaseerde theaterproductie die nu te zien is in het Londense theater Drury Lane, gevestigd in een monumentaal pand in Covent Garden. Naast visuele hoogtepunten en hartverwarmende ballads geeft deze bewerking een verdieping aan de relatie tussen de zussen Elsa en Anna, die hun beide ouders hebben verloren en
    met elkaar het leven moeten ‘uitvinden’.

    Met speciale effecten en een bijzondere scenografie is de musical een onvergetelijke ervaring van begin tot eind. Naast bekende songs bevat deze productie nieuwe muziek van Kristen Anderson-Lopez en Robert Lopez, schrijvers van de onvergetelijke – en Oscar winnende – song ‘Let It Go’. Gebaseerd op Hans Christian Andersens sprookje ‘De sneeuwkoningin’, toont Frozen wat zelfacceptatie, empowerment en het verschil tussen goed en kwaad betekenen in een situatie als die van de getormenteerde zussen Anna en Elsa.

    Frozen is nu te zien in Drury Lane Theatre in Londen

    Frozen 1

    © Johan Persson / Disney

    Door Manuela Klerkx

  • Frozen ontdooit in theatervoorstelling

    Frozen ontdooit in theatervoorstelling

    De succesvolle Disney-film Frozen is nu ook te zien in het theater als musical. Naast bekende songs als ‘Let it go’ bevat deze productie ook nieuwe muziek.

    ‘One Hot Hit,’ schreef The Daily Mail. Niets dan overweldigende recensies voor Frozen, de op de geliefde animatiefilm gebaseerde theaterproductie die nu te zien is in het Londense theater Drury Lane, gevestigd in een monumentaal pand in Covent Garden. Naast visuele hoogtepunten en hartverwarmende ballads geeft deze bewerking een verdieping aan de relatie tussen de zussen Elsa en Anna, die hun beide ouders hebben verloren en
    met elkaar het leven moeten ‘uitvinden’.

    Met speciale effecten en een bijzondere scenografie is de musical een onvergetelijke ervaring van begin tot eind. Naast bekende songs bevat deze productie nieuwe muziek van Kristen Anderson-Lopez en Robert Lopez, schrijvers van de onvergetelijke – en Oscar winnende – song ‘Let It Go’. Gebaseerd op Hans Christian Andersens sprookje ‘De sneeuwkoningin’, toont Frozen wat zelfacceptatie, empowerment en het verschil tussen goed en kwaad betekenen in een situatie als die van de getormenteerde zussen Anna en Elsa.

    Frozen is nu te zien in Drury Lane Theatre in Londen

    Door Manuela Klerkx

  • Salman Rushdie is op Substack. ‘Welke stemmen de ruimte krijgen is een belangrijke vraag’

    Salman Rushdie is op Substack. ‘Welke stemmen de ruimte krijgen is een belangrijke vraag’

    De Britse schrijver Salman Rushdie waagt het erop. Hij publiceert zijn volgende boek als een serie op het onlineplatform Substack. Hij hoopt dat Substack ‘misschien een iets complexere band mogelijk maakt’ en hem de ruimte zal bieden om over dingen te praten die ‘te groot zijn om in tweets te bespreken’.

    Vanuit het donker verschijnt Salman Rushdie langzaam in beeld, het vertrouwde gezicht met baardje en bril vult het scherm, terwijl hij voor een boekenkast zit die in aanmerking komt voor de titel ‘meest indrukwekkende Zoom-boekenplankachtergrond’.

    Vanuit zijn New Yorkse appartement komt hij met drie mededelingen: hij heeft een deal gesloten om zijn volgende roman als serie op Substack te laten verschijnen; hij wil een lang gekoesterde wens om filmrecensent te worden in vervulling laten gaan; en hij durft nog steeds geen poëzie te schrijven.

    ‘De laatste tijd, deze vreemde anderhalf jaar, voel ik me erg aangetrokken tot het idee om dingen uit te proberen die ik nooit eerder heb gedaan,’ zegt hij.

    ‘Dat heeft te maken met de omstandigheden waarin we allemaal verkeerden, dat we gedwongen werden om naar binnen te kijken. Ik heb dat boek met essays uitgebracht, mijn twintigste boek, en was al bezig met het eenentwintigste boek, dat een roman wordt. Eigenlijk dacht ik alleen maar: Doe eens iets anders. En precies op dat moment kwam dit project.’

    ‘Dit project’ is zijn activiteit op Substack en werd geboren toen dat nieuwsbrievenplatform contact opnam met Rushdies literair agent Andrew Wylie, die hem vervolgens vroeg of hij er iets voor zou voelen.

    Het platform, dat vooral bekendstaat om de gerenommeerde journalisten die het aan zich heeft weten te binden, probeert de laatste tijd ook fictieschrijvers binnen te halen. Patti Smith publiceert erop, net als de Israëlische schrijver Etgar Keret.

    ‘Ik heb me verdiept in Kerets Substack en dat is zo geestig en prettig om te lezen, en hij heeft er zo duidelijk plezier in, dat ik dacht: Misschien kan ik dat wel doen.’

    Betaald en gratis

    Substack biedt een platform waar lezers zich kunnen abonneren op individuele schrijvers, van wie ze dan de posts in hun inbox krijgen of online kunnen lezen. Schrijvers bieden vaak een mengeling van betaalde en gratis content aan, en dat wil Rushdie ook gaan doen.

    ‘Ik ga het min of meer al doende bedenken, maar ik heb wel wat uitgangspunten,’ zegt hij. Afgezien van de romanafleveringen zal hij er korte verhalen op zetten, literaire roddels (‘zolang het geen laster is’) en gaat hij schrijven over boeken – en films.

    ‘Ik heb altijd al over films willen schrijven. Ooit, honderd jaar geleden, toen iemand bij The New Yorker ouderschapsverlof op zou nemen, werd mij gevraagd of ik een paar maanden wilde invallen als filmrecensent. Dat leek me geweldig en ik hapte meteen toe. Uiteindelijk nam de recensent om wie het ging toch geen verlof op, dus werd ik ontslagen nog voor ik was begonnen.’

    In de periode dat hij noodgedwongen binnen zat vanwege de pandemie stelde Rushdie voor zichzelf een schema op om alle films die hem in zijn jeugd zijn liefde voor films hadden bijgebracht opnieuw te bekijken: ‘De Franse nouvelle vague, het Italiaanse neorealisme, al die andere grote films uit de jaren zestig en zeventig. Het was heel interessant om te zien wat in mijn ogen overeind is gebleven en wat niet.’

    ‘Ik heb nooit eerder meegemaakt dat je iets publiceert waar mensen iets over kunnen zeggen terwijl het gaande is’

    Zijn novelle, getiteld The Seventh Wave, heeft ook een link met film. De tekst, die oorspronkelijk 60.000 woorden omvatte maar nu is teruggebracht tot 35.000 woorden, gaat over een filmregisseur en een acteur/muze, geschreven in de stijl van de nouvelle vague-cinema, ‘met vreemde inconsequenties, abrupte overgangen en gangsters’.

    ‘De test die altijd werkt voor alles wat ik schrijf, is gêne,’ zegt Rushdie. ‘Vind ik het te gênant om het jou te laten lezen, dan is het nog niet klaar. Er komt een punt waarop ik me er niet meer voor schaam en het zelfs graag aan anderen wil laten lezen. Deze tekst is helemaal op de schop gegaan – indikken, comprimeren, schrappen, hier en daar de verhaallijn iets veranderen – en nu ben ik er blij mee.’

    Het wordt een digitaal experiment: fictie gepubliceerd in serievorm (‘zoals dat in het allereerste begin ook ging’), waarbij een jaar lang ongeveer eens per week een nieuwe aflevering zal verschijnen. Op zich is die serievorm niet nieuw. Een verrassend aantal literaire klassiekers is oorspronkelijk in afleveringen verschenen: De nagelaten papieren der Pickwick Club van Charles Dickens is het bekendste voorbeeld, maar het geldt ook voor Madame Bovary, Oorlog en Vrede en Hart der Duisternis. Rushdie beschrijft hoe het Samuel Richardson verging, die in 1748 zijn roman Clarissa als serie uitbracht.

    ‘Zijn lezers verwachtten dat zij op het eind verliefd op die man zou worden. Maar dan verkracht hij haar. Richardson kreeg veel brieven van lezers die ondanks die verschrikkelijke daad nog steeds wilden dat het verhaal een happy end kreeg – en hij bleef koppig weigeren daaraan te voldoen. Ik heb nooit eerder meegemaakt dat je iets publiceert waar mensen iets over kunnen zeggen terwijl het gaande is.’

    Zou híj bereid zijn het verhaal aan te passen naar aanleiding van de reacties van lezers? 

    ‘Dan zou het wel een heel goed voorstel moeten zijn. Maar soms gebeurt het wel dat iemand iets over een personage zegt waar jezelf niet aan had gedacht toen je het schreef. Stel bijvoorbeeld dat iemand zegt: “O, dat is interessant, daar wil ik wel iets meer over horen”, dan zal ik daar misschien iets dieper op ingaan.’

    Controle

    Rushdie zegt dat hij Substack niet wil gebruiken als politiek platform (‘Ik denk dat dat dan alles overneemt en de rest overschaduwt’), maar hij erkent dat hij er bij actuele gebeurtenissen (‘denk aan Afghanistan’) misschien niet aan ontkomt om er iets over te zeggen.

