Onderwerpen: Geweld

  • Israël: Gespannen ‘vlaggenmars’ in Jeruzalem

    Israël: Gespannen ‘vlaggenmars’ in Jeruzalem

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Bashar al-Assad aanwezig op top van Arabische Liga

    » Ontvoerde Australiër in Burkina Faso na zeven jaar vrijgelaten

    Jaarlijkse mars leidt opnieuw tot schermutselingen

    Ongeveer 50.000 Israëliërs verzamelden zich donderdag in Jeruzalem voor de jaarlijkse vlaggenmars op Jom Jeroesjalajiem, oftewel Jeruzalemdag. ‘De politie was de hele dag in touw om schermutselingen tussen Joden, Arabieren en journalisten op te breken’, schrijft The Jerusalem Post.

    ‘De mars volgde zijn traditionele route, beginnend vanuit het stadscentrum (…) en splitste daarna in tweeën, waarbij de mannen verder liepen door de Damascuspoort en de Moslimwijk en de vrouwen door de Jaffapoort gingen, waarna de twee groepen weer samenkwamen’, aldus de krant. Journalisten die verslag deden van de vlaggenmars werden donderdagmiddag bij de Damascuspoort aangevallen door de rechtse betogers die aan de mars deelnamen, waarbij ‘de deelnemers hen uitscholden en met verschillende voorwerpen sloegen’, aldus het artikel.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Een aantal betogers met Israëlische vlaggen begaf zich in de aanloop naar de vlaggenmars naar de Damascuspoort, waar schermutselingen plaatsvonden tussen Joden, Arabieren en de politie. Ook op andere plaatsen in de Moslimwijk van de Oude Stad werden schermutselingen tussen Joden en Arabieren gemeld.

    Tijdens Jom Jeroesjalajiem wordt gevierd dat Oost-Jeruzalem inclusief de Oude Stad na de Zesdaagse Oorlog van 1967 in Israëlische handen viel. Elk jaar vinden tijdens de mars gevechten plaatst als de nationalistische Joodse deelnemers door het Palestijnse deel van het oude stadscentrum trekken.

    Lees ook:

  • Burkina Faso geteisterd door jihadistisch geweld: 42 doden bij aanval

    Burkina Faso geteisterd door jihadistisch geweld: 42 doden bij aanval

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Polen verbiedt de invoer van graan uit Oekraïne om eigen boeren te beschermen

    » Burgeroorlog dreigt in Soedan: dit weekend zijn al 83 doden gevallen

    Het Afrikaanse land heeft opgeroepen tot algehele mobilisatie

    In het noordoosten van Burkina Faso zijn tweeënveertig militairen omgekomen bij een aanval door een nog onbekende groep, meldt Anadolu Agency. De afgelopen maanden vinden er in de regio veel aanvallen plaats door jihadistische groeperingen gelieerd aan Islamitische Staat en Al-Qaida. Het is waarschijnlijk dat ook zij achter deze aanval zitten.

    Er zijn al tienduizenden vrijwilligers geworven voor de strijd tegen terrorisme

    Eerder deze maand kwamen in dezelfde regio van het Afrikaanse land nog vierenveertig burgers om het leven toen hun dorpen midden in de nacht werden aangevallen door gewapende mannen. Na deze aanval kondigde de regering van Burkina Faso een algehele mobilisatie aan, om het aanhoudende jihadistische geweld in het land de kop in te drukken. Inmiddels zijn er al tienduizenden vrijwilliger geworven om mee te helpen in de strijd tegen het terrorisme.

    Burkina Faso kampt al jaren met jihadistisch geweld en een groot deel van het grondgebied is inmiddels onder controle van milities. Dat heeft geleid tot twee staatsgrepen in 2022, beide keren door legerofficieren die vonden dat de regering te weinig deed om het jihadisme het hoofd te bieden. Momenteel heeft legerkapitein Ibrahim Traoré de leiding over het land, nadat hij de macht overnam van Paul-Henri Damiba.

    Lees ook:

  • Noord-Ierland: jubileum Goedevrijdagakkoord verstoord door geweld

    Noord-Ierland: jubileum Goedevrijdagakkoord verstoord door geweld

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Spaanse regering vraagt bouwbedrijf Ferrovial om niet naar Nederland te vertrekken

    » Israël: Netanyahu draait ontslag minister van Defensie terug

    Jongeren gooiden molotovcocktails naar de politie

    In de Noord-Ierse grensstad Derry braken maandagmiddag rellen uit tijdens de viering van het vijfentwintigste jubileum van het Goede Vrijdagakkoord. Een politievoertuig werd door jongeren in brand gestoken met molotovcocktails tijdens een niet-aangekondigde optocht van dissidente republikeinen, bericht The Guardian.

    Het Noord-Ierse parlementslid Kellie Armstrong zei dat het incident ‘een schande’ was en dat het ‘een daad was van een groep mensen die Noord-Ierland terug willen brengen naar een donkere periode’. Ondanks de spanningen wordt verwacht dat verschillende politici deze week Noord-Ierland zullen bezoeken, waaronder de Amerikaanse president Joe Biden, die Ierse wortels heeft en dinsdagavond in Belfast aankomt. ‘Voor zijn aankomst is een omvangrijke veiligheidsoperatie opgezet’, meldt het Noord-Ierse dagblad The Irish News.

    Lees ook:

  • De harde hand van Nayib Bukele krijgt steeds meer Latijns-Amerikaanse bewonderaars

    De harde hand van Nayib Bukele krijgt steeds meer Latijns-Amerikaanse bewonderaars

    De Salvadoraanse president wordt vanwege zijn harde optreden tegen bendegeweld ervan beschuldigd de mensenrechten te schenden en de democratie af te breken. Maar in de regio is zijn mano dura-aanpak voor velen een voorbeeld.

    Volgens critici heeft Nayib Bukele, de president van El Salvador, zich ontwikkeld tot een meedogenloze hardliner, die eerlijke rechtsgang en andere civiele bescherming met voeten treedt. Maar in Latijns-Amerika heeft hij met zijn gemilitariseerde optreden tegen bendes een fanclub verworven die maar blijft groeien. Prominente politici en doorsneeburgers tonen bewondering voor zijn beleid. Niet alleen in aangrenzende landen, maar ook in het verder gelegen Peru en Chili. Ze wensen dat hun eigen land een soortgelijke aanpak volgt.

    Na de mano dura – de aanpak met harde hand die escaleerde toen Bukele afgelopen maart de uitzonderingstoestand afkondigde – is het aantal moorden in El Salvador teruggedrongen en keerde relatieve veiligheid terug in steden en dorpen die jarenlang door geweld werden geteisterd. Maar daarmee is ook het recht op een eerlijk proces nagenoeg verdwenen voor degenen die ervan worden beschuldigd lid van een bende te zijn. Ongeveer zestigduizend Salvadoranen werden in minder dan een jaar tijd gevangengezet. De regering van Bukele werd het doelwit van berispingen en sancties van de VS en is door mensenrechtenorganisaties veroordeeld. Maar in veel delen van Latijns-Amerika zijn de reacties een stuk positiever.

    Bukele is bij de Ecuadorianen twee keer zo populair is als alle andere politici in het land

    In het door geweld geteisterde Guatemala en Honduras hielden burgers pro-Bukele-demonstraties en tijdens het bezoek van de Salvadoraanse president aan die landen werd hij toegejuicht. De minister van Veiligheid van Costa Rica, Jorge Torres, riep zijn regering op om Bukele na te volgen. Rodolfo Hernández, de bij de presidentsverkiezingen van Colombia nipt werd verslagen, reisde vóór de verkiezingen af naar San Salvador, om het beleid van Bukele uit eerste hand te observeren. Rafael López Aliaga, burgemeester van de Peruaanse hoofdstad Lima en rechtse presidentskandidaat, beloofde een ‘Bukele-strategie’ om de stedelijke criminaliteit aan te pakken. Zelfs in het verre Chili, waar de criminaliteit sterk toeneemt, waren pro-Bukele-demonstraties een veelbesproken onderwerp op sociale media.

    Critici van Bukele in Latijns-Amerika daarentegen zijn opmerkelijk dun gezaaid. De Ecuadoriaanse president Guillermo Lasso, die door critici onder druk werd gezet om zich uit te spreken over de verslechterende veiligheidssituatie in eigen land, vond dat Bukele te ver was gegaan. Hij klonk als een roepende in de woestijn. Niet zo gek, want een recente opiniepeiling laat zien dat Bukele bij de Ecuadorianen twee keer zo populair is als alle andere politici in het land.

    Weldoener

    De soft power van Bukele – ongewoon voor een president van zo’n klein land – is de vrucht van jarenlange diplomatieke arbeid. Al voordat hij in 2019 president werd gaf hij aan dat hij de banden met zijn buurlanden wilde aanhalen, maar zijn echte kans kwam daarna. Het lanceerplatform werd de pandemie, die de doodsklok luidde voor zittende presidenten in de hele regio.

    Om zijn internationale imago te promoten profiteerde hij van de relatief doeltreffende – zij het draconische – reactie van zijn regering op de pandemie. In mei 2021 schonk zijn land 34.000 vaccins aan juichende menigtes in Honduras, waar een tekort was ontstaan door corruptie en incompetentie. Nadat verwoestende orkanen de regio troffen, stuurde zijn regering ook medische noodhulp naar Honduras en Guatemala en bood zij aan om Nicaraguaanse artsen in dienst te nemen die waren ontslagen omdat ze kritiek hadden geuit op de dictatuur van Daniel Ortega. Net als zijn jeugdidool Hugo Chávez lapte Bukele de presidentstermijnen aan zijn laars en zuiverde hij de rechterlijke macht in eigen land. Ondertussen cultiveerde hij het imago van weldoener in het buitenland, om zijn regering te beschermen tegen kritiek.

    In 2023 lijkt Bukele dat script te herhalen, alleen exporteert hij nu zijn veiligheidsbeleid. De Salvadoraanse minister van Veiligheid, Gustavo Villatoro, vertelde eind vorig jaar aan de Hondurese El Heraldo dat de Salvadoraanse autoriteiten sinds afgelopen maart regelmatig bijeenkomen met hun Guatemalteekse en Hondurese collega’s om informatie uit te wisselen over het gaan en staan van verdachte bendeleden die de grens oversteken. Een bendeleider die werd gezocht voor een reeks moorden werd in december door Guatemala overgedragen aan El Salvador, en de Hondurese president Xiomara Castro stuurde militaire politie naar de grens met El Salvador om te voorkomen dat verdachte criminelen die zouden oversteken. ‘Wat we in El Salvador hebben bereikt, is haalbaar voor alle landen,’ zei Villatoro na een bijeenkomst in februari waar de ministers van Veiligheid van Mexico, de Dominicaanse Republiek en verschillende Centraal-Amerikaanse landen besloten tot coördinatie van hun strategie tegen bendes.

    De trage groei en kolossale buitenlandse schuld van El Salvador zouden Bukele de wind uit de zeilen kunnen nemen

    Ideologie lijkt niet te bepalen welke buitenlandse volgelingen zich aansluiten bij Bukele. Castro, die als links politicus campagne voerde met de bedoeling het misbruik door de veiligheidstroepen van Honduras aan banden te leggen, noemde Bukele een lichtend voorbeeld. Castro heeft in zestien van de achttien departementen van het land de permanente uitzonderingstoestand uitgeroepen – massale aanhoudingen laten nog op zich wachten. De conservatieve Zury Ríos, waarvan algemeen wordt aangenomen dat ze dit jaar de aan kop zal gaan bij de presidentsverkiezingen in Guatemala, prijst op sociale media het veiligheidsbeleid van Bukele en heeft banden gesmeed met zijn getrouwen.

    Porfirio Chica, een Salvadoraanse mediastrateeg die nauw heeft samengewerkt met Bukele, vertelde Americas Quarterly dat Ríos hem tweemaal heeft geraadpleegd over de politieke strategie in het kader van de komende verkiezingen. Hij merkt daarbij op dat Bukele de soevereiniteit van zijn buren altijd strikt heeft gerespecteerd. De invloed van het veiligheidsbeleid van Bukele reikt nog veel verder. In januari verklaarde de Salvadoraanse vicepresident Félix Ulloa dat regeringsambtenaren een ontmoeting hadden met de Haïtiaanse premier Ariel Henry. Hij wil in Port-au-Prince een agentschap vestigen om een strategie te ontwikkelen tegen bendes in Haïti.

    De ideeën en retoriek van Bukele verspreiden zich nog steeds snel, maar het is niet duidelijk hoe ver hun invloed werkelijk reikt. Verschillende krachten zouden hem de wind uit de zeilen kunnen nemen – bijvoorbeeld de trage groei en kolossale buitenlandse schuld van El Salvador. Het IMF voorspelt dat deze tegen 2027 – mede gevoed door de dure campagne tegen bendegeweld en de populistische economische hervormingen – 97,5 procent van het bbp zal bedragen. De regering zal de uitgaven moeten beperken, want dat politie en soldaten gratis gaan patrouilleren, is onwaarschijnlijk.

    Diversiteit

    De diversiteit van Midden-Amerika, die voor landen al vaker een sta-in-de-weg is geweest om onderling te integreren, is een ander potentieel obstakel. De regeringen in Guatemala en Honduras hebben te maken met een groter, geografisch diverser gebied en met andere betrokken maatschappelijke organisaties. Die zien het waarschijnlijk niet zitten om de agressievere handhavingsmethode van Bukele te kopiëren. In Costa Rica, en wellicht ook in de Dominicaanse Republiek en Panama, kan het relatief sterke rechtssysteem een rem zijn, als daar de aanpak van Bukele wordt geïmiteerd. Ook burgers zelf kunnen zich ertegen verzetten. Bukele heeft zich weliswaar gepresenteerd als een moderne Francisco Morazán – de negentiende-eeuwse onafhankelijkheidsstrijder die een groot deel van Midden-Amerika verenigd wilde houden – voor anderen doet hij juist denken aan Operatie Condor.

    De zoektocht van Bukele naar soft power in Latijns-Amerika is vooralsnog te succesvol om hem nu al af te schrijven. Gewelddadige criminaliteit, de voedingsbodem voor zijn soort beleid, is vrijwel overal in Latijns-Amerika een groot probleem. Zowel burgers van Chili en Ecuador, waar het altijd rustig is geweest, als die van chronisch gewelddadige landen zoals Haïti, Honduras en Colombia, hebben conventioneel veiligheidsbeleid al te vaak zien mislukken. Voor velen is de aantrekkingskracht van Bukele juist zijn radicale aanpak van misdaad. Mano dura-presidenten in de regio die hem voorgingen – zoals Antonio Saca van El Salvador of Otto Perez Molina van Guatemala – lijken vergeleken met hem voorzichtig en gezagsgetrouw. Vooralsnog nemen de ambtsgenoten van Bukele er nota van.

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/wat-gebeurt-er-allemaal-in-el-salvador/
  • Zes doden bij schietpartij op school Nashville

    Zes doden bij schietpartij op school Nashville

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Aardverschuiving in Ecuador eist minstens zeven levens

    » Netanyahu zwicht en stelt hervormingen uit

    Onder de doden zijn drie kinderen en de vermoedelijke schutter

    Bij een schietpartij op een basisschool in de Amerikaanse stad Nashville zijn zeven mensen om het leven gekomen. Drie van de dodelijke slachtoffers zijn kinderen. Ook de vermoedelijke schutter is omgekomen, schrijft NBC News.

    De plaatselijke politie, die de dader doodschoot na een vuurgevecht, meldt dat de schutter een vrouw van achtentwintig is die zelf ooit op de school zat. Ze had twee automatische geweren en een pistool bij zich. Over haar motief is niets bekendgemaakt.

    Onder meer president Joe Biden heeft gereageerd op de schietpartij. Biden noemde het ‘de ergste nachtmerrie die een gezin kan overkomen’, en riep het Congres op de wapenwetgeving aan te scherpen. Er ligt een wetsvoorstel in het Huis van Afgevaardigden, maar door de huidige meerderheid van de Republikeinse Partij zijn een stemming over en een meerderheid voor dit voorstel niet waarschijnlijk.

    Lees ook:

  • VK: vrouw tot 8,5 jaar cel veroordeeld wegens misleiden justitie

    VK: vrouw tot 8,5 jaar cel veroordeeld wegens misleiden justitie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS houden adem in: wordt Trump opgepakt?

    » Brits parlement stemt in met nieuwe brexit-deal over Noord-Ierland

    Ze zou verkracht zijn, maar daar bleek niets van waar

    In het Verenigd Koninkrijk is een vrouw van tweeëntwintig jaar tot achtenhalf jaar cel veroordeeld wegens ‘het verstoren van de rechtsgang’, schrijft El Mundo. Een zekere Eleanor Williams had op sociale media foto’s geplaatst waarop ze te zien is met een paars en opgezwollen rechteroog en meerdere sneeën op haar gezicht, benen en onderbuik. De foto’s moesten dienen als bewijs dat drie Aziatische mannen haar verkracht hadden en haar meerdere messteken hadden toegebracht.

    Nu is gebleken dat het hele verhaal gelogen is. De vrouw had in werkelijkheid een hamer gekocht bij de supermarkt Tesco en zichzelf daarmee verwond. Ze zou de drie Aziaten ooit op een feestje ontmoet hebben, maar van een verkrachting wisten zij niets af. De zaak veroorzaakte grote opschudding in het Verenigd Koninkrijk. Slachtoffers van seksueel misbruik zijn bang dat door deze zaak de toch al kwetsbare positie van Britse vrouwen nog fragieler zal worden.

