De meeste moorden werden in Latijns-Amerika gepleegd
Colombia was in 2022 het dodelijkste land ter wereld voor milieuactivisten, met ruim zestig doden in één jaar tijd. Dat schrijftThe Guardian op basis van het Global Witness Report. Daarmee werd in Colombia een derde van alle moorden op milieuactivisten wereldwijd gepleegd. Daarnaast is het een verdubbeling ten opzichte van 2021.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Latijns-Amerika was sowieso de regio met de meeste moorden: bijna 90 procent van de milieuactivisten werd hier vermoord. Naast Colombia bleken ook Brazilië en Mexico zeer gevaarlijk voor activisten. Een derde van alle vermoorde milieuactivisten kwam van een inheemse groepering.
Verder valt op dat veel moorden in het Amazonewoud werden gepleegd: ruim 20 procent. In het gebied is veel georganiseerde misdaad actief, die verdient aan illegale houtkap, illegale visserij, illegale mijnbouw en de productie van cocaïne.
Het leger trad op tegen de sekte die het protest organiseerde
Een protest in de Democratische Republiek Congo tegen de Verenigde Naties, georganiseerd door een religieuze sekte, heeft volgens Barron’s aan 48 mensen het leven gekost. Nog eens 75 mensen zouden gewond zijn geraakt. Officieel was de lezing dat er maximaal tien mensen waren omgekomen, maar dat getal blijkt hoger te liggen.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
In de Democratische Republiek Congo is de VN-vredesmissie MONUSCO actief met honderden militairen, grotendeels uit andere delen van Afrika. Het is een van de grootste VN-missies ter wereld, maar in het land is er kritiek dat de soldaten te weinig doen om geweld door milities te stoppen. De VN hebben al eerder aangekondigd de stekker uit de vredesmissie te zullen trekken.
Desondanks had de sekte opgeroepen om bases van de VN-missie te bestormen. Congolese militairen trokken vervolgens naar gebedshuizen van de sekte en doodden daar meerdere leden. Ook zouden er sekteleden op de locatie van een radiozender zijn gelyncht. Er zijn naar schatting bijna 170 sekteleden opgepakt.
Vorig jaar vlogen 170 voertuigen met gesmokkelde diesel in brand rond de Iraanse stad Iranshahr, waarbij 168 mensen omkwamen. Ondanks de gevaren zien veel inwoners geen andere uitweg: ‘Hoe moeten we anders in ons levensonderhoud voorzien?’
In de achtergestelde regio Sistan en Beloetsjistan, in het zuidoosten van Iran, houden inwoners het hoofd boven water met handel in diesel. Voor weinig geld leggen ze hun leven in de waagschaal door een uiterst brandbaar product honderden kilometers lang over slechte wegen te vervoeren.
In het huis van Mohammad Hossein, in het dorp Karimabad, draagt iedereen zwarte rouwkleding. De reden: de 26-jarige Mohammad verbrandde levend in zijn pick-up. Dat gebeurde toen hij onderweg was als dieselsmokkelaar, het beroep waarmee hij in het levensonderhoud van een achtkoppig gezin voorzag.
Twee keer per week reed hij midden in de nacht naar het dorp Pir Konar, 480 kilometer verderop. Eerst moest hij uren wachten voordat hij de tank achter zijn auto kon vullen met 2600 liter diesel. Daarna reed hij naar de Pakistaanse grens. Daar deed hij twee dagen over. Hij verkocht zijn lading aan een Pakistaanse dealer en keerde terug naar Karimabad.
Een andere broer smokkelde eveneens tien jaar lang diesel, tot een auto-ongeluk hem arbeidsongeschikt maakte
Karimabad ligt in de provincie Sistan en Beloetsjistan, een regio bevolkt door de Beloetsjen, een minderheid die voornamelijk bestaat uit soennieten – dus geen sjiieten, die de dominante religie vormen in Iran, waardoor de soennieten slachtoffer zijn van discriminatie.
Mohammad Hossein was het enige gezonde lid van de familie. Zijn vader loopt al jaren met een kruk. Zijn oudere broer, die lang hetzelfde werk deed, werd zo bang dat hij ermee moest stoppen. Een andere broer smokkelde eveneens tien jaar lang diesel, tot een auto-ongeluk hem arbeidsongeschikt maakte. Hij herinnert zich nog goed wat er gebeurde op de dag dat het lot van zijn broer werd bezegeld: ‘Om acht uur ’s ochtends kregen we te horen dat Mohammads auto was gekanteld. Hij vloog in brand nadat hij de vangrail had geraakt. Mohammad zat klem en verbrandde dus ook.’
In brand
In 2022 vlogen 170 voertuigen met gesmokkelde diesel in brand rond de stad Iranshahr en kwamen er 168 mensen om – 147 van hen hadden kinderen.
‘We wisten dat het gevaarlijk was, maar we hadden geen keus,’ zegt de vader van Mohammad Hossein. ‘Hoe moesten we anders in ons levensonderhoud voorzien?’
Begin deze eeuw werden de stad Iranshahr en de omliggende dorpen door rampspoed getroffen: zeven jaar achter elkaar viel er geen druppel regen. Door de ongeorganiseerde aanleg van dammen en een landbouw die niet op de veranderde omstandigheden wist in te spelen werd vruchtbare grond verpest.
De in de jaren negentig gestichte industriestad Iranshahr biedt tegenwoordig een spookachtige aanblik. Het is er leeg en stil. De kalksteen- en marmermijn is al jaren gesloten. Het geboortecijfer is hier echter hoger dan het landelijk gemiddelde.
Krediet
Mohammad Hossein, die al vanaf zijn vijftiende als assistent-chauffeur werkte, kocht twee jaar geleden een pick-up op krediet. Hij zat altijd in de schulden; door diesel te vervoeren, kon hij die maandelijks aflossen én de familie-uitgaven voor zijn rekening nemen.
Vorig jaar ontploften wekelijks gemiddeld vier pick-uptrucks op de wegen van Iranshahr. Een voertuig dat in brand vliegt betekent het verlies van bestaansmiddelen voor zeker tien mensen.
Het Khatam-ziekenhuis in Iranshahr, een stad waar zo’n 200.000 mensen wonen, telt landelijk het hoogste aantal operaties en amputaties die aan brandwonden zijn gerelateerd.
Vorig jaar ontploften wekelijks gemiddeld vier pick-uptrucks op de wegen van Iranshahr
Alle transporteurs die op de wegen hier in de buurt zijn verbrand, komen in dit ziekenhuis terecht. Met tien bedden en drie operatiekamers is dit het enige brandwondencentrum binnen een straal van 400 kilometer.
Een arts die er wekelijks twee of drie jonge dieselsmokkelaars met brandwonden behandelt en opereert, betreurt dat ze ‘voor niets sterven’.
Op de ringweg van Iranshahr heeft zich een kilometerslange rij van pick-ups, bestelwagens en auto’s gevormd. De chauffeurs staan twee rijen dik om een deel van hun vracht te verkopen voor dertig keer zoveel als de normale prijs – meestal twee- à driehonderd liter die ze hebben ingekocht tegen het overheidstarief.
Hier bevindt zich een depot van gesmokkelde diesel, en de meeste vervoerders van Iranshahr zijn er klant. Hetzij om diesel aan het depot te verkopen, hetzij om er diesel in te kopen, die over de grens wordt gesmokkeld. Kleine overdekte, schemerige, stinkende binnenplaatsen, zwarte, vettige vloeren. Met een zuigpomp en een elektromotor worden tientallen vaten van elk 220 liter gevuld.
Pinapparaat
Eslam, de eigenaar, heeft een pinapparaat, contanten en een kluis.
De prijs voor het kopen en verkopen van diesel verandert meerdere keren per dag. Noch de dieseltransporteurs, noch de verkopers weten wie die prijs bepaalt. Ze weten alleen dat het openen en sluiten van de Pakistaanse grens en zelfs het stijgen en dalen van het peil van de grensrivier er invloed op hebben.
We moeten door de woestijn en over de bergen om de politie te vermijden
In dit entrepot in Iranshahr heeft een tankwagen zijn inhoud nog maar net gelost of er arriveert een nieuwe pick-up. De chauffeur, een magere jongeman met een donker gezicht, die een eindje bij zijn auto vandaan staat om een sigaret te roken, maakt zich op om naar Pirkour te rijden. Het zal twee dagen duren voor hij bij de grens is. ‘De weg is zo slecht dat je het leven gaat vervloeken. We moeten door de woestijn en over de bergen om de politie te vermijden.’
De pick-ups met diesel vormen een konvooi. De chauffeurs kiezen een jonge collega uit als verkenner. Een kwartier voordat de stoet vertrekt gaat hij er op een motorfiets vandoor, en hij keert terug om de chauffeurs te vertellen of er onderweg politie valt te verwachten.
Leraar worden
Mohammad Hossein betaalde de studie van zijn negentienjarige neef Chahab. Als hij dit jaar niet naar de universiteit gaat, zal ook hij moeten werken als dieseltransporteur, net als de rest van de jongens in het dorp.
‘In ons dorp ben ik de enige die naar de universiteit kan,’ zegt Chahab. ‘De andere jongeren hebben niet eens de middelbare school gedaan. Studeren interesseert ze niet. We hebben hier niet eens een park of een voetbalveld.’
Een lokale bewoner zegt dat zelfs de clandestiene verkoop van diesel voor veel van deze jongeren te hoog is gegrepen: ‘Ze hebben minimaal 500.000 toman [9 euro] nodig om tanks en twee of drie meter slang te kunnen kopen. Met zo’n bedrag kun je een gezin van zeven een week lang van brood voorzien. En veel gezinnen in het dorp eten alleen brood.’
Chahab wil alleen maar ‘een goede baan’ en ‘een eenvoudig leven’. ‘Mijn droom is om leraar te worden, maar hier, in dit dorp, is het waarmaken van je dromen een droom.’
Noord-Korea heeft woensdag naar eigen zeggen een kernaanval op Zuid-Koreaanse doelen nagebootst door twee ballistische raketten af te vuren. Dat schrijft Kyodo News op basis van het Noord-Koreaanse staatspersbureau KCNA. Zuid-Korea heeft woedend gereageerd op de oefening.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De raketlanceringen volgen op een grootschalige oefening van Zuid-Korea en de Verenigde Staten eerder deze week. De VS zetten daarbij bommenwerpers in. Aan de oefening deden ook Japanse straaljagers mee en daarnaast voeren marineschepen van de drie landen mee.
Eerder op woensdag spraken de VS hun zorgen uit over de relatie tussen Noord-Korea en Rusland, die onderhandelingen over geïntensiveerde wapenleveringen zouden voeren. Noord-Korea zou daarbij munitie leveren die gebruik moet worden in de oorlog tegen Oekraïne. Afgelopen maand zou de Russische minister van Defensie Sergej Sjojgoe nog in het Aziatische land zijn geweest.
Geweld tussen de Lendu en de Hema is weer opgelaaid
Bij een aanval, die wordt toegeschreven aan militieleden, zijn veertien mensen omgekomen in de Democratische Republiek Congo. Het incident vond zondag plaats in Gobu, een dorp in de provincie Ituri, volgens lokale bronnen en het leger. Een week eerder werden in hetzelfde gebied zeven andere mensen gedood.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De aanval van zondag werd toegeschreven aan de Codeco, een militie van enkele duizenden mannen die beweert de Lendu-gemeenschap te beschermen tegen de Hema, een rivaliserende etnische groep. De Congolese nieuwssite Politico wijst erop dat Ituri ‘sinds mei 2021 onder staat van beleg is geplaatst, een uitzonderlijke maatregel die is afgekondigd door de president’ om het etnisch geweld in de provincie te beteugelen. Na een decennium van rust is het bloederige conflict in Ituri tussen Hema en Lendu sinds eind 2017 hervat. Daarbij zijn duizenden burgers omgekomen en meer dan anderhalf miljoen mensen op de vlucht geslagen, volgens de VN.
