Saoedi-Arabië gaat zijn olieproductie met een miljoen vaten per dag verlagen in een poging om de olieprijzen omhoog te brengen. Dat kondigde energieminister prins Abdulaziz bin Salman aan tijdens een ‘gespannen’ bijeenkomst van de OPEC+-groep van olieproducerende landen in Wenen op zondag, zo schrijft Financial Times.
‘De olieprijzen zijn de afgelopen tien maanden gekelderd, ondanks verschillende pogingen van producenten om het aanbod te beperken’, aldus het zakenblad. ‘Het Saoedische koninkrijk en andere leden kondigden in april een verrassingsverlaging aan, maar na een korte opleving richting 90 dollar per vat, zakten de prijzen weer en daalden ze vorige week op een gegeven moment tot bijna 70 dollar per vat.’
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Ook andere landen hebben toegestemd om hun productie te verlagen, maar dat ging niet zonder slag of stoot. Veel Afrikaanse leden van OPEC+ verzetten zich afhankelijk tegen pogingen om hun productie naar beneden bij te stellen, aldus FT. Of Rusland, ’s werelds op een na grootste olie-exporteur ook de productie moet verlagen, is nog onzeker.
OPEC+ is bekritiseerd vanwege zijn alliantie met Rusland na de grootschalige invasie in Oekraïne vorig jaar en vanwege de maatregelen die de groep heeft genomen om de prijzen op peil te houden tijdens een energiecrisis die werd veroorzaakt door de acties van Moskou.
De Mukaab is het zoveelste megalomane stedelijke project uit de koker van Mohammed bin Salman, alias MBS, de zoon van koning Salman die samen met zijn vader de scepter zwaait over Saoedi-Arabië. MBS wil de economie diversifiëren, want die is nu nog volledig afhankelijk van olie-inkomsten.
Het nieuwste stedelijke megaproject van Mohammed bin Salman, bijgenaamd ‘MBS’, de kroonprins van Saoedi-Arabië: de Mukaab, een gigantisch kubusvormig bouwwerk met een hoogte, breedte en diepte van 400 meter. Het moet het symbool van Riyad worden. Een soort Saoedische Eiffeltoren of Big Ben, maar dan in XXL-formaat, met 2 miljoen vierkante meter aan vloeroppervlak, die plaats moet bieden aan een armada van hotels, winkelcentra en zelfs een ‘immersief theater’. Volgens berekeningen van de Amerikaanse media belooft deze mastodont twintig keer zo groot te worden als het Empire State Building.
Dit Babylonische project is afkomstig uit de koker van MBS, de zoon van koning Salman die samen met zijn vader de scepter zwaait over Saoedi-Arabië. Hij wil een revolutie ontketenen in het koninkrijk door te breken met ouderwetse sociaal-religieuze aspecten en door de economie, die nu nog volledig afhankelijk is van olie-inkomsten, te diversifiëren.
Voordat hij zijn plan voor de Mukaab lanceerde, had deze overactieve, met games opgegroeide dertiger al andere projecten geïnitieerd die minstens zo opzienbarend zijn: Neom in het noordwesten van het land, een megalopolis met robotbedienden, vliegende taxi’s en een kunstmaan; The Line, een klimaatneutrale stad die zich in een lijn van 170 kilometer lang uitstrekt door de woestijn; Qiddiya, een reusachtig entertainmentproject aan de rand van Riyad dat drie keer zo groot moet worden als Parijs; Trojena, een prestigieus skiresort in de bergen boven de stad Tabuk, waar naar verwachting de Aziatische Winterspelen van 2029 zullen worden gehouden; het Red Sea Project, met een reeks super-de-luxe hotels aan de Rode Zee, et cetera.
Imago opvijzelen
Grillen van een megalomane postpuber? Pogingen om minder flatteuze acties in het vergeetboek te doen geraken, zoals de rampzalige oorlog in Jemen of de moord op journalist Jamal Khashoggi, die in 2018 in het Saoedische consulaat in Istanboel met een botzaag in stukjes werd gesneden? De werkelijkheid is complexer. Naar alle waarschijnlijkheid zal maar een deel van deze enorme bouwwerken het daglicht zien, geheel in lijn met eerdere half voltooide megaprojecten. Zo is de Koning Abdoellah Economische Stad, waarmee de voorganger van Salman een eiland van liberalisme wilde stichten aan de oevers van de Rode Zee, nooit echt van de grond gekomen. Het faraonische karakter van de projecten is bedoeld om het imago van de Saoedische kroonprins op te vijzelen. Ze moeten een ander verhaal vertellen, dat van de jonge prins die zich meer dan ooit als ondernemer van de toekomst presenteert, naar het voorbeeld van een van zijn idolen, Elon Musk, de baas van SpaceX die Mars wil koloniseren.
De productiviteit van de Saoedische bevolking, die gewend is aan een uiterst genereuze staatsruif, ligt notoir laag
Deze projecten zijn een teken voor de rest van de planeet, en in het bijzonder voor investeerders, dat het koninkrijk daadwerkelijk bezig is zich aan zijn verstarring te ontworstelen. ‘MBS wil een nieuw Saoedi-Arabië creëren, en het lijdt geen twijfel dat hij daarin slaagt,’ zegt Bertrand Besancenot, voormalig Frans ambassadeur in Riyad, die in 2015 zag hoe het nieuwe fenomeen zijn intrede deed op het Saoedische politieke toneel. ‘Hij ziet zichzelf als de nieuwe Ibn Saoed (de eerste koning van het moderne Saoedi-Arabië, die het koninkrijk in 1932 tot een eenheid smeedde) en wil van zijn land een van de tien machtigste ter wereld maken.’
Deze kentering begon in 2016, met de inperking van de bevoegdheden van de zedenpolitie. De muttawa, die een sinistere reputatie genoot, was belast met de handhaving van de geboden van het wahabisme, de ultrapuriteinse stroming binnen de islam die lange tijd de staatsgodsdienst van Saoedi-Arabië was. In de jaren daarna heeft MBS de zachte dictatuur waarvan lange tijd sprake was weliswaar vervangen door een ultra-autoritair bewind, maar is hij doorgegaan met het doorbreken van taboes, door muziekuitvoeringen toe te staan (2016), het verbod op autorijden voor vrouwen op te heffen (2017), bioscopen te heropenen (2018), de scheiding tussen mannen en vrouwen in restaurants op te heffen (2019), winkels toestemming te geven om tijdens gebedstijden open te blijven (2021) et cetera.
Vierde Saoedische staat
Het dewahabiseringsproces is in gang gezet, en te oordelen naar het succes van de hervormingen is de bevolking, van wie tweederde jonger is dan 35, rijp voor deze revolutie. Het proces is des te moeilijker te stoppen doordat MBS ervan verzekerd is dat hij na de dood van zijn vader, die nu 87 is, de troon zal bestijgen; rekening houdend met zijn jonge leeftijd (37) zou hij, mits er geen ongelukken gebeuren, nog drie of vier decennia moeten kunnen regeren.
‘We zijn in feite getuige van de geboorte van de vierde Saoedische staat,’ zegt politicoloog Stéphane Lacroix, gespecialiseerd in de geschiedenis van het Arabisch Schiereiland. Eerst was er het emiraat Diriyah, dat duurde van 1727 tot 1818, toen het emiraat Nadjd, van 1824 tot 1891, en daarna het koninkrijk dat in 1932 door Abdoel Aziz al-Saoed werd gesticht. ‘Dit idee van een vierde staat was een geliefd thema van de Saoedische oppositie, die lange tijd heeft gedroomd van de stichting van een constitutionele monarchie,’ aldus Lacroix. ‘Maar MBS is bezig een geheel ander project te verwezenlijken: een door moderniseringsdrift en grootheidswaanzin bezielde autocratie. Hij is de opperheerser die alle regels aan zijn laars lapt, goedschiks of kwaadschiks.’
Vrouwen
Met dit hervormingsproces was al langzaam maar zeker een begin gemaakt in de tijd van koning Abdoellah. Aan hem is, behalve de Economische Stad, ook de toegang van vrouwen tot de Majlis al-Shura (het Saoedische surrogaatparlement) te danken, evenals het staatsmonopolie op fatwa’s en de eerste investeringen in toerisme en mijnbouw – de twee belangrijkste sectoren waarmee MBS de afhankelijkheid van olie wil verminderen. Maar de macht in Saoedi-Arabië was in die tijd nog sterk verdeeld en de pogingen van Abdoellah liepen vaak al snel spaak.
Mohammed bin Salman heeft lering getrokken uit deze mislukkingen en besloten dat het systeem alleen kan worden veranderd door het ten val of op z’n minst aan het wankelen te brengen. Vandaar zijn grootschalige arrestatiecampagnes, zowel onder islamisten als liberalen, en zowel binnen de koninklijke familie als binnen vooraanstaande zakenfamilies en geestelijke kringen. Zo wil hij een verticale machtsstructuur creëren en het – al dan niet reële – verzet tegen zijn grootse plannen breken.
Vooral op religieus gebied heeft hij opvallend veel succes geboekt. De wahabitische geestelijkheid die in ruil voor haar trouw aan koning Saoed de hele maatschappij haar obscurantistische credo oplegde, is volledig monddood gemaakt. De islamitische toon wordt inmiddels gezet door MBS zelf, die zich heeft ontpopt als een voorvechter van de iitidal, de religieuze gematigdheid. Tijdens een opzienbarend interview met de zender Al-Arabiya in 2021 tergde de kroonprins de traditionalisten zelfs tot het uiterste door op te roepen om Mohammed ibn Abdul-Wahhab, stichter van het wahabisme, niet als een heilige te vereren.
Deze modernisering wordt niet alleen ingegeven door imago-overwegingen. In een recent boek, L’Arabie saoudite. De l’or noir à la mer Rouge, beschrijft de Franse historicus en diplomaat Louis Blin, voormalig consul in Djedda, hoe het ‘antimodernisme’ van de fundamentalisten, gepaard met de verslaving aan het zwarte goud, de industriële ontwikkeling van Saoedi-Arabië heeft gedwarsboomd. ‘Het welslagen van de postwahabitische gok van de kroonprins staat of valt met zijn vermogen om het rentenierssysteem dat door de salafisten wordt gesteund te vervangen door een productie-economie,’ aldus Blin.
Maar de productiviteit van de Saoedische bevolking, die gewend is aan een uiterst genereuze staatsruif, ligt notoir laag, en de kroonprins weet dat. Het succes van zijn plannen is afhankelijk van een ontwikkeling van het arbeidsethos en een integrale hervorming van het lokale opleidingsstelsel. Het bekeren van de Saoediërs tot het wereldwijde materialisme, het onuitgesproken doel van Mukaab, Trojena en andere soortgelijke projecten, zal niet volstaan om het koninkrijk te hervormen.
Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar Chili, waar de regering heeft aangekondigd de lithiumindustrie te nationaliseren. Wat betekent dat voor het land?
Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €4 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.
Waarom is lithium belangrijk?
‘Is lithium het nieuwe goud?’ kopte een studie inNature tien jaar geleden al. ‘Hoewel het al bijna twee eeuwen bekend is, komt lithium plotseling in het nieuws: het is het hoofdbestanddeel van de lithium-ionbatterijen die de volgende generatie elektrische voertuigen zullen aandrijven en zou daarom in deze eeuw even kostbaar kunnen worden als goud’, schreef de auteur. En hij zat er niet ver naast met zijn voorspelling: vanuit de hele wereld is er een enorme vraag naar de grondstof ontstaan.
En die vraag is niet aflatend: persbureauReutersschreef eerder dit jaar dat de huidige vraag naar verwachting tegen 2030 is vervijfvoudigd. De belangrijkste reden achter de toenemende vraag naar lithium is duurzaamheid. In alle landen proberen industrieën af te stappen van fossiele brandstoffen, en elektrische voertuigen en andere apparaten te voorzien van batterijen. Lithium is het belangrijkste bestanddeel van oplaadbare batterijen, en dat maakt het mineraal interessant voor veel bedrijven.
Pablo Altimiras, vicepresident van het Chileense lithiummijnbouwbedrijf SQM, omschreef de voordelen van lithium, een zeer licht materiaal, als volgt in een interview metPOLITICO: ‘Als het gaat om dingen die je moet verplaatsen, zoals een auto of een mobiele telefoon, betekent een groot bereik dat je veel energie moet opslaan, maar in een auto heb je maar beperkte ruimte. Je hebt dus iets heel lichts nodig, anders gebruik je veel energie om de auto te verplaatsen.’
Maar ook voor consumenten zijn de eindproducten (bijvoorbeeld elektrische auto’s) steeds populairder, aangezien er minder brandstofkosten bij een elektrische auto komen kijken en men een positieve bijdrage levert aan het klimaat door in een energiezuinige auto te rijden. Ook in Nederland: in 2021 was 11 procent van alle verkochte personenauto’s volledig elektrisch. In 2022 was dit al 26 procent. Maar terug naar Chili.
