Het fameuze standbeeld Fearless Girl in New York, dat ooit tegenover de stier van Wall Street stond opgesteld als teken van vrouwelijke kracht, heeft een ongewis lot nu de maker en het bedrijf dat opdracht tot vervaardiging ervan gaf met elkaar ruziën over de vraag wie het intellectueel eigendom bezit, schrijft Artnet News.
Kunstenaar Kristen Visbal maakte het werk in 2017, waarna het een jaar lang tegenover de Charging Bull in het Bowling Green-park in New York stond. Na klachten van de maker van de stier werd het verplaatst naar de huidige plek bij de New York Stock Exchange. Visbal meent op grond van haar contract met State Street Corporation, de financiële dienstverlener die het werk betaalde, het volledige intellectueel eigendomsrecht te bezitten. Maar State Street verwijst naar een ander contract, dat de eigendomsrechten van Visbal over het standbeeld zou beperken. Het conflict gaat over replicatie: Visbal wil kopieën maken om te verkopen, maar volgens State Street heeft zij het recht daartoe dus afgestaan.
Niet alleen de pandemie heeft de manier waarop mensen denken over hun baan verandert. Ook andere ontwikkelingen, zoals voortschrijdende digitalisering en het groeiende aantal burn-outs, maken dat werk en de arbeidsmarkt aan een grondige herziening toe zijn.
Heeft het kantoor nog de toekomst?
In de afgelopen decennia veranderde het uiterlijk van veel kantoren drastisch.
Aparte ruimtes en hokjes verdwenen en toepassingen uit de technologie werden geïntegreerd in open kantoorruimtes die geschikt waren voor werk in teamverband. Tegelijkertijd maakte digitalisering met e-mail, Google Docs, videoconferenties en Slack de aanwezigheid van werknemers in die kantoren minder essentieel. De pandemie maakte duidelijk dat veel werk ook elders verricht kan worden en wierp de vraag op waar het kantoor eigenlijk voor is: een plek voor nieuwelingen om te leren van ervaren collega’s? Een vorm om luiwammesen in de gaten te houden? Een ruimte voor samenwerking en sociaal contact?
Een groot deel van Amerikaanse werknemers wil verhuizen uit de grote stad of heeft dat al gedaan
Volgens Upwork, een platform voor freelancers, werkt 27 procent van de Amerikaanse beroepsbevolking dit jaar op afstand en willen zo’n twintig miljoen werknemers verhuizen, of hebben dat al gedaan, velen van hen uit de grote steden. Leegstand in kantoren blijft stijgen. CBRE, ’s werelds grootste vastgoedadviesbureau, schat de leegstand van kantoren in San Francisco op ruim 16 procent, hoger dan ooit. Grote vastgoedbedrijven die voorheen recessiebestendig waren vanwege langlopende commerciële huurcontracten, hebben het afgelopen jaar ruim een derde van hun beurswaarde verloren. Kortom, er zal een nieuw evenwicht moeten worden gevonden.
De ‘digitalenvaardighedenkloof’
Digitalisering dwingt bedrijven om voortdurend hun bedrijfsmodellen en -processen aan te passen.
Ondertussen merken werknemers dat ze, om mee te kunnen blijven gaan met die veranderingen, bereid moeten zijn om levenslang te leren. Maar uit onderzoek van Initiative21, een Duitse ngo die onderzoek doet naar de maatschappelijke uitdagingen van het digitale tijdperk, blijkt dat de ‘digitalevaardighedenkloof’ in Duitsland nog groot is. Zo is 59 procent van de internetgebruikers anderhalf jaar na het uitbreken van de pandemie nog steeds niet in staat een videoconferentie op te zetten. Slechts 20 procent van de mensen met een kantoorbaan beheerst een programmeertaal. Die hebben ze momenteel waarschijnlijk nog niet nodig, maar dat kan snel veranderen. De samenleving heeft behoefte aan ‘een beter begrip van onderlinge verbanden in tijden van digitalisering’, aldus Hannes Schwaderer, voorzitter van het D21-initiatief. ‘Een leven lang leren moet routine worden.’
Sommige bedrijven in Duitsland hebben eigen opleidingen, maar dat is nog een zeldzaamheid. Experts verwachten dat dat in de toekomst gaat veranderen, omdat het opleiden van werknemers in alle sectoren steeds belangrijker wordt. Want hoe verder de digitalisering vordert, des te specialistischer de banen worden. Daardoor zal het voor bedrijven zonder eigen opleiding steeds moeilijker worden om geschikte medewerkers te vinden. (Focus, München)
Meer dan alleen werk
In aanloop naar zijn boek The End of Burnout: Why Work Drains Us and How to Build Better Lives, dat in januari verschijnt, publiceerde Jonathan Malesic onlangs een opinieartikel in The New York Times.
Na bijna twee jaar massale werkloosheid en thuiswerken keren miljoenen mensen nu terug naar het ritme van de veertigurige werkweek en de droom van opwaartse mobiliteit, schrijft Malesic, ook al leidden die vóór de pandemie tot wijdverbreide ontevredenheid en burn-outs. Veel mensen zien werk niet alleen als een manier om de kost te verdienen, maar als cruciaal voor zelfontplooiing.
De algemene gedachte is dat werk betekenis, zingeving en waardigheid verschaft en recht geeft op deelname aan de samenleving. Maar, aldus Malesic, je baan, of het ontbreken ervan, is niet bepalend voor je menselijke waarde. ‘We zouden moeten beginnen met het idee dat ieder van ons waardigheid heeft, of we nu werken of niet.’ De pandemie bewees dat: miljoenen verloren plotseling hun baan, maar niet hun waardigheid. Volgens Malesic is dit hét moment om te bedenken hoe we werk kunnen inpassen in ons leven: ‘De pandemie heeft ons eraan herinnerd dat we bestaan om meer te doen dan alleen maar werken.’ Zijn advies: zoek naar zingeving in dingen buiten je baan en pas je werk daarop aan, in plaats van andersom.
Wees gerust. Inflatie is knap nadelig voor de 1 procent, maar helpt de rest. Waar het volgens deze journalist om gaat is het volgende: inflatiepaniek draait om klassenstrijd tussen crediteuren en debiteuren.
Keuze uit het archief
Nu we weer worden doodgegooid met hoge inflatiecijfers en voorspellingen van een recessie, kunnen we een artikel als dit goed gebruiken. Een van de lessen: we moeten vooral niet in paniek raken. En daar is ook geen enkele reden toe. Tenzij je tot de allerrijksten hoort – maar ook in dat geval zijn de zorgen maar relatief.
Nu klinkt deze boodschap wel heel cru voor de velen die moeite hebben hun (gas)rekeningen te betalen. Maar de achterliggende theorie zet op zijn minst aan het denken. Want inderdaad: als grote mediabedrijven zich massaal op iets storten, is het een goed idee om even stil te staan bij wat er echt aan de hand is, en waarom.
Het meestgelezen verhaal op de website van The New York Times op 10 november ging over inflatie en was beangstigend: ‘De inflatie piekte in oktober, waardoor in Washington de hoop vervloog dat de prijsstijgingen zouden vertragen’. The Washington Post opende met een even alarmerend bericht: ‘De prijzen zijn in oktober 6,2 procent gestegen vergeleken met vorig jaar, de grootste stijging in dertig jaar. De inflatie zet de economie onder druk.’
Kort daarna maakten tv-zenders, die de Times en de Post doorgaans op de voet volgen, verschillende onnauwkeurige nieuwsitems. CNN had bijvoorbeeld al een slordig portret van een groot gezin in Texas dat de gevolgen van de inflatie voelt door de grote hoeveelheden melk die het koopt.
Paniek over inflatie schept op een handige manier de voorwaarden om de macht van werkenden te verzwakken
Als grote mediabedrijven zich massaal op iets storten, zoals in dit geval, is het een goed idee om even stil te staan bij wat er echt aan de hand is, en waarom. Waar het om gaat is het volgende: inflatiepaniek draait om klassenstrijd. Sterker nog, misschien is het wel de ultieme klassenstrijd: die tussen crediteuren en debiteuren. Het is een strijd die al sinds de oprichting van de Verenigde Staten aan de gang is.
Dat komt doordat inflatie doorgaans goed is voor de meesten van ons, maar akelig voor mensen die grote mediabedrijven bezitten of die bijvoorbeeld grote mijnbedrijven hebben opgericht. En paniek over inflatie schept op een handige manier de voorwaarden om de macht van werkenden te verzwakken.
De verhalen in de media over inflatie ontstonden nadat de inflatiecijfers voor oktober waren gepubliceerd door het Amerikaanse Bureau of Labor Statistics (BLS), dat onder het ministerie van Arbeid valt. Het BLS stelde vast dat de prijzen van alle goederen in oktober met 0,9 procent waren gestegen. Met andere woorden, producten waarvoor je in september gemiddeld 10 dollar betaalde, kosten nu een afschrikwekkende 10,09 dollar. Ook zijn de prijzen nu over het algemeen 6,2 procent hoger dan een jaar geleden. Dus iets wat in oktober vorig jaar 10 dollar kostte, is nu 10,62 dollar waard.
Reële waarde
De berichtgeving hierover van zowel de Times als de Post was misleidend. Door de kop van de Post – ‘De prijzen stegen in oktober met 6,2 procent vergeleken met vorig jaar’ – lijkt het alsof de prijzen met 6,2 procent stegen in oktober, met andere woorden: in één maand. Vergelijkbaar toonde de Times een grafiek waarin stond dat de prijzen stegen ‘met 6,2 procent in oktober’. Dat zou een groot probleem zijn. Maar gelukkig was dat niet het geval.