De Russische regering liet een drijvende kerncentrale over de ijsschotsen naar Pevek slepen, het noordelijkste stadje in Siberië, om het noordpoolgebied klaar te stomen voor een strategische sleutelrol. Aan de belangen van de inheemse bevolking wordt daarbij echter in het geheel niet gedacht.
Iedereen heeft het over de eieren van Aleksej. De eieren van Aleksej Aleksandrovitsj Korjapov zijn een happening in het dorp. Zelf loopt hij als een haan tussen de kippenhokken, met zijn blonde kuif als hanenkam. In een oogwenk heeft de verlegen man die ik ontmoette bij de ingang van de loods – gebouwd met de restanten van een compound van de Sovjetkustwacht – een transformatie ondergaan. Vijftienhonderd kippen heeft hij. Hij haalt ze aan, geeft sommige liefdevolle tikjes op hun snavel: ‘Moet je zien hoe ze kibbelen om het voer, de dametjes. Hou daarmee op, jij!’ Hij vertelt dat ze in september 2019 als kuikens zijn aangekomen, per schip vanuit Vladivostok via de Beringstraat.
Voor die tijd – vóór Aleksejs geniale start-up – kostten eieren hier in Pevek, waar het gemiddelde maandinkomen omgerekend ongeveer 165 euro bedraagt, 600 roebel per dozijn, dat is bijna 7 euro. Duurder dan de kaviaar die afkomstig is van de lokale vis die vooral wordt gevangen in de Kolyma in het gelijknamige district van de stalinistische goelags. De eieren werden één keer per maand met vrachtwagens of via de Noordelijke IJszee aangevoerd vanuit de regio Amoer in het binnenland van Rusland. Nu kosten ze minder dan de helft. De zevenendertigjarige Aleksej is geëmotioneerd: ‘De moeders omhelzen me, ze zeggen dat ze hun kinderen eindelijk een fatsoenlijk ontbijt kunnen geven. Op school, in het ziekenhuis en in het verzorgingstehuis verkopen we ze voor een symbolisch bedrag. Mijn eieren zijn een symbool van hoop, het is een prachtige ontwikkeling,’ zegt hij.
WINNAAR
True Story Award
De True Story Award is erin geslaagd om, na de digitale versie tijdens de pandemie, weer een livefestival te organiseren in Bern dankzij de vereende krachten van het Reportagen-team.
Deze zomer (23 en 24 juni) werd de internationale journalistiek in het Zwitserse zonnetje gezet, weliswaar in afgeslankte vorm omdat de sponsoring van de stad Bern uitbleef.
Het ambitieuze project, in het leven geroepen door Daniel Puntas Bernet van Reportagen, vraagt journalisten over de hele wereld elk jaar hun beste reportages of ander hoogstaand journalistiek werk in te sturen en laat die vervolgens door jury’s op verschillende continenten beoordelen. De drie winnaars van 2023 versloegen negen andere finalisten die, net als alle andere 24 genomineerden, elk 1000 euro kregen. In totaal waren er meer dan 900 inzendingen uit 94 landen in 21 talen.
1.
De eerste prijs ging naar de Italiaanse journalist Marzio G. Mian (25.000 euro) met zijn in deze editie gepubliceerde reportage ‘Azzardo a nordest’ over een drijvende nucleaire centrale in Siberië.
2.
De tweede prijs van (15.000 euro) ging naar Juan José Martínez d’Aubuisson uit El Salvador voor zijn onderzoek ‘How the MS13 Became Lords of the Trash Dump’ in Honduras, gepubliceerd in Insight Crime (zie kader).
3.
De derde prijs (10.000 euro) werd gewonnen door de Amerikaanse journalist Katia Patin voor haar reportage ‘Poland’s Ministry of Memory Spins the Holocaust’, gepubliceerd in Coda Story.
In de kippenschuur is het 21 graden, de scherpe geur van mest en voer is overweldigend, met spinnenwebben en witte veertjes bedekte elektriciteitskabels bungelen als feestslingers. Buiten is het 35 graden onder nul, het parelkleurige licht van de wintermiddag verdwijnt op de vlakke, bevroren toendra, opgeslokt door de poolnacht. Aleksej vertelt dat hij en zijn neef Viktor werkloos waren en zich dus geen eieren konden veroorloven. Maar zelfs zonder bankrekening konden ze toegang krijgen tot renteloze leningen, dankzij het nieuwe federale ontwikkelingsprogramma voor het Russische Verre Oosten dat twee jaar geleden door de Russische regering werd goedgekeurd, vertelt hij, en hij wijst eerbiedig op de foto van president Vladimir Poetin die aan een spijker in een scheur in het beton hangt. ‘We gaan uitbreiden, we mikken op vijfduizend kippen over drie jaar. Er zullen hier veel mensen komen,’ kondigt hij enigszins plechtig aan.
De drijvende kerncentrale is vanuit Moermansk zesduizend kilometer over zee naar Pevek gesleept
De datum 14 september 2019 zal in Pevek worden herinnerd vanwege twee uitzonderlijke gebeurtenissen die allebei symbool staan voor de transformatie die dit havenstadje, de noordelijkste gemeente van Rusland en gesticht in 1967, doormaakt: de komst van Aleksejs kippen en de komst van de Akademik Lomonosov, de eerste drijvende kerncentrale ter wereld [de Amerikaanse marine maakte in 1963 al gebruik van de een drijvende kerncentrale op het schip de Sturgis MH-1A]. Die is vanuit Moermansk zesduizend kilometer over zee naar Pevek gesleept en daar voor anker gelegd om Poetins obsessie voor het noordpoolgebied te voeden en de goudkoorts aan te wakkeren in Tsjoekotka, de uiterste noordoost-Siberische landstrook aan de Beringzee. Dit autonome district staat onder het strenge regime van grensgebieden aangezien Tsjoekotka en Alaska van elkaar gescheiden zijn door maar drie zeemijlen: de afstand tussen het Amerikaanse eiland Klein Diomedes dat wordt bewoond door een stuk of honderd Inuit, en Groot Diomedes, waar een Russische militaire basis is gevestigd.
Voor wie hier niet woont is het heel lastig om in deze zwaarbeveiligde regio te komen. Voor Russische journalisten is het al een hele onderneming, voor buitenlandse journalisten bijna onmogelijk. Na een jaar lang te zijn geconfronteerd met een digitale papierwinkel en heen en weer te zijn gestuurd van het ministerie van Buitenlandse Zaken naar de lokale regering van Anadyr, van de FSB (Russische Federale Veiligheidsdienst) naar de veiligheidsautoriteiten van de ‘grens’, hebben we waarschijnlijk geprofiteerd van een zeldzaam hiaat in het gepantserde Russische controlesysteem en zijn we – onwelkome gasten – uiteindelijk nu toch op deze plek aangekomen: een van de dunbevolktste, koudste, meest mysterieuze en beschermde uithoeken van de wereld. Bovendien zijn we hier aangekomen op het slechtst denkbare moment, want we zijn ooggetuigen van de aanwezigheid van wat Greenpeace ‘Tsjernobyl op ijs’ noemt. Aleksej is er zeker van dat de twee ‘ondernemingen’, zijn kippen en de drijvende kerncentrale, nauw met elkaar verbonden zijn: ‘Net als de kip en het ei brengt de kerncentrale vooruitgang, nieuwe banen, nieuwe gezinnen. En wie wil er ’s ochtends niet een lekker vers eitje?’
Wanneer we de school in Pevek bezoeken is het net pauze. Buiten is het als gevolg van de ijzige noordenwind 40 graden onder nul, maar binnen is het warm en ruikt het naar dennen. In de hal ligt een berg warmtepakken. De school telt in totaal 512 leerlingen en is opgedeeld in een middenbouw en een bovenbouw. De sfeer is er onbezorgd maar beheerst, niet één stem die boven het geroezemoes op de gangen uitstijgt, weinig sneakers, geen mobiele telefoons. Een voor een lopen de leerlingen in de rij langs de grote, moderne keuken waar de kantinedames druk in de weer zijn met pannen raapjessoep met heilbot, die heerlijk ruikt. De leerlingen nemen hun lunch in ontvangst en splitsen zich vervolgens op in groepjes, jongens en meisjes meestal apart, zoals normaal is bij tieners.
Het hart van Pevek
De directrice van de school, Elena Stepanova, doceert Russische literatuur. Ze is rond de vijftig en heeft grote groene ogen en een ovaal gezicht dat wordt omlijst door een kastanjebruin pagekapsel. Haar kantoor is opgesierd met zijden bloemen, beeldjes en schilderijen van leerlingen. Zelf staat ze op geen enkele foto. Ze is discreet en praat nooit over zichzelf, maar toch merk je dat ze macht heeft: er wordt gezegd dat zij de meest gezaghebbende en gerespecteerde persoon van de stad is. Niet zozeer omdat ze de dienst uitmaakt in het mooiste gebouw – waar in die algehele troosteloosheid weinig voor nodig is – maar omdat ze het instituut vertegenwoordigt dat door iedereen wordt beschouwd als ‘het hart en de ziel van Pevek’, de plek waar de kinderen bijna het hele jaar wonen, weg van de alcohol en de verloedering binnen hun families: een toevluchtsoord en een oase. Er is een foto van Poetin, maar ook een van de oliemagnaat Roman Abramovitsj, die niet alleen eigenaar is van de Engelse voetbalclub Chelsea, maar ook gouverneur van Tsjoekotka is geweest: zijn vriend in het Kremlin had hem deze provincie van het Russische rijk toevertrouwd. En hij is degene die de nieuwe school in 2005 heeft bekostigd. ‘Uit eigen zak,’ volgens Stepanova.
Surrealistisch
Op de gangmuren van de drie verdiepingen van de school zijn in pasteltinten schilderingen aangebracht van grote mannen uit de Russische cultuur in situaties die allesbehalve traditioneel zijn, maar eerder surrealistisch: Poesjkin wordt bijvoorbeeld heel vrolijk afgebeeld in een sidecar. Ook de verhalen over Tsjoekotka worden vrij van stereotypen verteld. De afbeeldingen zijn geïnspireerd op de woorden van dichters en schrijvers, zoals de grote Joeri Rytcheoe, zoon van een sjamaan, opgegroeid in een Tsjoektsjenstam en later een van de krachtigste stemmen van de Sovjetliteratuur, die echter helaas door Poetins nieuwe koers naar de prullenbak werd verwezen. Stepanova praat over hem met passie, maar haast fluisterend, alsof het om een geheime liefde gaat. Ze vertelt dat Abramovitsj degene was die de taboes heeft doorbroken door zijn lievelingsroman, Skitanija Anny odintsovoj (De reis van Anna) opnieuw uit te geven, maar alleen voor de scholen in het district Tsjoekotka.