Bijna de helft van alle winbare lithiumreserves ter wereld liggen in Chili, en het Zuid-Amerikaanse land produceert ruim een kwart van alle lithium ter wereld, waardoor het na Australië de grootste lithiumproducent ter wereld is, zo schrijft de Chileense nieuwssiteEl Mostrador.Andere grote producenten zijn Canada, Bolivia en Argentinië.
Vrijwel alle lithiumwinning vindt plaats in het noorden van het land, in de kurkdroge Atacamawoestijn. Hier liggen grote zoutvlakten waaronder lithium wordt gewonnen. De lithiumwinning in Chili is vooralsnog geprivatiseerd en in handen van twee bedrijven: SQM, een Chileens bedrijf waarbij buitenlandse bedrijven – met name uit China – grote belangen hebben, en Albemarle, een mijnbouwbedrijf uit de Verenigde Staten.
Chili is een van de grootste lithiumproducenten, met een productie van 207.000 ton in 2022, schrijft de Chileense krantLa Tercera. Vanwege de toenemende vraag naar lithium – waarover later meer – nemen de prijzen voor het mineraal ook toe. In het vierde kwartaal van 2022 piekte de prijs van lithium met bijna 70.000 dollar voor een ton industriewaardige lithiumcarbonaat.
Vanzelfsprekend betekent dit goed nieuws voor de Chileense schatkist: de toenemende productie en de stijgende prijzen zorgen voor meer inkomsten. In 2022 exporteerde het Zuid-Amerikaanse land voor ruim 7,7 miljard dollar aan lithium, waardoor het mineraal na koperproducten het meest geëxporteerde product is in Chili, zo schrijft websiteEx-Ante. Dat zegt veel, want de fruit- en zalmindustrie zijn van oudsher zeer dominant in het land.
Vanwege de grote reserves in Chili staan andere landen in de rij om zaken te doen met het land. Naast landen als Zuid-Korea, China en Japan, waar het gros van het lithium naartoe gaat, probeert bijvoorbeeld ook de Europese Unie Chileense lithium te blijven importeren. In 2020 was al 80 procent van alle lithium die de EU invoerde afkomstig uit Chili. Om die handel vast te houden werd in december 2022 een reeds bestaand handelsakkoord tussen de EU en Chili vernieuwd om, zoalsFinancial Times schreef, Europa betere toegang tot Chileense mineralen te geven.
Chili heeft dus enorm veel lithium, het aanbod is groot, landen staan in de rij, de prijzen zijn hoog, alleen: een strategie voor deze omvangrijke en uitdijende lithiumindustrie ontbrak. En daar kwam vorige maand verandering in.
Op 20 april richtte de Chileense president Gabriel Boric zich via een televisietoespraak tot de natie en kondigde een grootscheepse transformatie aan van de lithiumindustrie. Hij is van planeen door de staat gerund lithiumbedrijf op te richten, dat middels een publiek-private samenwerking lithium zou gaan winnen, zo schrijft websiteEmol.
Buitenlandse bedrijven kunnen zich inkopen in het staatsbedrijf en zo bijdragen aan de nieuwe lithiumwinningstechnologieën die de regering wil inzetten om ‘de impact op de ecosystemen van de zoutvlakten tot een minimum te beperken’. Ook wil de president de inheemse gemeenschappen die in de Atacamawoestijn wonen, laten meeprofiteren en verder ook in Chili eindproducten, zoals batterijen, gaan vervaardigen, in plaats van het ruwe materiaal naar het buitenland te sturen.
Minister van Mijnbouw Marcela Hernando gaf in een interview met Bloomberg overigens aan dat het niet om een nationalisering ging. Volgens haar worden bestaande contracten (SQM tot 2030, Albemarle tot 2043) gewoon gerespecteerd en is lithium, omdat het in de grondwet als Chileens wordt omschreven, al van de staat. Volgens haar gaat het om een betere herverdeling van de inkomsten, waardoor heel Chili kan profiteren, en een manier om betere controle op de impact op het milieu te hebben. Lithiummijnbouw is immers, zoals alle soorten mijnbouw, behoorlijk schadelijk.
Het milieu, de inheemse gemeenschappen, meer inkomsten voor de staat en de ontwikkeling van eindproducten: de redenen voor de nationalisering zijn dus duidelijk. Maar ondanks de plannen van Gabriel Boric is nog niets zeker. Het Chileense parlement moet nog stemmen over de plannen en gezien de huidige verdeeldheid in de Chileense politiek kan een akkoord een moeilijk verhaal worden.
Steenrijke Russische oligarchen die het doelwit zijn van westerse sancties weten met gemak routes te verzinnen om hun geld toch veilig te stellen. Om dat te voorkomen moeten niet de oligarchen zelf, maar hun buitenlandse vermogensbeheerders worden aangepakt, schrijft sociologieprofessor Brooke Harrington.
Vorig jaar werden er sancties uitgevaardigd tegen Russische oligarchen in een poging de vazallen van Vladimir Poetin niet langer toegang te verschaffen tot hun onmetelijke rijkdommen in het buitenland, die naar schatting zo’n zestig procent van hun netto waarde vertegenwoordigen. Megajachten, privéjets en luxueuze villa’s werden in beslag genomen, soms in het bijzijn van snorrende nieuwscamera’s. Maar ondanks al dat machtsvertoon werd een groot deel van het kapitaal van de oligarchen stilletjes naar veiliger havens geloodst.
Russische oligarchen zijn er zelfs in geslaagd sancties te ontlopen op het grondgebied van een van de landen die hen het hardst aanpakten, namelijk door doodleuk in Amerikaans onroerend goed te investeren. Het Amerikaanse ministerie van Justitie maakte onlangs bekend dat Viktor Vekselberg, een oligarch die door president Poetin was aangesteld om westerse leiders te paaien, Amerikaanse sancties op luxueuze onderkomens in New York en Florida had weten te ontlopen. In januari van dit jaar waarschuwde het ministerie van Financiën in Washington met klem dat Russische oligarchen in toenemende mate langs slinkse wegen hun vermogen in commercieel Amerikaans onroerend goed investeerden in weerwil van de sancties.
Kat-en-muisspel
De Verenigde Staten zijn in een kostbaar en schijnbaar vruchteloos kat-en-muisspel met Russische oligarchen verwikkeld geraakt. Confisqueer of bevries je hun activa op de ene plek, dan verdwijnen ze naar een andere, recht onder onze neus. Dit draagt alleen maar bij aan de internationale reputatie van deze oligarchen als een onaantastbare elite.
Maar er is een betere benadering: sancties opleggen aan de buitenlandse vermogensbeheerders die achter dit ingewikkelde internationale balletje-balletjespel zitten. Een nieuwe studie laat zien waarom: de vermogensbeheerders, en niet hun rijke cliënten, zijn het brein achter de strategieën om sancties te ontlopen, en ook achter de tactieken om de activa van oligarchen als Russische poppetjes onder te brengen in brievenbusfirma’s en trusts. Straf de tussenpersonen en de oligarchen hebben niet langer toegang tot veel buitenlandse netwerken die hen in staat stellen een loopje met de wet te nemen.
Door het analyseren van de grote internationale lekken van de afgelopen jaren – de Panama Papers uit 2016, de Paradise Papers uit 2017 en de Pandora Papers uit 2021 – hebben Herbert Chang van de University of Southern California, de wiskundigen Feng Du en Dan Rockmore van Dartmouth College in New Hampshire en ondergetekende de buitenlandse activanetwerken van elites in kaart gebracht, onder wie veel Russen die nauwe banden hebben met president Poetin. We ontdekten een complex dekmantelsysteem dat een onverwacht aspect van het internationale financiële raderwerk aan het licht brengt: er is sprake van een ‘schaalvrij netwerk’, dat uitermate goed bestand is tegen willekeurige aanvallen van buitenaf.
Russische oligarchen vertrouwen hun buitenlandse activa toe aan een klein aantal vermogensbeheerders in het Westen
Maar deze netwerken hebben wel een duidelijke zwakke plek: een paar raderen erin (zoals mensen in het internationale systeem van geldstromen die nauw met elkaar in contact staan) vervullen een spilfunctie en houden de hele structuur bij elkaar. Richt je pijlen op die spilfiguren en het hele netwerk valt uiteen. En valt het dekmantelsysteem uiteen, dan gebeurt hetzelfde met de relaties die oligarchen vrije toegang tot hun buitenlandse activa hebben verschaft.
Het is dus cruciaal voor beleidsmakers om erachter te komen waar die belangrijke spilfuncties zich bevinden. Ons onderzoek werpt een licht op gebieden die ‘superfragiel’ zijn, zoals netwerkgeleerden het noemen, in een systeem van offshorefinance (het onderbrengen van vermogen in het buitenland) dat uiterst weerbaar is gebleken tegen conventionele wettelijke strategieën.
Meer dan enige andere doelgroep in ons onderzoek – dat zich ook richtte op elites uit de Verenigde Staten, Hongkong en China – vertrouwen Russische oligarchen hun buitenlandse activa toe aan een klein aantal vermogensbeheerders in het Westen. Als er maar een klein aantal deskundigen ‘op de hoogte’ is, helpt dat om de geheimen van oligarchen beter te bewaren, maar wordt er ook een duidelijke zwakke plek gecreëerd – een superfragiliteit. En daarmee kunnen beleidsmakers die de sancties controleren hun voordeeldoen. Volgens ons onderzoek hadden rechtstreekse sancties tegen vermogensbeheerders in dienst van Russische oligarchen tot gevolg dat de buitenlandse netwerken van laatstgenoemden volledig instortten en hun mogelijkheden om sancties te ontlopen op een effectieve manier om zeep werden geholpen.
Dit inzicht kan een eind maken aan de kostbare klopjacht van de Verenigde Staten en andere landen op de activa van oligarchen. Onze analyse toont aan dat talrijke oligarchen gebruikmaken van de diensten van dezelfde vermogensbeheerder. Als we die experts met zulke nauwe banden eruit pikken, kunnen we hen beletten samen te werken met lieden als Viktor Vekselberg. Daarmee zouden vele buitenlandse netwerken van oligarchen in één klap worden ontbonden en belangrijke toegangswegen tot hun vermogen worden afgesneden. Zo’n straf heeft veel verstrekkender gevolgen en beantwoordt veel beter aan het beoogde doel van de sancties dan het in beslag nemen van een jacht of jet.
Sanctiestrategieën
Het vervangen van deze vermogensbeheerders door experts die niet met sancties te maken krijgen (zoals degenen die in Dubai gevestigd zijn), zou bovendien veel moeilijker en riskanter voor oligarchen zijn dan het klinkt. Vermogensbeheerders worden in de loop der tijd een vergaarbak van de geheimen van hun cliënten, financieel, politiek en persoonlijk. Het verhuizen van deze geheimen naar nieuwe experts is niet alleen heel erg kostbaar, het zou ook risico’s voor de oligarchen met zich meebrengen. Hoe meer mensen weten hoe de oligarchen hun rijkdom hebben vergaard, hoeveel ze bezitten en waar dat bezit zich bevindt, hoe kwetsbaarder ze zijn voor politieke represailles, inbeslagname van hun activa en fysiek gevaar. In de wereld van de offshorefinance is vertrouwen een schaars goed, dat niet gemakkelijk via een andere leverancier te verkrijgen is.
Wat de vermogensbeheerders betreft: als die hun samenwerking met deze bestrafte cliënten een halt zouden toeroepen, zouden ze weer met open vizier zaken kunnen doen en op een reguliere manier in hun inkomen kunnen voorzien.
Offshorefinance kan een serieuze bedreiging vormen voor de internationale veiligheid en stabiliteit
Sanctiestrategieën die zich op expertise richten zijn in het verleden al menigmaal succesvol gebleken. Zo werd de beslissing van Iran om in 2015 de overeenkomst te ondertekenen die paal en perk stelde aan zijn nucleaire programma deels toegeschreven aan een beleid dat heel sterk leek op wat wij voorstellen: het opleggen van sancties aan buitenlandse juridisch-financiële experts zodat de leiding van het land ‘geen toegang heeft tot haar vreemdevalutareserves die in het buitenland zijn geparkeerd’, zoals een rapport van een onderzoekscommissie van het Amerikaanse Congres het uitdrukte. Op het delen van technologische kennis op het gebied van nucleaire, chemische en biologische wapens staan al decennia lang sancties; wanneer deze benadering zich ook zou uitstrekken tot het terrein van vermogensbeheer, zou dat betekenen dat in toenemende mate wordt ingezien dat offshorefinance een serieuze bedreiging kan vormen voor de internationale veiligheid en stabiliteit.