    Toch is er wel een kans dat Rushdie met zijn keus voor Substack in een politieke strijd over het modereren van techplatforms terechtkomt. Met het Trumptijdperk en nu corona zijn vragen die de afgelopen tien jaar al onder de oppervlakte smeulden, over het controleren van inhoud, over desinformatie en welke stemmen gehoord worden, hoog opgelaaid. Eerder dit jaar kreeg Substack het verwijt dat het te weinig controle uitoefende, waardoor antitransgeluiden konden worden gepubliceerd. Het leidde ertoe dat enkele schrijvers het platform uit protest de rug toekeerden. Net als zijn voorgangers heeft Substack geprobeerd die kritiek af te wimpelen door te zeggen dat het zelf geen uitgever is, maar dat de gebruikers dat zijn.

    In mei heeft het bedrijf via twee afzonderlijke posts de gedachte achter Substack Pro (waarop gebruikers, zoals Rushdie, een voorschot betaald krijgen voor hun eerste jaar) en het eigen modereerbeleid (geen scheldpartijen, intimidatie, bedreigingen of doxing) geformuleerd. Maar volgens critici heeft het platform de plicht om transparant te zijn over wie het betaalt om te schrijven.

    Sinds de Iraanse ayatollah Khomeini in 1989 een fatwa over hem uitsprak vanwege zijn roman De duivelsverzen, wordt Rushdie door het publiek geassocieerd met vrijheid van meningsuiting. 

    ‘Als je een Substack wilt, kun je er gewoon een beginnen: je hoeft niet te worden uitgenodigd’

    ‘Welke stemmen de ruimte krijgen om zich te laten horen is een heel belangrijke vraag,’ zegt hij. ‘In de uitgeefwereld was dat echt een probleem en ik zeg niet dat dat nu voorbij is, maar er is wel verandering gaande. Hier [in de VS] is veel meer ruimte voor schrijvers van kleur dan vroeger, zowel als auteur als als recensent. En zoiets als dit, waar nauwelijks belemmeringen zijn, kan er ook voor zorgen dat er een diverser scala aan stemmen klinkt. Als je een Substack wilt, kun je er gewoon een beginnen: je hoeft niet te worden uitgenodigd. Maar het gaat mij er niet om Substack te promoten. Ik vond het interessant om dit te proberen en ik heb me maar voor twaalf maanden vastgelegd. Over een jaar ga ik bekijken hoe het ervoor staat en of ik ermee doorga of niet.’

    Op dit moment is hij vooral benieuwd naar het aangaan van de dialoog met lezers. In de eerste post op zijn Substack, die ‘Salman’s Sea of Stories’ heet, beschrijft Rushdie poëtisch hoe verhalen andere verhalen voortbrengen; als voorbeeld neemt hij twee verhalen uit zijn eigen leven die hem op het idee brachten voor zijn Bookerprize-winnende roman Middernachtskinderen

    ‘Mensen zijn altijd verhalenvertellers geweest en dat gebruik je als een manier om te begrijpen wie je bent en wie de mensen om je heen zijn en wat er gaande is. Als ik terugkijk, wat ik niet zo vaak doe, is het alsof de boeken de weerslag zijn van verschillende fases van mijn bewustzijn. Ik denk dat de meeste mensen dat doen: we vertellen elkaar voortdurend verhalen.’

    Band met geboorteland

    Rushdie vertelt dat hij dankzij Twitter de mogelijkheid heeft om een band met zijn geboorteland te onderhouden, omdat een verhoudingsgewijs groot deel van zijn 1,1 miljoen volgers in India woont.

    ‘Zo kon ik vanuit New York in gesprek zijn met mensen over heel India, alsof ik daar was. En soms krijg ik dan ook echt het gevoel dat ik daar ben, omdat ik in hun woonkamer kom, op hun computer, terwijl zij online zijn.’

    Dankzij zijn banden met die gemeenschap heeft Rushdie zich altijd beziggehouden met India’s politieke situatie en met de problemen van het land door de coronapandemie, en is hij ook betrokken geraakt bij campagnes om geld in te zamelen voor zuurstofflessen en dergelijke. Hij hoopt dat Substack ‘misschien een iets complexere band mogelijk maakt’ en hem de ruimte zal bieden om over dingen te praten die ‘te groot zijn om in tweets te bespreken’.

    ‘Nieuwe technologie maakt altijd nieuwe kunstvormen mogelijk en ik geloof dat de literatuur haar nieuwe vorm in dit digitale tijdperk nog niet heeft gevonden. De nieuwe vorm die deze nieuwe wereld met zich meebrengt, hebben we volgens mij nog niet gezien. En ik heb het sterke vermoeden dat het niet iemand van mijn leeftijd zal zijn die ermee komt.’

    Rushdie maakt zich niet druk om het resultaat van dit nieuwe project.

    ‘Ik duik er gewoon in en dan zien we wel. Het wordt ofwel iets prachtigs en aangenaams, of niet.’ Maar hij beseft ook dat hij zich door zijn fictie online te brengen een stapje verwijdert van het medium dat hij liefheeft en waaraan hij zijn leven heeft gewijd.

    ‘Er wordt al zo lang over de dood van de roman gepraat, al bijna sinds de geboorte van de roman. Maar ongelooflijk genoeg is dat echte, ouderwetse ding, het papieren boek, nog steeds springlevend, tegen de verdrukking in. En nu doe ik weer een poging om het de nek om te draaien.’

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen, of online te vinden zijn.

    Mariana Enriquez Ons deel van de nacht Recensie kopie

    Gothic novel van Argentijnse auteur

    Mariana Enríquez vestigt zichzelf als vooraanstaand auteur

    LITERATUUR | In de nieuwe roman van Mariana Enríquez, Nuestra parte de noche (Ons deel van de nacht), reist hoofdpersoon Gaspar met zijn vader van Buenos Aires naar de Iguazú-watervallen aan de grens met Brazilië, waar Gaspar betrokken raakt bij een geheim genootschap dat wordt gerund door de familie van zijn overleden moeder. De groep zoekt het eeuwige leven door middel van gruwelijke rituelen, waaronder mensenoffers.

    ‘De veelvuldige verwijzingen naar episodes, namen, praktijken of geheimen die overheersen in het onmenselijke decor van (…) de militaire junta in Argentinië in de periode 1976-1983,’ schrijft het Spaanse literatuurtijdschrift LeTralia, ‘laten geen ruimte voor twijfel. De roman benadrukt met deze fictieve constructie de echte gebeurtenissen uit de recente geschiedenis.’ Zelf licht Enríquez toe: ‘Ik maakte [als klein meisje] geen onderscheid tussen realiteit en fictie want de realiteit was erger dan welke fictie je ook maar kon bedenken,’ citeert LitHub, die Enríquez typeert als gothic realist beïnvloed door uiteenlopende schrijvers, zoals Arthur Rimbaud en Emily Brontë. 

    Volgens El Cultural, het wekelijkse cultuurmagazine van El Mundo, schreef Enríquez een ‘roman die je slapeloze nachten bezorgt, waarna het nog niet is afgelopen, want vervolgens ontvouwen zich alle interpretatiemogelijkheden’. De roman zou gaan over een ‘over vaderschap en afstamming, over de wreedheid die nodig is om het goede te bereiken in plaats van enkel volgzaamheid; over macht, over verlangen, oncontroleerbaar en veelzijdig, grenzend aan dood of geweld. Over vriendschap.(…)’ El País spreekt over een ‘ambitieuze en geniale roman, waarmee Enríquez zich vestigt als een van de belangrijkste Latijns-Amerikaanse auteurs van de eenentwintigste eeuw’. De lijst namen waarmee Enríquez wordt vergeleken is dan ook even divers als indrukwekkend: van Stephen King, Roman Polanski en William Friedkin tot Julio Cortázar, Jorge Luis Borges, Silvina Ocampo en Alberto Laiseca. 

    Onlangs verschenen bij De Bezige Bij, in een vertaling van Irene van de Mheen.


    Alice Mann geeft de empowerment van Drummies weer

    Het tegenverhaal van Zuid-Afrikaanse meisjes

    FOTOGRAFIE | ‘Mijn focus heeft altijd op mensen gelegen. Ik ben altijd weer verrast door [foto’s van] mensen. Ze zijn magisch,’ citeert The Cut de Zuid-Afrikaanse fotograaf Alice Mann. Misschien wel haar meest magische project tot nu toe, oordeelt de New Yorkse site, is de bekroonde serie Drummies, die ‘alle kwaliteiten omvat die ze in haar werk wil vertegenwoordigen’. De beelden laten een Zuid-Afrikaanse subcultuur zien: die van jonge majorettes of ‘drummies’, die begin jaren tachtig opkwam.

    Meisjes die eraan deelnemen zijn vaak afkomstig uit gezinnen met lage inkomens, en vinden hierin een manier om uit te blinken, waarbij ‘de onderscheidende uniformen dienen als marker van succes, en emancipatie van hun omgeving vertegenwoordigen’, aldus The Guardian. ‘Ik denk dat er veel objectificering of slachtofferschap is van vrouwen, vooral van Zuid-Afrikaanse vrouwen. Ik ben geïnteresseerd in het vertegenwoordigen van een tegenverhaal,’ verklaart Mann. Ze bezocht jarenlang zes verschillende scholen en slaagt er volgens webzine Fold goed in de individuele persoonlijkheden van de jonge meisjes over te brengen. Ook de vertrouwensband die ontstaat, ondanks Manns privilege als witte fotograaf – waar ze zelf mee zegt te worstelen – is zichtbaar, meent The New Yorker: ‘De speelse samenwerking tussen de meisjes en de fotograaf is het eerste wat opvalt als je de foto’s ziet.’ 