    Williams zou lijden aan een posttraumatische stressstoornis

    Een psychiater wees er in de rechtszaak op dat Williams lijdt aan een posttraumatische stressstoornis door een gebeurtenis uit haar kindertijd. Volgens een vriendin zou Williams het verhaal verzonnen hebben om de aandacht af te leiden van de schulden die ze open heeft staan als gevolg van haar cocaïne- en marihuanaverslaving. Volgens haar moeder zou ze al vanaf haar twaalfde het slachtoffer zijn van een netwerk mensenhandelaars, maar bewijzen voor deze bewering ontbreken.

    Wat het motief van Williams ook was, de gevolgen voor de drie verdachten waren zeer ernstig: ze hebben een tijdlang onterecht in de gevangenis gezeten en zelfs zelfmoordpogingen ondernomen. In haar woonplaats ontketende Williams een golf haatmisdrijven tegen Aziaten. Ze bekende geen schuld, maar erkende wel dat ze anderen kwaad had aangedaan.  

    Lees ook:

  • Controverse: ‘Beleid Israël is staatsterreur’

    Controverse: ‘Beleid Israël is staatsterreur’

    Sinds het aantreden van de meest rechtse regering in de geschiedenis van Israël, is het geweld tussen Israëliërs en Palestijnen opgelaaid. Opmerkelijk gebruiken beide partijen hetzelfde argument om hun gewelddadigheden te rechtvaardigen: zelfverdediging.

    Volgens Richard Silverstein, zelf joods maar zeer kritisch op het Israëlische beleid, moet het aanhoudende geweld door Israël als terreur worden gezien en moet het land dan ook de status ‘terroristisch’ krijgen. ‘Als terrorisme staat voor het gebruik van geweld bij het nastreven van politieke doelen, dan moet het beleid van Israël ook gezien worden als staatsterrorisme’, schrijft hij.

    Volgens Orly Goldschmidt, woordvoerder van de Israëlische ambassade in het Verenigd Koninkrijk, moet Israël zich wel verdedigen tegen de Palestijnse terreur. Zonder het antiterrorisme-apparaat van Israël ‘zou het totaal van vijfduizend [terreurslachtoffers] naar ik vrees nog heel wat meer nullen bevatten’, schrijft hij.

    Lees hieronder hun betogen:

    Waarom Israël als terroristische staat aangemerkt moet worden

    Sinds de Nakba [de gedwongen emigratie van Arabische Palestijnen uit het Israëlisch grondgebied in 1947-1949, de tijd waarin de staat Israël ontstond] heeft Israël de Palestijnen onderdrukt met staatsterreur die goedgepraat werd als ‘zelfverdediging’, terwijl Palestijnen die zich verzetten weggezet worden als terroristen. Het geweld dat Israël gepleegd heeft op de Al-Aqsamoskee laat echter de waarheid zien, schrijft Richard Silverstein. 

    In mei 2021 leidde de onderdrukking van de islamitische eredienst in de Al-Aqsamoskee door Israël tot woede en verzet bij de Palestijnen. Vorig jaar april lokte de Likoed-regering tijdens de ramadan rellen uit in Oost-Jeruzalem door gelovigen de toegang tot de Damascuspoort te weigeren, waar zij na het gebed altijd bijeenkwamen voor de sociale contacten. De Israëlische grenspolitie, berucht om haar wreedheid, reageerde met een uitbarsting van geweld.

    De woede van de Palestijnen sloeg al snel over naar alle Palestijnse gemeenschappen in Israël. Zo’n nationaal verzet was nog niet eerder voorgekomen in de geschiedenis van dit conflict dat, op een paar zeldzame momenten na, beperkt is gebleven tot de bezette gebieden.

    Ze vielen Palestijnse buurten binnen en terroriseerden en mishandelden de bevolking

    De Israëlische joden werden gealarmeerd. De ultrarechtse bendes van de Kahanisten begonnen sociale media in te zetten om groeperingen te organiseren die voor eigen rechter speelden. Ze vielen Palestijnse buurten binnen en terroriseerden en mishandelden de bevolking.

    Hamas reageerde, in zijn rol als beschermer van de heilige islamitische plaatsen in Jeruzalem, door raketten op Israël af te vuren. Daarop lanceerde Israël een grootscheepse luchtaanval die elf dagen duurde en 250 slachtoffers maakte, van wie de meesten vrouwen en kinderen waren.

    Dit jaar is de ramadan hard op weg om op net zo’n vechtpartij uit te lopen. Na vier Palestijnse terreuraanslagen binnen twee weken, waarbij elf Israëliërs omkwamen, zijn duizenden Israëlische troepen de Palestijnse dorpen binnengedrongen. Daarbij werden honderden gearresteerd en zijn bijna twintig mensen om het leven gekomen.

    Hoewel de Palestijnse vechtlust sterker is geworden doordat er een religieuze dimensie aan het politieke conflict is toegevoegd, is er ook een gevaar

    De reactie van de Israëlische grenspolitie, die op een dag in april 2022 vroeg in de morgen vijfhonderd kolonisten overbracht naar de binnenplaats recht tegenover de Al-Aqsamoskee, was nog schadelijker voor de stabiliteit van het land. De kolonisten stonden onder leiding van Itamar Ben Gvir, de meest gehate extremist van de Knesset [het Israëlisch parlement]. De aanval stond gepland voor de vroege morgen, het moment waarop gelovigen samenkwamen voor het dagelijks gebed. De politie viel het heiligdom binnen en gebruikte flitsgranaten, traangas en knuppels om de moskee onder controle te krijgen en iedere vorm van verzet de kop in te drukken. Bijna vierhonderd mensen werden gearresteerd en honderdvijftig raakten gewond.

    Hoewel de Palestijnse vechtlust sterker is geworden doordat er een religieuze dimensie aan het politieke conflict is toegevoegd, is er ook een gevaar. Uit de geschiedenis blijkt dat de ijver van twee groepen gelovigen die tegen elkaar strijden snel kan escaleren.

    De traditionele internationale reactie op gewapend Palestijns verzet was onvoorwaardelijke veroordeling ervan, terwijl men sympathie had voor de daden van Israël, dat handelde uit ‘zelfverdediging’. Maar de wereld begint de opruiing door de Israëliërs steeds meer te zien als een primaire aanstichter van het geweld.

    Lees ook:

    Nu de kritiek op de Israëlische agressie toeneemt, is het tijd voor herbezinning op het conventionele begrip en de definitie van terrorisme.

    Als terrorisme staat voor het gebruik van geweld bij het nastreven van politieke doelen, dan moet het beleid van Israël ook gezien worden als staatsterrorisme. Het Palestijnse geweld is dus niet langer het werk van ‘terroristen’, zoals Israël hen heeft bestempeld, maar een legitieme politieke reactie op de Israëlische apartheid en het massale geweld, waaronder de moord op tienduizenden Palestijnen sinds de oprichting van de staat in 1948.

    Het is tijd voor herbezinning op het conventionele begrip en de definitie van terrorisme

    Ter ondersteuning van dit standpunt heeft Israël sinds zijn oprichting terreur gebruikt om de Palestijnen te controleren, te overheersen en te onderdrukken. Zelfs vóór de oprichting van de staat riep David Ben Goerion al vaak ertoe op de ‘Arabieren’ uit Palestina te verdrijven om te zorgen voor een natie waar een Joodse meerderheid het voor het zeggen zou hebben.

    De Joodse terreurmilities waren rivalen van het zionistische Yishuv-bestuur. Zij toonden hun minachting door terreuraanslagen te plegen om zo duidelijk te maken dat de Joden de overmacht hadden. Bij een van hun gezamenlijke militie-operaties in april 1948, die geleid werd door de toekomstige premier Menahem Begin en Yitzhak Shamir, werd het dorp Deir Yassin verwoest, waarbij honderd doden vielen, waaronder vrouwen en kinderen.

    Joodse schutters onder leiding van Shamir vermoordden graaf Folke von Bernadotte, een VN-vredesonderhandelaar, omdat hij een territoriaal compromis voorstelde dat nadelig was voor de Joodse belangen. Tenslotte bombardeerden de troepen van Begin, als de meest gruwelijke terreurdaad van allemaal, het King David Hotel, het hoofdkwartier van het Britse Mandaatbestuur, waarbij meer dan negentig slachtoffers vielen.

    Hoewel de Joodse ondergrondse terroristische beweging het meeste geweld gebruikte, deed de Yishuv dat nog systematischer: Plan Dalet verdreef een miljoen Palestijnen uit hun huizen in Gaza en voerde ze weg naar Syrië in ballingschap door ze als vluchtelingen in kampen op te sluiten. De Nakba was misschien wel Israëls eerste systematische daad van staatsterreur.

    De Nakba was misschien wel Israëls eerste systematische daad van staatsterreur

    In het licht van deze geschiedenis moet het huidige Israëlische beleid opnieuw onder de loep worden genomen: de herhaalde aanvallen op Gaza (2009, 2014, 2021) die de dood van duizenden en de vernietiging van tienduizenden huizen tot gevolg hadden, moeten ook worden gezien als terreurdaden. In 2018 stonden Israëlische sluipschutters oog in oog met tienduizenden vreedzame demonstranten tijdens de Grote Mars van de Terugkeer. Ze maaiden hen zonder pardon neer, alsof het niets was. Honderden ongewapende demonstranten werden vermoord en duizenden werden voor het leven verminkt.

    Het inpikken van Palestijns land, de ontworteling van hele gemeenschappen, de onderdrukking van religieuze erediensten, de eindeloze cycli van gewelddadige invallen in huizen in het holst van de nacht, de arrestatie van duizenden mensen, waaronder kinderen: al die gebeurtenissen moeten worden gezien als nog meer gewelddadigheden van de staat.

    Het verschil tussen het Palestijnse verzet en de Israëlische staatsterreur is dat de Palestijnen individuele gewelddaden plegen. Hoe gruwelijk het aantal doden ook is, het gaat om eenmansaanvallen of gewelddaden met een beperkte impact.

    Het terrorisme van Israël daarentegen is een alomvattend beleid waarbij alle macht van het veiligheidsapparaat wordt ingezet ten behoeve van het staatsbelang. Het houdt veel meer in dan een schutter die door een straat in Tel Aviv rent. Het omvat een complete nationale politiemacht die wordt ingezet tegen aanhangers van een enkele religie. Het omvat honderden grenspolitieagenten die een heilige plaats bezoedelen door er een slagveld van te maken; en dat alles ten behoeve van messiaanse joden die de heilige plaatsen van de moslims willen vernietigen om de joodse tempel te herbouwen.

    Het verschil tussen het Palestijnse verzet en de Israëlische staatsterreur is dat de Palestijnen individuele gewelddaden plegen

    Het Internationaal Strafhof deelt veel van deze zorgen en heeft een onderzoek ingesteld naar mogelijke Israëlische oorlogsmisdaden. Dit garandeert niet dat het Israël schuldig zal bevinden. Maar voor een juiste beoordeling is het van cruciaal belang dat ons begrip van het Israëlische beleid wordt veranderd. Dit beleid is niet alleen onrechtvaardig. Zelfs de term apartheid, hoe juist die definitie ook is, doet geen recht aan de zeventig jaar waarin Israël systematisch Palestijnse rechten onderdrukt. Het is eenvoudigweg een alomvattend beleid van staatsterreur.

    Tegenwoordig ziet de wereld een verband tussen de Russische invasie in Oekraïne, de doelbewuste aanvallen op burgerdoelen, de uitroeiing van de hele stad Marioepol en de executie van vastgebonden burgers enerzijds en de wreedheden van de nazi-Wehrmacht en de SS tijdens de Tweede Wereldoorlog anderzijds. De wereld schreeuwt nu om verantwoording, eist dat Poetin en zijn generaals worden berecht voor oorlogsmisdaden.

    Het terrorisme van Israël heeft veel langer geduurd en meer slachtoffers gemaakt dan dat van Rusland. Als we moreel consequent willen zijn, dan moeten de misdaden van de Israëlische staat hetzelfde worden behandeld als de misdaden van Rusland. De wereld kan niet langer aanvaarden dat Israël zich als slachtoffer of zelfverdediger beroept op zijn misdadig gedrag.

    Terrorisme in de Israëlische context moet opnieuw worden gedefinieerd. De eeuwigdurende oorlogszuchtige verhouding van Israël tot zijn buren aan de frontlinie (Syrië, Libanon, Iran, enz.) en de Palestijnen destabiliseert de regio en schendt het internationaal recht. De wereld mag Israël niet langer het voordeel van de twijfel geven. Zij moet al die argumenten waarmee ze massaal geweld goedpraat verwerpen. We moeten Israël noemen zoals het is: een terreurstaat.

    Richard SilversteinThe New Arab

    Lees ook:


    De staat Israël moet zichzelf verdedigen tegen Palestijnse terreur

    Ik ben bang dat het totale dodental nog heel wat meer nullen zou tellen als Israël niet over een anti-terrorismeapparaat zou beschikken.

    Het artikel van Jalal Abukhater van 7 februari, dat gepubliceerd werd enkele dagen nadat een Palestijnse terrorist op de herdenkingsdag van de Holocaust zeven onschuldige mensen vermoordde in een synagoge in Jeruzalem, onderwaardeert het leven van Israëliërs.

    Zowel Palestijnen als Israëliërs lijden, en dat doet me pijn. Dat is precies de reden waarom dit artikel ingaat op een probleem dat in de bredere discussie over dit onderwerp speelt: de ontkenning en de weigering om te erkennen dat Israëliërs lijden.

    Zowel Palestijnen als Israëliërs lijden, en dat doet me pijn

    In 2022 werden Israëliërs getroffen door ruim vijfduizend Palestijnse terreuraanslagen; onschuldige mannen, vrouwen en kinderen werden op de straten van Israël doodgereden, doodgestoken of doodgeschoten, of ze kwamen door bombardementen om het leven. Zo is het leven op de grond.

    Op 10 februari reed een Palestijn bijvoorbeeld met zijn auto in op een overvolle bushalte, met drie doden tot gevolg, waaronder twee broers van zes en acht jaar oud. Stel je eens voor dat jij of je dierbaren het slachtoffer worden van zo’n weerzinwekkende terreuraanslag terwijl je op weg bent naar je werk. Dit is precies de reden waarom Israël beschikt over een anti-terrorismeapparaat: als het land dat niet had, zou het totaal van vijfduizend naar ik vrees nog heel wat meer nullen bevatten.

    Israël heeft door de jaren heen laten zien dat het vrede wil sluiten met de Palestijnen

    Israël heeft door de jaren heen laten zien dat het vrede wil sluiten met de Palestijnen. Zo heeft het land in 1993, 2000, 2008 en 2014 geprobeerd om vredesakkoorden te sluiten en streven we nog altijd de vrede na. Geweld is echter aan de orde van de dag. Deze maand nog pleegden drie Palestijnse tieners drie terreuraanslagen op Israëlische burgers.

    Deze aanslag staat niet op zichzelf. Helaas krijgen mensen in de Palestijnse samenleving de afkeer van Israël met de paplepel ingegoten. Schoolboeken, sociale media en het beleid van de Palestijnse Autoriteit zijn allemaal toegespitst op geweld tegen onschuldige Israëliërs. Ik hoop dat er vrede zal komen. Om dat te bereiken, zullen de Palestijnse leiders moeten erkennen dat er een eind moet komen aan het opruien van de bevolking en het geweld.

    Orly GoldschmidtThe Guardian

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/netanyahu-houdt-zichzelf-voor-de-gek-als-hij-denkt-dat-hij-de-extreemrechtse-meute-kan-temmen/
  • Sarah werd naar eigen zeggen verkracht door vredeshandhavers. De VN bood haar 50 dollar

    Sarah werd naar eigen zeggen verkracht door vredeshandhavers. De VN bood haar 50 dollar

    Sarah was zeventien toen een VN-soldaat haar verkrachtte in Oost-Congo. Meer dan tien jaar later wacht ze vergeefs op gerechtigheid van de organisatie die haar had moeten beschermen. De vrouwen in de Democratische Republiek Congo die melding maken van seksueel misbruik of uitbuiting, worden soms weggezet als ‘opportunisten’ en ‘profiteurs’.

    Sarah was zeventien toen ze voor het eerst werd benaderd door Gabriel. Ze was onderweg om water te halen aan de rand van haar dorp in het oosten van de Democratische Republiek Congo en herkende hem als de man die klusjes deed voor de vredesmacht van de Verenigde Naties die in het gebied gelegerd was. Gabriel vertelde haar dat een van de vredeshandhavers een vrouw zocht en haar wilde ontmoeten. Sarah, een goedlachs, mollig meisje met vlechten tot op de schouders, was geïntrigeerd. Eerder was ze van school gegaan omdat haar ouders het schoolgeld niet konden betalen en ze zag dit als een kans om haar leven te veranderen.

    De volgende dag trok ze haar mooiste jurk aan en ze ontmoette Gabriel in een houten hut waar een oude vrouw illegaal gestookte alcohol per glas verkocht. Nerveus wachtte ze in een kleine kamer achter de bar en ze werd nog nerveuzer toen Gabriel arriveerde, vergezeld van een jonge soldaat in uniform. Ze herinnert zich dat hij werd voorgesteld als ‘J’ uit Zuid-Afrika.

    Gabriel liet Sarah en J alleen. Aanvankelijk communiceerde Sarah, die Swahili spreekt, door verlegen te lachen en handgebaren te maken. J gaf haar een pak koekjes en bijna 100 dollar – veel geld, als je bedenkt dat de meeste mensen in Congo moeten overleven van nog geen 2,50 dollar per dag. Vervolgens probeerde hij Sarahs borsten aan te raken. Ze schreeuwde van schrik, waardoor hij terugdeinsde en Gabriel de kamer binnenstormde.

