Onderwerpen: Gezondheid

  • Tatoeages, graffiti en betere seks dan ooit. Nieuwe generatie ouderen breekt met clichés

    Tatoeages, graffiti en betere seks dan ooit. Nieuwe generatie ouderen breekt met clichés

    Een nieuwe generatie gepensioneerden wil niet meer voldoen aan wat van hen verwacht wordt. Op de kleinkinderen passen ze graag, maar alleen als het hun uitkomt. Cryptogrammen oplossen, zij niet. Het Portugese weekblad Visão ging op zoek naar deze seenagers.

    Vol ongeduld op je pensioen wachten om met de pantoffels aan voor de tv te kunnen hangen, op je kleinkinderen te passen of uren met vrienden te kaarten in het buurtpark? Ho ho, hen niet gezien. De vijfenzestigplussers die het werkzame leven achter zich hebben gelaten moeten niets hebben van deze clichés, die hun altijd maar weer worden opgeplakt.

    Natuurlijk, de kortingstarieven voor openbaar vervoer en theaters zadelen hen op met het etiket ‘senioren’ en alles wijst erop dat ze aan hun oude dag zijn begonnen. Maar toch herkennen ze zich daar niet in, lichamelijk noch geestelijk. Want deze zestigers zijn opeens bevrijd van de last van grote verantwoordelijkheden (werken, kinderen grootbrengen) en zijn nog altijd jong van geest, terwijl ze twee onmiskenbare voordelen hebben ten opzichte van de jeugd: geld, en niemand die hun zegt hoe laat ze thuis moeten zijn.

    Plezier
    De beste seks voor de rest van hun leven

    ‘De meeste zondagochtenden, nadat hij samen met zijn vrouw Anne een kop koffie heeft gedronken en wat fruit heeft gegeten, gaat David naar de slaapkamer, slikt een viagra, trekt de beddensprei recht en neemt een douche, en als hij klaar is voegt Anne zich bij hem.’ De matras is ingedeukt onder de last van de jaren. Zestig jaar huwelijk. Een actief leven. Drie kinderen. Een paar keertjes overspel. Daarna pensioen, eindelijk vrije tijd om nieuwe activiteiten te ontdekken. En hun lichaam, opnieuw. Het Amerikaanse echtpaar, tachtigers, doet onverbloemd hun seksleven uit de doeken in The New York Times. Een taboeonderwerp, ongemakkelijk.
    ‘Psychologen omzeilen het en bejaardenhuizen negeren het liever,’ verzucht het linkse dagblad. Bij velen neemt de seksualiteit in de loop van de tijd af, komt ze tot stilstand. ‘Maar degenen die volhouden, geven zich er vaker aan over,’ constateert de NYT. ‘Volgens een studie van het New England Journal of Medicine zegt een kwart van de 75- tot 85-jarigen het afgelopen jaar seks te hebben gehad. En van dat kwart verklaarde de meerderheid twee à drie keer per maand intiem te zijn geweest.’ De last van de jaren noopt tot aanpassing. Vaarwel missionaris­houding. Erotische massage en spelletjes nemen het over. ‘Ze laten hun telefoon in de keuken en de hond aan de andere kant van de slaapkamerdeur. Ze strelen elkaar, ze knuffelen.’ Dit soort getuigenissen, hoopt journalist Maggie Jones, kan de samenleving een andere kijk geven op het plezier van ouderen. Een ander soort seksualiteit, ongedwongener. ‘Ze zijn minder bang om hun verlangens te delen. Ze hebben geen tijd meer om zich ergens druk over te maken.’ Alleen nog om te genieten.

    Kortom, ze zijn vrij. Dit zijn seenagers, senioren en teenagers tegelijk, oftewel ouderen met nog altijd een puberale inborst. Economisch gezien worden ze ook wel aangeduid als de ‘ski-generatie’, afgeleid van het Engelse spending your kids’ inheritance.