    Van 2-10 tot 23-1 te zien in Kunsthal Rotterdam.


    Sometimes I Might Be Introvert 2

    Introvert maar bepaald geen muurbloempje

    Woordkunstenaar rapt haar levensverhaal

    HIPHOP | De 27-jarige Little Simz, de artiestennaam van de Nigeriaans-Britse hiphopzangeres Simbiatu Ajikawo, is klaar om de wereld te veroveren, schrijft David Smyth in The Evening Standard. Hij is diep onder de indruk van haar nieuwe album. Zowel van de teksten, de afwisselende muziekstijlen als de arrangementen: ‘Zo kun je Rule Brittania laten klinken als Simon & Garfunkel.’ Daarnaast hoorde de recensent flarden ‘verpletterende elektrofunk’, deed een nummer hem denken aan ‘de hete soul van Isaac Hayes’ en liet hij zich verderop ‘meeslepen door Nigeriaanse groove. Een veelkleurig wonder, deze plaat!’

    De albumtitel Sometimes I Might Be Introvert roept verwarring op, want ‘Simz is geen muurbloempje’, stelt Kitty Empire in The Guardian: ‘Anders zou ze niet zulke krijgshaftige en gloedvolle intro’s produceren.’ Verderop schrijft ze over ‘een buitengewone plaat met 19 gevoelvolle en onweerstaanbare tracks, gebracht met de allure van een woordkunstenaar’.

    Brandon Caldwell van Entertainment Weekly heeft wel een verklaring voor de paradoxale titel. Hij komt uit bij een ‘trotse, zwarte vrouw die zich juist als gevolg van haar sterrenstatus naar binnen keert’. In haar teksten toont Simz zich volgens Caldwell ‘kwetsbaar en bereid risico’s te nemen. Ze deinst er niet voor terug oude wonden open te rijten: of het nu gaat om de getroebleerde verhouding met haar vader, een verbroken relatie of een bijna-doodervaring.’ 

    De songteksten van Little Simz zijn persoonlijk en hebben soms zelfs ‘iets van een bekentenis’, vindt Katy Trame in Michigan Daily. De terugkerende boodschap is volgens haar dat Little Simz niemand nodig heeft. Dat blijkt vooral uit het nummer Protect My Energy: ‘Een pakkend liedje waarin ze zingt dat je heel vrolijk kunt worden van het verlangen om alleen te zijn.’   

    Kish Lal van The Sydney Morning Herald vergelijkt het album met een ‘vlotte, politieke meditatie waarbij Little Simz moeiteloos schakelt van zachtmoedige introspectie naar bijtende sociale kritiek’. De gastoptredens van zangeres Cleo Sol voor Woman – een ode aan zwarte vrouwen –, de Nigeriaanse artiest Obongjayar en actrice Emma Corrin (Lady Diana in Netflix-serie The Crown) doen volgens Lal weliswaar ‘grillig’ aan ‘maar Simz blijft de hoofdattractie met haar soepele, hypnotiserende stemgeluid’. 

    Sometimes I Might Be Introvert, het vierde album van Little Simz, is vanaf begin september verkrijgbaar.


    Un triomphe ps 1 jpg sd low Copyright Carole Bethuel 1

    Komedie binnen de gevangenismuren

    Toneel om op adem te komen 

    SPEELFILM | Voor zijn nieuwe speelfilm Un Triomphe baseerde regisseur Emmanuel Courcol zich op het waargebeurde verhaal uit een Zweedse gevangenis in 1985. Daar kreeg een werkloze, gescheiden toneelspeler het voor elkaar om met een aantal gedetineerden het toneelstuk Wachten op Godot van Samuel Beckett op te voeren. Eerst binnen de gevangenismuren, later ook in het theater.

    Dat dit lukt is met recht een triomf te noemen, schrijft Christine Pinchart op de site van de Belgische RTBF. ‘Maar niet alleen een persoonlijke triomf van de gevangenen maar vooral ook van de cultuur. En juist voor mensen die daar mijlenver van verwijderd waren.’ Het is de regisseur er niet om te doen hierover te oordelen of een les te trekken, denkt Pinchart: ‘Hij ontsnapt weliswaar niet aan het sentimentele, maar het gaat hier om een ontmoeting met de kracht van cultuur; als middel om op adem te komen.’ 

    In het Franse magazine Marianne omschrijft Olivier de Bruyn Un Triomphe als ‘een even koddige als ontroerende film’. Na ruim een jaar van gesloten bioscopen is het bovendien een verademing om naar een goed gemaakte komedie te kijken: ‘Daarmee wordt alle cynici en makers die het genre bij voorkeur op afstand houden, voorlopig de mond gesnoerd.’

    Wie op basis van de synopsis een feelgoodfilm verwacht, krijgt volgens de Franse filmsite Le Bleu du Miroir aanzienlijk meer te zien: ‘Geen zwart-witte karakters en stereotypes maar gelaagde personages en een gevoelig uitgewerkt verhaal. Daarbij worden de gedetineerden zo naturel en levendig gespeeld dat je echt de indruk krijgt dat ze stuk voor stuk zichzelf spelen.’ 

    Ook Céline Rouden vindt dat er formidabel wordt geacteerd in Un Triomphe, blijkt uit haar recensie in het Franse dagblad La Croix. Ze is vooral te spreken over de hoofdrol van de Frans-Algerijnse acteur Kad Merad: ‘Overtuigend en genuanceerd zet hij een uit de gratie geraakte, norse acteur neer. Door zijn ambivalente houding weet Merad te voorkomen dat goedkope sentimenten de overhand krijgen in de film.’ 

    Recensent M.G. Mailloux ziet dat duidelijk anders, laat hij weten via de internationale film- en muzieksite In Review Online. Zo vindt hij de keuze voor Becketts bekende toneelstuk voor de hand liggen – ‘als iemand het concept ‘wachten’ begrijpt is het wel een gedetineerde’ – en mist hij de egoïstische motieven van het hoofdpersonage: ‘Hier en daar ontwaar ik een glimp van een scherpe, complexe film die recht zou doen aan het explosieve materiaal. Maar dat benadrukt alleen maar dat het over het geheel genomen pijnlijk oppervlakkig blijft.’

    Un Triomphe van Emmanuel Courcol met in de hoofdrol Kad Merad, draait vanaf 23 september in de bioscoop.

  • ‘Schuldige’ landschappen in museum De Pont

    ‘Schuldige’ landschappen in museum De Pont

    In de tentoonstelling Without Trace tonen verschillende kunstenaars hoe landschappen die een geschiedenis kennen van oorlog en geweld, op al dan niet zichtbare wijze ‘schuldig’ zijn aan hun verleden.

    De tentoonstelling Without Trace is een thematische collectiepresentatie gewijd aan de gevolgen van een koloniaal verleden en het ontstaan van ‘schuldige’ landschappen. De titel refereert aan een foto uit 2013 van de Noord-Ierse kunstenaar Willie Doherty (1959). Hij groeide op tijdens de onafhankelijkheidsstrijd in Noord-Ierland en ziet zijn fotografisch werk als een act of remembrance: getuigen van onzichtbare (maar voelbare) sporen van geweld.

    In een reeks fotografische en videowerken laten naast Doherty de kunstenaars Catherine Opie, Stan Douglas en Steve McQueen zien hoe landschappen die hebben geleden onder een geschiedenis van oorlog en geweld, op al dan niet zichtbare wijze ‘schuldig’ zijn aan hun verleden.

    Sommige foto’s zijn van een grote schoonheid, maar schijn bedriegt: onder hun esthetische of dramatische aantrekkingskracht gaat een grote gewelddadigheid schuil. Bij de Amerikaanse Opie (1961) uit zich dat in een reeks hutjes op de ijsvlakten van bevroren meren in Minnesota. De wonderschone setting verhult een wereld van armoede en ontbering die erachter schuil gaat. Van de Afrikaans-Canadese Douglas (1960) zien we een serie indrukwekkende natuurfoto’s met sporen van bodemerosie door industriële houtkap. In de film Gravesend (2007) van de Britse videokunstenaar en filmregisseur McQueen (1969) zien we het contrast tussen het magische, stille moment van zonsopgang en de harde knallen van het werk in een mijn in Congo, waar met de hand coltan wordt gedolven. De schuldvraag dringt zich hier pijnlijk op in de schurende spanning tussen de schoonheid van de beelden enerzijds en de onderliggende waarheid anderzijds.

    Without Trace is te zien in De Pont, t/m 16 januari 2022, www.depont.nl

    Door Manuela Klerkx

  • De mysterieuze geest van Salvador Dalí

    De mysterieuze geest van Salvador Dalí

    Museum Atelier des Lumières in Parijs presenteert in een visuele digitale show de meesterwerken van de Catalaanse kunstenaar Salvador Dalí. Een reis door het fascinerende universum van de surrealist.

    Als je wilt dolen in de mysterieuze geest van de Catalaanse meester Salvador Dalí, word je op je wenken bediend in museum Atelier des Lumières, een nieuwe digitaal kunstcentrum in het elfde arrondissement van Parijs. In een visuele show van 40 minuten, compleet met psychedelische muziek van Pink Floyd, ontvouwt zich een reeks gedigitaliseerde meesterwerken in de vorm van beeldprojecties van vloer tot plafond.