    ‘Hij was heel zwaar en ik was dronken. Ik kon me niet bewegen’

    Geschrokken keerde Sarah huiswaarts. Maar ze was toch ook blij met het geld en mogelijk zelfs een huwelijk met een buitenlandse soldaat. Ze zou J een paar dagen later weer zien in dezelfde bar. Maar die keer was het alleen Gabriel die verscheen. Hij had een fles bij zich en vertelde Sarah dat het vruchtensap was. Toen J later die ochtend arriveerde, was ze in slaap gevallen. De drank bevatte alcohol en Sarah was nog nooit dronken geweest.

    Toen ze bijkwam, lag J boven op haar. ‘Hij was heel zwaar en ik was dronken. Ik kon me niet bewegen. Toen hij klaar was, had ik pijn en er was veel bloed.’ Ze zegt dat hij geen condoom gebruikte.

    Zwak, verward en nog steeds onder invloed kostte het Sarah moeite om op te staan. Dat baarde J zorgen. Hij gaf haar koekjes en melk, en bleef de rest van de dag bij haar. Toen ze enigszins was bijgekomen, ging ze alleen naar huis. Sarah zag Gabriel twee dagen later; ze begon tegen hem te schreeuwen omdat hij haar had bedrogen. Gabriel excuseerde zich voor het verzwijgen van J’s bedoelingen, maar volgens Sarah raadde hij haar ook aan om met de soldaat te blijven afspreken. In de optiek van Gabriel was zij nu toch al ‘onteerd’ doordat ze haar maagdelijkheid had verloren, en hij meende dat het haar financieel ten goede zou komen als ze een relatie met J zou hebben.

    Vertrokken

    In de maanden erna ontmoette Sarah J nog vier keer en hadden ze seks. Telkens gaf hij haar snoep en geld, waarmee ze eten voor haar ouders en nieuwe kleren voor zichzelf kocht. (VN-vredeshandhavers mogen geen seks hebben met iemand onder de achttien jaar. Het Congolese wetboek van strafrecht verbiedt bovendien betaalde seks met iemand onder de achttien.) Ze probeerde te vergeten hoe haar relatie met J was begonnen en begon te fantaseren dat hij haar man was; ze hoopte dat hij met haar zou trouwen en haar zou meenemen naar zijn vaderland.

    Toen werd ze meerdere keren niet ongesteld. Ze besefte dat ze zwanger moest zijn en vroeg Gabriel om contact op te nemen met J, van wie ze niet eens het telefoonnummer had. De volgende dag, herinnert Sarah zich, vertelde Gabriel haar dat J opgetogen was over het nieuws en dat hij een huis voor hen wilde kopen in Goma, een stad met twee miljoen inwoners op zo’n 80 kilometer van haar dorp.

    Sarah ging regelmatig naar Goma. Omdat ze bang was dat de mensen in het dorp haar zwangerschap zouden opmerken, besloot ze bij haar oudere zus in die stad te logeren in afwachting van nieuws van Gabriel of J. Maar er gingen drie maanden voorbij zonder dat ze iets hoorde. Ze zegt dat ze terugkeerde naar haar dorp om de mannen te zoeken, maar van een taxichauffeur hoorde dat Gabriel plotseling was vertrokken. Sarah vertelt dat de chauffeur haar een foto gaf die hij met Gabriel en J had gemaakt. Ze hoopte dat ze daarmee de vader van haar kind kon opsporen.

    Ze kon zichzelf al amper voeden, waardoor het een opgave was om genoeg moedermelk voor de baby te produceren

    In de zomer van 2012 werd Sarahs dochter Christine geboren in Goma. Hoewel Sarah dol was op haar kind, had ze moeite om voor haar te zorgen: ze kon zichzelf al amper voeden, waardoor het een opgave was om genoeg moedermelk voor de baby te produceren.

    Sarah hoopte nog steeds dat J met haar zou trouwen en dus ging ze een jaar na de geboorte van Christine weer naar hem op zoek. Ze keerde terug naar haar dorp, maar zag dat de basis van J was gesloten. Toen ging ze naar Minova, een stad op bijna 50 kilometer van Goma, om hem te zoeken in een andere kazerne van de VN-vredesmacht. Ze had nog steeds de foto van J die de taxichauffeur haar had gegeven. Met de hulp van een jongeman die beltegoeden verkocht (en zowel Engels als Swahili sprak) kon ze buiten de basis aan een witte soldaat duidelijk maken wie ze zocht. De soldaat zei dat hij haar zou helpen, hield de foto van J bij zich en zei dat ze de volgende dag terug moest komen.

    Het werd al laat en Sarah kon geen vervoer meer vinden om terug te keren naar het centrum. De jongeman die als tolk had gefungeerd, vertelde haar dat ze wel in een houten hut met een eenpersoonsbed kon slapen. Ze viel in slaap, maar werd midden in de nacht gewekt door getik tegen het raam. Vermoeid trok ze het gordijn opzij en zag de soldaat van eerder die dag. Hij zwaaide met J’s foto. Ze deed de zaklantaarn op haar telefoon aan en deed de deur open, in de hoop dat hij misschien nieuws had.

    Stil

    De soldaat liep de hut binnen, pakte Sarahs telefoon af en deed het licht uit. ‘Hij zei niets, maar begon zijn kleren uit te trekken,’ vertelt Sarah. ‘Toen hij probeerde mijn kleren uit te trekken begon een hevig gevecht.’ En toen, zegt ze, verkrachtte hij haar.

    De rest van de nacht lag ze huilend wakker, wachtend tot het buiten licht genoeg was om terug te keren naar het huis van haar zus. Toen ze daar aankwam, verscheurde ze J’s foto; ze had besloten om niet langer naar hem of welke andere vredesbewaker dan ook op zoek te gaan.

    Sarah schaamde zich voor wat haar was overkomen en hield het stil. Maar in de weken erna werd ze weer niet ongesteld. ‘En het was al een lijdensweg om voor mijn dochter te zorgen,’ zegt ze. ‘Ik wilde niet meer op deze wereld zijn.’

    Twee keer probeerde ze haar zwangerschap af te breken: eerst met pillen, daarna met een drankje van citroen en bleekmiddel. Ze lag vervolgens drie dagen op bed, maar de poging slaagde niet. In 2014 beviel ze van een tweeling, Denise en Olive. De buren van haar zus begonnen te roddelen; voor hen betekende de geboorte van Christine en de tweelingzusjes, die allemaal een lichte huidskleur hadden, dat Sarah een sekswerker was die het met buitenlanders deed.

    De op twee na duurste vredesmissie ter wereld

    De VN-vredesmacht arriveerde voor het eerst in Congo in 1999, een jaar nadat de Tweede Congolese Burgeroorlog was uitgebroken. Het conflict trok milities aan uit diverse Afrikaanse landen, waarvan sommige erop uit waren om de lucratieve voorraden diamant, goud en coltan (dat tantalum bevat, een metaal dat wordt gebruikt voor elektronica) van het land te plunderen. Niemand weet precies hoeveel mensen er zijn omgekomen tijdens die oorlog, die officieel eindigde in 2003, en in de nasleep ervan. (Schattingen lopen uiteen van minder dan een miljoen tot meer dan vijf miljoen.)

    In sommige delen van het land zijn nog steeds rebellengroepen actief die dorpen aanvallen, burgers vermoorden of ontvoeren en huizen plunderen. Alleen al in 2022 hebben milities in Oost-Congo meer dan tweeduizend mensen gedood. Sommige waarnemers vrezen dat een militie met de naam M23 dit jaar Goma zou kunnen veroveren. Deze rebellengroep heeft op weg naar die stad al zeven miljoen mensen op de vlucht gejaagd.

    De VN-vredesmissie in Congo (ook wel bekend als MONUSCO) moet dergelijke milities ontmantelen en zorgen voor stabiliteit in het land. Voor de missie met veertienduizend soldaten uit VN-lidstaten is er jaarlijks een budget van ruim 1 miljard dollar beschikbaar. Daarmee is het de op twee na duurste vredesmissie ter wereld. De Veiligheidsraad heeft overwogen om MONUSCO op te heffen, omdat duidelijk is dat het zijn mandaat niet heeft vervuld. Zowel het budget als het aantal soldaten dat aan de missie meedoet is inmiddels verminderd.

    Vanwege de enorme machtsongelijkheid mogen vredeshandhavers niet betalen voor seks

    In de loop der jaren is MONUSCO berucht geworden vanwege incidenten zoals met Sarah, waarbij soldaten het hadden voorzien op de mensen die zij juist moesten beschermen. Van 2015 tot 2022 zijn er 184 beschuldigingen van seksueel wangedrag ingediend tegen MONUSCO-soldaten; in 55 gevallen gaat het om seksueel misbruik (waaronder verkrachting en aanranding) en in 129 gevallen om seksuele uitbuiting (waaronder seks tegen betaling en misbruik). Waarschijnlijk zijn er nog veel meer gevallen van wangedrag die niet zijn gemeld.

    Op papier eist de VN dat de troepen zich aan strikte regels houden. Vanwege de enorme machtsongelijkheid tussen soldaten en burgers in conflictgebieden mogen vredeshandhavers (of blauwhelmen, zoals ze ook wel worden genoemd) niet betalen voor seks, noch met geld, noch met goederen. Dergelijke relaties worden beschouwd als uitbuiting.

    De regels worden echter vaak overtreden, en vooral MONUSCO lijkt een ernstig probleem te hebben. Volgens de eigen gegevens van de VN is deze organisatie momenteel goed voor ongeveer een vijfde van alle vredestroepen ter wereld, maar is bijna een derde van het totale aantal beschuldigingen van seksueel wangedrag tegen haar gericht. (Toen we om commentaar op deze statistieken vroegen, zei een woordvoerder van de VN-vredesmacht vanuit het hoofdkwartier in New York dat de meeste beschuldigingen van seksueel wangedrag tegen MONUSCO betrekking hebben op seks tegen betaling, wat in Congo veel voorkomt vanwege de extreme armoede en de slechte veiligheidssituatie in het land.)

    Instructies

    De bases van MONUSCO hangen vol met posters waarop staat dat de troepen niet mogen betalen voor seks en dat slapen met minderjarige meisjes verboden is. Soldaten krijgen bij aankomst bovendien een geplastificeerde kaart met deze instructies. Om seksueel wangedrag systematischer aan te pakken richtte de VN in 2005 binnen verschillende vredesoperaties op, waaronder MONUSCO, Gedrag en Discipline-units. Deze regionale kantoren fungeren als eerste aanspreekpunt voor lokale bewoners die klachten hebben over vredeshandhavers.

    Maar het personeel van deze units kan zelf geen onderzoek doen naar vermeende misdrijven; dat is de taak van het controleorgaan van de VN, het Office of Internal Oversight Services (OIOS). En ook het OIOS kan niet zomaar zelf een onderzoek beginnen: eerst moet het thuisland van een vredeshandhaver besluiten om een klacht tegen hem in te dienen. Pas daarna kan het OIOS dat land helpen bij het onderzoek, of het onderzoek namens het land uitvoeren.

    De VN heeft zelf weinig mogelijkheden om vredeshandhavers te straffen voor wangedrag: de organisatie heeft geen bevoegdheid om vervolging in te stellen. Als het OIOS een claim geloofwaardig acht, is het enige wat de VN kan doen de soldaat naar huis sturen. Verdere juridische stappen, mochten die noodzakelijk zijn, moeten door de eigen regering van de soldaat worden ondernomen. Landen die troepen leveren doen dat echter zelden; de slachtoffers zijn niet hun eigen burgers, waardoor de druk om er echt wat aan te doen ontbreekt.

    Telkens als er een blauwhelm langsliep, kwamen er pijnlijke herinneringen boven

    Om die redenen is het onwaarschijnlijk dat VN-soldaten die burgers seksueel misbruiken of uitbuiten te maken krijgen met ernstige repercussies. Van 2015 tot 2022 werden slechts 28 MONUSCO-soldaten in hun thuisland gestraft (met degradatie, gevangenisstraf of geldstraffen). 71 zaken werden uiteindelijk geregistreerd als ‘UN pending’; dat betekent dat de soldaten nog niet zijn ontslagen of gerepatrieerd, ook al zijn de beschuldigingen tegen hen gegrond verklaard. Sommige van deze ‘hangende’ zaken bij MONUSCO zijn al meer dan zeven jaar oud, en het lijkt onwaarschijnlijk dat er ooit een straf zal worden opgelegd. In totaal hebben slechts elf zaken binnen MONUSCO geleid tot een gevangenisstraf.

    Ik ontmoette Sarah voor het eerst in 2020 via Umoja Wa Congo (Swahili voor ‘Samen in Congo’), een steungroep voor vrouwen met kinderen die verwekt zijn door vredeshandhavers. Op dat moment had Sarah al enkele jaren een kapsalon in Goma. Maar door de pandemie gingen de zaken slecht: Christine, toen acht jaar oud, en Denise en Olive, toen zes, moesten van school en het gezin kon nauwelijks de huur betalen of zich zelfs maar één maaltijd per dag veroorloven. Sarah was ook steeds vaker ongerust als ze vredestroepen in de stad zag; telkens als er een blauwhelm langsliep, kwamen er pijnlijke herinneringen boven.

    In 2021 benaderde Sarah de MONUSCO-unit voor Gedrag en Discipline in Goma; ze had gehoord dat die vrouwen hielp die seksueel waren uitgebuit of misbruikt door vredeshandhavers. In dergelijke gevallen is het officieel beleid van de VN om onmiddellijk medische en psychologische zorg, juridische ondersteuning en materiële bijstand te verlenen, ongeacht of er een onderzoek loopt. Soms doet de VN uit de bescheiden middelen van een missie ook een kleine betaling aan slachtoffers, om in dringende behoeften te voorzien of hen in staat te stellen om deel te nemen aan een onderzoek.

    Vaderschapsclaims

    Vermeende kinderen van vredeshandhavers hebben ook recht op deze basissteun. In sommige gevallen dekt een VN-fonds voor slachtoffers van seksuele uitbuiting en misbruik, bedoeld om hulp- en beroepsprogramma’s van de gemeenschap te financieren, de kosten voor onderwijs en schoolmaaltijden. Maar uiteindelijk zal elke substantiële vorm van steun aan kinderen moeten komen van de vader van een kind, of van de regering. De VN kan helpen bij vaderschapsclaims, bijvoorbeeld bij het verkrijgen van DNA om vaderschap te bewijzen, maar kan geen regelmatige toelagen verstrekken aan een vrouw of haar kinderen.

    Veel vrouwen met klachten weten niet precies wat de VN hun formeel wel en niet kan bieden. Bovendien vertelden sommige slachtoffers die ik sprak dat het personeel van Gedrag en Discipline, dat zelf de bevoegdheid heeft om hulp toe te wijzen, niet altijd even meegaand is.

    In juni 2021 werd Sarah uitgenodigd op het hoofdkwartier van MONUSCO voor een formeel gesprek met Gedrag en Discipline. Ze hoopte dat de ambtenaren haar wat geld zouden geven om rond te komen – ze wilde vooral graag het schoolgeld van haar dochters kunnen voldoen – en haar misschien konden helpen de vaders van haar kinderen te vinden.

    Over wat er daarna gebeurde lopen de verhalen van Sarah en de VN uiteen. Volgens Sarah stelde een man bij de receptie zich aan haar voor en vroeg haar niemand te vertellen waarom ze daar was. Vervolgens bracht hij haar naar een noodgebouw, waarna hij weer wegging. Toen ze twee witte soldaten langs het raam zag lopen, werd ze misselijk. ‘Alles begon te draaien toen ik die vredeshandhavers zag,’ vertelt ze. De herinneringen aan wat er gebeurd was kwamen terug.

    Hij zei dat ze naar de gevangenis zou worden gestuurd als ze zou liegen

    Na bijna een uur verscheen er een jonge Congolese man om met Sarah te praten. Ze zaten tegenover elkaar aan een bureau. Sarah herinnert zich dat hij haar vroeg of ze hem de waarheid ging vertellen. En dat hij zei dat ze naar de gevangenis zou worden gestuurd als ze zou liegen. Sarah was doodsbang. Toen ze vertelde wat er met haar was gebeurd – haar eerste, pijnlijke ontmoeting met J, de daaropvolgende relatie, en haar verkrachting door de tweede vredesbewaker – barstte ze in huilen uit. Volgens haar zei de interviewer tegen haar dat de missie niet zou spreken met huilende vrouwen. Halverwege het gesprek voegde de man van de receptie zich bij hen in het noodgebouw en ging achter zijn computer zitten, half luisterend naar Sarahs verhaal en met een schuin oog op het scherm.

    Toen Sarah klaar was met praten, vertelden de twee mannen haar dat ze hun de naam en rang van haar verkrachters moest geven om hulp van de missie te kunnen krijgen. Volgens hen was het VN-beleid om eerst een vaderschapstest af te nemen, voordat ze haar geld konden geven.

    Maar het achterhalen van de namen van de soldaten was een onoverkomelijk obstakel voor Sarah. Ze wist niet hoe de tweede soldaat heette en kende J’s achternaam niet. En, zo vertelde ze, ze zou de tweede soldaat niet eens kunnen herkennen, want zijn gezicht was destijds in duisternis gehuld.

    Vrees

    De twee ondervragers raadden Sarah aan om terug te gaan naar Minova, de stad waar ze door de tweede soldaat was verkracht; mogelijk kon ze daar iemand vinden die hem misschien had gekend. Ook raadden ze haar aan om met Gabriel te praten. Dat was onmogelijk – Sarah had geen idee waar Gabriel zich bevond en geen geld om haar eigen onderzoek te beginnen –, maar, zegt ze, ‘ik stemde met alles in om daar maar weg te kunnen’.

    Geschokt door alles wat haar was gevraagd kon ze die nacht niet slapen. De ondervragers hadden een foto van haar identiteitskaart en haar adres, en ze vreesde dat ze achter haar aan zouden komen. Ze besloot de zaak helemaal te laten vallen. ‘Ik dacht dat ze me zouden helpen,’ vertelt ze later. ‘Ik was diep teleurgesteld.’

