Onderwerpen: Cultuur

  • Intiem drama aan de Amerikaans-Mexicaanse grens

    Intiem drama aan de Amerikaans-Mexicaanse grens

    De speelfilm Identifying Features toont de machteloosheid van de Mexicaanse migrant. ‘Een somber verhaal dat wordt verlevendigd door pakkende, krachtige beelden.’

    Terwijl Magdalena op zoek is naar haar zoon, van wie ze al twee maanden niets meer heeft vernomen, keert Miguel gedesillusioneerd terug naar zijn geboortedorp. Met dit gespiegelde verhaal draait het in de speelfilm Identifying Features om het dilemma van de vele Mexicanen die illegaal de grens met de VS proberen over te steken. Een kwestie van leven of dood, met een geringe kans op een beter bestaan. 

    ‘Een huiveringwekkende film die doet denken aan een helletocht’, schrijft Celia Sutton in het Spaanse filmmagazine El Espectador Imaginario. ‘Het is pijnlijk en ironisch om te bedenken dat mensen verantwoordelijk zijn voor de gruwelijkste dissonanten in de hedendaagse samenleving.’

    Hoewel hij het ‘een meeslepend verhaal’ vindt, met ‘een aantal sterke scènes’, is Dennis Harvey van Variety niet alleen maar enthousiast over Identifying Features. De criticus miste de sociale en politieke context van de vluchtelingenproblematiek en raakte daarnaast gefrustreerd door de ‘gekunstelde’ aanpak: ‘Het publiek buiten Mexico weet niet genoeg over de corruptie van grensmilities en drugsbendes, en is evenmin vertrouwd met de cryptische, haast mythologische laag in de film.’ Zo weet hij niet wat hij aanmoet met de figuur El Diablo, ‘met grote hoorns en zelfs een staart’, die plotseling opduikt in de film. 

    Voor Sergi Sánchez van de Spaanse krant La Razón is het gebrek aan duiding juist een sterke troef van de Mexicaanse regisseur Fernanda Valadez. Volgens hem gaat het niet om de corruptie bij de douane of de werkwijze van de maffia: ‘Alleen het intieme drama van Magdalena telt. De rest van de wereld keert haar de rug toe, letterlijk.’ 

    Ook Teo Bugbee van The New York Times is overtuigd door de film. ‘Een somber verhaal dat wordt verlevendigd door pakkende, krachtige beelden.’ Bugbee is onder de indruk van het sound design: ‘Je hoort voortdurend geluiden die van buiten het beeld komen. Zo wordt benadrukt dat de personages geen invloed hebben op wat er in hun omgeving aan de hand is.’ Ze omschrijft Identifying Features als een ‘zelfverzekerd debuut waarin de regisseur op een geraffineerde manier erkenning vraagt voor de machteloosheid van Mexicaanse migranten’.

    Identifying Features (Sin señas particulares), de eerste speelfilm van Fernanda Valadez, is vanaf 1 juli te zien in de bioscoop

    Door Diederik Samwel

  • Wereldbeeld: 3 miljoen bloemen in ‘Keukenhof’ van Sjanghai

    Wereldbeeld: 3 miljoen bloemen in ‘Keukenhof’ van Sjanghai

    GettyImages 610470162 kopie 2 1

    De China Flower Expo is een overweldigend bloemenspektakel dat zijn gelijke niet kent in de wereld. In het Flower Expo Park in Sjanghai is een bloementapijt van 2480 vierkante meter met 3 miljoen bloemen te zien. Verder zijn ongeveer 200 tuinen voor de gelegenheid ingericht. Binnen zijn meer dan 20.000 verschillende soorten bloemen te bewonderen, waaronder meer dan duizend nieuwe soorten.

    Volgens de officiële informatie die door de China Flower Expo is vrijgegeven, bedraagt het aantal bezoekers tot nu toe 1.635.521, onder wie 448 mensen die kaartjes voor drie of meer bezoeken hebben gekocht.

    De Chinese ‘keukenhof’ is open van 21 mei tot 2 juli.

  • Een duister sprookje over anders zijn

    Een duister sprookje over anders zijn

    Het ‘K-drama’ It’s Okay to Not Be Okay wordt internationaal geroemd om de sprookjesachtige sfeer, maar krijgt kritiek in eigen land vanwege ‘ongepaste scènes’.

    De afgelopen jaren is de kwaliteit van zogeheten K-dramas enorm verbeterd, met grotere budgetten en beter uitgewerkte personages en verhaallijnen dan ooit tevoren, schrijft Newsweek. Dit jaar kondigde Netflix aan nog eens 500 miljoen dollar extra te investeren in deze Koreaanse producties, ‘om meer variatie en diversiteit aan onze groeiende lijst toe te voegen’. Het Amerikaanse weekblad vindt It’s Okay to Not Be Okay een van de beste voorbeelden, vanwege de ‘duistere, sprookjesachtige sfeer die overeenkomt met de kinderverhalen die [hoofdpersoon] Moon-young schrijft, over besneeuwde velden, donkere wouden en prinsessen met (…) lang en golvend haar’.

    De serie volgt een ontluikende relatie tussen de antisociale kinderauteur (gespeeld door Seo Ye-ji) en Moon Gang-tae (Kim Soo-hyun), een verzorger op een psychiatrische afdeling die al zijn hele leven op zoek is naar zijn autistische oudere broer. The New York Times bestempelde It’s Okay to Not Be Okay zelfs tot ‘beste internationale tv-show van 2020’. 

    In eigen land kreeg de serie een waarschuwing wegens ‘seksueel suggestieve en ongepaste scènes’

    In eigen land kreeg de serie augustus vorig jaar van de Korea Communications Standards Commission een waarschuwing wegens ‘seksueel suggestieve en ongepaste scènes’, aldus The Korean Herald. ‘Hoewel ze waren bedoeld om de persoonlijkheid van een personage te benadrukken, laten de scènes in kwestie zien hoe ongevoelig de producenten zijn voor gendergelijkheid, doordat een bepaald geslacht wordt gekleineerd en de mogelijkheid wordt geboden om seksuele intimidatie en molestatie te rechtvaardigen’, aldus de subcommissie, die eraan toevoegde dat het gebruik van buitensporig grof taalgebruik nog eens bijdroeg aan de beslissing.

    It’s Okay to Not Be Okay is nu te zien op Netflix.

    Door Laura Weeda

  • Hoe de pandemie het populair futurisme veranderde

    Hoe de pandemie het populair futurisme veranderde

    Speculatieve non-fictie was lange tijd vooral gericht op de beperkte perspectieven en doelstellingen van het bedrijf – en dus op het verdienen van geld. Mede door de pandemie kunnen we het populaire genre mogelijk aanwenden voor een betere toekomst.

    De pandemie, die in veel opzichten vreemder is dan sciencefiction, heeft veel discussie uitgelokt over de rol van speculatieve fictie bij onze toekomstvoorstellingen. Waar sommigen in de mogelijkheden die zulke verhalen voorspiegelen antwoorden zien op onzekere tijden, vragen anderen zich af waar deze dystopische visioenen eindigen. Maar misschien is het net zo relevant om ons weer eens in de speculatieve non-fictie te verdiepen, een zich constant ontwikkelend genre dat we als ‘populair futurisme’ zouden kunnen betitelen.

    Wat zijn de kenmerken van een ‘populair-futuristisch’ boek? Het schetst mogelijke toekomstperspectieven, belicht nieuwe belangwekkende trends en belooft manieren waarop zelfs niet-gespecialiseerde lezers deze inzichten op hun eigen leven en werk kunnen toepassen. Zo’n boek heeft waarschijnlijk een fascinerend omslag, in een stijl die dateert van het werk dat met recht en reden een pionier in dit genre kan worden genoemd en nog altijd toonaangevend is: Toekomstshock van Alvin Toffler. Dit boek, dat het concept ‘futurisme’ populair maakte in de mainstreamcultuur en in de zakenwereld en kortgeleden zijn vijftigste verjaardag vierde, verscheen in de meest veelkleurige versies, zodat het als een neonregenboog in het oog zou springen vanuit de schappen van de boekwinkels. Andere titels hebben een kinetische belettering die je vanaf de pagina tegemoet vibreert alsof ze zich met hoge snelheid verplaatst. De toon van de boeken houdt meestal het midden tussen start-uppitch en zelfhulpmantra en straalt het profetische zelfvertrouwen uit van de teruggekeerde tijdreiziger.

    Wat er komen gaat

    Hoewel hun inhoud mee verandert met de tijdgeest, blijft datgene wat ons in populair-futuristische boeken aantrekt hetzelfde: we willen allemaal weten wat er komen gaat. Ze boren de oeroude kracht van de toekomst aan om ons te boeien en bang te maken, op zo’n manier dat onze hedendaagse angsten erdoor worden gesust en aangewakkerd. Zoals alle populair-wetenschappelijke of zelfhulpteksten beloven ze signaal van ruis te scheiden en geven ze ons wat geruststellende (zij het illusoire) controle in een chaotische wereld. Ze laten zien wat de toekomst ons brengt, ook al oogt het heden nog als zo’n warboel.

    Maar de belangrijkste belofte die ten grondslag ligt aan de canon waarvan Toekomstshock de eersteling is, is dat lezers zich met de juiste vooruitziende blik niet alleen kunnen voorbereiden op wat komen gaat, maar er ook van kunnen profiteren. Deze onschuldige vorm van handelen met voorkennis stelt de toekomst voor als een bulkgoed, als een oefening in tijdsbeoordeling waarbij kennis van nieuwe ontwikkelingen financieel voordeel oplevert. Het is geen toeval dat de auteurs van zulke boeken traditioneel een wit, mannelijk en kapitalistisch wereldbeeld hebben; velen van hen werken als in de toekomst gespecialiseerde consultants in het grijze gebied tussen zakenwereld, overheid, technologie, reclame en sciencefiction. 

    Deze zakelijke benadering is tot nu toe dominant in het populair futurisme, maar dat zou wel eens kunnen veranderen. Het afgelopen jaar is er een verbazingwekkend groot aantal nieuwkomers aangetreden, wat gek genoeg voor de hand ligt in een tijd waarin grote onzekerheid heerst over wat er morgen zal gebeuren, om over het komende decennium nog maar te zwijgen. Kan zo’n traditioneel zelfgenoegzaam genre nog enige troost bieden, laat staan deugdelijke inzichten?

    De confrontatie met een tsunami van veranderingen maakte de meeste mensen angstig, gedesoriënteerd en ontregeld

    Om die vraag te beantwoorden moeten we terug naar Toekomstshock. Hoewel de titel ons tegenwoordig nog maar vagelijk bekend voorkomt, werd het boek na zijn publicatie in juli 1970 algauw wereldberoemd. Het ging in miljoenen exemplaren over de toonbank, er werd een door Orson Welles ingesproken documentaire van gemaakt en de titel inspireerde Curtis Mayfield tot een song [Future Shock]. Het boek gaf mede aanzet tot een genre dat nog altijd bloeit en bezorgde Toffler een decennialange carrière als auteur, deskundige en consultant. Herlezing van Toekomstshock toont aan dat het boek niet alleen de kiem heeft gelegd voor de powerpointprofetieën van de TED Talk-cultuur en een hele bedrijfstak van toekomstconsultants heeft gecreëerd, maar ook onze toekomstvisie heeft vormgegeven.

    Ook als fysiek object was het opvallend. Het was zo’n vijfhonderd pagina’s dik, het omvangrijke register niet meegerekend. Het was kleurrijk en, nou ja, futuristisch, tot het ronde maar robotachtige lettertype van de titel aan toe, dat was gebaseerd op het MICR-font [Magnetic Ink Character Recognition], ontworpen om door zowel mensen als machines te kunnen worden gelezen. Futurist Scott Smith herinnert zich dat hij als jongen de lijvige paperback op het nachtkastje van zijn ouders zag liggen en deze er zowel eng als verleidelijk vond uitzien; half grappend zegt hij dat hij er zijn beroepskeuze aan dankt.

    Alvin Toffler, de auteur wiens naam in onuitwisbare letters op het omslag prijkt, was een journalist uit Brooklyn die in het begin van zijn carrière samen met zijn vrouw Heidi schreef over progressieve politiek en de arbeidersbeweging. Ze werkten samen aan een trilogie waarvan Toekomstshock het eerste deel was, maar Heidi werd pas in een later boek officieel erkend als auteur. Dat zelfs een toekomstgericht powerkoppel in dit opzicht verbazingwekkend ouderwets was, bewijst maar weer eens dat we allemaal bevattelijk zijn voor de blinde vlekken van onze tijd, net als Toekomstshock.

    Het kernbetoog van het boek is wellicht herkenbaar, misschien omdat Toffler het zo overtuigend beargumenteerde dat het een cliché is geworden: de wereld veranderde in een exponentieel toenemend tempo, waardoor mensen in ‘shock’ raakten en worstelden om het hoofd boven water te houden. In elk geval in de westerse landen onderging de maatschappij een ingrijpende historische verandering toen de industriële revolutie plaatsmaakte voor de informatie-economie; die verandering werd op haar beurt versneld door nieuwe technologieën op het gebied van massacommunicatie. De confrontatie met een tsunami van veranderingen maakte de meeste mensen angstig, gedesoriënteerd en ontregeld. Het boek probeerde deze nieuwe toestand te doorgronden, de ‘bronnen en symptomen’ ervan bloot te leggen en mogelijke manieren te bedenken om de effecten te verzachten.