    En vooral blijven ze nog altijd leren. Nieuwsgierigheid is geen slechte eigenschap, het is een recept om het leven te verlengen. Lichaam en geest in beweging houden is onontbeerlijk, zo houdt de wetenschap ons bij herhaling voor. Dat wordt mooi geïllustreerd door Isabel, die de erfenis van haar kinderen er helemaal niet doorheen jaagt, want in Portugal, waar de pensioenen laag zijn, heeft lang niet iedereen iets na te laten.

    Isabel Martins (69) heeft een gezondheid die te wensen overlaat (er is vier jaar geleden darmkanker bij haar vastgesteld) en ze heeft nooit veel geld gehad. Op haar zestigste is ze gestopt met haar baan als onderwijzeres, maar een seenager werd ze pas echt toen ze er niet langer in berustte dat ze ‘dik, lelijk en futloos’ was; ze verhuisde naar Lissabon en werd lid van de vereniging A Avó Veio Trabalhar [‘Oma komt werken’]. ‘Deze vereniging is allesbehalve een bejaardensoos. We zijn een groep vrouwen die samen allerlei handwerk doen; we maken traditionele dingen, maar dan overgoten met een modern sausje. Niemand heeft het over ziekte en zeer, en af en toe maken we een reisje. We zijn een keer gaan kamperen in Porto Covo, net een stel schoolmeiden,’ lacht Isabel.

    Optredens

    De seenager is ook lid geworden van de batucada-band Nice Groove, die elke woensdag repeteert in Carcavelos. ‘Ik ben de oudste van het stel,’ zegt ze en ze pakt haar smartphone erbij om ons filmpjes van hun optredens te laten zien. Daarna neemt ze een slok van haar cocktail en draait zich om naar de muzikanten die die avond spelen in de bar van haar zoon Francisco (35), in het hartje van de uitgaanswijk Cais do Sodré in Lissabon.

    07 Dossier Kaart
    07 Dossier Kaart Legenda

    ‘Ik heb altijd van uitgaan gehouden, een glaasje drinken, dansen,’ zegt Isabel. ‘Maar na de geboorte van Francisco interesseerde dat me minder. Ik werd een huismus. Nu houdt niets me meer tegen.’ Behalve misschien soms het gebrek aan gezelschap, al zijn er vanavond de vrienden van haar zoon. ‘Bejaarden gaan niet meer uit. Ik ben dus aangewezen op jongeren.’ Als je haar zo ziet, helemaal in het rood en oranje gestoken, met bijpassend haar, kun je moeilijk geloven dat ze ooit minder fit is geweest.

    Op korte termijn heeft ze een paar reisjes gepland (‘Ik heb zin om naar Nederland, Parijs en Italië te gaan’), en daarna wil ze weer wat gaan bijverdienen door op markten sieraden te verkopen die ze van antieke knopen maakt.

    Actieve senioren

    In de toekomst zouden actieve senioren als Isabel minder moeite moeten hebben om gezelschap te vinden. Volgens een rapport van het Portugese statistiekbureau INE zal het percentage 65-plussers in Portugal in de periode 2008-2060 bijna verdubbelen van 17,5 tot 32,3 procent, en zullen er in 2060 op elke jongere drie ouderen zijn.

    Portugal is niet het enige land dat zo vergrijst. Volgens de VN zal de wereldbevolking in 2030 voor 46 procent uit 60-plussers bestaan, wat neerkomt op 1,4 miljard mensen. Maar Portugal kampt met een zeer vaste levenscyclus, die chronologisch in drie grote stadia is onder te verdelen: opleiding, werk en pensioen. ‘Dat is een kunstmatig model waarin iemand van de ene op de andere fase overgaat, terwijl het verouderingsproces juist geleidelijk verloopt,’ zegt demograaf Maria João Valente Rosa, hoogleraar aan de faculteit Sociale en geesteswetenschappen van de Nieuwe Universiteit van Lissabon.