    Yewande Odia, hoofd van MONUSCO’s Gedrag en Discipline-units en manager van de mannen die Sarah ondervroegen, betwist haar versie van het gesprek. Volgens haar is de bewering van Sarah dat de hoofdondervrager ‘onsympathiek was, dat hij haar vertelde dat ze naar de gevangenis zou gaan en geen hulp zou krijgen als ze geen andere informatie gaf’ apert onjuist. Odia zegt dat sommige vrouwen na hun aangifte een beroepsopleiding krijgen aangeboden, waaronder naai- en kooklessen, maar Sarah houdt vol dat haar tijdens het interview geen enkele vorm van hulp is aangeboden. De VN-woordvoerder voor vredeshandhaving in New York stelt dat de aanpak die Sarah beschrijft niet in overeenstemming is met het beleid van de organisatie en benadrukt dat slachtoffers ‘centraal staan in onze zorgen en onze respons’.

    MONUSCO-kind

    Het officiële beleid van de VN ten aanzien van vrouwen die zich melden met beschuldigingen van seksueel wangedrag klinkt ruimhartig. Deze vrouwen hebben recht op directe ondersteuning, zelfs als ze geen bewijs hebben van het incident of als ze de identiteit van de dader niet kennen. Wie de dader kan identificeren en kinderen heeft gebaard, kan uiteindelijk in aanmerking komen voor extra steun.

    In de praktijk lijkt de houding tegenover de klagers echter van bureau tot bureau te verschillen. Christine Besong, een hoge functionaris voor de rechten van slachtoffers, die op een ander kantoor in Congo werkte, zegt: ‘Als je me komt vertellen dat dit een MONUSCO-kind is, zal ik je onmiddellijk bijstand verlenen. En ook als de soldaat niet kan worden geïdentificeerd, bieden we toch hulp.’ In verschillende interviews sprak Odia nadrukkelijk over vrouwen die seks tegen vergoeding hebben gehad en die om hulp vragen zonder bewijsmateriaal te hebben. ‘De VN beschouwt seks zonder instemming als verkrachting’, schreef ze in een e-mail. Bij Sarah lijkt het erop dat ‘één geval een relatie met instemming betrof’ (verwijzend naar J) en het andere ‘mogelijk zonder instemming was. Maar alleen een onderzoek kan dat duidelijk maken.’

    Later die zomer kreeg Sarah verschillende telefoontjes van de VN-missie in Goma. Aanvankelijk was ze te bang om op te nemen. Toen ze dat uiteindelijk toch deed, kreeg ze een ander lid van de Gedrag en Discipline-unit aan de lijn. Hij vroeg of ze haar zaak persoonlijk wilde komen bespreken.

    Sarah dacht dat ze elke maand 50 dollar zou krijgen als schoolgeld voor haar kinderen

    Toen ze een afspraak hadden gemaakt, luisterde de man met medeleven naar haar verhaal en vertelde hij Sarah herhaaldelijk hoezeer het hem speet. Hij gaf haar 50 dollar – genoeg voor een paar weken eten – plus wat schriften en schooltassen voor de meisjes en een lap kleurrijke stof die bekendstaat als pagne en die als deken of rok kan worden gebruikt. Toen ze vervolgens langs het noodgebouw liepen waar haar twee eerdere ondervragers werkten, stak de man zijn hoofd naar binnen en vroeg hun hoe het mogelijk was dat ze het verhaal van Sarah hadden aangehoord, maar niets hadden gedaan om te helpen. Sarah zegt dat de man die haar de eerste keer had bedreigd, tegen haar zei dat ze ‘geluk’ had dat ze dit keer geld had gekregen.

    Sarah besefte niet dat de betaling eenmalig was, ze dacht dat ze elke maand 50 dollar zou krijgen als schoolgeld voor haar kinderen. Toen ze vier weken later naar de missie terugkeerde, ‘vertelden ze me dat ze niets meer voor me konden doen’, zegt ze.

    Sarah is niet de enige vrouw die het moeilijk vond om een klacht in te dienen bij de Gedrag en Discipline-unit van Goma. Ik sprak met een andere steungroep voor vrouwen met kinderen van vredeshandhavers, in Mubambiro, een stad bij Goma waar een VN-basis is gevestigd. Alle vijftien vrouwen zeiden dat zij het bureau om hulp hadden gevraagd. Drie vertelden dat ze erin waren geslaagd een eenmalige betaling te krijgen; de anderen zeiden geen hulp te hebben gekregen. ‘Elke keer zeggen ze hetzelfde,’ zegt de moeder van een tweejarig jongetje dat volgens haar door een Zuid-Afrikaanse soldaat werd verwekt. Ze vertelt dat ze de afgelopen twee jaar zestien keer naar het bureau is geweest, maar dat het niets heeft opgeleverd. Volgens haar ‘zeggen ze dat de vaders er niet meer zijn en dat we ze niet moeten lastigvallen. Ze zeggen dat wij opportunisten en profiteurs zijn, die uit zijn op geld.’

    Krap bij kas

    Nadat we de VN hadden benaderd om een reactie op Sarahs zaak, belden medewerkers van de Gedrag en Discipline-unit van Goma haar meer dan twintig keer op. Sarah zegt dat ze haar aanspoorden om naar het kantoor te komen zodat ze haar konden helpen, maar ook dat een ambtenaar haar vertelde dat ze niet meer met journalisten over haar ervaringen mocht praten. Ze blijft bang en voelt zich nog steeds lastiggevallen.

    Het is nu bijna twee jaar geleden dat Sarah de VN om hulp vroeg. Ze zit krap bij kas: opnieuw zijn haar dochters gedwongen van school gegaan en zitten ze vaak dagenlang zonder eten. Nadat Sarah haar huur – 20 dollar per maand voor een huisje van golfplaat – niet meer kon betalen, nam haar hospita de matras in beslag die door de vier gezinsleden werd gedeeld.

    Daarop bracht Sarah haar dochters naar het huis van haar zus in Minova; ze wist dat ze daar goed verzorgd zouden worden. Ze keerde alleen terug naar Goma en logeert nu bij haar andere zus, terwijl ze probeert geld te verdienen met het vlechten van haar in haar oude salon, die nu door een vriend wordt gerund. Het werk is onregelmatig en ze weet niet wanneer ze genoeg geld zal hebben verdiend om haar dochters weer naar school te kunnen sturen.

    Ze zijn eraan gewend om mzungu (‘witte’ in Swahili) genoemd te worden

    Denise en Olive zijn nu ondeugende meisjes van negen; de elfjarige Christine is stil en teruggetrokken. Ze zijn eraan gewend om mzungu (‘witte’ in Swahili) genoemd te worden. Als ze terugkomen in Sarahs dorp, rennen kinderen hun huis uit om de lichte huid van de meisjes aan te raken. ‘Het brengt hen in verlegenheid,’ zegt Sarah. ‘Het zijn kinderen, en ze willen er gewoon bij horen.’ Vooral Christine heeft het er lastig mee. Op een middag, toen ze nog naar school ging, kwam ze in tranen thuis omdat haar klasgenoten haar de klas uit hadden gewerkt nadat ze bij geschiedenis hadden geleerd hoe Congolese leiders hun witte Belgische onderdrukkers uit het land hadden verdreven.

    Sarah probeert haar meisjes te troosten, maar heeft moeite met het beantwoorden van hun vragen over de identiteit van hun vader. ‘Ik vertel ze dat hun vader Jezus Christus is,’ biecht ze op, terwijl ze ongemakkelijk giechelt. Uiteindelijk is ze van plan alle drie de meisjes de halve waarheid te vertellen: dat ze zijn verwekt door soldaten die naar hun land van herkomst moesten terugkeren. Het belangrijkste voor haar is nu om genoeg geld te verdienen om hen te kunnen onderhouden. ‘Mijn kinderen moeten studeren,’ zegt ze. ‘Mijn ouders hebben niet gestudeerd en ik moest vroegtijdig van school. Ik wil niet dat zij net zo’n leven krijgen als ik.’

  • Deze Brusselse theatermaker wil af van het beeld van Molenbeek als broeinest van terreur

    Deze Brusselse theatermaker wil af van het beeld van Molenbeek als broeinest van terreur

    Het Brusselse stadsdeel Molenbeek wordt beschouwd als een parallelle islamitische samenleving, vol jeugdwerkloosheid, drugs en criminaliteit. Maar de Molenbekenaars zijn niet allemaal aanslagplegers en willen het ook graag eens over iets anders hebben. Theatermaker Ben Hamidou geeft hun een stem.

    Othello hoeft niet te doden. Othello heeft de keuze. Hij is aan relatietherapie begonnen, samen met zijn geliefde Desdemona, om zijn jaloezie onder controle te krijgen. In lange discussies met vrienden en bekenden heeft hij geleerd om zijn rol in het stuk te bevragen: is hij, als zwarte man in een witte samenleving, voorbestemd om te doden? Hij kan nu zelfs van gender wisselen. En zo houdt hij Desdemona aan het einde weliswaar bevend van jaloezie en haat met beide handen bij haar keel vast, het lukt hem op het laatste moment toch om haar los te laten. Applaus, bravo’s, algemene ontroering in de theaterzaal. Ben Hamidou staat applaudiserend naast het podium, terzijde, en toch in het middelpunt. Hij straalt.

    In het kort

    • Theatermaker Ben Hamidou is opgegroeid in Molenbeek. Elk jaar ontwikkelt hij daar met amateurs een nieuw theaterproject.

    • Volgens schattingen heeft ongeveer de helft van de mensen in Molenbeek Marokkaanse wortels.

    • De Marokkaanse gemeenschap wordt buitengesloten. ‘Dat hakt erin. Zo ontstaat haat.’

    Ben Hamidou is zesenvijftig jaar, film- en tv-acteur, komediant, theatermaker, opgegroeid in Molenbeek. Hij heeft het stuk ingestudeerd met een stuk of twaalf jonge vrouwen en mannen uit de wijk. Het heet ‘À peu près Othello d’ à peu près Shakespeare’, ‘Ongeveer Othello, van ongeveer Shakespeare’, en is vooral gericht tegen racisme en femicide. Hamidous hele artistieke carrière is geworteld in Molenbeek. Elk jaar ontwikkelt hij daar met amateurs een nieuw theaterproject. Door de pandemie hebben de repetities voor de uitvoering van Othello vertraging opgelopen; twee jaar lang hebben ze eraan gewerkt. Nu gunt hij het slotapplaus aan de jongelui. Iedereen op de volle tribune in het sociaal-cultureel centrum van Molenbeek – ouders, grootouders, broers en zusters, bekenden, mensen uit de wijk – is ontroerd en ook hij vindt het moeilijk om het droog te houden. Pas helemaal op het laatst komt Hamidou het toneel op en voegt zich bij Anass, Matteo, Lina, Jawad, Jeremy, Steve, Julie, Maya, Jihan en de anderen. Het is een jong, divers gezelschap waarvoor hier geapplaudisseerd wordt: zwart en wit en alle tinten daartussenin, typisch Molenbeek met zijn 100.000 inwoners en honderden nationaliteiten. Samen buigen ze voor het laatste open doekje, met achter hen het omgewoelde huwelijksbed van Othello en Desdemona, een liefdesnest, niet bevlekt door dodelijk geweld.

    Zo mooi kan het zijn in ‘Molem’, zoals ze hun wijk hier noemen. Maar ook heel anders.

    In België wordt Molenbeek gebruikt als een politiek begrip, het Brusselse stadsdeel wordt door velen beschouwd als een parallelle islamitische samenleving, vol jeugdwerkloosheid, drugs en criminaliteit. Toen Marokko tijdens het WK voetbal won van België trokken jonge moslims de binnenstad in en schopten rellen. Er brandden auto’s, ruiten van politie- en brandweerauto’s gingen aan diggelen, straatmeubilair werd vernield. Zulke uitbarstingen van haat tegen de Belgische samenleving en van vernielzucht maakt Brussel keer op keer mee. En hoewel de woedende jongeren niets te maken hebben met islamistische terroristen, roepen ze toch herinneringen op aan Molenbeeks donkerste momenten.

    Broeinest van terreur

    Sinds een paar weken loopt het proces over de terreuraanslagen van 22 maart 2016 in Brussel. Er kwamen toen 32 mensen om het leven. De aanslag werd gepleegd door dezelfde terreurcel die op 13 november 2015 in Parijs toesloeg. In de beklaagdenbank zitten mannen als Salah Abdeslam en Mohamed Abrini, opgegroeid in Molenbeek, tot het laatst toe geholpen door vrienden uit Molenbeek. De krantenkoppen over Molenbeek als broeinest van terreur gingen de wereld over. De inwoners werden heen en weer geslingerd tussen schuldgevoel en koppigheid. Hoe meer ze van Molem houden, hoe meer ze er ook onder lijden.

    Nee, zegt Ben Hamidou als hij ons uitnodigt een rondgang door Molenbeek te maken, hij gaat het niet over terrorisme hebben. Hij wil de mooie kanten van de wijk laten zien. Op het eerste gezicht wekt die de indruk een buurt in Rabat te zijn: mannen in theehuizen, gesluierde vrouwen op de markt, de koran in de etalages van boekhandels. Maar ook studenten bepalen het beeld; zij vinden hier betaalbare woonruimte. Toch verrijzen op de braakliggende industrieterreinen langs het kanaal al luxewoningen; de laatste tijd klinken er protesten tegen gentrificatie.

    Voor hem als kind was het je reinste paradijs, zegt Ben Hamidou, terwijl hij midden in de winkelstraat Chaussée de Gand, tussen supermarkt Tanger en bakkerij Hassan een keer om zijn as draait. Het is zijn podium.

    Hij kwam halverwege de jaren zestig met zijn familie naar hier. België wierf arbeidskrachten in Noord-Afrika. Zijn ouders zijn van Marokkaanse origine, maar woonden in Algerije. Ze spraken vloeiend Frans. Zulke mensen wilden ze graag hebben, vooral in Molenbeek, dat indertijd het centrum was van de industriële bloei in België. De wijk ligt langs het kanaal van Brussel. Vanuit het zuiden, uit Wallonië, werden via het kanaal kolen aangevoerd; richting Noordzee vonden de waren hun weg naar de wereld. Ben Hamidou loopt nu La Fonderie binnen. Deze voormalige gieterij is het symbool van Molenbeeks bloeitijd, en is inmiddels omgetoverd tot een industriemuseum. Hier vind je Sultan de leeuw, een pleisteren gietmodel voor de vervaardiging van een bronzen beeld – mogelijk het beroemdste exportproduct uit Molenbeek. 

    Berberleeuw

    Hij is gemaakt naar voorbeeld van een berberleeuw die aan het begin van de negentiende eeuw de bezoekers van de dierentuin in de Bronx fascineerde. Daar siert het bronzen beeld tot op heden de toegangspoort, samen met twintig andere dierenbeelden die in Molenbeek werden gegoten. Ook de jonge Lincoln begon als bronzen beeld in Molenbeek zijn reis naar de VS.  Zelfs de Belgische koning Leopold II ligt als model nog ergens in het bakstenen gebouw. Hij ging de geschiedenis in als schepper van het moderne België – en als een meedogenloze kolonialist, wiens honger naar rubber en ivoor volgens schattingen van historici 10 miljoen mensen het leven  heeft gekost.  

    Ben Hamidou was als kind al bekend in Molenbeek, als begeleider van zijn grootmoeder, een getatoeëerde Berbervrouw. Ze werd ‘Geronimo’ genoemd omdat ze eruitzag als een Apache-krijger. ‘Stel je voor,’ zegt Hamidou, ‘je bent tien jaar oud en loopt met Geronimo over het schoolplein.’ Wat kon hij anders worden dan een podiumbeest?

    Een paar jongemannen hebben met hun krankzinnige daden een hele wijk een slechte naam bezorgd

    Hamidou heeft een monument voor zijn grootmoeder opgericht in de vorm van het soloprogramma Sainte Fatima van Molem, dat hij voor het eerst opvoerde in 2010 in Molenbeek. Daarin schetst hij het beeld van een immigrantengemeenschap die met grote nieuwsgierigheid en de beste bedoelingen toenadering zoekt tot de Belgische samenleving. Hamidou werd ervoor geprezen in Molenbeek.

    Ben Hamidou YouTube
    Film- en tv-acteur, komediant, theatermaker Ben Hamidou. – © YouTube

    In 2016, een paar maanden na de aanslagen in Parijs en Brussel, werd Hamidou in Molenbeek ineens geboycot. Met een collega bracht hij Les enfants de Dom Juan, de kinderen van Don Juan, op de planken. Hamidou, de voorbeeldige Belgische moslim, maakt zich vertrouwd met de ongelovige losbol Don Juan. Het is een kleine liefdesgeschiedenis, een voorzichtige provocatie voor de moslimgemeente en hun waarden. Maar in Molenbeek werden affiches verscheurd en uitvoeringen afgelast wegens gebrek aan belangstelling. Na de aanslagen betreurde Hamidou het ‘communitarisme’ in Molenbeek, de terugtrekking van de moslimgemeenschap in zichzelf en in haar religie. Molenbeek zou een ghetto zijn geworden. Hij noemde de situatie een ‘catastrofe’.

    Nee, zegt Ben Hamidou dus nog eens, geen woord over terrorisme, wat zou hij ook moeten zeggen, behalve dat een paar jongemannen met hun krankzinnige daden een hele wijk een slechte naam hebben bezorgd. De gemeenschap is nog steeds getraumatiseerd door de storm in de media, die toen op iedere straathoek een jihadist vermoedden. Nog steeds wordt iedereen die op straat een camera tevoorschijn haalt om een foto te maken wantrouwig bekeken. Hamidou wil in geen geval als kroongetuige tegen zijn wijk optreden. Hij wil zijn kunst laten spreken. Ooit, zegt hij, heeft hij getrouwde moslimvrouwen samen laten optreden in een stuk, dat was een heel bijzonder avontuur geweest, vooral voor hun echtgenoten.