De klaslokalen zijn in verschillende kleuren geschilderd, die doen denken aan de explosie van kleuren op de toendra in de zomer, en elk lokaal is bestemd voor een bepaald vak. De leerlingen lopen tussen de lessen door steeds naar een ander lokaal. De glimmende schoolborden zijn multifunctioneel, de nu al compleet uitgeruste laboratoria voor techniek en informatica worden binnenkort gemoderniseerd, zoals blijkt uit de dozen die staan te wachten om te worden uitgepakt. De directrice vertelt over haar creatie alsof het Ruslands kostbaarste bezit is, vergelijkbaar met de Hermitage in Sint-Petersburg of het Bolsjojtheater in Moskou. En toch zijn we in Pevek, in het district Tsjoekotka, het einde van de wereld, het gebied met de laagste bevolkingsdichtheid na Antarctica en de Sahara. Waar de lawine van de economische crisis na de instorting van de Sovjet-Unie in de jaren negentig van de vorige eeuw het hardst is aangekomen en waar de bevolking is gedaald van 148.000 inwoners in 1991 naar ongeveer 50.000 nu.
‘We beginnen het symbool te worden van de Arctische ontwikkeling’
‘Tot 1989 waren het er bijna 15.000. Er waren drie scholen en twee grote kostscholen voor de kinderen uit de dorpen van de Tsjoektsjen. Pevek boogde op een gemeenschap van wetenschappers waar zelfs de Staatsuniversiteit van Moskou niet aan kon tippen. Sommige wetenschappers kwamen hier speciaal voor de exploratie van de mijnen, andere zijn hier gebleven nadat de goelags werden gesloten en hebben hier vervolgens een gezin gesticht, zoals mijn grootvader. In de jaren negentig leden we honger, er was geen melk, we aten aardappelschillen, kaarsen waren een luxe.’ Maar nu, zo verzekert de directrice, ‘is de adrenaline terug, al heeft het inwonersaantal nog niet de vijfduizend bereikt. Er komen jonge geologen en ingenieurs met hun gezinnen. Dankzij een nieuwe satelliet die speciaal is gelanceerd om Oost-Siberië te dekken, hebben we internet en er worden wegen aangelegd. We beginnen het symbool te worden van de Arctische ontwikkeling, Pevek zal een van de belangrijkste havens worden op de nieuwe poolroute, de shortcut van de globalisering. Het is de moderne uitdaging van het hoge noorden, net als in de tijd van de Sovjetpioniers. We zijn nu de hoofdrolspelers en niet langer de verschoppelingen van de mensheid.’
1. Marzio G. Mian
Winnaar True Story Award
De Italiaanse journalist Marzio G. Mian, winnaar van de True Story Award, is al een bekroond correspondent en auteur. Hij was zeven jaar lang adjunct-hoofdredacteur voor het weekblad Corriere della Sera en werkt tegenwoordig voor verschillende Italiaanse en Zwitserse media.
Mian richtte het The Arctic Times Project op, een journalistieke non-profitorganisatie die zich richt op de gevolgen van klimaatverandering in de Arctische regio, en The River Journal, een multimediaal project waarin hij samen met andere journalisten, fotografen en filmmakers verslag doet van actuele kwesties rondom de grootste rivieren ter wereld.
Marzio Mian ontving het Rainforest Journalism Fund (RJF) van het Pulitzer Center in Washington D.C. voor een onderzoek naar de rivier de Mekong in Cambodja. Met een aantal journalisten onderzocht Mian de ontbossing en de gevolgen daarvan – minder regenval en kortere en intensere moessonseizoenen – die resulteren in een perfecte storm voor het hele ecosysteem van de Mekong. Ook ontving hij de Marco Lucchetta International Press Award en de Amerigo Vespucci-prijs voor reisliteratuur
Dan klinkt er een piano vanuit de gang. We zijn op de tweede verdieping, aan de kant die uitkijkt over de haven en de Tsjaoenbaai met het pakijs. We vragen of we even mogen gaan kijken, Stepanova antwoordt dat er wordt gerepeteerd in de danszaal, misschien is dit niet een geschikt moment. Heel even twijfelt ze nerveus, maar dan opent ze voorzichtig de grote eikenhouten deur en laat ons naar binnen kijken. De vijf meisjes dansen onverstoorbaar verder op de muziek van Alexander Skrjabins Prométhée. Zoals we ook al hadden gezien vanuit de ramen van de klaslokalen op de derde verdieping, valt ook hier op hoe de felle lichten van de Akademik Lomonosov worden weerkaatst door het ijs; hier is het een nog indrukwekkender tafereel omdat de ruiten groter zijn en het net lijkt of de kerncentrale een oceaanstomer is die vanuit de duisternis recht op de school afkomt.
Daar, vijftig meter verderop, ligt de centrale gevangen in een drie meter dik pak ijs, maar het lijkt of je hem kunt aanraken. De danseressen letten er niet op, alsof het bij de choreografie hoort. Onze blikken kruisen die van de directrice, die allang heeft begrepen waarom we hier zijn en wat we van haar willen weten. ‘Ze zeggen dat de centrale veilig is, waarom zouden we het niet vertrouwen? Ze hebben ons zelfs uitgenodigd aan boord, ze hebben aan de leerlingen uitgelegd hoe alles werkt, ze hebben alle vragen beantwoord, ze hebben de gym en het zwembad laten zien. Wat kon ik doen? Het is nou eenmaal zo gegaan. Maar komen jullie een andere keer terug, dan praten we er rustig over.’
Pevek is alleen bereikbaar per vliegtuig (mits het weer het toelaat één vlucht per week vanuit Moskou, met een tussenlanding in Jakoetsk). Blijkbaar ontkomt niemand aan de controles. Op het kleine vliegveld worden we langdurig ondervraagd door zes grenswachten, die hier agenten van de FSB zijn. Onze vergunningen zijn in orde maar toch noteren ze de namen van onze familieleden, onze bezittingen en onze verplaatsingen in de afgelopen twee maanden. Ze ondervragen ook degene bij wie we zullen logeren, Igor Ranav, een kleine Tsjoektsjische ondernemer en activist die bekend is vanwege zijn meldingen van verkiezingsfraude en zijn polemiek met de regering in de hoofdplaats van Tsjoekotka, Anadyr.
Beschermingsniveau
De daaropvolgende dagen maken we met een drone, profiterend van het halfuur daglicht, verschillende luchtopnamen boven Pevek, zonder toestemming en zonder gevolgen. We vliegen vier keer van verschillende kanten over de kerncentrale en naderen die verontrustende platte schuit, geschilderd in de kleuren van de Russische vlag, tot op enkele tientallen meters. Er gebeurt niets. Hoe is het mogelijk dat een drone door niemand wordt onderschept, hoewel de Akademik Lomonosov aan de hele oostkant van de haven wordt beschermd door een gewapend ‘fort’ dat uitsluitend bedoeld is voor de beveiliging van de centrale en dat is uitgerust met geavanceerde radars? Wat is het beschermingsniveau en de interventiecapaciteit in geval van een vijandige aanval of een ongeluk?
We hebben het hier over de elfde Russische atoomcentrale, de noordelijkste ter wereld en de eerste [tweede] mobiele kerncentrale die ooit in gebruik is genomen: een platform van 21.500 ton, 140 meter lang en 30 meter breed, uitgerust met twee KLT-40c-reactoren op laagverrijkt uranium die samen 70 megawatt kunnen opwekken en een stad van honderdduizend inwoners veertig jaar lang ononderbroken van elektriciteit en warmte kunnen voorzien. Het idee van een prêt-à-porter kerncentrale bestaat al sinds de jaren zestig, ook de Verenigde Staten hebben lange tijd met het idee gespeeld. Maar om economische en veiligheidsredenen werd het verworpen, aanvankelijk ook door de Russen. Op uitdrukkelijk verzoek van Poetin heeft Rosatom, het Russische nucleaire staatsagentschap, haast gemaakt met het plan en er tien jaar arbeid op de scheepswerven van Sint-Petersburg en circa 450 miljoen euro aan staatsgelden in geïnvesteerd (wat toch tien keer zo weinig is als de kosten van een traditionele kerncentrale).
Deze klasse van kernreactoren wordt door Moskou beschouwd als de enige oplossing om de meest afgelegen gebieden van het Russische noordpoolgebied te voorzien van de energie die nodig is voor de exploitatie van mineralen en fossiele brandstoffen, maar ook om het ontstaan van nieuwe wooncentra te bevorderen. Er wordt een vloot gebouwd die moet worden geankerd in de havens langs de Noordelijke Zeeroute, de voormalige Noordoostelijke Doorvaart. Het Kremlin en Rosatom hebben aangekondigd dat alleen al in Tsjoekotka nog eens vijf kerncentrales in gebruik zullen worden genomen (waarvan twee voor het eind van 2024) tegen een geschatte kostprijs van 2,25 miljard dollar.
Niet manoeuvreerbaar
Jan Haverkamp, nucleair expert van Greenpeace, heeft onlangs alarm geslagen: ‘Het is geen duikboot of ijsbreker, dit is een schuit die niet manoeuvreerbaar is,’ zegt hij. ‘Als het anker losbreekt of er nadert een ijsberg, wat gebeurt er dan? De Noordpool warmt drie keer zo snel op als de rest van de wereld, het smelten van de ijskappen leidt tot ongekende omstandigheden, deze oceaan wordt steeds gevaarlijker. En wat zou er gebeuren in geval van een tsunami, al zegt Rosatom dat ook dat risico is ingecalculeerd? De Russen hebben een lange ervaring met kerncentrales, maar ook een lange geschiedenis van rampen. We weten hoe moeilijk het is nucleaire ongelukken op land het hoofd te bieden, laat staan op zee en in zulke afgelegen gebieden.’ De radioactiviteit van de Akademik Lomonosov is 25 keer zo laag als die van de kerncentrale van Tsjernobyl, maar de gevolgen van een ongeluk zouden enorme proporties aannemen dankzij de poolwinden en de zeestromingen: ‘Dat zou het einde zijn van het kwetsbaarste ecosysteem ter wereld.’
2. Juan José Martínez d’Aubuisson
MS13 & Co.
Juan José Martínez d’Aubuisson kreeg de tweede prijs voor het eerste artikel in zijn vierluik ‘MS13 & Co.’, over hoe de MS13 (Mara Salvatrucha) – een bende die in de jaren 1980 ontstond in Los Angeles om Salvadoraanse immigranten te beschermen tegen andere bendes – na verloop van tijd een traditionele criminele organisatie werd met investeringen in talloze bedrijven, zowel legaal als illegaal.
In dit deel onderzoekt Martínez d’Aubuisson hoe de MS13 bepaalde aspecten van de afvalrecycling sector in Honduras heeft overgenomen en probeert erachter te komen welke connecties er bestaan tussen de bende en de hoogste regionen van de Hondurese politiek en zakenwereld. Daarvoor sprak hij met tientallen leden van de gang in de VS, Mexico en Honduras. De bronnenlijst is eindeloos en omvat behalve hoofdrolspeler Alexander Mendoza, alias ‘Porky’, die vastzit in een zwaarbeveiligde gevangenis ook lokale journalisten, politieagenten, overheidsfunctionarissen, beschermde getuigen en overlopers van de maffia, evenals slachtoffers van de maffia. Met die informatie voerde hij een uitvoerige analyse uit aan de hand van gerechtelijke documenten, bedrijfscontracten en andere officiële documenten, evenals gespecialiseerde literatuur over het onderwerp corruptie en recycling in Honduras en de wereld.