Zwitserland vervolgt inmiddels enkele vermogensbeheerders van gesanctioneerde oligarchen wegens het schenden van regels die maar zelden worden toegepast. Zo hebben de Zwitserse autoriteiten een aanklacht ingediend tegen vier vermogensbeheerders van Gazprombank wegens onzorgvuldig handelen inzake hun cliënt Sergej Roldoegin, een vertrouweling van Poetin tegen wie sancties lopen.
Vorig jaar hebben de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en de Europese Unie eerste stappen gezet voor het verbieden van bepaalde soorten advieswerk op het gebied van het creëren van financiële offshoreconglomeraten voor oligarchen. Deze verboden hadden geen vermogensbeheerders op het oog, maar een aantal deskundigen dat door vermogensbeheerders voor specifieke taken in de arm wordt genomen, zoals belastingadviseurs en vennootschapsspecialisten.
Dit zijn stappen in de goede richting; mijn collega’s en ik hopen dat onze studie beleidsmakers ertoe zal aanzetten om hun aandacht te verleggen naar de echte spilfiguren binnen het systeem, namelijk de vermogensbeheerders.
Brooke Harrington, hoogleraar sociologie aan Dartmouth College in New Hampshire, is de auteur van Capital Without Borders: Wealth Managers and the One Percent.
De Amerikaanse rente staat op het hoogste niveau in 16 jaar
De Federal Reserve, de Amerikaanse centrale bank, verhoogt de rente opnieuw om de inflatie in het land omlaag te brengen, bericht The Wall Street Journal. Het besluit, dat op woensdag werd aangekondigd, vindt plaats tegen een achtergrond van onrust in de bancaire sector en de dreiging dat de Amerikaanse overheid niet kan voldoen aan haar renteverplichtingen op de staatsschuld, omdat het Congres nog geen overeenstemming heeft bereikt over een verhoging van het schuldenplafond.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De beurs op Wall Street eindigde woensdag in de min, opgeschrikt door aankondigingen van Fed-voorzitter Jerome Powell, die een renteverlaging op korte termijn uitsloot. Dit is de tiende opeenvolgende verhoging van de rentevoet van de Amerikaanse centrale bank sinds maart 2022. De rente staat nu op het hoogste niveau in zestien jaar. Sommige analisten menen dat de centrale bank zichzelf ‘wat speelruimte wil geven om de rente opnieuw te kunnen verhogen voor het geval de inflatie niet snel genoeg daalt’ in de komende maanden, merkt The Wall Street Journal op in een ander artikel.
Het schuldenplafond wordt mogelijk op 1 juni bereikt
Janet Yellen, de Amerikaanse minister van Financiën, waarschuwde het Congres op maandag dat, ‘gebaseerd op de huidige prognoses’, de federale overheid op 1 juni geen geld meer heeft om haar rekeningen te betalen als het schuldenplafond niet wordt verhoogd. Hoewel de kwestie het onderwerp was van ‘politieke confrontaties in slow motion’, zorgt haar waarschuwing voor ‘urgentie’, aldus NPR.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Republikeinen in het Huis eisen grote bezuinigingen en andere beleidswijzigingen in ruil voor het verhogen van het schuldenplafond. President Biden houdt op zijn beurt vol dat hij niet zal onderhandelen over de kredietwaardigheid van de overheid.
De overheid bereikte in januari technisch gezien haar schuldenlimiet, aldus NPR, maar Yellen zei toen dat ze noodmaatregelen kon inzetten om tijd te kopen en de overheid toe te staan rekeningen tijdelijk te blijven betalen. Toch waarschuwt de minister van Financiën dat als er nu te lang wordt getreuzeld met het verhogen van schuldenplafond, de Amerikaanse economie ernstige schade kan oplopen.
Net als in 2009 kampt Europa op dit moment met meerdere crises. Inflatie, Russische dreiging en handelsoorlogen. Als 2023 net als 2009 alleen maar het oog van de storm is, welke gruwelen staan Europa dan nog te wachten?
Denk aan begin 2009. Klinkt het vertrouwd? Een strook van Europese landen vroeg zich af hoe de kachel kon blijven branden nadat Rusland de gastoevoer had afgesloten vanwege een conflict met Oekraïne. Het jaar daarvoor dreigde er nog een economische ineenstorting als gevolg van een wereldwijde crisis, maar dat leek mee te vallen. Europa vroeg zich af hoe het, zonder de interne markt de nek om te draaien, moest reageren op een gigantisch Amerikaans subsidieprogramma dat bedoeld was om autoproducenten in de VS in de watten te leggen.
De Franse president eiste een einde aan de ongebreidelde vrijhandel. Een Duitse kanselier die bezig was aan haar eerste termijn, werd ervan beschuldigd dat ze het nationaal belang liet prevaleren boven het Europese. Experts op het gebied van buitenlandse politiek braken zich het hoofd over hoe er met Rusland moest worden omgegaan nadat Moskou had geprobeerd een buurland binnen te vallen. Taylor Swift voerde de hitlijsten aan. Onder Recep Tayyip Erdogan leek Turkije steeds verder van het democratische pad te raken. Frankrijk was verlamd door stakingen.
Als 2024 ook maar enigszins lijkt op 2010, is er alle reden om de borst nat te maken
Ook al zal de geschiedenis zich misschien niet letterlijk herhalen, de kans is groot dat het weinig zal schelen.
Afgezien van de capriolen van de Franse werknemers, meneer Erdogan en mevrouw Swift – vrijwel jaarlijks terugkerende fenomenen, niet alleen in 2009 en 2023 – zouden de Europese beleidsmakkers de overeenkomsten sterk genoeg moeten vinden om de gebeurtenissen van veertien jaar geleden nog eens nauwgezet te bestuderen. En er ontnuchterende conclusies uit te trekken. Want het begin 2009 gekoesterde idee dat een ramp ternauwernood was afgewend, bleek onjuist.
Europa meende de gevolgen van een wereldwijde financiële crisis te hebben doorstaan. In werkelijkheid had het zich alleen maar door de voorloper heen geslagen van het veel grotere onheil dat de eurozone zou treffen. Achteraf bezien was begin 2009 een periode waarin wat meer preventie had kunnen voorkomen dat de EU-top jarenlang koortsachtig moest overleggen tot in de kleine uurtjes. Als 2024 ook maar enigszins lijkt op 2010, is er alle reden om de borst nat te maken.
Geen haast
Zeker is dat Europa zich wederom wentelt in zelfgenoegzaamheid. Het warme weer heeft geholpen om het gaswapen onklaar te maken waarvan Rusland had gehoopt dat het de doorslag zou geven (anders dan in 2009, toen een kort koufront een groot deel van Oost-Europa deed rillen). Een gevolg daarvan is mede dat een recessie die eerst onvermijdelijk leek, nu minder waarschijnlijk is.
Evenmin lijkt er veel haast te zijn om voortvarend op te treden in de oorlog in Oekraïne: kijk maar eens hoe lang het heeft geduurd voordat Kyiv tanks kreeg toegezegd om Rusland van zich af te slaan. Duitsland beloofde al een jaar geleden een Zeitenwende – een omslag van de tijdgeest – maar ook daar is minder van terecht gekomen dan verwacht.
Op economisch gebied wil de EU vooral een nieuwe Amerikaanse subsidielawine neutraliseren met behulp van een steunfonds voor de Europese industrie. Maar zelfs een ruwe schets van de inhoud daarvan zal nog tot de zomer op zich laten wachten. Ondertussen werd op 9 februari een nieuwe top van Europese leiders belegd, de tiende in een jaar. Ook is niet veel uitgekomen.
Een deprimerend scenario is een nieuwe variant van de eurocrisis
Als 2023 net als 2009 alleen maar het oog van de storm is, welke gruwelen staan Europa dan nog te wachten? Een deprimerend scenario is een nieuwe variant van de eurocrisis. De zwakke plekken in de muntunie, waardoor een huis-tuin-en-keukencrisis in iets veel ergers kon ontaarden, zijn na 2010 nooit echt aangepakt. De eurozone heeft nog altijd geen permanent budget om economische schokken op te vangen, of een functionerende bankenunie om te voorkomen dat een kwakkelend financieel systeem de openbare financiën besmet (al zijn de banken zelf nu veiliger).
Een uitzonderlijke pandemie leidde tot een uitzonderlijke economische terugval en als reactie daarop tot schreeuwend dure stimuleringsmaatregelen. Desondanks blijven de financiële hulpmiddelen die in de nasleep van de Griekse crisis voor de eurozone zijn ontwikkeld deels onbeproefd.
Erger is dat de pandemie de nationale regeringen met veel meer schuld heeft opgezadeld dan in 2009. De Europese Centrale Bank hielp door een heleboel Italiaanse en Spaanse obligaties op te kopen zodat deze landen goedkoop konden lenen. Maar vanwege de inflatie zal de ECB de lage rentetarieven vaarwel moeten zeggen. Een jaar geleden vroegen beleggers minder dan 2 procent rente per jaar voor leningen aan Griekenland. Nu bedraagt dat percentage meer dan 4. Het fiscaal verstandige Finland verwacht dat de kosten van zijn leningen dit jaar zullen verdrievoudigen vergeleken bij 2022.
Scheidslijn
Als het leed is geleden zullen beleidsmakers beducht zijn voor een herhaling van de eurocrisis en met ideeën komen voor het voorkomen daarvan. Maar waarschijnlijker is dat de volgende crisis zal behoren tot de categorie ‘dingen die achteraf bezien vanzelfsprekend lijken’, en die men van tevoren dus had kunnen zien aankomen. Zoals dat een isolationistische Republikein – ofwel een ideologische kloon van Donald Trump, ofwel de man zelf – volgend jaar het Witte Huis zal winnen.
Nadat het land Europa al een keer eerder heeft gewaarschuwd dat het voor zijn eigen verdediging moet betalen, zal een trumpiaans Amerika er nog minder moeite mee hebben om zijn eigen belang te laten voorgaan. Terwijl Amerikaanse groene belastingvoordelen investeringen en banen naar de overkant van de Atlantische Oceaan dreigen te zuigen, bewijst de regering-Biden lippendienst aan de Europese inspanningen. Een isolationistisch Amerika zal zelfs dat niet doen.
Of neem China. Biden probeert te voorkomen dat Europa zaken doet met zijn geopolitieke rivaal. Een minder tot diplomatie geneigde president zou misschien hetzelfde doel nastreven, maar niet schromen Europa daarbij aan zijn lot over te laten.
Er wordt nu onterecht van uitgegaan dat het ergste achter de rug is
In welke vorm de volgende crisis in Europa zich ook zal aandienen, ze zal worden verergerd door onenigheid binnen de eurozone. Na 2009 was het de door de Duitsers geleide ‘kern’ tegen de ‘periferie’ van Club Med. Ditmaal loopt de scheidslijn tussen de oostflank van het continent en de oorspronkelijke EU-leden in het westen. Polen en de Baltische staten worden steeds ongeduldiger over de behoedzame manier waarop Duitsland en Frankrijk hulp aan Oekraïne bieden. Dat ongenoegen is wederzijds, en zal nog veel erger worden als de oorlog de komende lente een wending ten gunste van Rusland neemt. Die ontwikkeling zou ook fellere meningsverschillen binnen de NAVO kunnen veroorzaken.
Europa heeft de kwestie-Oekraïne niet slecht aangepakt, zoals het ooit zo goed mogelijk de beroering na Lehman aanpakte. Maar het bereiken van complexe compromissen om crises op EU-niveau aan te pakken is over het algemeen tijdrovend, zo niet regelrecht uitputtend. De verstandigste manier is om eerst uitgebreider stil te staan bij de achtergrond van het onderhavige probleem, en dan het volgende probleem waarmee het continent te kampen kan krijgen te verhelpen. In plaats daarvan wordt er nu van uitgegaan dat het ergste achter de rug is. Bij spoorwegovergangen staat vaak de waarschuwing dat er na de ene trein nog een andere kan komen. Hetzelfde geldt voor crises.
Nu in de komende decennia elektrisch rijden de strandaard wordt, zijn accu’s de industrie van de toekomst. De VS en Europa steken veel geld in nieuwe fabrieken. Maar, stelt Robin Harding van Financial Times, rijke landen zullen het afleggen tegen China.
Accu’s, accu’s, accu’s. De wedloop om deze industrie van de toekomst binnen te halen en de elektrische voertuigen aan te drijven die de wegen zullen overheersen is even hectisch als de jacht op AAA-batterijen nadat een achtjarige zijn verjaardagscadeautjes heeft uitgepakt.