Waarom spreekt inflatie dan zo tot de verbeelding van de grote mediabedrijven? Dat is eenvoudig. Ten eerste vermindert inflatie de reële waarde van schulden. In 2020 hadden Amerikaanse gezinnen ongeveer 14,5 biljoen dollar aan schulden in de vorm van hypotheken, creditcards, studieleningen en andere zaken. Inflatie van 6,2 procent betekent dat de reële waarde van die 14,5 biljoen dollar nu nog maar 13,65 biljoen is in vergelijking met vorig jaar. Met andere woorden: de inflatie van het afgelopen jaar heeft in feite 850 miljard dollar aan vermogen verschoven van crediteuren naar debiteuren. En dat is veel geld.
De meeste mensen zijn een mengeling van crediteur (je hebt bijvoorbeeld een bankrekening) en debiteur (je hebt een hypotheek en studieleningen). Eigenlijk kun je stellen dat degenen aan de absolute top van de inkomensschaal een grote cheque van 850 miljard hebben uitgeschreven aan alle anderen. En je kunt wel bedenken dat die mensen aan de top daar niet blij mee zijn.
Werknemers die loonsverhoging krijgen, hebben meer dollars om hetzelfde bedrag aan schulden af te betalen
Ten tweede gaat inflatie meestal samen met economische groei, waarbij de werkloosheidscijfers laag zijn en de werknemers de macht hebben om hogere lonen te eisen. Dat is wat er nu gebeurt: terwijl de prijzen het afgelopen jaar met 6,2 procent stegen, gingen de lonen van gewone mensen met 5,8 procent omhoog. Met andere woorden: de inflatie heeft nauwelijks invloed gehad op hun koopkracht. En met bijna driehonderd stakingen in de VS dit jaar gebruiken werknemers vaker dan ooit hun macht om beter betaald te krijgen. Inflatie kan een groot probleem zijn voor werknemers, als ze die niet gecompenseerd krijgen in hogere lonen, maar lijkt dat vandaag de dag dus onwaarschijnlijk.
Bovendien had de gemiddelde Amerikaan de afgelopen tijd ongeveer 65.000 dollar aan schulden. En terwijl de inflatie de reële waarde van elke dollar aan inkomen verminderde – met andere woorden, de waarde ten opzichte van tastbare dingen – gebeurde hetzelfde met de reële waarde van elke dollar aan schulden. Werknemers die loonsverhoging krijgen, hebben meer dollars om hetzelfde bedrag aan schulden af te betalen.
Twee vliegen in één klap
Voeg je deze twee dingen samen – verminderde waarde van activa en hogere lonen voor werknemers – dan begrijp je waarom de rijken die de VS runnen een bloedhekel hebben aan inflatie. Maar ze hebben de mogelijkheid twee vliegen in één klap te slaan. De Federal Reserve, de Amerikaanse centrale bank, kan de rente verhogen. Dat zou de economie vertragen en de werkloosheid verhogen, waardoor de onderhandelingsmacht van de werknemers zou afnemen. Minder onderhandelingsmacht betekent lagere of geen loonstijgingen, wat zich uiteindelijk zal vertalen in minder inflatie.
En daar is inflatiepaniek op gericht: op het creëren van een economie met hogere werkloosheid, lagere groei en meer bange werknemers. Of de Amerikaanse crediteuren dit kunnen bewerkstelligen valt nog te bezien, maar we moeten ons geen illusies maken over wat ze aan het proberen zijn. En we moeten ze zeker niet helpen.
Nu kritiek op het kapitalisme toeneemt, is het voor miljonairs niet langer geoorloofd om met hun vermogen te koop te lopen. Maar dat betekent niet dat geld gelijker zal worden verdeeld. Hoe ver kan het verschil tussen arm en rijk uiteenlopen zonder dat de democratie eraan bezwijkt?
Ooit was het in Azië cool om op Instagram te koop te lopen met Bentleys en Lamborghini’s of om gouden Apple-horloges aan te schaffen voor je huisdier. Zo cool zelfs dat het verschijnsel Crazy Rich Asians een begrip werd. Gedoeld werd met name op de kinderen van Chinese miljonairs die absurd rijk geworden waren bij de gigantische inhaalrace, aangeduid als staatskapitalisme.
Maar die tijden zijn voorbij. Inmiddels laat vrijwel niemand zich meer zien met een zonnebril die even duur is als een kleine auto. Oud geld, nieuw geld. Geërfd, gegokt of geleend. Geld stinkt weer in China. In een land waar 600 miljoen mensen rond moeten komen van 150 dollar per maand en tegelijkertijd elke week weer iemand miljardair wordt. In een land waar het afgelopen jaar in ongekend tempo vermogen werd vergaard. En niet alleen daar.
Momenteel creëert de markt elke zeventien uur een nieuwe miljardair
De tien rijkste mannen ter wereld (ja, het zijn echt alleen mannen) vergrootten hun vermogen de afgelopen twaalf maanden met 540 miljard dollar. Terwijl honderden miljoenen mensen door de pandemie onder de armoedegrens belandden. In de hele wereld pompten regeringen 9 biljoen dollar aan coronahulp in de economie. Het merendeel ervan kwam via de markten weer terecht in de portfolio van de superrijken. Momenteel creëert de markt elke zeventien uur een nieuwe miljardair. Als dit zo doorgaat, zal het aantal miljonairs in 2025 met bijna 50 procent zijn toegenomen.
Tegelijkertijd betaalden de allerrijksten nauwelijks belasting, zoals blijkt uit een recent gepubliceerd verslag van onderzoek-platform Propublica. En het aandeel van de miljardairs in het bruto binnenlands product stijgt juist in die landen waar hardere belastingwetgeving als ineffectief van de hand gewezen wordt. Zoals in Zweden. Dat mag dan weinig opzienbarend zijn, het werpt wel de vraag op hoe ver het verschil tussen arm en rijk uiteen kan lopen zonder dat de democratie eraan te gronde gaat.
Eeuwige liefde
Behalve in China wonen de meeste superrijken in de VS. De ongelijkheid ligt er als het ware verankerd in de wet. ‘Onze belastingwetgeving is heel bewust zo ingericht dat inkomsten uit kapitaal worden bevoordeeld boven inkomsten uit arbeid,’ legt Erica Payne uit. De armsten betalen 10 cent per dollar aan belasting, de rijksten slechts 1 of 2 cent, zo vat de auteur van boeken over economie en politiek het samen. Politici als Bernie Sanders of Elizabeth Warren stelden daarom een vermogensbelasting voor. Ook de nieuwe Amerikaanse president Joe Biden heeft belastinghervorming heel hoog op zijn agenda gezet. Alleen kunnen alle stappen richting regulering, hoe klein ook, sneuvelen in de Senaat.
Sinds onder Ronald Reagan de politiek vakbondsvijandige trekjes kreeg, is de depreciatie van arbeid tegenover kapitaal alleen maar verder toegenomen. En de eeuwige liefde van Amerika voor monopolisten van het slag oliemiljardair John Rockefeller ging gewoon door. Later was dit soort lieden bestuursvoorzitter van AT&T of Microsoft, momenteel heten ze Jeff Bezos of Elon Musk. En nog altijd wordt die liefde niet het minst levend gehouden door donaties. Wie genoeg geld aan partijen en kandidaten geeft, koopt zichzelf invloed en wordt juist nog rijker. Een bekend voorbeeld daarvan zijn de gebroeders Koch. Een ander is Peter Thiel, die vier jaar lang kind aan huis was bij Donald Trump.
Wie liever zijn geld weggeeft dan belastingen betaalt, gaat voorbij aan de regels van de democratie
Toch werd het vermogen van bekende ondernemers lang onder de bevolking geaccepteerd. Zij deden immers ook veel goeds. Bill Gates die als quasi-monopolist aan de top van Microsoft lange tijd de rijkste mens op aarde was, werd na zijn pensioen hier een duidelijk voorbeeld van. De stichting die hij met destijds nog zijn echtgenote Melinda oprichtte hielp bij het uitroeien van ziektes. Inmiddels werkt hij aan schone vormen van energie. Hoe goed deze filantropie ook bedoeld is; wie liever zijn geld weggeeft dan belastingen betaalt, gaat voorbij aan de regels van de democratie.
Zelfs ten tijde van de financiële crisis van 2008 leek Amerika zich, op Occupy Wall Street na, nauwelijks te storen aan de miljardairsklasse. De rijkste 10 procent verloor toen immers net zo goed als ieder ander.
Bij de huidige crisis ziet dat er heel anders uit. Een heel jaar pandemie betekende voor de een arbeidsduurverkorting of werkloosheid, voor de ander enorme winsten op de aandelenmarkten. Markt en realiteit hebben nog maar weinig met elkaar van doen. En uit enquêtes blijkt dat dat goede oude kapitalisme aan populariteit verliest. Het protest groeit. Verveelde jongeren organiseren zich inmiddels op platforms als Reddit om de aandelenkoersen van vrijwel failliete bedrijven als Gameshop of AMC ‘op te jagen naar de maan’ en hebzuchtige hedgefonds met hun eigen methodes te verslaan. Ook dat duidt op een failliet systeem. Uiteindelijk voert het eigentijds activisme, de nieuwe Fight Club, het financieel kapitalisme ad absurdum.