    Versterkt door optische effecten nemen ze je mee naar het even verontrustende als fascinerende universum (of is hier sprake van een delirium?) van de kunstenaar. We volgen de verschillende stadia van Dalí’s carrière als schilder, van zijn kubistische essays tot zijn surrealistische hoogtijdagen, inclusief zijn liefde voor zijn vrouw en muze Gala. Kortom, een meeslepende ervaring, waarbij je je in beeld en geluid onderdompelt in de wereld van een van de ongrijpbaarste iconen van de 21ste eeuw.

    Dalí, l’énigme sans fint/m 2 januari 2022.

  • Over het ontstaan van mythen

    Over het ontstaan van mythen

    De tentoonstelling Mythologists in de Julia Stoschek Collection Dusseldorf richt zich op de spanning tussen feit en fictie bij het ontstaan van zowel persoonlijke als collectieve verhalen.

    Julia Stoschek, dochter van de Duitse zakenman en miljardair Michael Stoschek, begon in 2003 met verzamelen. De collectie die zij inmiddels heeft opgebouwd is toonaangevend op het gebied van ‘time-based media’, een verzamelnaam voor onder meer film-, video-, internet- en audiokunst waarbij techniek, onderzoek en conservering een belangrijke rol spelen.

    De grenzen tussen mythe, feit en fantasie zijn vaak, al dan niet door toedoen van de kunstenaars zelf, onduidelijk

    In JSC (Julia Stoschek Collection) Düsseldorf (er bestaat ook een JSC in Berlijn) is momenteel de tentoonstelling JSC on View: Mythologists te zien, die zich richt op spanningen tussen feit en fictie bij het ontstaan van zowel persoonlijke als collectieve verhalen. De getoonde werken worstelen met de rol van bestaande mythologieën door de geschiedenis heen. De grenzen tussen mythe, feit en fantasie zijn vaak, al dan niet door toedoen van de kunstenaars zelf, onduidelijk. Centraal staan vragen als: wie of wat kunnen we vertrouwen? Hoe wordt betekenis toegekend aan collectieve verhalen? Wie creëert deze mythen en welke zullen de tand des tijds doorstaan?

    Mythologists is nog te zien tot en met 19 december. jsc.art

  • Te koop: Londense straatnaambordjes als Abbey Road en Oxford Street

    Te koop: Londense straatnaambordjes als Abbey Road en Oxford Street

    Voor liefhebbers van Londen vindt tot eind september bij het Londense veilinghuis Catherine Southon Auctioneers een bijzondere online veiling plaats van mogelijk het summum van Londense stedelijkheid: originele exemplaren van straatnaambordjes worden te koop aangeboden.

    ‘Als je zou vragen hoe een typisch Londens straatnaambord eruitziet’, schrijft Peter Watts op de Britse cultuursite Apollo, ‘dan zullen de meeste mensen waarschijnlijk komen met een beschrijving die neigt naar het klassieke design van straatnaambordjes in Westminster: een bord van wit email met strakke zwarte letters en de postcode van het betreffende district in rood en daaronder, eveneens in rood, de naam van het stadsdeel, alles in schreefloze letters. Dit klassieke en auteursrechtelijk beschermde ontwerp, waarvan momenteel veel originele exemplaren online worden geveild door Catherine Southon Auctioneers, doet historisch aan, maar werd verrassend genoeg pas in 1967 ontworpen door de Design Research Unit van ontwerper Misha Black.’

    Black kreeg van de gemeenteraad van Westminster de opdracht om een eenvoudig en opvallend sjabloon te ontwerpen dat het bestaande rommelige beleid rond de ontwerpen van straatnaambordjes zou vervangen en dat deed hij met groot succes. ‘Het sjabloon van straatnaambordjes van Westminster heeft zijn specifieke doel overstegen en is representatief geworden voor heel Londen’, schreef Alistair Hall over het Westminster-model in zijn boek London Street Signs uit 2020. ‘Net als het ronde logo van de Londense Underground, is het een visuele afkorting voor de stad zelf geworden.’

    Abbey Road

    Black kreeg destijds voor zijn werk een vergoeding van 540 Britse pond plus onkosten. Dat bedrag is vandaag de dag misschien net toereikend om twee of drie van de straatborden te kopen die deze maand worden geveild, afhankelijk van waar de voorkeur naar uitgaat. Eerder dit jaar verkocht het veilinghuis een straatnaambord van Abbey Road voor maar liefst 37.000 Britse pond (43.275e euro) dat werd geschat op zo’n 1200 tot 2400 eEuro en dat zeer waarschijnlijk is gekocht als een unieke toevoeging aan de Beatles-collectie van een bemiddelde verzamelaar. Ter vergelijking: het straatnaambord voor Boscobel Street, een aardige maar makkelijk te vergeten straat in de buurt van Edgware Road, ging weg voor het luttele bedrag van 90 Britse pond, iets meer dan 100 euro.

    Het prijsverschil is een duidelijk bewijs van de hiërarchie van straatnamen in Londen. Hoewel 37.000 Britse pond misschien moeilijk overtroffen zal worden, zijn er deze maand nog enkele grote knallers die worden geveild, zoals de originele borden van Shaftesbury Avenue, Haymarket, The Strand en St. Martin’s Lane; klassiekers uit het Londense Chinatown zoals Gerrard Street en Lisle Street en Brewer Street in Soho. Voor politieke junkies komen borden van Whitehall en Millbank onder de hamer. Er zijn er nog tientallen meer, afkomstig uit het centrum van Londen en de omgeving van St. John’s Wood, Maida Vale en Notting Hill, alles bij elkaar een aantrekkelijke mix van belangrijke verkeersaders en woonstraten.

    De verkoop omvat overigens ook belangrijke memorabilia afkomstig uit het trein- en Underground-vervoer en bijbehorende bewegwijzering, waaronder een aantal prachtige en forse email borden voor de metrostations Tottenham Court Road, Oxford Street en Bond Street. Verwacht wordt dat die aanzienlijke bedragen zullen gaan opleveren.

    Emotionele betekenis

    De aantrekkingskracht van de straatnaamborden is duidelijk, schrijft Peter Watts. ‘Voor een vergelijkbaar bedrag dat je neertelt voor een stuk betaalbare originele kunst, kunnen mensen op deze veiling in bezit komen van iets dat een diepe persoonlijke en emotionele betekenis kan hebben. Het kan een straat zijn waar ze woonden of werkten of het zou een straat kunnen zijn die hun naam draagt. Voor iets meer geld kun je ook in bezit komen van een artefact met een bredere culturele betekenis: een fysiek stuk van Londens Theatreland of een deel van het politieke landschap.’

    ‘Er is iets gezaghebbends aan de stijl van Westminster, dankzij de kracht van het ontwerp en hun plek van herkomst’

    Elk straatbord zal voor iemand betekenis hebben, mijmert Watts, en sommige hebben zelfs betekenis voor nagenoeg iedereen. Maar roepen dergelijke objecten echt zulke sterke emoties op als ze verwijderd zijn van de locaties waarvoor ze bedoeld waren? Als ze zijn losgeweekt van het lawaai, de drukte en het groezelige stedelijke landschap en in plaats daarvan worden opgehangen in de relatief onbeduidende omgeving van een hedendaags woonhuis, met uitzicht op de keuken? Watts acht het twijfelachtig, maar denkt wel dat de straatborden op zijn minst jeugdherinneringen zullen oproepen en vast en zeker aanleiding zullen vormen voor een ‘trip down memory lane’.

    Hoe het ook zij, dankzij het scherpe oog voor design van Professor Black zien de straatborden van Westminster er ontegenzeggelijk krachtig en prachtig uit. Andere straatnaamborden in Londen hebben misschien meer elan –vervaagde geschilderde borden zijn een persoonlijke favoriet, schrijft Watts. Er zijn nog altijd de fantastische zwarte tegelborden van Hampstead en op diverse plekken in Londen zijn nog steeds enkele fraaie keramieken en melkglazen voorbeelden aanwezig. ‘Maar er is iets gezaghebbends aan de stijl van Westminster, dankzij de kracht van het ontwerp en hun plek van herkomst: het is mogelijk de enige wijk waar alle Londenaren een band mee hebben.’

    Slijtage

    De borden die nu geveild worden, zijn afkomstig uit een privécollectie. Ze zijn hoogstwaarschijnlijk ooit aangeschaft tijdens verkopen die af en toe worden gehouden door de gemeenteraad van Westminster, die regelmatig zijn voorraad oude borden van de hand doet. Straatnaamborden zijn ontworpen om lang mee te gaan, maar ze worden om allerlei redenen vervangen. Zo moet het Abbey Road-bord vaker dan andere borden worden vervangen vanwege de onophoudelijk aangebrachte Beatles-graffiti.

    Daarnaast lanceerde Westminster in 2010 zijn Leesbaar Londen-campagne, waarbij alle straatnaamborden werden veranderd om ze ‘gebruiksvriendelijker’ te maken. Veel van de oude borden werden in die tijd verkocht, en een bord van Shaftesbury Avenue werd geschonken aan het Victoria and Albert Museum. ‘Sommige van de exemplaren in de huidige veiling vertonen tekenen van slijtage’, schrijft Watts, ‘wat voor mij alleen maar bijdraagt aan de aantrekkingskracht. Zo wordt de eerste S van Storey’s Gate aan het oog onttrokken door een lik van mogelijk politiek gemotiveerde rode verf, hetgeen leidt tot “Torey’s Gate”; het bord van Orange Yard is nog steeds bezaaid met oude stickers, terwijl Clifton Gardens en Horse Guards Avenue behoren tot de borden met het gehavende en versleten uiterlijk van een goed geleefd leven.’