Dankzij een orgie van subsidies in het kader van president Bidens Inflatiereductiewet worden er overal in de VS gigafabrieken gebouwd, terwijl het Verenigd Koninkrijk worstelt met de mislukking van zijn enige grote accuproject. Een teken van de door accu’s veroorzaakte onzekerheid is het aantal start-ups dat zich onder deze vlag schaart, met namen als Britishvolt (inmiddels failliet) of American Battery Factory.
De accugekte laat zich simpel verklaren. In de toekomst zullen alle auto’s elektrisch zijn. En elektrische voertuigen hebben een accu nodig. Ergo, een bloeiende auto-industrie heeft accufabrieken nodig. Dit is tot op zeker hoogte waar en de verkoop van accu’s zal ongetwijfeld een hoge vlucht nemen. Maar waar de gekte aan voorbijgaat is dat vele jaren ervaring hebben aangetoond dat accu’s slechte handel zijn: lage winstmarge, kapitaalintensief, smerig en onderhevig aan ernstige fysieke beperkingen die technologische vooruitgang in de weg staan. Investeerders en landen die zich massaal op deze bedrijfstak storten, zullen op de blaren moeten zitten.
Misleidend
De grootste accuproducenten, die niet prat gaan op gigafabrieken, zijn allemaal gevestigd in Azië. Sony pionierde in de jaren negentig met de lithium-ion-accu, maar stopte na jarenlange pogingen om de productie winstgevend te maken. Het Japanse Panasonic en het Zuid-Koreaanse Samsung SDI en LG Energy Solution, de meest gevestigde namen in de bedrijfstak, hebben hun verkoop de pan uit zien rijzen, maar zelfs in goede jaren hebben ze grote moeite om op een omzet van tientallen miljarden dollars een brutowinstmarge van tien procent te behalen. De meest winstgevende en snelst groeiende accuproducent is het Chinese CATL, een goede aanwijzing voor hoe het uiteindelijk met deze bedrijfstak zal aflopen.
De economische basiswetten van de accuproductie verklaren de financiële resultaten. Je moet een grote hoeveelheid schaarse grondstoffen inslaan – waarvan nikkel en lithium nog tot de minst exotische behoren – en die op grote schaal tot cellen verwerken met behulp van miljoenen dollars kostende machines. De resulterende productie verkoop je op een markt die vrijwel volledig business-to-business is en geen merkbekendheid of aftersales-inkomsten kent. De onderhavige processen zijn gelinkt aan de chemische industrie. Lichte industrie kun je het niet noemen.
Door de snelheid waarmee elektrische voertuigen veranderen is de indruk ontstaan dat accu’s zich snel ontwikkelen. Maar dat is misleidend. De basistechnologie bestaat al meer dan een eeuw en heeft slechts trage, lineaire vooruitgang geboekt. Accu’s zijn een kwestie van chemie. Je kunt ze niet gewoon maar kleiner maken, zoals een transistor.
Schaal, kapitaal en kosten: dat wijst allemaal in de richting van China
De chemie van elke accu – de combinatie van anode- en kathodemateriaal – beperkt de hoeveelheid energie die deze kan bevatten: zijn elektrochemische potentieel. De grootste prestatiesprongen zijn geboekt dankzij nieuwe chemische oplossingen, zoals de overstap op lithium. Maar een accu moet werken als het warm is en als het koud is; hij moet voldoende snel een voldoende aantal keren een voldoende hoeveelheid energie laden en afgeven; hij moet veilig zijn; en hij moet betaalbaar zijn. Elke beperking aanpakken met geheel nieuwe technologie is ongelooflijk moeilijk.
Er is sprake van een gestage, toenemende innovatie op anode-, kathode- en scheidingsgebied, al komt de meerwaarde daarvan dikwijls ten goede aan gespecialiseerde chemische bedrijven en niet aan accuproducenten. De meeste winst in de hedendaagse industrie wordt geboekt door ‘al doende te leren’ en daarmee kosten te besparen terwijl de volumes groeien, maar daarbij schuilt het geheim van het succes opnieuw in enorme schaalvergroting en kapitaalinvesteringen, en niet in specifieke technische doorbraken.
Toekomst
Schaal, kapitaal en kosten: dat wijst allemaal in de richting van China. Gigantische accufabrieken in rijke landen zullen vermoedelijk door hetzelfde lot worden getroffen als fabrieken van zonnepanelen en televisies en, inderdaad, een vorige generatie accufabrieken in rijke landen. Zeker is in elk geval dat er geen tiental nationale accufabrieken zal zijn om een tiental nationale autofabrieken te bevoorraden.
Wat moet een rijk land met een grote auto-industrie dan doen? Accu’s zijn zwaar dus er kan een voordeel schuilen in plaatselijke fabricage, vooral als er handelsbelemmeringen zijn. Ook kan de groei van de Chinese export worden belemmerd door geopolitieke risico’s. Wordt de accu echter een basisproduct, dan zullen landen die er grote hoeveelheden geld in steken de echte meerwaarde van toekomstige voertuigen mislopen. Die zal gelegen zijn in de software, vooral voor zelfrijdende voertuigen; in de data die een bestuurder genereert; in design, merkbekendheid en interieurkwaliteit; en in de veiligheid van wat altijd een grote metalen doos zal blijven die snel gaat.
Silicon Valley heeft dat allemaal al bedacht en wacht op zijn kans. Het zal niet lang meer duren voordat ze zich daar in de strijd om de toekomst van de auto-industrie werpen. En die zal niet worden gewonnen door nationale gigafabrieken.
Het lagerhuis van het Zwitserse parlement heeft tegen het reddingsplan voor Credit Suisse gestemd. De regering biedt UBS, de bank die de noodlijdende financiële instelling heeft overgenomen, een garantie van 109 miljard Zwitserse franc (zo’n 110 miljard euro). Tijdens een buitengewone zitting in Bern op dinsdag stemden 102 van de 200 parlementsleden van de Nationale Raad tegen de maatregel. Eerder op de dag had de Kantonsraad nog voor het plan van de regering gestemd.
Dit is een ‘zware nederlaag’ voor Bondsraadslid en minister van Financiën Karin Keller-Sutter, schrijft Le Temps. ‘Maar de minister kan zich troosten met het feit dat deze beslissing van het lagerhuis slechts symbolisch is. Parlementariërs kunnen fondsen die al door de Bondsraad zijn toegezegd niet tegenhouden.
Thomas Matter, een parlementslid van de conservatieve SVP, vreest dat met de overname van Credit Suisse door UBS ‘de bank te internationaal is geworden’ en daarmee ‘too big to fail’. Zijn partij wil daarom dat de meerderheid van het bestuur uit Zwitsers bestaat.
Poetin wil met zijn bombardementen de Oekraïense maatschappij platleggen. Maar het bedrijfsleven gaat gewoon door. De supermarkten liggen vol, de IT-industrie groeit, en er worden zelfs weer vliegtuigen gebouwd. Hoe doen de Oekraïners dat?
Bij elke stroomstoring in het westen van Oekraïne gaat er in het bedrijf van Maxim Ivanov iets zoemen: de dieselgenerator voor zijn kantoren in Ivano-Frankivsk start dan op. ‘Teksan Jeneratör’ is de naam van de kolos uit Turkije. Het apparaat genereert 80 kilowatt stroom, genoeg om het bedrijf met zijn 350 werknemers draaiende te houden – en om de plannen van Vladimir Poetin te dwarsbomen. Want zo ziet de eigenaar dat.
Ivanovs IT-bedrijf Aimprosoft heeft programmeurs, webdesigners en productmanagers in dienst. De opdrachten komen van westerse bedrijven die zelf geen nieuw personeel durven aan te nemen, of die op hun thuismarkt nauwelijks nog geschoolde werknemers vinden. Ondanks de oorlog hoeven zijn klanten niet bezorgd te zijn over vertragingen. Of de Russische strijdkrachten nu een elektriciteitscentrale of –knooppunt aanvallen, de mensen van Aimprosoft werken gewoon door, dankzij de generator en de vaten met diesel, die maximaal tien dagen stroomuitval aankunnen.
Aanvankelijk had de Russische president Poetin zijn zinnen gezet op een snelle verovering van Kyiv. Vervolgens liet hij zijn troepen beginnen met de gerichte vernietiging van vitale infrastructuur in Oekraïne. Vanaf de herfst troffen honderden kruisraketten en kamikazedrones elektriciteitscentrales en verdeelstations. Eind december zat 90 procent van de 700.000 inwoners van Lviv zonder elektriciteit. De stadsverwarming werkte met horten en stoten en Kyiv zat soms zonder stromend water. Vanuit de ruimte was het effect van de bombardementen goed te zien: Rusland deed het licht in Oekraïne uit.
Maar het land raakte niet verlamd door duisternis en kou. De winterse apocalyps bleef uit. Onder andere dankzij de generatoren. Bij grote bedrijven zoals Ivanovs Aimprosoft staan buiten de kolossen te zoemen; voor kapsalons en cafés staan kleinere exemplaren. Alleen al in de laatste drie maanden van vorig jaar kocht Oekraïne in het buitenland ongeveer een half miljoen aggregaten voor noodstroom, plus accu’s op zonne-energie met namen als EcoFlow of Bluetti. Samen leveren deze eenheden hetzelfde vermogen als een blok in een kerncentrale. Strategisch gezien zijn ze nog waardevoller, aangezien Rusland ze niet in één klap kan uitschakelen of met een aanval kan veroveren.
Gewoon overleven
De snelle verspreiding van de generatoren is meer dan alleen een symbool van de taaie Oekraïense assertiviteit. Het doorzettingsvermogen van zakenlieden als Ivanov is simpelweg noodzakelijk, wil het land volharden in zijn militaire weerstand tegen de indringers. De kosten van het snel gestegen defensiebudget moet Oekraïne immers zelf opbrengen. De partners in de EU en de VS maken maandelijks weliswaar miljarden over aan de regering in Kyiv, maar zij zien er in de staatsbegroting op toe dat het geld vooral wordt besteed aan civiele doeleinden. De eigen belastinginkomsten van Oekraïne vloeien nu bijna volledig naar het leger. Die mogen niet verdwijnen.
Dat is al moeilijk genoeg: de economische productie van Oekraïne is vorig jaar drastisch gedaald. Miljoenen mensen hebben het land verlaten. De belangrijke staalfabrieken in het oosten zijn vernietigd of bezet door Rusland. Alleen de IT-sector is blijven groeien, zelfs in 2022. Daarvan zijn de exportinkomsten gestegen tot 7,3 miljard dollar: een plus van 6 procent. De belastingafdracht van techbedrijven aan de Oekraïense staat stegen – gerekend in dollars – met 16 procent.
De oorlog veranderde zijn industrie, zegt Ivanov. Hij heeft nu andere prioriteiten. Vroeger hielden hij en zijn partners zich vooral bezig met groei. Dit jaar echter heeft hij zich als doel gesteld ‘dat we allemaal gewoon overleven’. Veel van zijn werknemers doneren tot 20 procent van hun maandsalaris aan de strijdkrachten. Elke Oekraïner heeft vrienden of familieleden in de strijd. Zij staan voortdurend met elkaar in contact, via berichtenservices als Telegram en dankzij de Starlink-systemen van Tesla-baas Elon Musk.
De donaties gaan naar het leger of naar vrijwilligersorganisaties. Soms sturen ze nachtzichtapparatuur of winteruitrusting. De particuliere koeriersdienst Nova Poschta – Nieuwe Post – bezorgt de pakketten portvrij aan het front. ‘Ook de koeriers,’ zegt Ivanov, ‘liggen vaak onder vuur.’
De oorlog heeft de Oekraïense samenleving gemobiliseerd, en daarmee ook de economie. Volgens een onderzoek van adviesbureau Deloitte doneert meer dan de helft van de Oekraïners aan de strijdkrachten. Van de Oekraïense bedrijven maakt 56 procent geld over en 40 procent regelt donaties in natura, aldus de European Business Association (EBA). Poetin wilde de nationale economie van het buurland op de knieën dwingen door gerichte klappen toe te brengen aan de meest kwetsbare punten, maar hij lijkt geen rekening te hebben gehouden met de bevolking.
Ze zijn zo geroutineerd geraakt dat ze beschadigde apparatuur ‘vier keer sneller repareren dan in de herfst’
Neem de eenenzestigjarige Joeri Jakovlev. Meteen al aan het begin van de invasie vernietigden de Russen zijn levenswerk, Aeroprakt. Ze rukten op naar het kleine vliegveld bij Kyiv waar Jakovlev zijn bedrijf had. Het produceerde ultralichte vliegtuigen voor de wereldmarkt – negen stuks op maandbasis voor de oorlog. De Russen beschoten de hangar, het dak stortte in. Met durf en geluk wist hij belangrijk gereedschap en bouwtekeningen in veiligheid te brengen. Korte tijd later sloegen de Russen alles aan diggelen, herinnert Jakovlev zich. Hij bracht het materiaal naar zijn bedrijfsvestiging in Polen, zodat hij ten minste de onderhouds- en reparatiewerkzaamheden voor zijn klanten in het Westen kon continueren.