Tech-rockstars
De tech-rockstars genieten een verbazingwekkende populariteit. Wereldwijd staan zij op de covers van de tijdschriften en treden ze op in comedyshows. Tegelijkertijd voerde Jeff Bezos het afgelopen jaar het werktempo in zijn warenhuizen zozeer op dat velen alleen met pijnstillers nog hun werk konden blijven doen en steeg zijn vermogen met 74 procent. Op de sociale mediaplatforms van Mark Zuckerberg verspreidden berichten dat covid-19 een fabeltje was zich sneller dan het echte nieuws. Hij werd zo’n 108 procent rijker. En Elon Musk weigerde zijn Tesla-fabrieken in Californië te sluiten, hoewel de pandemie allang miljoenen doden eiste. Hij verhoogde zijn marktwaarde met 599 procent. Musk is blijkens enquêtes de meest populaire van de groep. Hij geldt als een visionair die ons behoedt voor een klimaatramp, de vleesgeworden iron man.
Vanaf de late jaren negentig van de vorige eeuw cultiveerde Silicon Valley de ideologie ‘dat innovatie en kapitaal op zichzelf een sociaal goed zijn’, zegt Megan Tompkins-Stange. Zij is hoogleraar politicologie aan de universiteit van Michigan. Dat narratief heeft overal ter wereld ingang gevonden.
En dat terwijl in software de oneerlijke concentratie van vermogen al ingebakken zit. Want het techbedrijf berust op netwerkeffecten en creëert winner-takes-it-all-markten. De servers op aarde zijn grotendeels in handen van Amazon en veel westerse regeringen werken met de krachtige software van data-analysebedrijf Palantir. Software die vol zit met algoritmes die mensen van kleur discrimineren en een ongekende vorm van controle in de hand werken. Wie de infrastructuur controleert, controleert de waarden. Misschien zou ze daarom juist niet door een paar miljardairs gebouwd moeten worden. Democratie en fairness staan doorgaans namelijk niet op hun prioriteitenlijst. Het kapitalisme heeft een update nodig die het vermoedelijk niet zal krijgen in Washington, Brussel of Berlijn. En al helemaal niet in Beijing.
Protesten
Uiteindelijk kunnen – ook dat laat de geschiedenis zien – arbeidersbewegingen voor een koerscorrectie zorgen. Bij Amazon kwam het vorig jaar tot grote protesten. En het personeel van Google en Apple organiseerde zogeheten walk-outs. Velen legden hun werk neer om op te komen voor hun rechten. Zij hebben echte macht en weten die inmiddels ook te gebruiken.
Toen de beursgang van vakantieverhuur-start-up Airbnb een deel van haar personeel misschien niet miljonair maar wel heel rijk maakte, staken vierhonderd mensen de koppen bij elkaar en belegden in totaal 50 miljoen dollar in aandelen van goede doelen. De nieuwe techies lachen om dure auto’s of grote huizen. Als zij geld uitgeven, dan alleen voor NFT‘s, dus digitale kunst of cryptomunten zoals bitcoin. Systemen die weliswaar niet vrij van ongelijkheid zijn maar toch een verandering inhouden: de wil om zich niet langer aan de regels te houden die altijd van toepassing waren, regels die hun bazen onfatsoenlijk rijk maakten – of hun ouders.
Ondanks Amerikaanse sancties is de Chinese techgigant overal ter wereld op zoek naar technisch talent voor hun ‘strijdmacht’. Nou ja, bijna overal. In Amerika is geen enkele vacature van het bedrijf te vinden.
Wie dacht dat Huawei onder de druk van de jarenlange Amerikaanse campagne tegen het bedrijf was bezweken, zal er misschien van opkijken dat het zoveel vacatures heeft openstaan voor chipontwerpers in München, softwareontwikkelaars in Istanbul en AI-onderzoekers in Canada, en dat het zowel in China als daarbuiten honderden promovendi wil aantrekken. Deze wervingscampagne is een teken dat het bedrijf verre van verslagen is, maar juist vastberaden op zoek naar nieuwe manieren om te groeien, na de schade die de sancties en de politieke druk van Washington hebben toegebracht aan Huawei’s voorheen zo bloeiende handel in smartphones en telecomapparatuur.
We hebben de vacatures op de verschillende wervingspagina’s en de officiële LinkedIn-account van het bedrijf geïnventariseerd en vonden honderden posities in Europa en Canada op het vlak van kunstmatige intelligentie, zelfrijdende auto’s, software- en computerinfrastructuur, chipontwikkeling en kwantumcomputers – allemaal terreinen waarop ook de VS zwaar investeert. In dat land heeft Huawei op deze gebieden momenteel echter geen vacatures.
De Amerikaanse sancties legden op pijnlijke wijze de zwakke punten bloot in de toeleveringsketens van Huawei
‘In die nieuwe, opkomende vakgebieden kan Huawei het niet met lokaal talent alleen af, ze hebben ze internationaal talent nodig om technische vooruitgang te boeken en als bedrijf concurrerend te blijven,’ zegt Chiu Shih-fang, een specialist op het gebied van technologische productieketens bij het Taiwan Institute of Economic Research. ‘Vroeger trok Huawei jong talent aan door universiteiten donaties te geven of onderzoeksprogramma’s te financieren, maar dat wordt door de geopolitieke perikelen nu bemoeilijkt. Ze moeten dus andere manieren vinden om te zorgen dat hun kweekvijver van diverse talenten blijft groeien. Door in meerdere landen massaal mensen aan te nemen bijvoorbeeld.’
De oprichter van Huawei, Ren Zhengfei, geeft dat zelf ook toe en heeft zich voorgenomen in 2021 minstens achtduizend pas afgestudeerde mensen in dienst te nemen en het budget voor onderzoek sterk uit te breiden. ‘2021 en 2022 worden de meest kritieke en uitdagende jaren voor het voortbestaan en de strategische ontwikkeling van Huawei. Talent speelt daarbij een sleutelrol,’ zo zei hij in een toespraak binnen het bedrijf waarvan wij de transcriptie hebben ingezien. Hij zei verder dat het bedrijf dit jaar nog ‘enkele miljarden dollars’ in toonaangevende technologieën wil steken, bovenop het normale R&D-budget.
Bedreiging voor de nationale veiligheid
Dat wervingsoffensief en die openlijke financiële injectie getuigen van een bewuste poging van Huawei om zijn technologische voorsprong te behouden en zo mogelijk zelfs te vergroten, in weerwil van de Amerikaanse tegenwerking die onder president Trump is ingezet. Het was Trumps regering die Huawei in mei 2019 een bedreiging voor de nationale veiligheid noemde en het op de zogenaamde Entity List plaatste van bedrijven waaraan Amerikaanse technologie niet zomaar mag worden verkocht. Om het hoofd boven water te houden, zocht Huawei toen zijn toevlucht bij leveranciers buiten de VS, waarop Washington het net van de handelsbeperkingen nog strakker aanhaalde: in 2020 verbood de Amerikaanse regering ook buitenlandse leveranciers om zonder voorafgaande toestemming producten met Amerikaanse technologie aan Huawei te leveren.
De Amerikaanse sancties legden op pijnlijke wijze de zwakke punten bloot in de toeleveringsketens van Huawei, met name voor de geavanceerde chips waar hun apparaten op draaien. Zoals wij hier al eerder meldden, probeert Huawei daar iets aan te doen door zijn investeringen in Chinese chipfabrikanten flink op te schroeven. Ook onder de in januari aangetreden Biden lijken de maatregelen immers niet te worden versoepeld. De Amerikaanse minister van Handel Gina Raimondo zegt geen reden te zien om bedrijven van de zwarte lijst te halen en Huawei zegt zelf ook te verwachten dat het Amerikaanse verbod ‘een campagne van de lange adem’ zal zijn. Daarom richt het zich in zijn overlevingsstrategie niet meer alleen op de bestendiging van bestaande bedrijfssegmenten, zoals smartphones, maar ook op de uitbreiding met nieuwe activiteiten.
En die trend is zichtbaar in het huidige wervingsoffensief. In München is Huawei verschillende ontwikkelingsteams aan het werven voor draadloze chipsets en chips voor de autoindustrie – München is ook de thuisbasis van BMW. Het Chinese bedrijf zet groot in op geavanceerde autotechnologie. Het werft niet alleen veel ingenieurs aan op het vlak van autotechniek en zelfrijdende systemen, maar werkt sinds kort ook met de Chinese autofabrikant Seres samen aan de ontwikkeling van ‘intelligente’ elektrische voertuigen. Verder heeft Huawei in München een laboratorium voor kwantumcomputers en optische computers. De wereld van de kwantumcomputers, ontworpen volgens de principes van de kwantummechanica en daardoor krachtiger dan conventionele supercomputers, is een cruciaal strijdperk voor de grootste technologiebedrijven ter wereld, waaronder IBM, Intel en Google.
Software is een prioriteit geworden nadat de hardwaretak van het bedrijf door de Amerikaanse sancties onderuit werd gehaald
Huawei’s onderzoekscentrum in Istanbul, zijn belangrijkste hub voor software-ontwikkeling buiten China, is ook op zoek naar meer dan veertig nieuwe werknemers. Software is een prioriteit geworden nadat de hardwaretak van het bedrijf door de Amerikaanse sancties onderuit werd gehaald. Op dit vlak werkt Huawei onder meer aan de ontwikkeling van HarmonyOS, zijn alternatief voor Googles besturingssysteem Android. In Canada, Finland, Zweden en Rusland zijn er de afgelopen maand verschillende vacatures bijgekomen voor AI-onderzoek en computerarchitectuur, en het bedrijf is ook op zoek naar wetenschappers voor zijn onderzoekscentrum in Zürich.