De ramen van het appartement van de 65-jarige geoloog Valentin Poskotinov kijken uit op de Tsjemodanovastraat, de weg of baan die parallel aan het pakijs door Pevek loopt. Het standbeeld van Lenin wordt verlicht door het gele schijnsel van een lantaarn. Bedekt met ijs en sneeuw is het herkenbaar aan de klassieke pose, en de geopende hand lijkt precies te wijzen naar het raam dat Poskotinov op een kier zet om te roken: hij hoeft maar heel even zijn gezicht uit het raam te steken of zijn neusharen en borstelige wenkbrauwen zijn wit.
‘Waar vind je een kerncentrale op vijfhonderd meter afstand van een school vol met kinderen?’
Tussen twee trekjes door herhaalt Poskotinov zijn vraag: ‘Waar ter wereld vind je een kerncentrale op vijfhonderd meter afstand van een school vol met kinderen? Die vraag stelde ik meneer Ivanov van Rosatom op de informatieavond over het project voor de bevolking in het Zal Aisberg-theater. Ze zeiden dat ze de centrale pas zouden gaan bouwen als het plan door de bewoners werd goedgekeurd, maar intussen stortten ze al beton om de pier te bouwen waar de centrale zou worden afgemeerd. Maar meneer Ivanov heeft mijn vraag niet beantwoord.’
Wurgende keuze
Ook onze gastheer Igor Ranav was die avond als een van de weinige Tsjoektsjen aanwezig in het Zal Aisberg-theater. Hij was voorstander van de komst van het platform: ‘Ik dacht dat iets nieuws altijd beter was dan niets, voor mijn volk kon het nooit erger worden dan het al was.’ Volgens hem zijn de inwoners voor een wurgende keuze gesteld: de schone energie van de drijvende atoomcentrale in de haven accepteren, of nog eens 75 jaar lang de lucht inademen van de oude kolencentrale Čaunskaya Hpp, die in het centrum van Pevek staat; de opwindende uitdaging van verandering en vooruitgang aangaan, of leven in het gezelschap van die zwarte pluim die wordt gegeseld door de wind en die de sneeuw, de longen en de hoop bevuilt. Je hoeft maar de heuvel op te lopen en je ziet op een vluchtig moment van opaalkleurig licht alles samengevat: beneden een wirwar van rokende wrakstukken te midden van een landschap van ruïnes met betonrot waarboven gigantische kraaien cirkelen; iets verderop een fonkelend ruimteschip in het ijs, wat een sinister gevoel van reinheid geeft; en daarachter, aan de horizon van de Noordelijke IJszee, gemarkeerd door een violette mist, lijkt het alsof je de Noordpool zelf zou kunnen zien.
In werkelijkheid zal de kolencentrale nog tot ten minste 2025 samen met de kerncentrale in werking blijven
Rosatom had beloofd dat de prehistorische kolencentrale, bijgenaamd de ‘verroeste kachel’, onmiddellijk buiten werking zou worden gesteld, want nu was er de Akademik Lomonosov, ‘de Russische trots in de wereld’, aldus de directeur, Vitalij Trutnev, om elektriciteit en warmte naar de mensen te brengen en de versleten kernreactoren van Bilibino, 240 kilometer verderop in de toendra, te vervangen. In werkelijkheid zal de kolencentrale nog tot ten minste 2025 samen met de kerncentrale in werking blijven.
‘De prioriteiten liggen elders,’ zegt Valentin. Hij is geboren in Sint-Petersburg en behoort tot de generatie van jonge afgestudeerde pioniers die in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw met een patriottische geest het avontuur tegemoetgingen om in het hoge noorden voorbij het Oeralgebergte, in het ruwe noordoosten, de rijkdommen te exploreren die nog niet waren gewonnen door de politiek gevangenen die tot de jaren zeventig op industriële schaal als dwangarbeiders waren ingezet. ‘Ik ben een van degenen die zijn gebleven,’ zegt hij. ‘Uit heimwee naar die jeugd, maar ook omdat ik was gegijzeld door de natuur. De witte koorts, zo noem ik het.’
Oligarch en gouverneur
Natuurlijk komen we uiteindelijk te spreken over Roman Abramovitsj, de oligarch die van 2000 tot 2008 gouverneur van Tsjoekotka was en plotseling in Pevek, maar ook in de dorpen van de oorspronkelijke bevolking, weer heel belangrijk werd – en niet vanwege de overwinning van zijn club Chelsea in de Champions League. Hij had sentimentele banden met het hoge noorden; zijn grootouders waren geïnterneerd geweest in de goelags. Maar bovenal was het een kwestie – of een zaak – tussen twee vrienden: de oliemagnaat die meer dan wie ook had geïnvesteerd in de voormalige KGB-agent Vladimir Poetin werd door de nieuwe tsaar beloond met de toekenning van de afgelegen Arctische provincie. In die tijd begreep bijna niemand waarom, want Tsjoekotka was de armzaligste regio van Rusland.
Om de schatkist van de overheid te vullen verplaatste Abramovitsj drie filialen van oliegigant Sibneft naar de hoofdplaats Anadyr: de belastinggelden die dat opbracht waren goed voor 80 procent van de begroting van de autonome regio. Meteen bleek wat dat opleverde. En nog wel het duidelijkst in Pevek, waar in het eerste decennium van deze eeuw behalve de school, het ziekenhuis en het nieuwe gemeentehuis meerdere sociale en residentiële wooncomplexen werden gebouwd ter vervanging van de oude Sovjetcomplexen die in de jaren negentig waren verlaten en toevluchtsoorden voor roedels zwerfhonden waren geworden. Ook de oorspronkelijke bevolking, de veertienduizend Tsjoektsjen, rendierhouders die zijn verbannen naar de over de toendra verspreide dorpen, werd een stukje opgetild van de bodem van de fles waarin ze hun wanhoop verdronken: in 2000 was de gemiddelde levensverwachting van de Tsjoektsjen 34 jaar; in 2010 was dat gestegen naar 38 jaar.
Belastingopbrengsten
‘In werkelijkheid betaalde Abramovitsj de belastingopbrengsten uit aan zichzelf,’ zegt Valentin. ‘En voor 2 roebel kocht hij van de overheid, dus van zichzelf, enorme stukken grond waar zich volgens de landkaarten, die nog waren getekend door Sovjetgeologen zoals ik, rijkdommen bevonden. Hier bevinden zich de grootste koper- en goudafzettingen ter wereld.’ En die zijn nu in handen van Abramovitsj. Net als die van Baimskaya, waar naar schatting een koperreserve ligt van 9,5 miljoen ton en bijna 500 ton goud. En de enorme afzettingen van Pešanka in het district Bilibino, waar 23 miljoen ton koper en meer dan 2000 ton goud zal worden gewonnen. Op beide plaatsen werkt de magnaat samen met Kaz Minerals, het belangrijkste kopermijnbedrijf van Kazachstan, dat evenwel gevestigd is in Londen. ‘Wij hebben al die afzettingen ontdekt, we waren jongens vol idealen, we woonden maandenlang op de toendra en aten alleen maar bessen en hazen. We hebben ook andere afzettingen van goud, koper, platina, zilver en wolfraam in kaart gebracht, die nu worden ontgonnen, zoals de mijnen van Majskoe en Kupolte,’ zegt Poskotinov. ‘Het district van Bilibino is een nieuw Klondike en heeft veel energie nodig om echte rijkdom te genereren.’
Katia Patin
Derde prijs
‘Multimediajournalist’ Katia Patin maakt documentaires en schreef artikelen voor gerenommeerde media als Time Magazine, NBC, The Guardian en The Atlantic. Het True Story Festival gaf Patin de derde prijs voor haar artikel ‘Poland’s Ministry of Memory Spins the Holocaust’, dat werd gepubliceerd door het Amerikaanse Coda Story. Het is een schokkend relaas over de Poolse Olympische sporter Dariusz Popiela, die probeert het bewuste uitwissen van de Joodse geschiedenis door de Poolse overheid te bestrijden met zijn stichting Mensen, geen getallen.
Ongeveer drie miljoen Poolse Joden werden vermoord door de nazi’s, maar zowel tijdens het communisme als daarna werd en wordt die barbaarse slachting verdoezeld ten faveure van het trotse, ‘officiële’ verhaal over hoezeer Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog werden geholpen door hun Poolse medeburgers. Jaroslaw Kaczynski, leider van de aartsconservatieve regeringspartij PiS, beschuldigt Popiela ervan een ‘pedagogie van schaamte’ te hanteren. Centraal in de controverse staat het machtige en rijkelijk door de overheid gefinancierde IPN, het Nationaal Herdenkingsinstituut, dat het als zijn taak ziet ‘de goede naam’ van Polen te bewaken. Het Instituut blijkt het daarbij niet al te nauw te nemen met de historische waarheid.
Dat is de reden waarom Abramovitsj in werkelijkheid nooit is weggegaan uit Tsjoekotka. En dat is de reden waarom de Akademik Lomonosov in Pevek is gekomen en de haven nu wordt onderworpen aan een gigantische uitbreiding, met investeringen door Kazachstan en China. Het zal een van de strategische tussenstops worden op de noordelijke vaarroute, die door de Chinezen de Arctische Zijderoute wordt genoemd. Na de recente blokkade van het Suezkanaal en de sterke stijging van de grondstofprijzen als gevolg van de pandemie heeft Poetin vaart gemaakt en druk gezet op Rosatom, dat belast is met de ontwikkeling van de 6000 kilometer lange poolroute. De doorgang wordt steeds makkelijker dankzij het smeltende ijs, maar ook dankzij de door kernmotoren aangedreven containerschepen die het hele jaar kunnen varen zonder gebruik te hoeven maken van ijsbrekers: van de huidige 40 miljoen ton goederen die van en naar Azië worden vervoerd – grotendeels natuurlijk vloeibaar gas uit de Russische afzettingen van Jamal – wil het Kremlin voor het einde van 2026 komen tot 80 miljoen. In Pevek is de groei sinds 2018 100 ton per jaar geweest. ‘Het goud en koper van Abramovitsj zal terechtkomen in China,’ zegt Poskotinov. ’60 procent van het koper op de hele wereld wordt verbruikt in China. Waarom zouden ze het in Chili, Peru of Australië halen als ze het uit Tsjoekotka kunnen krijgen? Ze hoeven maar de Beringstraat over te steken om hun schepen vol te laden.’
Grootse ideeën
De Akademik Lomonosov is met zijn verblindende witte lampen ook te zien vanuit het appartement van Igor Ranav, dat honderd meter van de school vandaan ligt. De aanwezigheid van de Akademik voedt vooral zijn voorliefde voor grootse ideeën en de hoop dat de regio spoedig niet meer onder een toezichtsregime zal staan dat nog erger is ‘dan in de Sovjettijd’. Hij denkt bijvoorbeeld zijn dromen te kunnen verwezenlijken: een Cessna kopen en een luchttaxidienst opstarten naar Anadyr of Bilibino, of een groentekas bouwen. Net als alle andere Tsjoektsjen hield hij rendieren op de toendra, maar zijn talent voor zaken, van de bouw tot het begrafenisondernemerschap tot de handel in oud ijzer, heeft hem bevrijd van zijn armoede en, naar de norm van zijn volk, tot een rijk man gemaakt.
Tot 1867 behoorde Alaska tot het tsaristische rijk, daarna werd het verkocht aan de Verenigde Staten voor een equivalent van 125 miljoen dollar
Hij is een paar keer aan de overkant van de Beringstraat geweest, in Alaska, en dat is zijn idee van de beschaafde wereld. Hij zegt dat het ‘twee verschillende planeten’ zijn. Tot 13.000 jaar geleden kon je de Beringstraat lopend oversteken, en het landschap is identiek. De gebouwen zijn volgens dezelfde methode gebouwd als de paalwoningen, en de smeltende permafrost veroorzaakt dezelfde problemen: verzakking van veel kustdorpen, kadavers die na honderden jaren tevoorschijn komen uit de graven. Tot 1867 behoorde Alaska tot het tsaristische rijk, daarna werd het verkocht aan de Verenigde Staten voor een equivalent van 125 miljoen dollar, gelijk aan de waarde van de olie die in vier dagen wordt gewonnen in Prudhoe Bay.
Veel Eskimo-gezinnen, Inuit genoemd in Alaska en Joepik in Tsjoekotka, leven van elkaar gescheiden op de twee oevers, want de Koude Oorlog in 1948 maakt een einde aan elke vorm van contact. In het tijdperk Reagan-Gorbatsjov, eind jaren tachtig, leek het even of de ‘Beringmuur’ was gevallen, er was een levendige culturele uitwisseling, er werden visa afgegeven en er was zelfs nu en dan een vlucht. ‘Je kan het zien op de kaart, het zijn twee neuzen die tegen elkaar aan wrijven: we zijn een gescheiden tweeling,’ zegt Ranav.
In de loop van de jaren heb ik ook de andere ‘neus’ bezocht. In Nome, het Amerikaanse havenstadje aan de Beringzee, is de parkeergelegenheid voor privévliegtuigen even groot als die van Newark in New Jersey, 8200 vliegvergunningen in de hele staat. Er is een krant die al meer dan honderd jaar bestaat en nu eigendom is van een jong Duits stel, terwijl er in Tsjoekotka twee staatskranten in omloop zijn en niet één onafhankelijk nieuwsmedium is. Het gemiddelde loon in Noord-Alaska bedraagt rond de 1500 dollar per maand en de oorspronkelijke bevolking heeft meer dan een miljard dollar ontvangen aan herstelbetalingen voor de vervolging waaronder ze hebben geleden. In North Slope, waar de Inuit in de meerderheid zijn en waar zich de meest productieve olievelden bevinden, beheren zij dertien bedrijven die op Wall Street genoteerd staan met hun deel van de olie-opbrengsten. Ook in het noorden van Alaska is alcoholisme een plaag, maar de andere helft van de ‘tweeling’ in Tsjoekotka drinkt zes keer zoveel (volgens het ministerie van Volksgezondheid in Moskou) als de gemiddelde bevolking van Rusland, dat bepaald geen land van geheelonthouders is.
Eervolle vermelding
Isaac Otidi Amuke
De Keniaanse Isaac Otidi Amuke, hoofdredacteur van Debunk Media, kreeg een eervolle vermelding voor zijn artikel ‘The Rise and Fall of Mike Sonko: Nairobi’s Matatu King’. Na te hebben vastgezeten voor fraude, ontwikkelt Gidion Mbuvi Kioko zich tot de koning van de matatu’s, de bont beschilderde en luide minibusjes die in Kenia fungeren als publiek transportmiddel. Vanwege zijn dure sieraden, opzichtige kleding en extravagante levensstijl krijgt hij de bijnaam Sonko, wat in het Sheng, de Keniaanse straattaal, ‘rijkaard’ betekent. Sonko schopt het in 2017 zelfs tot gouverneur van Nairobi.
Ranav raakt geen alcohol aan maar klokt liters warme thee naar binnen en is een sterke man met een onstuitbare vitaliteit. Hij wisselt gemiddeld om de drie jaar van echtgenote, maar onderhoudt uitstekende relaties met al zijn exen en is altijd aan de telefoon om de logistiek van zijn gecompliceerde relaties te regelen. De vriendin van wie hij nooit scheidt is Jaska, een klein wit rendiertje dat aan een of ander neurologische aandoening lijdt en door haar moeder was achtergelaten op de toendra. Een paar jaar geleden heeft hij de hand weten te leggen op een gigantische oude truck, een Gaz-66 Ural, die in de tinmijnen werd gebruikt. Die heeft hij omgebouwd tot terreinwagen waarmee hij maar liefst vijftien personen kan vervoeren over de zimniki, de wegen van ijs en sneeuw die de binnenlanden van de regio doorkruisen.
We doen er drie uur over om naar Rytkoetsji te rijden, een nederzetting van ongeveer vijfhonderd Tsjoektsjen ten zuiden van de Tsjaoenbaai. Het is een vochtig gebied waar drie rivieren samenkomen, ’s zomers een kraamkamer voor de rendieren en het ongerepte rijk van een stuk of tien inheemse vissoorten. We gaan met de sneeuwscooter op bezoek bij Sasja Prokopoiev, een van de vertegenwoordigers van de gemeenschap, in zijn balok, het hokje op ski’s waar hij zich tijdens het ijsvissen verwarmt aan een kerosinekacheltje. De kou is beangstigend, zodra de vissen uit het gat komen sissen ze alsof ze in kokend hete olie worden gegooid. Prokopoiev bevestigt dat er voor het koper en goud van Abramovitsj wordt gewerkt aan de bouw van een nieuwe haven bij kaap Naglejnyn, door de Tsjoektsjen ‘de schoot van de wereld’ genoemd. De rendierhouders van Rytkoetsji brengen daar altijd hun 25.000 rendieren naartoe om zich vet te eten voordat ze moeten werpen. ‘Zo gaat het al vierhonderd jaar,’ zegt hij. ‘Maar over vijf jaar zullen er geen graslanden meer zijn, dan zullen er geen rendieren meer zijn en verdwijnen de dorpen, want zonder rendieren bestaat er geen leven op de toendra.’
1 miljard euro
Moskou heeft al 1 miljard euro beschikbaar gesteld voor de haven, terwijl het onzeker is hoeveel Kaz Minerals zal betalen voor de weg die de mijnen in de regio Bilibino zal verbinden met Kaap Naglejnyn: ‘Ze zouden de haven van Pevek kunnen gebruiken, maar met die nieuwe haven hoeven de vrachtwagens vierhonderd kilometer minder te rijden. Die weg belemmert de migratie van rendieren en voor de aanleg ervan moet de bovenloop van de rivieren worden verlegd, waar onze vissen kuit schieten. Voor de extractie van goud wordt cyanide gebruikt, dat in de rivieren terechtkomt. Voor ons is de toendra niet een kwestie van prioriteit, maar van verantwoordelijkheid.’ Dat heeft de schrijver die zo wordt bewonderd door de directrice van de school, Joeri Rytcheoe, milieuactivist in de tijd dat de Sovjet-Unie het milieu verwoestte in naam van de nieuwe mens en de collectieve welvaart, goed uitgelegd: ‘Op de toendra is de tijd niet lineair, maar circulair. Net als de natuur slijt de tijd niet, maar vernieuwt hij zich.’
De gemeenschappen hebben een brief geschreven aan de Verenigde Naties, waarin zij zich beroepen op de verklaring van de rechten van inheemse volkeren. Ranav staat in de voorste gelederen, we zijn hier niet in Pevek tussen de Russen, dit is zijn grond en het gaat om zijn volk: in Naglejnyn zullen vijf net zulke platforms als de Akademik Lomonosov worden aangemeerd. ‘De komst van Abramovitsj heeft ons leven beslist verbeterd,’ zegt Prokopoiev terwijl hij door de patrijspoort naar buiten kijkt, waar de riviermond intussen is opgeslokt door de duisternis. ‘Zijn mensen deelden voedsel uit, bij elke verkiezing in Rytkoetsji kwamen ze aanzetten met strijkijzers en televisietoestellen en speelgoed. Maar in werkelijkheid heeft hij ons geplukt als kippen. Hij heeft misschien 1 miljard geïnvesteerd maar er 10, 20 of wie weet hoeveel miljard aan verdiend. Hij heeft ons omgekocht met glazen kralen en in ruil daarvoor Tsjoekotka ingepikt. Nu zijn we nog maar vijfhonderd obstakels die die klootzakken in de weg zitten.’
De impact van de Oktoberrevolutie van 1917 in Tsjoekotka werd pas zichtbaar in oktober van het jaar daarop
Ranav belooft dat ze de grond tegen elke prijs zullen verdedigen: ‘Abramovitsj kent onze geschiedenis.’ De Kozakken probeerden in de zeventiende eeuw belasting te heffen, de jasak, maar moesten toegetakeld het veld ruimen. Peter de Grote probeerde de Tsjoektsjen te onderwerpen en stuurde zijn vertrouweling Afanasij Sestakov, maar diens schip zonk en de schipbreukelingen werden op het pakijs uit de weg geruimd: de stammen ondertekenden een vredesverdrag dat hun in staat stelde zelf te bepalen hoeveel belasting ze zouden betalen. De impact van de Oktoberrevolutie van 1917 in Tsjoekotka werd pas zichtbaar in oktober van het jaar daarop, toen twee Bolsjewistische afgevaardigden twee dagen nadat ze de macht hadden gegrepen, uit de weg werden geruimd.
In de weg
We komen aan in het dorp, het licht is net uitgevallen. Iemand zegt dat er een kraai op de hoogspanningsdraad terecht is gekomen, dat is al eerder gebeurd. Maar Sasja is ervan overtuigd dat het dit keer komt door de werkzaamheden op de lijn die het kernplatform moet verbinden met het elektriciteitsnet van de regio Bilibino: ‘We zitten die klootzakken in de weg,’ herhaalt hij.
Eervolle vermelding
Bastian Berbner en John Goetz
Twee journalisten van Die Zeit kregen een eervolle vermelding voor What Guantánamo Made of Them’, een verhaal over Mr. X., een beul in Guantánamo Bay, en zijn slachtoffer Mohamedou Slahi, gepubliceerd in editie 209 van 360.
Mr. X. woont inmiddels als een gebroken man ergens in de VS en lijdt net als slachtoffers van martelingen aan depressie en zelfmoordgedachten. Hij is er nog altijd van overtuigd dat Slahi een terrorist is. Slahi woont inmiddels in Nederland. Zijn bestseller Guantánamo Diary verscheen in 2015 en werd verfilmd als The Mauritanian.
Helaas zien we Elena Stepanova, de directrice, niet meer terug. Kort voor onze nieuwe afspraak, waarvoor ze een ontmoeting met een paar leerlingen had georganiseerd, laat ze ons weten dat het hoofdbureau van politie haar heeft ‘aangeraden’ ons niet opnieuw te ontmoeten. Ze zou duizend excuses kunnen bedenken, maar ze vertelt liever de waarheid. Maar wij zijn daar inmiddels wel aan gewend, interviews worden op het laatste moment afgezegd, mensen met wie we hebben gesproken krijgen bezoek van een of andere functionaris. De afgelopen dagen zijn we achtervolgd, gevolgd door een stilstaande auto voor het huis en een paar keer ondervraagd.
De derde keer dat ze ons ondervragen komen ze om zes uur ’s ochtends het huis van Ranav binnen. Een jonge agente legt bruusk uit dat de handtekeningen ontbreken in het verhoor van de vorige dag. Wij staan erop onze verklaringen te herlezen, waaraan is toegevoegd dat ‘het doel van onze reis is de flora en fauna van Tsjoekotka te documenteren’. Zo zouden ze gemachtigd zijn het materiaal in beslag te nemen dat aantoont dat we ons midden in de poolwinter niet hebben beziggehouden met Tsjernobylbloemen. Ranav filmt ze met zijn mobiel terwijl ze ons proberen te dwingen te tekenen. Even heerst er grote nervositeit, dan vertrekken ze. Wij haasten ons, lang voor de vertrektijd, naar het vliegveld. Vlak voordat we opstijgen, stapt er een militair in het vliegtuig die rechtstreeks naar ons toe loopt om er zeker van te zijn dat we Tsjoekotka écht verlaten.
Dit artikel werd gepubliceerd in het nummer van 30 juli 2021 van Internazionale. Op 23 juni 2023 won het de True Story Award, een internationale prijs voor onderzoeks- en reportagejournalistiek.
Dodelijkste jihadistische aanval sinds de staatsgreep in Niger
Dinsdag werd een detachement van de Nigerese strijdkrachten het slachtoffer van een ‘terroristische hinderlaag’ nabij de grens tussen Niger, Mali en Burkina Faso, bericht Wakat Séra. ‘Ten minste zeventien soldaten werden gedood en twintig anderen raakten gewond,’ schrijft de nieuwssite uit Burkina Faso. De junta die sinds de putsch van 26 juli aan de macht is, beweert ongeveer honderd jihadisten te hebben ‘geneutraliseerd’ die met de aanslag in verband worden gebracht.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Deze jihadistische aanval – de dodelijkste sinds de staatsgreep – komt op een moment dat de militaire leiders van de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (ECOWAS) donderdag bijeenkomen om de mogelijkheden van een gewapende interventie te bestuderen teneinde de constitutionele orde in Niger te herstellen.
Honderden mensen gewapend met knuppels en wapenstokken staken woensdag verschillende kerken in brand in een christelijke wijk in Faisalabad, in het oosten van Pakistan. De woedende menigte was op de been gekomen nadat een christelijke familie werd beschuldigd van het ontheiligen van de Koran, bericht Al Jazeera. Deze furieuze groep vernielde ook een begraafplaats en het plaatselijke overheidskantoor. Niemand raakte gewond bij het geweld.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Ongeveer honderd mensen werden gearresteerd en de twee vermeende daders van de godslastering, die op de vlucht sloegen, werden aangeklaagd. Volgens getuigen brak het geweld uit ‘nadat uitgescheurde pagina’s van de Koran’ waren ontdekt in de christelijke wijk ‘met naar verluidt godslasterlijke opschriften’.
Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar Ecuador, dat wordt geteisterd door politiek geweld, met als dieptepunt de moord op presidentskandidaat Fernando Villavicencio. Hoe heeft het ooit zo veilige Zuid-Amerikaanse land zo kunnen afglijden?
Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €4 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.
Wat is er aan de hand in Ecuador?
‘Hier is niets gratis. Deze democratie heeft ons het leven gekost. Het verdedigen van het vaderland heeft ons het leven gekost,’ sprak presidentskandidaat Fernando Villavicencio op 9 augustus tijdens een campagnerally in de Ecuadoriaanse stad Quito. Een paar uur later werd hij vermoord. Financial Times beschreef de moord als ‘een bevestiging van het verlies van Ecuadors reputatie als een oase van vrede op een gewelddadig continent’.
De president van Ecuador, Guillermo Lasso, probeerde daadkrachtig over te komen. Zo schrijft Deutsche Welle dat duizenden agenten werden ingezet om een bendeleider, die ervan wordt verdacht betrokken te zijn geweest bij de moord, over te plaatsen. De presidentsverkiezingen zullen doorgaan, er worden militairen ingezet om de stembusgang te beveiligen.
Ook heeft de partij van Villavicencio een vervanger aangewezen voor de vermoorde presidentskandidaat: Christian Zurita, net als Villavicencio een fel bestrijder van corruptie, zo beschrijft Time Magazine in een profiel. Net als Villavicencio was Zurita onderzoeksjournalist. Maar Ecuador is verre van terug bij het oude, het geweld is ondanks de noodtoestand en de inzet van het leger niet afgenomen.
Op dinsdag 15 augustus werd namelijk bekend dat er weer een politicus is doodgeschoten in Ecuador: Pedro Briones, een lokale leider van Revolución Ciudadana, de partij van voormalig president Rafael Correa, werd doodgeschoten in de provincie Esmeraldas, schrijft The Los Angeles Times, daaraan toevoegend dat ‘duizenden mensen zijn gedood in de afgelopen drie jaar in Ecuador, en het land is veranderd in een belangrijk knooppunt van drugshandel, waar lokale bendes, gesteund door kartels, strijden om de controle over de straten, gevangenissen en drugsroutes’.
Ecuador, een land dat voor toeristen bekendstaat om de idyllische Galapagoseilanden, is in een mum van tijd veranderd in een narcostaat waar politiek geweld overheerst, waardoor miljoenen Ecuadorianen straks naar de stembus moeten terwijl er militairen op straat staan.
Hoe heeft het zo ver kunnen komen?
Ecuador is in een razend tempo afgegleden, zo schrijftCNNop basis van recente cijfers. Volgens de Nationale Politie van Ecuador bedroeg het moordcijfer in 2016 5,8 moorden per 100.000 mensen. Vorig jaar was het gestegen tot 25,6, een vergelijkbaar niveau met dat van Colombia en Mexico, landen met een lange geschiedenis van geweld door drugskartels.
Wat zijn de oorzaken voor deze ongekende toename van geweld in het land? ‘Ecuador heeft de geografische pech ingeklemd te zitten tussen Colombia en Peru, de twee grootste cocaïneproducenten ter wereld, en onderliggend is er een zekere institutionele zwakte in het gerechtelijk apparaat, de politie en het leger’, zegt Cynthia Arnson, een medewerker van het Wilson Center in Washington en een expert in Latijns-Amerika, tegen NPR.
Daar komt bij dat, zoals The Guardian schrijft in een commentaar, er sprake is van ‘een aanhoudende stijging van zowel het aanbod als de vraag naar cocaïne wereldwijd’. Mexicaanse kartels, Balkanbendes en zelfs de Italiaanse maffia hebben zich uitgebreid naar Ecuador, waar ze samenwerken met lokale bendes om hun positie te versterken.
Volgens Associated Press is er ook een toename van geweld tussen lokale bendes door ‘een machtsvacuüm dat ontstond na de moord in december 2020 op Jorge Zambrano, alias “Rasquiña” of “JL”, de leider van Los Choneros. De groep werd opgericht in de jaren negentig en is de grootste en meest gevreesde bende van het land. De leden plegen huurmoorden, zijn betrokken bij afpersingen, verhandelen en verkopen drugs, en maken de dienst uit in gevangenissen.’
Deze bende vecht met andere bendes, zoals Los Lobos en Los Tiguerones, om de macht in Ecuador, daarbij gesteund door kartels en andere buitenlandse bendes. En zowel politici die iets tegen dit geweld willen doen als de inwoners van Ecuador die onder het geweld lijden, worden doelwit van de bloeddorst van deze drugsbendes.
Hoe ziet de toekomst van het land eruit?
De situatie in Ecuador lijkt momenteel op het Colombia van de jaren negentig, toen machtige drugskartels met geweld hun stempel drukten op het politieke landschap. In een opiniestuk in El Paísschrijft voormalig president van Colombia Ernesto Samper dan ook dat het land moet kijken naar hoe zijn land het destijds aanpakte.
Volgens Samper moeten alle sectoren zich ‘verenigen tegen de duistere krachten van de georganiseerde misdaad, die de oorlog hebben verklaard aan de rechtsstaat en de democratische instellingen’. Hoe dat precies moet gebeuren, zegt de oud-president er niet bij.
The Washington Post vindt dat de Verenigde Staten en Europa Ecuador moeten helpen, onder meer om de controle in de gevangenissen, waar bendes de dienst uitmaken, terug te krijgen. ‘De Verenigde Staten moeten, samen met hun partners in Europa, ook meer inlichtingen verzamelen over de transnationale groepen, met hun oorsprong in Albanië, die steeds meer concurreren met de Mexicaanse kartels om de controle over de cocaïne-export vanuit Ecuador – waarvan een groot deel naar Europa gaat’, schrijft de krant.
Naast een harde aanpak van de drugsbendes en een herstel van de democratische rechtstaat is er ook nog de korte termijn: de presidentsverkiezingen gaan door, Zurita vervangt Villavicencio en de moord op de presidentskandidaat zal naar verwachting een grote rol spelen. Zoals het Argentijnse La Nación al schrijft: de kandidaten die een harde aanpak van de misdaad beloven, zijn sinds de aanslag hard gestegen in de peilingen.
Politiek analist Sebastián Hurtado analyseert de kansrijkste kandidaten op in Americas Quarterly:‘Rechts-georiënteerde kandidaten (…) zoals Otto Sonnenholzner en Jan Topic, zouden wel eens meer steun kunnen krijgen.’ Met name Jan Topic zou volgens de analist wel eens kunnen verrassen, hoewel hij ook niet uitsluit dat Zurita electoraal kan profiteren – hoe naar dat ook klinkt – van de moord op de man die hij vervangt.
Voor de huidige president Guillermo Lasso staat de situatie er een stuk slechter voor, zo beschrijft Hurtado. ‘Er zijn oproepen tot zijn aftreden te verwachten en een lopende afzettingsprocedure kan worden hervat zodra het parlement na de verkiezingen weer bijeenkomt. (…) De gevolgen van deze tragische gebeurtenis zijn veelzijdig en complex en zullen waarschijnlijk nog jarenlang blijvend een stempel drukken op de politiek en het beleid van Ecuador.’
Fernando Villavicencio stond tweede in de peilingen
Fernando Villavicencio, presidentskandidaat in Ecuador, is woensdagavond doodgeschoten aan het einde van een verkiezingsbijeenkomst in Quito. De negenenvijftigjarige journalist en het voormalig parlementslid werd ‘drie keer in het hoofd’ geschoten toen hij een theater verliet waar hij net zijn aanhangers had toegesproken, aldus El Universal. Villavicencio had al eerder doodsbedreigingen ontvangen.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De president van Ecuador, Guillermo Lasso, zei dat hij ‘woedend en ontzet’ was over de moord. ‘In zijn nagedachtenis, en in de naam van zijn strijd, verzeker ik u dat deze misdaad niet ongestraft zal blijven,’ voegde hij eraan toe op X (voorheen Twitter). De centristische Villavicencio stond in de laatste peilingen op de tweede plaats, met ongeveer 13 procent van de stemmen.
Vanwege Villavicencio’s strijd tegen de georganiseerde misdaad wordt vermoed dat de opdrachtgevers van de aanslag in die hoek gezocht moeten worden. Het Ecuadoraans Openbaar Ministerie maakte woensdagnacht bekend dat het zes personen heeft gearresteerd in verband met de aanslag.
Sinds de landen rond de Middellandse Zee hun controles hebben aangescherpt, zijn de ‘handelaren in hoop’ ertoe gedwongen nieuwe – en gevaarlijkere – manieren en routes te vinden om migranten te smokkelen. ‘Smokkelaars bepalen waar en hoe mensen zich verplaatsen en hoe veilig ze zijn tijdens hun reis.’
Vanaf 2015, toen de vluchtelingenstroom onhoudbaar groot was, hebben Europese en nationale instanties van de landen rond de Middellandse Zee enerzijds reddingsoperaties georganiseerd en anderzijds controles aangescherpt. Maar de mensensmokkelaars, die hun onmenselijke werk tot een wetenschap hebben verheven, blijven migranten in levensgevaar brengen, omdat er veel geld mee te verdienen valt. In bepaalde gevallen, schreef The New Humanitarian, is de dienst die een mensensmokkelaar levert voor hemzelf de laatste strohalm. In andere gevallen biedt dit werk economische vooruitzichten die het leven van zijn familie kan veranderen.
De routes vanuit Afrika en Turkije veranderen voortdurend, de vertrekpunten ook, de drijvende wrakken hebben soms ‘echte’ kapiteins en soms migranten die de rol van kapitein op zich nemen om niet te hoeven betalen voor de overtocht. De mensensmokkelaars doen er alles aan om te zorgen voor meer ruimte op de boot (ze geven de migranten bijvoorbeeld geen reddingsvesten, die ruimte innemen). Ze rusten de boten uit met extra motoren om zo’n groot mogelijke afstand te kunnen afleggen en zo dicht mogelijk bij hun eindbestemming te komen.
Van 2015 tot april 2023 hebben de Europese autoriteiten onder leiding van Frontex vier grote operaties georganiseerd en uitgevoerd: operatie Sophia (start: juni 2015), Poseidon (start: januari 2016), Indalo (start: maart 2017) en Themis (start: februari 2018). Er zijn hierbij respectievelijk 44.916, 133.126, 108.106 en 373.945 mensen gered. Volgens onderzoekers en internationale media bedraagt het dodental tot nu toe echter meer dan 20.000. De VN maakt zelfs melding van minstens 25.000 doden sinds 2015.
Vaak vinden de migranten datgene waarvoor ze op de vlucht zijn: de dood
Er gaan levens verloren omdat mensensmokkelaars gedwongen worden op steeds creatievere manieren de hoop te verkopen die migranten – naast de honderden euro’s die een wanhopig persoon moet neertellen om zich te verzekeren van een plekje op een hopeloze boot – het leven kan kosten. Vaak vinden de migranten datgene waarvoor ze op de vlucht zijn: de dood.
Hoewel Europa haar grensbeveiliging heeft aangescherpt en zich heeft gestort op de strijd tegen mensenhandel, groeit het aantal mensensmokkelaars volgens The Conversation, ondanks de overeenkomsten van de EU met bijvoorbeeld Turkije of Libië.
De vertrekpunten van de route worden steeds verlegd, vanuit heel Noord-Afrika naar Griekenland of Italië, vaker naar Italië, omdat dat land enorme kustgrenzen heeft, terwijl de Griekse grenzen beter worden bewaakt. Aangezien de Turkse kustlijn dichtbij is, zou de irreguliere migratie in Griekenland gemakkelijker te beheersen zijn. Bovendien verloopt de samenwerking met de Turkse kustwacht gemakkelijker. Euronews meldt echter dat smokkelaars steeds vaker met grotere schepen de internationale wateren voor het Griekse vasteland op varen, om zo de patrouilles van de lokale kustwacht te omzeilen.
Libië als vertrekpunt
Van de belangrijkste routes die voor migrantensmokkel worden gebruikt – de oostelijke (Turkije), de centrale (Libië, Egypte, enzovoort) en de westelijke (Marokko) –, lijken smokkelaars tegenwoordig aan Libië de voorkeur te geven als vertrekpunt. De reden hiervoor is het instabiele politieke klimaat in het land, waar de chaos die volgde op Khaddafi’s dood in 2011 haast normaal schijnt te zijn geworden.
Bovendien lijkt een gedestabiliseerde sociaal-politieke omgeving de corruptie van de autoriteiten te verergeren; grenswachten in de landen van herkomst worden in grote mate omgekocht. Zoals een Libische mensensmokkelaar jaren geleden aan The Guardian vertelde: ‘Een van de redenen dat vis [in Libië] duur is, is het gebrek aan vissersboten die de zee op gaan om te vissen. Ze worden allemaal gebruikt door smokkelaars.’
Pushbacks
Uit onderzoek blijkt dat de Griekse kustwacht die in het verleden al meerdere malen is beschuldigd van pushbacks (het terug de zee op drijven van boten met migranten om te verhinderen dat ze de territoriale wateren bereiken) in de nacht van 14 juni op z’n minst een uiterst bedenkelijke rol heeft gespeeld bij een schipbreuk die aan zeker zeshonderd migranten het leven heeft gekost.
Een gammele vissersboot die op 9 juni uit Libië was vertrokken met zo’n 750 mannen, (zwangere) vrouwen en kinderen aan boord – afkomstig uit onder meer Syrië, Afghanistan, Egypte en Pakistan – sloeg op 14 juni rond twee uur ’s nachts om, op minder dan 80 kilometer voor de kust van de Griekse Peloponnesos. Na deze ramp, die de meeste slachtoffers eiste sinds een vluchtelingenboot zonk in 2015, deden onder meer de Spaanse krant El País, het Nederlandse collectief voor onderzoeksjournalistiek Lighthouse Reports en het Duitse weekblad Der Spiegel gezamenlijk onderzoek. Daaruit ontstaat het beeld dat de Griekse kustwacht eerst op verkeerde wijze de vissersboot op sleeptouw heeft genomen – waardoor die omsloeg – en vervolgens veel te lang wachtte met reddingspogingen. Ook bleek dat overlevenden die elkaars taal niet spreken letterlijk dezelfde verklaring zouden hebben afgelegd. Dat maakt de resultaten van het ‘officiële’ onderzoek naar de toedracht door de Griekse autoriteiten, die alle schuld ontkennen, uiterst dubieus.
‘De migratiestromen zijn tegenwoordig “gemengd”. Vaak valt niet direct te achterhalen waarom deze mensen zich in ons land of in Italië bevinden; er zijn veel kleine, regionale crises, vooral in Afrika ten zuiden van de Sahara, waarvan we de samenhang niet altijd begrijpen,’ vertelt Anastasios Yfantis, operationeel directeur van de Griekse tak van Médecins du Monde.
Dit alles is natuurlijk van invloed op de ‘tarieven’ van de mensensmokkelaars. Als er bijvoorbeeld veel smeergeld nodig is om de autoriteiten om te kopen, moet de wanhopige die een nieuw leven zoekt ook meer betalen. De prijs die de mensensmokkelaars vragen, hangt ook af van de manier waarop ze de migranten vervoeren: over land, over zee of door de lucht.
Een boot met honderden mensen daarentegen, kost minder per persoon, maar is ook gevaarlijker
De tarieven zijn ook afhankelijk van het aantal mensen per boot. De overtocht kan kleinschaliger zijn – en wellicht veiliger – en daardoor meer kosten. Een boot met honderden mensen daarentegen, kost minder per persoon, maar is ook gevaarlijker.
Wat er de laatste tijd echter wordt waargenomen is dat de mensensmokkel op grotere schaal plaatsvindt maar met minder boten. Dit levert de smokkelaars veel winst op, maakt dat er meer mensen hun land van herkomst verlaten en het vermindert het aantal overtochten.
Tegelijkertijd zijn de schepen die gebruikt worden van goedkoop metaal. ‘Deze metalen schepen zijn goedkoop geproduceerd en aan elkaar gelast. Ze zijn lang niet zo zeewaardig als de houten vissersboten die vroeger op de Tunesische route werden gebruikt of de motorboten waar Tunesische migranten de voorkeur aan geven,’ aldus Flavio Di Giacomo, woordvoerder van de Internationale Organisatie voor Migratie – het VN-migratieagentschap, op InfoMigrants. Di Giacomo zegt dat ‘de boten zo instabiel zijn dat als iemand tijdens de reis om welke reden dan ook beweegt of het vaartuig door de golven heen en weer wordt geschud, de hele boot kan vollopen met water en veel gemakkelijker kapseist dan de boten die in het verleden werden gebruikt.’
De tarieven veranderen voortdurend en worden volledig bepaald door de smokkelaars
‘Eén ding is zeker: op de Middellandse Zee zijn de schepen die migranten aan boord hebben steeds vaker rijp voor de schroot, en de plastic nepboten op de Egeïsche Zee, die vanuit Turkije vertrekken, worden door de mensen die ermee gevaren hebben “doodsballonnen” genoemd. Hoe het ook zij, naargelang het toezicht en de maatregelen in de landen rond de Middellandse Zee worden aangescherpt en het risico van de onderneming toeneemt, stijgt ook de prijs van de reis. Je hoort mensen zeggen dat ze 1000 euro per persoon hebben betaald en dat de prijs binnen een maand is verdubbeld of zelfs verviervoudigd. De tarieven veranderen voortdurend en worden volledig bepaald door de smokkelaars. Voordat de mensen oversteken naar hun bestemming werken ze een tijdje in het tussenland, brengen de 10.000 euro voor het gezin bijeen en gaan dan aan boord van de tot mislukken gedoemde boot, zonder zwemvest en zonder te kunnen zwemmen. Samen met hun kinderen. Het is echt hun laatste hoop,’ aldus Anastasios Yfantis.
Weinig ontmanteld
Het is opmerkelijk, zo meldt The Conversation, dat de Europese autoriteiten geregeld informatie openbaar maken over mensen die gearresteerd zijn op verdenking van mensenhandel, maar dat er weinig bekend wordt gemaakt over hoeveel van deze arrestaties daadwerkelijk tot een veroordeling leiden. Onderzoek toont aan dat de meeste pogingen om mensenhandel te bestrijden vooral leiden tot het terugdringen van kleinschalige criminele activiteiten, meestal ad hoc georganiseerd door de migranten zelf.
Voormalig Frontex-directeur Gil Arias Fernández zegt dat Europese rechtshandhavingsinstanties in 2022 maar heel weinig grote groepen smokkelaars hebben ontmanteld. Dit is deels te wijten aan logistieke problemen – de ‘grote’ smokkelaars opereren meestal vanuit buurlanden en gaan nooit zelf aan boord van de boten – maar ook aan het gebrek aan bewijsmateriaal tegen grote, transnationale, georganiseerde misdaadgroepen die betrokken zijn bij het smokkelen van irreguliere migranten.
Voor de smokkelaars lijken alle lichten op groen te staan; ze kunnen vrijwel ongestoord doorgaan met hun activiteiten
Voor de smokkelaars lijken alle lichten op groen te staan; ze kunnen vrijwel ongestoord doorgaan met hun activiteiten. ‘Smokkelaars zijn de officieuze instantie achter de hedendaagse irreguliere migratie. Zij bepalen waar en hoe mensen zich verplaatsen en hoe veilig ze zijn tijdens hun reis’, schrijft The New Humanitarian.
‘Ons inzicht in de werkwijze van mensensmokkelaars hebben we van de mensen die erin geslaagd zijn ons land te bereiken en vervolgens terecht zijn gekomen in opvang- of detentiecentra op Chios, Samos, Lesbos, enzovoort. Hoeveel brandjes er ook geblust worden, zolang mensen genoodzaakt zijn om op deze manier te reizen, zullen ze dat blijven doen. Ze zullen niet ophouden. Mensen uit Eritrea hebben ons verteld dat ze vanuit Noord-Afrika naar Europa zijn vertrokken na in detentiecentra in Egypte of Tripoli te hebben gezeten. Ze zagen dat als een fase waarvan ze wisten dat ze die zouden moeten doorlopen voordat ze de volgende stap van de gevreesde reis konden zetten,’ vertelt Anastasios Yfantis.
De Colombiaanse schrijver Héctor Abad Faciolince zag hoe zijn Oekraïense collega Victoria Amelina omkwam bij een Russisch bombardement op een restaurant in Kramatorsk. Aangezien zij deze gruweldaad niet meer kan documenteren, doet hij het voor haar.
Een paar dagen geleden had ik nog geen idee wat voor een raket de Iskander was. Ik weet eigenlijk niets van wapens, ik was dienstweigeraar en heb mijn hele leven geen kogel afgevuurd. Je kunt zeggen dat ik het toppunt van een pacifist ben: een lafaard. Maar omdat het een Russische Iskander was die voor mijn ogen de schrijfster Victoria Amelina doodde, voelde ik me verplicht uit te zoeken wat voor wapen dat precies is. Dit Russische speeltje kost om te beginnen drie miljoen dollar, weegt vier en een halve ton, heeft een bereik van vijfhonderd kilometer, vliegt sneller dan het geluid (meer dan twee kilometer per seconde) en is zo nauwkeurig dat het zijn doelwit met een marge van niet meer dan vijf meter treft. En ja, het was dit uiterst nauwkeurige wapen dat op zo’n tien meter van ons ontplofte.
Waarom die excessieve wreedheid, die precisie, die enorme hoeveelheid geld om een simpel restaurant aan te vallen? De Russische inlichtingendiensten (zie hun desinformatiecampagnes, de leugens die ze verspreiden) verklaarden in eerste instantie dat zij het niet waren geweest, maar het Oekraïense leger. Vervolgens zeiden ze dat het restaurant Pizza Ria per abuis was aangevallen. En daarna beweerden ze dat het een legitiem doelwit was omdat op de eerste verdieping ‘tijdelijk een commandopost was ingericht voor de 56ste Brigade van de Oekraïense Mobiele Infanterie’.
Elke buitenlandcorrespondent die in Kramatorsk is geweest heeft daar gegeten
Vaststaat dat het restaurant geen eerste verdieping had en dat er geen enkele brigade in was gehuisvest. Elke buitenlandcorrespondent die in Kramatorsk is geweest heeft daar gegeten en weet dat het etablissement allesbehalve een militaire post is – of liever gezegd was. Zeker, er komen soldaten, als ze op verlof zijn, om er samen met hun familieleden te eten.
Maar het was vooral een ontmoetingsplek voor de inwoners van Kramatorsk, een stad die aan het begin van de Russische inval nog 200.000 inwoners telde en nu nog maar 80.000. Dus waarom en met welk doel zo veel geld en zo veel precisie besteden aan een burgerdoel? Victoria had ons bij een andere gelegenheid het antwoord al gegeven: als straf voor een bevolking die niet Russisch wil zijn en die de Russen ook niet met open armen heeft ontvangen.
Boekenbeurs
Wat deden wij daar in Kramatorsk, op 40 kilometer van het front en in dat restaurant? Om dat te vertellen moet ik terug naar het begin en de lezer nog twee alinea’s van zijn tijd beroven. Eigenlijk waren Sergio Jaramillo (hoge commissaris voor de vrede en voormalig viceminister van Defensie in Colombia) en ik naar Kyiv gekomen voor de Boekenbeurs, die er werd gehouden – ik om een roman te signeren die onlangs in Oekraïne is gepubliceerd en Sergio in het kader van de campagne ¡Aguanta Ucrania! (Hou vol Oekraïne!).
Omdat ik al vanaf het begin deelneem aan die campagne en mijn Latijns-Amerikaanse collega’s heb aangespoord zich bij het initiatief aan te sluiten, was ik ook aanwezig op de presentatie van deze beweging, die werd bijgewoond door de Oekraïense juriste en vredesactiviste Oleksandra Matviichuk, winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede, de filosoof Volodymyr Yermolenko, voorzitter van de PEN in Oekraïne, de Colombiaanse journalist Catalina Gómez, gespreksleider van het panel, en de ongelukkige Victoria Amelina. Ik zat naast haar.
Op de presentatie werd ook een video vertoond die afgesloten werd met het volkslied van Oekraïne, gespeeld door Paquito D’Rivera op zijn klarinet. Het talrijke publiek was na die laatste scène tot tranen toe geroerd. Dat was op zaterdag. Het plan was om op maandag naar Polen terug te keren, maar Sergio en Catalina vonden dat we onze campagne nog beter over het voetlicht moesten brengen en dat we bovendien de terreur en de misdaden van de Russen in de strijd zelf moesten documenteren. Bangbroek die ik ben verzon ik allerlei smoezen om niet te gaan, maar mijn bezwaren werden door mijn vrienden compleet weggewuifd. Tijdens een diner met Victoria op zondag raakte ze zo opgetogen over onze Zuid-Amerikaanse solidariteit dat ze aanbood persoonlijk met ons mee te gaan naar Donetsk. Dat zou dan haar laatste excursie zijn voordat ze naar Frankrijk vertrok om een jaar lang, met een beurs die ze van de Franse overheid had gekregen, aan de voltooiing van haar boek over de Russische oorlogsmisdaden te werken. De volgende dag, maandag, kwamen we (ik met tegenzin en Victoria met heel veel zin) vroeg uit de veren om in negen uur de 550 kilometer van Kyiv naar Kramatorsk per auto af te leggen.
De aanwezigheid van Amelina was cruciaal voor onze kennis van de wreedheid en de verschrikking die het Russische leger, zowel in de eerste weken van de invasie als in het jaar daarna, aan de dag heeft gelegd. Ze nam ons mee naar het huis waarin de Russen de dichter Wolodymyr Wakulenko hadden gemarteld en doodgeschoten, om hem vervolgens, zoals het lot was van zo veel Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog, in een massagraf te dumpen. Ik heb een obsessie met de Holocaust, dus stond ik erop dat we in een buitenwijk van Charkiv stopten bij een monument voor de vijftienduizend Joden die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn vermoord en in massagraven geworpen. In zijn ‘speciale militaire operatie’ om Oekraïne te ‘denazificeren’, vernietigde Poetin, de meest op Hitler lijkende president die we na 1945 gekend hebben, de menora die de plaats herdenkt waar de nazi’s hun misdaad pleegden.
Er is één oorlogsmisdaad die ze niet meer kan documenten: de moord op haarzelf
We spraken met militairen van het Oekraïense leger, soldaten zowel als officieren. Ze hebben niets weg van nazi’s, kan ik u verzekeren. Als ze al een tekortkoming hebben, dan is het wel dat hun leger nog steeds te ‘sovjet’ is, dat wil zeggen paranoïde (wat te begrijpen is in een oorlog), te log en inefficiënt (wat een grote handicap is in een oorlog). We leerden een heel aardige soldaat kennen, een vriend van Amelina met een engelachtige glimlach, die ons uitlegde dat hij weliswaar zijn hele leven overtuigd pacifist was geweest, maar dat hij er ook vast van overtuigd was dat Poetin en zijn trawanten maar één taal spreken en verstaan: die van bruut geweld. Dialoog en diplomatie hebben niets uitgehaald. Of we willen of niet, het enige wat er nu nog opzit is het kwaad met wapengeweld te lijf te gaan.
Het afgelopen jaar heeft Victoria de fictie vaarwel gezegd en zich toegelegd op het opsporen en gedetailleerd documenteren van alle oorlogsmisdaden die door de agressor zijn gepleegd. Er is één oorlogsmisdaad die ze niet meer kan documenteren: de moord op haarzelf. Ik heb me voorgenomen de komende maanden over die afgrijselijke misdaad te schrijven, heel minutieus en gedetailleerd, tegen alle propaganda en leugens van de Russen in. Ik ben dat verschuldigd aan het recht in abstracte zin en aan het recht in praktische zin, dat ooit zal vonnissen over deze gruwelijke misdaad, gepleegd tegen een geweldige, uiterst dappere collega van mij, een schrijfster van dezelfde leeftijd als mijn dochter, die op haar beurt een zoontje van tien verweesd achterlaat. Aan haar kind ben ik dit op z’n minst verplicht, zodat hij over nog eens tien jaar precies zal weten hoe ze zijn dappere, briljante en lieftallige moeder hebben vermoord.
Voor nu wil ik alleen nog het laatste ogenblik beschrijven dat Victoria Amelina bij kennis was. Ik zat tegenover haar op het terras van het restaurant. Omdat er een alcoholverbod gold, had ik mijn glas gevuld met ijs en iets wat leek op appelsap. Victoria keek naar mijn glas. ‘Dat lijkt wel whisky,’ zei ze glimlachend. En dat was het moment waarop de hel, in de vorm van de Iskander, neerdaalde. Nu heeft Victoria een toevluchtsoord gevonden in de hemel. Maar niet de hemel in de zin van het christelijk of islamitisch geloof. Nee, het is de immateriële, mentale, o zo menselijke hemel die we ‘herinnering’ of ‘nagedachtenis’ noemen.
Voor- en tegenstanders van het regime kregen het aan de stok
Een festival voor de Eritrese gemeenschap in Zweden is donderdag volledig uit de hand gelopen. Dat schrijft de krant Dagens Nyheter. Op het festival, waar volgens organisatoren de ‘de Eritrese cultuur en gemeenschap’ werden gevierd, waren met name aanhangers van het regime van de Eritrese dictator Isaias Afewerki aanwezig. Tegenstanders van het regime bestormden het terrein en richtten een ravage aan.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Bij de rellen in Stockholm raakten donderdag vijftig mensen gewond en ruim honderd mensen werden opgepakt. Hoewel er sprake was van een grote politiemacht om rellen te voorkomen, braken de tegenstanders van het regime door hun linie en stichtten brand op het festivalterrein.
De Eritrese gemeenschap organiseert vaker in Europa festivals, die volgens critici worden gebruikt om Eritreeërs in de gaten te houden of onder druk te zetten, en om geld op te halen voor de People’s Front for Democracy and Justice, de enige politieke partij van Eritrea. Eerder liepen dergelijke festivals in Nederland en Duitsland ook uit de hand.
De jury in het proces tegen Robert Bowers, een vijftigjarige witte vrachtwagenchauffeur, heeft woensdag de doodstraf voor de moordenaar aanbevolen. Bowers opende in 2018 het vuur in een synagoge in Pittsburgh, waarbij elf mensen om het leven kwamen – de ergste antisemitische aanslag op Amerikaanse bodem.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Een rechter zal het vonnis op een later tijdstip officieel bevestigen. ‘Dit is het eerste federale doodvonnis dat is uitgesproken sinds het begin van het presidentschap van Joe Biden. Een van zijn campagnebeloften in 2020 was om de doodstraf in te trekken,’ schrijft Politico. Zijn ministerie van Justitie ‘heeft een pauze ingesteld voor federale executies,’ voegt de site eraan toe.
Misbruik ‘ontsiert’ het gezicht van de kerk, aldus paus
‘In plaats van het onderwerp “seksueel misbruik binnen de katholieke kerk” uit de weg te gaan, wilde paus Franciscus het op de allereerste dag van zijn vijfdaagse bezoek aan Portugal op tafel leggen,’ schrijft Público. In Lissabon had paus Franciscus op de Wereldjongerendag een ontmoeting van meer dan een uur met dertien slachtoffers van seksueel misbruik. De kerkvader noemde misbruik iets wat het gezicht van de kerk ‘ontsiert’.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Volgens een rapport dat in februari werd gepubliceerd, zijn sinds 1950 bijna vijfduizend minderjarigen het slachtoffer geworden van seksueel geweld binnen de katholieke kerk – daden die ‘systematisch’ worden verzwegen door de katholieke hiërarchie.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.