Onderwerpen: Economie

  • Hoe Antwerpen de diamanthoofdstad van de wereld werd

    Hoe Antwerpen de diamanthoofdstad van de wereld werd

    De helft van het mondiale aanbod van geslepen diamanten en 85 procent van de ruwe diamanten belandt bij Antwerpse experts. Waarom eigenlijk? 

    Met 1700 diamantbedrijven en 4500 diamantwerkers is de diamantwijk van Antwerpen een stadsdeel waar bovengemiddeld veel geld circuleert. De ‘Square Mile’ heet dit op het oog onaanzienlijke samenraapsel van donkere, uit de Middeleeuwen stammende steegjes op krap één vierkante kilometer in de buurt van het station. 

    In 1886 arriveerden er de eerste ladingen diamanten. Op de tafels in de achterkamer van café Flora werden ze geanalyseerd. Door de ontdekking van Zuid-Afrikaanse mijnen in die jaren vertienvoudigde de hoeveelheid edelstenen waarvoor de Vlaamse stad als doorvoerzone diende. De pioniers van de Belgische diamantindustrie richtten in 1893 officieel de Diamond Club op, het eerste wereldwijde centrum voor diamanten, waar vandaag de dag nog steeds grote geslepen stenen worden verhandeld.

    Destijds droegen veel experts een zwarte vilten hoed, een kenmerkend kledingstuk van Joods-orthodoxe gemeenschappen. De eerste Joden kwamen in de vijftiende eeuw in Antwerpen aan, nadat ze eerst uit Spanje en vervolgens uit Portugal waren verdreven.

    Mazzel en broge

    In 1904 zag de eerste echte diamantbeurs het levenslicht: de Beurs voor Diamanthandel, die nog steeds is gevestigd in hetzelfde neoclassicistische gebouw, het enige pand van enige allure in de wijk. Transacties worden er beklonken zonder schriftelijke overeenkomst, met een handdruk en het traditionele Jiddische gezegde ‘mazzel en broge’, waarmee al sinds de negentiende eeuw een koop wordt gesloten. Tegenwoordig telt Antwerpen in totaal vier diamantbeurzen. Naast de historische beurs zijn dat de Diamantclub van Antwerpen, de Vrije Diamanthandel en de Antwerpsche Diamantkring.

    De Eerste Wereldoorlog was een klap voor de stad, die het grootste deel van haar handel in edelstenen verloor aan concurrent Amsterdam. Nederland profiteerde van zijn neutraliteit in het conflict. Na de oorlog probeerde de Belgische overheid Antwerpen er weer bovenop te krijgen door belastingvoordelen, soepeler regelgeving en lagere lonen in te voeren dan de Nederlandse hoofdstad kende. Zo ontstond er een ecosysteem van meer dan tienduizend arbeiders, verdeeld over ongeveer honderdzestig slijperijen.

    Niet alleen de Eerste maar ook de Tweede Wereldoorlog ontwrichtte de Antwerpse handel. Vanaf 1942 werd 65 procent van de Antwerpse Joden gedeporteerd, onder wie ook diamanthandelaren, en nazi-Duitsland vorderde de diamantvoorraden.

    In de jaren zestig veerde de bedrijfstak op: er kwamen drie diamantscholen bij, de vier diamantbeurzen waren altijd vol en er werkten ongeveer dertigduizend slijpers. Aan diamanten gerelateerde bedrijvigheid vond plaats in de daarvoor bestemde wijk, maar ook in de Kempen, aan de rand van de stad.

    Maar in de jaren zeventig kreeg Antwerpen er een geduchte concurrent bij. In Bombay polijstten duizenden lapidaristen – ambachtslieden die edelstenen snijden en graveren – de residuen van de Antwerpse slijpers, die ze tegen lage prijzen opkochten. Aanvankelijk was deze toestroom van stenen gunstig voor Antwerpen. Van 1977 tot 1979 steeg de prijs voor een onberispelijke diamant van 1 karaat van 8500 naar 63.000 dollar. Maar deze speculatieve zeepbel spatte uiteindelijk uit elkaar.

    Tegenwoordig zijn zes van tien meest vooraanstaande diamantairs in Antwerpen van Indiase afkomst

    Sinds die tijd kent Antwerpen een prominente Indiase gemeenschap van diamantairs. Tegenwoordig zijn zes van tien meest vooraanstaande diamantairs in Antwerpen van Indiase afkomst. Daarnaast zijn er ook Armeniërs en Libanezen actief.

    De helft van het mondiale aanbod van geslepen diamanten en 85 procent van de ruwe diamanten belandt op de tafels van Antwerpse experts. Elke dag wordt er 500.000 karaat onderzocht, oftewel meer dan 26 miljard dollar aan diamanten op jaarbasis. Krankzinnige bedragen, die uiteraard hebzucht aanwakkeren. In de nacht van 15 op 16 februari 2003 werd het Antwerp World Diamond Center getroffen door de ‘roof van de eeuw’. De daders haalden 123 van de 160 kluizen leeg, zonder dat de alarmsystemen aansloegen. De buit, die ook goud en juwelen bevatte, werd geschat op 180 miljoen euro. 

  • Megaovername door conglomeraat van investeerder Warren Buffet

    Megaovername door conglomeraat van investeerder Warren Buffet

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Hongaarse columnist: ‘Viktor Orbán leidt al twaalf jaar een idiocratie in Hongarije’

    » Peru: Vrijlating van Fujimori wordt uitgesteld

    Bershire Hathaway neemt verzekeringsmaatschappij

    Het Amerikaanse conglomeraat Berkshire Hathaway van investeerder Warren Buffett liet begin deze week weten dat het akkoord gaat met het voornemen om verzekeringsmaatschappij Alleghany te kopen voor 11,6 miljard dollar, ruim 10,5 miljard euro, aldus CNBC. Deze transactie zou de grootste overname van Berkshire zijn sinds 2016, toen het conglomeraat het bedrijf Precision Castparts kocht voor 37 miljard dollar.

    Via haar dochterondernemingen is het in New York gevestigde Alleghany betrokken bij een aantal verschillende verzekeringsactiviteiten. Alleghany is net als Berkshire een conglomeraat, en bezit naast zijn primaire verzekeringsactiviteiten ook een staalbedrijf, een speelgoedfabrikant en een begrafenisonderneming.

    Lees ook:

  • Hoe telewerken het platteland een impuls geeft – maar niet overal

    Hoe telewerken het platteland een impuls geeft – maar niet overal

    Wereldwijd is het aantal mensen dat van de grote steden naar het platteland trekt door de nieuwe mogelijkheden om op afstand te werken enorm toegenomen. Maar opvallend genoeg pakt die ontwikkeling in de VS heel anders uit dan in Europa.

    Weg van de metropolen, weg van de stedelijke stress en weg van de hoge kosten van levensonderhoud. Verhuizen naar een gemoedelijke kleine stad of naar een rustige uithoek op het platteland: wereldwijd zijn er honderdduizenden die tijdens de pandemie hebben kunnen ervaren hoe prettig werken op afstand kan zijn, en die bereid zijn om die situatie voort te zetten.

    Sinds de pandemie werk en plaats loskoppelde, schrijft BBC, is het nu mogelijk om in gebieden te gaan wonen waar in het verleden geen banen waren voor bepaalde professionals. Voor sommige secundaire steden en kleinere gemeenschappen biedt dit een kans om de braindrain te stoppen, de vergrijzing van de bevolking tegen te gaan en de stadskas te spekken.

    ‘Maar voor andere gemeenten heeft deze nieuwe trend de huizenmarkten verstoord, de prijzen voor de arbeidersklasse verhoogd en grote stadsproblemen naar kleine steden gebracht die er totaal onvoorbereid op waren,’ aldus BBC.

    Onbetaalbare steden

    Dat laatste scenario doet zich vooral voor in de Amerikaanse regio die Intermountain West wordt genoemd en waar zich drie staten bevinden die tussen 2020 en 2021 de hoogste groeipercentages zagen: Idaho, Utah en Montana. Oxford Economics noemde onlangs de stad Boise in Idaho de meest onbetaalbare stad voor Amerikaanse huiseigenaren, vanwege een instroom van nieuwe externe werknemers uit dure kuststeden zoals Seattle en San Francisco. De gemiddelde huizenprijs in deze stad met 235.000 inwoners is nu 534.950 dollar (477.000 euro). Dat is tien keer hoger dan het gemiddelde inkomen.