In de luchtvaartwereld heeft Jakovlev een legendarische status: wereldwijd verkocht de Oekraïner afgelopen decennia meer dan duizend vliegtuigen. Hij leerde zijn vak bij Sovjet-vliegtuigbouwer Antonov. Wanhoop en angst zijn hem vreemd. In Polen maakte hij eerst een doorstart met de verzending van reserveonderdelen, daarna nam hij contact op met verkooppartners en klanten en beloofde hij weldra weer nieuwe vliegtuigen te bouwen. Al in april was hij met zijn onderneming aanwezig op de luchtvaartbeurs in Friedrichshafen. Op Jakovlev en Aeroprakt kan nog steeds gerekend worden, was de boodschap.
Een jaar na het begin van de oorlog doet hij provisorische reparaties op het vliegveld en in de buitenwijken van de Oekraïense hoofdstad. Deze zijn nodig vanwege de raketinslagen en het geweergeschut. Helaas is het personeelsbestand nu veel kleiner, zegt hij. Veel van de jongere werknemers zijn aan het front. Niettemin assembleert Aeroprakt weer vliegtuigen. ‘Negen per maand,’ aldus Jakovlev. Dat zijn er net zoveel als in januari 2022.
In Oekraïne zijn er veel van dit soort verhalen over hardnekkig doorgaan. Neem de bestuursleden van de centrale bank NBU, de controlekamer van de economie. Als het luchtalarm afgaat, haasten ze zich naar de bunkers en onderhandelen desnoods vanuit een cel van vier vierkante meter verder met het Internationaal Monetair Fonds over miljardensteun.
In de pikorde ver daaronder zijn er de reparatieploegen van staatsenergieleverancier Ukrenergo. Na maanden onafgebroken werken zijn ze zo geroutineerd geraakt dat ze beschadigde apparatuur ‘vier keer sneller repareren dan in de herfst’, aldus het hoofd van Ukrenergo. Ze zijn nu even snel in repareren als de Russen in vernietigen en ‘soms zelfs sneller’.
Demografische crisis
De Oekraïners hebben de vrije val van hun economie tot staan gebracht. In de zomer voorspelde de Wereldbank een daling van het bruto binnenlands product met 45,1 procent. Eind 2022 zou de min 30 procent al aangetikt moeten zijn – nog steeds een enorme inzinking. Maar voor het lopende jaar achten deskundigen zoals German Economic Team zelfs een lichte groei van 1,8 procent mogelijk.
Is het genoeg? Van de staalproductie, die vroeger zo belangrijk was voor Oekraïne, is 85 procent ingestort. Russische troepen hebben fabrieken in het oosten bezet en de Azov-staalfabriek in Marioepol verwoest. De productie is daardoor gedaald van 60.000 ton staal per dag naar slechts 10.000 ton. De werkloosheid is verdrievoudigd, naar schatting tot 30 procent, ook al zijn sinds het begin van de oorlog honderdduizenden mannen opgeroepen voor de militaire dienst.
Een demografische crisis begint zich af te tekenen. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie verminderde de Oekraïense bevolking met ongeveer acht miljoen door emigratie en een laag geboortecijfer. Voor de oorlog telde het land nog zo’n vierenveertig miljoen inwoners. Sindsdien zijn acht miljoen mensen gevlucht. Dat betekent dat de bevolking is gekrompen tot het niveau van voor de Tweede Wereldoorlog, tachtig jaar geleden. De meeste vluchtelingen verklaren dat zij na de oorlog willen terugkeren. Sommige EU-regeringen proberen hen te behouden – driekwart van de vluchtelingen heeft een universitair diploma.
Zonder de miljardensteun van zijn partners zou de Oekraïense staat waarschijnlijk zijn ingestort. Toch is het betalingsgedrag van de internationale gemeenschap nog voor verbetering vatbaar. In 2022 werd er 64 miljard euro toegezegd, maar tot nu toe is slechts 31 miljard euro uitbetaald, zo berekende het Institut für Weltwirtschaft uit Kiel.
Oekraïne moet nog steeds elke maand tot zo’n vijf miljard euro bij andere staten ophalen, anders kan het zijn leraren en ambtenaren niet meer betalen. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) wordt niet geacht geld uit te keren aan staten die in een militair conflict verwikkeld zijn maar verklaart zich bereid een uitzondering te maken voor Oekraïne. Om dat proces officieel gestalte te geven zijn de donoren overeengekomen een secretariaat op te zetten met kantoren in Kyiv en Brussel.
De EU is de belangrijkste handelspartner. In de eerste maanden na het uitbreken van de oorlog steeg haar aandeel in de Oekraïense export van 40 naar 80 procent. Kort voor de oorlog werd de al langer geplande synchronisatie van de elektriciteitsnetten van de EU en Oekraïne voltooid. Dat was een zegen voor Kyiv: in de eerste maanden van de oorlog exporteerde het land kernenergie naar het Westen, waarmee het broodnodige deviezen verdiende. Sinds de bombardementen op energiecentrales begonnen, kan het land nu grote hoeveelheden elektriciteit van de EU kopen. De banden zijn inmiddels zo hecht dat sommige commentatoren Oekraïne beschouwen als ‘de facto lid van de EU’.
Gewild
Zover is het nog niet helemaal. ‘Er zijn initiatieven om Oekraïne te integreren in de toeleveringsketens van de EU,’ zegt Michael Harms, directeur van de op Oost-Europa en Centraal-Azië gerichte handelsvereniging Ost-Ausschusses der Deutschen Wirtschaft. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan omdat sommige producten nog niet aan de EU-normen voldoen of om andere redenen nog niet concurrerend zijn. Soms is het ook gewoon een kwestie van bureaucratie. Zo zijn er landbouwbedrijven in Oekraïne die biogas produceren en vloeibaar maken en klanten in de EU die dat willen kopen. De certificaten ontbreken echter nog.
Economen van de Kyiv School of Economics schatten de oorlogsverwoesting op 138 miljard dollar – een bedrag dat elke dag stijgt. ‘Zonder particulier kapitaal lukt de wederopbouw niet,’ zegt econoom Robert Kirchner, plaatsvervangend hoofd van het Duitse economische team dat Oekraïne op last van de Duitse regering adviseert. Maar welke investeerder wil vrijwillig geld steken in een land dat door buurland Rusland met vernietiging wordt bedreigd? Desondanks heeft het Bayer-concern onlangs aangekondigd vast te houden aan een investering van 30 miljoen euro in een zaadfabriek. En de fabrieken van westerse autoleveranciers hebben hun activiteiten weer opgevoerd. Om ervoor te zorgen dat er nieuwe investeringen worden gedaan, ontwikkelen de Europese Bank voor Wederopbouw en Wereldbankdochter Miga programma’s om risico’s in Oekraïne af te dekken.
Voor Oekraïense handelaren is vlotte bevoorrading van hun winkels een patriottische plicht geworden
Oekraïense levensmiddelen zijn bijzonder gewild. Een Britse logistieke reus heeft daarom geïnvesteerd in een overslagcentrum in Moldavië om toegang te krijgen tot Oekraïense landbouwproducten. Het centrum ligt op 190 kilometer ten westen van de havenstad Odessa. Van daaruit zullen groenten en fruit binnenkort via Moldavië het Verenigd Koninkrijk bereiken. Het zou echt kunnen werken: de Oekraïners zijn erin geslaagd om zelfs in de onmiddellijke nabijheid van het front de bevoorrading op peil te houden – heel anders dan wat momenteel in bijvoorbeeld Britse supermarktketens gebeurt.
Voor Oekraïense handelaren is vlotte bevoorrading van hun winkels een patriottische plicht geworden. Velen bieden voorbijgangers de mogelijkheid aan om zich binnen op te warmen of mobiele telefoons en laptops op te laden. Sommige winkels hebben openbare werkplekken ingericht, die voor iedereen toegankelijk zijn. ‘Supermarkten,’ zegt het hoofd van de winkeliersvereniging, ‘zijn nu de plekken van onze onverzettelijkheid.’
De Spaanse regering wil Ferrovial overhalen om af te zien van zijn besluit om het hoofdkantoor naar Nederland te verplaatsen. Staatssecretaris van Economie Gonzalo García Andrés heeft maandag een brief gestuurd aan de CEO van het Spaanse bouwbedrijf, Ignacio Madridejos. Daarin deelt hij hem mee dat uit de analyses van de overheid niet blijkt dat het voor een Spaanse onderneming noodzakelijk is haar hoofdkantoor naar Amsterdam te verplaatsen om rechtstreeks aan de New York Stock Exchange te worden genoteerd, bericht El País. Volgens Ferrovial is een beursnotering op Wall Street namelijk de reden voor het vertrek naar Amsterdam.
De Spaanse regering heeft zich al eerder uitgesproken over het aangekondigde vertrek van bouwgigant Ferrovial, maar deze brief is ‘bijzonder relevant omdat hij slechts drie dagen vóór de algemene aandeelhoudersvergadering komt’ die de verhuizing naar Nederland moet goedkeuren, schrijft het Spaanse dagblad. De Spaanse regering benadrukt dat er ‘geen economische argumenten zijn’ voor het vertrek.
De verhuizing zou vooral zijn ingegeven door de belastingvoordelen die Nederland te bieden heeft
Ferrovial wordt met een jaaromzet van 7,5 miljard euro en meer dan 24.000 werknemers gezien als de trots van het Spaanse bedrijfsleven. Het aangekondigde vertrek heeft dan ook veel stof doen opwaaien. Zo zou de verhuizing vooral zijn ingegeven door de belastingvoordelen die Nederland te bieden heeft. Ferrovial zou naar verluidt tientallen miljoenen euro’s minder belasting betalen als het hoofdkantoor in Amsterdam is gevestigd. Het bedrijf verwacht dat de verhuizing na de zomer kan worden afgerond.
Na alle onrust in de bankensector moet de regulering worden uitgebreid, aldus Financial Times. Nee, laat de private banken maar branden, schrijft Yanis Varoufakis. Volgens de voormalig Griekse economieminister moeten burgers een gratis rekening krijgen bij hun centrale bank.
‘Het vertrouwen dat spaargeld veilig is, is gewoon te belangrijk, zowel economisch als politiek’, stelt Financial Times-columnist Martin Wolf. De enige manier om dat vertrouwen te waarborgen is om de huidige regulering voor systeemrelevante banken uit te breiden naar het hele financiële systeem.
Volgens Yanis Varoufakis, voormalig minister van Financiën van Griekenland, is het banksysteem dat wij als vanzelfsprekend beschouwen, niet te repareren. Maar er is een alternatief: ‘Stel je voor dat de centrale bank iedereen een gratis digitale portemonnee ter beschikking stelt.’
Lees hieronder hun betogen:
‘Laat de banken branden’
De bankencrisis is deze keer anders. In feite is ze erger dan in 2007-2008. Toen konden we de ineenstorting van de banken wijten aan grootschalige fraude, wijdverspreide roofkredieten, collusie tussen ratingbureaus en louche bankiers die met verdachte derivaten leurden – allemaal mogelijk gemaakt door de toenmalige ontmanteling van de regelgeving door politici die door Wall Street zijn opgeleid, zoals de Amerikaanse minister van Financiën Robert Rubin. De huidige bankfaillissementen kunnen aan niets van dit alles worden toegeschreven.
Ja, Silicon Valley Bank (SVB) was zo dom om extreme renterisico’s te nemen terwijl ze voornamelijk onverzekerde depositohouders bediende. Ja, Credit Suisse had een schimmig verleden met criminelen, fraudeurs en corrupte politici. Maar anders dan in 2008 werden geen klokkenluiders de mond gesnoerd, voldeden de banken (min of meer) aan de aangescherpte regelgeving van na 2008 en waren hun activa relatief solide. Bovendien kon geen van de toezichthouders in de Verenigde Staten en Europa geloofwaardig beweren – zoals in 2008 – dat zij overrompeld waren.
In feite waren de toezichthouders en centrale banken compleet op de hoogte. Zij hadden volledige toegang tot de bedrijfsmodellen van de banken. Zij konden duidelijk zien dat deze modellen de combinatie van aanzienlijke stijgingen van de langetermijnrente en een plotselinge terugtrekking van deposito’s niet zouden overleven. Toch deden ze niets.
Hadden de autoriteiten niet voorzien dat onverzekerde depositohouders in paniek zouden vluchten?