    De online verkoop van Transport en Westminster Street Signs bij Catherine Southon Auctioneers and Valuers loopt nog tot 24 september.

  • De 27e keer dat Toby Obed stierf

    De 27e keer dat Toby Obed stierf

    Over de misstanden in Canadese internaten voor Inuït-kinderen is de laatste jaren steeds meer bekend. Er werden verschillende massagraven gevonden. Toby Obed is een van de overlevenden. Een voorpublicatie uit het verhaal over zijn leven (en vele doden).

    Over de auteur

    In de reportages van de Poolse Joanna Gierak-Onoszko (1980) staan vaak mensenrechten en maatschappelijke kwesties centraal. Ze publiceert regelmatig in weekblad Polityka, dagblad Gazeta Wyborcza, het literaire non-fictietijdschrift Pismo en het reportageblad Non/fiction. Ze woonde een aantal jaar in Canada en schreef daar haar literaire debuut Het 27 keer sterven van Toby Obed (Dowody na Istnienie, 2019) over hoe werd omgegaan met de kinderen van de inheemse Canadese bevolking. Geschat wordt dat ongeveer 150.000 kinderen het slachtoffer zijn geworden van lichamelijk en psychisch geweld en seksueel misbruik.

    Het boek belandde in 2020 op de shortlist van de prestigieuze Nike-prijs en won de publieksprijs.

    Als Toby Obed eindelijk wakker wordt, is het al lente.

    Hij ligt op zijn rug in ongesteven beddengoed en herkent het plafond en de muren om hem heen niet. Net was hij nog in een kalme kunstmatige slaap, maar nu zijn zijn neuronen witheet en proberen alle informatie tegelijk te verwerken.

    Waar ben ik? Waarom doet het pijn? Zal het eindelijk overgaan?

    Toby kijkt om zich heen, zoekt naar het uitzicht uit het raam, een aanknopingspunt. Maar zijn blik dwaalt steeds af naar het midden van het bed. Dat is de plek waar zijn armen en benen zich zouden moeten bevinden, maar de deken waarmee Toby is toegedekt ligt vlak.

    Toby denkt dat hij hallucineert – dat gebeurt soms als je flink gedronken hebt. Hij wil in zijn ogen wrijven en heft zijn armen.

    Maar onder zijn linker elleboog is niets meer.

    Hij kijkt naar rechts. Wat er van zijn andere hand over is, zit in dik verband.

    ‘Wacht eens even! Waar zijn mijn benen? Wat hebben jullie verdomme met mijn armen gedaan?!’

    Een vrouw in een wit schort buigt zich over het bed.

    ‘Wat ben ik blij dat je wakker bent! We wisten niet of dat nog zou gebeuren. Toby, we zijn in het ziekenhuis in St. John’s, in de hoofdstad van Newfoundland en Labrador. Het is al maart. Je bent net tweeëntwintig geworden. En ik kan je zeggen dat je echt iets te vieren hebt.’

    Maar Toby is het oneens met dat het al maart is en ook met zijn nieuwe ingekorte lichaam. Hij kan zich niet herinneren dat iemand die veranderingen met hem heeft besproken.

    Het laatste dat hij zich herinnert is een feest in Happy Valley-Goose Bay, ruim zestienhonderd kilometer ten noorden van het bed dat van nu af aan altijd veel te lang zal lijken.

     * * * 

    Goose, zoals het stadje in de volksmond heet, ligt op het schiereiland Labrador – het deel van Canada dat in het oosten aan de Atlantische Oceaan en in het noorden aan het Noordpoolgebied grenst. Er wonen iets meer dan achtduizend mensen. Goose is het resultaat van het samenvoegen van twee plaatsen: Happy Valley en Goose Bay, maar de idyllische naam van het stadje is misleidend. Want de aanleiding van zijn bestaan is oorlog.

    In de jaren veertig stond in de kranten dat er in de Labradorzee torens van Duitse U-boten waren gezien. Nu de VS aan de oorlog deelnam was het duidelijk dat er in deze regio zo snel mogelijk een sterke militaire basis moest komen voor de verdediging van het continent. Voor de bouw werden mannen uit dorpen in heel Labrador naar Goose gehaald. Ze werkten in verschillende ploegendiensten. De bevoorrading had berekend dat ze vier- tot vijfduizend pakjes sigaretten per dag nodig hadden.

    De arbeiders kregen een fractie van het loon dat de mensen die in de binnenlanden werkten verdienden, maar ze morden niet. Ze klaagden maar over één ding: voor hun vertrek naar de bouw hadden ze hun huizen moeten afsluiten. En dat betekende dat ze voor vertrek hun honden hadden moeten afmaken.

    In 1943 beschouwde men Goose als het grootste vliegveld ter wereld. Na de oorlog bleef het een belangrijk knooppunt van de lucht-, asfalt- en zeewegen van Labrador. In vredestijd hielden NAVO-eenheden hier oefeningen en de door het leger beheerde terreinen zouden moeten dienen als reservelandingsplaats voor ruimtevaartuigen van de NASA.

    Maar Goose bleef voor altijd een reservestad. De oorlog ging eraan voorbij, er landde geen ruimteveer en in 2010 vertrokken de eenheden van de NAVO van de basis. Nu kom je hier voor satelliettelefoons – die zijn gratis te leen als je de omgeving gaat verkennen, wat het werk van de politie en de reddingsteams moet vereenvoudigen als een toerist verdwaalt. Tijdens lange tochten door Labrador kun je onderweg in Goose kariboeworstjes of gepaneerde kabeljauwtongetjes eten. Vroeger was het armeluisvoedsel, maar nu is het een chic hapje van 13 dollar per portie.

    Dat is nu Labrador, het Grote Land. Hier hoor je de Aarde bewegen, zeggen ze.

    Maar het stadje met de naam Happy Valley-Goose Bay bracht Toby Obed geen geluk. Hier stierf Toby voor de zesentwintigste keer.

    Dat was vlak voor hij tweeëntwintig werd, achttien jaar na zijn eerste dood.

    * * * 

    Als je in een piepkleine nederzetting van walvisjagers in het afgelegen Labrador woont, is een uitstapje naar Goose een hele afwisseling. Toby ging er zijn neef opzoeken. Ze hadden elkaar lang niet gezien en trokken een fles open. Toen kwam er een vriend: ‘Hoe is het? Laten we drinken.’

    Ze dronken.

    De rest zal door de verpleegster worden verteld.

    ‘De politie heeft je pas de volgende dag in de sneeuw gevonden. Ze waren ervan overtuigd dat je dood was.’

    Toby kwam in het Miller Center terecht, een ziekenhuis voor oorlogsveteranen waar chirurgen, fysiotherapeuten, psychologen en prothesemakers verminkten terugslepen naar het leven. De artsen hielden Toby twee maanden lang in een kunstmatig coma om hem zo uit zijn diepe hypothermie te krijgen.

    ‘Dat is gelukt, maar we hebben je moeten amputeren’, zegt de verpleegster aan zijn bed.

    ‘Mens, ik weet niet waar je het over hebt. Geef me mijn benen terug! Geef me onmiddellijk mijn arm terug!’

    ‘Je bent een gelukskind, Toby. Ik leef erg met je mee.’

    * * * 

    Sinds die nacht is er een kwarteeuw verstreken. In het voorjaar van 2018 is Toby Obed zevenenveertig, en zijn vijfhonderd Inuit uit het Dal van de Hoop zijn spiegel.

    Voordat de Europeanen hier arriveerden (onder wie de Portugese ontdekkingsreiziger João Fernandes Lavrador) woonden er op dit grondgebied inheemse gemeenschappen, zoals de Inuit en de Innu. Beide groepen noemden elkaar eskimo’s, wat rauwvleeseters betekent. Dat begrip werd overgenomen door witte antropologen en archeologen voor wie de Eskimo’s een algemene, brede benaming voor de mensen van het Noorden was: van Labrador, het Canadese Poolgebied en Alaska tot aan Kamtsjatka.

    In sommige Europese landen wordt het woord nog altijd gebruikt. In Canada daarentegen hoor je dat niet meer te zeggen, omdat het opgedrongen, discriminerend en beledigend is. De inwoners van de noordelijke provincies worden nu genoemd zoals ze zelf willen. In hun taal, ofwel het Inuktitut, betekent inuk mens, en inuit gemeenschap.

    En zo ziet Toby Obed hen en zichzelf: niet als museumstukken, maar als mensen. Hij zoekt hun gezelschap op, want ze zijn voor hem tegelijk een spiegel en identiteitsbewijs, belangrijker dan zijn Canadese paspoort.

    ‘Ik vind het fijn als een buurman terloops opmerkt dat ik net zo’n gezicht trek als mijn moeder. Of dat ik net zo loop als mijn vader, dat we van een afstand niet van elkaar te onderscheiden zijn. Dan ben ik zo gelukkig! Want dat betekent dat zij hebben bestaan – en dat ik een overblijfsel van hen ben.’

    Als Toby zijn moeder wil zien, raakt hij met zijn rechterhand zijn wang aan. Een gladde, strakke huid, zonder poriën, zonder ook maar een rimpel. Hoge, prominente jukbeenderen. Daarboven diepgelegen smalle ogen, verscholen onder dikke zwarte wenkbrauwen. Toby’s haar is als peper en zout. Zwart en helder wit, niets ertussenin. Dik en stug, tot aan zijn kleine driehoekige kin.