    Hij maakt van de toekomst de meest spectaculaire show op aarde, en je zou wel gek zijn als je wegkeek

    De belangrijkste strategie om de toekomstshock te bestrijden, aldus Toffler, was om zich met extra kracht op de toekomst zelf te richten. Hij riep overheidsinstanties op om grootschalige toekomststudies te financieren, sciencefictionauteurs om meer methodische toekomstvoorspellingen in hun boeken op te nemen en Amerikaanse scholen om toekomstgerichte lessen te geven (als tegenwicht tegen geschiedenislessen). ‘Om zulke beelden in het leven te roepen en daarmee de impact van een toekomstshock te verzachten,’ schreef hij, ‘moeten we allereerst zorgen dat speculeren over de toekomst iets respectabels wordt.’

    Dit was geen nieuwe uitdaging; ook H.G. Wells had zich moeite getroost te benadrukken dat de systematische poging om mogelijke toekomsten te projecteren op basis van hedendaagse gegevens een vorm van wetenschap zou kunnen zijn, en niet alleen maar waarzeggerij. Maar dankzij Tofflers boek werd het futurisme een mainstreamfenomeen, dat zich niet beperkte tot militair gebied (zoals de nucleaire scenario’s die de RAND Corporation als eerste uitwerkte), maar ook op de ‘zachte’ sectoren van het dagelijks leven toepasbaar was, van ‘politiek en speelplaatsen tot skydiven en seks’.

    Maar behalve door zijn inhoud vond Toekomstshock ook veel weerklank door zijn stijl. Naar het voorbeeld van de Canadese mediatheoreticus Marshall McLuhan, wiens vermogen om grote ideeën in pakkende soundbites te presenteren onmiskenbaar een inspiratiebron was, maakte Toffler van het medium de boodschap. Zijn toon is evenzeer gealarmeerd als energiek, professoraal als ademloos. Hij spreekt van een ‘vuurstorm van verandering’, van het ‘zinderende schokeffect’ van nieuwe ideeën, van ‘pijlsnel groeiende’ populaties; zijn taalgebruik wedijvert met de voortstuwingssnelheid die hij beschrijft. Hij gebruikt pakkende termen als ‘ad-hoccratie’; hij maakt van de toekomst de meest spectaculaire show op aarde, en je zou wel gek zijn als je wegkeek.

    Zelfs wanneer Toffler de potentiële gevaren van versnelde verandering schildert, zoals ongelukken op boorplatforms of besluitvormingsalgoritmen, en de noodzaak van regelgeving benadrukt, gelooft hij dat oplossingen gelegen zijn in een grondige oriëntatie op toekomstige transformaties. ‘De kracht van de technologische ontwikkelingsdrang is te groot om door vooruitgangssceptici te worden gestopt,’ schrijft hij, en ondanks de soms waarschuwende toon definieert het boek op een bedwelmende manier de voorwaarden voor zijn eigen wereldbeeld. ‘Is dit allemaal overdreven?’ luidt zijn beroemde vraag. ‘Ik denk het niet.’

    Optimaliseren

    Zoals de krachtige stijl van Toekomstshock een bestseller heeft gemaakt, zo heeft het succes van het boek de weg gebaand voor een heel genre dat met de beslommeringen van elk navolgend tijdperk is mee veranderd. Eén subgenre van populair-wetenschappelijke boeken die snel na Toekomstshock verschenen, was sterk gericht op het voorspellen van consumentengedrag, te beginnen in 1982 met Megatrends van John Naisbitt en eindigend in 1991 met The Popcorn Report van de nestrix van de trendspotters: Faith Popcorn.

    Met de eerste dot.com-boom werd technologie een algemener thema, ongetwijfeld geholpen door het zelfbeeld van Silicon Valley als de plek waar de toekomst haar beslag krijgt. Deze nieuwe fase van het genre gaf de prioriteit aan innovaties op hardware- en softwaregebied, en sommige titels begonnen de wildste technologische grenzen op te zoeken, zoals The Age of Spiritual Machines (1999) van Ray Kurzweil en Physics of the Future (2011) van Michio Kaku. Maar of hij nu zakelijk banaal of cybergnostisch is, de klassieke populair-futuristische canon vooronderstelt een publiek dat industrieën wil ontmantelen met behoud van de status quo. Zelfs futuristen als Kurzweil, een van de herkenbaarste hedendaagse auteurs en een erfgenaam van Toffler, presenteren ideeën die revolutionair lijken – de uniciteit, de mogelijkheid van onsterfelijkheid – in een taal die wordt beperkt door individualistisch ondernemersdenken. Alles is doordesemd van de logica van het optimaliseren van alles en iedereen, zelfs van onze ziel.

    Gedurende het grootste deel van hun geschiedenis hebben deze boeken zich vooral op de beperkte perspectieven en doelstellingen van het bedrijfsmatige futurisme gericht. Vaak onder invloed van de agenda van haar klanten, concentreert de toekomstbranche zich op het oplossen van de problemen waarvoor ze is ingehuurd. Omdat ze zijn voortgekomen uit organisatieadviesbureaus en oververhitte start-ups, zijn futuristen meer geïnteresseerd in, en kunnen ze zich gemakkelijker een voorstelling maken van ruimtekolonies en het eeuwige leven – voor sommigen een rechtstreekse weg naar winst – dan van een kwestie als het afschaffen van gevangenissen.

    (Een nieuwe ster aan Tofflers toekomstversnellingsfirmament, maar zonder zijn weloverwogen zorgen te delen, is The Future Is Faster Than You Think van Peter Diamandis en Steven Kotler, waarin ademloos wordt beschreven hoe nieuwe technologieën zoals kunstmatige intelligentie ertoe zullen leiden dat de mensheid ‘een grotere omwenteling zal meemaken en meer rijkdom zal creëren dan in de afgelopen honderd jaar’. Wie met de omwenteling wordt geconfronteerd en naar wie de rijkdom gaat is niet moeilijk te raden. Problemen als klimaatverandering, stelt het boek, kunnen te lijf worden gegaan met zich steeds verder ontwikkelende gadgets, zoals goedkopere zonnepanelen en brandweerdrones.)

    Kathedraaldenken

    Maar terwijl de regels en de definitie van het ‘toekomstdenken’ veranderen en zich verspreiden via andere stemmen, geografieën en ideologische structuren, verandert het populair-futuristische boek mee – en treedt het soms uit Tofflers voetsporen, als het al niet een geheel nieuwe weg inslaat.

    Vorig jaar verscheen After Shock, een officiële hommage aan Toekomstshock. De bundel bevat lovende maar zeker ook kritische woorden van de hand van meer dan honderd hedendaagse futuristen en denkers. Het boek How to Future: Leading and Sense-Making in an Age of Hyperchange van Scott Smith en Madeline Ashby staat voor een stap in een andere richting en beschrijft strategieën voor het begeleiden en creëren van verandering in verschillende contexten, die zich lang niet altijd beperken tot het commerciële en technologische domein. Het is een bewonderenswaardige poging om tot een ‘toekomsthandleiding’ voor verschillende doelgroepen en doelstellingen te komen, geïllustreerd met de toepassing van bijvoorbeeld scenarioplanning, een in de Koude Oorlog door militairen ontwikkelde methodologie, op terreinen als non-profitmanagement en gezondheidszorg. De casestudy’s en procesbeschrijvingen zijn verhelderend, al gaat de gedetailleerdheid soms te ver voor de niet-academische lezer die het in de naaste toekomst niet als handboek zal gebruiken.

    Ook het veelgenoemde idee van ‘langetermijndenken’ duikt in diverse recente boeken op als een cruciaal middel om een andere existentiële dreiging te lijf te gaan: de klimaatcrisis. In De goede voorouder roept filosoof Roman Krznaric kalm op tot een heroriëntering op de toekomst, niet ten bate van onszelf (zoals typerend is voor het populair-futuristische boek), maar van onze verre nazaten. Hij gebruikt de term ‘kathedraaldenken’ voor reusachtige projecten die niet tijdens ons eigen leven zullen worden afgerond, maar waarmee nu wel hoognodig een begin moet worden gemaakt, vergelijkbaar met het werk van verschillende generaties aan de middeleeuwse kathedralen die hun achterkleinkinderen pas voltooid zouden zien.

    Waar in boeken als Toekomstshock de toekomst wordt beschreven als een reusachtige golf die onontkoombaar en verpletterend op ons af raast, is de centrale metafoor in het boek van Krznaric (dat soms leest alsof je door een stil bos dwaalt) de eikel. Het gaat erom dat je bijvoorbeeld niet alleen maar bomen plant (al wordt herbebossing letterlijk een cruciaal langetermijnproject genoemd), maar ook het belang en het potentieel van het huidige moment benadrukt, hoe gebrekkig ook, om de toekomst te beïnvloeden.

    Interactieve kaartspellen zijn misschien wel beter dan een boek in staat de vreemde, veranderlijke manieren te belichamen waarop de toekomst zich ontvouwt

    Het meest inventief wordt dit thema misschien wel onderzocht in populair-futuristische projecten die de grenzen van het boek volledig overschrijden. Een daarvan is Afro-Rithms from the Future, een digitaal kaartspel dat spelers uitdaagt toekomstscenario’s te bedenken met een expliciete focus op zaken als sociale rechtvaardigheid en ongelijkheid. Tot het team dat het spel heeft ontwikkeld behoren futurist, acteur en kunstenaar Ahmed Best en Lonny Brooks, universitair hoofddocent Communicatie aan de California State University. Het spel maakt gebruik van afrofuturistische denkwijzen en kunstvormen om radicale visies op een rechtvaardiger wereld te stimuleren en groepsdiscussies uit te lokken over het veranderen van de huidige situatie om zover te komen. De kosmische, bontgekleurde kaarten zijn uitnodigend en in scherp contrast met het beeld van blauwe lasers dat maar al te vaak de standaardesthetiek van de ‘toekomst’ vormt. Interactieve kaartspellen en collectieve verhaalprojecten zijn misschien wel beter dan een lineair boek in staat de vreemde, veranderlijke, participatieve manieren te belichamen waarop de feitelijke toekomst zich ontvouwt.

    Ook voordat de coronapandemie begin 2020 over de wereld begon te razen, hadden de catastrofale vooruitzichten voor de planeet – klimaatverandering, opkomend nationalisme, systemische ongelijkheid, technologie die meer problemen veroorzaakt dan oplost – iedere hoop op een stabiele toekomst al de bodem ingeslagen. Maar een heel klein lichtpuntje is misschien dat dit het jaar kan worden waarin we het duidelijkst beseffen dat we op een geheel nieuwe manier over de toekomst zullen moeten praten, als we die rechtvaardig en duurzaam willen maken voor iedereen. Net als in 1970 wordt de toekomst momenteel gevormd door ingewikkelde interacties van mensen, systemen, gemeenschappen en materiële en milieuomstandigheden – en door de verhalen waardoor die interacties worden beïnvloed.

    Dit nieuwe hoofdstuk van populair futurisme toont zijn blijvende aantrekkingskracht als een vertrouwd dialect, ook al is de boodschap die het genre brengt nu van een andere urgentie. Misschien kan het nog altijd nieuwe toekomstperspectieven voor een gezondere wereld bieden, maar die moeten dan wel net zo levendig en onweerstaanbaar overkomen als Toekomstshock vijftig jaar geleden. Waar Toffler en zijn volgelingen de versnelde, door winstbejag gedreven toekomst duizelingwekkend maakten, probeert de volgende generatie denkers deze paradox op te heffen en tragere, meer op herstel en gemeenschapszin gerichte toekomsten te verzinnen, die even onweerstaanbaar zijn.

  • Een ode aan de tradities van Dagestan

    Een ode aan de tradities van Dagestan

    Makhacheva wordt gezien als ‘hoop van de Russische kunstscene’. Zelf wil ze zich vooral inzetten voor de plek waar ze vandaan komt: Dagestan.

    KUNST | Vroeger wilde de Russische kunstenares Taus Makhacheva clown worden, vertelt ze aan Ibraaz, een kunstplatform gericht op Noord-Afrika en het Midden-Oosten. In het circus was er in tegenstelling tot andere plekken in de Sovjettijd ruimte om grapjes te maken, er was een soort vrijheid van meningsuiting. Ook haar grootouders inspireerden haar, ‘met hun humoristische kritiek op het dagelijks leven, waarmee ze de samenleving en zichzelf hielpen veranderen,’ aldus Makhacheva.

    Ze staat vooral bekend om haar performance- en videowerken die kritisch onderzoeken wat er gebeurt als verschillende culturen en tradities elkaar raken, schrijft The Moscow Times. Ze groeide op in de Kaukasus-regio van Dagestan, een regio die bekend staat om de eeuwenlange machtsstrijd vanwege de ligging tussen Europa, Azië en het Midden-Oosten, en beschouwt haar werk ondanks haar kritische houding ook als ode aan haar achtergrond: ‘Ik belichaam de plaats waar ik vandaan kom.’