Hadden de autoriteiten niet voorzien dat grote, en dus onverzekerde, depositohouders in paniek zouden vluchten? Misschien. Maar de echte reden waarom centrale banken niets deden toen ze geconfronteerd werden met de fragiele bedrijfsmodellen van banken is nog verontrustender: het was de reactie van de centrale banken op de financiële crash van 2008 waardoor die bedrijfsmodellen waren ontstaan – en de beleidsmakers wisten dat.
Het post-2008 beleid van harde bezuinigingen voor de meesten en staatssocialisme voor bankiers, dat tegelijkertijd in Europa en de VS werd toegepast, had twee effecten die het gefinancialiseerde kapitalisme de afgelopen veertien jaar vorm gaven. Ten eerste heeft het het geld van het Westen vergiftigd. Om precies te zijn, zorgde het ervoor dat er niet langer één nominale rentevoet is die het evenwicht tussen vraag en aanbod van geld kan herstellen en tegelijkertijd een golf van bankfaillissementen kan afwenden.
Laten we niet vergeten dat banken ontworpen zijn om niet veilig te zijn
Ten tweede, omdat het algemeen bekend was dat geen enkel rentetarief zowel prijsstabiliteit als financiële stabiliteit kon bewerkstelligen, gingen westerse bankiers ervan uit dat, als en wanneer de inflatie weer de kop opstak, de centrale banken de rentetarieven zouden verhogen en tegelijkertijd de banken zouden redden. Ze hadden gelijk: dat is precies wat we nu meemaken.
Laten we niet vergeten dat we altijd hebben geweten dat banken ontworpen zijn om niet veilig te zijn, en dat ze samen een systeem vormen dat constitutioneel niet in staat is zich aan de regels van een goed functionerende markt te houden. Het probleem is dat we tot nu toe geen alternatief hadden: banken waren de enige manier om geld naar de mensen te sluizen (via kassiers, filialen, geldautomaten, enzovoort). Dit maakte de maatschappij een gijzelaar van een netwerk van private banken die betalingen, spaargeld en krediet monopoliseerden. Vandaag de dag biedt de technologie ons echter een prachtig alternatief.
Stel je voor dat de centrale bank iedereen een gratis digitale portemonnee ter beschikking stelt
Stel je voor dat de centrale bank iedereen een gratis digitale portemonnee ter beschikking stelt – in feite een gratis bankrekening met een rente die gelijk is aan de dagkoers van de centrale bank. Aangezien het huidige banksysteem functioneert als een antisociaal kartel, zou de centrale bank net zo goed iedereen gratis digitale transacties en opslag van spaargeld kunnen aanbieden, waarbij de netto-inkomsten worden gebruikt voor essentiële publieke goederen.
Bevrijd van de dwang om hun geld bij een private bank aan te houden, en om voor transacties via dat systeem te betalen, zullen mensen vrij zijn om te kiezen of en wanneer ze gebruik maken van private financiële instellingen die risicobemiddeling tussen spaarders en leners aanbieden. Zelfs in zulke gevallen zal hun geld helemaal veilig blijven in het grootboek van de centrale bank.
De cryptobroederschap zal mij ervan beschuldigen dat ik aandring op een centrale bank die à la Big Brother elke transactie van ons ziet en controleert. Los van hun hypocrisie – dit is dezelfde bende die eiste dat de centrale bank de bankiers van Silicon Valley onmiddellijk te hulp zou schieten – moet worden vermeld dat het ministerie van Financiën en andere overheidsinstanties al toegang hebben tot elke transactie van ons.
Het banksysteem dat wij als vanzelfsprekend beschouwen, is niet te repareren
De privacy zou beter gewaarborgd kunnen worden, als transacties geconcentreerd zouden worden in het grootboek van de centrale bank, onder toezicht van zoiets als een ‘Jury voor Monetair Toezicht’, bestaande uit willekeurig gekozen burgers en deskundigen uit een breed scala van beroepen.
Het banksysteem dat wij als vanzelfsprekend beschouwen, is niet te repareren. Dat is het slechte nieuws. Maar we hoeven niet langer te vertrouwen op een particulier, op huur belust, sociaal destabiliserend netwerk van banken, tenminste niet op de manier waarop we dat tot nu toe hebben gedaan. De tijd is gekomen om een onherstelbaar banksysteem op te blazen, dat eigenaren en aandeelhouders bedient ten koste van de meerderheid.
Kolenmijnbedrijven zijn er op een pijnlijke manier achter gekomen dat de maatschappij hun geen permanente subsidie verschuldigd is om de planeet te beschadigen. Het wordt tijd dat bankiers een soortgelijke les leren.
Banken gaan failliet. Als dat gebeurt, schreeuwen degenen die op verlies staan om redding van de staat. Als de dreigende kosten groot genoeg zijn, zullen ze gehoor vinden. Dit is hoe we, crisis na crisis, een banksector hebben gecreëerd die in theorie privé is, maar in de praktijk een vazal van de staat. De overheid probeert op haar beurt de wens te beteugelen van aandeelhouders en management om de vangnetten die ze genieten uit te buiten. Het resultaat is een systeem dat essentieel is voor de werking van de markteconomie, maar dat niet volgens de regels ervan functioneert. Kortom, een puinhoop.
Geld is het spul dat men moet hebben om de dingen te kopen die men nodig heeft. Dit geldt voor huishoudens en bedrijven, die leveranciers en werknemers moeten betalen. Daarom zijn bankfaillissementen calamiteiten. Maar banken zijn niet ontworpen om veilig te zijn. Terwijl hun depositoverplichtingen verondersteld worden volkomen veilig en liquide te zijn, zijn hun activa onderhevig aan looptijd-, krediet-, rente- en liquiditeitsrisico’s. Het zijn mooiweerbedrijven. In slechte tijden gaan ze failliet, omdat depositohouders er dan vandoor gaan.
Lobbyisten riepen: schaf lastige regelgeving af en we zullen een wonderbaarlijke groeispurt maken
In de loop der tijd hebben overheden gereageerd op het onvermogen van banken om het veilige geld te verschaffen dat hun depositohouders verwachten. In de negentiende eeuw werden centrale banken geldschieters in laatste instantie, zij het tegen een strafrente. In het begin van de twintigste eeuw garandeerde de overheid kleinere deposito’s. Tijdens de financiële crisis van 2007-09 zetten ze in feite hun hele balans in om de banken te dekken. Het banksysteem als geheel werd ondubbelzinnig onderdeel van de staat. In ruil daarvoor werden de kapitaalvereisten verhoogd, de liquiditeitsregels aangescherpt en stresstests ingevoerd. Alles zou dan goed komen. Of niet.
Het faillissement van de Silicon Valley Bank toont aan dat er lacunes zitten in de Amerikaanse regelgeving. Dat is geen toeval. Het is waar lobbyisten om riepen: schaf lastige regelgeving af, riepen ze, en we zullen een wonderbaarlijke groeispurt maken. Wat in het geval van deze bank opvalt, is haar afhankelijkheid van onverzekerde deposito’s en haar inzet op zogenaamd veilige obligaties met een lange looptijd. Eind 2022 had de SVB 151,6 miljard dollar aan onverzekerde binnenlandse deposito’s tegenover ongeveer 20 miljard dollar aan verzekerde deposito’s. De bank had ook aanzienlijke ongerealiseerde verliezen op haar obligatieportefeuille, omdat de rente steeg. Voeg deze twee dingen samen en je krijgt geheid een run: ratten verlaten altijd het zinkende financiële schip.
Maar weinig mensen zijn kapitalisten als ze geld dreigen te verliezen dat ze als veilig beschouwden
Depositohouders die niet op tijd ontsnappen zullen schreeuwen om een reddingsoperatie. Het is misschien opmerkelijk dat degenen die deze keer om een redding schreeuwen de libertariërs van Silicon Valley zijn. Maar weinig mensen zijn kapitalisten als ze geld dreigen te verliezen dat ze als veilig beschouwden en niemand weet beter dan een kapitalist uit te leggen hoe essentieel hun rijkdom is voor de gezondheid van de economie. Onverzekerde depositohouders vonden hun heil precies op het goede moment bij de SVB en elders. Hiermee verdwijnt nog een andere bron van discipline van de particuliere sector op de banken.
De SVB was slechts de zestiende bank van de VS. Dat is immers de reden waarom ze buiten het reguleringsnet van de meest systeemrelevante banken viel. Bij leven was de bank gemakshalve irrelevant, maar bij overlijden werd ze systeemrelevant. De Federal Reserve (de Fed) [de centrale bank van de VS] heeft aangeboden tegen nominale waarde te lenen aan banken die liquiditeit nodig hebben. Dit zijn negatieve ‘haircuts’ – noem ze voor mijn part ‘haarimplantaten’ – aan banken die noodleningen nodig hebben.
Bovendien heeft president Joe Biden verklaard dat ‘we alles zullen doen wat nodig is’. Deze keer worden aandeelhouders en obligatiehouders inderdaad niet gered. Bovendien worden de verliezen zogenaamd gedragen door de banksector als geheel. Toch worden de verliezen opnieuw gedeeltelijk gesocialiseerd. Twijfelt iemand eraan dat de socialisatie nog verder zal gaan als de crisis ook doorzet?
De angst die door kleine schokken ontstaat, maakt een grote crisis wat minder waarschijnlijk
Natuurlijk vraagt men zich af wat deze nieuwe schok betekent. Sommige analisten denken dat de Fed de rente deze maand niet meer zal verhogen. Duidelijk is dat er veel onzekerheid is, wat uitstel van verdere renteverhoging kan rechtvaardigen. Maar het verlagen van de inflatie blijft essentieel: de Amerikaanse consumentenprijsindex steeg in februari met 6 procent op jaarbasis.
Momenteel is de grote vraag echter niet wat er met de economie gaat gebeuren, maar wat er met de financiën gaat gebeuren. Een punt is dat het een goede zaak is als de angst in het financiële systeem weer is opgelaaid. De angst die door kleine schokken ontstaat, maakt een grote crisis wat minder waarschijnlijk. Er zijn bijkomende lessen: banken blijven even kwetsbaar voor runs zoals voorheen en onverzekerde depositohouders worden, of ze dat nu willen of niet, niet aan hun lot overgelaten bij een faillissement. Het vertrouwen dat deposito’s veilig zijn, is gewoon te belangrijk, zowel economisch als politiek.
Hoe moet dit nieuwe bewijs van de mate waarin de staat de banken steunt, zelfs in relatief normale tijden, tot uiting komen in het beleid? Een eenvoudig antwoord is dat de regulering van systeemrelevante banken moet worden uitgebreid tot het hele systeem. Een ander is dat deposito’s bij insolventie boven alle andere schulden moeten worden geplaatst, om hun sociaal en economisch belang te weerspiegelen. Nog een andere is dat balansen altijd de marktrealiteit moeten weerspiegelen. Ten slotte moeten de kapitaalvereisten dienovereenkomstig worden aangepast. Als het kapitaal van banken bij marktwaarderingen te laag wordt, moet het onmiddellijk worden verhoogd.
De fundamentele les die we opnieuw moeten leren is dat zelfs in een bescheiden crisis deposito’s niet kunnen worden opgeofferd, en dat regels voor het verstrekken van liquiditeit overboord worden gezet. Banken zijn de hoeders van de staat, deels omdat zij het hart van het kredietstelsel vormen, maar meer nog omdat hun depositoverplichtingen politiek zo belangrijk zijn. Het huwelijk van risicovolle en vaak illiquide activa met verplichtingen die veilig en liquide moeten zijn binnen ondergekapitaliseerde, op winst beluste en bonusbetalende instellingen die worden gereguleerd door politiek ondergeschikte en vaak incompetente overheidssectoren is een ramp die staat te gebeuren. Het bankwezen moet radicaal veranderen.
Pakistan heeft steeds vaker te maken met extreme weersomstandigheden als gevolg van de klimaatverandering, waar de rijke, vervuilende landen een groot aandeel in hebben. In hoeverre is het de plicht van deze landen om Pakistan uit het slop te trekken?
Na maandenlang in een kamp voor ontheemden te hebben gewoond, zijn Rajab en Jado bezig met het heropbouwen van hun huis, waarvan ze nu al weten dat het er niet lang zal staan. Het echtpaar sleept kruiwagens met modder door kale velden en stilstaand water – sombere herinneringen aan de historische overstromingen die vorig jaar hun dorp Khoundi in het zuiden van Pakistan wegspoelden. Met de modder smeren ze de muur in die hun half afgebouwde bakstenen bungalow en geïmproviseerde tenten van zeildoek omringt.
‘We hebben niet genoeg geld om cement of goede bakstenen te kopen,’ zegt Rajab, wiens gezin van twaalf personen het met één maaltijd per dag moet doen. ‘We weten dat dit ook weer plat zal gaan. Maar wat moeten we anders doen?’
Pakistan met zijn 230 miljoen inwoners lijdt nog steeds onder de overstromingen van juni en oktober 2022. De overstromingen, nog eens verergerd door de klimaatverandering, hebben naar schatting 30 miljard dollar schade en economische verliezen veroorzaakt, miljoenen huizen en boerderijen verwoest en het land – dat het financieel toch al moeilijk had – aan de rand van de afgrond gebracht.
Tijdens de wederopbouw is Pakistan een testcase voor vragen van toenemend mondiaal belang: hoe herstellen kwetsbare landen van de verwoestingen die worden aangericht door steeds frequentere en extremere weersomstandigheden, landen die zelf amper bijdroegen aan de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen? En: in welke mate moeten vervuilende rijke landen hen helpen?
Wederopbouwplan
Deze vragen overheersten de COP27-klimaattop in november, waar bijna tweehonderd landen instemden met de oprichting van een fonds om de ‘verliezen en schade’ ten gevolge van de opwarming van de aarde te financieren. Hoe het fonds precies moet functioneren, moeten de mondiale onderhandelaars nog uitwerken. Intussen bracht Pakistan op een conferentie in Genève afgelopen januari eigenhandig 9 miljard dollar aan leningen en andere financiering bijeen, bedoeld voor herstel, wederopbouw en klimaatbestendigheid.
Of donoren bereid zullen zijn om landen of kleine eilandstaten die de dupe zijn van klimaatverandering financieel te ondersteunen, hangt af van het wederopbouwplan. Volgens de Pakistaanse regering is pas over vijf tot zeven jaar te zien of het succesvol is geweest. Maar Pakistan nu al voorzien van klimaatfinanciering ligt ingewikkeld, niet in het minst vanwege de aanhoudende politieke instabiliteit en het economische wanbeheer in het land. Er is simpelweg geen garantie dat het geld goed wordt besteed.
Pakistan is regelmatig afhankelijk van internationale reddingsoperaties. Premier Shehbaz Sharif probeert momenteel een tranche van een miljard dollar los te krijgen uit een IMF-leningsprogramma van 7 miljard dollar. Broodnodig, zeggen analisten, anders gaat het land failliet. De buitenlandse reserves zijn gedaald tot ongeveer 3 miljard dollar, wat minder is dan de waarde van wat er in een maand geïmporteerd wordt.
Pakistan is bereid de klimaatverandering op lange termijn aan te pakken, maar wordt ook geconfronteerd met overweldigend veel problemen die direct moeten worden opgelost. Er is een groeiend tekort aan voedsel, brandstof en andere basisbehoeften. De armoede neemt toe en miljoenen mensen in de door overstromingen getroffen gebieden lijden honger, zitten zonder school of zijn ontheemd. Mensen als Rajab en Jado, die profiteren van een proefproject van Islamic Relief en het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties, hebben geen tijd te verliezen nu het volgende regenseizoen alweer voor de deur staat.
Pakistaanse autoriteiten en donoren proberen ook verder vooruit te kijken en geld te steken in projecten om toekomstige klimaatschokken op te vangen. Voorbeelden variëren van betere systemen voor vroegtijdige waarschuwing tot – in het geval van het proefproject in Khoundi – toiletten die op verhogingen worden gebouwd om verontreiniging tijdens overstromingen te bestrijden.
‘De uitdaging is om voor de klimaatrisico’s een langetermijnstrategie te bedenken en uit te voeren,’ zegt Alexandre Magnan, senior research fellow bij het Instituut voor duurzame ontwikkeling en internationale betrekkingen. ‘Het is de verantwoordelijkheid van nationale beleidsmakers en wellicht ook van regionale en internationale partners om daarop aan te dringen. We hebben echt voorbeelden nodig die aantonen dat het haalbaar is.’
De meest geavanceerde economieën van de wereld hebben zich lang verzet tegen het idee om ‘verlies en schade’ te financieren
De wereld is sinds het pre-industriële tijdperk al met ongeveer 1,1°C opgewarmd, en wetenschappers waarschuwen dat elke verdere stijging zal leiden tot meer frequente en extremere weersomstandigheden. Ze zullen vaak plaatsvinden in ontwikkelingslanden die niet over de middelen beschikken om zich te herstellen na overstromingen, branden of orkanen.
Of en hoe rijke landen de armere landen moeten helpen om dergelijke verwoestingen het hoofd te bieden, blijft een open vraag. De meest geavanceerde economieën van de wereld hebben zich lang verzet tegen het idee om ‘verlies en schade’ te financieren, omdat zij vrezen dat dit een stilzwijgende erkenning van schuld betekent.
Dat standpunt werd in 2022 onhoudbaar, mede door de druk die de overstromingen in Pakistan veroorzaakten. Volgens Animesh Kumar, hoofd van het VN-bureau voor Risicobeperking bij Rampen, gevestigd in Bonn, was dat ‘een openbaring’ die duidelijk maakte dat de wereld niet is voorbereid op komende klimaatcrises. Volgens een studie van de World Weather Attribution-groep waren de moessonregens in het land vorig jaar tot 50 procent heviger dan ze zonder klimaatverandering zouden zijn geweest.
Op het hoogtepunt van de ramp werden 33 miljoen mensen en meer dan de helft van de districten getroffen. In Sindh, de zwaarst getroffen provincie, waarin Khoundi ligt, gingen de meeste rijst-, katoen- en suikerrietoogsten verloren. De overstromingen schaadden het bruto binnenlands product van Pakistan vorig jaar met minstens 2,2 procent, schat de Wereldbank.
Het verlies- en schadefonds waarover tijdens COP 27 overeenstemming werd bereikt, is een doorbraak. Maar welke landen eraan zullen bijdragen, is nog niet definitief vastgesteld. Over dat thema zal de komende maanden worden gestreden. Het is onwaarschijnlijk dat nog dit jaar een besluit wordt genomen. Landen, waaronder EU-leden, vragen zich af of bijvoorbeeld China en Saoedi-Arabië hun steentje zullen bijdragen. Ondanks hun groei van de afgelopen dertig jaar worden ze in het VN-systeem aangemerkt als ontwikkelingsland.
Cyclus
Veel landen zeggen dat het niet alleen aan de regering is om de rekening te betalen. Ze roepen multilaterale ontwikkelingsbanken op om meer steun te verlenen aan verarmde landen die te lijden hebben onder klimaatschokken. Met name de Wereldbank, waarvan de president in februari onverwacht zijn ontslag aankondigde, staat onder druk om haar activiteiten te herzien en het klimaat in haar ontwikkelingswerk te integreren.
Een andere hindernis is het becijferen van de omvang van de verwachte verwoesting. Onderzoekers van het Basque Centre for Climate Change schatten dat ontwikkelingslanden in 2030 een verlies van 580 miljard dollar zouden kunnen lijden. Alleen al in de eerste helft van 2022 waren er in 79 landen minstens 187 natuurgerelateerde rampen die meer dan 40 miljard dollar schade veroorzaakten, aldus de internationale rampendatabase Em-Dat.
Als ze niet meer financiële hulp krijgen, dreigen ontwikkelingslanden verstrikt te raken in een cyclus van rampen en armoede. Op het Wereld Economisch Forum in Davos in januari waarschuwde Sherry Rehman, de Pakistaanse minister voor Klimaatverandering, voor ‘de valstrik van herstel’. Heropbouw kost tijd en geld, zei ze, en ‘tegen de tijd dat je ermee klaar bent, kijk je al tegen de volgende crisis aan’.
Hoe het herstelgeld eerlijk verdeeld wordt is een politiek beladen discussie. ‘Gaat het geld naar mensen die het meest hebben verloren of naar hen die niets te verliezen hadden?’ vraagt bijvoorbeeld Daniel Clarke, directeur van het Centre for Disaster Protection.
Pakistan schat dat het ongeveer 16 miljard dollar nodig heeft voor herstel. In Genève kreeg het meer dan de helft daarvan van internationale donoren, waaronder de Islamitische Ontwikkelingsbank, de Wereldbank en USAID. ‘Die financiële toezeggingen waren groter dan we dachten,’ zegt Knut Ostby, regionale vertegenwoordiger van het VN-ontwikkelingsprogramma in Pakistan. ‘Nu is het tijd om er vervolg aan te geven.’
Veel van het geld bestaat in de vorm van leningen en die zijn eerder gekoppeld aan de financiering van specifieke projecten dan aan begrotingssteun. De Wereldbank is bijvoorbeeld van plan ongeveer 2 miljard dollar uit te lenen voor de heropbouw van huizen en de verbetering van irrigatie, naast andere projecten in Sindh.
De snelheid van financiering verschilt van donor tot donor en dat leidt tot frustraties en cruciale vertragingen bij gemeenschappen die er het meest behoefte aan hebben.
Uitbetaling is vaak ook onderhevig aan verlammende vertragingen, soms tot afstel
In het district Dadu, waar Khoundi ligt, moeten de grootschalige wederopbouwwerkzaamheden nog beginnen. Het dorp Ibrahim Chandio ligt in puin. De vroegere bewoners wonen nu in tenten in de buurt en het ziet er niet naar uit dat daar binnenkort verandering in komt. De ontheemding maakt hun situatie netelig. Boeren hebben moeite om gewassen te verbouwen op de overstroomde grond en gezinnen hebben te weinig geld voor voedsel.
Syed Murtaza Ali Shah, de hoogste lokale districtsambtenaar, zegt dat de autoriteiten een aantal wegen en dijken willen versterken om te voorkomen dat ze doorbreken, maar dat ze daar nog niet de middelen voor hebben. ‘De volgende moesson kan zwaarder zijn dan deze,’ zegt hij. Wat nu gedaan wordt is ‘een noodoplossing… Iemand bouwt vijftig huizen, iemand anders er probeert tien te bouwen – met wat er ook maar beschikbaar is’.
Sommige deskundigen, zoals Ali Tauqeer Sheikh, adviseur op het gebied van klimaatverandering in Islamabad, zijn op hun hoede voor ‘toegezegde’ fondsen. Geld voor bestaande programma’s wordt een tweede keer geteld.
Uitbetaling is vaak ook onderhevig aan verlammende vertragingen, soms tot afstel, omdat op papier bedachte projecten in de praktijk moeilijk van de grond komen. Hoewel fondsenwerving voor Pakistan ‘een zeer belangrijk onderdeel’ is, aldus Sheikh, ‘kan het antwoord [op de vraag waar het geld naartoe gaat] in de praktijk nogal complex zijn’.
Crisis na crisis
Al vóór de overstromingen verkeerde Pakistan in een crisis.
De inflatie is sterk gestegen: de prijsindex van dagelijkse artikelen steeg vorige week op jaarbasis met 41 procent. Vanwege de komende verkiezingen zijn Sharif en zijn regering verwikkeld in venijnig politiek gekibbel met rivaal Imran Khan, die vorig jaar werd afgezet als premier en onlangs een moordaanslag overleefde. De dreiging van gewelddadig extremisme neemt toe. Bij een bomaanslag op een moskee in januari kwamen ongeveer honderd mensen om.
De regering van Sharif voert aan dat zij vanwege de overstromingen moet worden vrijgesteld van een aantal van de bezuinigingsvoorwaarden die het IMF wil opleggen om de leningen te hervatten. Die voorwaarden, waarschuwt ngo Human Rights Watch, ‘raken de mensen het hardst die al het zwaarst getroffen zijn’.
‘Geen enkel land is zo hard getroffen als Pakistan met deze klimaatramp van 30 miljard dollar,’ zegt Ahsan Iqbal, de Pakistaanse minister van Planning. ‘Het moge duidelijk zijn dat de economie niet zit te wachten op nog meer schokken.’
Toch zeggen critici in binnen- en buitenland dat Pakistan veel van zijn problemen aan zichzelf te danken heeft. Volgens hen gaven opeenvolgende zwakke regeringen voorrang aan politiek gemotiveerde uitgaven op korte termijn. Importvriendelijk beleid heeft de rijken onevenredig bevoordeeld. Autoriteiten traden ook hard op tegen ngo’s, wat volgens critici het maatschappelijk middenveld heeft belemmerd in zijn vermogen om te reageren op crises.
Bovendien is het politieke systeem gedestabiliseerd door het machtige leger, dat lange tijd controle uitoefende achter de schermen. Op de corruptieperceptie-index van Transparency International staat Pakistan op plek 140 van de 180 landen.
‘Onze samenleving is zeer elitair,’ zegt Miftah Ismail, die minister van Financiën was en in september aftrad. ‘De elite is blij met de status quo… In de politiek gaat het erom dat iedereen aan de macht wil komen, en de natie betaalt daar een hoge prijs voor.’
In haar blauwdruk voor de wederopbouw erkent de Pakistaanse regering dat institutionele hervormingen nodig zijn. Er moeten bijvoorbeeld betere bouwvoorschriften gemaakt worden om te voorkomen dat er onveilig gebouwd wordt. Er moet een controlesysteem door derden worden opgezet dat erop toeziet dat het geld goed terechtkomt.
Maar de dagen van Sharif als premier lijken geteld. Als de verkiezingen later dit jaar vrij verlopen dan wint Khan, aldus de voorspelling van veel analisten. En ook al heeft Khan het belang van klimaatbestendigheid onderschreven, plannen voor de lange termijn overleven moeilijk vanwege de veelvuldige en turbulente machtswisselingen in het land.
Er zijn ongeveer tachtig kinderen ingeschreven, maar slechts vijftien tot twintig kinderen gaan elke dag naar school
‘Geld alleen is niet genoeg,’ zegt de Duitse klimaatgezant Jennifer Morgan. ‘Het is van cruciaal belang dat er in de ontvangende landen bestuursstructuren en -processen zijn die ervoor zorgen dat het geld terechtkomt bij de mensen die dat het hardst nodig hebben. Hoe zorgen we ervoor dat de middelen daadwerkelijk op lokaal niveau worden ingezet? Dat is een belangrijke vraag bij schade.’
Sommige deskundigen in Pakistan zijn weinig optimistisch. Slechte relaties tussen rivaliserende federale, provinciale en districtsregeringen kunnen verhinderen dat de middelen bij projecten terechtkomen en echte veranderingen teweegbrengen. ‘Komen deze fondsen aan? In hoeverre zijn [lokale] overheidsstructuren veerkrachtig genoeg om geldstromen te faciliteren op een transparante manier?’ vraagt bijvoorbeeld Nausheen Anwar, deskundige op het gebied van stadsplanning aan het Institute of Business Administration in Karachi.
Ook bestaat het risico dat slecht geplande of uitgevoerde projecten onbedoeld problemen in de toekomst veroorzaken, iets wat door sommige onderzoekers maladaption [‘slechte aanpassing’] wordt genoemd. In februari bijvoorbeeld organiseerden plaatselijke activisten in Badin, in Sindh, een conferentie over het decennia oude, deels door de Wereldbank gefinancierde, Left Bank Outfall Drain-project. Het [kanaal] kreeg barsten waardoor volgens de activisten de overstromingen werden verergerd. Een onafhankelijke inspectie in 2006 stelde talrijke ‘tekortkomingen’ vast in dit project dat een miljard dollar had gekost.
Nergens is de desillusie groter dan in de gebieden die door de overstromingen getroffen zijn. De enige overheidsschool van het dorp Khoundi is een ruïne sinds het jaar 2010, het zoveelste met rampzalige overstromingen in de regio. De achtendertigjarige leraar Imdad Ali geeft nu op een bankje buiten les aan een handvol leerlingen. Er zijn ongeveer tachtig kinderen ingeschreven, maar slechts vijftien tot twintig kinderen gaan elke dag naar school, volgens de plaatselijke bewoners. De anderen gaan of naar een plaatselijke ngo-school of blijven thuis. Pakistan heeft het op een na hoogste aantal kinderen ter wereld dat niet naar school gaat: 23 miljoen.
Bitter
Sindh is de basis van de Bhutto-dynastie, wiens Pakistaanse People’s Party deel uitmaakt van de regeringscoalitie. Maar mensen hebben daar weinig vertrouwen in, evenals in andere partijen. ‘Er zijn geen faciliteiten, geen stoelen, geen tafels,’ zegt Ali. ‘We hebben meerdere keren om hulp gevraagd. Maar die komt niet.’
Een wetenschappelijk artikel over de herstelpogingen van 2010, gepubliceerd in 2020 in het International Journal of Disaster Resilience in the Built Environment, concludeert dat ‘het lokale bestuur is teruggekeerd naar zijn dagelijkse routine, zonder programma’s die de veerkracht van de gemeenschap versterken of herstel op lange termijn aanbrengen’.
Sobia Kapadia, een architect die tien jaar geleden hielp met het herstel, zegt dat de plannen dit keer om ‘vastberadenheid tot verandering’ vragen. Ook acht ze een ‘volledige [revisie] van bestaande systemen’ noodzakelijk om de omgangsvormen tussen lokale en federale autoriteiten te veranderen. Zo moet de balans tussen macht en middelen anders afgesteld worden.‘Tenzij en totdat je dingen op fundamenteel niveau aanpakt, met de gemeenschap, zal er niets veranderen,’ voegt ze eraan toe.
Weinig inwoners geloven erin. Sommigen lachen bitter op de vraag of zij verwachten dat hun woonplaats ooit bestand zal zijn tegen klimaatschokken.
Nazeer Hussain, een drieënveertigjarige graanmolenaar in Khoundi, zegt dat de leiders van het land er alleen op uit zijn om zichzelf van macht te verzekeren. ‘We hoorden in de media dat de regering vergaderde [om geld in te zamelen] voor de bouw van huizen en schuilplaatsen,’ voegt hij eraan toe. ‘Maar de kans daarop is nul.’
‘In een buitengewone poging om financiële besmetting af te wenden en de wereld ervan te overtuigen dat het Amerikaanse financiële systeem stabiel is’, zijn elf van de grootste Amerikaanse banken op donderdag 16 maart overeengekomen 30 miljard dollar te steken in First Republic Bank, schrijft The New York Times. Het gaat om een relatief kleine bank, die op instorten staat na de implosie van Silicon Valley Bank vorige week.
‘De val van Silicon Valley Bank heeft een paniek veroorzaakt die waarschijnlijk niet onmiddellijk zal verdwijnen’
Het plan, dat samen met de Amerikaanse minister van Financiën Janet Yellen is opgesteld, kwam binnen achtenveertig uur tot stand. Elk van de grote banken zal naar verwachting minstens 1 miljard dollar in First Republic steken.
‘De regeling was zonder precedent in decennia, en een indicatie van hoe nijpend de situatie van de bancaire sector binnen een week is geworden’, schrijft het New Yorkse dagblad. ‘Met echo’s van de financiële crisis van 2008 hebben de val van Silicon Valley Bank op vrijdag en die van Signature Bank op zondag een paniek veroorzaakt die waarschijnlijk niet onmiddellijk zal verdwijnen.’
Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week gaan we dieper in op de aangekondigde pensioenshervorming in Frankrijk. Wat betekent deze hervorming voor de Fransen en waarom demonstreren zij hier zo fel tegen?
Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €4 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.
Waarom wil Macron het pensioenstelsel hervormen?
‘Het feestje is voorbij voor gepensioneerden’, schreef The Wall Street Journal. Hoewel sociale hervormingen in Frankrijk regelmatig gepaard gaan met protesten en stakingen, mede door de machtige positie die vakbonden innemen in het land, wordt met de aangekondigde plannen van de regering aan een van de heilige huisjes van de Franse maatschappij getornd.
Volgens het Franse pensioenstelsel betalen de werkenden nu mee aan de pensioenen van reeds gepensioneerden. Per sector en beroep zijn er verschillende regels. De hoeveelheid geld die iemand in Frankrijk bij pensionering ontvangt, hangt af van verschillende factoren, waaronder het aantal gewerkte jaren, het verdiende salaris en de specifieke pensioenregeling. Over het algemeen krijgt een gepensioneerde 75 procent van zijn of haar voormalige loon uitgekeerd als pensioen.
Vanwege de verschillende regels per sector en beroep is het stelsel scheefgegroeid, met zeer riante pensioenen voor de een en minder hoge pensioenen voor de ander. Onderdeel van de hervorming is het gelijktrekken van pensioenen. De belangrijkste reden dat Macron het stelsel wil hervormen heeft echter te maken met de demografie van de Franse maatschappij.
Er is namelijk sprake van toenemende vergrijzing in Frankrijk: in 2021 waren er ongeveer 16,5 miljoen gepensioneerden, ongeveer een kwart van de bevolking. Omdat de pensioensleeftijd momenteel slechts 62 jaar bedraagt, en voor mensen met fysiek zware beroepen zelfs nog lager ligt, dreigt de druk op de Franse schatkist toe te nemen.
‘Het is hervormen of failliet gaan’, zei minister van Overheidsfinanciën Gabriel Attal onlangs in Le Journal du Dimanche hierover. Ruim 14 procent van het Franse bbp gaat namelijk naar het pensioenstelsel en dat drukt op de groeiende staatsschuld. Een hervorming is broodnodig, zo zeggen de autoriteiten. Maar hoe ziet deze hervorming eruit?
Hoe ziet de hervorming eruit?
In het huidige systeem wordt de pensioenuitkering berekend op basis van het aantal premiejaren en het hoogst verdiende loon. In een poging dat systeem recht te trekken, en verschillende pensioenregelingen te verenigen in één stelsel met dezelfde regels voor alle werknemers, wil president Macron een universeel puntensysteem invoeren.
Volgens dit systeem leveren bijdragen van werkenden aan het systeem punten op, die later worden gebruikt om de hoogte van de pensioenuitkeringen te berekenen. Een ander belangrijk onderdeel van de hervorming is het aantal jaar dat Fransen gewerkt moeten hebben om aanspraak te maken op een volledig pensioen. Momenteel is dat 42 jaar, dat gaat naar 43 jaar.
Maar de grootste verandering is de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd in Frankrijk. Zoals gezegd ligt deze momenteel op 62 jaar, maar in 2030 moet dit 64 jaar zijn. Vanaf september 2023 betekent dit dat Fransen ieder jaar drie maanden langer zullen moeten werken. Heikele punten, want volgensLe Journal du Dimanche voelt bijna 40 procent van de jonge werkende Fransen zich niet in staat tot aan de pensioengerechtigde leeftijd te blijven werken.
Wie vroeg begonnen is met werken of werknemers in sectoren met zware beroepen kunnen nog wel eerder stoppen met werken volgens de hervorming – er zijn dus uitzonderingen. Een ander onderdeel van de hervorming is dat de hoogte van het minimumpensioen voor een deel van de Fransen verhoogd wordt naar 1200 euro, al schrijft econoom Henri Martin van de Universiteit van Lille inLa Tribune dat dit alleen geldt voor wie zijn of haar hele leven gewerkt heeft.
Hoe is de reactie van de Fransen?
Massale stakingen, protesten in de straten van Parijs en andere grote Franse steden, confrontaties met de oproerpolitie: de Franse bevolking is op zijn zachtst gezegd niet blij met de aangekondigde plannen. Met name werknemers in beroepen met speciale pensioenregelingen, zoals treinbestuurders en leraren, vrezen dat zij door het nieuwe systeem langer zullen moeten werken en minder uitkeringen zullen ontvangen.
Ook vrezen zij dat het puntensysteem zal leiden tot een verlaging van de pensioenuitkeringen. Anderen zeggen dat vrouwen en mensen met lagere inkomens onevenredig zwaar zouden worden getroffen door de hervormingsplannen. Zeker nu de inflatie er ook in Frankrijk hard inhakt en energieprijzen hoog liggen, vinden Fransen dat Macron niet begrijpt hoe moeilijk zijn landgenoten het hebben. Hun president is, zoals wel vaker wordt gezegd, president van de rijken. Karel Yon, socioloog en professor aan de Universiteit Paris-Nanterre, zegt hierover in een interview metLe Monde dat de woede van de Fransen te begrijpen is ‘gezien de houding van de president’.
Vakbonden, reeds gepensioneerden, studenten, tegenstanders van Macron: volgens organisatoren van de protesten nemen wekelijks haast miljoenen mensen deel aan de protesten, die Frankrijk behoorlijk ontregelen. Door de stakingen ligt iedere week het openbaar vervoer grotendeels plat, blijven scholen gesloten en wordt in Parijs geen vuilnis opgehaald, wat leidt tot enorme stankoverlast. Olieraffinaderijen worden geblokkeerd en in sommige steden wordt de elektriciteitsvoorziening uit protest zelfs stilgelegd.
Er staan nog meer stakingen op het programma, met de meest recente op woensdag 15 maart. Daarnaast willen de machtige vakbonden dat er een referendum komt. ‘Het is tijd dat Macron luistert naar zijn burgers’, zegt Laurent Burger, voorzitter van een van de vakbonden, tegen Le Figaro. En ook in het parlement, waar Macron geen meerderheid heeft, wacht een zware strijd.
Hoewel een van de belangrijkste hervormingen, de verhoging van de pensioenleeftijd, al is aangenomen door de Senaat, moeten er nog veel wetsvoorstellen uit het hervormingspakket besproken worden. Er moet over gestemd worden, de artikelen moeten eventueel gewijzigd worden en linkse partijen zullen eisen dat er meer dialoog met de stakende vakbonden moet komen. Het pensioenstelsel van Frankrijk is wellicht aan een hervorming toe, maar de strijd is nog niet gestreden.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.