    Horrorverhaal

    Maar natuurlijk is het onmogelijk om bij een rondgang door Molenbeek niet te praten over terrorisme. Op het Place communale, het plein voor het gemeentehuis, sta je midden in het horrorverhaal. ‘Daar,’ wijst Ben Hamidou, ‘is Salah Abdeslam opgegroeid.’

    Salahs broer Brahim blies zich op 13 november 2015 namens de Islamitische Staat op bij de aanslagen in Parijs. Salah besloot op het laatste moment anders. Hij vluchtte terug naar Brussel. In de Vierwindenstraat, slechts een paar honderd meter van zijn ouderlijk huis, werd hij op 18 maart 2016 door de politie opgepakt in een kelder waar hij zich verstopte. Ben Hamidou herinnert zich die middag nog goed. Hij voerde in de buurt een stuk op met een theatergroep. Ze schrokken allemaal toen er schoten vielen.

    14119424629 1c9f5e3830 o kopie 2
    Molenbeek is meer dan alleen het proces over de aanslagen. – © Flickr

    Vier dagen later stierven er in Brussel 32 mensen bij zelfmoordaanslagen in het metrostation Maalbeek en op de luchthaven Zaventem. Salah Abdeslam had meegewerkt aan de voorbereiding daarvan. Daarom zit hij, terug uit Parijs, waar hij al tot levenslang werd veroordeeld, nu in Brussel in de beklaagdenbank. Naast hem zit zijn schoolvriend Mohamed Abrini, die opgroeide in de Graaf van Vlaanderenstraat, hier om de hoek. Hij zou zich op de luchthaven opblazen, maar maakte rechtsomkeert.

    Veel van hun strijdmakkers uit Molenbeek zitten in de gevangenis, velen zijn omgekomen. Bijvoorbeeld Abdelhamid Abaaoud, die als IS-strijder in Syrië gedode vijanden met een jeep door de woestijn sleepte. Op 13 november 2015 ging hij in Parijs met een kalasjnikov op mensenjacht en blies zich enkele dagen later op na een vuurgevecht met de politie. Zijn ouderlijk huis staat op vijf minuten lopen van het gemeenteplein, in de Darimonstraat.

    Het trauma zal niet zo snel verdwijnen uit Molenbeek. Trauma’s moeten benoemd worden

    Het waren maar een paar mannen, het is meer dan zes jaar geleden, en velen vragen zich hier af: wat heeft dat nog met ons te maken? Natuurlijk willen veel mensen de gebeurtenissen verdringen en vergeten. Maar het trauma zal niet zo snel verdwijnen uit Molenbeek. Trauma’s moeten benoemd worden.

    Een van de tweeëndertig slachtoffers van 22 maart 2016 in Brussel heette Loubna Lafquiri.  Zij was 34 jaar oud en woonde in Molenbeek. Haar echtgenoot Mohamed El Bachiri groeide op in Molenbeek en woont hier nog steeds. Als hem naar zijn identiteit gevraagd wordt, zegt hij: ‘Ik ben een product van Molenbeek.’

    Halfuur te laat

    El Bachiri, 42 jaar, heeft als ontmoetingsplek een café voorgesteld aan het kanaal dat het toeristische centrum van Brussel van Molenbeek scheidt. Hij komt een halfuur te laat. Een kaal voorhoofd, zorgvuldig getrimde baard, witte coltrui. Een uiterst vriendelijke man. Hij verontschuldigt zich: hij moest nog met een lerares spreken, zijn middelste zoon zorgt voor problemen op school. Hij heeft drie zonen, van zestien, veertien en acht jaar oud. Sinds 22 maart 2016 voedt hij ze alleen op. El Bachiri werkte toen als metrobestuurder. Die dag had hij vrij en was thuis. Zijn echtgenote Loubna Lafquiri, een gymlerares, was met de metro onderweg naar haar werk. Ze stond vlak naast de zelfmoordterrorist. Duizenden mensen kwamen naar de rouwplechtigheid, Loubna Lafquiri was bekend als een moderne moslima en pedagoge die jonge vrouwen wilde helpen een zelfstandig leven te leiden. 

    Mohamed El Bachiri heeft een boek geschreven over de tragedie van zijn leven: Jihad van liefde. Er werden ruim honderdduizend exemplaren van verkocht en het werd in 2019 onderscheiden met de Konstanzer Konzilspreis. Hij heeft zijn woede in liefde veranderd, zegt hij, en er is veel wat hij de verdachten uit het boek zou kunnen voorlezen. Vooral dat haat niet thuishoort in de religie. Hij zou als civiele partij als getuige kunnen optreden, maar dat durft hij niet. 

    Slachtoffers en hun nabestaanden spelen slechts bijrollen in het terreurproces

    Wat er tot dusver in het proces is gebeurd, ervaart hij als theater. De verdachten en hun advocaten hebben voor elkaar gekregen dat de rechtszaal werd verbouwd omdat ze niet in aparte cabines geplaatst wilden worden. Abdeslam en Abrini klagen over het isolement in de gevangenis, over vermeende onmenselijke behandeling bij het transport naar de rechtbank. Ze weigeren verklaringen af te leggen. Tot dusver spelen de slachtoffers en hun nabestaanden slechts bijrollen in het terreurproces.

    In een vitrine voor de balie waarachter de rechters zitten, liggen bewijsmiddelen. Een geweer, een pistool, spuiten die gebruikt werden voor het mengen van de springstof, spijkers en schroeven die door de springstof gemengd werden. De afgerukte handgreep van een bagagekar. Het gedeukte blik van een metrostel.

    Lang merkte men weinig van de verschrikking van de misdaden in deze rechtszaal, die eruitziet als een grote kantoorruimte. Dat veranderde pas toen de officieren van justitie de aanklachten voorlazen en de 32 overleden slachtoffers bij name noemden.

    Loubna Lafquiri, in stukken gereten in het metrostation Maalbeek. Zij was het enige moslimslachtoffer. Haar moeder zat in de rechtszaal toen haar naam werd genoemd.  Daarna heeft ze vier dagen lang gehuild, zegt Mohamed El Bachiri, haar schoonzoon.

    Dat wil hij zichzelf niet aandoen. Hij heeft zijn energie nodig voor zijn kinderen en zijn werk, dat vooral met Molenbeek te maken heeft. Hij houdt voordrachten op scholen en in kerken om te strijden tegen de haat die mensenlevens verwoest.

    Stigmatiseren

    Meteen na de aanslag wilde hij met de kinderen alleen maar weg uit Molenbeek, naar Marokko, het vaderland van zijn ouders. Toch is hij gebleven. ‘Het is mijn gemeenschap, waar ik van houd. Ze mogen niet iedereen stigmatiseren vanwege een paar criminelen,’ zegt hij. Niemand uit de familie van de daders heeft zich bij hem verontschuldigd. ‘Veel mensen schamen zich, ze verstoppen zich,’ zegt hij. ‘Op een andere manier dan ik zijn ook zij slachtoffers van deze daden.’ Maar een jongeman die van Molenbeek naar Syrië was afgereisd om voor IS te vechten, heeft zich wel verontschuldigd. Hij dacht dat hij voor het goede vocht, maar hij had zich vergist.

    Om te verklaren wat er in Molenbeek misgegaan is, vertelt Mohamed El Bachiri het verhaal van zijn jeugd. Dat gaat niet over een hoopvolle generatie migranten zoals die van Ben Hamidou, maar over de industriële neergang die leidde tot werkeloosheid, hopeloosheid en criminaliteit.

    Wie de postcode van het stadsdeel in zijn identiteitsbewijs heeft staan, had het altijd al moeilijk

    Toen hij begon uit te gaan met meisjes van buiten Molenbeek, stelde hij zich aan hun ouders altijd voor als een Siciliaan. Hij noemde zich Antonio en zei dat hij in het stadsdeel Jette woonde. Mohamed, een Marokkaanse moslim uit Molenbeek: dat was niet te verkopen aan potentiële schoonouders. Het was ook onmogelijk om met zijn identiteitsbewijs buiten de grenzen van de wijk een disco binnen te komen. Zodra de portiers het postcodenummer 1080 zagen, zeiden ze dat het hun speet, maar dat de baas geen jongelui uit Molenbeek in zijn zaak wilde hebben. 1080, dat was toen al een code voor vechtersbazen en dieven. 

    YOUTUBEMohamed El Bachiri
    Mohamed El Bachiri werd in 2018 weggepest van de kieslijst voor de gemeenteraad. – © YouTube

    Als men dus nu de moslimgemeenschap in Molenbeek verwijt dat ze zichzelf geïsoleerd heeft, dan was dat een ‘opgedrongen communitarisme’, zegt Mohamed El Bachiri. Hij en zijn vrienden voelden zich buitengesloten. ‘Dat hakt erin. Zo ontstaat haat.’

    Monsters

    Het is verre van hem om deze haat te accepteren als verklaring van en rechtvaardiging voor de weg naar de militante islam en het terrorisme. Hij noemt de mensen die zijn vrouw hebben gedood monsters. Maar hij ziet deze haat van het merkteken 1080 nu ook weer bij de jongeren die de straat op gaan om te rellen als Marokko van België wint. Er zijn nu meer maatschappelijk werkers in Molenbeek, de staat houdt de moskeeën strenger in de gaten, maar de jeugdwerkloosheid ligt nog altijd op 30 procent. ‘De jongeren voelen zich niet Belgisch,’ zegt Mohamed El Bachiri, ‘ze voelen zich hier niet thuis. Als dit probleem niet wordt opgelost, riskeert men steeds weer nieuwe drama’s.’

    En ja, ook hij was vurig voor Marokko tijdens de WK-wedstrijd tegen België, zegt hij. ‘Het Marokkaanse deel van mijn identiteit wordt normaal gesproken niet gewaardeerd.’ 

    Mohamed El Bachiri zou bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2018 op de kieslijst staan van de liberale burgemeesterskandidaat, maar hij werd weggepest door het establishment van de partij, zegt hij.

    Er zijn schattingen volgens welke ongeveer de helft van de mensen in Molenbeek Marokkaanse wortels heeft, maar nog nooit heeft iemand van hen het in de gemeente voor het zeggen gehad. De vrouwelijke burgemeester is de socialiste Catherine Moureaux. Zij heeft het ambt overgenomen van haar vader Philippe, die door velen nu nog verantwoordelijk gehouden wordt voor het drama in Molenbeek. Hij zou te weinig nadruk gelegd hebben op het belang van integratie, waardoor de islamgemeenschap zichzelf isoleerde onder het mom van multiculturaliteit. ‘Als ik door Molenbeek rijd, heb ik niet het gevoel in België te zijn,’ zei een Vlaamse socialist onlangs.

    Ik zit nog heel lang met Mohamed El Bachiri te praten. Hij heeft een bijna kinderlijk plezier in discussiëren en filosoferen. Na de voordelen van de klassiek-Griekse politiek en de dwaalwegen van het salafisme komen we ten slotte nog te spreken over de Franse laïcité. Een gevaarlijk dogma, vindt hij, dat moslims wil dwingen tot assimilatie. De spotprent van de profeet met een bom op zijn hoofd in het satirisch tijdschrift Charlie Hebdo was volgens hem ‘aanzetten tot haat’, wat natuurlijk geen rechtvaardiging van het geweld is. Twee van de door de jihadisten gedode tekenaars, Charb en Cabu, waren in zijn jeugd zijn helden. ‘Ook zij,’ zegt hij, ‘zijn voor niets gestorven.’

    Dan neemt Mohamed El Bachiri afscheid. Hij gaat via de brug over het kanaal terug naar Molenbeek, zijn thuis, naar zijn drie zonen, uit wier leven hij de haat wil weren. De jongste, heeft hij verteld, houdt van toneel-spelen. Misschien zal hij ooit bij Ben Hamidou terechtkomen, op het podium van het sociaal-cultureel centrum in Molenbeek, met zijn moeder in zijn hart en de rest van de familie in het publiek. Op die magische plek, waar zelfs Othello een keus heeft.

  • Controverse: ‘Peru moet zijn socialistische waandenkbeelden laten varen’

    Controverse: ‘Peru moet zijn socialistische waandenkbeelden laten varen’

    Al maanden wordt er heftig geprotesteerd in Peru. Nadat president Pedro Castillo werd afgezet en in de gevangenis werd gegooid omdat hij probeerde het parlement buitenspel te zetten, claimen zijn aanhangers dat er sprake is van een staatsgreep door de rechtse elite. Wat moet er gebeuren om de rust te doen wederkeren in het Zuid-Amerikaanse land?

    Volgens Mario Vargas Llosa, de beroemde Peruaanse schrijver die in 2010 de Nobelprijs voor de Literatuur won, ligt het probleem bij de politieke ideologie van Castillo. De inmiddels opgesloten president is lid van de Marxistische partij in Peru en wilde grote sociale hervormingen doorvoeren in Peru. ‘Socialistische waandenkbeelden’, aldus Vargas Llosa, die zowel Peru als andere Zuid-Amerikaanse landen moeten vergeten.

    De Franse schrijver Éric Vuillard ziet het anders. Allereerst moet de repressie door de ordetroepen, aangestuurd door interim-president Dina Boluarte, gestopt worden. Castillo moet worden vrijgelaten, zelfs als hij ongrondwettelijke dingen heeft gedaan, en het zeer impopulaire Congres moet worden ontbonden. Nieuwe verkiezingen zijn de uitkomst, zegt Vuillard, om niet in een spiraal van geweld terecht te komen.

    Lees hieronder hun betogen:

    Het uur van de waarheid

    Laten we hopen dat de Peruanen bij de volgende verkiezingen een betere keuze maken. Niet alleen Peru, maar alle ontwikkelingslanden moeten hun socialistische waandenkbeelden laten varen.

    Kortgeleden las ik een artikel in de Miami Herald waarin Andrés Oppenheimer de spijker op zijn kop slaat als het gaat over de situatie in Peru. Hij onthult daarin dat de verkozen presidenten van Mexico, Argentinië, Bolivia, Chili, Honduras en Colombia samen een klein complot vormen met de bedoeling een staatsgreep te plegen om zo een eind te maken aan de democratie van Peru. Uiteraard zijn Cuba, Venezuela en Nicaragua ook bij deze samenzwering betrokken, maar dat zijn geen ‘democratieën’, vooral Cuba niet, het eiland waar vrije verkiezingen al meer dan zestig jaar verboden zijn. Daarom kunnen we deze drie landen niet in deze statistiek opnemen.

    Hoe zit het nou precies met de situatie in Peru? Heel simpel. Pedro Castillo, de president die door het Peruaanse volk verkozen is, hield op 7 december een ‘toespraak’ op nationale radio en televisie, waarin hij aangaf een staatsgreep te willen plegen. De toespraak was een kopie van die van Alberto Fujimori van dertig jaar terug. In de toespraak, die door miljoenen Peruanen werd aangehoord, zei het staatshoofd toentertijd dat hij alle parlementariërs naar huis stuurde en kondigde hij verkiezingen aan om het Congres te vervangen door een parlementaire vergadering, iets wat volgens de wetten van Peru abnormaal en illegaal is. Ook verklaarde hij dat het Openbaar Ministerie en de rechterlijke macht ‘gereorganiseerd’ zouden worden (dat wil zeggen, hij ontbond ze).

    Laten we hopen dat de Peruanen bij de volgende verkiezingen een betere keuze maken

    Het Congres hield een spoedberaad en zette de president af, die onmiddellijk daarop door zijn erewacht aan de politie werd uitgeleverd, in plaats dat hij naar de ambassade van Mexico gebracht werd, waar president Andres Manuel López Obrador hem asiel had aangeboden. Sindsdien zit Pedro Castillo op gerechtelijk bevel gevangen, in afwachting van zijn vonnis, vanwege het misdrijf dat hij een poging deed tot een staatsgreep. De militaire strijdkrachten van Peru hebben daartegen opgetreden overeenkomstig de grondwet en de wetten en zijn daarbij dus binnen de wettelijke kaders gebleven.

    Als plaatsvervanger van de president heeft het parlement de vicepresident Dina Boluarte benoemd, die lid is van dezelfde partij als president Castillo en bij meerdere gelegenheden verklaard heeft dat ze een ‘leninistische marxist’ is. Zij heeft voorgesteld om binnen een jaar verkiezingen te houden, en het Congres heeft de vervroeging van de verkiezingen in eerste instantie reeds goedgekeurd, wat in geen enkel opzicht indruist tegen de grondwet. Binnen iets meer dan twaalf maanden zullen de Peruanen dus een staatshoofd hebben dat verkozen is op een manier die geheel in lijn is met de wet.

    En hier beginnen de ‘verkozen presidenten’ van de buurlanden Mexico, Argentinië, Colombia, Chili, Bolivia en Honduras hun gal te spuwen. Volgens hen was president Castillo helemaal niet van plan om een staatsgreep te plegen en is het de schuld van de ‘rechtse’ partijen met heel die samenzwering van hen dat hij nu gevangen is genomen. Waar halen die presidenten dit absurde en krankzinnige idee vandaan? Geen idee, maar de beschuldiging ligt er en is naar het schijnt verzonnen door het Mexicaanse staatshoofd López Obrador, die het gezin van Castillo naar zijn land heeft overgebracht en onophoudelijk dit soort lasterpraatjes verkondigt. Het is bedroevend dat meerdere landen geloof hechten aan dit verzinsel, namelijk dat president Castillo het slachtoffer zou zijn van de intriges van de rechtse partijen van Peru.