Verder neemt Huawei ook in China honderden ingenieurs aan en is het bereid om goed te betalen voor toptalent. Een ervaren ingenieur verdient bij Huawei gemiddeld 191.024 dollar per jaar, inclusief bonussen. Ter vergelijking: volgens een overzicht van het wervingsplatform Glassdoor bedraagt het gemiddelde basissalaris voor dezelfde functie bij Google 161.733 dollar. Toptalent werd door Ren in zijn recente toespraak ‘van cruciaal belang voor elke strijd’ genoemd. ‘We hebben geld en ruimte genoeg om wereldwijd talent in huis te krijgen,’ hield hij zijn leidinggevenden voor, en hij spoorde ze aan op zoek te gaan naar veelbelovende kandidaten om de ‘strijdmacht’ van het bedrijf zo snel mogelijk mee uit te breiden. Volgens Huawei’s laatste rapport over maatschappelijk verantwoord ondernemen telde het bedrijf in 2019 op zijn totale personeelsbestand van 190.000 mensen al meer dan 37.000 buitenlandse werknemers.
Verlies
De vraag is alleen of deze wervings- en investeringsinitiatieven genoeg zijn om de klappen te compenseren die Huawei kreeg in de bedrijfsonderdelen die van oudsher het best rendeerden: smartphones en telecomhardware. Het is nog steeds wereldwijd de grootste fabrikant van telecomapparatuur, maar begint in die sector buiten China snel marktaandeel te verliezen, aldus Stephane Teral, hoofdanalist bij LightCounting Market Research. ‘Huawei heeft in heel Europa meer dan 90 procent van zijn marktaandeel verloren,’ zegt hij. ‘Meer dan veertig 5G-contracten gingen daar naar Ericsson, en ook elders hebben ze het overal zwaar te verduren, behalve in Rusland en een paar landen in Zuidoost-Azië.’ Volgens de ervaren telecomanalist trekt de VS geld uit om Ethiopië en andere landen in Afrika en het Midden-Oosten over te halen hun Huawei-apparatuur te vervangen. ‘Maar Huawei zal het hoe dan ook goed blijven doen in China, de grootste markt voor 4G en 5G ter wereld, en die trend houdt nog wel even aan,’ aldus Teral.
Ondertussen kelderde Huawei’s marktaandeel op de mondiale smartphonemarkt naar 4 procent in het eerste kwartaal van 2021, waar het nog 18 procent was geweest in datzelfde kwartaal van het jaar ervoor, toen het de op één na grootste smartphonefabrikant na Samsung was, volgens cijfers van Counterpoint Research. Eind vorig jaar verkocht Huawei zijn budgetmerk Honor aan een groep investeerders onder aanvoering van de gemeentelijke overheid van Shenzhen. En HiSilicon Technologies, ooit China’s grootste ontwikkelaar van mobiele chips en een kroonjuweel van de Huawei-groep, is aan het kwakkelen sinds het door de Amerikaanse exportbeperkingen geïsoleerd werd van zijn belangrijkste productiepartner, Taiwan Semiconductor Manufacturing Co.
Maar in andere opzichten heeft Huawei het tij weer mee: de ambitie om een zelfstandige productieketen voor chips op te zetten is helemaal in lijn met de doelstellingen van Beijing op dat vlak. China lanceerde in 2014 het zogenaamde ‘Grote Fonds’ om zijn eigen chipindustrie op te zetten. Toen Amerika in 2019 de druk op Huawei begon op te voeren, stak Beijing nog eens 204 miljard yuan (ruim 30 miljoen dollar) extra in dat fonds.
‘Of deze Chinese bedrijven hun buitenlandse tegenhangers echt kunnen vervangen, zal in de praktijk nog moeten blijken’
Volgens onze analyse van cijfers die te vinden zijn bij Qichacha, een Chinese verzamelaar van bedrijfsgegevens, had Huawei in juni van dit jaar al in tien bedrijven geïnvesteerd die te maken hebben met de productie van chips. Dat betreft dan onder meer Rainbow Simulation Technologies en LEDA Technology, die software leveren voor het ontwerpen van chips – een sector die gedomineerd wordt door Amerikaanse leveranciers als Synopsys en Cadence Design Systems. Het in november opgerichte LEDA Technology zegt dat het zijn missie is om ‘China zelfredzaam te maken op het gebied van EDA-tools’ en vindt veel steun bij de overheid en particuliere klanten. Rainbow Simulation zegt dat zijn ontwerpsoftwaretools bruikbaar zijn voor verschillende soorten chips, telecommunicatiesystemen en defensie- en ruimtevaarttechnologie.
In februari heeft Huawei een belang van 10 procent gekocht in het in Shanghai gevestigde Bonotec Electronic Materials, een fabrikant van hechtmiddelen die worden gebruikt bij de productie van halfgeleiders en beeldschermen. Tot de belangrijkste aandeelhouders van Bonotec behoren een investeringstak van het Grote Fonds en China’s grootste chipproducent, Semiconductor Manufacturing International Co.
De investeringen van Huawei strekken zich inmiddels ook uit tot de apparatuur voor het produceren van chips, eveneens een sector die lange tijd is gedomineerd door Amerikaanse leveranciers als Applied Materials, Lam Research en KLA. Het heeft een belang genomen van ongeveer 5 procent in Beijing RSLaser Opto-Electronics Technology, een door de Chinese overheid gesteunde producent van lasers die gebruikt worden in lithografiemachines. Beijing RSLaser zegt in een openbare verklaring (te vinden bij Qichacha) dat het ‘de Chinese ambitie ondersteunt om zelfstandiger te worden in het maken van apparatuur voor chipproductie.’ Huawei wilde zelf geen commentaar geven op zijn investeringsstrategie.
Er is natuurlijk geen enkele garantie dat zulke investeringen zich ook uitbetalen. ‘Huawei probeert zijn kwetsbaarheid in de toeleveringsketen van chips te verhelpen door opkomende Chinese aanbieders te helpen en stimuleren,’ zegt Chiu Shih-fang. ‘Maar of deze Chinese bedrijven hun buitenlandse tegenhangers echt kunnen vervangen, zal in de praktijk nog moeten blijken.’
Nieuwe Infrastructuur Initiatief
Toch lijken de inspanningen van Huawei wel vruchten af te werpen. In de bedrijfsonderdelen voor smartphones en telecomapparatuur, in 2020 nog goed voor respectievelijk 54 procent en 34 procent van de totale bedrijfsomzet, is de groei weliswaar gestagneerd, maar de afdeling bedrijfsdiensten groeit snel. Dit onderdeel levert clouddiensten en oplossingen voor digitale transformatie, voornamelijk voor overheidsinstanties, en zag zijn inkomsten vorig jaar met 23 procent stijgen, de snelste groei van alle onderdelen binnen het bedrijf. En China’s Nieuwe Infrastructuur Initiatief, dat vooral gericht is op de invoering van 5G-netwerken en digitale transformatie, levert Huawei veel omzet op door de vraag naar 5G-basisstations en apparatuur voor clouddiensten.
‘Nu Huawei in Amerika zo onder vuur ligt, doet het er goed aan om te blijven investeren in onderzoek en ontwikkeling en innovatie, en om zich te blijven ontwikkelen op terreinen waar de VS niet zulke strenge beperkingen kan opleggen,’ zegt Donnie Teng, een technologieanalist bij Nomura Securities. ‘Zo kan Huawei zijn leger aan talent misschien vasthouden in afwachting van nieuwe kansen in de toekomst. Je kunt beter rustig blijven en vechten voor je leven dan te snel de handdoek in de ring gooien.’
De inflatie in Polen bereikte in november 7,7 procent op jaarbasis. Het is de vijfde opeenvolgende maandelijkse stijging en het hoogste cijfer in meer dan twee decennia. De inflatie in Polen is de afgelopen twee jaar consequent een van de hoogste in de EU geweest en wordt met name gedreven door stijgende energie- en voedselprijzen, schrijft Notes from Poland.
De voorlopige berekening die dinsdag werd gepubliceerd door GUS, het Poolse statistiekbureau, ligt boven de voorspelde 7,4 procent.
De inflatie in november van 6,8 procent was 1,3 procentpunt hoger dan in oktober. Het is ook het hoogste cijfer sinds december 2000, toen de inflatie 8,5 procent bereikte. De energieprijzen stegen in november met 13,4 procent op jaarbasis en met 2,7 procent sinds oktober, grotendeels als gevolg van stijgende stookkosten. De brandstofprijzen stegen met 36,6 procent ten opzichte van november vorig jaar en met 2,2 procent ten opzichte van vorige maand. De effecten worden veroorzaakt door de wereldwijd stijgende olieprijzen en door de zwakke munt van Polen.
Arbeiders in Vietnam worden dag en nacht in fabrieken te werk gesteld om ervoor te zorgen dat producten van Samsung, Apple en andere cruciale techproducenten tijdens de pandemie de schappen blijven vullen.