    ‘De chronologische leeftijd is sterk bepalend voor wat anderen verwachten, en voor de deuren die geopend blijven’

    Ondanks alle wetenschappelijke vooruitgang en de verbetering van de gezondheid en levenskwaliteit van zestigplussers, ‘is de chronologische leeftijd sterk bepalend voor wat anderen van ons verwachten, en voor de deuren die voor ons geopend blijven, zowel op het gebied van werk en opleiding als van vrijetijdsbesteding’, aldus Valente Rosa. ‘Er wordt vaak meteen naar het geboortejaar gekeken, en daarmee worden de betrokkenen, maar ook de hele maatschappij tekortgedaan.’ Als auteur van boeken over veroudering, waaronder Um tempo sem idades [‘Een tijd zonder leeftijd’], stelt ze voor de blik niet langer te richten op de jaren die geweest zijn, maar op de tijd die voor ons ligt.

    LATA 65 Lisbon 05
    Senioren in de wijk Beato in Lissabon leren streetart en graffiti maken. – © Lata 65

    Volgens António Fonseca, als psycholoog en onderzoeker verbonden aan de Katholieke Universiteit van Portugal in Porto, ‘zijn de stereotypen over ouderen niet langer geldig, omdat de huidige bevolking heel erg heterogeen is. Sommige zestigers of zeventigers zijn zeer actief, en andere invalide. Sommige kopen spullen via internet, terwijl andere al moeite hebben met een pinautomaat.’

    Een van de manieren waarop in Portugal de clichés onderuit worden gehaald, is het project Lata 65, dat senioren in staat stelt zich uit te leven in straatkunst in de wijk Beato in Lissabon. Als we haar vragen naar de die dag aanwezige seenagers, wijst Lara Seixo Rodrigues, een van de initiatiefnemers, naar Almerinda Lopes Bento, een voormalig lerares Engels. Al is ‘voormalig’ niet helemaal van toepassing, want Almerinda geeft nog altijd les aan de seniorenuniversiteit in Seixal. ‘Ik heb altijd al willen leren tekenen en schilderen, en dat doe ik nu aan de universiteit,’ vertelt ze, terwijl ze met een potlood de contouren aanbrengt van wat ze de volgende dag op het fresco zal schilderen. Dit weekend is er een graffitiworkshop.

    Analyse
    Verenigd Koninkrijk is gerontocratie geworden

    ‘Een diepe generatiekloof deelt het Verenigd Koninkrijk in tweeën’, constateert maandblad The Critic bezorgd. Aan de ene kant de gepensioneerden, aan de andere kant generatie Z. En de millennials. ‘Tot op zekere hoogte zijn wij geen democratie meer, maar een gerontocratie’, durft het conservatieve maandblad zelfs te beweren. Een blik op het beleid van de Tories sinds ze bijna dertien jaar geleden aan de macht kwamen volstaat om te zien hoezeer het land uit balans is.
    ‘Verblind door een politieke kortetermijnvisie in een verouderende samenleving’ koos premier David Cameron (2010-2016) er destijds voor om de gepensioneerden stroop om de mond te smeren; zij waren onmisbaar ‘voor het behoud van sleutelposities in het parlement’, aldus het blad. Ontheffing van kijk- en luistergeld hier, gratis ov-abonnement daar. ‘De relatie van Cameron met 60-plussers kwam niet voort uit maatschappelijke overwegingen, maar was een vorm van cliëntelisme’, constateert journalist Mike Jones tot zijn spijt. En bij gebrek aan nieuwe ideeën zijn zijn opvolgers, van Theresa May tot Rishi Sunak, blindelings in zijn voetsporen getreden. ‘Met als resultaat dat de Conservatieve leiders zich liever richten op het uitdelen van douceurtjes aan gepensioneerden dan op de ontwikkeling van de economie in het algemeen. Tegelijkertijd stemmen de afgevaardigden voor belasting­verhogingen waar de jongere generaties buitensporig hard door worden getroffen.’ De millennials ‘betalen een hoge prijs voor de pensioenen van ouderen, terwijl een op de vier gepensioneerden in theorie miljonair is, dankzij de prijs van onroerend goed die in dertig jaar tijd explosief is gestegen’, foetert The Critic.