    Waar halen die presidenten dit absurde en krankzinnige idee vandaan?

    Datzelfde waandenkbeeld heeft postgevat onder bepaalde extreemlinkse groeperingen in Peru, die steden en luchthavens aanvallen en daarbij een politieagent levend verbrand hebben en confrontaties hebben uitgelokt met de ordehandhavers, waarbij tot nu toe al bijna zestig doden zijn gevallen. De president Dina Boluarte heeft aangekondigd dat de gerechtelijke instanties al deze sterfgevallen zullen onderzoeken om de verantwoordelijken voor het gerecht te slepen, en ondertussen eist de algemene opinie dat ze het onderzoek zo gauw mogelijk uitvoeren. De president, die van haar stuk is gebracht door de uitspraken van haar vroegere medestanders, zal voor nu al wel afstand genomen hebben van hun ideologische opvattingen.

    Het is onzinnig om te stellen dat de rechterflank heel deze schijnvertoning op touw heeft gezet om af te rekenen met Pedro Castillo. Alle Peruanen hebben de toespraak gehoord waarin Castillo zich uitzonderlijke bevoegdheden aanmatigde en de parlementariërs, openbare aanklagers en rechters naar huis stuurde. Het enige wat voor hem verkeerd uitpakte was dat de soldaten hem niet steunden en dat zijn erewacht hem aan de politie uitleverde in plaats van hem naar de ambassade van Mexico te brengen.

    Waar komt dat achterlijke waandenkbeeld vandaan dat Pedro Castillo ‘ontvoerd’ is door de rechtse partijen?

    Dit is min of meer de stellingname van Andrés Oppenheimer die hij na diepgaand onderzoek in de Miami Herald onthulde en die miljoenen Peruanen zonder enig bezwaar zullen onderschrijven. Binnen een jaar zullen er verkiezingen worden gehouden en zullen de Peruanen een nieuwe president hebben, in lijn met de wetten en de constitutie. Het is geloof ik de eerste keer in de nationale geschiedenis dat het leger zich aan de wet gehouden heeft.

    Waar komt dat achterlijke waandenkbeeld vandaan dat Pedro Castillo ‘ontvoerd’ is door de rechtse partijen? López Obrador, het staatshoofd van Mexico, heeft uit woede, niemand weet waarom, samen met de president van Colombia heel deze onzin verzonnen die de bevolking en de regering van Peru uit alle macht van de hand wijzen. Meneer López Obrador kan zich beter bezighouden met de problemen in Mexico, waar moordpartijen aan de orde van de dag zijn.

    De Peruanen betreuren het dat de jonge president van Chili, Gabriel Boric, het oor leent aan deze farce en de belachelijke beschuldigingen van López Obrador steunt, die zegt dat de val van Pedro Castillo het werk is ‘van de rechtervleugel van Peru’. Tot nu toe was hij erg voorzichtig te werk gegaan en had hij de wet nauw in acht genomen. Terwijl Gustavo Petro van Colombia zijn welbekende leugens verkondigde, hield Boric zich tactvol afzijdig, maar die afzijdigheid heeft hij nu doorbroken. Wat heeft hem op andere gedachten gebracht? Dit is een beklagenswaardige daad die het Peruaanse volk altijd bij zal blijven.

    De waarheid is dat weinig Peruanen wakker zullen liggen van de val van president Pedro Castillo. Sinds zijn verkiezing hebben de blunders van deze man, die de meest fundamentele kwesties in Peru negeerde, in verschillende sectoren van de maatschappij geleid tot verontwaardiging en woede. Een van zijn barbaarse acties was dat hij een eind wilde maken aan de mijnbouw om het nationale leefgebied in de kijker te zetten. De stumperd snapte niet dat Peru niet zonder de mijnbouw kan als het ooit een efficiënt land wil worden en op het lijstje met de meest welvarende landen ter wereld wil komen. Dit geeft al min of meer een indruk van de intellectuele kwaliteiten van de man die door de Peruanen verkozen is tot hoofd van de staat, een beslissing die tot een conflict geleid heeft. Bij zo’n 70 procent van de bevolking was hij al in ongenade gevallen, en die schrikbarende cijfers zouden nog oplopen.

    Als gevolg van de poging van Castillo tot een staatsgreep is de krankzinnige verkiezingsuitslag waardoor hij in het regeringspaleis terechtgekomen is, teruggedraaid. Daarom geloof ik vast en zeker dat het niet genoeg is dat er ‘vrije verkiezingen’ worden gehouden in ontwikkelingslanden, maar stemgerechtigden moeten ook een goede keuze maken, oftewel de keuze voor democratie en vooruitgang.

    In Latijns-Amerika hebben we het voorbeeld van Venezuela gezien; erger kan niet

    Als ze namelijk een verkeerde keuze maken, bijvoorbeeld door op een dictator te stemmen die alles in zijn eigen zak steekt en geen moeite doet om de lagen in de samenleving naar een hoger niveau te tillen, zal de situatie verergeren, met het gevolg dat honderden of duizenden gezinnen aan hun lot worden overgelaten. Laten we hopen dat de Peruanen bij de volgende verkiezingen een betere keuze maken dan de vorige keer.

    Niet alleen Peru heeft met dit probleem te kampen, maar ook heel Latijns-Amerika en de ontwikkelingslanden in het algemeen. Het verbazingwekkende is dat landen in deze tijd ervoor kunnen kiezen om arm of welvarend te zijn. Daarom moeten ontwikkelingslanden echt afscheid nemen van socialistische waandenkbeelden. Waar heeft het socialisme gezegevierd? In Latijns-Amerika hebben we het voorbeeld van Venezuela gezien; erger kan niet. Of neem Cuba, de situatie daar is toch dramatisch?

    Zestig jaar geleden was ik net als vele anderen enthousiast over de Cubaanse revolutie. Sindsdien is het met het land van kwaad tot erger gegaan en miljoenen Cubanen zwerven op dit moment door de wereld op zoek naar werk in een poging invulling te geven aan hun leven, omdat hun eigen land ze geen werk of hoop te bieden heeft. Dat is toch triest? Ik hoop dat de mensen in Latijns-Amerika dit bij de volgende stembusgang in hun achterhoofd houden.

    Mario Vargass Llosa – El País


    De noodkreet van de Peruanen

    De Peruanen die de straat opgaan, hebben laten zien dat ze zich ervan bewust zijn dat ze overheerst en uitgebuit worden door een hebzuchtige en corrupte elite. Om het geweld te stoppen, moet er een eind komen aan de repressie, moet president Castillo worden bevrijd en moeten er nieuwe verkiezingen komen.

    Het begint allemaal met een indrukwekkende sliert politieagenten. Een inheemse vrouw vaart tegen ze uit: ‘Ik studeer niet, maar ik weet heus wel dat…’ Haar stem klinkt hees, ze maakt hartstochtelijke, koortsachtige gebaren. Ze heeft wat te zeggen. Al twee maanden lang hebben arme boeren, straatventers, kleine ambachtslieden, het stadse en plattelandse proletariaat, alle mensen die in Peru meestal onder de noemer ‘vreedzame Peruanen’ geschaard worden, wat te zeggen. En al twee maanden lang worden ze in elkaar geslagen, opgesloten en neergeschoten. Dit kan zo niet langer.

    Om het geweld te stoppen, moet er een eind komen aan de repressie

    In een korte video die ik van een Peruaanse vriend kreeg doorgestuurd, is te zien hoe de inheemse vrouw tegen de agenten tekeergaat met een moed en overtuiging waar je alleen maar het diepste respect voor kunt hebben. Er is heel wat intelligentie en pijn voor nodig om een dergelijke mate van vastberadenheid en karakter te bereiken. Tegen de achtergrond van de vijftig doden die er gevallen zijn [inmiddels zijn er negenenzestig dodelijke slachtoffers] en de troosteloze situatie waar de Peruaanse middenklasse, ofwel de overgrote meerderheid van het land, in zit, moeten de aanhoudende demonstraties en blokkades gezien worden als een concrete aanwijzing voor datgene wat ze ook wel ‘bewustzijn’ noemen.

    Hoe vervelend het ook is voor die twee jongens in de video die onverschillig met een blikje bier in de hand tussen de rij politieagenten en de inheemse vrouw door lopen, de bevolking van Peru heeft bewustzijn. Bewustzijn van hun concrete situatie, van de overheersing waar ze al sinds het kolonialisme onder gebukt gaan, van het feit dat ze uitgebuit worden door een hebzuchtige en corrupte elite.

    Castillo is de eerste mesties in de nationale geschiedenis die president werd

    De twee jongens lopen onbekommerd langs. Een van hen, degene met de korte broek aan, de brutaalste van het stel, glimlacht naar de agenten en roept: ‘Knal haar neer, slome drol.’ Dit grapje was bedoeld voor de politie-eenheden die sinds het begin van de protesten al meer dan vijftig mensen hebben gedood en past binnen het kader dat honderdvijftig jaar geleden voor eens en altijd werd vastgesteld. Het is dus geen grap. Het is een begrip om de klasse mee aan te duiden. Peru is geen democratie.

    Castillo is de eerste mesties in de nationale geschiedenis die president werd, en de keuze voor hem als president is de mensen duur komen te staan. Dat bleek overduidelijk toen er onlangs corrupte zaakjes van hem aan het licht kwamen. Castillo heeft niet alleen te lijden gehad van de systematische tegenwerking door een parlement dat in handen is van de rechterflank, maar is ook voortdurend het mikpunt geweest van de wraak van de media die in dienst staan van mensen die geld hebben. Iedereen weet dat. 

    De president, de eerste die van lage komaf was en uit het Andesgebied kwam, werd uiteindelijk aangehouden, afgezet en beschuldigd van een poging tot een staatsgreep, en dat terwijl de toestand van het land juist vanaf dat moment meer dan ooit aan een echte staatsgreep doet denken. Hoe dan ook, sinds zijn arrestatie wordt hij gesteund door de Peruaanse bevolking, die met de demonstraties haar leven op het spel zet.

    Deze video, die al door vele Peruanen bekeken is, laat ons in negentien seconden de werkelijkheid zien waarin wij leven. Twee gewone en doorsnee jongens, zoals je ze overal in stadscentra in ontwikkelde landen ziet, maken een ommetje. Op het eerste gezicht staan we voor een kopie van een wereld die ons vertrouwd voorkomt: de wereld die opkomt voor de tolerantie, de liberale democratie, het hoger onderwijs; de wereld van ‘onze waarden’. Na tien seconden verandert dat echter allemaal. Een van de jongens wendt zich tot de afschrikwekkende sliert politieagenten en zegt tegen een van hen, met een glimlach op zijn gezicht: ‘Knal haar neer, slome drol.’

    Peru is een feodaal land. Onze wereld is dat echter voor een deel ook

    De boeken van José María Arguedas, de grote schrijver van Peru, beschrijven doorlopend deze afschuwelijke werkelijkheid: Peru is een feodaal land. Onze wereld is dat echter voor een deel ook. In het beste geval wekken de inheemsen, de zwarten, de mestiezen, de arme mensen op deze planeet bij ons de nieuwsgierigheid van een toerist of medelijden op, maar in het dagelijks leven buiten we ze op afstand uit en verachten we ze. Wat deze korte video ons met al zijn rauwheid, dwars door de hardheid van de koloniale samenleving van Peru laat zien, is dat onze wereld een schijnwerkelijkheid is en dat de structuur ervan zeer diep in de grond verankerd is. In werkelijkheid leven we wederom in een feodale wereld, net als in de tijd voor de Verlichting, waarin het de rijksten totaal niet kan schelen hoe de rest het heeft.

    En ondertussen is Frankrijk in z’n nopjes met het feit dat het een Peruaanse schrijver mag vereren die zijn steun gegeven heeft aan Keiko Fujimori, aan de extreemrechtse flank dus, uiteraard vanuit een ‘open mentaliteit’ die ‘beantwoordt aan onze waarden’. De koning-emeritus van Spanje, die na de zoveelste beschuldiging van corruptie moest aftreden, was aanwezig toen zijn vriend toetrad tot de Franse Academie.

    Met wat voor vreemd globaliseringsproces zijn we eigenlijk bezig? Heeft deze globalisering alleen betrekking op het liberale deel van de wereld? Terwijl de Peruaanse bevolking al wekenlang demonstraties houdt, treedt een Peruaanse schrijver die zich tussen de jet set beweegt toe tot de Franse Academie en nodigt hij een koning-emeritus uit die bij duistere zaakjes betrokken is en vanuit zijn ballingsoord in een oliemonarchie naar de ceremonie toe komt. Wat een bizarre wereld!

    Als je de video nog eens bekijkt, zie je uiteindelijk woede tegenover onderdrukking, oprechtheid tegenover onverschilligheid, woorden tegenover geweld, minachting tegenover ellende staan. De woorden die de jongen zegt zijn heel zeker geen grapje. Niemand maakt hier grapjes. Schrijvers niet, academiën niet, koningen-emeritus niet, oliemonarchieën niet, hippe stadsbewoners niet. Als die glimlachende jongen aan de politie vraagt: ‘knal haar neer, slome drol’, dan moeten we dat helaas letterlijk opvatten. Wat hebben mensen de afgelopen eeuwen eigenlijk gedaan, in de tijd van het kolonialisme, van de dictaturen, van de omverwerping van regimes naar het goeddunken van de VS en van de landen die alleen in naam een democratie zijn? Arbeiders, mestiezen en arme inheemsen afslachten.

    Met wat voor vreemd globaliseringsproces zijn we eigenlijk bezig?

    Dit moet ophouden. Er moet een eind komen aan de repressie. Er moet een eind komen aan het geweld van de politie-eenheden. En als we werkelijk willen dat het tot een verzoening komt, dan moet president Castillo, wat we verder ook van hem vinden, worden vrijgelaten en moet het Congres worden ontbonden om nieuwe verkiezingen uit te kunnen schrijven. Algemene verkiezingen in Peru, nu! Een andere mogelijkheid om gerechtigheid en vrede tot stand te brengen is er niet.

    Ik ben Peru wat verschuldigd. Ik ben daar geweest. Ik heb daar herinneringen en vrienden. De roman Diamanten en vuurstenen van José Maria Arguedas bevat een passage waarin Quechua kinderen een bloem op een klif proberen te pakken en schreeuwen: ‘Kon ik je maar bereiken!’ Vandaag de dag schreeuwt de monddood gemaakte bevolking van Peru: ‘Kon ik je maar bereiken!’ Laat het niet weer gebeuren dat er niets met deze noodkreet gedaan wordt.

    Éric Vuillard – El País

  • ‘Afghanen zijn vernederd, ik ben vernederd’

    ‘Afghanen zijn vernederd, ik ben vernederd’

    Het leven onder de last van onderdrukking, verstikking, tirannie en gebrek aan menselijke en morele waarden is een ramp, schrijft de Afghaanse dichter en vrouwenrechtenactivist Somaia Ramish.

    Vrijheid is altijd trots en gevangenschap is altijd vernederend. Het leven onder de last van onderdrukking, verstikking, tirannie en gebrek aan menselijke en morele waarden is een ramp. Leven in afwezigheid van vrijheid, of op zijn minst van het kunnen oefenen voor vrijheid, geeft niets anders dan frustratie. Op dit moment is er in Afghanistan een volstrekt gebrek aan visie, actie en denken in de richting van vrijheid. Van Afghanistan is niets meer over dan een geografisch gebied dat zo wordt genoemd. Wat op 15 augustus 2021 gebeurde, was de bitterste ervaring van een land dat toch al in de muil van menselijke tirannie en barbaarsheid was gevallen. De omvang van de ramp is enorm en verwoestend.

    Beschaving

    Ik maakte deel uit van een samenleving die ruim twintig jaar lang probeerde na te denken over beschaving, over menselijke waarden en het vorm geven aan burgerrechten. Ik leidde de stichting Moderne Denkers in Herat en was medeoprichter van Radio Shahrzad. Ik stelde me verkiesbaar voor de provinciale burgerraad. Die samenleving werd op 15 augustus 2021 vernederd, de hoop van een generatie die was toe gaan leven naar een betere toekomst werd vernederd. Onze gedachten, onze hoop op gerechtigheid en gelijkheid, onze taal, onze cultuur en onze hele beschaving werden vernederd.

    Afghanistan werd toevertrouwd aan een groepering die verstoken is van waarden. De taliban zijn een gewelddadige, versteende, extreem extreme, achterlijke en onderdrukkende beweging. Uiteindelijk zijn Afghanen vanuit menselijk oogpunt zo vernederd dat zelfs met de mond beleden vijandigheden tegen de taliban vernederend zijn voor Afghanen.

    Als ik aan de taliban denk, is het eerste dat in me opkomt het instorten van de boeddhabeelden

    Als ik aan de taliban denk, is het eerste dat in me opkomt het instorten van de boeddhabeelden. Denk nog eens aan die vernietiging! Of aan de kapotte poort van Ghazna, de vernielde schilderijen van Behzad in Herat, de kapotgemaakte instrumenten van artiesten, de met bloed doordrenkte haat die zangers ten deel viel, de aanval op de citadel van Herat. Weten mensen dat de straatnamen een voor een werden veranderd? Dat de kleur van de kleding van mensen veranderde, dat de angst en schrik op het gezicht van mensen op straat meegroeide met het aantal ongeschoren baarden? Dat ze mijn zus eigenhandig in een hijab staken en zo haar vrouwelijkheid ten grave droegen? Dat zelfs de lijken met stenen werden bekogeld?  

    Ik voelde me vernederd, alle dagen van het afgelopen jaar. 