Lam Le, actief als freelance journalist in Hanoi, schreef voor Rest of World een artikel over de omstandigheden in de techfabrieken van Vietnam tijdens de lockdown. Omstandigheden die iedereen aangaan, want, zo schrijft Lam Le: ‘Als een opgewonden koper een gloednieuwe Samsung-telefoon uit de verpakking haalt, dan is die telefoon waarschijnlijk voor het laatst aangeraakt op een industrieterrein in Noord-Vietnam. Vietnam is namelijk de grootste productiebasis van Samsung ter wereld. In het noorden produceert het Zuid-Koreaanse bedrijf mobiele telefoons en tablets en in het zuiden consumentenelektronica zoals wasmachines en koelkasten.
Tienduizenden werknemers van Samsung wonen er in kale, steriele slaapzalen of in krappe huurwoningen die in de jaren 2010 zijn verrezen in de rijstvelden rondom de fabrieken. De meeste werknemers hebben hun ouders en familie achtergelaten op het platteland, gelokt door het vooruitzicht van stabiliteit en een beter loon in de industriegebieden. Als je erdoorheen rijdt, zie je logo’s van grote bedrijven als Canon en van Foxconn, de belangrijkste toeleverancier van Apple.’
In 2020 en aan het begin van dit jaar leek Vietnam het coronavirus aanvankelijk op onverklaarbare wijze te weerstaan. De export van elektronica steeg explosief. Maar tegen eind mei begonnen de covid-19-gevallen snel op te lopen; er ontstonden besmettingsclusters rond de productiecentra in het noorden, en in de steden en productiecentra die tot dan toe normaal functioneerden, begon het dagelijks leven hinder te ondervinden.
In sommige gevallen kregen werknemers zelfs vroegtijdig toegang tot vaccins
Grote technologiebedrijven, die al te lijden hadden onder verstoringen in de toeleveringsketen in andere delen van de wereld, konden het zich niet veroorloven de productie in Vietnam stil te leggen. In plaats daarvan hielden zij hun fabrieken op alle mogelijke manieren draaiende: door werknemers in isolatie te plaatsen, hen te onderwerpen aan strenge viruscontroles, veel geld uit te geven aan huisvesting, de lonen te verhogen en in sommige gevallen zelfs vroegtijdig toegang te geven tot vaccins.
Terwijl consumenten in het Westen te horen kregen dat hun gadgets dit jaar waarschijnlijk niet op tijd voor Kerstmis zouden aankomen vanwege een wereldwijd tekort aan chips en overvolle zeehavens, stelde de Vietnamese regering fabriekseigenaren in feite voor een ultimatum: fabrieken sluiten of een veilige manier vinden om werknemers te isoleren van de rest van de bevolking.
Verhuizen
Eind mei werden de werknemers van Samsung Display in de Vietnamese industrieprovincie Bac Ninh voor een soortgelijke keuze gesteld: ze konden thuisblijven zonder diensten te draaien en dus zonder inkomsten, of verhuizen naar door het bedrijf aangewezen woonruimte en hun baan behouden, met een beetje extra loon als goedmakertje.
Nam, een drieëntwintigjarige die op de afdeling milieuveiligheid van Samsung werkt, koos voor het laatste. Hij had niet veel te verliezen. Binnen enkele dagen bevond hij zich in de zinderende zomerhitte van 38 graden met een tiental collega’s in een nabijgelegen school, in een verlaten klaslokaal zonder bedden, ventilatoren of airconditioning. Slechts enkele van zijn collega’s droegen gezichtsmaskers. ‘Daarbinnen was de telefoon mijn enige vriend’, zegt Nam. Overigens is zijn naam, en die van andere arbeiders, veranderd om hen te beschermen tegen represailles.
Na twee dagen lang klagen werden de arbeiders overgeplaatst naar een fabrieksterrein waar de grenzen tussen werkplek en thuis compleet vervaagden. Bijna drie weken lang sliep Nam op een matras in een magazijn, samen met ongeveer honderd andere mannelijke collega’s, en pendelde hij tussen zijn slaapplek, de bedrijfskantine en de productielijn die onophoudelijk bleef draaien. Zijn leven draaide om beeldschermen; voor de fabriek het belangrijkste product en voor Nam zijn broodwinning. In de schaarse pauzes verschoof zijn aandacht naar het beeldscherm van zijn telefoon, de enig mogelijke vorm om contact te onderhouden met familie en vrienden.
Voor de arbeiders betekenden de maatregelen extreme isolatie, uitputting en geestdodende eentonigheid
Dit coronaregime, waaronder Nam en de anderen moesten werken, wordt ‘drie-op-één-plek’ genoemd: werknemers werken, eten en slapen in dezelfde ruimte. Samsung was een van de eersten die deze door de Vietnamese regering opgelegde regeling volgde. De regering voelde zich verplicht om haar ‘zero covid’-strategie kracht bij te zetten en buitenlandse investeerders te verzekeren dat toeleveringsketens in hoog tempo producten zouden blijven rondpompen, denkt Le Hong Hiep, van het economische onderzoekscentrum ISEAS-Yusof Shak Institute in Singapore.
Voor de arbeiders betekenden de maatregelen extreme isolatie, uitputting en geestdodende eentonigheid. Ze spreken van een zomer van schijnbaar eindeloze arbeid, verergerd door weinig slaap en geen enkele privacy. In anonieme gesprekken maar ook publiekelijk op TikTok en Facebook, deelden ze verhalen over constante wachtrijen, controles, en lange werkdagen die eindigden met nachtrust op matjes, kartonnen bedden of in tenten.
‘Die arbeiders hebben waarschijnlijk de economie van Vietnam gered’, zegt Julien Brun, managing partner bij CEL, een adviesbureau voor toeleveringsketens in Ho Chi Minh-stad. ‘Zonder hen zouden fabrieken hebben moeten sluiten en waren alle activiteiten stil komen te liggen.’
Elektronica-industrie
Aan het begin van dit millennium richtte Vietnam zich op het ontwikkelen van een elektronica-industrie. Samsung opende in 2009 een smartphonefabriek in Bac Ninh in het noorden. In Ho Chi Minhstad in het zuiden, dat van oudsher al migranten aantrok, vestigde Intel zich met een enorme chipfabriek en testfaciliteiten in 2010.
Maar de hoofdprijs was het onontwikkelde noorden, met wegverbindingen naar de hoofdstad Hanoi, de havenstad Haiphong en de Chinese grens. In de loop van twee decennia, terwijl Vietnam toetrad tot de Wereldhandelsorganisatie, vrijhandelsovereenkomsten ondertekende en de vennootschapsbelasting verlaagde en ondertussen overvloedige goedkope arbeidskrachten leverde, kwamen steeds meer grote spelers naar de noordelijke kust.
Na Samsung kwamen Apple-leveranciers Foxconn, Luxshare, GoerTek en anderen. Uitgestrekte rijstvelden in Bac Ninh en Bac Giang veranderden in snelwegen, slaapzalen en strakke raamloze fabrieken waar telefoons en tablets in elkaar worden gezet om naar eindgebruikers te worden verscheept, en waar ook elektronische componenten worden gemaakt. In 2020, twintig jaar na het begin, was Vietnam opgeklommen van de zesenveertigste naar de elfde plaats op de ranglijst van grootste elektronicaexporteurs ter wereld.
Die opkomst was ook speelbal van externe gebeurtenissen. Terwijl de handelsoorlog tussen de VS en China meer productie naar Vietnam bracht, werkte de pandemie dit weer tegen, waardoor fabrieksuitbreidingen voor Apple AirPods en Google Pixel-telefoons werden uitgesteld.
Besmettingen in de noordelijke productiezones waren verantwoordelijk voor het merendeel van alle gevallen in Vietnam
De eerste echte schok kwam in mei 2021, toen leveranciers van Samsung en Apple zagen dat de zeer besmettelijke deltavariant zich als een lopend vuurtje door krappe arbeidersverblijven verspreidde. Clusters van besmettingen in de noordelijke productiezones van Bac Giang en Bac Ninh waren verantwoordelijk voor het merendeel van alle gevallen in Vietnam. Op 17 mei bevalen de autoriteiten van Bac Giang sluiting van vier industriële zones waardoor fabrieken van Foxconn en Luxshare, beide leveranciers van Apple, werden gedwongen hun activiteiten gedurende tien dagente staken.
De bedrijven werden verrast, want de achttien voorgaande maanden tijdens welke de pandemie buiten de deur werd gehouden, hadden vertrouwen gewekt. ‘Niemand was erop voorbereid’, zegt Julien Brun, die zich herinnert hoe zijn klanten – elektronica-, textiel- en meubelproducenten – moesten improviseren toen ‘drie-op-één-plek’ werd ingevoerd. ‘Niemand had een perfect plan. Het was zoiets als: “Oké, we hebben nog twee dagen. Schrijf je in voor twee maanden. Neem je spullen mee en we zien wel hoe gaat.”’
Vergeleken met werknemers van Samsung Display hadden bepaalde arbeiders het geluk om in hotels te worden geplaatst, hetgeen voor bedrijven soms aanzienlijke kosten met zich meebracht. In juli werd Viet, een onderaannemer van een project bij Intel, opgepikt in zijn huis in de ‘rode zone’, een gebied met een hoge besmettingsgraad in Ho Chi Minhstad, en vervolgens ondergebracht in een vijfsterrenhotel. Daar leefde hij een enigszins luxueus, zij het repetitief leven, nam foto’s van de skyline, deed squats en push-ups, keek films op zijn flatscreen-tv en woonde op zondagen online de mis bij.
Vanwege zijn cruciale en moeilijk te vervangen functie woonde Viet zonder huisgenoten, om het risico op infectie te minimaliseren.
‘Ik had geluk’, zegt hij. ‘Was ik thuis gebleven, dan was ik mogelijk wel besmet geraakt.’ Zelfs rijke families in Ho Chi Minhstad waren bang dat ze niet aan voldoende voedsel konden komen. Elke werkdag nam Viet de bus door de stille, afgesloten stad, samen met vijftien andere arbeiders, in een voertuig met vijftig zitplaatsen.
Foxconn
Ook bij Foxconn was de waarde van arbeiders duidelijk. De in Taiwan geregistreerde Apple-toeleverancier wist precies wat hij moest doen. Twee medewerkers van een lokale dochteronderneming vertellen over een zeer gereguleerd programma met QR-trackingcodes, desinfectie, segregatie en zelfs voorrang tot vaccins.
Dat, vijfentwintig, die drie jaar bij Foxconn werkte, waar hij iPhone-oplaadkabels maakte, zegt dat hem een loonsverhoging werd aangeboden waardoor zijn maandloon met bijna een derde steeg naar tussen de 13 miljoen en 14 miljoen Vietnamese dong, ruim 500 euro. Hij werd medio juni gevaccineerd, kort nadat de fabriek zijn activiteiten weer mocht hervatten. Hij behoort daarmee tot de eerste 2 procent van de ongeveer 100 miljoen inwoners die werd gevaccineerd.
In ruil daarvoor moest hij elke werkdag om 6 uur ’s ochtends opstaan en zich vervolgens haasten om samen met zijn zeven huisgenoten in de brandende zon te wachten op een shuttlebus. Hij scande elke dag zijn QR-code op zijn busstoel, elke keer dezelfde code, en dan nog eens tijdens de lunch in de kantine die uit voorzorg in hokjes was verdeeld. Boven de hoofden van de etende werknemers hing een groot bord met de instructie: ‘Als je klaar bent met eten, ga dan meteen aan de slag. Niet praten.’ Die strenge regels stelden Dat zelfs gerust. ‘Ik had respect voor mijn eigen gezondheid.’
Intel bevestigt dat werknemers meer dan twee maanden in hotels werden gehuisvest en looft de ‘veerkracht’ en ‘persoonlijke opoffering’ van het personeel
De bedrijven moesten hiervoor diep in de buidel tasten. Het kostte Intel in een maand tijd 140 miljard dong, ongeveer 5,3 miljoen euro, hetgeen volgens het bedrijf een blijvend effect heeft op de budgettering en productieplannen. Intel bevestigt dat werknemers meer dan twee maanden in hotels werden gehuisvest en looft de ‘veerkracht’ en ‘persoonlijke opoffering’ van het personeel voor het continueren van de activiteiten gedurende de zomer. Foxconn reageerde niet op verzoeken om commentaar.
Toch waren wijdverbreide fabriekssluitingen uiteindelijk onvermijdelijk. De fabriek voor consumentenelektronica van Samsung in Ho Chi Minhstad werd voor een korte periode gesloten voordat de productie werd hervat met ‘drie-op-één-plek’. Foster Electric, een leverancier van Apple in de provincie Binh Duong, huisvestte zijn arbeiders in tenten. Enkele elektronicafabrieken die ‘drie-op-één-plek’ hanteerden, registreerden ondanks alle voorzorg toch uitbraken.
‘Het zijn de beroemde bedrijven die de neiging hebben om elk risico op een slecht imago te vermijden’, zei Julien Brun. ‘Maar bij gewone onderaannemers die niemand kent, heb ik machtsmisbruik gezien.’
Een dochteronderneming van het Japanse bedrijf Nidec was wat dat betreft berucht. Op 17 augustus werd de fabriek van Nidec in Ho Chi Minhstad door de lokale autoriteiten gesloten omdat niet aan de veiligheidsnormen werd voldaan. Er waren positieve gevallen van covid-19 ontdekt onder werknemers die waren gehuisvest in tenten in een op een parkeergarage gelijkend gebouw van drie verdiepingen. Eerder, in juli, waren de activiteiten van het bedrijf ook al eens opgeschort nadat werknemers positief waren getest.
Tiktok
Vanaf juli kregen de fabrieken weer ademruimte: de strijd begon vruchten af te werpen en de Vietnamese productie-index voor computers, elektronica en optische producten begon maand-op-maand weer te verbeteren. Afgelopen september overtrof de index zelfs het niveau van twee jaar geleden, maar bleef nog wel onder dat van vorig jaar.
Bedrijven hebben zich ook aangepast. Na klachten heeft Samsung Display waterleidingen gerepareerd, douches geïnstalleerd en meer dekens en matten geleverd aan zijn vrouwelijke werknemers, zo vertelt Lien, een onderaannemer. Ze zegt dat haar angst is afgenomen. Werknemers worden regelmatig twee tot drie keer per week getest en ‘iemand die zijn mondkapje afdoet, moet zich onmiddellijk laten testen’. Sommige van haar nerveuze collega’s hebben ervoor gekozen om zich terug te trekken en thuis te blijven, hetgeen een grotere werkdruk betekent voor degenen die zijn gebleven.
Het leven van deze werknemers is normaal gesproken ondoorzichtig voor buitenstaanders, gezien de geldende beperkingen op het delen van informatie. Die gaan zelfs zover dat sommige arbeiders zeggen dat wanneer ze de fabriek binnenkomen, hun telefooncamera’s worden afgedekt met een zegel om lekken van productinformatie te voorkomen.
Er ontstond een TikTok-subgenre met filmpjes waarin Vietnamese fabrieksarbeiders een inkijkje geven in hun leven
Toch ontstond een TikTok-subgenre met filmpjes waarin Vietnamese fabrieksarbeiders een inkijkje geven in hun leven. Sommigen filmpjes tonen enorme fabrieksgebouwen; op andere zijn lange rijen jonge mensen te zien die op motorfietsen naar een fabriek rijden en weer andere tonen werknemers die telefoons in elkaar zetten. Vaak worden fragmenten van dagelijkse routines verweven met melancholische liedjes. ‘De grootste fout in mijn jeugd, was het inwisselen van een schooluniform voor het uniform van een fabrieksarbeider’, is te horen op een achtergrondtrack, die in al meer dan drieduizend video’s is gebruikt.
In augustus maakte het ministerie van Industrie en Handel bekend dat werknemers vermoeid raakten en dat de kosten van ‘drie-op-één-plek’ te hoog opliepen. Eind september gaf Vietnam aan niet langer een ‘zero covid’-strategie te zullen nastreven. In plaats van een hele fabriek te sluiten als een paar positieve gevallen worden ontdekt, hoeven nu alleen naaste contacten van geïnfecteerde werknemers te worden geïsoleerd. Voor volledig gevaccineerd personeel mogen bedrijven nu flexibelere regelingen hanteren.
Zowel in de zuidelijke als in de noordelijke industriezones wordt het leven geleidelijk aan weer normaal. Ho Chi Minh-stad is weer open en restaurants zitten vol met klanten die aromatische noedelsoepen slurpen. Viet, de Intel-medewerker, kon zich eindelijk het kapsel laten aanmeten waar hij tijdens de lockdown van droomde.
Ontberingen
Sommige analisten zien de afgelopen periode als een aanleiding om de balans op te maken van geglobaliseerde toeleveringsketens van technologische producten. De reden waarom productie in Vietnam kon herstellen is volgens hen voornamelijk te danken aan het vermogen van de arbeiders om om te kunnen gaan met de nieuwe, zwaardere werkomstandigheden. Anderen stellen vragen over de mate waarin werknemers een keuze hadden, als ze die al hadden.
‘Dit was geen “dwangarbeid” in de zin van arbeiders die waren vastgebonden, of die zich in schuldslavernij bevonden en daarom gedwongen werden tot deze omstandigheden’, aldus Joe Buckley, een expert op het gebied van Vietnamese arbeidskwesties. ‘Maar op een ander niveau is alle arbeid dwangarbeid, aangezien arbeiders hun arbeidskracht moeten verkopen om te overleven. Dat is wat we zagen in Vietnam; de dwang was economisch en structureel, waardoor veel arbeiders weinig keus hadden.’
‘Het was moeilijk, maar iedereen zat in hetzelfde schuitje. Alleen: wat als het bedrijf failliet zou gaan?’
De meeste arbeiders beschreven hun zomer vol ontberingen met berusting: Ze ‘raakten eraan gewend’, zeiden ze. Het grotere gevaar dat ze vreesden was dat er iets met hun werk zou gebeuren. ‘Het was moeilijk, maar iedereen zat in hetzelfde schuitje. Alleen: wat als het bedrijf failliet zou gaan?’ zegt Hoa, een medewerker van Foxconn. Nam van Samsung Display dacht hetzelfde. ‘Er moest iemand aanwezig zijn om de productie op peil te houden. Want wat zou er gebeuren als het bedrijf zou moeten stoppen?’
Inmiddels zijn nieuwe problemen al zichtbaar aan de horizon. Terwijl arbeiders terugkeren naar hun geboorteplaats, moe van de druk van de stad en het risico van toekomstige lockdowns, lijkt er een crisis in aantocht in de industriële zones van Vietnam: een door het coronavirus veroorzaakt arbeidstekort. ‘De vierde golf van covid-19-infecties heeft de arbeidsmarkt ernstig getroffen met een hoog werkloosheidspercentage,’ aldus de Vietnamese premier Pham Minh Chinh.
De werknemers lijken ook dat met berusting tegemoet te zien. Niet zo verrassend eigenlijk voor een groep die zichzelf ziet als een slechts een schakel naast vele andere in de mondiale toeleveringsketen van technologische producten.
Huizenprijzen in de VS zijn het afgelopen jaar met 20 procent gestegen
Nieuwe kopers telden onlangs 1.025.000 dollar, circa 904.000 euro, neer voor een huisje van 30,5 vierkante meter in het Californische Santa Cruz, bericht Business Insider. De gemiddelde verkoopprijs van huizen in de VS is het afgelopen jaar met ongeveer 20 procent gestegen en vooruitblikkend voorspelt Goldman Sachs dat de prijzen in 2022 met nog eens 16 procent kunnen stijgen.
‘De jaarlijkse inflatie van de Turkse lira dreigt de 20 procent te overschrijden; de hoogste inflatie sinds november 2018, toen het land werd getroffen door een valutacrisis. Turken kijken met afschuw toe hoe de lira sinds begin november 28 procent daalde ten opzichte van de dollar. Analisten waarschuwen dat als president Erdogan weigert zijn fixatie op lage rentetarieven op te geven, Turkije afstevent op hyperinflatie. Het land is sterk afhankelijk van import en andere goederen, die steeds duurder worden naarmate de lira daalt.’
Gulcin Ozkan – Hoogleraar financiën, King’s College London
The Conversation
‘In tegenstelling tot de valutacrisis van 2018, die volgde op een diplomatieke crisis tussen Turkije en de VS, is het huidige debacle grotendeels huisgemaakt. Erdogan is van mening dat het verhogen van de rente de inflatie verhoogt in plaats van vermindert, en heeft aan deze opvatting vastgehouden gedurende de bijna twintig jaar dat hij premier en president was. Afgezien van het feit dat het regime in Turkije niet enthousiast is over het verhogen van de rentetarieven, kan het geen buitenlandse reserves verkopen omdat het die in wezen niet heeft.’
‘Terwijl de economie op instorten staat, blijft president Erdogan reclame maken voor nieuwe wapendeals die zijn neo-Ottomaanse ambities moeten redden. Ondertussen doet de economische crisis in Turkije de wenkbrauwen fronsen in Griekenland, dat de belangrijkste exporteur is naar Turkije. In Athene wordt gevreesd dat Erdogan weer zal proberen zijn binnenlandse problemen te “exporteren” door opnieuw onrust te veroorzaken aan de grens met Griekenland.’
Pia Krishnankutty – Buitenlandcorrespondent
The Print
‘Sommige experts zijn van mening dat het economische beleid van Erdogan wordt gestuurd door zijn religieuze overtuigingen. In de islam is riba, het rekenen van rentetarieven, bijvoorbeeld streng verboden. Zo schrijft Mustafa Akyol in Waarom ik als moslim de vrijheid verdedig: ‘Medio 2010 (…) keerde president Erdogan terug naar zijn oude islamistische ideologie, met een samenzweerderige retoriek over het “rentesysteem”, ofwel “de moeder en vader van alle kwaad”.’
De fabrieken van BASF, Coca-Cola en Volkswagen in Xinjiang zeggen te voldoen aan strenge normen met betrekking tot mensenrechten en milieu. Maar is dwangarbeid werkelijk uit te sluiten in een regio waar meer dan één miljoen Oeigoeren worden vastgehouden in interneringskampen?
Het sist en het dreunt, stoom ontsnapt via smalle buisjes op de grond. De uit beton en staal opgetrokken blokken op het enorme terrein hebben diverse verdiepingen. Ze hebben wel wat weg van een parkeergarage – met dit verschil dat er op de etages geen auto’s staan maar tanks gevuld met chemicaliën en dat er overal pijpleidingen lopen. Een paar honderd meter verderop is aan de horizon een felle roodoranje vlam zichtbaar, daar worden overtollige gassen afgefakkeld.
Eigenlijk lijkt de fabriek van het Duitse chemieconcern BASF in de West-Chinese stad Korla erg op de hoofdvestiging van het bedrijf in Ludwigshafen. En toch is deze fabriek, die BASF met zijn Chinese jointventurepartner Markor exploiteert, niet als al die andere. Ze staat namelijk in Xinjiang, een provincie waar het Chinese staatsbestuur beticht wordt van zware schending van de mensenrechten. De regering van de Volksrepubliek China ‘begaat jegens Oeigoeren en leden van andere etnische en religieuze minderheidsgroepen in de autonome regio Xinjiang aanhoudend genocide en misdrijven tegen de menselijkheid’, waarschuwde de VS-regering vorige maand in een rapport. Hoezeer in Xinjiang productie en onderdrukking hand in hand gaan blijkt ook uit het voorbeeld BASF.
Voor ondernemingen die zaken doen in Xinjiang niet alleen reputatieschade maar ook hoge geldstraffen
De BASF-fabriek staat in de Korla Economic and Development Zone. Het is een industriegebied zoals er zoveel zijn in China. Een verharde weg met meerdere rijbanen voert door het gebied. Aan weerszijden ervan staan enorme industriecomplexen. Op een plek op hooguit tien minuten rijden buiten het stadscentrum exploiteert de Chinese overheid diverse gevangenkampen, aldus een internationaal veel aandacht trekkend onderzoek van de gerenommeerde Australische denktank Australian Strategic Policy Institute (ASPI).
Hier en in tientallen andere kampen en gevangenissen in Xinjiang zouden onder het mom van terreurbestrijding meer dan één miljoen leden van de Oeigoerse moslimminderheid tegen hun wil worden vastgehouden. Reden voor deze vaak maanden of jaren durende opsluiting kunnen volgens uitgelekte regeringsdocumenten kleinigheidjes zijn als het dragen van religieuze symbolen of het hebben van contact met buitenlanders. De Chinese overheid bestrijdt deze beschuldigingen.
Smet
Stijn Brughmans, vicepresident Operations, Technology and Investments van BASF heeft in Azië-Pacific alle fabrieken van tussenproducten in zijn portefeuille. Hij leidt zijn bezoekers rond in het chemiecomplex in Korla, wijst op uitstaltafels met producten die gemaakt worden van de in Xinjiang gefabriceerde stoffen. Zoals inlineskates en sportkleding. Naar eigen zeggen lieten de berichten over wat er in de regio gebeurt hem ‘niet koud’.
BASF zit er middenin, produceert in de regio van onderdrukking – en probeert zich volledig te distantiëren van aantijgingen van dwangarbeid en internering. En niet alleen BASF, 350 kilometer verderop, in Xinjiangs hoofdstad Ürümqi, hebben naast veel Chinese bedrijven ook het Amerikaanse drankenconcern Coca-Cola en de Duitse autoproducent Volkswagen een fabriek. Niet alleen de morele component geeft daarbij altijd weer aanleiding tot kritiek. Aanwezigheid in Xinjiang stelt bedrijven bloot aan het risico en de verdenking dat zij dwangarbeiders tewerkstellen – direct dan wel indirect via hun toeleveranciers. Omdat overal ter wereld regeringen intussen onder druk van de publieke opinie strikter toekijken op wat er in de regio gebeurt, dreigt voor ondernemingen die zaken doen in Xinjiang niet alleen reputatieschade maar ook hoge geldstraffen. Onlangs heeft het Duitse parlement een productieketenwet aangenomen die bedrijven met ingang van 2023 op straffe van boetes ertoe verplicht de eigen keten van toegevoegde waarde tot en met de toeleveranciers zo te controleren dat die voldoet aan de normen met betrekking tot mensenrechten en milieu. De EU werkt aan een soortgelijke regel.
Aan ‘Made in Xinjiang’ kleeft inmiddels een smet. Na de internationale textielindustrie, die circa een vijfde van haar katoen uit de regio betrekt, wordt nu de solarbranche getroffen door Amerikaanse sancties tegen fabrikanten in de provincie.
De interneringskampen in de buurt van BASF en Volkswagen zijn vermomd als opleidingscentra
BASF moet zich er meermaals van verzekeren dat niemand gedwongen tewerkgesteld wordt in zijn fabriek. In 2019 verordende CEO Martin Brudermüller een interne audit. Daarop volgde in 2020 een externe audit door een internationaal economisch onderzoeksbureau. Daarbij is volgens BASF-manager Brughmans onderzocht of bij het bedrijf in Xinjiang de internationale sociale normen en arbeidsstandaarden worden nageleefd. ‘Toen waren er geen aanwijzingen tegen welk vergrijp dan ook.’
BASF houdt volgens Brughmans goed in de gaten dat alleen de joint venture beslist over de aanstelling van werknemers in de fabriek. ‘We werken bij de personeelsvoorziening of in het algemeen op humanresourcegebied niet samen met overheidsinstanties,’ benadrukt hij. Initiatieven vanuit overheidsinstanties om medewerkers te plaatsen zijn er bij zijn weten niet geweest. Vanwege de vereiste vakkennis kwamen de medewerkers niet vanuit de opleidingscentra, maar vanuit andere bedrijven naar BASF.
Maar controle ter plekke op het nakomen van arbeidsstandaarden wordt steeds moeilijker. ‘De pogingen van buitenlandse ondernemingen om naleving van mensenrechtstandaarden in China te implementeren, bijvoorbeeld via onderzoek, worden door de Chinese overheid inmiddels beschouwd als een vijandige daad, waartegen dan ook sancties worden getroffen,’ vertelt Katja Drinhausen die bij de Berlijnse denktank Mercis onderzoek doet naar mensenrechten in Xinjiang. De juridische basis hiervoor creëerde Beijing de afgelopen weken en maanden. Met de antisanctiewet bijvoorbeeld.
‘Betrokkenheid’
Van de in totaal 122 medewerkers die BASF met zijn jointventurepartner in Korla in dienst heeft, zijn er in de zengende hitte op het enorme terrein maar weinig te zien. Het Handelsblatt en de ARD-radio zijn de eerste internationale media die de fabriek in Korla bezoeken. Bij hun naspeuringen worden de teams gevolgd en geschaduwd – en dat moeten ze kennelijk merken ook.
Ondanks diverse verzoeken daartoe laat Volkswagen in zijn fabriek in Ürümqi geen bezoekers toe. Bezoek zou niet mogelijk zijn omdat er problemen zijn bij het afstemmen met zijn Chinese jointventurepartner SAIC, zo voert het autoconcern als reden aan. Ook weigert Volkswagen te antwoorden op gedetailleerde vragen hoe het bedrijf dwangarbeid denkt te voorkomen. Ditmaal onder verwijzing naar de halfjaarcijfers die binnenkort worden gepubliceerd.
Xinjang is een politiestaat. Messen in winkels en restaurants liggen aan een ketting
Wie rondkijkt in Ürümqi kan moeilijk over het hoofd zien dat Xinjiang allang een politiestaat is. Om de paar honderd meter is er een politiebureau, agenten bewaken kruisingen en patrouilleren voor de grote Erdaoqiao-moskee. Messen in winkels en restaurants liggen aan een ketting. Zelfs voor benzinestations staan beveiligers en slagbomen. Daarbij komt nog alle bewakingstechniek. ‘Veel van de bewaking is niet meer zichtbaar maar vindt digitaal in het verborgene plaats,’ vertelt Mercis-expert Drinhausen. De Chinese overheid verdedigt de maatregelen onder het mom van terreurbestrijding. Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw waren er telkens weer conflicten in de regio.
Waarnemers die geregeld in het gebied rondreizen klagen hoezeer de situatie veranderd is: veel inwoners zaten al in interneringskampen of hebben familieleden die daar hebben gezeten. Anderen zitten opgesloten in gevangenissen. Er heerst een klimaat van angst of berusting. Hoe denkt een Duits of een Amerikaans bedrijf hier te kunnen garanderen dat al zijn werknemers uit vrije wil bij hen werken? Hoe vrij kunnen medewerkers in een dergelijk systeem echt zijn?
De interneringskampen in de buurt van BASF en Volkswagen zijn vermomd als opleidingscentra. Daarna worden betrokkenen, zo luidt de aanklacht, overgedragen aan ondernemingen, waar ze gedwongen tewerkgesteld worden. Zo moeten ze verder kunnen worden gecontroleerd. Meer dan 80.000 mensen moeten alleen al tussen 2017 en 2019 met dwangarbeid zijn geconfronteerd, aldus het ASPI in een analyse.
Voor Duitse bedrijven zijn de fabrieken in de regio een last geworden. Hoewel niet hardop uitgesproken, gaat men er in economische kringen in Beijing van uit dat geen enkel Duits bedrijf vandaag de dag nog voor deze standplaats zou kiezen. Maar ook toen onder toeziend oog van China’s minister-president Li Keqiang en bondskanselier Angela Merkel in 2013 de contracten voor de fabriek van BASF werden ondertekend, gingen er al verhalen rond over de onderdrukking van de moslimbevolking in Xinjiang. Volkswagen besloot ongeveer in dezelfde tijd als BASF er een fabriek te bouwen. In zijn Chinees-Duitse joint venture SAIC-Volkswagen verschaft VW in Ürümqi werk aan 600 medewerkers, allen Chinees staatsburger. Ongeveer 10 procent van hen behoort volgens eerdere informatie van Volkswagen tot de Oeigoerse moslimminderheid.
Ondanks alle kritiek wil Volkswagen vasthouden aan zijn fabriek. ‘Wij staan voor onze betrokkenheid in China, ook in Xinjiang,’ zei CEO Herbert Diess onlangs in de Frankfurter Allgemeine Sonntagszeitung: ‘Wij noch onze toeleveranciers stellen dwangarbeiders tewerk.’
BASF is voorzichtiger met zulk soort uitspraken. Alle leveranciers hebben een codex ondertekend. Bij overtreding van clausules in het maatschappelijk contract spreekt het bedrijf zijn partners daarop aan, zegt Brughmans. Indien verandering achterwege blijft, zo vervolgt hij, ‘moeten we ons beraden op alternatieve bedrijfsmogelijkheden en dan behouden we ons ook het recht voor de zakenrelatie te beëindigen’.
Bedrijven doen onroerend goed van de hand vanwege pandemie
Japanse bedrijven die hard zijn getroffen door de pandemie, proberen steeds vaker onroerend goed te verkopen aan buitenlandse investeringsfondsen met diepe zakken die op zoek zijn naar koopjes, schrijft The Japan Times. Het aantal bedrijven dat dit boekjaar overweegt vastgoed te verkopen of dat al deed, kan het hoogste niveau bereiken sinds de kredietcrisis van 2008.
Zesendertig bedrijven die zijn genoteerd aan de beurs van Tokio hebben in de eerste helft van het huidige fiscale jaar, van april tot september, onroerend goed verkocht tegenover zevenentwintig bedrijven vorig jaar in dezelfde periode, volgens Tokyo Shoko Research. Vijftien van deze bedrijven boekten recent een nettoverlies.
De machine-industrie had daarin het grootste aandeel met zeven bedrijven, gevolgd door de dienstensector en de detailhandel met elk vijf en de voedingsindustrie met vier bedrijven. Vorig jaar waren buitenlandse investeerders goed voor een derde deel van alle onroerendgoedtransacties in Japan, vooral omdat de yen zwak staat tegenover de dollar.
Nieuwe chipfabriek is grootste investering van Samsung in de VS
Samsung zet voor 17 miljard doller een chipfabriek neer in Texas en hoopt zo mede het wereldwijde tekort aan halfgeleiders aan te pakken. Deze grootste investering van de Zuid-Koreaanse elektronicagigant ooit in de VS creëert direct tweeduizend banen en duizenden meer als de faciliteit volledig operationeel is in de tweede helft van 2024, schrijft CNN.
In oktober was de inflatie van prijzen in Amerika voor een groot aantal dagelijkse producten hoger dan verwacht. De inflatie bereikte volgens het Amerikaans ministerie van Arbeid zelfs het hoogste punt in meer dan dertig jaar, bericht CNBC. De CPI, de consumentenprijsindex die bestaat uit een pakket met producten variërend van benzine en gezondheidszorg tot boodschappen en huur, steeg met 6,2 procent ten opzichte van een jaar geleden. Dat is de grootste toename sinds december 1990. De reële lonen na inflatie zijn van september tot oktober met 0,5 procent gedaald, als gevolg van een stijging van de gemiddelde uurlonen met 0,4 procent die meer dan teniet werd gedaan door de stijging van de CPI, schrijft het Amerikaanse tv-station.
Ondanks de tegenvallende cijfers zeggen Fed-voorzitter Jerome Powell en minister van Financiën Janet Yellen dat de huidige prijsdruk tijdelijk is en verband houdt met corona. Ze erkennen dat de inflatie hardnekkiger is dan verwacht, maar rekenen op normalisering in de loop van volgend jaar.
De Chinese vastgoedsector kampt met enorme schulden
Volgens recente cijfers zet de inzinking van de Chinese onroerendgoedmarkt onverminderd door. De prijsdaling in oktober van nieuwe huizen met 0,2 procent betekent de grootste maand-op-maanddaling sinds 2015. Ondertussen daalde het aantal gestarte van nieuwbouwprojecten tussen januari en november met 7,7 procent ten opzichte van vorig jaar, schrijft BBC.
De aandelen van ontwikkelaar Fantasia kelderden vorige week met 50 procent
De Chinese vastgoedmarkt, goed voor ongeveer een kwart van de nationale economie, schudt op zijn grondvesten doordat grote vastgoedontwikkelaars worstelen met afbetaling van enorme schulden. Vastgoedgigant Evergrande heeft een schuld van circa 265 miljard euro.
Ook andere Chinese huizenbouwers worstelen met schulden. De aandelen van ontwikkelaar Fantasia kelderden vorige week met 50 procent na de mededeling dat er geen garantie was dat het bedrijf aan zijn financiële verplichtingen kan voldoen na een gemiste betaling van ruim 181 miljoen euro in oktober. Eerder deze maand werd in Hongkong de handel in aandelen van Kaisa Group stilgelegd omdat aan een betaling niet was voldaan. Daarnaast zijn een nieuwe golf van coronagevallen en een aantal grote stroomstoringen van invloed op de vastgoedmarkt.
Onder druk van de milieubeweging blaast Israël oliedeal af
Een overeenkomst om vanuit de Verenigde Arabische Emiraten olie naar Europa te transporteren via Israël, is afgeblazen door energieminister Karine Elharrar van Israël. Milieugroeperingen protesteerden tegen de overeenkomst, een van de belangrijkste resultaten van de toenadering tussen Israël en de VAE vorig jaar, schrijft Al Jazeera.
‘Ik roep op de EAPC-overeenkomst te annuleren. Zij komt de Israëlische energiemarkt niet ten goede en brengt te veel risico’s mee voor de Golf van Eilat en voor bewoners’, aldus Elharrar. Aangezien het een deal betrof tussen private partijen, gaat Elharrar ervan uit ‘dat de opzegging geen gevolgen zal hebben voor de aangehaalde banden tussen beide landen’.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.