    Had zijn moeder zulk draadachtig haar? Zulke kleine ogen, zo zwart dat je maar moeilijk de pupil van de iris kunt onderscheiden?

    Dat weet Toby niet.

    ‘Ik heb geen enkele foto. Ik herinner me niet hoe ze eruitzag. Ik weet dus niet waar ik vandaan kom, en waarom.’

    * * * 

    De naam Tobijah betekent in het Hebreeuws ‘Jahweh is goed’. Een woord van troost voor iemand die alles heeft verloren en geen hoop meer heeft. Volgens het Oude Testament wordt Tobias blind, en gemarteld smeekt hij God te mogen sterven. Maar God heeft andere plannen met hem. De Schrift leert dat het grote lijden van Tobias geen straf voor hem is, maar een welgemeende beproeving. De liefhebbende God zendt eerst kwellingen, maar voorziet op zijn tijd een beloning voor gehoorzaamheid en loyaliteit. Het is een didactisch verhaal – de dreunen van het lot moet je opvatten als tekenen van de barmhartige God.

    Die profetische naam kreeg Toby van zijn moeder.

    Ze had vijf kinderen. Kinderen die moeite hadden om het thuis uit te houden. Hun ouders besteedden niet al te veel aandacht aan hen. Ze dronken. Emily en Sonny, ofwel Zoontje, waren een jaar of tien ouder dan de rest. Zij zorgden voor de kleintjes: Sara, Elias en Tobias.

    Hoe kwamen ze in zo’n afgelegen nederzetting voor walvisjacht aan zulke namen?

    Vroeger heette die plek Arvertok, wat in de taal van de Inuit de Walvissenplek betekent. Er werd op walvissen gejaagd in de wintermaanden – de Inuit woonden dan in diep in de rauwe, ongastvrije grond verborgen huizen die maar deels boven het oppervlak uitstaken. Ze zochten daar beschutting tegen de snijdende wind, en in de lente, als het zeehonden- en walvissenseizoen was afgelopen, trokken ze dieper het land in. Ze namen tenten van zeehondenhuid mee en gingen jagen op vleesrijke kariboes. Ze raapten de karige vruchten die de toendra mondjesmaat verschafte en bereidden zich voor op het doorstaan van de volgende winter.

    Suikerziekte, aderverkalking, kanker – dat waren ook geschenken die de witte kolonisten met zich meebrachten

    Dat ritme werd verstoord door de bewoners van het Oude Continent, Duitse mennonieten uit Moravië, missionarissen met een protestantse arbeidsethiek. Ze waren hier gebracht door de imperatief hun rijkdom te vergroten en de kerkelijke schola te vullen. Ze begrepen de mensen die ongehaast de cyclus van de natuur volgden niet. Ze verlangden er vurig naar om in naam van de handel onder zware omstandigheden te zwoegen: in Europa was grote vraag naar echte, warme bontjassen. Daarmee werd een fortuin verdiend, dat nu in Canada ‘oud geld’ wordt genoemd. De Moravische kolonisten waren verrukt over de ondiepe wateren vol zeehonden en de dichte bossen vol vossen. In 1782 doopten ze de Walvissenplek om in het Duitse Hoffenthal, het Dal van de Hoop.

    Ze brachten hetzelfde mee als de meeste anderen die van zichzelf zeiden dat ze nieuwe landen ontdekten: het woord Gods, gereedschap, wapens, groente en ziektes.

    Suikerziekte, aderverkalking, kanker – dat waren ook geschenken die de witte kolonisten met zich meebrachten. Labrador is ze tot op de dag van vandaag niet te boven gekomen.

    De mennonieten veroverden de gebieden met de hoorn en de trombone. Ze geloofden dat met Haydn en Bach als bondgenoten de Inuit verrukt zouden raken over de barokmissen en ze hun ziel zouden openstellen voor een hun onbekende God. Tot op de dag van vandaag kun je in het kleinste gehucht een blaasorkest vinden dat in de woestenij van de Canadese toendra Bachcantaten speelt.

    De missionarissen deelden graag hun bladmuziek, maar ze zeiden dat het hun God niet beviel hoe er in de huishoudens met elkaar geslapen werd: zonder sacrament, met meerderen tegelijk, in het bijzijn van de kinderen. Volgens de lokale traditie was een levenspartner precies zoals het klinkt: een compagnon, iemand met wie het leven draaglijker was of überhaupt mogelijk. Het gezin was een onderneming om te overleven, maar de mensen wilden naar bed met degenen die ze aantrekkelijk vonden, niet per se met de mensen met wie ze samenwerkten om te overleven. Soms woonden er meerdere gezinnen onder één dak en waren genegenheid en seks binnen handbereik.

    De missionarissen uit Moravië waren gekomen om hun mee te delen dat ze in zonde leefden en God beledigden, die zijn volk in de hitte door de woestijn had geleid. De bewoners van deze gebieden begrepen niet wat een zonde was en hadden nog nooit een woestijn gezien.

    De Duitse kolonisten zijn er nu niet meer – ze hebben de oorlog met het handelsimperium Hudson’s Bay Company (HBC) om de vachten verloren en hebben het Grote Land verlaten. Van hen zijn grafstenen, resten van de houten gebouwen van de mennonitische missie en de gewoonte om Inuitkinderen Bijbelse namen te geven achtergebleven. Na verloop van tijd, toen de Britse monarchie dit deel van de wereld in haar macht kreeg, werd de naam veranderd – van Hoffenthal in Hopedale.

    Er is hier niet veel meer veranderd dan dat.

    * * *

    In 1975 stond er opeens een politieagent in een rood uniform op de drempel en zei: ‘Kinderen, jeugdzorg is geweest, we moeten jullie meenemen.’

    Toby’s ouders waren verrast, want ze kwamen onaangekondigd. Geen gelegenheid om in te pakken, geen gelegenheid om afscheid te nemen.

    ‘We gingen zoals we er toen bij liepen. Later hoorden we dat ouders dergelijke situaties eigenlijk geen keuze hadden. Op het niet meegeven van de kinderen stonden straffen, waaronder hechtenis en het intrekken van de uitkering, waarvan de meeste gezinnen in de omgeving leefden. Of we ons verzetten? Dat weet ik niet meer. Of we huilden? We huilden allemaal. Emily was dertien, Sonny vijftien, en ik pas vier. Toen, in 1975, in de deuropening bij de laarzen van de agent van de bereden politie, stierf ik voor het eerst.

    We stapten in een klein vliegtuig dat op water kon landen. We vlogen een kilometer of tweehonderd naar het zuiden, naar North West River. Eerst brachten ze ons naar het ziekenhuis. Daar werd nagekeken of alles met ons in orde was. Routineonderzoek: of er geen actieve infecties waren, parasieten, ondervoeding. En of niemand ons kwaad had gedaan.

    Natuurlijk werden we gescheiden, mijn broers en zussen waren van een andere leeftijdscategorie. Ik begreep het niet. ’s Ochtends had ik nog familie, en nu was ik ineens alleen, terwijl ik pas vier jaar oud was. Alles wat ik weet van het leven, heb ik daar geleerd, in het internaat, in het juniorenhuis in North West River. Dat waren verplichte lessen die ik niet wilde. Rekenen en grammatica deden er nog het minste toe, je moest vooral snel door zien te krijgen wie je vriend was en wie je beter kon mijden. Waar je heen moest en hoe, en achter welke deur je nooit mocht komen. Wat je mocht zeggen en waar je jarenlang over moest zwijgen. Ik was een kleuter toen ik begreep dat ik, net zoals ik onbewust en automatisch ademhaalde, onophoudelijk en instinctmatig in de gaten moest houden of ik veilig was. Ik controleerde constant of ik niet in gevaar was. In zulke omstandigheden loeit er constant een alarm in je hoofd.’

    Toby Obed, een Canadees uit Labrador, zegt niet over zichzelf dat hij de Yale-school heeft afgerond die in North West River door de liefdadigheidsorganisatie Grenfell werd geleid.

    Hij zegt: ‘Ik ben een overlever. Ik heb het overleefd, ik ben in leven gebleven.’

    * * *

    Toby vertelt over school alsof er een veer is losgesprongen, alsof er een la met mappen vol politiedocumentatie is opengeschoten. Hij praat en praat, kalm, systematisch, alsof hij verslag uitbrengt van iets wat een ander is overkomen. Hij gaat bijna twee uur lang door.

    In Toby Obeds vroegschoolse herinneringen komen niet veel kaligrafie-oefeningen, lessen over scheepsbouw of zelfs het verplichte corvee in de koeienstal voor.

    De volgende sleutelwoorden komen wel steeds terug:

    zwiep, klets, pats (zo klapte de zweep); 

    taal, accent, slaag (voor het spreken van Inuktitut kreeg je ervan langs); 

    cel, duisternis, honger (een triade die elk kind zonder uitzondering verlamt).

    Ik hoor van Toby dat in je broek plassen van angst helemaal geen beeldspraak is.

    In zijn herinneringen komt een persoon in het bijzonder naar voren: een lerares, Miss Devil, Juffrouw Duivel.

    ‘Ze liet ons toekijken’, zegt Toby. ‘Ik wilde niet kijken, maar geen kind mocht zijn gezicht afwenden.’

    ‘Je bent vier, zes, tien jaar oud en je weet dat niemand, maar dan echt niemand zich voor je interesseert’

    Toby vat zijn schooltijd als volgt samen: ‘De volwassenen van buiten wisten het. Ze deden er niets aan.’