    Waar ter wereld Afghanen het afgelopen jaar ook waren, ze voelden de vernedering met iedere hap eten in hun kwetsbare botten. Als we bleven, werden we vernederd. Door de voor de ogen van tienermeisjes gesloten poorten van scholen, de ogen van een moeder die haar zoon verloor in de oorlog met de taliban, de media met die zwartbedekte gezichten van vrouwelijke verslaggevers, de bakkerij die niet voor iedereen brood heeft, de straten met achtergebleven bloedvlekken en de anonieme graven van soldaten van het nationale leger.

    Niet langer vrij

    Als we het land verlieten werden we ook vernederd. Grenzen vernederden ons, zeeën, prikkeldraad, half kapotte boten, de grenswachten van Turkije en Iran, de hardvochtige politie van Pakistan, de gesloten poorten van India, migrantenkampen in New Jersey en Washington, afgelegen huizen in Kosovo, wetten, immigratie, vliegtickets, lange rijen voor brood en water, vermoeidheid achter de dichte deuren van ambassades, onbeantwoorde e-mails, de tijd en de lucht waarin we hingen en de aarde die geen plaats voor ons had. Alles in dit afgelopen jaar van ‘Het Heengaan’ was vernederend. 

    Ik ervaar de pijn van verpletterd en vernederd worden, en ik geloof nu dat vernedering alleen maar tot vernietiging kan leiden. De vernietiging van het hart van de Afghaanse samenleving kan niet worden ontkend. De gevolgen van deze onvermijdelijkheid zijn angstaanjagend. In elke uithoek van de wereld zitten we gevangen in ons eigen hart, omdat ons land niet langer vrij is. 

    Schermafbeelding 2022 11 20 om 21.43.25 1
    Een vergadering bij de stichting Moderne Denkers (Naw Andishan). Rechts vooraan: Somaia Ramish. © Elaha Sahel

    Voor mij blijft het woord ‘vrijheid’ een uitzinnige illusie, nu Afghanistan is ondergedompeld in deze brute en zwarte ervaring. Ik denk minder aan vrijheid. Iemand die voor de ogen van de wereld is vernederd heeft nog een lange weg te gaan om weer een essentie in zichzelf te vinden, die te polijsten en de roest te verwijderen die vanuit een andere eeuw naar onze eigen tijd blijkt te zijn gekomen. Ik ben verbitterd en teleurgesteld. Ik ben geworden als een lam dat de dood al voelt voordat het wordt geofferd. Nog bitterder stemt het mij als Afghaanse burger dat het onderwerp genaamd ‘Afghanistan’ in het internationale discours steeds minder interesse wekt, al hebben de etnische en tribale relaties, een dynastieke kijk op interne kwesties en het vermijden van elke vorm van nationalisme ook meegewerkt aan de vernietiging van de Afghaanse vrijheid. Het wantrouwen en de onderlinge onverenigbaarheid van bewegingen tegen de taliban hebben Afghanistan kwetsbaarder en beklagenswaardiger gemaakt. 

    Feit is dat ook wij de val nog steeds niet kunnen reconstrueren

    En helaas zijn wij, het geïsoleerde en over de hele wereld verspreide volk van Afghanistan, nog niet in het reine gekomen met het walgelijke, vernederende en krenkende verhaal van de val. Feit is dat ook wij de val nog steeds niet kunnen reconstrueren. We zijn nog niet ontsnapt aan het verhaal en worden zelf ook heen en weer geslingerd tussen de verhalen die loskomen, de ijzingwekkende en oncontroleerbare verhalen.

    Uit vele relaties is de charme verdwenen en het is alsof het vreedzaam naast elkaar bestaan van nationaliteiten en intellectuele minderheden, het leiden van een fatsoenlijk leven en het denken over vrijheid een jaar later nog meer een illusie zijn geworden.

    Somaia Ramish was vrouwenrechtenactivist in Afghanistan en is dichter en auteur. Na de val van Afghanistan vluchtte ze naar Nederland. Ze woont met haar man en twee kinderen in Rotterdam.

  • Artsen Zonder Grenzen schaalt activiteiten in Haïti verder af

    Artsen Zonder Grenzen schaalt activiteiten in Haïti verder af

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Georgië trekt omstreden ‘Russisch’ wetsvoorstel in na grote protesten

    » Primeur in Zwitserland: eerste gevangene beëindigt leven onder begeleiding

    De organisatie sluit voor de tweede keer dit jaar een ziekenhuis

    Aanhoudend bendegeweld in Haïti heeft ervoor gezorgd dat de internationale hulporganisatie Artsen zonder Grenzen (AzG) voor de tweede keer dit jaar een ziekenhuis sluit, schrijft persbureau AFP. Volgens de organisatie is de situatie rondom het ziekenhuis dermate gevaarlijk dat de veiligheid van ziekenhuispersoneel en patiënten niet gegarandeerd kan worden. Activiteiten van de organisatie bij een medische post in een buitenwijk worden flink teruggeschroefd.

    Haïti wordt al maandenlang geteisterd door bendes die elkaar naar het leven staan en proberen hun territorium uit te breiden. Daarnaast worden er op het eiland grote protesten gehouden door de bevolking, die betere levensomstandigheden eist, en door politieagenten, die het geweld zat zijn.

    In het ziekenhuis dat nu sluit zijn patiënten overleden omdat ze moesten schuilen voor kogels

    In alle opzichten kent het land zware crises. In juli 2021 werd de president van het land, Jovenel Moïse, omgebracht in zijn privéwoning door een groep grotendeels Colombiaanse huurlingen. Daar kwam een zware aardbeving bovenop die het eiland in 2021 trof.

    Hulporganisaties als Artsen zonder Grenzen trekken ook steeds vaker de stekker uit hun activiteiten. Hoewel AzG zegt actief te blijven in het land, en met name vrouwen en kinderen ondersteunt, worden ziekenhuizen en hulpposten gesloten. Eerder dit jaar werd een patiënt doodgeschoten toen hij net van de eerste hulp kwam. In het ziekenhuis dat nu sluit zijn patiënten overleden omdat ze moesten schuilen voor kogels.

    Lees ook:

  • ‘Breng jezelf in veiligheid’

    ‘Breng jezelf in veiligheid’

    Iedere dag worden vrouwelijke journalisten bedreigd en geïntimideerd. In Duitsland, in door Rusland bezette gebieden, in Noord-Ierland, in Mexico en elders. Wie zitten erachter en wat kan er tegen het geweld worden gedaan? Vier vrouwen doen verslag van de dagelijkse dosis haat.

    ‘We zullen je vinden en vermoorden.’ Deze zin las Nastia Zhvik op het Russische sociale netwerk VKontakte. Een andere gebruiker schreef haar: ‘We steken je neer en begraven je.’ De zinnen waren voor haar bedoeld. Als waarschuwing.

    Zhvik is journalist, een jonge vrouw met een kalme stem. Ze komt uit Sebastopol, een havenstad op het door Rusland bezette schiereiland Krim. Politieagenten hadden kort voor de onlinebedreigingen de tweekamerwoning doorzocht die ze met haar ouders deelt en haar laptop en smartphone in beslag genomen. De agenten dreigden haar met een strafzaak wegens extremisme, gevolgd door enkele jaren gevangenisstraf in Rusland, vertelt Zhvik. De beschuldiging: Zhvik had na de explosie op de Krimbrug op Instagram een Engelstalig bericht gedeeld waarin ze de aanslag onderschreef en de brug, een prestigeproject van Poetin, illegaal noemde.

    Forbidden Stories

    Dit onderzoek werd uitgevoerd in het kader van het project Story Killers van de non-profit Forbidden Stories, dat verhalen van bedreigde journalisten publiceert. Veel verzoeken om interviews bleven onbeantwoord of werden geweigerd uit angst voor verdere repressie, vooral in China, Rusland en Iran. Alleen al in januari werden in Iran verschillende vrouwelijke journalisten gearresteerd.

    Zhvik noemt zichzelf Oekraïens met Russische en Belarussische wortels. Ze studeerde journalistiek in Moskou, Passau en Venetië, woonde in het buitenland en schrijft voor media die kritisch staan tegenover het Kremlin, zoals het nieuwsportaal Meduza. Meduza is door Rusland geclassificeerd als ‘buitenlandse agent’. De site bekritiseert de machthebbers in Moskou of bericht over gevoelige onderwerpen als de stigmatisering van lhbtq+-mensen in Rusland. De agenten vroegen op het bureau aan Zhvik: Wie zijn je klanten in het buitenland? Wie betaalt je? Hoeveel geld krijg je?

    Een Russisch Telegram-kanaal had een aantal uren eerder het contract van Zhvik met Meduza over haar honorarium gepubliceerd. Later die dag verscheen op een nationalistische website een artikel over haar, waarin ze een ‘door het Westen betaalde beïnvloedingsagent’ en een ‘gek’ werd genoemd. Ze trok zich daar eerst niet veel van aan, zegt Zhvik. Toen kwamen de haatberichten. Vrienden en collega’s drongen er bij haar op aan de situatie serieus te nemen: ‘Je moet snel vertrekken.’ Zo begon de vlucht van Nastia Zhvik door Europa, die vooralsnog is geëindigd op een zolderflat in Heidelberg.

    Lastercampagnes

    Zhvik is niet de enige journaliste die gevaar loopt. Vrouwelijke journalisten zijn overal ter wereld het doelwit van lastercampagnes en intimidatie. Zo is er Maria Ressa, journalist op de Filipijnen en winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede in 2021, die in haar thuisland wordt uitgemaakt voor heks en hoer. Of Patricia Devlin, een verslaggever in Noord-Ierland, die werd bedreigd met verkrachting van haar zoon. Of Marion Reimers, een sportpresentatrice in Mexico, die tienduizenden haatberichten ontvangt op Twitter, Facebook en Instagram – een lawine van haat die in gang wordt gezet door botnetwerken.

    Mannelijke journalisten worden ook bedreigd als ze kritiek hebben op de machthebbers en de rijken. Maar het wordt zelden zo bruut en persoonlijk als bij vrouwelijke journalisten.

    Het gaat niet alleen om geweld in de digitale ruimte, hoewel de dreiging met marteling, verkrachting en moord al traumatiserend genoeg is voor de betrokkenen. Het gaat ook om geweld in het echte leven. Vrouwelijke journalisten worden fysiek aangevallen en vijandig benaderd, gedwarsboomd, lastiggevallen en vastgehouden door officiële instanties.

    Een team van Der Spiegel deed onderzoek in een tiental landen en sprak met vrouwelijke journalisten die regelmatig te maken krijgen met geweld. In Noord-Ierland, Mexico, Colombia, Ghana, de geannexeerde Krim en de Filipijnen, maar ook in Duitsland. Het team ontmoette vrouwen die worden bedreigd door bendes, vervolgd door overheden en geïntimideerd door religieuze fanatici. Het onderzoek werd uitgevoerd in het kader van het project Story Killers van de non-profit Forbidden Stories dat verhalen van bedreigde journalisten publiceert. Veel verzoeken om interviews bleven onbeantwoord of werden geweigerd uit angst voor verdere repressie, vooral in China, Rusland en Iran. Alleen al in januari werden in Iran verschillende vrouwelijke journalisten gearresteerd.

    ‘Ik wilde tastbaar bewijs leveren van de omvang en wreedheid van onlinegeweld tegen vrouwelijke journalisten’

    Julie Posetti weet als geen ander hoe funest de situatie is voor haar vrouwelijke collega’s. Posetti was vroeger verslaggever bij de Australische omroep ABC en is nu wereldwijd onderzoeksdirecteur bij het International Center for Journalists (ICFJ), een in Washington gevestigde belangenorganisatie voor journalisten. Ze documenteerde de afgelopen jaren hoe vrouwelijke journalisten online worden belasterd. Soms privé, soms voor een miljoenenpubliek, maar bijna altijd met het doel hun stem te smoren. Posetti en een internationaal team van onderzoekers ondervroegen meer dan 700 vrouwelijke journalisten uit 125 landen en analyseerden meer dan 2,5 miljoen Facebook- en Twitterberichten. Hun bevindingen staan in het Unesco-ICFJ-rapport getiteld The Chilling ofwel Het afschrikken.

    ‘Ik wilde tastbaar bewijs leveren van de omvang en wreedheid van onlinegeweld tegen vrouwelijke journalisten,’ zegt Posetti. De resultaten zijn schokkend: drie op de vier vrouwelijke journalisten zeiden tijdens hun werk slachtoffer te zijn geweest van digitaal geweld, en een op de vier is bedreigd met fysiek geweld, zelfs met moord. In 37 procent van de gevallen zaten politiek betrokkenen achter de aanvallen. VN-secretaris-generaal António Guterres heeft inmiddels uit de studie geciteerd.

    De digitale aanvallen op vrouwelijke journalisten escaleren, merkt Posetti op. Ze worden professioneler, verraderlijker en zijn vaak georkestreerd. En veel te vaak worden ze afgedaan als geïsoleerde incidenten.

    Nastia Zhvik, 26 (Krim/Oekraïne)

    Het verhaal van Nastia Zhvik laat zien hoe staatsrepressie en digitale desinformatie elkaar versterken.

    Politieagenten verschenen op 24 oktober 2022 om zeven uur ’s ochtends voor Zhviks deur in Sebastopol. Een paar maanden later zit ze aan de keukentafel in Heidelberg in een spijkerbroek en een beige trui. Nadat ze weken op de vlucht is geweest, gaf een vriend haar onderdak. Haar labrador Molly ligt aan haar voeten.

    Zhvik vertelt zachtjes hoe er berichten op haar telefoon verschenen kort nadat het eerder genoemde artikel op die nationalistische website verscheen. Doodsbedreigingen, beledigingen, geweldsfantasieën. Zhvik vermoedt dat het misschien toch niet allemaal toeval was: haar tijdelijke arrestatie, het verhoor op het politiebureau, de lasterlijke tekst, de online-agitatie tegen haar – het gebeurde allemaal op dezelfde dag. Ze weet nu dat iemand haar mailbox heeft gehackt en haar contract met het Kremlin-kritische medium Meduza online heeft gezet om haar in diskrediet te brengen. Meduza staat sinds eind januari op de lijst van ‘ongewenste organisaties’ die Russische autoriteiten hebben opgesteld. Auteurs die voor Meduza schrijven riskeren gevangenisstraffen van meerdere jaren.

    Zhviks advocaat Galina Arapova, een bekende media-advocaat in Rusland die ook juridisch advies geeft aan Der Spiegel, spreekt van een gecoördineerde aanval door de veiligheidsautoriteiten. ‘De manier waarop dit is georganiseerd – dat kan alleen de binnenlandse inlichtingendienst FSB zijn.’ Zhvik past goed in hun vijandprofiel: journalist, in het buitenland gestudeerd, kritisch over Moskou, woont op de geannexeerde Krim.

    Het optreden tegen kritische journalisten is massaal toegenomen sinds de Russische aanval op Oekraïne en de censuurwetten, aldus Arapova. Ze worden belasterd en beledigd op ultranationalistische Telegram-kanalen. ‘De bedoeling is journalisten psychologisch zo te beschadigen dat ze het land verlaten.’

    Zhvik werd op die bewuste oktoberdag gewaarschuwd door collega’s. ‘Slaap vannacht niet thuis, verstop je paspoort,’ schrijven vrienden. ‘Breng jezelf in veiligheid.’ Ze ruziet en haar moeder bagatelliseert de boel – haar ouders staan achter Rusland. Nastia Zhvik stapt twee dagen later met haar hond in haar gele Lada en rijdt weg.

    Telegram-kanaal

    Ze leest later op het Telegram-kanaal ‘Colonelcassad’ dat ze is opgeleid door medewerkers van de CIA. Dat kanaal wordt gerund door de bekende Russische militaire hardliner Boris Roschin en heeft meer dan 830.000 abonnees. Iemand heeft haar mobiele telefoonnummer gepost, talloze commentatoren roepen op haar te vermoorden en vragen naar haar adres. Zhvik zegt met woede in haar stem: ‘Mensen wensen me dood. Wat heb ik ze in godsnaam aangedaan?’

    Geweld beperkt zich vaak niet tot het web, zoals blijkt uit het geval van de Maltese journalist Daphne Caruana Galizia, die in oktober 2017 door een autobom om het leven kwam. Galizia had jarenlang verslag gedaan van de corruptie in haar thuisland en werd daarvoor op internet belasterd. Twee broers werden vijf jaar na de moord schuldig bevonden. Ze bekenden Galizia voor een bedrag van vijf cijfers te hebben vermoord. Het is nog steeds onduidelijk wie er achter de moord zat. Een onafhankelijk onderzoek stelde later dat de staat medeplichtig was aan de dood van de journalist: de regering had een ‘sfeer van straffeloosheid’ gecreëerd en verzuimd Galizia te beschermen tegen bedreigingen.

    Vrouwen die een publieke rol spelen en machtige mensen bekritiseren worden vooral in conservatieve culturen gezien als een bedreiging voor de sociale orde. Ook religie en afkomst spelen een rol. Zwarte vrouwelijke journalisten, maar ook vrouwelijke verslaggevers uit bijvoorbeeld Azië of de Arabische wereld worden op internet bijzonder fel aangevallen.

    Het geldt ook voor vrouwelijke journalisten die over politieke kwesties berichten. Dat heeft wellicht te maken met het feit dat zij in de meeste gevallen onderzoek doen naar mannen die veel te verliezen hebben. Dat was het geval met Maria Ressa, een journalist uit de Filipijnen die in 2021 samen met de Russische journalist Dmitri Moeratov, hoofdredacteur van de onafhankelijke krant Novaya Gazeta, de Nobelprijs voor de Vrede kreeg.