    ‘Ze slaagt erin de traditionele vormen van geschiedenis in twijfel te trekken‘

    Volgens Frieze slaagt ze erin de traditionele vormen van geschiedenis in twijfel te trekken en de wrijving te onderzoeken tussen subjectieve opvattingen en vooraf vastgestelde ideeën. ArtAsiaPacific vindt haar werk inderdaad humoristisch, vooral in de manier waarop ze laat zien hoe rituelen van de samenleving gaandeweg veranderen in merkwaardige spektakels.

    Kommersant riep Makhacheva naar aanleiding van haar eerste tentoonstelling in haar geboorteplaats Machatsjkala uit tot ‘de hoop van de Russische kunstscene’: ‘doordat haar werk deels Engels is [ze werd opgeleid aan King’s College] en een postkoloniale reflectie bevat, zijn met name de installaties met betrekking op het Kaukasische materiaal een ideaal exportartikel van hedendaagse kunst in Rusland.’ De kunstenaar zelf, voegt de Russische krant eraan toe, is liever de ‘hoop’ van de lokale Dagestaanse kunstscene.

    Van 26 mei tot 22 maart 2022 in Foam, Amsterdam.

    Laura Weeda

  • Smeltende gletsjer is mondiaal gevaar | Ikea krijgt een boete

    Smeltende gletsjer is mondiaal gevaar | Ikea krijgt een boete

    Waarom deze smeltende gletsjer een mondiaal gevaar is

    De smeltende Pine Island-gletsjer van West-Antarctica stond al bekend als de grootste aanjager van de zeespiegelstijging. Dat wordt nog erger omdat de ijsplaat versneld uiteenvalt. Dit schrijft The Washington Post naar aanleiding van een nieuw onderzoek dat afgelopen vrijdag werd gepubliceerd.

     De Pine Island-gletsjer, een ijsrivier van 260 kilometer lang, staat bekend als de zwakke plek van West-Antarctica. Hij draagt meer bij aan de zeespiegelstijging dan enige andere gletsjer van het continent en behoort tot de snelst smeltende gletsjers ter wereld.

    In tegenstelling tot andere Antarctische gletsjers, wordt de Pine Island-gletsjer niet beschut tegen de opwarmende oceaan door een grote massa zee-ijs. Het enige dat voorkomt dat hij rechtstreeks in de Amundsenzee stroomt, is een drijvende ijsplaat aan de voorkant van de gletsjer. Die fungeert als een kurk in een fles die de enorme druk aan de achterkant opvangt.

    Maar die ijsplaat scheurt nu zelf uit elkaar. De afgelopen vijf jaar ging een vijfde van zijn massa verloren, waardoor ijsbergen zo groot als steden zijn afgestoten. Er zijn scheuren ontstaan in het midden van de ijsplaat, hetgeen mogelijk bijdraagt aan de instabiliteit.

    Als dit proces doorgaat, ‘kan de hele ijsplaat de komende jaren uit elkaar vallen en dat is veel sneller dan we hadden verwacht’

    Inmiddels is er een nieuwe reden voor zorgen om de Pine Island-gletsjer. Volgens het onderzoek dat vrijdag in Science Advances is gepubliceerd, stroomt de gletsjer 12 procent sneller naar de oceaan dan vier jaar geleden; het gevolg van de afbrokkelende, verzwakte ‘kurk’.

    Als dit proces doorgaat, ‘kan de hele ijsplaat de komende jaren uit elkaar vallen en dat is veel sneller dan we hadden verwacht’, aldus Ian Joughin, een glacioloog aan het Applied Physics Laboratory van de University of Washington, die meeschreef aan het rapport.

    Het verlies van de ijsplaat zou het verval van de Pine Island-gletsjer verder versnellen. Hoe sneller die stroomt, hoe meer ijs er in de oceaan terecht komt, waardoor de zeespiegel stijgt. De gletsjer voegt elk jaar al een zesde millimeter toe aan de zeespiegelstijging, maar het verlies van de ijsplaat zou die snelheid kunnen verdubbelen of verdrievoudigen, volgens Joughin. Pine Island bevat ongeveer 180 biljoen ton ijs en dat is genoeg om een zeespiegelstijging van zo’n 49 centimeter te veroorzaken. ‘Ik ben echt geen catastrofedenker’, zegt Joughin. ‘Maar de staat van de ijsplaat staat zeker ter discussie.’

    Afkalven

    Eerder richtten wetenschappers zich op het langzame maar gestage dunner worden van de ijsplaat doordat warm oceaanwater eronder stroomt. Dit smelten maakt ijsplaten kwetsbaarder voor instorting tijdens de Antarctische zomer, wanneer hoge temperaturen zorgen dat het oppervlak smelt. Maar aangezien de temperaturen in West-Antarctica zelden meer dan een paar graden boven het vriespunt liggen, werd verwacht dat dat proces eeuwen zou duren.

    Wat er nu gebeurt, gaat veel sneller en is minder voorspelbaar, volgens Joughin. Het lijkt erop dat de snelle verschuiving van de gletsjer breuken veroorzaakt in de ijsplaat, wat ertoe leidt dat er meer stukken afbreken of ‘afkalven’. Computersimulaties en wiskundige modellen ondersteunen het idee dat dit proces verantwoordelijk is voor de versnelde stroming van de gletsjer.

    De ijsplaat van Pine Island kalfde vroeger om de vier tot zes jaar af, volgens NASA, maar sinds 2017 zijn er elk jaar enorme brokken ijs verloren gegaan. Radarinstrumenten aan boord van de Sentinel-1-satellieten van de European Space Agency leggen elke zes dagen beelden van de gletsjer vast, zelfs tijdens de maandenlange duisternis in de Antarctische winter. Hierdoor kunnen wetenschappers de ijsplaat bijna in realtime zien breken.

    NASA-wetenschappers vlogen in 2018 over een van de nieuwgevormde ijsbergen van Pine Island. Zelfs vanaf 450 meter hoogte besloeg een deel ter grootte van de stad Seattle het hele gezichtsveld van de onderzoekers. ‘Het was spectaculair, inspirerend en nederig makend tegelijk’, schreef Brooke Medley, projectwetenschapper voor Operation IceBridge, in een blogpost.

    Maar slechts twee jaar later braken grote stukken af van de randen van de ijsplaat. Daardoor is het alsof de kurk in de fles met de Pine Island-gletsjer aan het afbrokkelen is.

    Iets soortgelijks gebeurde in de jaren negentig en het begin van de jaren 2000 met gletsjers op het Antarctisch Schiereiland, het staartvormige deel van het continent dat zich uitstrekt naar Zuid-Amerika. Daar veroorzaakten warme temperaturen het catastrofale uiteenvallen van ijsplaten in de loop van slechts een paar jaar. Twee decennia later stromen de gletsjers van het schiereiland nog steeds twee of drie keer zo snel als voorheen, hetgeen bijdraagt aan de zeespiegelstijging.

    ‘De waarneming van zo’n zelfde proces op de Pine Island-gletsjer is nieuw en zorgwekkend’, zegt Bethan Davies, een glacioloog aan de Royal Holloway University of London die niet betrokken was bij de nieuwe studie.

    Pine Island en andere West-Antarctische gletsjers zijn veel groter dan de gletsjers die uit het Antarctische schiereiland stromen, aldus Davies, waardoor de gevolgen veel extremer zullen zijn. ‘Het verlies van ijs hier zou catastrofaal en onomkeerbaar kunnen zijn.’

    De modellen van Joughin kunnen niet zeggen wat er daarna gaat gebeuren. Hij en zijn collega’s hebben geen smeltvijvers waargenomen op het oppervlak van de ijsplaat, iets waarvan bekend is dat het ijs er minder stabiel door wordt. Het scheuren van het ijs leek in 2020 te verminderen. Maar als de versnelde stroom van de gletsjer breuken blijft veroorzaken, kan dit leiden tot een terugkoppeling waardoor de ijsplaat in een spiraal van verval terecht komt. ‘Het is zeker niet ondenkbaar dat de rest van de ijsplaat over tien jaar verdwenen is’, zegt Joughin. 

    Als ijsplaten snel en resoluut kunnen verschuiven, kan de mensheid dat ook. Door het ozongat te helen en snel actie te ondernemen tegen klimaatverandering, zullen de omstandigheden in de atmosfeer en de oceanen van Antarctica veranderen en dat zal helpen de gletsjers van het continent te stabiliseren.

    ‘De toekomst kan veranderd worden’, zegt Davies, ‘op voorwaarde dat mensen doen wat nodig is.’


    Hoe een tachtigjarige vecht voor haar taal

    In Zuid-Afrika is de kliktaal n|uu uniek, maar ook bedreigd: slechts enkele hoogbejaarden spreken het nog vloeiend. Daarom is er nu een schrijfsysteem ontwikkeld om de taal te bewaren en te kunnen onderwijzen, schrijft het Britse iNews.

    Katrina Esau groeide op in een blanke boerderij aan de rand van de Kalahari-woestijn in Zuid-Afrika tijdens de apartheid. Haar werkgever verbood haar om de taal te spreken die ze van haar moeder had geleerd. De taal N|uu, bekend van de ‘klik’klanken en ooit gesproken door de jager-verzamelaars van de Noord-Kaap die tegenwoordig bekend staan als San of ‘bosjesmannen’, was een halve eeuw lang bijna vergeten.

    Dat was het gevolg na eeuwen van uitroeiing en assimilatie van de San. Decennialang werd gedacht dat N|uu, zoals veel van de oorspronkelijke kliktalen van zuidelijk Afrika, was uitgestorven.

    Maar eind jaren negentig, na decennia van apartheid, deed Elsie Vaalbooi, een N|uu-spreker, op de lokale radio een beroep op andere sprekers om naar voren te komen. Het bleek dat er nog ongeveer twintig bejaarde sprekers van de taal in de regio van de Noord-Kaap leefden. Een paar jaar later was dat aantal al drastisch afgenomen. Tegenwoordig is Katrina Esau de enige die het N|uu nog vloeiend spreekt. Ze is achter in de tachtig.

    De afgelopen twee decennia heeft Esau gewijd aan het onderwijzen van N|uu, in een poging de taal en cultuur van de San te behouden. In een klaslokaal aan de voorkant van haar huis in Upington leert ze lokale kinderen de oorspronkelijke taal van haar thuisland. Ondanks jaren van verplicht zwijgen, verloor ze nooit haar spreekvaardigheid. ‘Ik heb deze taal niet geleerd maar kreeg hem via de borst van mijn moeder’, zegt ze in Lost Tongue, een film over N|uu die in 2016 werd gemaakt.

    Afrika is het enige continent met talen waarin klikken gewone medeklinkers zijn. Het kenmerkende geluid wordt geproduceerd met de punt van de tong tegen de boventanden. N|uu, geclassificeerd als ernstig bedreigde taal door Unesco, is een van de slechts drie talen waarvan bekend is dat ze een ‘kiss-klik’ hebben die met beide lippen wordt geproduceerd.

    Om deze buitengewoon rijke taal te onderwijzen, gebruikt Esau, die nooit heeft leren lezen of schrijven, zang, spel en beelden. Het helpt haar leerlingen, in de leeftijd van drie tot negentien jaar, om basisbegrippen te leren, zoals begroetingen, lichaamsdelen, dierennamen en korte zinnen.

    Zij zijn de enige studenten van N|uu ter wereld die een taal leren met 114 verschillende geluiden, waaronder 45 klikken, 30 niet-klikmedeklinkers en 39 klinkers. Om dit in context te plaatsen: Engels, Russisch en Chinees hebben ongeveer 50 klanken.

    Lees ook:

    De afgelopen jaren werd Esau in haar missie bijgestaan door academici Sheena Shah en Matthias Brenzinger. Samen met leden van de gemeenschap hebben ze een N|uu-orthografie opgesteld, conventies voor het schrijven van de taal, en leermiddelen gemaakt voor Esau’s school.

    De kroon op het werk is een geïllustreerde drietalige N|uu-Afrikaans-Engelse reader van honderdzestig pagina’s, waarin de mondelinge taal is omgezet in een geschreven taal. De reader dient als een hulpmiddel waarmee ook Esau’s kleindochter, Claudia Snyman, leerlingen de geschreven taal kan onderwijzen.

    ‘Wat Ouma Katrina heel graag wilde, was les- en leermateriaal’, aldus Shah. ‘Kinderen in haar gemeenschap gingen ’s ochtends naar school met schoolboeken voor wiskunde, Engels en Afrikaans. Maar voor haar naschoolse lessen bestond geen gedrukt materiaal. Ze wilde dat haar taal op hetzelfde niveau werd behandeld.’

    De titel van de reader, Ouma Geelmeid ke kx’u ||xa||xa N|uu (Ouma Geelmeid leert N|uu), bevat een verhaal uit Esau’s verleden. Als kind noemde de Afrikaanse eigenaar van de boerderij waar ze werkte haar ‘Geelmeid’, een aanstootgevende verwijzing naar haar huidskleur. Tegenwoordig staat ze bekend als Ouma (Oma) Katrina.

    ‘Voor Ouma Katrina is N|uu een centraal onderdeel van haar leven’, zegt Shah, die haar tijd verdeelt over universiteiten in Hamburg, Londen en Bloemfontein in Zuid-Afrika. ‘Als taalkundigen zijn we geïnteresseerd in hoe mensen taal gebruiken in de dagelijkse communicatie. Met Ouma Katrina kun je uren luisteren naar de verhalen die ze vertelt en de liedjes die ze zingt.’

    Schildpad en struisvogel

    Gezien haar hoge leeftijd wordt hard gewerkt om ervoor te zorgen dat de taal ook in de toekomst gehoord blijft worden. Volgens Brenzinger, van de Universiteit van de Vrijstaat in Bloemfontein, zijn er audio- en video-opnamen gemaakt van Esau, zodat de gesproken taal behouden kan blijven.

    Een ander hoopgevend teken is de recente publicatie door Esau en haar kleindochter van een boek met kinderverhalen in het N|uu, Afrikaans en Engels, genaamd !Qhoi n|a Tjhoi (schildpad en struisvogel). Het volksverhaal, verteld door Esau, is bedoeld om jongeren te inspireren door de sluwe capriolen van een schildpad.

    Elinor Sisulu, directeur van een stichting voor kinderliteratuur die achter het kinderboek staat, bepleit dat het werk van Esau financieel moet worden ondersteund. ‘Ouma Katrina is de wereldexpert in de N|uu-taal en de cultuur van haar mensen’, zegt ze. ‘Niemand weet meer dan zij. Als zodanig zou ze de status van professor van de N|uu-taal moeten krijgen en een overeenkomstig salaris moeten krijgen.’

    Voor Esau, die een van Zuid-Afrika’s hoogste onderscheidingen ontving, de Orde van de Baobab in zilver, als erkenning voor haar inspanningen om de taal en cultuur van de San te behouden, gaat het essentiële werk door. Nadat ze haar onderscheiding had ontvangen van de toenmalige president Jacob Zuma, zei ze: ‘Andere mensen hebben hun eigen taal. Waarom moet mijn taal sterven? Het moet doorgaan. Zolang er mensen zijn, moet de taal doorgaan.’


    Boete voor Ikea

    Een Franse rechtbank heeft het meubel- en woninginrichtingsconglomeraat Ikea dinsdag veroordeeld tot het betalen van een boete van 1 miljoen euro nadat het bedrijf schuldig is bevonden aan het bespioneren van zijn personeel en het opslaan van personeelsgegevens. Dit schrijft Deutsche Welle.

    In 2012 begon een strafrechtelijk onderzoek naar het bedrijf, naar aanleiding van berichten over wijdverbreid ‘gesnuffel’ dat werd gebruikt tegen zowel werknemers als klanten die een geschil hadden met Ikea Frankrijk.

    Volgens de aanklagers had de Franse dochteronderneming een particulier beveiligingsbedrijf en privédetectives ingehuurd om illegaal informatie over werknemers en toekomstige medewerkers te verkrijgen als onderdeel van een ‘spionagesysteem’ dat van 2009 tot 2012 actief was.

    De voormalige topman van Ikea France, Jean-Louis Baillot, werd schuldig bevonden en kreeg een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaar. Hij kreeg ook een boete van  50.000 euro voor het opslaan van persoonlijke gegevens.

    Baillot had eerder ontkend dat hij iets verkeerd had gedaan en legde de schuld bij zijn voormalige hoofd risicobeheer, Jean-Francois Paris. Die heeft toegegeven namen van mensen naar een particulier beveiligingsbedrijf, Eirpace, te hebben gestuurd.

    Ongeveer vijftien mensen stonden terecht voor het spionagesysteem, waaronder een andere voormalige CEO van Ikea Frankrijk, Stefan Vanoverbeke. Ook vier politieagenten stonden terecht. Ze worden ervan beschuldigd vertrouwelijke informatie aan Ikea Frankrijk te hebben overhandigd.

  • In den beginne was het gebaar. Hoe we hebben leren communiceren

    In den beginne was het gebaar. Hoe we hebben leren communiceren

    We staan er zelden bij stil, maar spreken is een uiterst complexe vaardigheid. Hoe beeld je een woord als leegte aan elkaar uit als je nog geen enkele referentie hebt? Onderzoekers reisden terug naar het allereerste begin van de communicatie.

    ‘Im Anfang war das Wort…’

    Bijna vijfhonderd jaar geleden formuleerde Maarten Luther deze eerste regel van het Johannesevangelie in het Nieuwe Testament, toen hij de Griekse versie vertaalde in het Duits. Bedoeld was het goddelijke Woord aan het begin van de schepping. Maar deze regel werpt ook een fundamentele vraag op: Wat was het begin van de menselijke taal? Het woord, of iets anders?

    Hoe ontwikkelde zich precies het systeem dat een reeks opeenvolgende klanken een betekenis geeft? De grammatica die ieder van ons in zijn moedertaal moeiteloos beheerst? Generaties wetenschappers hebben hun tanden stukgebeten op dit raadsel. De Berliner Akademie der Wissenschaften loofde in 1769 al een prijs uit voor de oplossing ervan. De geleerden twistten erover of de taal door mensen gemaakt of door God gegeven was. In de loop van de achttiende eeuw verhevigde het debat, daarna verdween het van de wetenschappelijke agenda en tegen het einde van de twintigste eeuw dook het weer op.

    Vanuit heel verschillende invalshoeken benaderen wetenschappers de vraag hoe de mens tijdens zijn evolutie de taal heeft ontwikkeld. Onderzoekers uit Leipzig hebben gekozen voor een bijzondere aanpak. De ontwikkelingspsycholoog Manuel Bohn probeert de ontwikkeling van de taal in het laboratorium te achterhalen. Samen met zijn collega Gregor Kachel en de prominente Amerikaanse gedragsonderzoeker Michael Tomasello, bedacht hij een reeks experimenten waarin kinderen in de leeftijd van zes tot twaalf jaar de hoofdrol spelen.

    Het bijbelcitaat zou moeten luiden: ‘In den beginne was het gebaar’

    De onderzoekers observeerden wat er gebeurt wanneer kinderen die geen gemeenschappelijke taal hebben elkaar ontmoeten. Voor de serie experimenten, die plaatsvond in de testruimtes van het Max Planck Instituut voor Evolutionaire Antropologie in Leipzig, werden steeds twee jonge proefpersonen via een videoverbinding met elkaar in contact gebracht. Om de gemeenschappelijke taal te elimineren, stond het geluid uit.

    Behalve het beeldscherm waarop elk kind het andere kon zien, stond in beide ruimtes een bord met vijf afbeeldingen. Daarop waren tekeningen te zien van alledaagse activiteiten zoals haar kammen, hameren of fietsen. Eerst vroegen de onderzoekers steeds een van de kinderen om de inhoud van een van de afbeeldingen over te brengen naar het kind in de andere ruimte, maar zonder woorden te gebruiken.

    Selden Codex pg 07 panel 3 1 1
    Passage uit het Mixteeks-manuscript van omstreeks 1566. De twee figuren aan de rechterkant tonen het rood-witte vuurstenen mes-pictogram dat aan hun kleine spraakrollen is bevestigd. Dit betekent dat ze de reizigers aan de linkerkant verbaal aanvallen. – © Wikipedia

    Terwijl de zesjarigen spontaan gebaren maakten, dus bijvoorbeeld de beweging van het hameren nabootsten, deden de jongeren dat pas als de begeleiders hen op die mogelijkheid wezen. Was de communicatie eenmaal op gang gekomen, dan begreep men elkaar in beide leeftijdsgroepen even goed.

    ‘Goed’ betekent in dit geval dat het kind dat het gebaar van zijn tegenhanger op het beeldscherm bekeek en vergeleek met de vijf afbeeldingen, vaker de juiste afbeelding aanwees dan wanneer de keuze zuiver toeval was geweest.

    ‘Gebaren zijn krachtig,’ zegt Manuel Bohn. ‘Ze zijn heel geschikt om je verstaanbaar te maken als je nog geen gemeenschappelijke taal hebt.’ Dat heeft iedereen wel eens meegemaakt. Als je mensen tegenkomt die jouw taal niet spreken, dan gebruik je je handen: je wenkt iemand naderbij of brengt de handen naar de mond als je ‘eten’ wilt aanduiden.

    Hendrick van Cleve III 1525 1589 De bouw van de toren van Babel Kröller Müller Museum Otterlo 23 08 2016 13 10 57.JPG 1
    De bouw van de toren van Babel, Hendrick van Cleve III (1525-1589)

    Nabootsing

    Het bijbelcitaat zou dus moeten luiden: ‘In den beginne was het gebaar’, en volgens de onderzoekers een speciaal soort gebaar. ‘De kinderen hebben spontaan een uitbeeldend gebaar gebruikt om een link met het hameren op de afbeelding te leggen,’ verklaart Bohn. Vertaald naar de klanktaal corresponderen de pantomimische gebaren met de klanknabootsende begrippen. In het Duits en ook in andere talen berusten verhoudingsgewijs maar weinig woorden op klanknabootsing. Bijvoorbeeld de werkwoorden ‘klatschen’ (klappen) of ‘tuscheln’ (fluisteren). Ze imiteren het geluid dat twee handen voortbrengen als ze op elkaar slaan of als we zo zachtjes spreken dat alleen wie vlakbij staat ons verstaat.

    Klanknabootsende woorden zijn een afbeelding van het geluid dat een bepaalde bezigheid produceert, precies zoals veel gebaren een uitbeelding van die bezigheid zijn. 

    Het idee dat woorden door nabootsing van natuurlijke geluiden ontstonden, is niet nieuw. Ook taalfilosoof Johann Gottfried Herder, die de wedstrijd van de Berliner Akademie der Wissenschaften won, meende dat mensen de eerste taal ontwikkelden ‘uit klanken van de levende natuur’.

    Natuurlijk: schapen blaten, bijen zoemen en duiven koeren. Maar kan er werkelijk sprake zijn van taal als we klanknabootsende geluiden voortbrengen? Of wanneer kinderen handbewegingen kiezen en die steeds verder ontwikkelen? Voor taalwetenschappers is daar geen twijfel aan mogelijk.

    De Franse theoloog Charles-Michel de l’Epée, die in de tweede helft van de achttiende eeuw met hulp van dove mensen een Franse gebarentaal ontwikkelde, was ervan overtuigd dat gebarentalen volwaardige talen zijn, want ze blijven niet steken in afzonderlijke uitbeeldende gebaren, net zomin als de klanktalen in klanknabootsende natuurgeluiden. 

    ‘Leegte’ of ‘niets’

    ‘Als je spreek over taal, moet je daarin gebarentaal altijd meedenken,’ zegt Manuel Bohn. Hoe die taal wordt uitgedrukt, in geluiden of gebaren, is van ondergeschikt belang. Doorslaggevend acht de onderzoeker de psychische voorwaarden die talige communicatie mogelijk maken: ‘Zoals de kinderen in het experiment wil ook een persoon in het communicatieproces altijd iets meedelen, en de ander iets begrijpen,’ legt Bohn uit.

    Deze doelgerichte aandacht die de kinderen in het experiment opgebracht hebben voor de samen te volbrengen opdracht, is ook voor gedragsonderzoeker Michael Tomasello de voorwaarde zonder welke de taal zich niet had kunnen ontwikkelen.

    ‘Gezamenlijke aandacht en perspectiefwisselingen zijn voor menselijke samenwerking en sociale interactie zo doorslaggevend, dat de soort nieuwe vormen van communicatie heeft ontwikkeld die van daaruit zijn opgebouwd,’ schrijft Michael Tomasello in zijn in 2020 verschenen boek Mensch werden (Mens worden). Zo gezien is de ontwikkeling van deze competenties een grote sprong in de evolutie van de mens. Daarmee vergeleken is de nieuwe vorm van communicatie, de uitvinding van de taal, maar een kleine stap.

    sign language 2 1 1

    Maar als het gebaar of ook de klanknabootsing aan het begin stond, hoe heeft de taal zich daaruit dan precies ontwikkeld? Ook op deze vraag hebben de onderzoekers uit Leipzig in hun experimenten een antwoord gezocht. Manuel Bohn en zijn collega’s observeerden verschillende stappen in de taalontwikkeling, bijvoorbeeld de overgang van beeldende naar abstracte gebaren. 

    ‘Wat gebeurt er wanneer de kinderen niet kunnen teruggrijpen op een concrete alledaagse ervaring als hameren of fietsen? Scheppen ze dan een abstract teken? Dat wilden we uitzoeken,’ zegt de onderzoeker. In dit experiment ‘kregen de kinderen de opdracht een abstract begrip als ‘leegte’ of ‘niets’ over te brengen. Een leeg blad papier verbeeldde dat.

    Het verband tussen het signaal en zijn betekenis is willekeurig, net als bij de meeste woorden in de talen van de wereld

    Een van de kinderen probeerde eerst zich te verduidelijken met verschillende gebaren zoals het demonstratief tonen van lege handen en wees toen op verschillende witte dingen in de ruimte. Zonder succes. Ten slotte ontdekte het een witte punt op zijn T-shirt en wees er steeds opnieuw op met zijn wijsvinger.

    Nu leek het andere kind te begrijpen wat er bedoeld werd en gaf te kennen dat het begrepen was doordat het naar het lege blad in zijn ruimte greep. Toen het raadspelletje met verwisselde rollen werd voortgezet, herhaalde dit kind het gebaar van zijn gesprekspartner en wees met de wijsvinger op de corresponderende plek op het eigen T-shirt – ook al was daar geen witte punt te zien.

    Wat was er gebeurd? De kinderen waren het binnen een paar minuten eens geworden over een handbeweging die als symbool voor een bepaalde inhoud, een bepaalde betekenis stond. Een geweldige stap van de simpele, spontane geste naar een vast, afgesproken gebaar dat in elke willekeurige situatie benut en begrepen kan worden.

    Het verband tussen het signaal en zijn betekenis is daarbij willekeurig, net als bij de meeste woorden in de talen van de wereld. Want ze berusten – anders dan de weinige klanknabootsende woorden – op een conventie.

    Dat betekent dat een taalgemeenschap het op een bepaald moment erover eens is geworden dat het woord ‘hamer’ een hamer betekent, en niet een stoel. De betekenis heeft met het ding op zich niets te maken. En mocht er toch ooit een direct verband zijn geweest, dan is dat in de loop van millennia van taalontwikkeling verloren gegaan.

    Grondregels

    Maar talen – gesproken of in gebaren – bestaan niet alleen uit afzonderlijke symbolen, die worden ook op een bepaalde manier samengevoegd en krijgen daardoor nog meer betekenissen. Deze grammatica kan binnen bepaalde taalfamilies op elkaar lijken, zoals in de talen van de Indo-Europese taalfamilie, waartoe alle Europese talen behoren (behalve Hongaars, Fins, Estisch en Baskisch), maar ook veel West- en Zuid-Aziatische talen als Armeens, Perzisch en Hindi.

    Maar in elke taal zijn de regels een beetje anders. Een vraag die de taalkundige Artemis Alexiadou fascineert is of er tenminste één grondregel is die voor alle talen geldt. ‘Mijn onderzoek heeft aangetoond dat de theoretische aanname dat een werkwoord in alle talen nooit alleen voorkomt, maar altijd een subject moet hebben, klopt,’ zegt Alexiadou, plaatsvervangend directeur van het Leibniz Centrum voor Algemene Taalwetenschap in Berlijn.

    Een grondregel waaraan ook de kinderen in het taalonderzoekslab in Leipzig spontaan gehoorzaamden. De onderzoekers legden hun jonge proefpersonen – deze keer waren het acht- tot tienjarigen – afbeeldingen voor waarop bijvoorbeeld een aap op een kat jaagt en vroegen hen om het gebeuren te beschrijven.

    800px Cuneiform evolution from archaic script 1 1
    De evolutie van het archaïsche schrift. – © Wikipedia

    De kinderen creëerden daarop niet een enkel gebaar voor het gebeuren. Ze beeldden de scène net als in een zin woord voor woord uit: eerst de aap, vervolgens duidden ze ‘rennen’ aan, daarna imiteerden ze een kat, bijvoorbeeld door het aflikken van de poten.

    Ze vormden de zinnen uit bewegingen met hun handen op een manier zoals de grammatica van bijna alle talen ter wereld voorschrijft: eerst het subject, dan het object. Maar grijpen die jeugdigen bij het op een rij zetten van de gebaren niet gewoon terug op de structuur van hun moedertaal? De taalkundige Alexiadou gelooft dat niet. Ze weet het zeker: ‘Dat het subject, dus de uitvoerder van zo’n handeling, eerst genoemd wordt, is een cognitieve beslissing, geen taalkundige.’ 

    Deze hypothese werd bevestigd door een later experiment: de onderzoekers uit Leipzig lieten twaalfjarige kinderen afbeeldingen zien van objecten, bijvoorbeeld van een kleine hamer, een grote hamer, of een heleboel hamers. Opnieuw knoopten de kinderen twee gebaren aan elkaar. Maar deze keer varieerde de volgorde.

    Kinderen zoeken actief naar mogelijkheden om het met een ander kind eens te worden. En wel op een manier die zo makkelijk mogelijk wordt begrepen

    Nu eens beeldden ze eerst de hamer uit en dan een gebaar voor ‘klein’ of ‘veel’. Dan weer kozen ze de omgekeerde volgorde: ‘klein hamer’ of ‘veel hamer’.

    ‘Hier hebben we gezien dat de kinderen geen bepaalde voorkeur hebben,’ zegt taalonderzoeker Manuel Bohn. Ze worden dus niet geleid door een moedertaal, maar door hun eigen, aangeboren denken.

    Ze zoeken, zo lijkt het, actief naar mogelijkheden om het met een ander kind eens te worden. En wel op een manier die zo makkelijk mogelijk wordt begrepen.

    Eén ding is zeker: het begint met het uitbeelden van de wereld in gebaren of klanken en met een grote bereidwilligheid om met soortgenoten op een complexe manier samen te werken.

    Maar op welke principes en denkpatronen een jong mens daarbij precies teruggrijpt, waar en wanneer die in de evolutie van onze soort zijn ontstaan – daarover zullen onderzoekers nog wel lange tijd van gedachten wisselen en het oneens zijn.

    Ook de Bijbelvertalers waren het ooit oneens: kort voordat Maarten Luther aan de Duitse vertaling begon, had Erasmus van Rotterdam bij zijn vertaling van de bijbel uit het Grieks in het Latijn een woord uit de eerste zin vervangen en ervan gemaakt: ‘In den beginne was het gesprek’.

    Auteur Kristina Vaillant beveelt iedereen die zich in de geschiedenis van de taal wil verdiepen het boek aan van Martin Kuckenburg: Wer sprach das erste Wort? 

  • Wereldbeeld: koffergeroffel

    Wereldbeeld: koffergeroffel

    GettyImages 1232363789 2
    © Antonio Masiello / Getty Images

    Het water staat aan de lippen bij Italianen die actief zijn in de culturele sector. Overrompeld door corona ging hun land verschillende malen in strikte en langdurige lockdowns, en zaten de mensen die in de sector werken, zowel voor als achter de schermen, zonder publiek en zonder inkomen thuis. De entertainmentindustrie is vorig jaar in Italië met 82 procent gekrompen – veel meer dus dan het Europees gemiddelde van 31 procent –, maar steun bleef uit.

    Daarom demonstreert actiegroep Bauli in Piazza (‘Koffers op het Plein’) voor meer financiële ondersteuning en voor de heropening van theaters, live-evenementen en shows. De demonstranten zijn het zat, en dat lieten ze in Rome weten door keihard op de reiskoffers te roffelen waarmee ze normaal van optreden naar optreden trekken.

  • Bob Dylan werd tachtig en blijft Bob Dylan

    Bob Dylan werd tachtig en blijft Bob Dylan

    Podcast | De bobcast: op zoek naar Bob Dylan

    23 mei werd popicoon Bob Dylan tachtig jaar. In aanloop naar dit heuglijke feit zond de VPRO een tweewekelijkse podcastserie uit in 26 delen. De bedoeling van de podcast is het mysterie Bob Dylan, de chroniqueur van Americana die zijn eigen mythe creëerde, te ontrafelen. In gesprekken met muzikanten, kenners en andere Dylan-adepten komen zoveel mogelijk aspecten van Dylan aan bod: de tekstdichter, de leider, de podiumkunstenaar, de geëngageerde folkie, de kritische wereldverbeteraar en de persoonlijke Dylan, van de jonge, zwervende hobo tot de oude, wijze profeet.

    Er staan zelfs twee reizen naar de VS gepland om plekken die voor Dylan belangrijk waren te bezoeken en mensen uit zijn directe omgeving te spreken. En wie weet lopen ze de meester himself nog tegen het lijf. Aan de podcast doen onder meer mee: fan Matthijs van Nieuwkerk, Larry Campbell, tien jaar lang bandleider van Dylan, en huisfotograaf Elliot Landy. 

    The times they are a-changin’ maar Dylan blijft Dylan.

    Manuela Klerkx

  • De Eiffeltoren heeft hulp nodig | Honderd jaar Chanel No 5

    De Eiffeltoren heeft hulp nodig | Honderd jaar Chanel No 5

    De Eiffeltoren heeft hulp nodig

    Parijs is handenvol geld kwijt aan de Eiffeltoren, schrijft de Spaans krant La Vanguardia. Niet alleen vanwege inkomstenderving door de gedwongen sluiting vanwege corona, maar ook door complicaties tijdens restauratiewerkzaamheden.

    De Eiffeltoren was negen maanden gesloten voor het publiek vanwege de pandemie en zal vanaf 16 juli weer open gaan. Hoewel dit nieuws ongetwijfeld een opluchting is voor de exploiterende partijen, is het ook tijd om de penibele financiële situatie onder ogen te zien, meent La Vanguardia

    ‘Elke nacht tijdens de pandemie lichtte de Eiffeltoren op’, schrijft de krant met veel gevoel voor drama, ‘en streek het lichtbaken van de machtige toren honderd kilometer in de rondte, ook zonder dat bezoekers konden worden verwelkomd. Het beroemdste monument in Parijs liet zien nog steeds levend te zijn, als teken van hoop dat de nachtmerrie ooit voorbij zou zijn.’

    De twintig schilderbeurten hebben naar schatting 350 ton aan gewicht toegevoegd aan de toren

    Maar ondanks die geruststellende zichtbaarheid is er inmiddels wel sprake van een ‘ramp’, volgens La Vanguardia. Alleen al voor 2021 wordt het tekort voor de SETE, het bedrijf dat de Eiffeltoren exploiteert, geschat op 70 miljoen euro. Dat bedrag kan worden opgeteld bij het tekort van 52 miljoen dat in 2020 werd genoteerd. De gemeente Parijs en de metropool Groot-Parijs, die respectievelijk 99 procent en 1 procent van SETE bezitten, zullen deze schuld moeten overnemen en stappen moeten zetten voor herkapitalisatie van het bedrijf. 

    Vóór de pandemie ontving de Eiffeltoren, die in 1889 werd ingehuldigd ter gelegenheid van de Wereldtentoonstelling, zo’n zeven miljoen bezoekers per jaar. Na de heropening zal een limiet van 10.000 mensen per dag worden ingesteld; die lag voor het corona-tijdperk op 25.000.

    ‘Het is een moeilijke periode, maar we maken ons geen zorgen voor de lange termijn’, zegt SETE-voorzitter Jean-François Martins geruststellend. Volgens hem zijn de banen van de 350 medewerkers van het bedrijf niet in gevaar.

    Maar behalve de tekorten vanwege het wegvallen van de inkomsten, worstelen de beheerders van het monument nog met een ander groot probleem. ‘Het schilderwerk moest een paar maanden geleden worden stopgezet omdat er gevaarlijk grote hoeveelheden looddeeltjes vrijkwamen’, aldus La Vanguardia. ‘Er wordt nu nagedacht over hoe het werk kan worden voortgezet met inachtneming van de veiligheid van het publiek en het milieu.’ 

    Deze laatste verfbeurt is de twintigste in de 132-jarige geschiedenis van de toren. Het is een terugkerende klus om corrosie van het metaal te voorkomen, de boel schoon te maken en eventuele scheuren of defecten in de structuur te onderzoeken. Het is een tijdrovende, complexe en dure klus, waarbij schilders een penseel nodig hebben om elk hoekje te kunnen bereiken.

    Gevaarlijke hoeveelheden lood vormden altijd al een terugkerend probleem bij structureel onderhoud van het monument. Bij elke nieuwe verfbeurt moet een deel van de vorige laag worden verwijderd, niet alleen om de nieuwe verf beter te fixeren, maar ook om gewicht te elimineren. De twintig schilderbeurten hebben naar schatting 350 ton aan gewicht toegevoegd aan de toren. 

    De nieuwe cosmetische operatie voor de Grande Dame is bedoeld om haar er mooier uit te laten zien dan ooit, vooral met het oog op de Olympische Zomerspelen van 2024, waarvan Parijs de gastheer is. De Franse hoofdstad wordt geleid door een socialistische burgemeester, Anne Hidalgo, die regeert in coalitie met milieuactivisten en zich misschien kandidaat wil stellen voor het Elysee in 2022, aan het hoofd van een alliantie met dezelfde samenstelling.

    Het ecologische bewustzijn was dan ook niet eerder zo groot en de criteria waren nog niet eerder zo scherp. Ze leiden tot vertraging van het schilderwerk en tot voortdurende technische beraadslagingen om de verspreiding van de gevaarlijke looddeeltjes tot een minimum te beperken.

    Na de brand in de Notre Dame, waarbij honderden tonnen lood de lucht vervuilden, kan Parijs het zich niet veroorloven opnieuw betrokken te raken bij een ecologisch drama door nalatigheid of door gebrek aan vooruitziendheid. La Grande Dame zal haar geld wel krijgen om haar aantrekkingskracht te behouden, maar moet heel voorzichtig zijn met haar make-up, aldus La Vanguardia.


    Werknemers van Apple willen thuis kunnen blijven werken

    Apple-werknemers komen in verzet zich tegen een nieuw beleid dat hen verplicht om vanaf begin september weer drie dagen per week naar kantoor te komen. Medewerkers zeggen een flexibele aanpak te willen waarbij degenen die op afstand willen werken dat kunnen blijven doen, zo blijkt uit een interne brief die The Verge in handen kreeg.

    ‘We willen van de gelegenheid gebruik maken om de groeiende bezorgdheid onder onze collega’s te communiceren’, aldus de brief. ‘Apples beleid voor flexibel werken op afstand en de communicatie eromheen hebben een aantal van onze collega’s al gedwongen op te stappen. Velen van ons hebben het gevoel te moeten kiezen tussen óf de combinatie van gezin, welzijn en de mogelijkheid om ons werk optimaal te doen, óf om deel uit te maken van Apple.’

    De brief komt slechts twee dagen nadat Tim Cook een bericht naar Apple-medewerkers had gestuurd waarin stond dat ze in de herfst op maandag, dinsdag en donderdag weer naar kantoor moeten terugkeren. De meeste medewerkers mogen dan twee keer per week op afstand werken en ze kunnen ook maximaal twee weken per jaar op afstand werken, na goedkeuring door hun manager.

    Vergeleken met de vroegere bedrijfscultuur, die werknemers ontmoedigde om thuis te werken, is dit een versoepeling bij Apple. Maar het bedrijf is nog steeds conservatiever dan andere grote techbedrijven. Zowel Twitter als Facebook hebben hun werknemers laten weten dat ze voor altijd thuis kunnen werken, ook nadat de pandemie voorbij is.

    Voor sommige Apple-medewerkers gaat het huidige beleid dan ook niet ver genoeg en laat het een duidelijke kloof zien tussen hoe de top van Apple en de overige medewerkers tegen werken op afstand aankijken.

    ‘Het afgelopen jaar voelden we ons niet alleen vaak niet gehoord, maar soms ook actief genegeerd’, staat in de brief. ‘Berichten als “we weten dat velen van jullie graag weer persoonlijk contact willen met je collega’s op kantoor”, zonder erkenning van de tegenstrijdige gevoelens die onder ons leven, voelen als een afwijzing…’

    De brief, gericht aan Tim Cook, ontstond op Slack in een groep van ‘voorstanders van werken op afstand’, die ongeveer 2.800 leden telt. Zij zeggen dat het omarmen van werken op afstand van het grootste belang is voor de inspanningen van het bedrijf aangaande diversiteit en integratie. ’Om inclusiviteit en diversiteit echt te laten werken, moeten we erkennen hoe verschillend we allemaal zijn. Die verschillen gaan gepaard met verschillende behoeften en verschillende manieren om te kunnen gedijen.’


    Honderd jaar Chanel No 5

    Vorige maand vierde het legendarische parfum Chanel No 5 zijn honderdste verjaardag. Het parfum kwam tot stand na een ontmoeting tussen Gabrielle Chanel en een parfumeur uit Moskou van Frans-Russische afkomst, schrijft de Russische site gazeta.ru.

    Op 5 mei 1921, tijdens de presentatie van haar nieuwe modecollectie in haar studio Rue Cambon, verspreidde modeontwerpster Gabrielle ‘Coco’ Chanel in de paskamers een bedwelmende geur, diep, fluweelachtig, bloemig en tegelijk van een koele frisheid. Zo ontdekte Parijs voor het eerst de geur van Chanel No 5. Het parfum had een grote toekomst voor zich, ook al zou het nog jaren duren voordat het beschikbaar zou zijn voor het grote publiek. De eerste serie bestond uit slechts honderd flesjes.

    Geen rozengeur

    De auteur van het parfum is Ernest Beaux, een parfumeur van Frans-Russische afkomst. Voor zijn ontmoeting met Chanel werkte hij voor parfumbedrijf Rallet, dat leverde aan het Russische keizerlijke hof. In 1912 bijvoorbeeld vierde hij grote successen met zijn Eau de Cologne Bouquet de Napoléon, ontworpen voor de honderdste verjaardag van de slag bij Borodino. 

    Beaux ontmoette Coco Chanel in 1920 aan de Franse Rivièra, waar zij verbleef met haar Russische geliefde Dimitri Pavlovich, neef van keizer Nicolaas II.

    Chanel was op zoek naar de lancering van een geur ‘die naar vrouwen ruikt en niet naar rozen’. Ernest Beaux zegde toe haar wens te vervullen, ging aan de slag en presenteerde haar een reeks flessen genummerd van 1 tot 5 en van 20 tot 24. Coco koos de vijfde: ‘Ik lanceer mijn collectie op 5 mei, in de vijfde maand van het jaar. Laten we het parfum dit nummer geven, dat is een teken van geluk.’

    De formule van het parfum, die tot op de dag van vandaag geheim wordt gehouden, bestaat uit tachtig natuurlijke en synthetische ingrediënten voor een boeket dat meiroos, ylang-ylang, jasmijn, vetiver, iris, vanille combineert met een royale hoeveelheid aldehyde, een chemische verbinding die er een wat ijzige geur van frisheid aan geeft.

    Een minimalistische fles

    Aan het begin van de 20e eeuw opereerden modehuizen en parfumeurs nog los van elkaar: couturiers hadden geen parfumlijn. Vrouwen uit de hogere klasse gebruikten vooral geuren met het aroma van een enkele bloem in plaats van complexe composities rond musk en jasmijn. 

    Toch is Chanel No 5 niet de eerste die brak met deze twee kenmerken. Modeontwerper Paul Poiret had al de geur Parfums de Rosine gelanceerd ter ere van zijn dochter, en parfumeur Aimé Guerlain schiep in 1889 de geur Jicky, een complexe bloemige compositie met tonen van lavendel en bergamot, samengevoegd met verschillende synthetische geuren, waaronder cumarine.

    Aan de andere kant is de vierkante, sobere fles van Chanel No 5 wel echt een primeur na het tijdperk van de barokke flesjes ontworpen door Lalique en Baccarat. De distributie van de karakteristieke Chanel-flessen met No 5 begon in 1922. Tot 1924 werd No 5 exclusief in de Parijse boetiek verkocht aan enkele zorgvuldig geselecteerde klanten.

    Geuren van het bevroren Kola-schiereiland

    Door een klein marktonderzoekje wist Coco Chanel dat de geur gecreëerd door Ernest Beaux een revolutie zou betekenen in de wereld van de parfumerie. Om de creatie van het parfum te vieren, nodigde ze een paar vrienden uit in een restaurant in Grasse, de hoofdstad van de Franse en mondiale parfumerie. Tijdens de maaltijd sproeide ze wat van het parfum rond, en vroeg passerende vrouwen de geur te beschrijven. De reacties waren alleszins geruststellend.

    Voor Ernest Beaux deed de geur van aldehyden aan Rusland denken, aan het Kola-schiereiland, om precies te zijn. In 1914, aan het begin van de Eerste Wereldoorlog, werd hij naar het noordelijke front gestuurd. Tijdens de Russische burgeroorlog die na de revolutie ontstond, kwam hij terecht aan de kant van Franse interventietroepen als tolk. In die hoedanigheid werkte hij in 1919 bij ondervragingen van bolsjewieken in het krijgsgevangenenkamp van het Rode Leger op het Mudyug-eiland in de Witte Zee, in de buurt van Archangelsk.

    Zoals Constantin Weriguine, lange tijd assistent van Ernest Beaux, in 1965 beschreef in zijn memoires Souvenirs et Parfums, wilde Beaux met No 5 de geuren nabootsen van de rivieren en de bevroren meren van het Kola-schiereiland op een ijskoude dag. 

    Marilyn Monroe

    In 1924 tekende Coco Chanel een overeenkomst met ondernemers Pierre en Paul Wertheimer, eigenaren van Bourjois, om de productie en distributie van No 5 aan hen te delegeren, en ze richtte Les Parfums Chanel op, waarin Chanel 10 procent van de aandelen zou behouden. 

    Tijdens de Tweede Wereldoorlog probeerde ze de controle over het bedrijf over te nemen door een brief te schrijven aan de Duitse regering in Frankrijk, waarin ze suggereerde dat Les Parfums Chanel haar zou toekomen omdat de gebroeders Wertheimer joods waren. Maar de Wertheimers hadden weten te vluchten naar de Verenigde Staten en ze hadden een keurige Franse christen, Félix Amiot genaamd, aan het hoofd van het bedrijf benoemd. 

    In 1947 namen de broers Wertheimer het parfumhuis weer over. Ze sloten een overeenkomst met Coco Chanel, die 2 procent van de wereldwijde verkoop van parfums zou krijgen.

    Ernest Beaux was artistiek directeur van Parfums Chanel van 1924 tot 1954. Het parfum dat hij creëerde, is nog steeds een tijdloze klassieker die tot de best verkochte parfums ter wereld behoort, mede dankzij een in het oog springende marketingstrategie. 

    De lijst van namen die in honderd jaar No 5 hebben gepromoot is indrukwekkend. Het eerste gezicht van het parfum was Coco Chanel zelf, die in 1937 verscheen in Harper’s Bazaar. Daarna volgden onder meer Catherine Deneuve, Carole Bouquet, Nicole Kidman en Lily-Rose Depp. Maar het was natuurlijk Marilyn Monroe die de meest onvergetelijke parfumreclame maakte toen ze in 1952 bekende dat ze in bed niets anders droeg dan Chanel No 5.

  • Het ‘duistere Brugge’ in beeld

    Het ‘duistere Brugge’ in beeld

    Brugge staat, met haar grachten en bruggetjes, bekend als het ‘Venetië van het Noorden’. Tijdens de Triënnale Brugge kunnen bezoekers kennismaken met de verborgen, meer duistere kanten van de stad.

    Voor deze derde editie heeft het curatorenteam (Till-Holger Borchert, Santiago De Waele, Michel Dewilde en Els Wuyts) gekozen voor het thema TraumA om nu eens niet de reputatie van Brugge als ‘sprookjesstad’ te benadrukken, maar om juist stil te staan bij de ‘unheimliche’ kanten als armoede, eenzaamheid en angst waar veel van haar inwoners dagelijks mee te maken krijgen.

    Een internationale selectie van kunstenaars legt de lijn bloot tussen het aanwezige en het verborgene

    Een internationale selectie van dertien kunstenaars en architecten (Nadia Kaabi-Linke, Amanda Browder, Nadia Naveau, Gregor Schneider, Nnenna Okore, Adrián Villar Rojas, e.a.) legt middels tijdelijke sculpturale, architecturale en organische installaties de lijn bloot tussen droom en nachtmerrie en tussen het aanwezige en het verborgene door de aandacht te vestigen op de misère die zich vaak achter de statige façades afspeelt.

    Naast een kunstroute in de openbare ruimte – waarbij de Bruggelingen actief betrokken werden – is er de tentoonstelling De poreuze stad en staan er lezingen, debatten, filmvertoningen, podcasts, rondleidingen en andere evenementen op het programma.

    De Triënnale Brugge 2021 is te bezoeken van 8 mei t/m 24 oktober.

    Door Manuela Klerkx

  • Een reis door de tijd naar de roerige jaren twintig

    Een reis door de tijd naar de roerige jaren twintig

    Het Guggenheim Museum in Bilbao presenteert The Roaring Twenties, een tentoonstelling over een tijd van grote vooruitgang en veranderingen die tot op heden voelbaar zijn.

    Hoewel we onze tijd niet kunnen vergelijken met die van honderd jaar geleden zijn er toch verrassend veel parallellen met de baanbrekende jaren 1920, niet in het minst door de pandemie. In een stimulerende tour neemt het Guggenheim Museum in Bilbao je mee langs meer dan driehonderd objecten die de belangrijkste artistieke disciplines van die jaren twintig vertegenwoordigen, van schilderen, beeldhouwen en tekenen tot fotografie, film, collage, architectuur, mode en design.

    De tentoonstelling weerspiegelt de uitwisseling tussen stromingen als Bauhaus, dadaïsme en nieuwe zakelijkheid

    Bezoekers maken kennis met Europese steden als Berlijn, Parijs, Wenen en Zürich, waar grote vooruitgang en veranderingen plaatsvonden op alle gebieden, en die tot op heden voelbaar zijn. Deze tentoonstelling – die het resultaat is van de samenwerking tussen het Guggenheim Museum Bilbao en Kunsthaus Zürich – weerspiegelt de uitwisseling tussen verschillende progressieve stromingen zoals Bauhaus, dadaïsme en nieuwe zakelijkheid door middel van zeven verhalende hoofdstukken

    De tentoonstelling The Roaring Twenties is van 7 mei t/m 19 september te zien in het Guggenheim Museum in Bilbao.

    Door Manuela Klerkx

  • Zimbabwanen boos over standbeeld | Praten met geesten is razend populair

    Zimbabwanen boos over standbeeld | Praten met geesten is razend populair

    Verontwaardiging in Zimbabwe over standbeeld

    In Harare heeft de Zimbabwaanse regering een standbeeld onthuld ter ere van een heldin van de antikoloniale strijd. Maar gezien de zware economische crisis die het land doormaakt, zijn de kosten van het gerenoveerde werk een steen des aanstoots, zo meldt de Zimbabwaanse pers.

    Er is niets mis met eer bewijzen aan een icoon van de antikoloniale strijd, maar om dat te doen tijdens de huidige economische malaise gaat veel Zimbabwanen te ver. De regering onthulde vorige week een imposant bronzen beeld van Mbuya Nehanda Nyakasikana. De vrouw, die verzet aanmoedigde tegen de Britse kolonisten en aan het einde van de negentiende eeuw werd gevangengenomen en geëxecuteerd, wordt beschouwd als een heldin van de antikoloniale strijd. Om haar te eren, liet president Emmerson Mnangagwa de onthulling van het standbeeld vergezeld gaan van een militaire parade, dansvoorstellingen en concerten in de straten van hoofdstad Harare.

    Het standbeeld en de ceremonie hebben naar schatting ongeveer 4,1 miljoen euro gekost

    Dat leidde tot woede bij veel Zimbabwanen, mede gezien de kosten van de renovatie van het beeld. Het werd namelijk volledig aangepast nadat vorig jaar een eerdere versie werd onthuld die als te ‘voluptueus’ werd beschouwd voor een door strijd uitgemergelde vrouw, zo meldt The Zimbabwean. De enige bekende foto van Nyakasikana toont haar als een verzwakte gevangene, die op het punt staat te worden geëxecuteerd door Britse kolonisten.

    ‘Het standbeeld en de ceremonie hebben naar schatting ongeveer 5 miljoen dollar (4,1 miljoen euro) gekost’, schrijft  Zim Live. Een duizelingwekkende prijs, vindt de Zimbabwaanse site, vooral omdat Emmerson Mnangagwa een paar uur voor de onthulling van het standbeeld vol dankbaarheid een blijk van internationale steun in ontvangst had genomen: ‘een donatie van 5000 ton maïsmeel van Zuid-Afrika’.

    Belediging

    Kortom, een absurd gebaar met groteske kosten dat eigenlijk een belediging is van de nagedachtenis van Mbuya Nehanda Nyakasikana. Zij had ongetwijfeld liever gezien dat mensen toegang hadden gekregen tot gezondheidszorg en voedsel, vinden critici.

    Hopewell Chin’ono, een freelance journalist die de afgelopen negen maanden drie keer gevangen is gezet vanwege zijn politieke opvattingen, verwoordde zijn woede tegen The Guardian als volgt: ‘Normaal gesproken is het eren van culturele helden en vrijheidsstrijders een nobele zaak, maar ik vind het een schande om het te doen in een tijd waarin Zimbabwanen met een lege maag naar bed gaan. Het is een schande om dit te doen in een tijd waarin Zimbabwanen naar een ziekenhuis moeten waar geen medicijnen zijn. Het is een grote schande dat we standbeelden neerzetten terwijl onze jongeren geen baan hebben.‘

    Ondanks de historische betekenis van Mbuya Nehanda Nyakasikana, worden de kosten van het beeld als overdadig beschouwd in deze moeilijke economische tijden. Hyperinflatie zorgt ervoor dat huishoudens niet aan essentiële bestaansmiddelen kunnen komen. Volgens het Nationale Bureau voor de Statistiek bereikte de inflatie een jaar geleden met een stijging van 837 procent een absoluut record.


    Bacteriën reinigen beelden van Michelangelo

    Al in 1595 verschenen berichten over ongewenste vlekken en verkleuringen in het marmer van de fameuze graftombes die Michelangelo schiep voor de Medici-kapellen in Florence. In de daaropvolgende eeuwen liet gips, dat werd gebruikt om de meesterwerken te kopiëren die hij bovenop de sarcofaag had gebeeldhouwd, ook nog eens verkleuringen achter.

    Na bijna tien jaar van restauraties konden de meeste onvolkomenheden worden verwijderd, maar het vuil op de tombes en andere hardnekkige vlekken vroegen om speciale aandacht. In de maanden voorafgaand aan de coronaepidemie in Italië en vervolgens tijdens de donkerste dagen van de tweede golf, toen buiten het virus huishield, lieten restauratoren en wetenschappers stilletjes vreetgrage microben los op het marmer. ‘Het was topgeheim’, vertelt Daniela Manna, een van de kunstrestauratoren, aan The New York Times.

    Ingewanden

    Ze schrijft de vervuiling van het marmer toe aan een van de Medici in het bijzonder: Alessandro de’ Medici, die werd vermoord en wiens lijk blijkbaar in de tombe werd bijgezet zonder behoorlijk te zijn ontdaan van zijn ingewanden. Door de eeuwen heen sijpelde zijn stoffelijk overschot volgens experts in het marmer van Michelangelo waardoor vlekken en vervormingen ontstonden. Bacterie Serratia ficaria SH7 wist er wel raad mee.

    ‘SH7 heeft Alessandro opgegeten’, zegt Monica Bietti, voormalig directeur van het Cappelle Medicee-museum, omringd door de nu glanzende beelden van Michelangelo, dode Medici, toeristen en een volledig vrouwelijk team van wetenschappers, restaurateurs en historici. Haar team gebruikte bacteriën die zich voedden met lijm, olie en kennelijk ook Alessandro’s fosfaten, als een biologisch wapen tegen de eeuwenoude vlekken.

    Om de meest geschikte bacteriën te vinden, kozen de onderzoekers uit een verzameling van bijna duizend stammen

    In november 2019 schakelde het museum de Italiaanse Nationale Onderzoeksraad in, die infraroodspectroscopie gebruikte waarmee calciet, silicaat en andere organische overblijfselen op de sculpturen en de twee tombes aan het licht werd gebracht.

    Dat onderzoek leverde een belangrijke blauwdruk op voor Anna Rosa Sprocati, een bioloog bij het Italiaanse Nationale Agentschap voor Nieuwe Technologieën, om de meest geschikte bacteriën te kiezen uit een verzameling van bijna duizend stammen, die gewoonlijk worden gebruikt voor het afbreken van aardolie bij olievervuilingen of de toxiciteit van zware metalen. Sommige bacteriën aten fosfaten en eiwitten, maar ook het Carrara-marmer waar Michelangelo de voorkeur aan gaf. ‘Die hebben we dus niet gekozen’, merkt Bietti droogjes op.

    Vervolgens testte het restauratieteam de meest veelbelovende acht soorten achter het altaar, op een kleine marmeren rechthoek. De bacteriën slaagden voor hun examen en mochten op grote schaal beginnen aan hun feestmaal. Met succes, want de meesterwerken van Michelangelo op deze glorieuze plek liggen er nu weer glanzend en schoon bij.


    De terugkeer van het spiritisme

    Mediums die beweren met de doden te kunnen communiceren ten overstaan van verbijsterde toeschouwers waren populair in het Victoriaanse tijdperk. In onze digitale tijd zijn ze weer helemaal terug.

    ‘Het is een goed moment om dood te zijn, als je tenminste contact zou willen houden met de levenden’, schrijft The New Yorker. Want meer dan een derde van de respondenten van een onderzoek onder 5.027 Amerikaanse, Canadese en Britse volwassenen gelooft dat het mogelijk is om met de doden te communiceren, en ‘de meesten daarvan geloven dat ze in contact zijn geweest met een overleden persoon’, meldt Church Times.

    The New Yorker verbaast zich over de omvang van het fenomeen: ‘Net als hun collega’s in vorige eeuwen krijgen helderzienden ook nu weer tal van auditoria, collegezalen en verpleeghuizen gevuld. Historische gemeenschappen zoals Lily Dale, in de staat New York en Cassadaga in Florida bloeien op doordat ze jaarlijks door tienduizenden mensen worden bezocht die er séances, genezingsdiensten en lezingen bijwonen.’

    ‘Voor elk medium is er een medium’

    Volgens het tijdschrift zijn er ‘in de Verenigde Staten meer dan honderd kerken gewijd aan spiritualisme, meer dan driehonderd in het Verenigd Koninkrijk en nog honderden anderen in meer dan dertig landen over de hele wereld.’ Het fenomeen doet denken aan het einde van de negentiende eeuw, ‘toen alleen al in de Verenigde Staten tussen de 4 en 11 miljoen mensen zichzelf tot spiritisten verklaarden.’ Met dit verschil dat Amerikanen nu het equivalent van 1,6 miljard euro per jaar uitgeven ‘aan paranormale diensten die op oude en nieuwe platforms worden aangeboden: Instagram, Facebook, TikTok en televisie. Voor elk medium is er een medium.’

    Sommige levenden denken al aan hun toekomst in het hiernamaals. Zo bracht Star Trek-ster William ‘Captain KirkÆ Shatner onlangs vijf dagen door in een studio in Los Angeles, volgens Fast Company. De 90-jarige acteur ‘veranderde in een geest’ in een interactieve video van het bedrijf StoryFile. ‘Later kunnen mensen vragen stellen aan Shatners geest. Het StoryFile-systeem “speelt” de antwoorden en creëert de illusie dat William Shatner nog leeft, zelfs lang na zijn dood. Welkom bij het nieuwe spiritualisme’, aldus het tijdschrift.

    Ook wetenschappers zijn vandaag de dag geïnteresseerd in paranormale activiteiten, schrijft The New Yorker, net zoals Marie en Pierre Curie een eeuw geleden geloofden dat de wetenschap ‘eindelijk het bestaan zou kunnen bewijzen’ van een spirituele wereld.

    Absorptie

    SciTechDaily publiceerde de resultaten van een onderzoek dat werd uitgevoerd onder 65 spiritistische mediums om te verklaren waarom sommigen van hen zeggen ‘de doden te kunnen horen’. Volgens deze studie van Durham University, aldus het tijdschrift Mental Health, Religion & Culture, bezitten deze spiritisten de vaardigheid van absorptie: ‘een eigenschap die iemand het vermogen geeft om ondergedompeld te kunnen raken in mentale of gefantaseerde activiteiten of om toestanden van gewijzigd bewustzijn te kunnen ervaren’. Deze ‘paranormaal begaafden’ melden ook vaker ‘ervaringen met ongebruikelijke auditieve verschijnselen, zoals het horen van stemmen, iets dat al vaak vroeg in hun leven voorkomt’.

    De heropleving van het spiritisme beantwoordt volgens The New Yorker aan een diepe behoefte: ‘De angst voor de dood heeft altijd de droom van onsterfelijkheid geïnspireerd en de hoop die het Victoriaanse spiritisme koesterde is van alle tijden: de kloof te kunnen overbruggen tussen ons en degenen die we hebben verloren, te weten dat ze veilig en tevreden zijn, en te kunnen geloven dat ze evenveel aan ons denken als wij aan hen.’

  • Agenda

    Agenda

    Vechten om de beste Van Gogh Experience

    TENTOONSTELLING | De verwachtingen waren hoog gespannen nadat The Immersive Van Gogh Experience groots verscheen in de Netflix-serie Emily in Paris. De tentoonstelling, eerder al een succes in Parijs, Chicago en Toronto, verovert nu ook de staat New York. En in sommige steden, waaronder Los Angeles, is de Van Gogh-tentoonstelling al uitverkocht voordat ze is begonnen.

    Inmiddels vechten vijf verschillende bedrijven om de beste Van Gogh Experience. En allemaal bieden ze iets speciaals. Zo combineert de Italiaanse filmproducer Massimiliano Siccardi voor zijn productie Immersive Van Gogh honderd projectoren en zo’n tweehonderd schilderijen uit de laatste twee jaar van Van Goghs leven met experimentele elektronische muziek van de Italiaanse multimediacomponist Luca Longobardi. Om zowel de mens als de kunstenaar goed te leren kennen dook artistiek directeur David Korins in Van Goghs leven; hij verdiepte zich in diens vooronderstelde aandoening, die bekendstaat als chromestesie en inhoudt dat klank onwillekeurig een ervaring van kleur, vorm en beweging oproept en kleur een ervaring van geluid teweegbrengt. 

    Bezoekers kunnenzich volledig kunnen onderdompelen in het universum van Van Gogh

    Alle afzonderlijke Immersive Van Gogh Experiences bieden een unieke ervaring van ongeveer een uur, waarin bezoekers zich volledig kunnen onderdompelen in het universum van Van Gogh en zijn beroemdste werken, zoals de Zonnebloemen en De sterrennacht (gemaakt met meer dan 7800 in meerdere kleuren gedoopte penselen). Spectaculair zijn de meer dan duizend gedigitaliseerde brieven die de kunstenaar aan zijn broer Theo schreef en die als onbeweeglijke wolken in de lucht hangen, en de mogelijkheid die bezoekers wordt geboden om vragen te stellen aan Vincent, die deze ‘persoonlijk’ – op basis van kunstmatige intelligentie – beantwoordt.

    Zie voor locaties en data van de Van Gogh Experiences: https://news.artnet.com/art-world/immersive-van-gogh-guide-1974038

    Afbeelding met water

Automatisch gegenereerde beschrijving

    Wat je dagelijks aantrekt en waarom

    TENTOONSTELLING | De succesvolle Japanse tentoonstelling Dress Code heeft Bonn inmiddels bereikt en draait om de vraag: hoe heb jij de kleren die je vandaag draagt gekozen? 

    Iedere cultuur, generatie en klasse heeft haar eigen dresscode, maar als individuen kunnen we met de regels spelen. Hoe doen we dat? Op basis waarvan beslissen we wat we wel of juist niet dragen, en waarom? Of voor wie? Mode biedt de mogelijkheid onszelf uit te drukken, onze persoonlijkheid te accentueren. Daarnaast is mode een manier van zien en gezien worden die we met name op sociale media terugvinden.

    Dress Code presenteert mode als een spel van transformatie en een instrument om onze persoonlijkheid mee te onderstrepen. 

    De tentoonstelling is een samenwerking tussen het National Museum of Modern Art, Kyoto, het Kyoto Costume Institute en de Bundeskunsthalle.

    Dress Code: Are You Playing Fashion? is van 22 mei tot 21 november 2021 te zien in de Bundeskunsthalle in Bonn, Duitsland, www.bundeskunsthalle.de 

    Afbeelding met tekst, illustratie

Automatisch gegenereerde beschrijving


    Comme des Garçons/Rei Kawakubo, Spring/Summer 2018. Collection of The Kyoto Costume Institute. Foto: Takashi Hatakeyama

    Intieme house- en technorave


    MUZIEK | Voor een intieme raveparty aan een rustig meer (Epplesee) moet je naar Sommertag Festival. Dit elektronische evenement in Neuburg am Rhein in Duitsland is het perfecte dagje uit voor wie van dansen en chillen houdt. Ieder jaar verwelkomt deze hidden gem internationale en lokale namen uit de wereld van de house en techno. De zwoele sfeer, de line-up en de drinks & gourmet food maken het festival tot een jaarlijks hoogtepunt voor wie van muziek houdt en niet te ver wil reizen. 


    21 augustus 2021 https:www.festicket.com/nl/festivals/sommertag-festival/

    Afbeelding met buiten, water, boom, boot

Automatisch gegenereerde beschrijving

    Nintendo krijgt eigen museum

    MUSEUM | Wie kent ze niet: Super Mario, Pokémon en Donkey Kong van het Japanse gamebedrijf Nintendo. Nu krijgt het bedrijf een eigen museum dat zal worden gehuisvest in de voormalige Nintendo Uji Ogura Plant in Kyoto. Het museum wil producten uit de geschiedenis van Nintendo tonen en speciale tentoonstellingen en evenementen organiseren.

    nintendo.co.jp

    Afbeelding met LEGO, speelgoed, geel

Automatisch gegenereerde beschrijving

    Salzburger Festspiele

    OPERA | Het Salzburger Festspiele in Oostenrijk waar de crème de la crème uit de operawereld te zien is, gaat door en start met ‘Ouverture spirituelle’ waarmee het honderd jaar oude festival wil ingaan op het begrip vrede, zowel mondiaal als particulier.

    17 juli t/m 31 augustus. salzburgerfestspiele.at


    Veel Beuys te zien

    TENTOONSTELLING | Dit jaar zou de Duitse, nog altijd controversiële kunstenaar, docent, politicus en activist Joseph Beuys (1921-1986) honderd jaar zijn geworden. Beuys ijverde voor een ‘verruimd kunstbegrip’ waarin kunst zich uitstrekt tot de samenleving als een ‘sociaal sculptuur’ dat alle mensen samen vormgeven.

    Al sinds de jaren zestig sprak hij over de gevaren van het kapitalisme, de bedreiging van de democratie en de verandering van het klimaat. Beuys geloofde in kunst als een creatieve, transformatieve kracht binnen de politiek, wetenschap, filosofie en economie.

    Nog steeds, vijfendertig jaar na zijn dood, verdeelt Beuys het publiek

    Nog steeds, vijfendertig jaar na zijn dood, verdeelt de man die in 1982 zevenduizend eiken – alle geflankeerd door een basaltrots – plantte in het centrum van de stad Kassel, het publiek. Naar aanleiding van zijn honderdste geboortedag zijn onder meer in Düsseldorf, Kleef, Wuppertal en in het Kaiser Wilhelm Museum in Beuys’ geboorteplaats Krefeld, een groot aantal tentoonstellingen (inclusief publicaties) te bewonderen.

    Tot 1 augustus. kunstmuseen-krefeld.de/en beuys2021.de

    Door Manuela Klerkx

  • Hoe liegen de normaalste zaak van de wereld werd

    Hoe liegen de normaalste zaak van de wereld werd

    De drempel voor onoprechtheid ligt in het kapitalisme lager dan ooit. Betrouwbaarheid, nauwgezetheid en harmonie spelen in de race om het grote geld niet mee. Het is zelfs de vraag of we oprechtheid nog kunnen vertrouwen.

    Tranen liegen niet, zeggen ze. Als je huilt, heb je principieel gelijk, want je stelt je kwetsbaar op en vraagt om begrip. Je tranen zijn het bewijs dat je het eerlijk meent.

    Maar zakenvrouw Maria-Elisabeth Schaeffler werd belachelijk gemaakt nadat ze tegenover haar personeel in tranen was uitgebarsten. Van deze miljardair, die met de overname van bandenfabrikant Continental verkeerd had gegokt, werd dat niet geaccepteerd. En Madeleine Schickedanz, de erfgename van Quelle – of Arcandor, zoals het bedrijf sinds de fusie met Karstadt heet – verging het niet beter. In een interview zei ze dat ze sinds de surséance van het concern moest rondkomen van 600 euro in de maand en haar boodschappen nu bij de discounter haalde. Schickedanz was een paar weken daarvoor nog een van de rijkste vrouwen van de Bondsrepubliek, nu deed ze zich als slachtoffer voor  –  zonder tranen weliswaar – en hoopte op mededogen. Vergeefs. Haar openhartigheid werd gezien als zelfmedelijden, als cynisme tegenover de veel realistischer angst van de bezorgers van Quelle en de verkoopsters van Karstadt.

    Het is een van de paradoxen van onze mediademocratie dat we van onze elite authenticiteit verwachten, maar dat we, als ze eens authentiek proberen te zijn, juist weigeren hen te geloven. Want je hart uitstorten is niet moeilijk en tranen kunnen wel degelijk liegen als ze het resultaat van pure berekening in plaats van oprecht verdriet.

    ‘Niets is artificiëler, geconstrueerder, dan pure oprechtheid,’ schrijft Wolfgang Engler in zijn boek Lüge als Prinzip (De leugen als principe). We moeten elke demonstratie van eerlijkheid wantrouwen. Desondanks pleit de Berlijnse socioloog, voormalig rector en nog steeds docent aan de Ernst Busch Schauspielschule in Berlijn, voor een nieuwe cultuur van ‘oprechtheid in het kapitalisme’; zo luidt ook de ondertitel van zijn boek.

    ‘Om iemand recht in zijn gezicht voor te liegen moet je over een flinke dosis onverschilligheid beschikken’

    Want het tegenovergestelde van oprechtheid is de leugen. En de leugen heeft het kapitalisme daar gebracht waar het zich nu bevindt: in een crisis. Toch is de leugen lang onopgemerkt gebleven, omdat ze zich vermomd had. ‘Om iemand recht in zijn gezicht voor te liegen moet je over een flinke dosis onverschilligheid beschikken. Maar iemand “slechte schulden” aansmeren, gecombineerd met andere activa, is een stuk makkelijker,’ constateert Engler. Zijn diagnose is onverbiddelijk: ‘In de geschiedenis van het moderne kapitalisme ligt de drempel voor onoprechtheid lager dan ooit. Het bedrog volgt de wereldomspannende geld- en goederenstromen als een schaduw en is in de beschutting daarvan de gewoonste zaak van de wereld geworden.’

    Die ontwikkeling is begonnen met het ontstaan van een nieuw type ondernemer, de in onze samenleving freischwebende financiële jongleur. De financiële jongleur, door Franz Müntefering, de voormalig sociaaldemocratische vicekanselier, ‘aasgier’ gedoopt, is ‘ondernemer zonder onderneming’. Hij is voortdurend op zoek naar ondergewaardeerde bedrijven die hij infiltreert en naar start-ups die kapitaal nodig hebben, om ze inclusief hun ideeën op te kopen en vervolgens te verpatsen. Traditionele kwaliteiten als betrouwbaarheid, nauwgezetheid of harmonie doen er in deze race om het grote geld niet meer toe, hier regeren de deugden van het casino: waaghalzerij, gokken, wedden, speculeren.

    De globalisering leidt tot oneindig wijdvertakte handelsketens. ‘Risico’s worden verpakt, verkocht, afgelost, herschikt en van een nieuw etiket voorzien tot niemand er nog iets van begrijpt.’ Het is een systeem zonder gisteren en morgen. Het behalen van zo veel mogelijk winst komt in de plaats van langetermijndenken, tradities worden schouderophalend bij het grofvuil gezet. Soms doet Engler met zijn kritiek op het neoliberale gedachtegoed denken aan de retoriek van de partij Die Linke, maar in wezen is zijn argumentatie minder op de klassenstrijd dan op conservatieve waarden gebaseerd.

    Gutmensch-achtig

    Lüge als Prinzip is niet een eventjes snel geschreven pamflet over de crisis, het boek gaat veel dieper. Op zijn zoektocht naar een uitweg uit de huidige conflicten belandt Engler diep in de geschiedenis van het denken en de cultuur. Hij plaatst de financiële jongleur tegenover de achttiende-eeuwse burger, die bij zijn bevrijding van de adellijke hegemonie een reeks eigen morele principes heeft ontworpen. Oprechtheid, vertrouwen en eerlijkheid zijn tot op heden de voornaamste beginselen van de Verlichting. Er is geen andere manier om vertrouwen tot stand te brengen dan ‘tegenover onze naaste alles wat zijn nut bevordert of hem voor schade kan behoeden openhartig uit te spreken’, staat in een encyclopedie uit 1731.

    Een dergelijke onbaatzuchtigheid mag tegenwoordig gutmensch-achtig en naïef overkomen, in die tijd was het revolutionair. De woede richtte zich tegen het hof, tegen de uitspattingen en intriges van de barok, tegen de pruiken, jurken met korsetten en ruches en tegen een taal die verworden was tot een instrument van versluiering. ‘De taal is de mens gegeven om zijn gedachten te verbergen,’ merkte de Franse minister van Buitenlandse Zaken Talleyrand cynisch op. Napoleon, zijn toenmalige werkgever, noemde hem daarop een ‘mestvaalt in zijden kousen’.

    De mens in het algemeen moet weer ‘in de waarheid’ gaan leven. Rousseau wilde hem bevrijden uit de ketenen van de cultuur en hem naar de ‘vrije collegezaal van de natuur’ leiden. Diderot en de encyclopedisten beschrijven oprechtheid als een utopie van eerlijke communicatie, waarbij het erop aankomt niets voor zich te houden en zo de ander een onbelemmerde blik in het eigen innerlijk te gunnen. In zijn drama Le fils naturel treedt Diderot zelf als personage op om te verklaren dat alles wat op het toneel plaatsvindt, ook in werkelijkheid zo is gebeurd.

    ‘Echte gevoeligheid’ wordt steeds lastiger te onderscheiden van ‘gespeelde gevoeligheid’

    ‘Waarachtige fijngevoeligheid’ wordt een morele imperatief van het tijdperk van de Verlichting. De briefroman – van Goethe, Choderlos de Laclos of Laurence Sterne – beleeft een bloeiperiode, want in zijn brieven lijkt de ziel van de mens het meest tot uitdrukking te komen. ‘Fijngevoelige gesprekken’ vinden echter ook buiten de literatuur plaats, maar het wordt steeds moeilijker ‘echte gevoeligheid’ te onderscheiden van ‘gespeelde gevoeligheid’. Al bij de geringste aanleiding vloeien de tranen rijkelijk, bijvoorbeeld bij het afscheid van een vriend.

    Johann Heinrich Voβ, de Duitse vertaler van Homerus, heeft in 1773 in een brief aan Ernestine Boje zo’n melodrama beschreven. ‘De 12e september gaat me nog heel wat tranen kosten. Het was de dag dat Graf Stolberg afscheid moest nemen van zijn voortreffelijke hofmeester Clauswitz. We hadden punch laten maken, want het was een koele avond. We wilden de treurige stemming verdrijven door wat te zingen; we kozen Millers Abschiedslied. Hier was geen veinzen meer mogelijk; de tranen vloeiden rijkelijk en de ene na de andere stem viel weg.’ De brief eindigt met: ‘Ik kan niet verder, lieve Ernestientje, ik ben alweer in tranen.’

    Wolfgang Engler heeft met zijn lucide, af en toe haast poëtische essay een huzarenstukje geleverd. Een historisch panorama van een verre tijd die de onze weerspiegelt. De tranen van Maria-Elisabeth Schaeffler en Johann Heinrich Voβ hebben veel van elkaar weg, zoveel is duidelijk. We weten alleen niet of we ze kunnen vertrouwen.