    Wat er binnen de houten wanden van Grenfell gebeurde was een verschrikking, maar werd mettertijd de norm. Maar je kon er echter niet aan wennen dat er niemand in de buurt was aan wie je erover zou kunnen vertellen. En die je niet zozeer om redding, om ingrijpen kon vragen, want daar hoopten de kinderen al niet meer op, maar om wat troost.

    Toby wachtte op mededogen, dat jarenlang niet kwam. Ook had hij niet het gevoel iemand dierbaar te zijn.

    ‘Je bent vier, zes, tien jaar oud en je weet dat niemand, maar dan echt niemand zich voor je interesseert.’

    Toen dachten de kinderen dat er van de door de liefdadigheidsorganisatie gerunde school geen bevrijding mogelijk was. Maar een zomer was het geld op en werd de instelling gesloten. Dat was in 1979 of 1980, de bronnen stemmen niet overeen.

    Er zijn in Canada geen kindertehuizen. De oplossing waren pleeggezinnen, waar de kinderen rechtstreeks van de kostschool heen werden gestuurd. Uiteraard zonder rekening te houden met familiebanden.

    De kinderen Obed maakten geen kans om samen te blijven. Wie wilde er nu voor een paar gebroken Inuit-kinderen zorgen? 

    Ze werden opnieuw gescheiden, deze keer voor jaren. De kinderen verloren elkaar volledig uit het oog. Die vakantie raakten ze echt alles kwijt, werden de laatste lijntjes verbroken. Toby zag zijn zus Sara pas zevendertig jaar later terug.

    ‘Ze maakten ons gezin helemaal kapot’, zegt Toby. ‘Ik was acht toen mijn leven opnieuw ten einde kwam.’

    Dat was tijdens de Koude Oorlog. In de Canadese bossen werden legereenheden ondergebracht, Goose Bay werd uitgebreid, er werden militairen gestationeerd. Velen van hen hadden al een vrouw, maar nog geen kinderen. Ze konden zorgen voor de beschermelingen van de school in het dennenbos.

    Toen Toby bij het eerste pleeggezin terechtkwam was hij acht jaar oud en dacht hij dat zijn lijdensweg ten einde was, dat hij nu een thuis zou krijgen. Maar in plaats daarvan verplaatsten ze hem van de ene verzorgers naar de andere.

    ‘De acht jaar die volgden heb ik bij twintig gezinnen gewoond. Gemiddeld eens in de vierenhalve maand verhuisde ik, of eerder – werd ik verhuisd. Wat ik wilde, wat ik ervan vond, vroegen ze niet. We werden behandeld als meubels, als obstakels, als zakken met vuilnis.

    In elk huis was het weer anders, maar ik werd geloof ik overal geslagen’, herinnert Toby zich. ‘Ik was niet klein meer, ik hoefde niet meer gespaard te worden. Ik ging al naar de tweede klas, dus ze konden me flink op m’n sodemieter geven. Dat verdiende ik op zich ook: ik begreep niet wat er tegen me gezegd werd. Ik wist niet hoe ik ze tevreden moest stellen. Ik probeerde ernaar te gissen, ik probeerde me aan te passen, maar ik was machteloos.’

    Uiteindelijk wende hij eraan. Het werd dus routine: eten, slapen, school, slaag. Nepmoeders en nepvaders sloegen met de riem en sloegen met de hand voor van alles en nog wat. Hoe je de klappen moest ontwijken, hoe je moest overleven leerde Toby van twintig gespierde, sportieve mannen die werden gesteund door twintig vooruitziende, toegewijde echtgenotes.

    Toby’s lichaam was sterk, dat hielp hem erdoor. Zijn geest was hem ook goedgezind, de meeste huizen heeft hij kunnen vergeten. Toby weet dat ze ergens zijn, hij ze in zich draagt als wild vlees, als littekens, als kanker. Maar zijn hoofd heeft hem ervan afgesneden. In het dagelijks leven ziet hij ze niet, zijn de ziektehaarden niet vast te stellen. Maar Toby weet dat ze nog altijd schade aanrichten, net als gezwellen die bij onderzoek niet te zien zijn.

    Van alle twintig gezinnen kan Toby er misschien vijf of zes voor de geest halen. Aan sommige heeft hij goede herinneringen. Hij gelooft dat ze hun best deden. Bijvoorbeeld enkele nepmoeders. Soms waren ze aardig, kookten ze, wilden ze Toby’s stijve dikke haar kammen.

    Als achtjarige had Toby het overlevens-abc voor kinderen onder de knie: hij loog, stal en bedroog

    ‘Rot op, zei ik, laat me met rust. Niet jij, maar mijn echte moeder zou me nu over mijn hoofd moeten aaien. Maak dat je uit m’n buurt komt, zei ik. Ook sommige nepvaders deden hun best. Soms maakten ze tijd voor me vrij. Probeerden me uit te leggen dat ik zelf om problemen vroeg. Dat spijbelen en weglopen nergens goed voor waren. Maar ik had geen zin om te luisteren. Ik neem het ze niet kwalijk. Ik was geen kind om van te houden, want waarvoor ook?’

    Als achtjarige had Toby het overlevens-abc voor kinderen onder de knie: hij loog, stal en bedroog. Hij vocht veel. De school in Goose waar hij toen op zat, was voor hem één grote boksring. Hij vocht vier, vijf keer per dag, dag in dag uit. En hij verloor nooit, hij was altijd degene die anderen tot bloedens toe sloeg. Hij hield niet op voor hij zeker wist dat ze pijn hadden. De kinderen op school zeiden dat Toby gevaarlijk was. Dat beviel hem wel. Vechten was die opening, die lichtflits, het moment waarop hij even sterk was en er iets van hem afhing. Hij werd dan overweldigd door geluk. Hij voelde geen pijn, het waren de anderen die leden. Ze leden, omdat hij zo beslist had.

    Dat zorgde ervoor dat hij zich kon wapenen voor de middag en avond. Want na school moest hij natuurlijk terug naar zijn pleeggezin en was hij degene die ervan langs kreeg. Maar er waren meer straffen, alledaagse, gewone. Meestal moest hij gewoon zijn mond houden en naar zijn kamer gaan. Ze stuurden hem weg, hij kreeg geen eten. Dat is zogenaamd alleen vervelend, geen marteling.

    ‘Weet je, een of twee keer kun je het best zonder avondeten doen. Maar zelfs als duidelijk is dat je het ergste, vervelendste kind bent, wil je niet de hele tijd honger hebben. Met een kind kun je alles doen. Het is voldoende om hem niet genoeg te eten te geven.’

    Jarenlang was hij ervan overtuigd dat hij slecht was, dat hij het niet verdiende om niet geslagen te worden, niet gestraft. Later drong tot hem door dat de militairen vaak moesten verhuizen. Er kwamen orders, en dan werden de in huis opgenomen kinderen en hun zaken achtergelaten. Maar niemand die dat aan de kinderen uitlegde. Die waren er dus van overtuigd dat ze steeds opnieuw werden verlaten, omdat ze net zo veel waard waren als knellende of afgedragen pantoffels.

    Terugkeren naar zijn vader en moeder was geen optie. De jaren gingen voorbij, maar zijn ouders hielden niet op met drinken. De autoriteiten lieten de kinderen niet terug naar huis gaan, maar er werd ook niet veel gedaan om de ouders te steunen. De kinderen uit huis plaatsen: dat was een radicale en eenvoudige, en vrijwel de enige mogelijke therapie.

    ‘Toen, mijn hele jeugd en nog vele jaren daarna, was ik kwaad. Agressief. Ik voelde me gekwetst en verworpen. Waarom konden anderen bij hun moeder blijven maar ik niet? Waarom konden anderen een normaal leven hebben, alleen ik niet?’

    Toen had Toby er nog geen idee van dat er in de omgeving meer dan duizend kinderen waren zoals hij.

    Deze vertaling kwam tot stand in samenwerking met CELA, Connecting Emerging Literary Artist.

  • Fotograaf Shigeru Onishi wilde tijd en ruimte overstijgen

    Fotograaf Shigeru Onishi wilde tijd en ruimte overstijgen

    Wiskundige en kunstenaar Shigeru Onishi is voor het eerst te zien in Foam. De Japanner inspireerde generaties met zijn revolutionaire combinatie van fotografie en schilderkunst.

    In 1955 trok de Japanse wiskundige Shigeru Onishi veel aandacht met een tentoonstelling die vanwege de ‘rauwe, poëtische foto’s’ volgens Art Limited mogelijk van invloed is geweest op de Provoke-generatie, een experimentele stroming genoemd naar het gelijknamige Japanse undergroundtijdschrift. Kenmerkend voor Onishi’s werk noemt de kunstsite het gebruik van fotografie om ‘handeling [weer te geven] in plaats van een momentopname’, en ‘als gevoelsuiting in plaats van als document’. In zijn ambitie om tijd en ruimte overstijgen, aldus Art Limited, lapte de Japanner ‘alle regels van de donkere kamer aan zijn laars’.

    Zo ‘schilderde’ hij met een kwast de fotografische emulsie op het fotopapier, waardoor hij bewust onregelmatigheden aanbracht in de ontwikkeling van het beeld. Hij gebruikte nieuwe technieken zoals meervoudige belichting in de donkere kamer, speciale ontwikkelingsmethoden en kunstmatige kleurstoffen, en slaagde er in de woorden van de Japanse dichter en kunstenaar Shuzo Takiguchi in om ‘unieke en fantastische werelden’ te scheppen, schrijft kunstblog The Unknown Project.

    Verzamelaar Michel Tapié noemde Onishi een ‘avant-gardekalligraaf van de informele schilderkunst’

    Tokyo Artbeat haalt de prominente kunstcriticus en verzamelaar Michel Tapié aan, die Onishi een ‘avant-gardekalligraaf van de informele schilderkunst’ noemde, een stroming die door Tapié zelf was geïntroduceerd en die kunst beschrijft ‘die uitsluitend de schilderende daad vooropstelt en waarbij pas tijdens dat proces, al dan niet spontaan, leesbare symbolen ontstaan’.

    Na een paar jaar verdween Onishi even plotseling uit de fotografiewereld als hij was opgedoken. Voor het eerst wordt zijn werk nu in Europa tentoongesteld.

    Van 17 september tot 9 januari 2022 in Foam, Amsterdam.

    Door Laura Weeda

  • Tijdens The Father zit je als kijker in het oog van de storm

    Tijdens The Father zit je als kijker in het oog van de storm

    Films over dementie zijn volop gemaakt, met Oscarwinnaar Amour (2012) van Michael Haneke als aansprekend voorbeeld. Maar The Father is van een andere categorie, vinden buitenlandse recensenten.

    Todd McCarthy van The Hollywood Reporter noemt het filmdebuut filmdebuut van toneelregisseur Florian Zeller ‘uitmuntend’. De Fransman oogstte al lof voor de toneelversie van The Father en volgens McCarthy maakt hij voor de film volop gebruik van de ‘extra visuele elementen om de confrontatie met dementie nog geloofwaardiger te maken. En daarbij zien we Anthony Hopkins in een van zijn allerbeste filmrollen.’

    ‘De laatste scène laat je harder huilen dan je dit jaar nog zult doen’

    Charlotte O’Sullivan had nooit gedacht dat het thema dementie ‘associaties met angst of horror’ zou oproepen. In haar bespreking van The Father voor Evening Standard komt ze daarvan terug: ‘Alleen al hoofdpersoon Anthony (Anthony Hopkins) is angstaanjagend. Alsof je als kijker in het oog van de storm zit. Deze film zit vol afgrondelijk diepe levensvragen, en de laatste scène laat je harder huilen dan je dit jaar nog zult doen.’

    Het is ‘meer dan een film waarin een verhaal wordt verteld’, schrijft Ronak Kotecha van The Times of India. ‘Dit komt neer op een directe ervaring, een reis door een onstabiele omgeving die net zo echt is als verzonnen. Gevoed door uitstekende acteerprestaties is dit een feestje van cinematografisch genie.’

    David Ehrlich vergelijkt The Father voor filmsite IndieWire met een ‘huis vol spiegels waarin iedereen zichzelf kwijtraakt’ – de kijker inbegrepen. Juist omdat de regisseur volgens Ehrlich beide kanten van dementie wil laten zien: ‘zowel vanuit degene die zijn geheugen verliest als vanuit de mensen die van hem houden’. Zo legt Zeller de nadruk op het ‘constante gevecht om nog iets van een gedeelde werkelijkheid over te houden’. ‘Anthony’s verwarde blik verandert zijn omgeving en uiteindelijk zijn gehele bestaan in een puzzel die uit steeds meer stukjes bestaat’, stelt het Franse filmmagazine Le Bleu du Miroir. ‘Door het verspringen van het perspectief wordt de verwarring over het aftakelingsproces volstrekt invoelbaar voor de bioscoopbezoeker.’

    The Father van Florian Zeller, met Anthony Hopkins, Imogen Poots en Olivia Colman, is vanaf 26 augustus te zien in de bioscoop.

  • Agenda

    Agenda

    360 selecteert een aantal internationale concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen, of online te vinden zijn.

    Lijdende landschappen

    TENTOONSTELLING | De tentoonstelling Without Trace is een thematische collectiepresentatie gewijd aan de gevolgen van een koloniaal verleden en het ontstaan van ‘schuldige’ landschappen. De titel refereert aan een foto uit 2013 van de Noord-Ierse kunstenaar Willie Doherty (1959). Hij groeide op tijdens de onafhankelijkheidsstrijd in Noord-Ierland en ziet zijn fotografisch werk als een act of remembrance: getuigen van onzichtbare (maar voelbare) sporen van geweld. In een reeks fotografische en videowerken laten naast Doherty de kunstenaars Catherine Opie, Stan Douglas en Steve McQueen zien hoe landschappen die hebben geleden onder een geschiedenis van oorlog en geweld, op al dan niet zichtbare wijze ‘schuldig’ zijn aan hun verleden.

    Sommige foto’s zijn van een grote schoonheid, maar schijn bedriegt: onder hun esthetische of dramatische aantrekkingskracht gaat een grote gewelddadigheid schuil. Bij de Amerikaanse Opie (1961) uit zich dat in een reeks hutjes op de ijsvlakten van bevroren meren in Minnesota. De wonderschone setting verhult een wereld van armoede en ontbering die erachter schuil gaat. Van de Afrikaans-Canadese Douglas (1960) zien we een serie indrukwekkende natuurfoto’s met sporen van bodemerosie door industriële houtkap. In de film Gravesend (2007) van de Britse videokunstenaar en filmregisseur McQueen (1969) zien we het contrast tussen het magische, stille moment van zonsopgang en de harde knallen van het werk in een mijn in Congo, waar met de hand coltan wordt gedolven. De schuldvraag dringt zich hier pijnlijk op in de schurende spanning tussen de schoonheid van de beelden enerzijds en de onderliggende waarheid anderzijds.

    Without Trace is te zien in De Pont, t/m 16 januari 2022, www.depont.nl

    Zaaloverzicht installationview Without Trace 2021 collectie De Pont museum Tilburg foto Peter Cox 08 kopie

    Over het ontstaan van mythen

    TENTOONSTELLING | Julia Stoschek, dochter van de Duitse zakenman en miljardair Michael Stoschek, begon in 2003 met verzamelen. De collectie die zij inmiddels heeft opgebouwd is toonaangevend op het gebied van ‘time-based media’, een verzamelnaam voor onder meer film-, video-, internet- en audiokunst waarbij techniek, onderzoek en conservering een belangrijke rol spelen.

    In JSC Düsseldorf (er bestaat ook een JSC in Berlijn) is momenteel de tentoonstelling JSC on View: Mythologists te zien, die zich richt op spanningen tussen feit en fictie bij het ontstaan van zowel persoonlijke als collectieve verhalen. De getoonde werken worstelen met de rol van bestaande mythologieën door de geschiedenis heen. De grenzen tussen mythe, feit en fantasie zijn vaak, al dan niet door toedoen van de kunstenaars zelf, onduidelijk. Centraal staan vragen als: wie of wat kunnen we vertrouwen? Hoe wordt betekenis toegekend aan collectieve verhalen? Wie creëert deze mythen en welke zullen de tand des tijds doorstaan?

    Mythologists: t/m 19 december. jsc.art

    Schermafbeelding 2021 08 30 om 12.05.25 kopie

    Salvador Dalí digitaal

    DIGITAAL | Als je wilt dolen in de mysterieuze geest van de Catalaanse meester Salvador Dalí, word je op je wenken bediend in museum Atelier des Lumières, een nieuwe digitaal kunstcentrum in het 11de arrondissement van Parijs. In een visuele show van 40 minuten, compleet met psychedelische muziek van Pink Floyd, ontvouwt zich een reeks gedigitaliseerde meesterwerken in de vorm van beeldprojecties van vloer tot plafond.

    Versterkt door optische effecten nemen ze je mee naar het even verontrustende als fascinerende universum (of is hier sprake van een delirium?) van de kunstenaar. We volgen de verschillende stadia van Dalí’s carrière als schilder, van zijn kubistische essays tot zijn surrealistische hoogtijdagen, inclusief zijn liefde voor zijn vrouw en muze Gala. Kortom, een meeslepende ervaring, waarbij je je in beeld en geluid onderdompelt in de wereld van een van de ongrijpbaarste iconen van de 21ste eeuw.

    Dalí, l’énigme sans fin: t/m 2 januari 2022.

    noFlash kopie

    Together

    Hiphopchoreograaf Donna Chittick gaat in een mix van urban dansstijlen op zoek naar vrouwelijke kwaliteiten zoals zelfverzekerdheid, stoerheid, trots en kwetsbaarheid. Vier danseressen beelden samen het alledaagse leven van een zelfstandige vrouw uit.

    14 september Theater Bellevue, Amsterdam.

    img11839 174

    Minguet Quartett

    Het Minguet Quartett, vernoemd naar de 18de-eeuwse Spaanse filosoof Pablo Minguet, volgt diens voorbeeld dat kunst voor iedereen toegankelijk moet zijn. Met veel enthousiasme spelen zij klassieke en hedendaagse muziek: Beethoven, Dvorák en Sofia Gubaidulina.

    19 september: Bozar, Brussel.

    1777561 minguet quartett 03 c frank rossbach

    Michael Schumacher

    De documentaire over Formule 1-legende Michael Schumacher is in aantocht. Volgens de producent kunnen we een kritisch en intiem portret verwachten aan de hand van exclusieve interviews en archiefbeelden met onder anderen zijn vrouw en kinderen.

    15 september, Netflix.

    f41a39fda26eca9b7bee66c1103ec12a kopie