    Maria Ressa, 59 (Filipijnen)

    Ressa was lange tijd onderzoeksjournalist voor CNN en richtte in 2011 met collega’s in Manilla het nieuwsportaal Rappler op. Ressa werd een van de bekendste critici van Rodrigo Duterte, die van 2016 tot 2022 president van de Filipijnen was, met name wat betreft zijn war on drugs, waarbij duizenden mensen werden vermoord door huursoldaten. Duterte viel Rappler meermaals publiekelijk aan. Meer dan twintig Filipijnse journalisten en medewerkers van media-instellingen werden tijdens zijn ambtstermijn vermoord.

    Julie Posetti en haar team analyseerden in hun studie bijna vijfhonderdduizend berichten over Ressa op Facebook en Twitter. Bijna 60 procent was erop gericht de geloofwaardigheid van de journalist in diskrediet te brengen. Ze vonden in bijna elke tweede post persoonlijke aanvallen: ‘heks’, ‘hoer’ en de hashtag #Presstitute, een samentrekking van press en prostitute, deden de ronde. Onbekenden hadden op foto’s die van haar op het net circuleerden in opzichtige letters de woorden ‘veroordeelde crimineel’ gezet. Ressa werd in 2018 beschuldigd van belastingfraude in haar hoedanigheid als directeur van Rappler. Ze werd onlangs vrijgesproken, maar er lopen nog andere zaken tegen haar.

    ‘Totdat ik begreep dat het niet gaat om fouten, maar dat ze ons het zwijgen wilden opleggen’

    Duterte is sindsdien afgetreden, maar Ressa blijft vechten tegen de politieke toestanden in haar thuisland. Ze neemt tijdens een boekpresentatie in Londen even de tijd om met ons te praten. Ze zegt dat sociale media haar in het begin een zegen leken. Maar toen kwam de haat. ‘Ik dacht: wat heb ik verkeerd gedaan?’ Steeds weer, zegt ze, controleerde ze of zij en haar team fouten hadden gemaakt. ‘Totdat ik begreep dat het niet gaat om fouten, maar dat ze ons het zwijgen wilden opleggen.’

    Ressa zou het zichzelf gemakkelijk kunnen maken door naar de VS te verhuizen, want ze heeft ook een Amerikaans paspoort. Maar als ze toegeeft – als ‘ik mijn mond houd’ –, dan laat ze haar land en de democratie in de steek. Dat is voor haar ondenkbaar. En dus blijft ze werken in Manilla, waar ze een schone kussensloop en een tandenborstel in haar auto bewaart voor het geval ze weer gearresteerd wordt. Als ze de deur uitgaat, draagt ze een kogelvrij vest.

    Patricia Devlin, 36 (Noord-Ierland)

    Ongeveer een op de tien journalisten zegt dat hun omgeving en hun kinderen ook worden bedreigd. Dat raakt een gevoelige snaar bij de betrokkenen – vooral als ze, zoals Patricia Devlin, werken in een regio waar vaak gewelddadige excessen plaatsvinden en een dode journalist als nevenschade wordt beschouwd. Hoewel er sinds het Goede Vrijdagakkoord van 1998 officieel vrede heerst in Noord-Ierland, controleren paramilitaire groepen nog steeds hele stadsdelen.

    Patricia Devlin heeft de auto van haar man geleend om naar het protestantse oosten van Belfast te rijden. Hier wonen veel loyalisten die willen dat Noord-Ierland zo veel mogelijk onderdeel wordt van het Verenigd Koninkrijk. Het gebied wordt ook gekenmerkt door georganiseerde misdaad. Steeds weer, vertelt Devlin, zijn er conflicten tussen paramilitaire groepen. Ze rijdt met de auto over Holywood Road, langs bakstenen huizen met muurschilderingen die stille getuigen zijn van het Noord-Ierse conflict. Onderweg wijst ze: daar werd een man op straat vermoord, hier werd een vrouw door een menigte doodgeslagen.

    Ze stopt bij een drukke weg, stapt uit, bedekt haar donkere haar met een geruite sjaal en loopt naar een van de muren waarop ooit haar naam naast een schietschijf was gespoten. Er zijn slechts twee minuten verstreken als een man vanaf de overkant van de straat schreeuwt: ‘Devlin! Hoer!’ Hij lacht kwaadaardig. Devlin rent trillend terug naar de auto. ‘Je weet nooit waartoe dit soort mensen in staat zijn.’

    Patricia Devlin heeft lang voor lokale media geschreven over gewapend bendegeweld. ‘In het begin accepteerde ik gewoon de haat, ik dacht dat het normaal was in mijn werk,’ zegt ze. Toen werden meerdere malen haar woonplaats, mobiele telefoonnummer en e-mailadres online verspreid. Ze voelde zich jarenlang nergens veilig. De situatie escaleerde toen ze zwanger was van haar derde kind. ‘Een vrouw schreef me dat ze hoopte dat ik binnenkort mijn kinderen zou moeten begraven.’ Iemand bedreigde haar in een Facebookbericht met misbruik van haar zoon: ze moest een bepaalde plek mijden of ‘je zult toekijken hoe je pasgeboren jongetje wordt verkracht’.

    Maandenlang

    Ze ging de deur maandenlang niet uit en sliep of at nauwelijks. Ze nam het zichzelf kwalijk dat ze door haar werk haar gezin in gevaar had gebracht. De politie belde eind 2020 bij haar aan. De agenten zeiden dat ze informatie hadden dat Devlin in de komende 48 uur zou worden doodgeschoten. Ze zeiden ook dat haar kinderen gevaar liepen. Devlin was eerder in een Facebookbericht beschuldigd van het plaatsen van pijpbommen onder auto’s van vrouwen met kinderen in Belfast. De politie ondernam nauwelijks iets tegen de daders, ondanks vele tips. Ze voelde zich ook op andere manieren in de steek gelaten, zegt Devlin. ‘Mijn baas zei alleen maar dat ik van Twitter weg moest blijven. Mijn vakbond adviseerde me over te stappen naar een ander vakgebied.’

    Wie zijn de mensen die vrouwelijke verslaggevers aanvallen? En vooral, waarom doen ze het?

    Onderzoeker Posetti zegt dat sommige daders, meestal mannen, zich organiseren in netwerken om vrouwelijke journalisten op de korrel te nemen. De aanvallen zijn bijna altijd anoniem. Posetti noemt vrouwenhaat en seksisme als motieven. In een Canadees onderzoek uit 2019 zei 85 procent van de meer dan 100 ondervraagde vrouwelijke journalisten uit Noord-Amerika dat hun baan de afgelopen jaren minder veilig was geworden.

    ANP 425609280
    Politie patrouilleert in Belfast, Noord-Ierland waar reporter Patricia Devlin verschillende doodsbedreigingen heeft ontvangen. – © AFP/Paul Faith

    Er wordt wereldwijd onderzoek gedaan naar de oorzaken. Het gaat vaak om rechts-extremisme en populisme, maar ook om wat deskundigen een ‘desinfodemie’ noemen: een epidemie van desinformatie door middel van samenzweringsmythes die hele landen vergiftigen. Deze mythes circuleerden vooral tijdens de pandemie, ook in Duitsland.

    Het is nog nooit zo erg geweest, zegt de Duitse verslaggever Sophia Maier, die verschillende keren berichtte over demonstraties tegen de coronamaatregelen. Ze schreef bijvoorbeeld het artikel ‘Woede op straat – is onze democratie in gevaar?’ Ze kreeg als reactie binnen twee dagen zo’n vijfduizend berichten op Instagram, waaronder veel vrouwenhaat. Ooit ontving ze dit bericht: ‘Op een dag zal iemand je wegrossen. Duizenden kennen je smoel en je wordt zeker niet gespaard. Bitch!’ Ondertussen, zegt ze, kan ze alleen nog met beveiliging verslag doen van protesten. Niettemin werd haar een microfoon uit de handen geslagen en één keer greep een demonstrant haar tussen de benen, vertelt ze.

    Marion Reimers, 37 (Mexico)

    Er is wereldwijd een markt voor mensen die critici het zwijgen willen opleggen. Een Amerikaanse ngo telde in 2021 in totaal 87 trollenacties tegen vrouwelijke journalisten, ruim een vijfde meer dan het jaar ervoor. De aanvallen op Marion Reimers laten zien hoe vrouwen onzeker worden gemaakt en uit het openbare leven worden gemanoeuvreerd.

    Reimers is een van de bekendste vrouwelijke sportjournalisten in Mexico en een pionier in Latijns-Amerika. Ze was de eerste Spaanstalige vrouw die het commentaar deed bij een Champions League-finale in 2019. Haar penthouse bevindt zich in Mexico-Stad, in de chique wijk Condesa. Twee katten hebben het zich makkelijk gemaakt op de bank. Ze spreekt alsof ze voor de camera staat: heldere stem, perfecte intonatie, intense blik. Maar ze verliest even haar professionele afstand als ze beschrijft hoe de haatreacties haar hebben geraakt. ‘Ik begon aan mezelf te twijfelen,’ zegt ze zacht, ‘terwijl ik toch een getrainde voetbalcoach ben.’

    Zodra ze commentaar geeft bij een wedstrijd op tv beginnen de aanvallen: honderden bots beledigen en belasteren haar op Twitter. Tienduizenden reacties zorgen ervoor dat haar naam trending topic wordt in Mexico: ouwe heks, stinkerd, zet haar uit!

    Ze zegt dat ze werd bedreigd met groepsverkrachting, ze kreeg foto’s toegestuurd van dode vrouwen

    Voetbal is in Latijns-Amerika nog steeds het domein van het patriarchaat. Een vrouw moet zich aanpassen, behagen en sexy zijn. Marion Reimers kwam daartegen in opstand, kwam uit de kast als lesbienne, richtte een initiatief op tegen discriminatie in de sportjournalistiek – en betaalde er een hoge prijs voor.

    Ze zegt dat ze werd bedreigd met groepsverkrachting, ze kreeg foto’s toegestuurd van dode vrouwen en gevilde mensen en er werd beweerd dat ze haar ex-vriendin had geslagen. Ze zegt dat haar omgeving haar adviseerde dit allemaal niet zo serieus te nemen, dat het gewoon internet was. ‘Ja,’ zegt Reimers, ‘het is een parallel universum, maar ik ben wel een echt mens.’

    Ze werd afgelopen augustus achterdochtig tijdens een wedstrijd van Real Madrid tegen Eintracht Frankfurt. Er rolde opnieuw een golf van haat over haar heen op Twitter. Maar deze keer was het niet zijzelf die de de wedstrijd becommentarieerde, maar een vrouwelijke collega van haar. Ze liet haar account analyseren door deskundigen. Die ontdekten dat de aanvallen waarschijnlijk afkomstig waren van beruchte botfarms in Mexico, waar exploitanten tegen betaling ook politieke campagnes voeren. Er verschenen soms wel zo’n 160 haattweets per minuut en in totaal zo’n 70.000 commentaren, onder meer afkomstig van circa 400 botaccounts. De deskundigen vermoeden dat die door ongeveer 40 personen worden geëxploiteerd, wat enkele tienduizenden euro’s kost.

    Nu weet Reimers dat de haat tegen haar wordt betaald. Maar door wie? Zitten er aartsconservatieve groeperingen achter, die een lesbische presentator willen schaden? Een concurrerende omroep? Ze heeft geen antwoord op deze vragen.

    Zwijgen over aanvallen

    Veel vrouwelijke journalisten kiezen ervoor te zwijgen over de aanvallen. Uit schaamte, maar ook uit angst om de dader of daders op te hitsen. Ze proberen zelf de situatie onder controle te houden door reacties te verwijderen en accounts te blokkeren. Velen trekken zich definitief terug van sociale netwerken. Slechts weinigen melden de aanvallen. Wat moet er gebeuren? Zoals zo vaak het geval is, ligt de oplossing in de eerste plaats bij de politiek. De Europese Unie wil een richtlijn invoeren ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. De Berlijnse organisatie HateAid, die opkomt voor slachtoffers van digitaal geweld, ziet daarin een kans om ‘seksistische aanvallen en vernedering van vrouwen te stoppen’ en strafbaar te stellen.

    De Digital Services Act werd in november op EU-niveau van kracht. Techbedrijven moeten er dankzij deze nieuwe verordening voor zorgen dat ze hun gebruikers beter beschermen tegen haatzaaien en desinformatie. Twitter, Instagram en Facebook hebben tot nu toe geweigerd om door gebruikers gemelde haatberichten te melden aan instanties voor rechtshandhaving en gebruikersgegevens van daders vertrouwelijk aan hen over te dragen. Tegelijkertijd ontbreekt het de autoriteiten nog altijd aan de digitale vaardigheden en het personeel om op internet consequent criminelen op te sporen. Bovendien wordt er te weinig over landsgrenzen heen samengewerkt.

    Elke journalist die uit angst haar baan opzegt, voedt de twijfel bij collega’s: waarom doe ik mezelf dit nog aan?

    Er is ook op nationaal niveau ruimte voor verbetering. Hoewel haatzaaien in veel Europese landen als een strafbaar feit wordt beschouwd, valt vrouwvijandigheid daar vaak niet onder, constateert het onderzoek van Posetti.

    Vrouwelijke journalisten zijn onmisbaar voor het publieke debat. Als ze hun baan opzeggen, houden minder mensen de machthebbers in de gaten. Elke journalist die uit angst haar baan opzegt, voedt de twijfel bij collega’s: waarom doe ik mezelf dit nog aan?

    De bedreigingen tegen Patricia Devlin in Belfast zijn afgenomen sinds ze is gestopt als verslaggeefster. Ze produceert nu een podcast met interviews met ex-terroristen en slachtoffers van het Noord-Ierse conflict.

    Marion Reimers uit Mexico heeft er vaak aan gedacht haar baan op te zeggen. ‘Maar ik hou van mijn werk,’ zegt ze, ‘en ik ben er echt goed in.’ Ze kijkt niet meer op haar Twitter-account.

    Nastia Zhvik uit de door Rusland bezette Krim staat sinds enkele weken op plaats 508 van de lijst met ‘agenten’ van het Russische ministerie van Justitie. Ze is nu officieel een vijand van de staat. Toch is ze teruggekeerd naar haar vaderland. ‘Ik kon gewoon niet anders,’ zegt ze.

  • Zeker tien Palestijnen omgekomen bij inval Israëlische leger

    Zeker tien Palestijnen omgekomen bij inval Israëlische leger

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Primeur in VS: stadsbestuur Seattle verbiedt discriminatie op grond van kaste

    » Poetin ontvangt Chinese topdiplomaat en maakt nieuwe afspraken

    De inval vond plaats op de Westelijke Jordaanoever

    Bij een inval door Israëlische militairen in de stad Nablus op de Westelijke Jordaanoever zijn woensdag zeker tien Palestijnen om het leven gekomen. Volgens Al Jazeera gaat het onder meer om een veertienjarige jongen. Ruim honderd mensen zijn gewond geraakt bij de gewelddadigheden.

    De Israëlische operatie was gericht op een huis waar Palestijnse militante strijders zich zouden verschuilen. Er ontstond een vuurgevecht, waarbij drie Palestijnen omkwamen. Vervolgens kwamen er Palestijnen op het tumult af die de Israëlische militairen bestookten met stenen en explosieven. De meeste doden en gewonden vielen door rondvliegende kogels.

    Sinds de nieuwe, zeer nationalistische regering is aangetreden in Israël is het geweld in de Palestijnse gebieden toegenomen. Militaire operaties en invallen komen steeds meer voor, vaak met dodelijk geweld. Zo zijn dit jaar al zestig Palestijnen, waaronder dertien kinderen, vermoord door Israëlische militairen. De aanvallen door Israël worden vaak beantwoord met nieuwe aanslagen door Palestijnse groeperingen.

    Lees ook:

  • Biden in Warschau: ‘Steun VS aan Oekraïne zal niet stokken’

    Biden in Warschau: ‘Steun VS aan Oekraïne zal niet stokken’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Mexicaanse ex-minister voor Veiligheid veroordeeld voor drugshandel in VS

    » Britse verpleegkundigen schorten staking op en gaan om tafel met regering

    Biden steekt Oekraïne hart onder de riem

    Tijdens zijn bezoek aan Oekraïne en Polen heeft Joe Biden het Oekraïense volk opnieuw verzekerd van de steun van de VS gedurende het verdere verloop van de oorlog, die komende vrijdag een jaar geleden uitbrak. Bijna een jaar terug hield de Amerikaanse president een toespraak op dezelfde plek, waarin hij democratische staten opriep om zich tegen Poetin teweer te stellen en Oekraïne bij te staan. Toen was zijn toespraak nog somber van toon.

    Nu hield hij opnieuw een speech, maar dit keer klonk er vooral optimisme in door. Dankzij de wapenleveringen en de steun van de VS en het Westen is Oekraïne tot nog toe staande gebleven op het slagveld en heeft het land Moskou de ene na de andere nederlaag bezorgd, aldus Politico. ‘Een jaar geleden zette de wereld zich schrap voor de val van Kyiv, en ik kan vertellen dat Kyiv nog altijd sterk, fier en vrij overeind staat,’ sprak Biden.

    ‘Poetins lafhartige zucht naar land en macht zal falen’

    De Amerikaanse president verklaarde zich namens de gehele democratische wereld solidair met Oekraïne. ‘Toen Rusland Oekraïne binnenviel, stond niet alleen Oekraïne voor een grote uitdaging. Europa, de VS, de NAVO en alle democratieën werden op de proef gesteld.’

    Tijdens zijn toespraak in Warschau bedankte hij Polen voor zijn bijdrage aan de oorlog en de opvang van Oekraïense vluchtelingen. Hij waarschuwde echter ook dat er nog ‘zware dagen voor de boeg liggen’, aangezien niets erop wijst dat de oorlog binnenkort ten einde is. Biden was echter optimistisch over de afloop van de oorlog: ‘Poetins lafhartige zucht naar land en macht zal falen, en de liefde van het Oekraïense volk voor zijn land zal zegevieren.’

    Lees ook: