Duitse overheidsinstanties moeten duurzamer worden
Klimaatbescherming en digitalisering zijn twee centrale doelstellingen van de federale regering in Duitsland. Maar de huidige coalitie worstelt met de combinatie van die twee. Zo worden de datacenters van de federale overheid op een veel minder milieuvriendelijke manier beheerd dan de faciliteiten van internetgiganten als Google, Microsoft of Amazon. Dat blijkt uit antwoorden van de regering op vragen in de Bondsdag door leden van Die Linke.
Nog niet een op de drie datacenters van de federale overheid draait op elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen. Ter vergelijking: wereldwijd gebruikt zo’n 66 procent van de datacenters van Google hernieuwbare energie. In Duitsland behaalde het bedrijf sinds begin 2022 zelfs een aandeel van 80 procent.
In haar antwoord op de vragen belooft de Duitse regering dat het gebruik van duurzame energie binnen afzienbare tijd sterk zal verbeteren. Zo zal de elektriciteit voor federale instanties eind 2024 volledig moeten worden gedekt door hernieuwbare energie, ook in de datacenters.
Nadat Sri Lanka failliet was verklaard werd in juli het presidentieel paleis bestormd, waarna de president op de vlucht sloeg. Gezien de grote overeenkomsten met de eigen ervaringen is dat scenario een nachtmerrie voor Egypte. Het regime van Abdel al-Sisi heeft het land namelijk opgezadeld met grote buitenlandse schulden: volgens Egyptische economen bedraagt de overheidsschuld 130 procent van het bbp. Dat lijkt sterk op Sri Lanka, met een schuld van 140 procent.
Het Internationaal Monetair Fonds wil dat de nieuwe regering van Sri Lanka die schuld terugbrengt tot minder dan 100 procent voordat nieuwe leningen worden verstrekt. Het IMF heeft nu soortgelijke eisen gesteld aan Egypte. Daarom moet het land waarschijnlijk zachte leningen afsluiten bij China, dat grote infrastructurele projecten, zoals havens of energiecentrales, zal opeisen als die schulden niet worden voldaan, net als het deed in Sri Lanka.
(Middle East Monitor, Londen)
Never mind the bollocks
Sotheby’s London, wie had dat eind jaren zeventig ooit gedacht, veilt de gehele collectie posters en efemera van de Sex Pistols. De collectie werd in de jaren negentig samengesteld door kunsthandelaar Paul Stolper en Andrew Wilson, voormalig curator van Tate Britain. Tot de hoogtepunten behoort de originele gecensureerde koningin – eigendom van voormalig punkidool en bassist in de Britse punkband Sid Vicious – die verscheen bij hun controversiële tweede single God Save the Queen. Het ontwerp van Jamie Reid zal naar verwachting tussen de 5000 en 7000 euro opbrengen.
De gezondheidsdienst van de Australische deelstaat New South Wales gaat rioolwater testen op het poliovirus, nadat het virus eerder werd ontdekt in Londen en New York. In de VS raakte in juli een niet-gevaccineerde 20-jarige man verlamd door poliomyelitis. De gezondheidsdienst NSW Health werkt samen met de riooldienst om de testen ‘zo snel mogelijk’ te kunnen uitvoeren. De dienst heeft ‘deskundigen bijeengeroepen om waarden en parameters vast te stellen voor het toezicht op het afvalwater om infectieziekten, veroorzaakt door het poliovirus, op te sporen,’ zo liet een woordvoerder weten.
Het is vijftig jaar geleden dat in Australië voor het laatst polio werd vastgesteld
Het is vijftig jaar geleden dat in Australië voor het laatst polio werd vastgesteld. De WHO verklaarde de ziekte er in 2000 uitgeroeid en het niveau van vaccinatie voor kinderen ligt op 95 procent. Desondanks staat de Australische gezondheidsdienst op scherp, omdat het virus inmiddels in ruim dertig landen is ontdekt.
Vertaalapps zoals Google Translate worden vaak aangeprezen als hulpmiddelen die taalbarrières slechten. Met het vertalen van songteksten of het bestellen van een koffie in een vreemde taal kan dan ook weinig misgaan. Maar een blind, misplaatst vertrouwen in het vermogen van vertaalapps kan tot grote problemen leiden, soms zelfs met de dood tot gevolg. Zo gebruikte een man in Zuid-Korea een Chinees-Koreaanse vertaalapp om de Koreaanse echtgenoot van een vrouwelijke collega te laten weten dat ze elkaar binnenkort weer eens zouden moeten ontmoeten. Een foute vertaling leidde ertoe dat hij de vrouw ten onrechte als werkneemster in het nachtleven betitelde, wat resulteerde in een gewelddadig gevecht tussen de twee mannen, waarbij de echtgenoot de dood vond, zo meldde The Korea Herald in mei.
Leunend tegen een bulldozer zette een bouwvakker in Israël een foto van zichzelf op Facebook, met het Arabische bijschrift يصبحهم, of yusbihuhum, bedoeld als ‘goedemorgen’. Maar de vertaalapp van Facebook maakte er in het Engels ‘doe ze pijn’ van en in het Hebreeuws ‘val ze aan’. De man werd gearresteerd en ondervraagd door de politie, aldus The Guardian in 2017. In Denemarken gebeurde in 2012 iets soortgelijks. De politie beschuldigde een Koerdische man ten onrechte van het financieren van terrorisme vanwege een verkeerd vertaalde sms.
Het algoritmische systeem interpreteert niet de betekenis, context en bedoeling van woorden, zoals een menselijke vertaler dat zou doen
Zulke fouten zijn niet verwonderlijk. Om ze te trainen worden vertaalapps gevoed met datasets van vertalingen. Woorden en begrippen worden opgeslagen volgens de waarschijnlijkheid waarmee ze kunnen voorkomen met andere woorden, en zo ontstaat een statistische schatting van wat vertalingen van vergelijkbare zinnen zouden kunnen zijn. Het algoritmische systeem interpreteert dus niet de betekenis, context en bedoeling van woorden, zoals een menselijke vertaler dat zou doen. Vertaalapps worden weliswaar elk jaar beter, maar experts blijven nadrukkelijk pleiten voor een combinatie van machine en mens: mechanische vertalingen die worden gecontroleerd en aangepast door mensen met talenkennis.
Larry D. Turner, de inspecteur-generaal van het ministerie van Arbeid in de VS, die de uitbetalingen onderzoekt van hulpfondsen tijdens de pandemie, heeft zijn schattingen sterk moeten bijstellen. Fraude met de uitkeringen blijkt drie keer zo hoog te zijn als werd gedacht. Turner verwachtte ongeveer 16 miljard dollar te moeten toeschrijven aan dubbele betalingen of onterechte uitkeringen aan doden, federale gevangenen of mensen met verdachte e-mailaccounts. Maar nu blijkt dat de overheid waarschijnlijk 45,6 miljard dollar onterecht heeft uitgekeerd. ‘De honderden miljarden aan hulpgelden hebben fraudeurs aangetrokken, met historische niveaus van fraude tot gevolg,’ aldus Turner in een verklaring.
Er worden nu ruim duizend mensen strafrechtelijk vervolgd
Zijn onderzoek heeft betrekking op betalingen die werden gedaan van maart 2020 tot april 2022, toen de federale overheid een stortvloed aan hulpgelden naar bedrijven en particulieren stuurde, met de bedoeling de economie te ondersteunen in de periode dat het coronavirus om zich heen sloeg. De steun omvatte in totaal 3,1 biljoen dollar die voormalig president Trump in 2020 goedkeurde, gevolgd door een pakket van 1,9 biljoen dollar waaraan president Biden in 2021 zijn goedkeuring gaf.
Er worden nu ruim duizend mensen strafrechtelijk vervolgd, maar de fraude is zo omvangrijk dat federale onderzoekers na twee jaar werk nog maar net zijn begonnen met de aanpak van fraudeurs. Inmiddels werken in het hele land honderden mensen aan de fraudezaken en ook de FBI, de geheime dienst en de Amerikaanse FIOD worden erbij betrokken.
Bwindi National Park is een van de epicentra van het onderzoek naar zoönosen. Door de groeiende bevolking in de regio en het opkomende toerisme komt contact met wilde dieren er steeds vaker voor. ‘Bwindi is een tikkende tijdbom en een nieuwe uitbraak is onvermijdelijk.’
Met medewerking van de Oegandese journalist Dicta Asiimwe
Het gebeurde in Kenia in de jaren tachtig. De Franse ingenieur Charles Monet werkte in een van de westelijke suikerfabrieken van het land. Monet – de naam is een pseudoniem dat hem later werd gegeven door de schrijver Richard Preston – trok als natuurliefhebber in zijn vrije tijd graag naar afgelegen natuurgebieden in de omgeving. Bij een van zijn bezoekjes aan Mount Elgon, de grootste en oudste uitgedoofde vulkaan van Oost-Afrika, ging hij met zijn metgezel de grot van Kitum binnen, een ruimte die rijk is aan minerale zouten en waar vroeger olifanten en buffels rondzwierven. Wat Charles Monet niet wist, was dat in die grot, die nu voor het publiek gesloten is, ook een kolonie fruitvleermuizen leefde.
Tijdens de tocht haalde hij zijn been open aan een steen waarop resten zaten van de uitwerpselen van vleermuizen. Zo liep hij het marburgvirus op, een lid van de familie van de filovirussen, zoals ebola. Hij overleed een paar dagen later in een ziekenhuis in Nairobi. Zijn vrouw en het medisch personeel dat hem behandelde, werden besmet en stierven eveneens; de Franse ingenieur ging de geschiedenis in als patiënt nul van het marburgvirus. Wereldwijd begonnen wetenschappers te waarschuwen voor de risico’s van zoönosen: ziekten die kunnen worden overgedragen tussen dieren en mensen. Ze waarschuwden dat de mensheid steeds vaker aan deze ziekten zou worden blootgesteld vanwege het toenemende contact tussen mensen en wilde dieren, als gevolg van globalisering, bevolkingsgroei en economische ontwikkeling.
Vier decennia later en honderden kilometers verwijderd van de grot van Kitum, stelt Benard Ssebide, veterinair hoofd van de ngo Gorilla Doctors, de uitrusting samen die hij nodig heeft voor een noodgeval in het Bwindi Impenetrable Forest National Park van Oeganda. Enkele uren eerder hadden parkwachters hem laten weten dat een vijf jaar oude gorilla met zijn arm verstrikt zat in een strik die door stropers was uitgezet. Ssebide en zijn team verlaten het kamp rond vijf uur ’s morgens; zij zullen van de gelegenheid gebruik maken om meer te doen dan alleen het dier verzorgen.
Een tikkende tijdbom
Met steun van de Amerikaanse National Institutes of Health lanceerde de Universiteit van Californië-Davis eerder dit jaar CREID, een wereldwijd netwerk van onderzoekscentra dat monsters verzamelt van in het wild levende dieren en mensen. De monsters worden geanalyseerd op pathogenen – virussen, bacteriën, schimmels en dergelijke, die van in het wild levende dieren op mensen kunnen overspringen – met als doel de verbetering van de preventie en de aanpak van pandemieën.
Bwindi National Park, dat op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO staat, is een van de zestien locaties in Afrika die voor dit netwerk werden geselecteerd. Het is een uitgestrekt en ongerept woud waar toeristen uit de hele wereld naartoe komen om gorilla’s te zien. Door economische ontwikkeling groeide de bevolking rond het park aanzienlijk.
Naast het behandelen van de gewonde arm van de kleine gorilla, maken Ssebide en zijn team van de interventie gebruik om neus-, bloed- en speekselmonsters van het dier te nemen en diens gezondheidstoestand te analyseren. Monsters van primaten die in Bwindi leven (apen, bavianen en gorilla’s), maar ook van muggen en vleermuizen, worden geanalyseerd in een laboratorium van het EpiCentre for Emerging Infectious Disease Intelligence (EEIDI), in samenwerking met het veldteam van Gorilla Doctors. Het programma is gericht op enkele specifieke virussen die op de soorten actief zijn. In het geval van primaten gaat de aandacht vooral uit naar filovirussen zoals ebola en marburg. Bij muggen ligt de nadruk op de aanwezigheid van arbovirussen die verantwoordelijk zijn voor ziekten als dengue, gele koorts, chikungunya en zika; bij vleermuizen ligt de nadruk op de beroemde coronavirussen die covid-19 en het MERS-CoV (Middle East respiratory syndrome) veroorzaken.
‘De gezondheid van ons allen staat op het spel’
Christine Johnson, hoofdonderzoeker van het EEIDI-project en coördinator van CREID, onderstreept dat Bwindi en het Virus Research Laboratory in Oeganda de eerste verdedigingslijn vormen tegen de uitbraak van een nieuwe pandemie.
‘Bwindi is een tikkende tijdbom en een nieuwe uitbraak [van een zoönose] is onvermijdelijk. Het doel van ons werk is zoveel mogelijk te leren over de ziekteverwekkers die we bij dieren aantreffen, zodat we zo goed mogelijk voorbereid zijn om verspreiding ervan op tijd te stoppen,’ zegt Johnson tijdens een videogesprek vanuit de Verenigde Staten.
Het labonderzoek kan bijdragen aan toekomstige vaccins, nieuwe diagnostische tests en vooral kennis die inzicht verschaft in hoe een nieuw virus zich verspreidt en evolueert, voegt zij eraan toe. Als die route bekend is, kan de overdracht beter worden gestopt.
Het project in het Bwindi-woud is eigenlijk een druppel op een gloeiende plaat, maar wel van cruciaal belang. Het fungeert als model om datgene te leren en te herhalen wat in andere contexten is ontdekt.
‘Idealiter zouden wij dit soort monitoring natuurlijk doen in alle risicogebieden waar mensen en wilde dieren samenleven, maar de middelen zijn beperkt. Daarom is Bwindi de basis voor de ontwikkeling van mogelijke besmettingsmodellen,’ aldus Johnson.
Ze benadrukt dat er behoefte is aan wereldwijd gecoördineerde samenwerking en financiering voor dit soort onderzoek: ‘De gezondheid van ons allen staat op het spel.’
Onderbelicht probleem
Haven Nahabwe is functionaris Volksgezondheid van het Bwindi Community Hospital, en tevens verantwoordelijk voor de uitvoering van de EEIDI-studie bij mensen. Hij legt uit dat er in dit gebied een ernstig probleem is met het diagnosticeren van ziekten, omdat er te weinig tests zijn.
‘Als mensen koorts hebben, krijgen ze automatisch paracetamol of een behandeling tegen malaria voorgeschreven. Er wordt nooit gekeken naar een mogelijke virale of bacteriële infectie. Met ons programma proberen we te begrijpen wat de oorzaak van de koorts kan zijn.’
Bwindi National Park ligt in een dichtbevolkte regio van Oeganda, waarin meer dan een miljoen mensen zijn geconcentreerd op slechts 4000 vierkante kilometer. Het grenst aan de Democratische Republiek Congo en Rwanda, en ligt op enkele uren rijden van steden als Goma en Kigali, die beide meer dan een miljoen inwoners tellen. Het constante verkeer van personen en goederen tussen de drie landen speelt zich voor een groot deel af buiten de controle van de gezondheidsautoriteiten.
Veel mensen kunnen geen gebruik maken van de gezondheidszorg omdat het te duur is
Het Bwindi Community Hospital, dat gerund wordt door een christelijke Amerikaanse ngo, moet een bevolking van ongeveer 350.000 bedienen. Veel mensen kunnen geen gebruik maken van de gezondheidszorg omdat het te duur is, aldus Nahabwe.
‘Als ze ziek zijn, gaan ze meestal naar traditionele genezers. Als dat niet helpt, kiezen ze voor zelfmedicatie via de apotheker. Alleen als ze echt ziek zijn, komen ze naar het ziekenhuis, als ze het al kunnen betalen. Dat zorgt ervoor dat diegenen die naar onze praktijk komen een zeer slechte gezondheid hebben. Van de mensen die wij zien, heeft slechts 30 procent een ziektekostenverzekering.’
Catherine Tumushabe heeft drie kinderen en was zwanger van haar vierde toen we haar ontmoetten. Ziektekostenverzekering voor haar familie betekent dat ze 25.000 Oegandese shilling per trimester (ongeveer 6 euro) moet betalen, maar dat heeft ze niet altijd.
‘Ik kan allerlei ziekten behandelen, waaronder covid-19’
‘Ik heb dit trimester kunnen betalen, maar ik was te laat, dus ik weet niet of ik naar het ziekenhuis kan om te bevallen. Ik weet niet of mijn aanvraag zal worden goedgekeurd,’ zegt ze.
Als haar situatie niet op tijd wordt geregeld, moet zij ongeveer 50.000 shilling (12 euro) betalen per ziekenhuisdag, wat betekent dat de familie een deel van de bezittingen moet verkopen om de rekening te betalen. De meeste mensen in deze regio hebben die mogelijkheid niet eens.
Alufunsi Bifumbo woont in Kanungu en stamt af van een geslacht van traditionele genezers dat meer dan drie generaties teruggaat. Hij leerde van zijn voorouders hoe hij ziektes kan behandelen met kruiden die in het Bwindi National Park te vinden zijn. Het Frans dat hij spreekt, getuigt van zijn Congolese afkomst én van de poreusheid van de grenzen.
‘Ik behandel mensen aan beide kanten van de grens. Als ik mijn familie in Congo bezoek, neem ik geneeskrachtige kruiden van hier mee. Ik kan allerlei ziekten behandelen, waaronder covid-19; ik heb het zelf een paar maanden geleden opgelopen en ben genezen door te stomen met verschillende kruiden,’ zegt hij.
De meesten keren ziek en zonder diagnose terug naar huis, waardoor het risico van besmetting toeneemt
Om dat te demonstreren, roept hij zijn kleinzoon en vraagt hem drie verschillende planten uit de tuin te halen. Hij plukt de bladeren van de takken en plet ze in een vijzel. Dan dompelt hij ze onder in heet water om de stoom te produceren die, zegt hij, in staat is om corona te genezen.
Traditionele genezers zijn zeer gerespecteerde figuren binnen de gemeenschappen, omdat zij over eeuwenoude kennis beschikken, maar zij kunnen ook katalysatoren zijn bij een epidemie. Bifumbo houdt zich echter aan het protocol dat door de autoriteiten is opgelegd voor het geval zich ebola voordoet: patiënten onmiddellijk verwijzen naar het Bwindi Community Hospital. Wel houdt hij een pleidooi voor zijn bekwaamheid om andere zoönosen te behandelen, zoals infecties van de luchtwegen of koortsen die niet gepaard gaan met bloedingen.
Voor de mensen die rond het park wonen en voortdurend aan besmettingen worden blootgesteld, zijn er weinig alternatieven naast het Bwindi Community Hospital. Het dichtstbijzijnde openbare gezondheidscentrum is Kayonza, op vijf uur lopen. Vanwege zijn reikwijdte moet het ziekenhuis in staat zijn patiënten op te nemen en een breed scala aan behandelingen aan te bieden. Maar er is gebrek aan middelen en personeel. Patiënten krijgen vaak paracetamol voorgeschreven of een doorverwijzing naar een privéziekenhuis, wat velen zich niet kunnen veroorloven. De meesten keren ziek en zonder diagnose terug naar huis, waardoor het risico van besmetting en verdere uitbraken toeneemt.
Onderzoek om te kunnen handelen
John Kayiwa is het hoofd van EEIDI bij het UVRI, het Oegandese instituut voor onderzoek naar virussen. Hij coördineert de analyse van monsters die door het team van Gorilla Doctors worden verzameld en binnengebracht, om ziekteverwekkers in een vroeg stadium te kunnen identificeren. Daarna worden ze naar de Universiteit van Californië gestuurd, waar ze worden gesequencet om er een genetische kaart van te maken, zodat de ziekteverwekkers kunnen worden geïdentificeerd en gecatalogiseerd.
‘Wanneer iemand met koorts negatief test op malaria kan het wel een maand duren voordat we hier in het lab het resultaat hebben. Daarom sterven patiënten soms zonder te weten wat ze hadden. Wanneer iemand positief test voor een besmettelijke zoönose, is het wel zo dat diens contacten prioriteit worden en we de resultaten al tussen de 24 en 48 uur later kunnen hebben, waarna we maatregelen kunnen treffen.’
In 2009 zetten de VS onder Obama het PREDICT-project op, de voorloper van het CREID-netwerk. Het moest enige autonomie en capaciteitsopbouw bieden aan landen die het meest zijn blootgesteld aan uitbraken van zoönosen, waaronder Oeganda. Zo ontstonden de eerste pogingen om pandemische surveillance- en preventiesystemen op te zetten en te coördineren. Op basis van de verzamelde gegevens stelden stichtingen zoals The Global Virome Project rapporten op, waarin wordt geschat dat 75 procent van de toenemende infectieziekten bij mensen afkomstig is van dieren; en dat van de naar schatting 1,6 miljoen virussen die nog ontdekt zullen worden, er 700.000 zijn die mensen direct kunnen treffen. Er is nog een lange weg te gaan, aldus Kayiwa.
‘Zoönosen, uitzonderingen als covid-19 daargelaten, hebben de neiging zich langzaam te verspreiden, maar dat mag natuurlijk geen rechtvaardiging zijn voor de lange aanlooptijden waarmee wij werken. Investeren in lokale testcapaciteiten moet het doel zijn.’
Stijgende temperaturen kunnen het ontstaan van toekomstige pandemieën in de hand werken
Nahabwe, het hoofd Volksgezondheid in Bwindi, voegt daaraan toe dat het verhogen van de investeringen in Afrikaanse gezondheidsstelsels een eerste stap is om blootstelling aan toekomstige uitbraken te kunnen verminderen. ‘Als we echt een nieuwe pandemie willen voorkomen, moet dit voor de internationale gemeenschap de hoogste prioriteit hebben.’
Tel bij dit alles de klimaatcrisis op: uit verschillende onderzoeken, waaronder een studie die afgelopen april in het tijdschrift Nature verscheen, blijkt dat stijgende temperaturen het ontstaan van nieuwe ziekten en toekomstige pandemieën in de hand kunnen werken. Voorlopige studies tonen aan hoe de temperatuurstijging leidt tot een verandering van de habitat van bepaalde dieren, die gaan samenleven met andere soorten en met de mens. Daardoor wordt het onvermijdelijk dat zij naast nieuwe leefgebieden ook ziekten met elkaar zullen delen.
Gedurende ons verblijf in Bwindi kregen we een glimp te zien van de veranderingen die in de nabije toekomst worden verwacht. Tijdens een van haar regelmatige uitstapjes om monsters te verzamelen, vond de Amerikaanse onderzoeker Jelica J. Joyner van het Gorilla Doctors-team een exemplaar van de Aedes aegypti, een type mug dat virussen overbrengt zoals knokkelkoorts, gele koorts, chikungunya en zika. De vondst was niet ongewoon, afgezien van het feit dat de mug zich amper een meter boven de grond bevond, terwijl dit insect zich gewoonlijk op een hoogte van 3 of 4 meter beweegt. Een subtiele verandering, maar een die voor Joyner wijst op de wetenschappelijke consensus dat klimaatverandering van invloed is op de habitat en zodoende op het risico van overdracht van virale ziekten.
Overdracht door toerisme
Het Bwindi Impenetrable Forest National Park is een van de meest bezochte parken van Oeganda. Het genereert meer dan 60 procent van de inkomsten die het land uit ecotoerisme haalt, en volgens prognoses zal dat alleen maar stijgen. Bezoekers van over de hele wereld trekken naar dit kleine park van 330 vierkante kilometer om de laatste berggorilla’s van de planeet te zien. Hoewel het aantal berggorilla’s is gestegen tot iets meer dan duizend, waarvan meer dan de helft in Oeganda leeft, blijft het een bedreigde diersoort. De inspanningen om de soort in stand te houden en zijn omstandigheden te verbeteren zijn dan ook groot.
De mens deelt 98,25 procent van zijn DNA met deze primaten; de coronacrisis betekende een keerpunt in de relatie tussen de twee soorten, althans in Bwindi. Gezien de kwetsbaarheid van de gorilla’s voor corona, werden de veiligheidsprotocollen voor een bezoek aan de dieren verscherpt om mogelijke besmetting tot een minimum te beperken. Temperatuurcontroles, desinfectiemaatregelen en het gebruik van mondkapjes werden verplicht gesteld.
‘Het nauwere contact tussen dieren en mensen in Bwindi is een gevolg van toerisme. Ziekten kunnen zich gemakkelijk verspreiden,’ zegt de Oegandese arts Gladys Kalema-Zikusoka, vicevoorzitter van de Afrikaanse Vereniging voor Primaten en oprichter van de plaatselijke ngo Conservation through Public Health [Natuurbehoud door Volksgezondheid].
‘Een epidemie van schurft bij de gorilla’s toonde ons dat plaatselijke gemeenschappen geen adequate gezondheidszorg kreeg’
Toerisme, erkent Kalema-Zikusoka, is een complexe factor bij de preventie van pandemieën. Het is een risicofactor voor de wereldgezondheid omdat het voor nieuwe uitbraken van zoönosen kan zorgen, maar tegelijkertijd genereert het ook onmisbare inkomsten voor de instandhouding en bescherming van ecosystemen.
Deze Oegandese arts is toonaangevend in de wereld van de natuurbescherming en kreeg voor haar werk in het nationale park diverse onderscheidingen, waaronder de Edinburgh Medal of Merit. Zij is ook bekend als pleitbezorger voor meer Afrikaanse stemmen in het mondiale debat over natuurbehoud. Na enkele jaren als dierenarts voor het Oeganda Wildlife Agency te hebben gewerkt, besloot zij in 2003 haar eigen organisatie op te richten om gorilla’s te beschermen vanuit wat toen een uniek perspectief was: het welzijn van lokale gemeenschappen.
‘Een epidemie van schurft bij de gorilla’s [die zich verspreidde via de mens] toonde ons dat plaatselijke gemeenschappen geen adequate gezondheidszorg kregen. We besloten dat we moesten pleiten voor een verbetering van hun welzijn. Niemand zag dit als een maatregel om het milieu te beschermen, behalve de mensen van Bwindi zelf.’
In Bwindi werden stropers omgeschoold tot gorillaspotters
Om het ecosysteem te beschermen, is het van essentieel belang dat de gemeenschap bij het proces wordt betrokken, benadrukt Kalema-Zikusoka. Dat in Bwindi werkgelegenheid werd gecreëerd in de toeristische sector en stropers werden omgeschoold tot gorillaspotters, heeft de bevolking gestimuleerd om het park met andere ogen te gaan bekijken. Het is van essentieel belang, zegt ze, om meer steun te geven aan de plaatselijke gezondheidscentra, die de eerste lijn tegen besmetting vormen. Het zijn Afrikaanse stemmen zoals de hare die theorieën over natuurbehoud hebben voorzien van een meer lokaal en een menselijker standpunt; plaatselijke gemeenschappen worden nu gezien al onmisbare actoren.
‘Geloven in een wereld waarin geen conflict bestaat tussen mensen en wilde dieren vanwege een vermeende fysieke scheiding, is totaal onrealistisch. Coëxistentie moet mogelijk worden gemaakt, en dat kan door gemeenschappen te voorzien van sociale, economische en gezondheidsinstrumenten waarmee ze een waardig leven kunnen leiden. Als ze zich op eigen kracht kunnen redden, hebben ze het niet nodig om hun toevlucht te nemen tot stroperij of andere activiteiten die het ecosysteem kunnen schaden.’
Dr. Kalema-Zikusoka lanceerde uiteenlopende initiatieven om het welzijn van de bevolking te verbeteren: van het opzetten van pluimveehandel en het bevorderen van vaccinatie voor werknemers in de toeristische sector, tot het voorstel dat gemeenschappen het vlees dat zij eten, moeten kunnen testen om te voorkomen dat zij zoönosen oplopen.
Tweesnijdend zwaard
Toen Bwindi in de jaren negentig tot nationaal park werd uitgeroepen, ontstond een economisch centrum dat is blijven groeien. Door de constante bevolkingsgroei veranderden dorpen op korte tijd in steden; in februari 2021 gebeurde dat met Buhoma, bij de ingang van Bwindi.
Toen het gebied tot park werd verklaard, verkocht Gordon Kwikiriza houten beeldjes aan westerse toeristen die de mysterieuze gorilla’s kwamen bekijken. Vervolgens opende hij een winkel en ging hij in een hotel werken, totdat hij de hand wist te leggen op een van de iconische safarivoertuigen. Dat stelde hem in staat de maatschappelijke ladder verder te beklimmen. Kwikiriza maakt nu deel uit van de rijkere klasse in de regio. Het laatste project waarmee hij zijn brood hoopt te verdienen, is een nieuw, gezinsvriendelijk hotel bij de entree van het park.
‘Buhoma zit midden in een toeristische hausse en die groei zal niet stoppen,’ zegt hij, staand op het terrein waar hij drie bungalows wil bouwen, op minder dan tweehonderd meter van de ingang van het Bwindi Impenetrable Forest.
Sinds de gorilla’s zich hebben aangepast aan het toerisme, vallen ze minder gauw mensen aan
Bwindi heeft een eigenaardigheid ten opzichte van andere parken: gezien de hoge bevolkingsdichtheid in het gebied – met een jaarlijkse groei van drie procent, een van de hoogste op het continent – heeft het geen zogenaamde bufferzones, die bedoeld zijn om de leefgebieden van mens en dier af te bakenen om conflicten te vermijden of te verminderen. Het enige wat in plaats daarvan is voorgesteld, is om enkele gebieden te reserveren voor theeplantages: dat gewas is niet aantrekkelijk voor de wilde dieren van Bwindi omdat het geen voedselbron is. Vooralsnog verhindert dat de dieren niet om het park te verlaten en het groeiende aantal boerderijen en landbouwvelden te bereiken.
Ibrahim Byarugaba is zevenenvijftig jaar oud en woont in Kwenda, net buiten het park. Eind jaren negentig werd hij aangevallen door een gorilla terwijl hij zijn land tussen de Democratische Republiek Congo en Oeganda bewerkte. Zijn geval is niet uniek: in die tijd vonden er veel aanvallen plaats. Sinds de gorilla’s zich hebben aangepast aan het toerisme, vallen ze minder gauw mensen aan. Maar de ontmoetingen met dieren in het veld vinden nog steeds plaats.
‘We komen nog steeds olifanten, bavianen, apen en gorilla’s tegen. Ze eten alles op en vaak vernielen ze de boel compleet. Ze laten ons achter zonder eten voor onze kinderen, zodat we het schoolgeld kunnen betalen.’
Wanneer een kind naar school gaat, wordt het risico van contact met dieren op het veld kleiner
De boer bekritiseert het feit dat het Oegandese Wildlife Agency geen compensatie biedt voor dergelijke vernielingen en dat er voor de gemeenschap zware straffen staan op het verzamelen van brandhout, vruchten of andere hulpbronnen uit het bos: de jacht op een dier kan leiden tot elf jaar gevangenisstraf.
Zolang mensen en wilde dieren nog samenleven, is het voor het EEIDI-team vrijwel onmogelijk een nieuwe uitbraak van zoönose te voorkomen. Daarom vertrouwen zowel Johnson als dierenarts Ssebide op onderwijs als middel voor verandering.
‘Mensen weten dat vleermuizen gastheer zijn van een hele rits aan ziekten. De eerste bijdragen uit de gemeenschappen voor een veilige oplossing waren voorstellen die neigden naar uitroeiing. We moesten didactisch materiaal maken op basis van de bijzonderheden van elke plek om uit te leggen dat dit geen optie was, aangezien [vleermuizen] essentieel zijn voor de instandhouding van het ecosysteem,’ zegt Johnson.
Ssebide benadrukt dat preventie altijd bij voorlichting begint, al is het maar vanwege het simpele gegeven dat wanneer een kind naar school gaat, het risico van contact met dieren op het veld kleiner wordt.
‘In plaats van de gewassen te bewaken, zit hij of zij dan te leren in een klaslokaal. Bij leden van de gemeenschap die naar school gaan, is de kans ook kleiner dat zij veel kinderen krijgen, wat de bevolkingsdruk zal doen afnemen. Met een betere opleiding kom je in aanmerking voor beter werk en zal je dus minder brandhout hoeven te sprokkelen in het bos of hoeven te stropen; er is dan meer geld voor andere brandstoffen of om voedsel te kopen. Voorlichting is immers het beste middel om eventuele toekomstige uitbraken te bestrijden.’
Kinderarbeid in recycling brengt kinderen in gevaar
Volgens Human Rights Watch werken in Turkije kinderen vanaf negen jaar in recyclingcentra voor plasticafval, waardoor ze het risico lopen op ernstige en levenslange gezondheidsproblemen. Werknemers, waaronder kinderen, en mensen die in huizen wonen die ‘gevaarlijk dicht bij‘ de centra liggen, vertelden onderzoekers dat ze last hadden van ademhalingsproblemen, ernstige hoofdpijn en huidaandoeningen, bericht The Guardian.
In een nieuw rapport beschuldigt HRW de Turkse regering ervan de gezondheids- en milieugevolgen voor de arbeiders te verergeren door niet toe te zien op de naleving van arbeidswetten voor recyclecentra. De EU, de grootste exporteur van plasticafval naar Turkije tussen 2017 en 2021, droeg ook ‘aanzienlijk’ bij aan schendingen van gezondheids- en milieurechten in Turkije, aldus het rapport.
Ook buurland Congo-Kinshasa kampt met ebola-uitbraak
De Oegandese regering heeft op 20 september verklaard dat er sprake is van een ebola-uitbraak in het district Mubende, in het centrum van het land. Er is één bevestigd dodelijk slachtoffer – een vierentwintigjarige man – en er zijn ten minste acht besmettingen gerapporteerd, bericht The East African. De laatste ebola-uitbraak in het land was in 2019, met vijf sterfgevallen.
De Democratische Republiek Congo, die in het westen grenst aan Oeganda, heeft momenteel ook te kampen een uitbraak van het ebolavirus, dat een dodelijke hemorragische koorts veroorzaakt.
‘Gekoer, gegiechel en het getrippel van kleine voetjes vermengen zich met het geluid van rollators en rolstoelen in dit verzorgingstehuis in het zuiden van Japan. In deze vergrijzende natie heeft dit tehuis een ongewone type werknemers aangeworven om de dagen van de bewoners op te fleuren’, begint The New York Times haar reportage over het verzorgingstehuis Ichoan in de Japanse stad Kitakyushu. Daar heeft de directie een programma gestart waarbij kinderen van nul tot vier worden ingezet om eenzaamheid onder de oudere bewoners – het merendeel boven de tachtig – te verminderen.
De baby’s, vergezeld van hun ouders of verzorgers, geven de bewoners knuffels. In ruil daarvoor ontvangen ze luiers, zuigelingenvoeding, gratis babyfotoshoots en tegoedbonnen voor een café in de buurt. Wetenschappelijk onderzoek brengt sociale interactie in verband met minder eenzaamheid, vertraagde mentale achteruitgang, lagere bloeddruk en een lager risico op ziekten en overlijden bij ouderen. Voor kinderen is aangetoond dat intergenerationele interacties de sociale en persoonlijke ontwikkeling bevorderen, schrijft de Amerikaanse krant.
Het aantal mensen met apenpokken in Italië is volgens het ministerie van Volksgezondheid eind augustus in een week tijd met 52 gestegen tot 714, waarvan 704 mannen, meldt persbureau ANSA. Ongeveer 194 gevallen hangen samen met buitenlandse reizen. De gemiddelde leeftijd van de besmetten is 37 jaar. In Cuba is een Italiaanse man aan het virus overleden. In Italië is het aantal gevallen het hoogst in de regio’s Lombardije met 308, gevolgd door Lazio met 128, Emilia Romagna (73), en Veneto (48). In de zuidelijke regio’s zijn geen gevallen gemeld.
Italië begon twee weken geleden met vaccinaties in Rome, gevolgd door inentingen in Bologna en de rest van Emilia-Romagna. De andere twee prioritaire regio”s, Lombardije en Veneto, zijn inmiddels ook met vaccinaties begonnen.
De vaccinatiecampagne is niet zo massaal als die tegen covid-19, maar richt zich op personen die het grootste besmettingsrisico lopen: voornamelijk mannen die seks hebben met mannen en personeel van bepaalde laboratoria.
De gemiddelde levensverwachting van de Amerikanen is in 2020 en 2021 scherp gedaald, de scherpste daling in twee jaar in bijna honderd jaar. ‘Een schrille herinnering aan de tol die de voortdurende coronapandemie eist van de natie,’ schrijft The New York Times. De daling was bijzonder sterk onder inheemse Amerikanen, meldde het National Center for Health Statistics.
In 2021 is de levensverwachting van de gemiddelde Amerikaan zesenzeventig jaar, meldden federale gezondheidsonderzoekers woensdag. Dat is een verlies van bijna drie jaar sinds 2019, toen Amerikanen gemiddeld bijna negenenzeventig jaar oud konden worden. Hoewel de pandemie verantwoordelijk is voor het grootste deel van de daling van de levensverwachting, heeft een stijging van het aantal sterfgevallen door ongevallen en overdoses drugs ook bijgedragen, evenals sterfgevallen door hartaandoeningen, chronische leveraandoeningen en cirrose, aldus het nieuwe rapport.
Phalloplastie, de operatie om een penis te construeren, wordt steeds populairder bij trans mannen. Maar vanwege het hoge percentage complicaties, blijft het een controversiële procedure. Toch koos Ben Simpson voor de ingreep: ‘Alles was beter dan het alternatief.’
Niets aan de verandering van Benjamin Simpson was onvermijdelijk, zeker niet zijn penis. Hij werd uiteindelijk een man, maar geeft grif toe dat hij op een andere plek of in een andere tijd wellicht een ongelukkige vrouw was geweest, of de plaatselijke zonderling, of iemand die zichzelf op vroege leeftijd van kant zou maken. Opgegroeid in een dorp buiten de Finger Lakes [in de staat New York], zo’n plek waar het telefoonbereik altijd slecht is, wist hij niet wat ‘transgender’ betekende. Als jong meisje ging hij ervan uit dat hij een man zou worden als hij groot was. Toen hij zich realiseerde dat dat niet zo was, liet hij dat idee los ging hij op zoek naar andere redenen om te verklaren waarom hij altijd het gevoel had dat iets niet klopte.
Ten eerste droeg hij ’s zomers altijd wijde kleding. (Maar veel tienermeisjes zijn onzeker over hun lichaam.) Dan waren er de geruchten over zijn lesbische geaardheid op school. (Maar ook al viel Ben op meisjes, hij voelde zich helemaal niet lesbisch.) Om de roddels af te wenden, begon hij zich meisjesachtiger te kleden en had hij een paar keer seks met jongens. Zijn interesse in hun lichamen was eerder taxerend dan erotisch. Hij zocht online naar een Myspace-groep voor lesbiennes en merkte hij dat hij snakte naar een duidelijke identiteit. Waar in het plaatje van de wereld paste hij? Hij begreep zichzelf niet en probeerde een paar keer een eind aan zijn leven te maken. Kort daarna ging hij naar de universiteit van New York, op zoek naar zichzelf.
Dat was in 2009. Op de universiteit noemde hij zichzelf een ‘queer lesbienne’, in een poging zijn aantrekking tot vrouwen te verenigen met zijn belangstelling voor mannenlichamen. Hij sloot zich aan bij een lhbt-groep en ontmoette mensen die leken te weten wie ze waren, die zichzelf betitelden als ‘genderfluïde’ en voornaamwoorden als ‘die’/‘hen’ gebruikten. Ben had niet het gevoel dat deze woorden op hem van toepassing waren, maar voor het eerst vond hij een gemeenschap en een taal die hem houvast boden. Het was even stressvol als opwindend. Hij ging uit in kleren die het complete genderspectrum besloegen, in uitdossingen die hij nu niet meer zou durven aantrekken. Hij voerde lange discussies over terminologie: wat was het verschil tussen een butch lesbienne en een transgender man? En wat was de reden om deze woorden überhaupt te gebruiken?
Hij stond op van de bar en zei tegen zijn vrienden: ‘Ik ben trans! Ik moet ervandoor!’
In de lente van 2015 ging Ben met twee vrienden borrelen in een barbecuerestaurant in Midtown. Ze deden het gebruikelijke: aan de bar hangen, seks en gender ontleden en de stukjes weer in elkaar zetten. Dat hadden ze al zo vaak gedaan, maar dit keer ging er een knopje om, en plotseling zag Ben in dat hij een man was. Hij stond op van de bar en zei tegen zijn vrienden: ‘[Krachtterm]! Ik ben trans! Ik moet ervandoor!’ Op straat trok hij zijn hakken uit en rende hij snikkend naar de metro, vijf blokken verderop. Die avond begon hij met het papierwerk van de transitie: hij stuurde zijn moeder een sms, veranderde zijn status op Facebook en maakte een afspraak bij de dokter om met testosteron te beginnen.
Kort daarna stopte Ben met studeren en verhuisde hij met zijn neef naar North Carolina. Daar begon hij te leven als man. Hij werkte in een hotel, droeg een uniform en glimlachte tevreden als mensen uit het Zuiden hem ‘son’ [zoon] noemden. De zogenoemde wc-wet in de staat deed hem terugkeren naar zijn geboortestad; in North Carolina gaf geen van beide toiletten hem een veilig gevoel. Terug in de staat New York kon hij zich eindelijk ontspannen, ervan overtuigd dat hij niet zomaar een man was, maar het soort man dat op het platteland thuishoorde. De universiteit had zijn kennis over gender vergroot; nu kon hij die gaan trechteren. In 2017 onderging hij een ‘operatie van boven’, oftewel een genderbevestigende dubbele mastectomie. Voor zover hij wist, was zijn transitie daarmee voltooid. Zijn genderdysforie, de ontevredenheid over het geslacht waarmee hij was geboren, was beheersbaar. Hij voelde zich goed over zijn seksleven. En hoewel hij online had gelezen over ‘operaties van onderen’, leken die de risico’s niet te rechtvaardigen. Mensen vergeleken de resultaten met blikjes frisdrank, herinnert hij zich. ‘Ze zeiden dat ze niet functioneel waren. Je kon er niet uit plassen. Je voelde niks.’
Openbaar toilet
Zijn overwegingen veranderden later dat jaar, toen hij op een avond met een paar vrienden uitging in het lokale studentencafé. Het was er smerig. De eigenaar had de schotten tussen de wc’s verwijderd om te voorkomen dat mensen cocaïne zouden gebruiken. Een onbeschermd toilet naast een urinoir is voor een trans man geen ideale plek om te plassen, maar Ben durfde het aan – en moest heel nodig. Hij liep langs een man die het urinoir gebruikte en maakte snel zijn rits los om op de toiletpot te gaan zitten. De man bleef recht voor zich uitkijken, zoals de code van het herentoilet voorschrijft. Maar toen hij wegliep, zei hij tegen de wachtenden: ‘Het zal nog wel even duren. Die gast is net gaan zitten.’
Het was niet bedoeld als een aansporing tot antitranspesterijen; de man dacht gewoon dat Ben zat te poepen. Maar terwijl Ben daar zat en deed alsof, stelde hij zich een veel vijandiger groep dronken mannen voor en hoe die zou reageren op de afwezigheid van een penis bij hem. Er kwamen steeds meer bathroom bills, wetten over gendergescheiden toiletten, en plassen op openbare toiletten zou de rest van zijn leven een risico vormen waarmee hij rekening moest houden. Hij was pas zesentwintig, vrij jong dus. Met zulke vooruitzichten leken de nadelen van een operatie ineens mee te vallen. Met een penis zou hij zich veilig voelen, ook al zou hij nog steeds op een toiletpot moeten gaan zitten. ‘Ik raakte ervan overtuigd dat elke complicatie die zich kon voordoen, inclusief doodgaan, beter was dan het alternatief,’ vertelt hij. Toen hij die avond thuiskwam, dronken, zocht hij op ‘FTM bottom surgery’ en las hij de hele nacht over phalloplastie. De week daarop vroeg hij een consult aan bij Rachel Bluebond-Langner van NYU Langone.
Complex orgaan
Phalloplastie, oftewel chirurgie om een penis te construeren, is een van de meest complexe medische ingrepen die er zijn. Technisch gezien verwijst het begrip naar slechts één stap in een lang proces, namelijk de constructie van een fallus met gebruikmaking van iemands eigen huid. De term wordt echter meer in het algemeen gebruikt om een reeks van modulaire operaties te beschrijven, die elk gericht zijn op een andere functie van de penis. De penis is een eigenaardig orgaan, met een schijnbaar willekeurige reeks taken die je als ontwerper niet direct zou combineren Een hart pompt bloed, een maag verteert voedsel. Maar een penis is er voor de voortplanting, om te urineren en voor plezier. Hij reageert op temperatuur, emotie en aanraking. Alles tezamen een complex samenstel van buisjes, weefsel en zenuwen op die vreemde open plek tussen de benen.
Transgender mannen en non-binaire mensen, intersekse personen en cisgender mannen met penisletsel vormen de hoofdmoot van mensen die phalloplastie ondergaan. Onafhankelijk van de anatomie van de persoon zijn de operatietechnieken over het algemeen hetzelfde. Naast de initiële constructie van de schacht kan phalloplastie ook het verlengen van de urinebuis, het creëren van een scrotum, het definiëren van de eikel, het toevoegen van testikelprothesen of het inbrengen van een erectie-implantaat omvatten. Afhankelijk van de combinatie van ingrepen kan het een paar jaar duren om een penis te voltooien, waarbij vele chirurgische stadia en revisies nodig zijn. Wie deze operatie ondergaat, zal zijn leven jarenlang moeten organiseren rond artsenbezoek, verzekeringsperikelen, verlof van werk en postoperatieve zorg. Voor trans patiënten is het risico op complicaties hoog; volgens de chirurgen met wie ik sprak is dat ongeveer 70 procent. (Vanwege het geringe aantal patiënten en de onderlinge verschillen in de uitvoering van de operatie is empirische analyse lastig.) Desondanks zijn de cijfers over tevredenheid van de patiënten hoog. Volgens een onderzoek dat werd gepresenteerd op de Canadian Professional Association for Transgender Health Conference in 2012, waarin negenentwintig studies van genderbevestigende phalloplastie van 1980 tot 2012 werden geanalyseerd, gaat het zelfs om 97 procent. In een onderzoek uit 2021, gepubliceerd in The Journal of Sexual Medicine, waarin negenenzeventig patiënten werd gevraagd om op een schaal van zeven te antwoorden op de stelling ‘Ik voel me positief over mijn genitaliën‘, scoorden transgender mannen die tenminste één fase van phalloplastie hadden ondergaan, gelijk aan cisgender mannen.
‘Transgenderstatus’ valt nu onder de paraplu van sekse, waarmee het een beschermd burgerrecht is
Phalloplastie voor trans mannen en non-binaire personen, in de geneeskunde bekend als genderbevestigende phalloplastie, bestaat in een of andere vorm al sinds zeker de jaren veertig, maar was tot voor kort zeldzaam in de Verenigde Staten, waar dekking door de verzekering onzeker was en maar weinig chirurgen tegemoetkwamen aan de behoeften van trans patiënten. Sommige trans mannen reisden naar België, Servië of Thailand, waar de zorg goedkoper en beter toegankelijk was. Degenen die in de Verenigde Staten werden geopereerd, betaalden vaak tienduizenden dollars, waardoor zij waren gedwongen te kiezen tussen een penis en een huis – als zij al welgesteld genoeg waren om die keuze überhaupt te maken. Zelfs toen hormonenbehandelingen en transgenderoperaties steeds gangbaarder werden, bleef een penis een onwaarschijnlijk vooruitzicht, hoe graag iemand er ook een wilde.
Inmiddels zijn zowel de toegankelijkheid van de operatie als de opvattingen erover aan het veranderen, dankzij verbeterde voorlichting aan gelijkgezinden, vooruitgang van chirurgische technieken en, zeer belangrijk, de Affordable Care Act. Die verbiedt dat gezondheidsprogramma’s met overheidsfinanciering discrimineren op basis van enkele vooraf bepaalde criteria, waaroner sekse. Toen de wet in 2010 werd aangenomen, was niet meteen duidelijk of de bepaling over non-discriminatie ook zou opgaan voor gezondheidszorg aan transgenders. De wet beschermde weliswaar sekse, maar sprak niet specifiek over transgenders, wat leidde tot een tien jaar durend juridisch geschil over de vraag of het een het ander impliceerde. De kwestie raakte aan enkele van de meest omstreden aspecten van de Amerikaanse burgerrechten, inclusief de vrijheid van religieuze organisaties die overheidsfinanciering ontvangen.
Met het Bostock v. Clayton County-arrest van het Hooggerechtshof uit 2020 is er een einde gekomen aan de onduidelijkheid, althans voorlopig. ‘Transgenderstatus’ valt nu onder de paraplu van sekse, waarmee het een beschermd burgerrecht is en dekking op grond van de Affordable Care Act verplicht is. Volgens de lhbt-organisatie Movement Advancement Project, dekken Medicaid-programma’s in 24 staten momenteel expliciet zorg die is gerelateerd aan transitie. Veel bedrijven, McDonald’s, Starbucks, Amazon en anderen, zijn begonnen met het aanbieden van verzekeringen die dit voorbeeld volgen. Dit betekent een grote omslag, die phalloplastie voor meer trans Amerikanen dan ooit binnen bereik brengt. Zonder verzekering zou een phalloplastietraject de patiënt al met al tot 200.000 dollar [ca. 193.000 euro] kunnen kosten.
Alle phalloplastieprogramma’s hadden wachtlijsten van meer dan een jaar
Volgens de meest recente prepandemische gegevens van de American Society of Plastic Surgeons hebben in 2019 ongeveer elfhonderd mensen in de Verenigde Staten genderbevestigende phalloplastie ondergaan. Dat aantal is waarschijnlijk aan de lage kant, gezien de modulaire aard van de procedure en inconsistente gegevensrapportage. Chirurgen van alle vier de programma’s waarmee ik sprak, bevestigden dat het aantal phalloplastieoperaties toeneemt. Ze hadden het allemaal over wachtlijsten van meer dan een jaar. Deze toename heeft een razende cyclus in gang gezet: betere toegang, nieuwe technieken en meer artsen, maar ook een toevloed van minder ervaren artsen en dringende oproepen tot betere analyse van de resultaten om het percentage complicaties omlaag te brengen. Dit alles speelt zich af binnen een bredere maatschappelijke en culturele context, waarin Amerika, op grotere schaal dan ooit tevoren, in het reine probeert te komen met de definitie van wat een man en wat een vrouw is. Binnen die context neemt phalloplastie een onmogelijke positie in, aangezien de ingreep zowel de aanpasbaarheid van sekse lijkt te bevestigen als de essentialistische bewering dat de penis de man maakt.
‘Knakworstje’
In de zes maanden voor zijn phalloconsult stak Ben veel tijd in onderzoek. Aanvankelijk waren zijn verwachtingen laag; hij had genoegen genomen met een ‘knakworstje’, zegt hij, zolang hij maar in alle rust naar het toilet kon. Hij bestudeerde online foto’s van resultaten na de ingreep en leerde over de verschillende technieken en de voor- en nadelen. Hoewel phalloplastie nog geen penis oplevert die identiek is aan de penis waarmee de meeste mannen worden geboren, maakt de ingreep wel veel van de gebruikelijke activiteiten mogelijk: staand plassen, penetrerende seks, orgasme (zonder ejaculatie), en ook zorgeloos omkleden in een kleedkamer. Deze vooruitzichten overtroffen Bens aanvankelijke verwachtingen ruimschoots. Veel resultaten vond hij er niet alleen prima uitzien, maar ronduit geweldig. Toch durfde hij niet al te optimistisch te zijn. Hij had behoefte aan zo veel mogelijk openhartigheid, data en foto’s van helende wonden. In de reguliere trans bronnen vond hij daar maar heel weinig over. Zijn zoektocht leidde hem naar een netwerk van privégroepen op Facebook, die bij de meeste mensen bekendstaan als ‘de phallogroepen’.
Deze phallogroepen houden het midden tussen een virtuele steungroep, een informele medische cursus en misschien wel ’s werelds eerste broederorde die openlijk verkondigt wat anderen onuitgesproken laten. Mensen uit schijnbaar elke klasse, elk deel van het land en van elke religie verenigen zich hier om hun gedeelde interesse in de penis te bespreken. De grootste groep werd opgericht in januari 2015, toen na de Affordable Care Act de phalloplastie op stoom kwam. De groep telt nu meer dan 17.000 leden, die zich in elke fase van het chirurgische traject bevinden, van postoperatief tot eerste verkenning. Wijsheid wordt hier van generatie op generatie doorgegeven met een openhartigheid die de geneeskunde niet kan bieden.
Nieuwkomers in de phallogroepen komen vaak met een versie van de vraag: ‘Naar welke chirurg moet ik voor de beste penis?’ Een bestaand lid zal dan voorzichtig informeren: ‘Wat bedoel je met de “beste penis”?’ In de Verenigde Staten zijn er twee gangbare typen phalloplastie: de radiale onderarmflap (of R.F.F., waarbij de onderarm wordt gebruikt als donorlocatie voor de huid) en de anterolaterale dijflap (of ALT, waarbij de dij wordt gebruikt). De schacht die deze ‘flappen’ vormen kunnen worden gecombineerd met andere procedures die moeten leiden tot de vier belangrijke postoperatieve prioriteiten: staand plassen, esthetiek, de erectiefunctie en gevoel. De meeste chirurgen vragen de patiënt in het begin om deze prioriteiten te rangschikken. Het is weliswaar mogelijk om ze alle vier in één keer te realiseren, maar gezien het hoge percentage aan complicaties is niets te garanderen.
Op Transbucket, een site voor het delen van foto’s, staan duizenden door gebruikers ingezonden foto’s van na de operatie
In de phallogroepen worden leden doorverwezen naar bronnen die kunnen helpen bij het kiezen van de ideale penis. Op de informatiesite phallo.net zijn gidsen te vinden die verschillende combinaties van procedures en de drie verschillende soorten erectie-implantaten vergelijken. Op Transbucket, een site voor het delen van foto’s, staan duizenden door gebruikers ingezonden foto’s van na de operatie: van voren, van opzij; met testikels; zonder testikels; bij dikke mannen, bij dunne mannen, bij lange mannen, bij korte mannen, bij middelgrote non-binaire mensen. Je keuze is niet alleen bepalend voor de penis zelf, maar ook voor hoe je leven er gedurende een aantal jaar uit zal zien wat betreft financiën, werk, vrijheid om te reizen en de tijd die het kost om van de operatie te herstellen.
Zodra de groepsleden een idee hebben van wat ze willen, zijn de eerstvolgende vragen vaak geografisch van aard: wie kent een goede chirurg in Ohio? In de buurt van Albuquerque? In het noordoosten van Indiana? Is er iemand naar Curtis Crane in Austin geweest? Naar Mang Chen in San Francisco? Loren Schechter in Chicago? Een operatie dicht bij huis is handiger en garandeert betere begeleiding tijdens het genezingsproces. Toch moeten veel patiënten staatsgrenzen oversteken voor competente zorg. Dat betekent herstellen in een hotel; een groot ongemak tegen aanzienlijke kosten. Om de kosten te drukken, bieden de groepen hulp bij het maximaal benutten van allerlei geheimzinnige construties, uiteenlopend van hotelkortingen tot creditcardpunten en schadeverzekeringen van ziekenhuizen. Een dergelijke beheersing van kapitalistische onderwerpen is nogal onverwacht voor een groep die vaak als sociaal afwijkend wordt afgeschilderd.
‘Er zijn patiënten die er eerlijk gezegd meer van weten dan ik,‘ zegt Jens Berli, een chirurg die gespecialiseerd is in phalloplastie aan de Oregon Health & Science University. ‘Ze zijn op de hoogte van wat andere chirurgen doen, komen binnen en zeggen: “Zeg, doe jij ook XYZ-scrotoplastie?” Als je niet alle variaties kent, ben jij als chirurg misschien wel degene met een probleem.’
Huid van onderarm of dij?
Als voorbereiding op zijn consult met Rachel Bluebond-Langner en Lee Zhao, respectievelijk reconstructief uroloog en mededirecteur van het Langone transgender-chirurgieprogramma van de New York University (NYU), onderzocht Ben de verschillen tussen ALT en R.F.F. De huid van de dij is langer en bevat meestal meer vet, waardoor de penis groter kan worden gemaakt. De huid van de onderarm is daarentegen korter en magerder. Het litteken dat wordt achtergelaten is zichtbaarder. Wat complicaties betreft zijn de percentages van beide procedures vergelijkbaar. Het hoofddoel van Ben was om staand te kunnen plassen. Hij besloot dat zijn volgende doelen penetrerende seks en esthetiek waren, deels omdat hij in een uitgaanscircuit terecht zou komen waarin hij voor veel vrouwen waarschijnlijk de eerste trans man zou zijn. Met zijn 1 meter 48 en 44 kilo, wist hij dat hij nogal een achterstand had. ‘Vrouwen houden niet van kleine mannen,’ zegt hij. ‘Ik moest mezelf alles gunnen om de concurrentie aan te kunnen.‘ Omdat hij zo mager was, leek ALT hem wel wat. ‘Met R.F.F. zou ik absoluut een heel dunne penis krijgen.’
Bluebond-Langner en Zhao waren het met Ben eens dat ALT de juiste keuze was, vooral omdat Bens penis dik genoeg moest zijn om de urinebuis te kunnen verlengen. Tijdens zijn eerste consult, in maart 2018, hadden ze uitgelegd hoe ze zijn operatie in drie fasen zouden opsplitsen: een voor de creatie van de fallus, en twee voor de constructie van de neo-urethra. Inclusief een toegevoegde vierde fase voor zijn erectie-implantaat, zouden de operaties twee tot drie jaar kunnen duren, nog los van eventuele complicaties die zich zouden voordoen.
Bluebond-Langner schat dat ongeveer 35 procent van de patiënten in haar praktijk complicaties heeft. Sommige komen vaak voor en zijn uiteindelijk beheersbaar: nadruppelen tijdens het plassen, verstopping of lekkage van de nieuwe urinebuis, verkeerde plaatsing of vervorming van het erectiehulpmiddel. Andere complicaties zijn zeldzamer en ernstiger, zoals rectaal letsel bij vaginectomie [het verwijderen van de vagina] of necrose, afsterving van het weefsel. (Dit laatste maakte Bluebond-Langner één keer mee tijdens haar carrière.) Ben kende veel verhalen uit de phallogroepen: over ondraaglijke complicaties maar ook over kleine, maar aanhoudend vervelende tegenslagen. Hij aanvaardde de risico’s. Twee weken later plande hij per telefoon zijn fase 1-operatie in voor mei 2019; meer dan een jaar later.
Omstreden specialisme
De openheid van Rachel Bluebond-Langner (44) in combinatie met haar beroep maakt haar de perfecte persoon om naast te zitten op een feestje. Toen ze opgroeide in Philadelphia bracht ze veel tijd door in ziekenhuizen, in het voetspoor van haar moeder, Myra Bluebond-Langner, een antropoloog die terminaal zieke kinderen onderzocht. De jongere Bluebond-Langner wilde misschien kinderlongarts worden om deze kinderen te helpen. Maar toen ze aan de medische faculteit van Johns Hopkins ging studeren, merkte ze al snel dat haar professionele interesse elders lag. Eerst bij laparoscopische nierchirurgie en daarna bij plastische chirurgie. De binnenkant van het lichaam was weliswaar intrigerend, maar niet sociaal. Plastische chirurgie stelde zowel functie als vorm voorop.
Haar mentor werd Eduardo Rodriguez, een reconstructieve craniofaciale chirurg die later de eerste aangezichtstransplantatie ter wereld zou uitvoeren. Rodriguez deed op dat moment onderzoek naar gezichtsbeschadiging. Om Bluebond-Langner te helpen haar interessegebied te verfijnen, raadde hij haar het boek Facial Feminization Surgery van Douglas Ousterhout aan. Dit boek uit 2010 is een praktische gids voor trans vrouwen die een chirurgische ingreep willen ondergaan, en gaat in op welke kenmerken een gezicht vrouwelijk of mannelijk doen overkomen, bijvoorbeeld de haarlijn. Bluebond-Langner had nog nooit een trans persoon ontmoet, maar ze voelde zich aangetrokken tot genderbevestigende chirurgie waarin verschillende disciplines zoals plastische chirurgie, urologie en gynaecologie worden gecombineerd om zoiets ongrijpbaars als dysforie te helpen verlichten.
In 2010 bestond er nog geen formele route naar genderbevestigende chirurgie. Hoewel de basisprincipes van plastische chirurgie – naaien, transplanteren, weefselexpansie, flappen – bij de meeste genderbevestigende ingrepen worden gebruikt, was het erg moeilijk om gerichte instructies te vinden voor ingrepen als het vervrouwelijken van het gezicht of het vermannelijken van de borst, laat staan om te leren hoe je een bevolkingsgroep van dienst kunt zijn die een gespannen relatie met de geneeskunde onderhoudt. De meeste genderchirurgen uit die tijd hadden eerst een formele opleiding plastische chirurgie gevolgd en waren daarna bij een genderchirurg in de leer gegaan of volgden aanvullende opleidingen in andere specialismen om technieken op te doen die nuttig waren voor het gekozen specialisme. Het werk was omstreden. Sommige chirurgen hadden aparte websites: een voor hun gewone praktijk en een voor hun transgender clientèle.
Oudere chirurgen waarschuwden haar: ‘Pas op waarmee je bekend wordt‘
Toen Bluebond-Langner begon, waarschuwden oudere chirurgen haar: ‘Pas op waarmee je bekend wordt.‘ Ze trok zich er niets van aan en begon met het samenstellen van de opleiding die ze nodig had: vaginoplastie, phalloplastie en metoidioplastie – een minder ingrijpende operatie waarbij een kleinere penis wordt geconstrueerd met alleen het aangeboren weefsel van de clitoris. Ze kwam overal terecht: in Thailand en Canada om vaginoplastie te bestuderen en in Mexico-Stad om microchirurgie te leren, de techniek die het overzetten van stukken huid vergemakkelijkt door zenuwen en bloedvaten op microscopische schaal met elkaar te verbinden. Ze begon complexe urogenitale operaties uit te voeren, waaronder phalloplastie voor micropenis en trauma. Aan de Universiteit van Maryland voerde ze in 2016 haar eerste gender bevestigende phalloplastiek uit. De operatie was, voor zover zij weet, een succes. (Zij en de patiënt verloren elkaar na twee jaar uit het oog.) Een paar jaar daarvoor was Rodriguez naar NYU Langone verhuisd waar hij voorzitter werd van de afdeling plastische chirurgie. Uiteindelijk vroeg hij Bluebond-Langner om een programma op te zetten voor transgenderchirurgie.
Het transgenderchirurgieprogramma van NYU heeft een eigen suite op de zesde verdieping van een glazen kantoorgebouw in Manhattan. Ik was er in maart 2021 voor het eerst op bezoek. Toen ik uit de lift stapte, viel me meteen op hoe luxe alles was. In de wachtkamer stonden koffieautomaten van Keurig, orchideeën en iPads met futuristische handpalmscanners. Ver verwijderd van het oertijdperk met geheime aparte websites, waren hier de namen van weldoeners op de muur aangebracht. Een transgenderjournalist zou er, zittend op de jarenvijftigbank, de lederen ligstoel, of de verchroomde fauteuil, een wat cynisch gevoel bij kunnen krijgen. Trans mensen in Amerika bevinden zich in een complexe spagaat met het medische establishment. Aan de ene kant is er de roep om uitbreiding en verbetering van zorg die in het verleden werd geweigerd; aan de andere kant weten de meesten van ons dat onze lichamen goed geld op kunnen leveren. ‘We zijn in loondienst,’ zegt Bluebond-Langner daarover, om aan te geven dat ze niet meer geld krijgt als er meer patiënten zijn. ‘Maar ze stimuleren ons wel een beetje. We krijgen meer middelen.’
Bluebond-Langner is goedlachs, direct en lijkt immuun voor het godcomplex waar veel dokters aan lijden. Toen ze in 2017 naar NYU kwam om met het programma te beginnen, had ze slechts twee collega’s: Zhao en Jamie Levine, een microchirurg. In de loop der jaren is het team gegroeid en het bestaat nu uit een administratieve staf, een onderzoeksafdeling, een fysiotherapeut, twee maatschappelijk werkers en twee verpleegkundigen. Meer dan de helft van het team identificeert zich als trans, waaronder twee chirurgen in opleiding, waarvan Bluebond-Langner hoopt dat ze ooit haarzelf en Zhao zullen opvolgen.
Gemarginaliseerde patiënten
Medische transitie brengt vele verschillende stappen met zich mee. Om goedgekeurd te worden voor phalloplastie, moeten kandidaten verwijzingen hebben van twee afzonderlijke zorgverleners in de geestelijke gezondheid. Op de donorplaats van de huidflap moet het haar met laser worden verwijderd. Er is steun nodig tijdens herhaaldelijke periodes van genezing, die vaak gepaard gaan met immobiliteit. ‘Helaas zijn veel van onze patiënten gemarginaliseerd,’ zegt Bluebond-Langner. Ze kunnen lang niet altijd op hun werkgever of familie rekenen. Daarom is haar zorgteam van groot belang voor een goed chirurgisch resultaat. Hoewel de rechten van transseksuelen op papier zijn verbeterd, hebben veel van haar patiënten nog steeds te maken met problemen als armoede, onzekere huisvesting en sociale uitsluiting, die het herstel bemoeilijken. ‘Als het al moeilijk is om werk te vinden omdat je trans bent, dan zal een operatie dat niet makkelijker maken.’
Op weg naar Bluebond-Langners privékantoor passeren we mensen die in de hal heen en weer liepen in trainingsjacks van NYU Gender Surgery. (Het logo van het programma is een bedeesd vijgenblad.) Binnen hangt boven een consulttafel een gesigneerde poster van actrice Dominique Jackson uit de televisieserie Pose. Op een boekenplank liggen oude nummers van Plastic and Reconstructive Surgery naast een stapel koffietafelboeken: De Vagina Bijbel, De Grote Muur van de Vagina, Viering van Vulva Diversiteit.
Tegenover één penis doet Bluebond-Langner drie vagina’s. Soms doet ze drie vagina’s op een dag; een penis vergt minstens twee operaties, maar vaak vier of meer. ‘De vraag naar vaginoplastie is veel groter,’ zegt ze. ‘Het is een reductieve procedure die na één operatie klaar is en de risico’s zijn kleiner.’
‘Je kunt eikelplastie doen, geen eikelplastie. Scrotoplastie, geen scrotoplastie. Je kunt echt alles combineren om je doel te bereiken’
Het NYU-programma heeft tot nu toe iets meer dan honderdvijftig phalloplasties uitgevoerd. Bij het eerste chirurgische consult probeert Bluebond-Langner te begrijpen wat voor soort seks de patiënt graag heeft, om beter te kunnen adviseren welke combinatie van procedures de kwaliteit van leven het meest zou kunnen verbeteren met een minimaal risico op complicaties. In de periode tussen ongeveer 1960 en 1980, de begindagen van de geformaliseerde transgendergeneeskunde in de Verenigde Staten, was phalloplastie zeldzaam en vrijwel uniform. Het doel was de geïdealiseerde vorm en functie van een zogenaamde standaard-Amerikaanse penis te repliceren. Hoewel veel patiënten dit doel nog steeds voor ogen hebben, stappen Bluebond-Langner zelf en de geneeskunde in het algemeen steeds meer af van dit streven als objectieve maatstaf voor chirurgisch succes.
Transgenderchirurgie wordt aangeduid als behandeling voor genderdysforie, onvrede met het geslacht waarmee je geboren bent. Het gaat er dus niet om niet cisgender te zijn. Er zijn gedeeltelijke ingrepen die het gewenste doel kunnen bewerkstelligen en tegelijkertijd het risico minimaliseren. Een patiënt kan er bijvoorbeeld voor kiezen om staand te urineren, terwijl hij geen praktisch nut ziet voor een erectie-implantaat. Een andere patiënt ervaart dysforie misschien voornamelijk visueel, maar heeft toch graag vaginale geslachtsgemeenschap; phalloplastie zonder vaginectomie kan daarin voorzien. ‘Je kunt eikelplastie doen, geen eikelplastie. Scrotoplastie, geen scrotoplastie. Je kunt echt alles combineren om je doel te bereiken,’ vertelt Bluebond-Langner.
Ondanks de verbeteringen in de patiëntgerichte zorg, heeft phalloplastie nog een lange weg te gaan. Zelfs nu de frequentie van de operaties toeneemt, is de patiëntenpopulatie nog niet groot genoeg om empirisch vast te stellen hoe het aantal complicaties kan worden verminderd of wat tot tevredenheid in de loop van een leven zou kunnen leiden. De phalloplastiepatiënten van Bluebond-Langner zijn over het algemeen jong, ruwweg tussen de achttien en tweeëndertig. Erectie-implantaten die zijn goedgekeurd door de FDA, het Amerikaanse equivalent van EMA, zijn ontworpen voor het lichaam van cisgender mannen. Het enige trans-specifieke implantaat dat in de VS bestaat is nog niet goedgekeurd. Maar al was het dat wel, dan nog bestond er geen standaardmethode om vast te stellen wat een goed chirurgisch resultaat oplevert. Omdat artsen verschillende technieken gebruiken, zijn gevallen zelden onderling vergelijkbaar.
‘De operatie moet verbeterd worden,’ zegt Bluebond-Langner. ‘Het is nog een onvolmaakte operatie.’ De risico’s zijn in dit geval alleen gerechtvaardigd vanwege de overweldigende impact op de kwaliteit van leven. ‘Mensen wegen de voor- en nadelen af,’ zegt ze. ‘Maar dit percentage complicaties zouden we bij andere ingrepen niet per se accepteren.’
Verjongingsmethode
De belangrijkste specialismen van de genderbevestigende zorg – endocrinologie en plastische chirurgie – ontstonden aan het begin van de twintigste eeuw. En dan niet als middel om het geslacht te veranderen, maar eerder als hulpmiddelen om het te herwaarderen. Eugen Steinachs experimenten met hormonen, uitgevoerd op knaagdieren in de jaren 1910, leidden tot de Steinach-verjongingsmethode, een twintig minuten durende gedeeltelijke vasectomie die, beweerde hij, oude, afgeleefde mannen veranderde in ‘energieke mannen die zonder bril konden, zich twee keer per dag moesten scheren, gewichten van honderd kilo konden verslepen en zich zelfs overgaven aan jeugdige dwaasheden zoals het kopen van land in Florida‘. Zowel W.B. Yeats als Sigmund Freud werden ‘ge-Steinached’.
De basistechnieken van plastische chirurgie gaan al meer dan twee millennia terug, maar de discipline werd pas in de loop van de Eerste Wereldoorlog volwassen, als een manier om de lichamen van slachtoffers van explosies zodanig te herstellen dat ze weer als man en echtgenoot konden terugkeren uit de strijd. Harold Gillies, een Britse plastisch chirurg van het eerste uur, populariseerde de buisvormige pedikel, een techniek om weefsel te verplaatsen door een huidflap tot een buis te vormen en deze door regelmatig te snijden en weer aan te hechten naar de plek van het letsel te verplaatsen. ‘Misvormingen’, schreef Gillies in 1920 in zijn boek Plastic Surgery of the Face, ‘zijn niet alleen een voortdurende bron van leed en angst, maar verlagen ook de marktwaarde van het individu.’ In 1939 deed het Britse ministerie van Volksgezondheid, dat massale misvormingen na de Tweede Wereldoorlog voorzag, een beroep op Gillies om Rooksdown House op te richten, een ziekenhuis voor plastische chirurgie. Daar kwam hij in aanraking met Lawrence Michael Dillon, de man bij wie hij uiteindelijk de eerste genderbevestigende phalloplastie ter wereld uitvoerde.
‘Hoe anders was het leven nu! Ik kon iedereen voorbijlopen zonder bang te hoeven zijn voor commentaar’
Dillon werd in 1915 als meisje geboren en opgevoed door twee knorrige tantes op een vervallen landgoed in de buurt van Dover. Op St. Anne’s, een vrouwencollege in Oxford, bracht hij het grootste deel van zijn tijd door in het roeiteam en droeg hij zijn haar in de zogenoemde Eton crop: een kort, sluik kapsel, populair bij lesbiennes op de campus. Hoewel Dillon op meisjes viel, beschouwde hij zichzelf niet als lesbisch; hij droomde ervan naar een smederij te worden gebracht om daar op een of andere manier omgesmolten te worden tot een man. Rond het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog ging hij naar een arts die gespecialiseerd was in sekse. Die schreef hem tabletten met testosteron voor; een paar jaar later onderging hij een borstamputatie. De chirurg stelde voor dat hij Gillies zou opzoeken voor een penis.
Gillies, in Rooksdown, had het nogal druk vanwege de oorlog, maar zei Dillon terug te komen als die voorbij was. Zo geschiedde en in 1945 begon hij aan een serie van dertien dan wel zeventien operaties; de gegevens van Gillies en Dillon verschillen hierover. Dillons penis werd geconstrueerd volgens Gillies’ tubed-pedicle-methode, waarbij hij een stuk huid optilde, tot een fallus vormde en liet genezen terwijl het aan beide uiteinden aan de huid vastzat, aan de buik bungelend als het handvat van een koffer. Terwijl hij nog genezende was, rondde Dillon een medische opleiding af. Enige tijd nadat de pedikel zijn beoogde bestemming had bereikt, stopte hij met geneeskunde, bezocht hij een aantal boeddhistische kloosters in India, veranderde hij zijn naam in Jivaka en maakte hij zich klaar voor het schrijven van zijn autobiografie. Over de voltooide penis schreef hij alleen: ‘Hoe anders was het leven nu! Ik kon iedereen voorbijlopen zonder bang te hoeven zijn voor commentaar, want niemand keek me raar aan.’ Ook Gillies was blij met de operatie. Hij documenteerde deze, met aanzienlijke redactionele vrijheid, in The Principles and Art of Plastic Surgery, zijn leerboek uit 1957: ‘Voorzien van het nieuwe orgaan werd het leven van de patiënt een sociaal succes; hij is een actieve en succesvolle zakenman geworden en wil graag alles laten doen wat het voor hem verantwoord maakt om te trouwen.’
Psychologisch onderzoek
Dillon/Jivaka trouwde niet, maar het spookbeeld van huwelijk en sociaal succes zou een belangrijke rol gaan spelen in de manier waarop in het komende decennia met genderbevestigende medische zorg werd omgegaan. De formele transgendergeneeskunde ontstond in de Verenigde Staten tussen ongeveer 1960 en 1980, met de komst van universitaire ‘klinieken voor genderidentiteit’. Uit naam van de medische vooruitgang namen deze klinieken mensen aan die van geslacht wilden veranderen. In ruil voor een kans op het krijgen van hormonen en chirurgie, werden zij onderworpen aan jarenlang psychologisch onderzoek. Toegang was voorbehouden aan patiënten met de meeste kans om in het leven te slagen als werkende heteroseksuele man of vrouw. De kandidaten waren bijna altijd wit. ‘De belangrijkste maatstaf was: Kun je opgaan in een menigte?’ zegt Jules Gill-Peterson, universitair hoofddocent geschiedenis aan Johns Hopkins en auteur van Histories of the Transgender Child. ‘De geneeskunde was er niet zozeer op uit om trans mensen gelukkig te maken, maar om ze inschikkelijk te maken.’
Een phalloplastie kostte in de jaren tachtig in de VS meer dan het jaarsalaris van de meeste mensen
In de klinieken voor genderidentiteit kregen trans vrouwen meestal hormonen, borstvergroting en vaginoplastiek voorgeschreven. Voor trans mannen waren testosteron en mastectomie gebruikelijk, maar genitale operaties zeldzaam, deels omdat de phalloplastie nog maar minimaal was geëvolueerd na Gillies’ buisvormige pedikel uit de jaren 1940. In Construction of Male Genitalia, een artikel uit 1978, schreven onderzoekers van de genderkliniek van Stanford: ‘Bij de vrouw-naar-man transseksueel is het doel van het chirurgisch programma het construeren van een penis en alle uitwendige mannelijke geslachtsorganen, inclusief het scrotum, met implantatie van teelbalprothesen.‘ Op grond van deze maatstaf en vaak ook volgens de maatstaven van de patiënten zelf, konden de penissen in het midden van de vorige eeuw nauwelijks een succes worden genoemd. Staand urineren was zelden mogelijk, seksuele gevoelens werden als een bijkomstigheid beschouwd. Voor degenen die toch zo’n penis wilden, waren de hindernissen vrijwel onoverkomelijk. In het tijdperk van de genderklinieken was de zorg gratis, maar alleen voor modelpatiënten. Met het verdwijnen van de klinieken belandde deze vorm van chirurgie op de vrije markt, maar alleen voor degenen die over voldoende geld en tijd beschikten om zich door de bureaucratie heen te worstelen. Een phalloplastie kostte in die tijd in de VS meer dan het jaarsalaris van de meeste mensen.
Toch begon de procedure in de jaren tachtig dankzij de geleidelijke vooruitgang van de microchirurgie te verbeteren. De techniek om bloedvaten op microscopische schaal met elkaar te verbinden, opende de deur voor phalloplastie met een lager verliespercentage en een grotere kans op seksuele sensatie en gevoel. Tegelijkertijd begonnen trans mannen met elkaar te communiceren via een klein maar stevig netwerk van nieuwsbrieven, zoals FTM Nieuwsbrief en Twenty Minutes, waarin de medische vooruitgang hoopvol werd besproken. Die vooruitgang verliep echter traag en vaak teleurstellend. De microchirurgische techniek zou pas echt tot wasdom komen in de periode na 1998, toen op grond van de Women’s Health and Cancer Rights Act verzekeringsdekking verplicht werd voor borstreconstructies na mastectomie. Door de enorme toename van borstoperaties waarbij gebruik werd gemaakt van eigen weefsel, die je op zich al zou kunnen zien als een vorm van genderbevestigende zorg, verbeterde de microchirurgie en kon de moderne phalloplastie ontstaan.
Fallische angst
Toen Ben zich voorbereidde op de eerste fase van zijn operatie, stelde hij alleen familie en goede vrienden op de hoogte. Hij wist dat de acceptatie door sommigen af zou hangen van hoe soepel elke stap zou verlopen, en hij was zich er scherp bewust dat hij zijn wensen moest rechtvaardigen. Want hoewel een penis tegenwoordig chirurgisch kan worden geconstrueerd, is er nog geen oplossing voor millennia van fallische angst; de verwarrende connectie tussen penissen en mannelijkheid; het veronderstelde inherent in de penis aanwezige geweld; het gevoel dat de vagina de ontbrekende tegenpool is; de feministische roep om te stoppen met genderessentialisme – het toeschrijven van vaste, intrinsieke, aangeboren kwaliteiten aan vrouwen en mannen. Zelfs onder trans mannen wordt het verlangen naar phalloplastie zeer kritisch bekeken. Het is makkelijk om een abstract en verheven recht op genderzelfbeschikking aan te hangen, maar vechten voor de penis is zoiets als fan zijn van de Yankees.
‘Als ik nadacht over complicaties, was er in mijn gedachten altijd wel iemand die tegen me zei: “Zie je wel? Dit is nou waarom je niet tegen de natuur in moet gaan,”’ zegt Ben. ‘Ik wilde nooit “Zie je nou wel” te horen krijgen.’
‘Douchen was GEWELDIG!!!‘, schreef hij op Facebook. ‘Ik heb mijn pik een paar keer vastgehouden’
Op de dag van de operatie ontwaakte Ben in een hotel, waarna hij zich meldde bij het ziekenhuis. Hij kleedde zich om in een ochtendjas en keek naar het Cartoon Network. Hij had het gevoel dat hij eeuwig moest wachten. Om half een ’s middags kon hij naar de operatiekamer, waar hij onder narcose werd gebracht. Zes uur later was fase 1 klaar. Ondanks al het porren en prikken door de artsen, de zwellingen, de wond op zijn dij en de medicijnen, voelde de nieuwe penis meteen als de zijne. ‘Nooit eerder had ik een penis,’ zegt hij, ‘maar toen ik hem eenmaal had, leek het logisch dat hij er was.‘ De dagen erna bestonden vooral uit pijn en kleine succesjes: de eerste keer opstaan (11 mei), het verwijderen van de katheter (13 mei), ontslag uit het ziekenhuis (14 mei). Zelfs eenvoudige dingen voelden beter door de aanwezigheid van zijn nieuwgevormde aanhangsel. ‘Douchen was GEWELDIG!!!‘, schreef hij op Facebook. ‘Ik heb mijn pik een paar keer vastgehouden.’
Na zijn ontslag uit het ziekenhuis verbleef Ben twee weken in een hotel in New Jersey om te herstellen. Tijdens zijn eerste afspraak met Bluebond-Langner en Zhao na de operatie deelde hij sigaren van kauwgum uit met de boodschap ‘Het is een jongen!’. Op dat moment was zijn penis eigenlijk niet veel meer dan een buis en zo glad als een zeekomkommer. In Fase 2, vijf maanden later, begon het team de basis te leggen voor een orgaan met meer functionaliteiten. De operatie begon met het verwijderen van Bens vagina door Bluebond-Langner – hij had al een hysterectomie ondergaan ter voorbereiding op fase 1. Vervolgens, in wat misschien wel de meest gruwelijke fase van de operatie is, sneed ze zijn penis in de lengte langs de onderkant open en bekleedde ze de geopende huid met meer weefsel van zijn dij. Dit oppervlak zou ooit zijn nieuwe plasbuis worden, maar eerst moest deze weefseltransplantatie genezen. Het herstel van Ben viel samen met de komst van de pandemie, en meer dan zeven maanden leefde hij met zijn opengesneden penis. ‘Die “hotdogfase” was het moeilijkst voor me,’ zegt hij. ‘Genezen is over het algemeen al iets raars, maar helemaal wanneer je zo’n grote open wond hebt op zo’n belangrijke en gevoelige plek. Het kan eng zijn. Je ziet allerlei kleuren en vloeistoffen. Je ruikt van alles.’
Bluebond-Langner naaide het kanaal in mei 2020 dicht, zodat Bens bestaande plasbuis werd verbonden met zijn nieuwe plasbuis. Op achtentwintigjarige leeftijd werd Ben opnieuw zindelijk en leerde hij staand plassen met behulp van een kinderurinoir aan de muur van zijn douche. (‘Als je daarin je doel raakte,’ vertelt hij, ‘ging er iets draaien.’) Een paar maanden later ging hij voor het eerst naar een openbaar urinoir, in een restaurant in zijn geboortestad. ‘Mijn stiefvader moedigde me aan: “Ja! Ga ervoor, Ben, ga ervoor!”’ Weer een paar maanden later, in de Port Authority Bus Terminal, vroeg iemand zich hardop af of hij niet in het verkeerde toilet was. ‘Ik zei: ”Wil je mijn lul zien, bro?”’ De man verontschuldigde zich, en Ben kon opgelucht plassen. Alleen al hierom was de operatie een succes. Maar zijn doel werd drastisch overtroffen.
Totale acceptatie
‘De beste manier waarop ik het gevoel kan omschrijven is een complete en totale acceptatie met mijn lichaam zoals het was, zonder te hoeven nadenken over een volgende stap, een volgende operatie, of welke vorm van ontevredenheid dan ook,’ zegt hij. ‘Als de wereld toen was opgehouden met bestaan, dan zou ik zijn vergeten dat ik een trans man was die in een trans lichaam leefde. Ik bestond gewoon.’
In die maanden sprak ik Ben af en toe. Hoewel hij zijn erectie-implantaat nog niet had, was hij optimistisch over zijn toekomstige seksleven. Door verschillende experimenten, die deden denken aan de tienerfilm American Pie, met meerdere condooms voor de stabiliteit en een seksspeeltje van een online winkel genaamd Cherry Pie, wist hij al dat hij een aantal sensaties kon voelen: warm, koud, gevoelig, erogeen. Het implantaat dat hij wilde, de Coloplast Titan-pomp, zou hem in staat stellen op verzoek een erectie op te wekken door in een apparaatje in zijn balzak te knijpen. Ben hoopte het implantaat, en een bijpassende siliconen testikel, ergens begin van 2022 te krijgen, maar voor die tijd wilde hij twee complicaties oplossen. Ten eerste was zijn urinestraal zwakker geworden, waardoor hij zich zorgen maakte over een vernauwing van zijn urinebuis. Ten tweede was zijn penis nog steeds erg dik; veel te dik om in zijn hand te houden.
In maart 2021 ging hij met de nachtbus naar New York voor overleg met Bluebond-Langner en Zhao over deze postoperatieve zorgen. Ik ontmoette hem om 8 uur ’s ochtends in het ziekenhuis, ieder met een grote ijskoffie. Zelfs na een belabberde nachtrust op twee busstoelen was hij bijzonder spraakzaam en knoopte hij flirterige gesprekjes aan met iedereen die hij tegenkwam. We gingen naar boven, naar de wachtkamer, waar hij cupcakes uitdeelde aan het aanwezige personeel.
Het eindresultaat was niet zo slank als hij had gehoopt, maar hij kon zijn penis eindelijk met één hand vastpakken
In de onderzoekskamer vroeg een verpleegster Ben om zich vanaf zijn middel te ontkleden. Ik excuseerde me en wilde vertrekken, maar Ben zei dat het oké was als ik wilde blijven. Hij liet zijn broek zakken en trok een operatiejas aan. Zijn penis had een respectabele lengte. Hij was dikker en bleker dan alle andere die ik had gezien, maar verder zag hij er onopvallend goed uit.
Bluebond-Langner verscheen in de deuropening, met in haar kielzog een groep witgejaste toeschouwers. Voordat Ben hallo kon zeggen, hurkte ze bij zijn bed neer. ‘Ziet er goed uit!’ riep ze. ‘Hebben we al foto’s genomen?’ Ze pakte haar telefoon en nam een paar foto’s terwijl ze luisterde naar Bens zorgen over de omvang. Ze was het met hem eens dat er wat vet moest worden weggesneden voordat het erectieapparaat zou worden geïmplanteerd. Ben stond op en trok zijn kleren aan. Ik volgde hem naar een andere onderzoekskamer, waar Zhao met een camera in zijn penis zou kijken. Een verpleger prepareerde een spuit met verdovende gel en spoot die in de lengte van Bens plasbuis. Terwijl hij zat te wachten tot zijn penis verdoofd zou zijn, vroeg hij of ik hem zijn ijskoffie wilde aangeven.
Zhao bracht de camera in, en al snel verscheen de plasbuis van Ben op vier schermen. Ben wees naar een paar kronkels. ‘Zijn dat haartjes?’ vroeg hij. Haartjes van wat vroeger zijn dij was geweest, bevestigde Zhao, maar ze waren niet dik genoeg om de urinestroom te beïnvloeden. Hij bracht de camera dieper in, tot hij op weerstand stuitte. ‘Hier is een klein beetje vernauwing,’ zei hij. De oorzaak was wat opgehoopt littekenweefsel. Door de plek van buitenaf te masseren, zou het breken waardoor de urinestraal zou verbeteren. Dat was allemaal goed nieuws. Ben trok zijn kleren aan en gooide de ijskoffiebeker in de prullenbak.
Half stijf
Die zomer begon voor Ben de ‘debulking’-procedure, het slanker maken van zijn penis. Het eindresultaat was niet zo slank als hij had gehoopt, maar hij kon zijn penis eindelijk met één hand vastpakken. Verdere afslanking hield risico’s in vertelde hij, herhalend wat Zhao tegen hem had gezegd: ‘Beter is de vijand van goed.’ In maart van dit jaar kwam hij terug voor zijn laatste implantaatoperatie, waarna hij met een half stijve penis uit het ziekenhuis kwam: zijn penis moest in half opgepompte staat genezen. In april, toen we elkaar weer zagen in NYU. Langone, verlangde hij nog altijd naar een erectie, maar wilde hij inmiddels nog liever verslappen. De maand lang met de halve erectie was wat ongemakkelijk geweest.
Zhao gaf in de onderzoekskamer een postoperatieve les in opblazen en leeglopen. Hij trok paarse handschoenen van synthetische rubber aan en tilde Bens penis met zijn rechterhand omhoog. Met zijn andere hand pakte hij Bens balzak voorzichtig vast en begon uit te leggen hoe het implantaat was ontworpen. Een klein reservoir gevuld met zoutoplossing bevond zich nu in Bens lies. In zijn balzak zat een bal in de vorm van een testikel, die de zoutoplossing naar een buisje bracht dat over de lengte van zijn penis liep.
Na een paar seconden gaf hij een laatste duwtje, en zijn penis floepte om, triomfantelijk slap
Zhao kneep een paar keer in de onderkant van de pomp en Bens penis verstijfde. Hij bewoog de huid een beetje heen en weer, om te laten zien hoe stevig het hele mechanisme was. ‘En dan proberen we nu om hem leeg te laten lopen,’ zei Zhao. Ben kneep met zijn rechterhand in de pomp in zijn scrotum. Met zijn linkerhand begon hij zijn schacht als een accordeon samen te drukken, om zo de zoutoplossing terug te duwen naar het reservoir. Volgens Zhao zou het een ‘suizend’ gevoel moeten geven. Na een paar seconden gaf hij een laatste duwtje, en zijn penis floepte om, triomfantelijk slap.
‘Volgens mij had Liberace er ook zo een,’ zei Zhao.
Met de klinische intonatie van een trouwambtenaar wenste Zhao Ben geluk en gaf hij hem toestemming voor seksuele activiteit. Een paar minuten later pakte Ben zijn telefoon en zette ‘Detachable Penis’ op van King Missile, een op de universiteitsradio veelgedraaide track. Hij zei dat het nummer hem deed denken aan zijn leven vóór de phalloplastie. Hij dacht na over hoe de operatie hem had veranderd. Het had iets meer dan vier jaar geduurd en zijn zelfvertrouwen was in die periode gegroeid. De relatie met zijn familie was veranderd. Zijn penis had zijn houding ten opzichte van mannelijkheid verbeterd, waardoor hij zijn rol als man met veel minder moeite kon vervullen. In een eerder gesprek had hij me verteld dat dit voor een dorpsjongen als hij wel logisch was, maar, voegde hij er half-grappend aan toe, dat maakte hem ook tot ‘een slechte trans’.
Toen Ben zijn zoektocht naar een phalloplastie begon, was zijn enige doel veiligheid geweest. Gaandeweg was bij hem het verlangen gegroeid om naakt voor de spiegel te staan en naar zijn lichaam te kunnen kijken zonder ook maar enig spoor van dysforie. Ik vroeg me hardop af of het doel van de operatie voor hem misschien was om de vrijheid te krijgen niet meer aan zijn penis te denken.
‘Nee,’ zei Ben beslist. ‘Ik denk er constant aan. Raak hem constant aan. Kijk er constant naar. Er is niets wat ik liever doe.’
Eilanden in het Caribisch gebied hebben bepaalde zonnecrèmes verboden omdat de ingrediënten ervan mariene organismen vergiftigen. Sommige lotions zijn ook schadelijk voor de mens. Kunnen huid- en milieubescherming met elkaar worden verzoend?
Bescherming die schaadt – het is nogal een paradox. En niet erg aantrekkelijk. Maar helaas duiken er steeds meer berichten op dat zonnebrandcrème, die juist zo verantwoord is en die wij al jaren met steeds grotere overtuiging op onze huid smeren, in de categorie van schadelijke bescherming valt. In sommige Caribische landen zijn bepaalde zonnebrandcrèmes daarom zelfs al verboden. Studies van onderzoeksinstituten leveren meer en meer bewijzen voor de negatieve effecten van lotions.
Met de zomer in aantocht vraagt de milieu- en gezondheidsbewuste mens zich af of er echt een keuze moet worden gemaakt: óf de eigen huid redden, óf het milieu. Maar, op de zaken vooruitlopend: er bestaan oplossingen voor dit dilemma.
Oxybenzone en octinoxaat
Of het nu gaat om Aruba, Bonaire, Hawaii of Palau, de vele eilanden in het Caribisch gebied en de Stille Oceaan die inmiddels zonnebrandcrèmes hebben verboden, richten zich vooral tegen de ingrediënten oxybenzone en octinoxaat. Zonnecrèmes die deze chemicaliën bevatten, mogen daar niet meer worden gebruikt. Het is namelijk bewezen dat deze twee stoffen schade toebrengen aan koralen en ander leven in zee, en onderzoekers hebben onlangs ontdekt hoe dat kan. Hoewel oxybenzone zowel koralen als mensen beschermt tegen UV-licht, wordt de stof in zee afgebroken tot een toxine dat schadelijk is voor koralen wanneer deze aan licht worden blootgesteld. Zelfs dieren die in lokale meren en rivieren leven, zijn er niet immuun voor.
Milieuactivisten waren blij met de aankondiging uit Hawaï dat er een blokkade werd opgeworpen tegen de UV-blockers. ‘Dit is de eerste echte kans voor plaatselijke koraalriffen om zich te herstellen,’ zei bioloog Craig Downs tegen The Guardian. Door zijn studie kwamen milieuactivisten voor het eerst in het geweer tegen huidbeschermers: oxybenzone kon babykoralen doden en volwassen koralen doen verbleken, zo liet Downs in 2015 weten in het tijdschrift Archives of Environmental Contamination and Toxicology. Volgens Downs komt jaarlijks 14.000 ton zonnebrandcrème terecht op de koraalriffen van de wereld, terwijl slechts één druppel oxybenzone in een watervolume gelijk aan zes en een half Olympische zwembad al schadelijk is.
‘UV-filters zijn dé remedie tegen huidveroudering en tumoren’
Tot Downs met zijn ontdekking kwam, was de moderne mens al zo’n twintig jaar lang doelgericht in de weer met zonnebrandcrème. Een zongebruinde huid werd een relikwie van het voorbije millennium, en viel enkel nog uit te leggen door een dosis onwetendheid of een hang naar hedonistische zelfvernietiging. Een bleke huid was niet alleen onderscheidend, maar ook opnieuw een uiting van verstandigheid en eigenliefde. Bescherming tegen de zon voorkomt immers niet alleen kanker, maar ook rimpels. ‘UV-filters zijn dé remedie tegen huidveroudering en tumoren,’ zegt dermatoloog en bestsellerauteur Yael Adler.
En dan opeens het nieuws dat deze fervente gebruikers van zonnebrandmiddelen het milieu schaden. Dat het eigenlijk eco-egoïsten zijn, die hun groene overtuigingen vergeten zo gauw het om hun eigen welzijn gaat.
Niemand wil babykoraal doden om de eigen huid te redden. Maar wat dan? Watervaste crèmes helpen de zee in ieder geval niet. Zonnebrandcrème mag immers ‘waterproof’ worden genoemd als de helft ervan na twee baden van twintig minuten nog in het water drijft.
Even wat opbeurend nieuws dan maar: in Duitsland worden de stoffen oxybenzone (op de verpakking van de crème ‘Benzophenone-3’ genoemd) en octinoxate (‘Ethylhexal Methocinnamate’), die op de Caribische eilanden verboden waren, al lang niet meer gebruikt. Maar dat betekent nog niet dat je met schoon geweten ingesmeerd in je ligstoel kunt gaan luieren. De laatste tijd zijn er namelijk steeds meer berichten dat veel van de in Duitsland gebruikte UV-filters eveneens schadelijk zijn voor de zee. Van vrijwel geen een kan met zekerheid worden gezegd dat hij geen problemen veroorzaakt.
Orgaanschade
In principe zijn twee soorten bescherming doeltreffend tegen de zon: chemische en fysieke UV-filters. Chemische filters zijn grote organische moleculen die in de bovenste lagen van de huid trekken en middels een chemische reactie schadelijke UV-straling omzetten in onschadelijke warmte. Fysieke filters werken daarentegen als een laagje kleine spiegels. Het zijn mineralen zoals titaniumdioxide of zinkoxide. Ze blijven aan de buitenkant van de huid zitten en weerkaatsen de zonnestralen.
Daarbij geldt dit: veel van de chemische filters zijn onwenselijk voor zowel huid als zee. Ook al is directe schade voor de mens niet met zekerheid vastgesteld, de lijst met mogelijke gevolgen is lang. Veel filters werken op dezelfde manier als hormonen, waardoor dieren er soms meer vrouwelijke eigenschappen van krijgen.
Ook in menselijke cellen zijn hormonale effecten gevonden. En bij dierproeven veroorzaakten sommige stoffen orgaanschade. ‘Ook al zeggen we nu dat deze nieuwe stoffen onschadelijk zijn, pas over tien tot vijftien jaar zullen we het zeker weten,’ zegt dermatoloog Alexander Zink, die in de kliniek Rechts der Isar in München bezig is met de ontwikkeling van ecologisch afbreekbare zonnefilters, waarvoor hij bijvoorbeeld ingrediënten uit groene thee gebruikt.
Een probleem is dat gevaarlijke stoffen niet zo gemakkelijk te herkennen zijn op de verpakking
Een probleem is dat gevaarlijke stoffen in zonnebrandcrèmes niet zo gemakkelijk te herkennen zijn op de verpakking. Dat komt omdat ze met onder hun Engelse complexe namen staan vermeld tussen alle andere ingrediënten. De onschadelijke emulgator ‘Polyglyceryl-2 Caprate’ klinkt dan bijna net zo giftig als de hormonaal actieve UV-blocker ‘Isoamyl Methoxycinnamate’.
Niettemin loont het om de boel eens nader te bekijken. Zo raadt het tijdschrift Öko-test al jaren producten af die octocril (‘octocrylene’) bevatten. Deze stof is in Duitsland steeds vaker in de plaats gekomen van de stoffen die nu in Hawaii verboden zijn. Uit dit UV-filter kan benzofenon ontstaan, dat waarschijnlijk als kankerverwekkend moet worden beschouwd. Het breekt moeilijk af in de natuur en hoopt zich op in mariene organismen, waarvan het de groei belemmert. Het meest recent gebruikte homosalat (‘homosalate’) kan op zijn beurt de lever, de nieren en de schildklier beschadigen, zo blijkt uit dierproeven. En emulgatoren uit de groep PEG-verbindingen (bijvoorbeeld aangegeven als ‘PEG-7’ of ‘PEG-100 Stearate’) zijn zeker ongewenst omdat ze de huid meer doorlaatbaar maken, waardoor schadelijke stoffen het lichaam kunnen binnendringen.
Een van de meest betrouwbare stoffen van de chemische UV-blokkers is Bemotrizinol, ondanks de angstaanjagende naam in de lijst van ingrediënten: ‘Bis-Ethylhexyloxyphenol Methoxyphenyl Triazine’. Deze stof wordt gezien als onschadelijk, althans voor de mens, mede omdat hij chemisch zeer stabiel is en derhalve niet heel makkelijk toxische of allergene afbraakproducten voortbrengt. Er is echter nog geen uitvoerig onderzoek gedaan naar de effecten ervan op mariene organismen. Ook Octisalaat (‘Ethylhexyl Salicylaat’) wordt slechts als ‘licht zorgwekkend’ beschouwd: ten minste één studie wees op mogelijke irritatie van de luchtwegen en de mogelijkheid van allergie. Octyltriazon (‘Ethylhexyl Triazon’) wordt momenteel geclassificeerd als ‘onschadelijk‘ – althans, wat de menselijke gezondheid betreft. En de koralen en algen dan? Die werden niet getest.
Dilemma
Tot voor kort bestond er een duidelijke uitweg uit het dilemma met de onberekenbare chemische filters: we konden UV-filters voor ons lichaam gebruiken zonder ons zorgen te hoeven maken over gezondheid en milieu. Maar zelfs zonnefilters met mineralen hebben nadelen. Ze beschermen weliswaar even goed als de chemische filters tegen UVB-stralen die de meeste kans bieden op zonnebrand en bepaalde vormen van huidkanker, maar ze bieden minder bescherming tegen UVA-stralen. Deze dringen dieper door in de huid dan de UVB-stralen en kunnen cellen beschadigen, wat waarschijnlijk zorgt voor het gevreesde kwaadaardige melanoom.
En nog een nadeel: ze blijven zichtbaar. Crèmes met minerale filters trekken namelijk niet zo goed in en laten een fijn wit laagje achter op de huid.
Dat is vooral te zien doordat mensen steeds hogere beschermingsfactoren gebruiken. Vooral als het gaat om kleine kinderen, die niet om hun uiterlijk geven en die je geen hormonaal werkzame stoffen op de huid wilt smeren, heeft dit een positieve kant: na het aanbrengen van de crème kun je zien of je dat heikele plekje achter het oor, waar altijd weer die bijzonder vervelende zonnebrand ontstaat, niet vergeten bent. Bovendien willen kinderen snel het water in en niet een half uur wachten tot de crème zijn werking gaat doen. Terwijl dat met chemische sunblocks wel nodig is, zoals dermatoloog Alexander Zink opmerkt.
Wat het milieu betreft, zijn de minerale filters waarschijnlijk niet zo onschadelijk als lange tijd werd gedacht. Volgens Spaanse wetenschappers in het tijdschrift Environmental Science & Technology verhogen ze de concentratie van metalen en meststoffen in sommige kustgebieden aanzienlijk.
Studies tonen aan dat eencellige organismen worden beschadigd door minerale zonnefilters
Titaandioxide en dergelijke worden helemaal dubieus wanneer ze als nanodeeltjes worden gebruikt. Met het oog op betere smeerbaarheid en een meer discrete witheid geldt dat de laatste tijd voor steeds meer producten. De mineralen worden zo fijn gemalen dat de deeltjes nog slechts een nanometer groot zijn.
In deze minuscule vorm, waarschuwt Craig Downs, kunnen de mineralen mogelijk door de beschermende laag van de huid dringen en schade in het lichaam veroorzaken. Tot nu toe is dit slechts een theoretisch gevaar, benadrukt de Münchense dermatoloog Alexander Zink. ‘Maar wel is al aangetoond dat nanodeeltjes zich ophopen in de darmvlokken van de dunne darm, waarschijnlijk omdat kleine kinderen aan hun huid likken. Ze richten daar waarschijnlijk geen acute schade aan. Maar die kinderen leven er nog tientallen jaren mee, dus wie weet wat dat betekent?’
Ook mogen de gevolgen voor het milieu niet worden onderschat. Zo toonde een recente studie uit Wenen aan dat foraminifera – eencellige organismen die door symbiose met algen een belangrijke rol spelen in het ecosysteem van de oceanen – worden beschadigd door minerale zonnefilters. ‘We nemen aan dat die schade wordt veroorzaakt door metaalnanodeeltjes,’ zegt Michael Lintner van de Universiteit van Wenen. Op verpakkingen is makkelijk te zien of stoffen in nanovorm aanwezig zijn, aangezien ze in cosmetische producten in de EU moeten worden vermeld, bijvoorbeeld als ‘titaniumdioxide (nano)’.
Eén ding is duidelijk, aldus Alexander Zink. ‘Iedere zonnebrandcrème is beslist beter voor je gezondheid dan zonnebrand.’ Als je in de middagzon even uit de schaduw wilt komen, moet je je huid beslist beschermen. Maar je hebt niet altijd factor 50 nodig, je kunt meestal met veel minder toe. En crèmes met een lagere beschermingsfactor bevatten minder sunblocker. Zodoende verminder je ook de impact op het milieu, als je de crème ten minste niet te dik op je huid smeert. Maar ongetwijfeld het beste voor de natuur en de gezondheid is wat Charlize Theron doet. De Zuid-Afrikaanse actrice gaat altijd de zee in met lange mouwen. Theron verkondigde ooit dat ze het belang van bescherming tegen de zon al op jonge leeftijd leerde van haar moeder, ‘die prachtig veroudert’.
Bibliotheekmedewerkers van het Metropolitan Library System (MLS) van Oklahoma reageerden geschokt toen zij halverwege juli instructies kregen om het woord ‘abortus’ niet meer te gebruiken en klanten niet meer te helpen bij het zoeken naar abortusgerelateerde informatie op computers van de bibliotheek of hun eigen telefoon. De medewerkers werden gewaarschuwd dat ze een boete kunnen krijgen volgens de abortuswetgeving van de staat, meldt Vice.
‘Als een personeelslid informatie geeft over het laten uitvoeren van een abortus, kan die persoon aansprakelijk worden gesteld’
‘Als een personeelslid informatie geeft over het laten uitvoeren van een abortus, kan die persoon aansprakelijk worden gesteld’, aldus een memo. ‘De civiele straffen omvatten een boete van 10.000 dollar plus een gevangenisstraf en ontslag, omdat de medewerker door het MLS op de hoogte is gesteld maar die waarschuwing heeft genegeerd.’ Bibliotheekmedewerkers is ook gevraagd op te passen voor misleiders die om informatie over abortus vragen zodat ze vervolgens aangifte kunnen doen.
In een maand tijd zijn 43 abortusklinieken gesloten
In de maand nadat het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten abortus als grondwettelijk recht heeft herroepen door de historische uitspraak van Roe v. Wade uit 1973 terug te draaien, zijn ’drieënveertig klinieken in elf staten gestopt met het aanbieden van abortuszorg‘, meldt NPR. Deze cijfers zijn afkomstig van het Guttmacher Institute, een onderzoeksgroep die abortusrechten steunt.
‘In de periode van 24 juni, de dag dat de uitspraak werd teruggedraaid, tot 24 juli hebben zeven staten – Alabama, Arkansas, Mississippi, Missouri, Oklahoma, South Dakota en Texas – al hun abortusklinieken gesloten: ze zijn van achterdertig klinieken naar nul gegaan’, aldus NPR. In 2020 waren deze staten goed voor 80.500 abortussen.
In dezelfde maand hebben Georgia, Ohio, South Carolina en Tennessee in totaal vijf abortusklinieken gesloten
In dezelfde maand hebben Georgia, Ohio, South Carolina en Tennessee – staten die abortus na zes weken zwangerschap verboden hebben – in totaal vijf abortusklinieken gesloten. ‘Vóór zes weken zijn veel mensen zich er nog niet eens van bewust dat ze zwanger zijn,’ aldus het Guttmacher Institute. ‘Zelfs degenen die hun zwangerschap meteen herkennen, hebben hooguit twee weken de tijd om te beslissen of ze een abortus willen aanvragen, en om deze vervolgens in te plannen en te verkrijgen.’
Onderzoekers proberen oorsprong van infectie te achterhalen
In de Verenigde Staten is voor het eerst in tien jaar een geval van polio gemeld, aldus USA Today. De zaak werd gemeld in de staat New York. De patiënt is een jongvolwassene die niet meer in het ziekenhuis ligt en het virus niet meer kan overdragen. De autoriteiten proberen nog steeds de oorsprong van de infectie te achterhalen. De patiënt is niet onlangs in het buitenland geweest, maar kan in contact zijn geweest met iemand die een oraal vaccin heeft gekregen in een land waar dit type vaccin nog wordt gebruikt.
Polio is sinds 1979 officieel uitgeroeid in de Verenigde Staten, meldt USA Today. Dit betekent echter niet dat er geen sporadische gevallen zijn. Het laatste sporadische geval was in 2013, toen een zeven maanden oude baby die uit India was aangekomen het virus bij zich droeg.
Zogeheten ‘trigger laws’ houden geen stand in rechtbank
In de Verenigde Staten is het recht op abortus tijdelijk hersteld in Louisiana en Utah. De ‘trigger laws’, die jaren geleden waren ontworpen om in werking te treden zodra het arrest Roe v. Wade door het Hooggerechtshof zou worden vernietigd, dwongen artsen in deze twee conservatieve staten alle abortussen met ingang van vrijdag 24 juni stop te zetten. Maar maandag heeft plaatselijke rechter Robin Giarrusso in New Orleans de meervoudige antiabortuswetten van de staat Louisiana geblokkeerd, bericht The Washington Post. Die uitspraak volgde na een proces aangespannen door een abortuskliniek en een groep geneeskundestudenten. Volgens de aanklagers was de wet ‘grondwettelijk vaag’ en ‘dubbelzinnig’.
Een paar uur later stond rechter Andrew Stone van Salt Lake City de heropening van abortusklinieken in Utah toe, met het argument dat de autoriteiten het risico liepen ‘de status quo te verstoren waar vrouwen in Utah en hun gezinnen al minstens vijf decennia op vertrouwen’, aldus The Washington Post in een tweede bericht. De besluiten zijn tijdelijk en zullen in de komende weken worden herzien.
In Ierland zien veel pubs zich genoodzaakt om twee dagen per week te sluiten als gevolg van personeels-tekorten, meldt RTÉ. Die tekorten zijn vanwege de pandemie nog groter geworden dan ze al waren. Dat heeft een delegatie van Ierse publicans, caféhouders, laten weten aan een speciale commissie van de Oireachtas, het Ierse parlement.
Volgens Donall O’Keeffe, voorzitter van de Licensed Vintners Association, de organisatie van publicans in Dublin, hebben twee jaar van sluitingen en beperkingen een verwoestend effect gehad op het behoud van personeel in de sector. Hij schat dat ongeveer een derde van het personeel de sector heeft verlaten. Er waren volgens hem al tekorten aan geschoold personeel voordat corona uitbrak, en het vertrek van chef-koks, managers en hoger barpersoneel tijdens de pandemie heeft die situatie verergerd. Sinds de pubs weer open mogen is de beschikbaarheid van personeel de grootste remmende factor voor een volledig herstel, aldus O’Keeffe.
De regering van New South Wales in Australië introduceerde eind 2019 de DDL (digital driver’s licence), oftewel het digitale rijbewijs. Mensen kunnen sindsdien hun iPhone of Android-telefoon gebruiken om hun identiteits- en leeftijdsbewijs te tonen bij politiecontroles langs de weg of in cafés, aldus Ars Technica. De overheid beloofde dat het digitale rijbewijs een ‘hoger niveau van veiligheid en bescherming tegen identiteitsfraude zou bieden dan het plastic rijbewijs’ dat decennialang werd gebruikt.
Maar onderzoek wijst nu uit dat het een eitje is om identiteitsbewijzen te vervalsen met behulp van de DDL. Mensen die wettelijk geen alcohol mogen drinken, kunnen simpelweg hun geboortedatum veranderen en fraudeurs kunnen valse identiteiten aanmaken. Dat proces neemt nog geen uur in beslag, vereist geen speciale hard- of software en levert valse id-bewijzen op die moeiteloos de controle doorstaan van het elektronische verificatiesysteem dat door de politie en deelnemende cafés wordt gebruikt.
Sky Bridge 721
Niet ver van de Poolse grens en het skigebied Dolní Morava beschikt Tsjechië sinds kort over de langste voetgangersbrug ter wereld, meldt Colossal. De ‘Sky Bridge 721’ is zo smal (1,20 meter) dat er geen tegenliggers kunnen passeren en voetgangers maar in één richting over de brug kunnen lopen. Omkeren kan dus niet. 721 slaat op het aantal meters dat de hangbrug lang is. De brug verbindt twee bergkammen op meer dan 1100 meter boven de zeespiegel met elkaar en zou met zijn 8 centimeter dikke stalen kabels vijfhonderd mensen tegelijkertijd moeten kunnen dragen. De bouw van de toeristische attractie kostte ruim 8 miljoen euro. Er staat ook nog een uitkijktoren naast, die uitzicht biedt op de vallei van de Morava en het Králicky Snezník-gebergte.
De belangrijkste kledingstukken die Amerikanen kochten tijdens de pandemie waren… sokken. Volgens marktonderzoekbureau NPD Group zijn sokken sinds twee jaar de belangrijkste kledingaankoop en hebben ze de aankoop van T-shirts verdrongen, aldus Quartz. Een op de vijf kledingitems die in 2020 en 2021 in de VS werden gekocht, was een paar sokken. Sokken om mee te slapen vertegenwoordigen slechts 3 procent van de sokkenmarkt, maar de verkoop van slaapsokken groeide wel vier keer zo snel als die van sokken in het algemeen. Volgens de marketeers kwam dat doordat mensen tijdens de pandemie meer tijd doorbrachten in bed. Een verklaring voor de verkoopgroei ligt mogelijk ook in de explosieve groei van e-commerce: sokken zijn relatief goedkoop en worden gemakkelijk aan een bestelling toegevoegd als een klant nog maar een paar dollar verwijderd is van gratis verzending, aldus NPD.
Door stijgende temperaturen als gevolg van klimaatverandering wordt de nachtrust van mensen wereldwijd korter, zo blijkt uit de grootste studie naar dit onderwerp tot nu toe, dat aangehaald wordt door The Guardian. Door de opwarming van de aarde stijgen de nachttemperaturen sneller dan die overdag. Naarmate de aarde verder opwarmt zal slaapverlies verder toenemen, maar sommige mensen worden meer getroffen dan andere. Het slaapverlies per graad opwarming is bij vrouwen ongeveer een kwart hoger dan bij mannen, twee keer zo hoog bij 65-plussers en drie keer zo hoog bij mensen in minder welvarende landen.
Eerdere studies toonden al aan dat stijgende temperaturen schadelijk zijn voor de gezondheid
Het onderzoek is gebaseerd op gegevens van 47.000 mensen in 68 landen, gedurende in totaal 7 miljoen nachten. Uit het onderzoek bleek dat de gemiddelde burger per jaar nu al 44 uur minder slaapt. Dat komt neer op elf nachten met minder dan zeven uur slaap. Eerdere studies toonden al aan dat stijgende temperaturen schadelijk zijn voor de gezondheid, onder meer door toename van het aantal hartaanvallen, zelfmoorden en psychische crises, door ongevallen en verwondingen, maar ook door een verminderd vermogen om te werken. De onderzoekers vinden het verontrustend dat hun gegevens niet aantonen dat mensen in staat zijn om zich aan te passen aan warmere nachten.
Volgens Kelton Minor van de Universiteit van Kopenhagen, die het onderzoek leidde, ‘slapen wereldwijd steeds meer mensen onvoldoende.’ Hij voegde eraan toe dat het onderzoek het topje van de ijsberg kan zijn, ‘want zeer waarschijnlijk zijn onze schattingen aan de conservatieve kant’.
Xi wil zwaargewicht als mediabaas
De huidige Chinese onderminister van Buitenlandse Zaken Le Yucheng wordt volgens ingewijden het nieuwe hoofd van de Nationale Radio en Televisie Administratie (NRTA) van China, de organisatie die toezicht houdt op de staatstelevisie en -radio in China, aldus South China Morning Post. Zijn benoeming lijkt een gevolg van de eis van president Xi Jinping om de positie van China in de mediaoorlog met de VS en diens bondgenoten te versterken. Xi riep vorig jaar op tot een ‘sterk Chinees narratief’ en keerde zich tegen westerse media die ‘alle middelen aanwenden’ om China te belasteren en te demoniseren. Berichtgeving over mensenrechten in Xinjiang, het Chinese standpunt over de oorlog in Oekraïne en het politieke systeem van China leidden sindsdien meermaals tot boze reacties van Chinese diplomaten en in de propaganda van de staatsmedia.
De laatste jaren legde Le al vaker openbare verklaringen af over de diplomatieke positie van China
Le wordt als hoofd van de NRTA ook adjunct-directeur van de Centrale Propaganda-afdeling, die toezicht houdt op informatieverspreiding, media en film. De laatste jaren legde hij al vaker openbare verklaringen af over de diplomatieke positie van China. Na de ontmoeting van Xi Jinping met Vladimir Poetin op 4 februari in Beijing, bijvoorbeeld, was het Le die de staatsmedia informeerde over de gesprekken en die vertelde dat de banden tussen de twee landen ‘geen bovengrens’ hebben.
Le begon zijn diplomatieke loopbaan in de jaren tachtig op een afdeling van het ministerie van Buitenlandse Zaken die verantwoordelijk was voor de relatie met de Sovjet-Unie en het Oostblok. Hij werkte twee keer op de Chinese ambassade in Moskou en diende later als ambassadeur in Kazachstan en India. In 2018 werd hij onderminister van Buitenlandse Zaken, de op twee na hoogste amb-telijke functie van het ministerie. In een recent interview zei hij dat Washington moet accepteren dat ‘de Amerikaanse hegemonie’ afneemt, ook al zal het voor China ‘voorlopig moeilijk zijn’ om de VS in te halen.
Gifstoffen uit plastics en pesticiden zorgen voor zwaarlijvigheid
Chemische vervuiling in het milieu vergroot de wereldwijde obesitasepidemie, zo blijkt uit een belangrijk wetenschappelijk onderzoek dat The Guardianaanhaalt. Verontreinigende stoffen die volgens de onderzoekers zwaarlijvigheid doen toenemen zijn onder meer bisfenol A (BPA), dat op grote schaal aan plastics wordt toegevoegd, alsook sommige pesticiden, vlamvertragers en luchtverontreiniging. De meest verontrustende conclusie uit het onderzoek is dat sommige gifstoffen die het gewicht doen toenemen de werking van de genen veranderen en zo van generatie op generatie kunnen worden doorgegeven, schrijft de Britse krant.
Wereldwijd is obesitas sinds 1975 verdrievoudigd, waarbij meer mensen nu zwaarlijvig zijn en meer mensen hebben dan ondergewicht. In elk land dat in het onderzoek is meegenomen neemt obesitas toe. Bijna 2 miljard volwassenen zijn nu te zwaar en 40 miljoen kinderen onder de vijf jaar hebben obesitas of overgewicht.
Obesogenen verstoren de energiebalans, waardoor aankomen gemakkelijker wordt en afvallen moeilijker
Obesogenen, zoals de gifstoffen worden genoemd, werken door de ‘metabole thermostaat’ van het lichaam te verstoren, aldus de onderzoekers, waardoor aankomen gemakkelijker wordt en afvallen moeilijker. De balans van het lichaam tussen energie-inname en -verbruik berust op het samenspel van verschillende hormonen uit het vetweefsel, de darmen, de alvleesklier, de lever en de hersenen.
De verontreinigende stoffen kunnen het aantal en de grootte van de vetcellen rechtstreeks beïnvloeden, de signalen die mensen een vol gevoel geven verstoren, en de schildklierfunctie en de dopamineniveaus veranderen, aldus de wetenschappers. Ze kunnen ook het microbioom in de darm beïnvloeden en gewichtstoename veroorzaken door de opname van calorieën door de darmen efficiënter te maken.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.