    Een soortgelijk onderzoek van de Amerikaanse Florida Atlantic University, laat zien dat drie steden in het naburige Utah – Ogden, Provo en Salt Lake City – nu tot de top tien van meest overgewaardeerde huizenmarkten van Amerika behoren. Danya Rumore, onderzoeker aan de Universiteit van Utah, woont in Salt Lake City. ‘Vroeger noemden we het Small Lake City’, zegt ze, ‘maar het begint echt veel meer op een grote stad te lijken, en de dynamiek van de gemeenschap begint aanzienlijk te veranderen.’

    In de ogen van nieuwkomers hebben deze steden veel voordelen. Ze liggen dicht bij enorme natuurparken en ze bieden allerlei mogelijkheden voor recreatie. De kwaliteit van leven is er over het algemeen zeer goed. Maar de telewerkende nieuwkomers verdienen aanzienlijk meer dan de oorspronkelijke bewoners en in veel buurten is dan ook sprake van sterke gentrificatie, met alle gevolgen van dien, zegt Danya Rumore.

    Nieuwkomers drukken op de gemeenschap doordat ze de prijzen opdrijven

    Ook andere grotestadsproblemen zoals dakloosheid en luchtvervuiling dienen zich aan, volgens Rumore, terwijl de oververhitte huizenmarkt – een probleem dat wordt verergerd door kortetermijnverhuur – het voor bedrijven in de dienstverlenende sector moeilijk maakt om personeel te behouden, aangezien werknemers de oplopende huren niet kunnen betalen.

    Volgens Rumore kan deze ontwikkeling op twee manieren uitpakken. In het meer idealistische scenario sluiten de nieuwkomers zich aan bij de gemeenschap, en profiteert uiteindelijk iedereen van hun rijkdom en middelen. In het scenario waar ze zich zorgen over maakt en dat haar waarschijnlijker lijkt, drukken de nieuwkomers op de gemeenschap doordat ze de prijzen opdrijven en doordat hun koopkracht mensen die verbonden zijn aan lokale bedrijven opzij duwt.

    Hoop voor plattelandsgebieden

    Ook in Europa ontstaan op sommige plekken dergelijke negatieve effecten van telewerkende nieuwkomers, maar over het algemeen prevaleren de voordelen, meent BBC. ‘Deze trend van migratie uit de grote steden is mogelijk problematisch in de VS, maar aan de andere kant van de Atlantische Oceaan ziet het er heel anders uit. Met een gemiddelde leeftijd van tweeënveertig jaar is Europa het oudste continent ter wereld. Decennialang hebben lage geboortecijfers en massale migratie naar stedelijke centra zoals Londen, Parijs en Madrid ervoor gezorgd dat kleine steden en secundaire steden krimpen. Voor velen van hen biedt de pandemie een sprankje hoop.’

    Zo heeft een land als Ierland deze kans als geen ander met beide handen aangegrepen. Sinds maart 2021 is er een nieuw beleid voor plattelandsontwikkeling, dat volgens de minister van Plattelandsontwikkeling, Heather Humphreys, ‘het meest ambitieuze en transformationele beleid voor het platteland van Ierland in decennia is’.

    Het plan van de Ierse regering omvat 2,7 miljard euro om supersnel breedband in het hele land uit te rollen. Het idee is om uitstervende pubs om te vormen tot hubs voor werkenden, waardoor leeglopende, zieltogende dorpen een nieuw leven krijgen. Het initiatief biedt ook miljoenen euro’s financiële steun aan regionale overheden om leegstaande panden te veranderen in een netwerk van meer dan vierhonderd telewerkfaciliteiten. Daarnaast komen er belastingvoordelen voor particulieren en bedrijven die thuiswerken ondersteunen.

    Japan

    Japan heeft voor een vergelijkbare aanpak gekozen. Mensen die willen telewerken buiten de regio Tokyo, waar 30 procent van de bevolking van het land geconcentreerd is, kunnen zo‘n 1 miljoen yen (7730 euro) krijgen als ondersteuning. Het revitalisatieplan voor het platteland omvat ook tot 3 miljoen yen (23.200 euro) voor degenen die een digitaal bedrijf op het platteland opzetten.

    Blijven telewerkers op de plek waar ze naartoe zijn verhuisd als de pandemie achter de rug is? Dat is in Japan en elders nog de vraag, onderstreept BBC. Marcus Andersson, hoofd van adviesbureau Future Place Leadership in Stockholm, vindt dat telewerkers geen geïsoleerde werknemers moeten blijven en bepleit duurzame revitalisering van kleine steden en plattelandsgebieden.

    ‘Wat deze plaatsen moeten doen, is ontmoetingsruimten en netwerken creëren waar mensen kunnen communiceren, van elkaar kunnen leren en samen kunnen groeien’, betoogt hij. ‘Ze moeten dus eigenlijk een beetje worden wat de grote steden waren voor mensen, voor bedrijven en voor innovatie.’

    Lees ook:

  • Kunnen Britse jongeren nog een woning kopen?

    Kunnen Britse jongeren nog een woning kopen?

    Net als in Nederland hebben starters op de woningmarkt in Groot-Brittannië het uiterst moeilijk. In een Brits tv-programma over onroerend goed beweerde presentator Kirstie Allsopp dat jongeren die er niet in slagen hun eerste huis te kopen, er niet genoeg moeite voor doen. Haar uitspraak ontketende een fel debat.

    Presentator Kirstie Allsopp van het programma Location, Location, Location trakteerde jongeren op advies over hoe ze hun eerste huis konden kopen. Ze zei ‘woedend’ te worden als mensen beweren dat ze het zich niet kunnen veroorloven om een huis te kopen. Haar oplossing? Trek in bij je ouders, geef ‘luxe’ op, zoals lidmaatschap van de sportschool, Netflix-abonnementen en vakanties in het buitenland, en verhuis naar een goedkoper deel van het land.

    De uitspraak van Allsop leidde tot een stortvloed aan commentaren en ook de Britse pers boog zich over de zaak. Twee kranten, The Independent en The Daily Telegraph stonden lijnrecht tegenover elkaar.

    Harriet Williamson schreef in The Independent: ‘Een nieuwe dag, en een nieuwe variatie op de misvatting “geef gewoon iets op dat je leuk vindt en je kunt een huis kopen”.’

    ‘Weet je waar ik woedend van word?’, gaat Williamson verder. ‘Van enorm bevoorrechte mensen – Allsopp is de dochter van niemand minder dan de zesde Baron Hindlip en goed voor zo’n 16 miljoen pond – die keer op keer dezelfde onwaarheden herhalen over de “offers” die we zouden moeten brengen om te stijgen op de bezitsladder.

    Sinds 2000 zijn de huizenprijzen in het VK ruimschoots voorbij de loongroei geschoten: uit gegevens van het Office for National Statistics (ONS) blijkt dat een gemiddeld huis in maart 2021 ruim 65 keer meer kostte dan een gemiddeld huis in januari 1970. In dezelfde periode stegen de gemiddelde weeklonen slechts 35,8 keer.

    ‘De loongroei heeft geen gelijke tred heeft gehouden met de huizenprijzen’

    Een standaard huis kost nu zeven keer meer dan het gemiddelde jaarsalaris van 31.596 Britse pond [37.579 euro], maar in delen van Londen en in het zuidoosten kan dat oplopen tot 27 keer het gemiddelde jaarloon. Een echtpaar met kinderen in Engeland zou nu 44.000 pond [52.822 euro] extra per jaar verdienen als de lonen net zo snel waren gestegen als de huizenprijzen, volgens een analyse van liefdadigheidsinstelling Shelter.

    Dat veel jonge mensen het zo moeilijk hebben om een eigen huis te kopen, komt dus niet door het geld dat ze uitgeven aan Netflix, aan de sportschool of aan hun Starbucks-koffie ’s ochtends. Het komt doordat de loongroei geen gelijke tred heeft gehouden met de huizenprijzen en omdat velen van ons in een “huurval” zitten: we zijn gedwongen om exorbitante huurbedragen te betalen aan particuliere eigenaren en dat belemmert ons vermogen om te sparen voor een eigen huis.’

    Privileges

    Williamson vindt dat Allsop ‘ver buiten de werkelijkheid staat’ als ze zegt dat jonge mensen gewoon bij hun ouders moeten blijven wonen totdat ze genoeg geld hebben gespaard voor een aanbetaling.

    ‘Wat betreft haar suggestie om naar een goedkoper deel van het land te verhuizen, denk ik dat ze aanneemt dat we onze niet makkelijk te vinden banen in dure plaatsen zoals Londen maar moeten schrappen en ons naar Middlesbrough of Barnsley zouden moeten haasten? Dat is lang niet altijd mogelijk.

    Ik heb genoeg van mensen als Kristie Allsopp die zonder het te weten zeggen dat we zus en zo moeten opgeven om eigenaar te kunnen worden van een huis. Ze geven de jongeren graag de schuld, omdat dat waarschijnlijk makkelijker is dan kijken naar de rampzalige toestand van de huizenmarkt in dit land en je afvragen hoe het zover heeft kunnen komen.

    Kristie Allsopp kocht op eenentwintigjarige leeftijd met behulp van haar familie haar eerste huis, in een tijd dat een huis gemiddeld 51.000 pond, circa 60.700 euro, kostte. Haar opmerkingen zijn niet alleen onnodig, ze zijn ronduit hypocriet en tonen aan dat ze zich niet bewust is van haar eigen privileges.’

    En dan besluit Williamson: ‘Volgens de Halifax-bank is de gemiddelde aanbetaling voor een eerste aankoop 59.000 pond [70.000 euro]. Ik ben niet lid van een sportschool, ik ga niet vaak naar Starbucks en ik ben al tijden niet meer op vakantie geweest. Welke oplossing raadt Kirstie mij onder deze omstandigheden aan? Blijf in ieder geval af van mijn Netflix-abonnement van 5,99 pond!’

    Jongeren kunnen wel degelijk een huis kopen

    Gemma Bird, die met tienduizenden volgers op Instagram bekend is als ‘Money Mum’, is in The Daily Telegraph een hele andere mening toegedaan. Ze neemt zichzelf als voorbeeld om aan te tonen dat het wel degelijk mogelijk is om op jonge leeftijd een woning aan te schaffen.

    ‘Ik kocht mijn eerste huis toen ik vierentwintig was. Het lijkt tegenwoordig bijna ondenkbaar, maar ik was op mijn achttiende begonnen met sparen en ik deed daar ook alles voor. Ik had ook het geluk dat ik zes jaar zonder huur bij mijn ouders kon wonen en in een kroeg werkte om mijn salaris als beginnend makelaar aan te vullen, en dat heeft me enorm heeft geholpen.

    Ik ging niet op vakantie en omdat ik nooit een zware drinker ben geweest, heb ik mijn salaris niet vergooid aan alcohol. Integendeel, ik zette elke cent opzij in afwachting een toekomstige aanbetaling te kunnen doen. En zo kon ik in 2004 een huis kopen in Waltham Abbey, Essex [in het noordoosten van Londen], met de persoon waar ik toen mijn leven mee deelde. We waren er met z’n tweeën in geslaagd om 30.000 pond opzij te zetten [36.000 euro tegen de huidige koers], waardoor we een aanbetaling van 5 procent konden doen. Ik verdiende ongeveer 25.000 pond [30.000 euro] per jaar, en het huis kostte 165.000 pond [197.000 euro]. Ik wist dat als ik huiseigenaar wilde worden, ik daarvoor alles opzij zou moeten zetten. En dat is wat ik deed.

    ‘Het kopen van een huis heeft vandaag niet dezelfde implicaties als dertig jaar geleden’

    Mijn bewuste spaarzaamheid zou kunnen worden gerekend tot de “enorme offers” die door Kirstie Allsopp worden genoemd. In plaats van constant nieuwe kleren te kopen, ruilde ik veel met mijn zus. Ik hou van mooie auto’s, maar ik reed in een veel goedkoper model dan mijn droommodel.

    Ik ben niet naïef, en ik weet dat het zelfs met mijn spaarzaamheid soms meer dan zes jaar kan duren om genoeg geld te hebben voor een aanbetaling op een huis. En het kopen van een huis heeft vandaag niet dezelfde implicaties als dertig jaar geleden. Een aanbetaling van 20 procent vertegenwoordigt nu 110 procent van een voltijdsalaris. In 1995 waren de totale kosten van een huis 2,1 keer het gemiddelde loon. Tegenwoordig is dat 5,5 keer.

    Financiële realiteit

    Weinig aspirant-huiseigenaren hebben het geluk door hun ouders te kunnen worden geholpen bij een aanbetaling. Dat gezegd hebbende, als je echt eigenaar wilt worden, moet je offers brengen en een aanzienlijk bedrag vergaren, waarschijnlijk over meerdere jaren. Dus ja, je zult je dagelijkse uitgaven moeten minderen. Het gaat er niet om een jeugd te hebben zonder genoegens, maar om het juiste evenwicht te vinden tussen spaarzaamheid en tevredenheid.

    Ik hoor jonge mensen vaak klagen over de exorbitante prijs van onroerend goed tegenwoordig, vergeleken met hun inkomen, en dat is volkomen begrijpelijk. Voor hen lijkt de strijd bij voorbaat verloren.

    Alles zou waarschijnlijk gemakkelijker zijn als we het onderwerp “financiële realiteit” op school zouden gaan behandelen. Jongeren beginnen hun professionele leven zonder te weten wat een hypotheek is of wat rood staan betekent. Het is te makkelijk om ze de schuld te geven en ze te verwijten dat ze hun geld hebben verspild aan nutteloze aankopen, terwijl niemand ze heeft geleerd hoe ze moeten kiezen, hoe ze hun inkomen moeten besteden, noch hoe ze hun financiën moeten beheren.’

    Bird laat uiteraard de kans niet liggen om afsluitend haar eigen boek aan te prijzen in The Daily Telegraph: ‘In mijn boek Save Yourself Happy leg ik uit dat het leven niet moet gaan over proberen net zoveel te bezitten als je buurman of je zorgen te maken over wat anderen doen. Het doel is veeleer om je sterk genoeg te voelen om die financiële keuzes te maken die bij je passen. We moeten allemaal realistischer omgaan met geld. Dat is de enige manier waarop we ons kunnen redden in het licht van een uit de hand gelopen vastgoedmarkt.’

    Lees ook:

  • Zwitserse banken beheren zo’n 200 miljard Zwitserse frank van Russische klanten

    Zwitserse banken beheren zo’n 200 miljard Zwitserse frank van Russische klanten

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Hermitage Sint-Petersburg trekt verzoek in om werken uit Milaan terug te krijgen

    » Donald Trump is schuldig aan meervoudige fraude, aldus voormalig aanklager

    Zwitserse banken populair bij Russische elite

    Op de jaarlijkse persconferentie van de Zwitserse Bankiersvereniging zei voorzitter Marcel Rohner afgelopen dinsdag dat Zwitserse banken tussen de 150 miljard en 200 miljard Zwitserse frank (160-214 miljard euro) aan activa van Russische klanten beheren, meldt Swissinfo.

    Rohner weigerde echter het bedrag te noemen dat geblokkeerd is als gevolg van de economische sancties die Zwitserland tegen Rusland heeft ingesteld. Russische klanten die op de zwarte lijst staan, kunnen geen geld opnemen van hun Zwitserse rekeningen en ook geen bedrag hoger dan 100.000 Zwitserse frank storten. Het besluit van de Zwitserse regering om sancties in te voeren lokte een debat uit over de neutrale status van Zwitserland, schrijft de nieuwssite.

    In totaal beheerden Zwitserse banken in 2020 een vermogen van 7879 miljard Zwitserse frank, oftewel 7628,95 miljard euro.

    Lees ook:

  • Duitsland investeert 200 miljard euro in ‘transformatie’ van de economie

    Duitsland investeert 200 miljard euro in ‘transformatie’ van de economie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Oekraïense coronapatiënten mijden schuilkelders

    » Ex-premier van Bulgarije gearresteerd voor corruptie met EU-gelden

    Grote investeringen moeten economie vergroenen

    Duitsland trekt 200 miljard euro uit ‘om de transformatie van de economie, de samenleving en de staat’ tussen nu en 2026 te financieren, aldus de minister van financiën Christian Lindner, vorige week. De miljarden zijn onder meer bedoeld voor het tegengaan van klimaatverandering, voor investeringen in waterstoftechnologie en uitbreiding van het oplaadnetwerk voor elektrische voertuigen, bericht Reuters.

    De investeringen zijn bekendgemaakt op een moment dat Duitsland zijn inspanningen intensiveert om minder afhankelijk te worden van Russisch gas door de infrastructuur voor de invoer van vloeibaar aardgas (LNG) op te voeren en mogelijk meer gebruik te maken van kolengestookte elektriciteitscentrales.

    Lees ook:

  • Nicholas Mulder: ‘Economie ondervindt dramatische gevolgen van sancties’

    Nicholas Mulder: ‘Economie ondervindt dramatische gevolgen van sancties’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Russische moeder roept Poetin op om geen dienstplichtigen in te zetten in Oekraïne

    » Britse justitie weigert hoger beroep van Julian Assange

    Sancties gevaar voor economie

    Nicolas Mulder, universitair hoofddocent geschiedenis aan de Amerikaanse Cornell-universiteit en expert op het gebied van sanctiemaatregelen, voorspelt in The Economist dat het economisch isoleren van Rusland dramatische gevolgen zal hebben voor de wereldeconomie. Rusland is een toonaangevende leverancier van verschillende belangrijke grondstoffen en de sancties zullen het Westen daarom dwingen tot pijnlijke aanpassingen, omdat ze van invloed zijn ‘op het vermogen van Rusland om wereldwijd grondstoffen te leveren’, aldus Mulder. Het Russische aandeel is aanzienlijk. Wereldwijd komt het neer op 6 procent van de aluminiumproductie, 7 procent van de nikkelvoorziening, 12 procent van de productie van ruwe olie, 18 tot 19 procent van de tarwe en aardgasexport en een kwart van de kopervoorraad.

    ‘Egypte, Tunesië, Irak en Libanon hebben nu al te maken met stijgende prijzen door de sluiting van Oekraïense havens; sancties maken continuering van hun voedselvoorziening gevaarlijk afhankelijk van de beslissingen van westerse beleidsmakers’, stelt Mulder. ‘Financiële markten zullen steun van centrale banken nodig hebben om de afwezigheid van Russische deviezenoverschotten te compenseren op de valutamarkten.’

    Lees ook:

  • Dalende autoverkopen in Brazilië en Argentinië

    Dalende autoverkopen in Brazilië en Argentinië

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Spanje: extreemrechts komt voor het eerst in een regionale regering

    » Omstreden Israëlische wet sluit Palestijnen uit van route naar staatsburgerschap

    Automarkt krimpt in Latijns-Amerika

    Van alle Latijns-Amerikaanse landen daalden de autoverkopen in januari het sterkst in Argentinië en Brazilië. Dit blijkt uit een rapport van de Association of Automotive Companies of Ecuador (AEADE) over de regionale automarkt met gegevens van automarkten in tien Latijns-Amerikaanse landen. De Latijns-Amerikaanse automarkt vertoonde een algehele daling van 9,2 procent ten opzichte van dezelfde maand in 2021, bericht MercoPress.

    Voor Brazilië en Argentinië was de negatieve ontwikkeling in de autoverkoop het grootst: die daalde respectievelijk met 26,1 procent en 13,0 procent. Uit het rapport blijkt ook dat Venezuela en Paraguay een omzetgroei van respectievelijk 143,6 proecnt en 49,6 procent konden noteren, vergeleken met dezelfde maand in 2021.

    Lees ook:

  • Kan Europa echt zonder fossiele brandstoffen uit Rusland?

    Kan Europa echt zonder fossiele brandstoffen uit Rusland?

    De Verenigde Staten namen dinsdag het besluit om import van Russische energie te verbieden. Europa, dat voor energie zeer afhankelijk is van Moskou, aarzelt. ‘In recordtijd is het idee van een energie-embargo veranderd van onzinnig in zeer waarschijnlijk.’

    ‘Wat een week geleden nog bijna ondenkbaar was, lijkt nu bijna onvermijdelijk’, schreef columnist Ambrose Evans-Pritchard van The Daily Telegraph afgelopen dinsdag, naar aanleiding van stemmen die sinds het weekeinde in het Westen opgaan om een embargo in te stellen op Russische fossiele brandstoffen, met als doel om Moskou te dwingen een einde te maken aan de oorlog in Oekraïne.

    Alleen olie is al goed voor 40 procent van de Russische staatsbegroting. Een embargo ‘zou voorkomen dat het Kremlin langer dan een paar weken kan doorgaan met een serieus offensief in Oekraïne’, en zou ‘de interne desintegratie van het regime van Vladimir Poetin op gang kunnen brengen’, aldus de columnist van het Britse conservatieve dagblad.

    ‘Het extreme idee van een energie-embargo is in recordtijd veranderd van onzinnig in zeer waarschijnlijk’

    Ook de Spaanse krant El País bevestigt dat het ‘extreme’ idee van een energie-embargo ‘in recordtijd is veranderd van onzinnig in zeer waarschijnlijk’. De krant wijst erop dat ‘energie voorzichtigheidshalve van de eerste economische sancties tegen Moskou was uitgesloten.’

    Het dagblad uit Madrid benadrukte maandag dat de Verenigde Staten tot nu toe het meest gemotiveerd zijn voor een boycot, ‘met een regering die bereid is om alleen te handelen, als Europa niet zou volgen’. En daar kreeg de krant gelijk in.

    Afgelopen zondag zei de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Antony Blinken nog te hopen met de Europeanen één front te kunnen vormen. Hij benadrukte dat de Verenigde Staten ‘zeer actief’ waren in besprekingen met de Europese Unie over een olie-embargo. Evans-Pritchard van The Telegraph bevestigde dat Washington de leiding had en naar oplossingen voor een embargo zocht:

    ‘Het Witte Huis stuurt missies naar Saoedi-Arabië en Venezuela om extra vaten olie te halen en dringt aan op een snelle overeenkomst in het nucleair overleg met Teheran om Iraanse olie weer op de markt te kunnen brengen. Alle gebruikelijke diplomatieke voorbehouden worden terzijde geschoven.’

    ‘De VS importeren slechts 3 procent van de benodigde aardolie en minder dan 1 procent kolen uit Rusland’

    The Wall Street Journal schreef afgelopen maandag nog dat het embargo ook kan worden opgelegd door middel van een ‘presidentieel decreet’, in de woorden van Bidens woordvoerster Jen Psaki, maar dat de Amerikaanse president de voors en tegens nog aan het afwegen was. ‘De president en zijn adviseurs willen vermijden een beslissing te nemen die de benzineprijzen voor Amerikanen verder zou kunnen doen stijgen’, aldus het Amerikaanse dagblad.

    Een dag later, op dinsdag, was de kogel door de kerk en had Joe Biden besloten tot een embargo op alle fossiele brandstoffen uit Rusland. Volkomen terecht, schreef The Wall Street Journal die dag in een hoofdredactioneel commentaar, ook al stelt de stap niet al te veel voor: ‘Het verbieden van de invoer van Russische energie gaat niet heel erg ver. De VS importeren slechts 3 procent van de benodigde aardolie en minder dan 1 procent kolen uit Rusland.’

    Europa

    In Europa liggen de zaken heel anders, merkte Deutsche Welle op: ‘Duitse, Britse en Nederlandse regeringsleiders zeiden maandag dat Europa te afhankelijk is van Russische energieleveranties om de import van de ene op de andere dag stop te kunnen zetten.’ De Duitse bondskanselier Olaf Scholz, die tijdens de eerste sanctieronde al heel wat moest slikken vanwege de blokkering van de Nord Stream 2-pijpleiding, benadrukte dat olie en gas uit Rusland ‘essentieel’ blijven voor Europa.

    ‘De Europese energievoorziening voor verwarming, vervoer, elektriciteit en industrie kan momenteel niet anders worden gewaarborgd’ dan door de invoer van Russische fossiele brandstoffen, aldus Scholz.

    De Britse premier Boris Johnson beveelt een ‘stapsgewijze’ aanpak aan, maar erkent dat de situatie ‘zeer, zeer snel’ verandert en dat opties die een paar weken geleden nog ondenkbaar waren, nu ‘op tafel’ liggen.

    ‘Het is onmogelijk om snel vervanging te vinden voor het volume Russische olie op de Europese markt’

    Joe Biden, Olaf Scholz en Emmanuel Macron zijn volgens BBC in ieder geval wel eensgezind en vastbesloten om de kosten van de invasie van Oekraïne voor Rusland te blijven opdrijven.

    Dat het Russische persagentschap Tass uit een heel ander vaatje tapt was te verwachten: ‘Het besluit van het Westen om de invoer van Russische olie te verbieden zal catastrofale gevolgen hebben voor de wereldmarkt, aldus de Russische vicepremier Alexander Novak tegen verslaggevers.’

    ‘Het is onmogelijk om snel vervanging te vinden voor het volume Russische olie op de Europese markt. Dat zal meer dan een jaar duren’, voegde hij eraan toe. Een verbod op Russische olie zal leiden tot een stijging van de prijzen voor brandstof, elektriciteit en verwarming in Europa en de Verenigde Staten, aldus Novak.

    ‘Volgens Novak is de hoogte van prijsstijgingen onvoorspelbaar, maar bedragen van “meer dan 300 dollar per vat” sluit hij niet uit’, aldus Tass.

    Dat lijkt rijkelijk overdreven, want de bank JP Morgan schat dat de prijs van een vat zich zal stabiliseren rond 185 dollar als Russische olie van de markt verdwijnt, aldus El País. Maandagavond lag de prijs van een vat rond de 120 dollar.

    Lees ook:

  • Het succes van Ikea drijft op impulsaankopen

    Het succes van Ikea drijft op impulsaankopen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zuid-Korea: Yoon Suk-yeol verkozen tot president na nek-aan-nekrace

    » Sony en Nintendo schorten de levering van gameconsoles aan Rusland op

    Inrichting Ikea-winkels verleidt tot impulsaankopen

    Naar schatting 60 procent van alle aankopen bij Ikea zijn impulsaankopen en slechts 20 procent is gebaseerd op ratio en behoefte, schrijft The Hustle. Dat legt het Zweedse bedrijf geen windeieren. Vorig jaar noteerde het 47,6 miljard dollar, zo’n 43,1 miljard euro, aan detailhandelsverkopen in 458 winkels in 61 landen. Een opmerkelijk succes voor dit ‘Disneyland voor volwassenen’, zoals het Amerikaanse businessplatform de meubelgigant noemt.

    De opzet van Ikea voert het winkelend publiek langs de volledige catalogus

    Het eenrichtingsdoolhof is dan ook doelbewust ontworpen om te verleiden tot impulsaankopen. De meeste winkels hebben lay-outs die klanten de vrijheid geven. Ikea breekt met die regel. Binnen worden klanten via een vooraf bepaalde route voortgestuwd, zodat het onaantrekkelijk is om terug te lopen. Een gemiddelde Ikea-winkel meet zo’n 28.000 vierkante meter, ruim vier voetbalvelden, en klanten worden tijdens hun route van ruim 1,5 kilometer door 50 verschillende ruimtes geleid. Dat zorgt voor een brede productpresentatie: bij de meeste winkels zien klanten slechts zo’n 33 procent van het aanbod; de opzet van Ikea voert het winkelend publiek langs de volledige catalogus.

    Lees ook:

  • Rijkste Russen verliezen gezamenlijk meer dan 83 miljard dollar

    Rijkste Russen verliezen gezamenlijk meer dan 83 miljard dollar

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Moderna geeft vaccinpatenten in arme landen vrij

    » Monsanto aangeklaagd door de stad Los Angeles

    22 rijkste miljardairs van Rusland zien fortuin verdampen

    De tweeëntwintig rijkste miljardairs van Rusland verloren dit jaar op papier tezamen al 83 miljard dollar, circa 74,73 miljard euro, bericht The Daily Mail. De rijkste man van Rusland, Vladimir Potanin, president van Norilsk Nickel, verloor tot dusver 6 miljard dollar. Het grootste verlies was voor Vagit Alekperov, voorzitter van LUKoil, die nu 7,19 miljard dollar waard is na een vermogensdaling van 68 procent.

    Lees ook:

  • Musk houdt traditie in stand

    Musk houdt traditie in stand

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Digitale reddingsactie Oekraïne

    » Gestegen winst voor Berlusconi

    FSD komt dit jaar écht

    Tijdens de presentatie van de winstcijfers van Tesla vorige week, was het bedrijf niet alleen tevreden over de productie van Model Y in de nieuwe fabriek in Texas en over de recordomzet – de verkoop bereikte 4,1 miljard dollar, tegen 26,4 miljard in 2020 en 19,4 miljard in 2019. Maar CEO Elon Musk hield zich ook aan wat inmiddels een traditie lijkt te zijn geworden. Voor het negende jaar op rij voorspelde hij namelijk dat ‘volledig zelf rijden’, ofwel FSD, naar het Engelse Full Self-Driving, hetgeen betekent dat er geen controle of input nodig is van wie dan ook in de auto, over minder dan een jaar mogelijk zal zijn.

    ‘Ik denk dat FSD de belangrijkste winstbron voor Tesla zal worden’, zei hij bij de presentatie, geciteerd door Jalopnik. ‘Het is mijn persoonlijke gok dat we FSD dit jaar zullen bereiken, met een aanzienlijk hoger veiligheidsniveau dan we momenteel hebben.’

  • Gestegen winst voor Berlusconi

    Gestegen winst voor Berlusconi

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Digitale reddingsactie Oekraïne

    » Musk houdt traditie in stand

    Een stijging van 11 procent ten opzichte van 2020

    Mediaset, de mediagroep van de 85-jarige Italiaanse ex-premier Silvio Berlusconi, dat inmiddels is omgedoopt tot MediaforEurope (MFE), kon in 2021 geconsolideerde netto-opbrengsten van 2914 miljoen euro boeken, schrijft ANSA. Dat is een stijging van 11 procent ten opzichte van 2020. De nettowinst bedroeg 374 miljoen en lag daarmee ongeveer 169 procent hoger dan in 2020 en bedroeg ongeveer het dubbele van het precoronaniveau van 2019.

    Het bedrijf, dat nu in Nederland is gevestigd, liet weten dat de belangrijkste indicatoren voor geconsolideerde en Italiaanse activa ‘positief’ zijn en dat ze aan het begin van het jaar hoger lagen dan ‘de eigen prognoses van het bedrijf’.

  • In de Andes bevindt zich het meest diverse voedselsysteem ter wereld

    In de Andes bevindt zich het meest diverse voedselsysteem ter wereld

    In Peru’s afgelegen dorpen gebruiken boeren verschillende gewassen om de klimaatcrisis het hoofd te bieden. ‘Wij volgen het pad dat onze voorouders hebben ontwikkeld.’

    In een landelijke omgeving die door de eeuwen heen nauwelijks is veranderd, verzamelen boeren in rode wollen poncho’s zich in een halve cirkel om chica te drinken, gemaakt van gegiste maïs, terwijl ze mompelend Pachamama – Moeder Aarde – aanroepen voordat ze de drab op de aarde van de Andes sprenkelen. Zingend in het Quechua, de taal die door de Inca’s over de gehele Andes is verspreid, maken ze heuveltjes rondom de planten op de vele kleine lapjes grond op de terrassen van de Peruaanse berghelling.

    De Andes biedt plaats aan een van de meest diverse voedselsystemen ter wereld. Door middel van speciaal aangepaste landbouwtechnieken houden de boeren een grote variëteit aan maïs en andere gewassen in stand die de sleutel kunnen vormen voor voedselvoorziening, nu de opwarming van de aarde een onstabieler klimaat veroorzaakt. Maïs wordt al duizenden jaren verbouwd in Lares, bij Cuzco, in een van de hoogstgelegen landbouwgebieden ter wereld. De inwoners van Choquecancha en Ccachin zijn gespecialiseerd in meer dan vijftig soorten graansoorten in een veelvoud van verschillende grootten en kleuren. ‘Vroeger verbouwden de Inca’s dit soort ecotypes en wij volgen het pad dat onze voorouders hebben ontwikkeld,’ zegt Juan Huillca, een natuurbeschermer in het kleine bergdorp Choquecancha. 

    Maïskolven met roodgetinte korrels worden bloedhuiler genoemd

    Op een deken liggen maïskolven in een scala aan kleuren, van licht vergeeld wit tot donkerpaars. Allemaal hebben ze dikke korrels en beeldende namen. Gelige maïskolven met roodgetinte korrels worden yawar waqaq (bloedhuiler) genoemd. Witte kolven met grijze spikkels, waarvan de geroosterde korrels worden opgediend als knapperige canchita bij het beroemde Peruaanse gerecht ceviche, worden algemener chuspi sara (kleine maïs) genoemd.

    Historici menen dat wat nu de meest geteelde graansoort ter wereld is, zo’n tienduizend jaar 
    geleden zijn oorsprong had in het huidige Mexico. Vervolgens hebben de maïssoorten zich zuidwaarts verspreid langs de ruggengraat van de Andes om zo’n zesduizend jaar geleden in Peru aan te komen. Lang voor de klimaatcrisis begonnen de voorouders van deze boeren granen te verbouwen in verschillende kleine ecosystemen, van ijzige bergtoppen tot zonnige valleien.

    Erfgoedsystemen

    ‘In dit landschap zou het moeilijk zijn om slechts één variëteit van één gewas te verbouwen, omdat je in één jaar vorst, hagel, droogte of onstuimige regenval kunt hebben,’ zegt Javier Llacsa Tacuri, expert in landbouwbiodiversiteit. Hij beheert een project om landbouwtechnieken veilig te stellen die worden gezien als een van de weinige wereldwijd belangrijke, agrarische erfgoedsystemen. ‘Een paar variëteiten zijn niet genoeg om een jaar landbouw winstgevend te maken, dus moet je vele variëteiten hebben. Vorst en hagelstormen zijn altijd voorgekomen en onze voorouders wisten hoe ze daarmee moesten omgaan.’ Met meer dan honderdtachtig inheemse plantensoorten en honderden variëteiten heeft Peru een van de grootste diversiteiten aan gewassen.

    Het project, dat wordt gesteund door de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN, staat de boeren bij om de inheemse soorten te behouden, en Llacsa Tacuri en zijn collega’s helpen hen om markten te vinden voor de veelkleurige maïs. ‘Peru is een van acht plekken ter wereld die worden beschouwd als een centrum van herkomst van de landbouw,’ zegt Llacsa Tacuri. ‘De eerste bewoners en hun nakomelingen, de huidige boeren, begonnen hun aanpassing aan dit landschap meer dan tienduizend jaar geleden.’

    Juan Huillca vertelt dat zijn dorp en de nabijgelegen plaatsjes de klimaatcrisis al beginnen te voelen. ‘Er komen ziekten als zwarte roest en meeldauw. Soms hebben we vorst of hagel. Daarom hebben we zaadbanken, om onze maïsecotypes niet kwijt te raken, zodat we wat we verloren hebben terug kunnen krijgen en die variëteiten opnieuw kunnen zaaien.’

    Nu het klimaat opwarmt, ontstaan er variëteiten die resistenter zijn tegen ziekten en plagen

    In een eenvoudig boerenhuis in Ccachin ligt de genetische erfenis van duizenden jaren oogstdomesticatie en -variatie. Tientallen soorten gedroogde korrels liggen er opgeslagen in plastic containers voor moeilijke tijden. ‘Maar de verdiensten zijn laag, waardoor veel jonge mensen naar de stad verhuizen omdat ze hun familie niet kunnen onderhouden,’ zegt Huillca. 

    Sonia Quispe, die zich bekommert om het behoud van maïs in Choquecancha, vertelt dat de oogst half zo groot is als normaal. ‘Door de klimaatcrisis wordt er minder geoogst, maar we vullen ons eetpatroon aan met aardappelen. Het is dus belangrijk om met verschillende soorten maïs te werken om voor voldoende voedsel te zorgen. Nu het klimaat opwarmt, ontstaan er variëteiten die resistenter zijn tegen ziekten en plagen.’

    Plagen tegengaan

    Quispe kan de soort van drie maanden oude maïsscheuten herkennen aan de stengels. Ze legt uit dat de stengels die aan de onderkant rood zijn rood-getinte kolven met een bittere smaak voortbrengen die plagen tegengaan en die zich naar hoger op de berg gelegen gebieden verspreiden naarmate de zon feller wordt.

    Julio Cruz Tacac (31), een yachachiq oftewel landbouwdocent, die na zijn studie in Cuzco terugkeerde naar Ccachin, heeft de weerpatronen zien veranderen. ‘Toen ik klein was, scheen de zon niet zo fel. De temperatuur was milder.’ ‘Het was alsof we in het paradijs woonden wat voedsel betreft. We hadden alles bij de hand,’ vertelt hij over zijn jeugd. Dat contrasteert met het leven in de stad, waar ‘alles om geld draait’. Door de coronapandemie werd dat nog moeilijker. Peru had de hoogste sterftecijfers door corona ter wereld.

    ‘Maar nu er een pandemie is, willen de mensen niet ruilen, ze willen geld’

    In de afgelegen dorpjes wordt de gewoonte van ayni, gemeenschappelijk werk, in ere gehouden, maar een vorm van ruilhandel die trueque heet heeft schade opgelopen door de economische impact van de pandemie. ‘We gaan naar de markt waar we het fruit en de coca van de boeren in de vallei verhandelen,’ zegt Genara Cárdenas (55) uit Ccachin. ‘Maar nu er een pandemie is, willen de mensen niet ruilen, ze willen geld.’

    De financiële druk heeft de traditionele manier van leven in het dorp aangetast, maar de gewassen hebben de bewoners geholpen om ondanks de economische problemen zelfvoorzienend te blijven. Nu zorgt de klimaatcrisis voor nieuwe uitdagingen, zegt de 55-jarige boer Victor Morales. ‘Toen ik jong was, kwamen de regens en de vorst op vaste tijden, maar tegenwoordig is alles veranderd. Toen hadden we veel verschillende soorten aardappelen en maïs, nu hebben we variëteiten die resistenter zijn tegen de klimaatverandering.’

  • ‘Rijk, ik?’ Zolang de bovenklasse ontkent, ontstaat er nooit een eerlijke verdeling

    ‘Rijk, ik?’ Zolang de bovenklasse ontkent, ontstaat er nooit een eerlijke verdeling

    In Duitsland wordt elk jaar ongeveer 400 miljard euro nagelaten. Erfgenamen ontvangen vaak een bedrag dat hoger is dan wat zij zelf gedurende hun leven verdienen. Hoe zou vermogen eerlijker verdeeld kunnen worden?

    I hob da wos übawiesn (‘Ik heb wat naar je overgemaakt’), bromde mijn vader door de telefoon en dat was niet echt een verrassing. Mijn vader is geen man die van bankbiljetten vlinders vouwt en tussen een bosje bloemen steekt. Zijn verjaardagscadeaus rollen via BIC en IBAN naar mij toe, meestal enkele honderden euro’s waarvoor ik dan nieuwe schoenen koop of op vakantie ga. Maar dit keer was het 5000 euro. Vet. Veel. Geld. Zo veel geld dat de salarisoverschrijving van de Süddeutsche Zeitung die direct daaronder op mijn rekeningafschrift stond haast een lachertje leek en ik me afvroeg of ik in plaats van te werken voortaan niet gewoon elke drie maanden mijn verjaardag moest vieren.

    Dat was tien jaar geleden en voor het eerst drong het tot mij door dat mijn vader misschien wel geld te veel had. Een andere aanwijzing was het mij toegebromde Wenns eich wos Eigenes kaffa woits, dann gib i eich scho wos dazu (‘Wanneer jullie iets voor jezelf willen kopen, dan geef ik jullie er wel wat bij’). Niet veel later kochten we een woning in München en mijn vader maakte de daarvoor noodzakelijke eigen inleg naar mij over. Een bedrag dat hoger was dan al mijn salarissen en honoraria tot op dat moment tezamen.

    Niet iedereen krijgt dus iets. De helft van de Duitsers heeft niets en erft niets

    Wat doet dat met mij? En wat doet het met onze samenleving dat het zo gaat – en dat niet alleen bij mij? Naar schatting wordt elk jaar in Duitsland wel 400 miljard euro nagelaten. In Frankrijk ontvangt 12 tot 15 procent van de erfgenamen een bedrag dat hoger is dan wat zij zelf gedurende hun leven verdienen. Momenteel berekent econoom Timm Bönke die cijfers voor Duitsland, hij verwacht soortgelijke uitkomsten. Niet iedereen krijgt dus iets. De helft van de Duitsers heeft niets en erft niets. 

    ‘De mensen bij mij in de straat haten alles wat grof, dom en luidruchtig is, ze willen in het journaal niet worden lastiggevallen met wat onbehouwen types – vooruit, laten we ze medeburgers noemen – van dit land vinden. Dat komt doordat zij een beetje meer in Duitsland opgegroeid zijn dan de anderen, de ziekenhuizen en scholen waren altijd al meer van hen, hun hele leven is één Leeuwenkoning, dit alles zal eens van jou zijn. Alles, Simba.’ 

    Zo schrijft Sophie Passmann over haar en mijn milieu in haar vorig jaar verschenen boek Komplett Gänsehaut. Dat milieu is welgesteld, stedelijk en beschaafd. Het koopt fair en organic, woont in de schil rond de binnenstad in een vooroorlogs huis, eet pizza met fior di latte. Ze zijn politiek links-groen-liberaal, maar als het erop aankomt handelen ze conservatief, kopen ze aandelen, beleggen ze in onroerend goed en nemen ze een belastingadviseur in de arm om er voor zichzelf nog wat meer uit te halen. Ze zien zichzelf als het politieke en economische midden, geen van beide is waar, en dat is het probleem.

    Foutief zelfbeeld

    In enquêtes is slechts 1,2 procent van de mensen van mening dat ze tot de bovenste 10 procent behoren, zelfs [kanselier] Olaf Scholz (maandsalaris: 15.500 euro) en [Bondsdaglid] Friedrich Merz (jaarsalaris met vijf nullen en een miljoenenvermogen) rekenen zich tot de middenklasse. Daarom deze definitie om het eigen buikgevoel te onderzoeken: tot de 10 procent best betaalden behoren diegenen die als single ongeveer 3500 euro netto per maand verdienen, bij een stel is dat 5300 euro. Tot de meest vermogende 10 procent behoort iedereen die meer dan 477.200 euro bezit (beleggingen in onroerend goed en aandelen tellen natuurlijk ook mee).

    Het foutieve zelfbeeld van de bovenklasse is een probleem, omdat zij het is die in bedrijven de besluiten neemt, de wetten schrijft en uitlegt hoe de wereld in elkaar steekt. Wie beweert dat hij middenklasse reist en vervolgens alle medereizigers het uitzicht vanaf het bovendek beschrijft, geeft alle anderen het gevoel simpelweg te stom te zijn om uit het raam te kijken. Voor dit artikel spreek ik met veel mensen over geld, bijvoorbeeld met een echtpaar, beiden bedrijfsadviseur, dat samen een kwart miljoen per jaar verdient, met een grafisch kunstenaar die in het huis van haar oma woont en met een gepensioneerde man die zijn huisje in een dure buurt van München heeft afbetaald. Allemaal protesteren ze verontwaardigd als ik hen rijk noem.

    Rijk? Wij toch niet! De rijken, dat zijn in veel hoofden mensen als Kim Kardashian, die oorbellen van 75.000 dollar in zee verliest, of de mensen die ruim 9 miljoen euro neertelden voor de duurste woning van München, met uitzicht op het Maximilianeum. Het goedverdienersechtpaar ziet zichzelf niet als rijk, omdat zij geen vermogen hebben en drie kinderen moeten onderhouden. De grafisch kunstenaar vindt zichzelf als zzp’er ook niet rijk, de maandelijkse honoraria zijn karig en onzeker. En grootvader in zijn afbetaalde eengezinswoning? Die heeft toch zeker hard voor zijn geld gewerkt.

    Welvaart hangt veel minder af van eigen prestaties dan van wat hun vaders en groot-vaders bij elkaar hebben gebracht

    Het probleem van de generatie van Sophie Passmann (1994) is dat hun welvaart veel minder afhangt van eigen prestaties dan van wat hun vaders en grootvaders (meestal waren het mannen) bij elkaar hebben gebracht. Nog maar de helft van wat de Duitsers tegenwoordig aan eigen vermogen bezitten, hebben zij met werken vergaard; de rest werd geërfd of kregen ze cadeau. Voor mijzelf geldt dat momenteel ook min of meer. Zonder schenkingen van mijn vader had ik een heel andere levensstandaard gehad; ik zou in een huurhuis wonen en in plaats van naar de biomarkt zou ik naar de discounter gaan. Mijn ongemak hierover snapt hij niet echt. Vroeger heeft hij voor zijn koophuis ook wat startkapitaal van zijn schoonouders gekregen. Bovendien heeft hij hard voor zijn geld gewerkt, hij heeft het zelf nu eenmaal niet nodig en geeft het aan mij. En ik werk toch zeker ook hard – waarom dan die schaamtegevoelens?

    Maar veel mensen van mijn generatie die even hard werken, krijgen niets en dat scheidt ons. De een betrekt op zijn gemak een eigen huis, de ander zwoegt om de huur te betalen. Ondertussen vertellen de boomers nog altijd het sprookje van vooruitkomen door hard werken – het verhaal van de middenklasse – en preken zij de mythe van gelijke kansen. Maar het Duitsland waarin mensen op eigen kracht  welvaart konden vergaren, dat Duitsland bestaat niet meer, zoals Julia Friedrichs in haar recente boek Working Class laat zien. 

    De waarde van grond blijft altijd veranderlijk

    Het begrip ‘grootgrondbezitter’ is sinds mensenheugenis zo’n beetje synoniem aan rijk en machtig.
    In de Middeleeuwen bijvoorbeeld kon adel in bezit van grond de rest van de bevolking uitknijpen, omdat grondbezit letterlijk van levensbelang was: er groeide voedsel op. En als je nergens anders je voedsel vandaan kunt halen, ben je bereid om jezelf als slaaf te onderwerpen in ruil voor een appel en een ei. Gelukkig is die feodale wereld grotendeels verdwenen en tegelijkertijd zijn de betekenis en de waarde van grootgrondbezit veranderd.
    Natuurlijk is het nog steeds prettig om als miljardair een groot stuk grond te kunnen aanschaffen, of liever nog: een compleet eiland, om pottenkijkers buiten de deur te houden. Maar het bezit van veel grond is niet langer per definitie een teken van rijkdom. Het is zelfs de vraag of het een zegen is. Vraag maar eens aan boeren in bijvoorbeeld het verpauperde deel van Noord-Frankrijk. Al die hectares leveren hun niet of nauwelijks iets op, maar ze staan dagelijks wel met gebogen rug te ploeteren om de boel een beetje bij te houden. Ondertussen denkt iemand die daarentegen ‘slechts’ 50 of 100 vierkante meter bezit in het centrum van een populaire stad vrolijk fluitend aan zijn oude dag in een zonnig oord.

    Grond is een raar iets, want er zal nooit meer van komen, maar de waarde blijft altijd veranderlijk. Dezelfde stukken peperdure grond in binnensteden, waar momenteel prinsen met hippe brillen op afkomen als vliegen op stroop, waren plekken waar je 150 jaar geleden ver weg van bleef vanwege cholera en andere narigheid; de spekkopers zaten toen in Noord-Frankrijk.

    Schaamte

    Dus voelt iedereen schaamte. De een omdat hij geen geld heeft en meent zelf schuldig te zijn aan zijn misère. De ander omdat hij geld heeft en het vage gevoel dat het ergens niet klopt. Maar omdat men niet graag toegeeft te profiteren van de situatie, wordt de eigen welvaart gebagatelliseerd. In smalltalk is de eigen woning dan zo’n 100.000 euro minder waard, waarmee de ander het gevoel krijgt de vastgoedmarkt niet goed te begrijpen. Die designbank? Was heel goedkoop, liep ik toevallig tegenaan. Die vakantiewoning in Kitzbühel? Hebben mijn ouders al eeuwen, vroeger was het immers nog prima betaalbaar daar. Die pseudobescheidenheid is vaak aardig bedoeld. Maar de facto doet zulk soort zinnen de minder bevoorrechten wanhopen. Over hun eigen arbeidskracht, hun eigen handigheid, 
    hun eigen waarde. Waarom slagen zij wel en ik niet? Misschien zou je beter kunnen zeggen: ik heb een kwart miljoen geërfd en kan het me permitteren, jij nou eenmaal niet, sorry.

    Juist in de bovenklasse ontbreekt het bewustzijn van de eigen welvaart

    Absoluut, zegt Julia Friedrichs. Eerlijkheid inzake geld is belangrijk, ook tegenover jezelf. Maar juist in de bovenklasse ontbreekt het bewustzijn van de eigen welvaart. ‘Daar groeien kinderen vaak op met de verkeerde gedachte “zoals het bij ons is, is het overal”,’ zegt Friedrichs. Daardoor voelen zij zich dan als volwassene al net zomin verantwoordelijk voor sociale ongelijkheid. 

    Natuurlijk kun je hun dat ook niet kwalijk nemen. Die verdedigingsreflex – ‘ik heb toch niemand iets afgepakt?’ – steekt onmiddellijk de kop op wanneer je met welgestelden over geld en rechtvaardigheid spreekt. Dat vermogen zich vandaag de dag vrijwel niet meer laat vergaren met werk, ligt aan een belastingwetgeving die arbeid en consumptie steeds meer en bedrijf, kapitaal en vermogen steeds minder belast. Aan een arbeidsmarktbeleid dat een levenslange vaste aanstelling meer en meer laat vervangen door tijdelijke contracten, uitzendwerk, onderaannemers en zzp’ers. Aan bedrijfsmanagers zoals Thomas Middelhoff, die zichzelf schaamteloos hoge bonussen laten uitbetalen voor het fileren, verpatsen en liquideren van ondernemingen. Enzovoorts. Bij twijfel ligt het altijd aan ‘het systeem’, maar daar maken wij allemaal deel van uit. Daarom is het mij te goedkoop om alleen maar naar de regering of naar directie-etages te wijzen en te zeggen: maak dat weer in orde, ik was het niet. Wie geld heeft, heeft verantwoordelijkheid. Maar wat doe ik daarmee?

    Het werkt als een soort aflaathandel met de hele maatschappij: overal keurig te veel betalen om zich vervolgens volkomen superieur te voelen

    Om in elk geval niets naars met dat fijne geld aan te richten dumpt de bovenklasse haar geld bij voorkeur op de biomarkt, koopt uitsluitend fair geproduceerde kleding, steunt lokale producenten, geeft de pakketbezorger, de werkster en de taxichauffeur een overdreven fooi en kiepert het resterende muntgeld in het kartonnen bekertje van de bedelaar voor de discounter. Het werkt als een soort aflaathandel met de hele maatschappij: overal keurig te veel betalen om zich vervolgens volkomen superieur te voelen. Bij verjaardagsfeestjes laat je weten geen cadeaus te willen (‘we hebben alles al, we hebben niets nodig’) en vraag je in plaats daarvan om donaties voor bootvluchtelingen of voor de kampen op Lesbos. 

    Dit mechanisme wordt behoorlijk meedogenloos beschreven door Anke Stelling in haar romans Schäfchen im Trockenen en Bodentiefe Fenster. Ze verhaalt van vrouwen die hun werkster de afgedankte Gucci-jurk cadeau doen omdat het zo slecht bij hun feministische multiculti-zelfbeeld past dat ze hun huis laten opruimen door migrantenvrouwen. Maar het is wel een afgedankte jurk. De geefster zelf ontbreekt het aan niets. Met al deze moreel correcte consumptie en het royaal doorgeven van gebruikte zaken ga je immers nooit over je eigen pijngrens heen. Ook ik niet.

    Dat het de consument van bioproducten en faire kleding om een betere wereld te doen is, gelooft Friedrichs niet echt. Ze ziet in de labels een herkenningsteken waarmee de bovenklasse zich kenbaar maakt en onderscheidt. En als we het toch over fair hebben: ze kent niemand die haar werkster werkelijk behoorlijk betaalt, maar wel veel mensen die zich dat goed zouden kunnen permitteren.

    Op de vraag welk uurloon ze juist zou vinden, antwoordt ze: 20 à 25 euro. En dat, ja dat zijn de hefbomen waarmee welgestelden echt iets ten goede zouden kunnen veranderen, meer dan met moreel shoppen en een egocentrische schaamteshow op Instagram. Wereldverbeteraars uit de bovenklasse zouden hun vastgoed betaalbaar moeten verhuren, zich in hun bedrijf hard moeten maken voor een rechtvaardige beloning (ook wanneer zijzelf het geld helemaal niet zo hard meer nodig hebben) en hun medewerkers en dienstverleners behoorlijk betalen. Maar je inzetten voor politieke verandering, dat zou het allerbelangrijkst zijn. Allereerst voor een hogere succesiebelasting en een vermogensheffing. En dan zegt Friedrichs nog: ‘Het ministerie van Financiën heeft een giftenrekening.’

    Rijk? Ik toch niet

    Ja, dus? Het geld dat ik geschonken kreeg lag ruim onder de vrijstellingsgrens voor de successiebelasting. Ik vind dat natuurlijk niet goed, ik vind de successiebelasting te laag, de vrijstellingsgrens te hoog, maar dat vind ik ook van het reiskostenforfait of de gunstige fiscale behandeling van partners. Dat mag ik dan allemaal niet goed vinden, ze komen wel allemaal terug in mijn belastingaangifte en ik betaal aan de fiscus geen euro te veel. Is dat niet wat goedkoop? Een hogere successiebelasting in theorie juist vinden maar in de praktijk niets vrijwillig afstaan zolang de politiek mij daar niet toe dwingt? In gedachte rechtvaardig ik me voor mijzelf: ik ga toch niet vrijwillig successiebelasting betalen aan een staat die daarmee vervolgens zijn schulden betaalt? Dan geef ik het geld toch liever zelf uit. Of: laten de superrijken eerst maar eens beginnen met vrijwillig belasting  betalen, de BMW-erfgenamen Susanne Klatten en Stefan Quandt bijvoorbeeld, die alleen al afgelopen jaar 800 miljoen euro aan dividend opstreken.

    Daar gaan we weer: rijk? Ik toch niet! En zo ja, dan jij ook, dan wij allemaal. Met zulke cirkelredeneringen om jezelf te rechtvaardigen kan iedereen eeuwig niets blijven doen. De bescheiden financiële injecties die sommigen van de naoorlogse generatie aan hun kinderen konden doorgeven, is in veel voormalige middenstandsgezinnen uitgegroeid tot een flink vermogen. Ze waren als het gist dat het deeg van economische bloei en individuele vlijt deed rijzen. Vandaag worden daarentegen gelijk de koeken nagelaten.

    De Bewegunsstiftung deelt geen brood uit, maar helpt het gist rijzen

    In plaats van die gewoon op te eten zouden erfgenamen via de Bewegungsstiftung ook iets heel nieuws kunnen bakken. In 2002 stichtten Christoph Bautz en Jörg Rohwedder met kennissen deze stichting op met een startkapitaal van 250.000 euro. Inmiddels hebben via de stichting bijna tweehonderd mensen ettelijke miljoenen euro in diverse projecten geïnvesteerd. Bijvoorbeeld in de Seebrücke (project voor het redden van bootvluchtelingen), in meer sociale woningbouw en in meer verplegend personeel in ziekenhuizen. Het verschil met andere liefdadigheidsprojecten: de Bewegungsstiftung ondersteunt uitsluitend projecten die maatschappelijke verandering bevorderen. Zij deelt geen brood uit, maar helpt het gist rijzen.

    Een ander idee is om op z’n minst een deel van de enorme nalatenschap (weet u het nog: 400 miljard euro per jaar) rechtvaardiger te verdelen. Dat vergt een hogere successiebelasting, een hogere vermogensheffing, logisch. Maar dan moeten die gelden niet simpelweg naar de rijksbegroting vloeien, maar direct weer worden uitgekeerd: als startkapitaal voor iedereen die meerderjarig wordt. ‘Sociale nalatenschap’, noemt Julia Friedrichs dit voorstel van liberale wetenschappers in haar boek; het zou een soort gist zijn voor iedereen. Mij spreekt dit idee het meeste aan en als het ministerie van Financiën daartoe een rekening zou openen, zou ik wel wat overmaken.