    Een jaar geleden liet Almerinda, die heel erg van lezen houdt, haar eerste tatoeage zetten: een boek, uiteraard. Omdat ze niet meer werkt en dus alle tijd heeft om te lezen (vorig jaar zeventien boeken) en omdat de pandemie het einde betekende van de leesclub waarvan ze lid was, besloot ze er zelf een op te richten, op de universiteit.

    ‘Ik ga graag uitdagingen aan. Je kunt niet zomaar zeggen dat iets je niet lukt, je moet doorzetten,’ aldus de vrouw met het korte haar, die er ingetogen en jeugdig uitziet in haar spijkerbroek met blauw-witte streepjestrui. ‘Buiten het werk is er van alles te doen en te leren, waarmee je de gebaande paden kunt verlaten en niet in een sleur vervalt. Ik beperk me niet tot mijn huis en mijn gezin,’ zegt Almerinda, die een man en een zoon van eenenveertig heeft. Reizen (recentelijk nog Londen, Bilbao en Madeira, en binnenkort Dublin) is ook een vast onderdeel in het leven van deze seenager.

    Dynamiek

    Een ander bewijs van de dynamiek van deze generatie: de cursus ondernemerschap voor 45-plussers die de Universiteit van Porto kortgeleden in het leven heeft geroepen, bezwijkt bijna onder zijn eigen succes. ‘We hebben al meer dan zevenhonderd inschrijvingen, en ook voor de volgende edities stromen de aanmeldingen al binnen. Het bewijs dat er een hele nieuwe generatie van mensen op hogere leeftijd bestaat die actiever, nieuwsgieriger en toekomstgerichter is,’ zegt Elísio Costa, coördinator van Porto4Ageing, een competentiecentrum van de Universiteit van Porto dat zich richt op actief en gezond oud worden. ‘Oud worden is pas dramatisch als je je rol in de samenleving ziet verdampen.’

    ’Oud worden is pas dramatisch als je je rol in de samenleving ziet verdampen’

    Want na ons zestigste hebben we nog alle recht en reden om naar de toekomst te kijken, bevestigt de wetenschap. Dank is daarbij verschuldigd aan de Amerikaanse geneticus Fred Gage, die het idee dat onze hersenen niet zouden regenereren doorprikte: in 1998 toonde hij aan dat we ook op volwassen leeftijd nog nieuwe neuronen blijven aanmaken.

    De hersenen beschikken over een groot aanpassingsvermogen en er zijn manieren om de aftakeling ervan tegen te gaan: zo kan 40 procent van de dementiegevallen worden voorkomen, of in elk geval vertraagd. Ook moet de bloeddruk in de gaten worden gehouden, want het staat vast dat hoge bloeddruk tot vermindering van de cognitieve vermogens kan leiden en het risico op bepaalde vormen van dementie vergroot.

    Kwaliteit van leven

    En daarnaast moeten we voor onszelf zorgen. Om op gevorderde leeftijd een goede kwaliteit van leven te behouden moeten we naar de mening van de wetenschap bepaalde principes in acht nemen: gezond eten (veel fruit en groente, weinig vet en suiker), de calorie-inname beperken om overgewicht te voorkomen, zorgen voor een goede nachtrust, regelmatig sporten (zonder daarbij tot het uiterste te gaan), een actieve rol in de directe omgeving blijven vervullen en positieve sociale betrekkingen blijven onderhouden. Volgens een onderzoek van de medische faculteit van de Harvard-universiteit, waarbij 120.000 mensen van rond de dertig betrokken waren, kan het op jonge leeftijd naleven van deze leefgewoonten – bij voorkeur vóór het vijftigste levensjaar (hoe eerder, hoe beter) – de levensverwachting met twaalf à veertien jaar verlengen. Het niet in acht nemen van de regels, daarentegen, verhoogt het risico op kanker en hart- en vaatziekten.

    Levensverwachting

    ‘De levensverwachting is sterk toegenomen,’ constateert Nuno Marques, cardioloog en voorzitter van het Portugese Verouderingsobservatorium, dat in maart 2022 werd opgericht. ‘Maar we moeten actiever werken aan de verbetering van de kwaliteit van leven, door levenslang in te zetten op ziektepreventie, bevordering van een gezonde levensstijl en betere herstelmogelijkheden.’

    Muziek
    In Leeds ‘zal het oude punkers worst wezen’

    ‘Het zal me worst wezen wat de mensen van me denken,’ laat Alison Dunne zich ontvallen tegenover The Guardian. Op haar 58ste is de Britse toegetreden tot een radicaal, vrijgevochten collectief in Leeds, in het noorden van Engeland. Een verzameling punkgroepen voor ‘ouwe besjes’, in het kader van het project Unglamourous Music, begin 2022 gelanceerd door Ruth Miller, inwoner van de stad. ‘Het is zeker geen ding voor lieve omaatjes die willen kennismaken met punk. We gaan echt los,’ waarschuwt Dunne, artiestennaam Fish. Binnen enkele maanden is het collectief erin geslaagd twaalf verschillende groepen op te richten, die afgelopen maart allemaal hebben opgetreden tijdens een concert in het kader van de Internationale Vrouwendag. Muzikale ervaring is niet vereist.
    ‘Wat telt, is zin om los te gaan,’ constateert het Londense dagblad enthousiast. Fish, een voormalige theater­producent, geeft volmondig toe dat ze ‘amper een ukelele kan bespelen’. Maar Miller prijst zich gelukkig, want de songs ‘zijn geweldig’. ‘De mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding die voor een vrouw van zekere leeftijd passend worden geacht, zijn nogal beperkt,’ constateert de zestiger spijtig. ‘Als je bijvoorbeeld van muziek houdt, verwachten ze dat je bij een koor gaat. Maar wij hebben veel te melden over alles wat ons woest maakt.’ Deze rebelse mentaliteit, die strookt met de geschiedenis van Leeds, de bakermat van de postpunkbeweging, dringt door in de teksten van The Verinos, de groep van de oprichtster: ‘Raise your eyebrows, we don’t care/ ’Cos we’re not gonna do the things we’re supposed to do, oh yeah’.

    Gualdino is zevenenzeventig jaar en doet sinds zijn drieëndertigste aan sport. We ontmoeten hem samen met dertig anderen, onder wie veel senioren, die zich elke zaterdagmorgen verzamelen voor een wandeltocht van acht à tien kilometer door het bosrijke Monsanto-park in Lissabon, onder leiding van een docent lichamelijke oefening. ‘Ik heb er duidelijk baat bij, vooral als ik me lichamelijk moet inspannen, zoals in de tuin,’ zegt Gualdino, die sinds zijn pensionering fanatiek is gaan tuinieren. Luís van negenenzeventig waardeert ook de prettige sfeer: ‘Bewegen is belangrijk voor mijn manier van leven en mijn kijk op het leven.’

    ‘We moeten ons concentreren op deze gewonnen jaren,’ benadrukt psycholoog Daniela Craveiro. ‘Op papier zijn we momenteel getuige van een grote breuk in het traditionele beeld van de levenscyclus.’ En het is belangrijk dat we ons nuttig blijven voelen. ‘Ook na het pensioen blijven we actief, het is geen tijd meer die alleen maar beperkt blijft tot vrijetijdsbesteding. We moeten volop bij de samenleving betrokken blijven. Dat is bovendien goed voor de gezondheid, en een manier om eenzaamheid en depressie tegen te gaan.’

    Niets meer te hoeven

    Een perfect voorbeeld hiervan is Isabel Cristina (62). Sinds het nest leeg is weet deze vrouw, die twee dochters van 32 en 29 heeft en een kleinzoontje, niet meer van ophouden. Eigenlijk wist ze dat daarvoor ook al niet, omdat ze voor haar werk veel moest reizen om modecollecties uit te zoeken die ze vervolgens in Portugal verkocht. Zes jaar geleden besloot ze gas terug te nemen en kocht ze een huis in Grenoble, waar ze inmiddels de helft van het jaar doorbrengt.

    Ze heeft geleerd om te genieten van het uitzicht op de bergen, haar moestuin te verzorgen, veel te lezen en wandelingen door de natuur te maken. Maar wat ze het fijnst vindt, is de spontaniteit, niets meer te hoeven, vrij te zijn om te gaan en staan waar ze wil, zonder dat iets haar daarvan weerhoudt. Isabel Cristina is nog altijd graag in het gezelschap van anderen en maakt het nog steeds graag laat. ‘Maar toch ga ik vroeg naar bed, anders kost het me drie dagen om bij te komen van een avond uit,’ zegt ze geamuseerd met een sigaret in haar ene hand en een glas Martini in de andere.

    Op de voorpagina
    ‘Het pensioen: droom of nachtmerrie?’

    Niet alleen in Frankrijk wordt het nieuws beheerst door pensioenen. Op 19 maart wijdde ook het Duitse weekblad Die Zeit zijn voorpagina aan deze levensfase, ‘die een beetje lijkt op de kinderjaren, maar dan met een zekere financiële onafhankelijkheid en zonder ouders’ die ons een handje helpen. Een moment dat door veel werkenden wordt gezien als ‘het hoogtepunt van hun carrière’ en waarvan de noodzaak nauwelijks ter discussie staat. Toch, constateert het linkse blad, gaat de weg van een gepensioneerde lang niet altijd over rozen. Na een eerste ‘wittebroodsfase’ neemt de tevredenheid van de gepensioneerden dikwijls af, waarschijnlijk omdat het niet meevalt om je dagen zonder werk door te komen. ‘Niet iedereen vindt voldoening in het schrijven van een roman of het passen op de kleinkinderen.’

    Een vriend van haar, Jaime Pereira Gomes (64), omringt zich het liefst met andere mensen. De wetenschap geeft hem gelijk: vrienden hebben is goed voor je gezondheid. Hij heeft van zijn 26ste tot zijn 62ste als IT’er in de bancaire sector gewerkt, zonder Lissabon ooit te verlaten. ‘Maar twee jaar geleden had ik er genoeg van, ik vond het niet leuk meer.’ Toen heeft hij zijn huis verkocht en de balans opgemaakt: er bleef genoeg over om het uit te zingen tot zijn pensioengerechtigde leeftijd van 66 – hij heeft twee kinderen, twee stiefkinderen, vier kleinkinderen en drie ex-vrouwen, maar geen financiële verplichtingen meer.

    Koning van de dansvloer

    ‘Dansen is mijn favoriete bezigheid, ik ben de koning van de dansvloer!’ zegt hij lachend. Een jaar geleden heeft Jaime al zijn schepen achter zich verbrand om in São Roque te gaan wonen, in het binnenland van Brazilië, samen met zijn nieuwe Braziliaanse vrouw en haar drie kinderen. Hij woont in een boerderij en houdt zich bezig met tuinieren, gymnastiek, yoga, pilates en andere, ‘wat spirituelere’ activiteiten. Hij moet deze maand naar Lissabon voor de verjaardag van een van zijn kleinkinderen; daarna zullen ze van de gelegenheid gebruikmaken om door Europa te reizen – zonder verplichtingen, maar vol enthousiasme.

    Rapamycine heeft bij ratten de kans op leven in goede gezondheid met 60 procent verhoogd

    ‘De huidige oude dag heeft niets meer te maken met het clichébeeld van vroeger, toen ouders, kinderen en kleinkinderen allemaal harmonieus en solidair met elkaar onder één dak woonden en elkaar hielpen,’ zegt psycholoog António Fonseca. En een van de grote problemen is huisvesting. Fonseca is behalve onderzoeker ook auteur van het boek Envelhecimento em casa e na comunidade [‘Thuis oud worden te midden van je naasten’], waarin hij het eigen huis benoemt als de beste plek om ouder te worden. ‘Dat is de meest natuurlijke oplossing, waar je als mens de zeggenschap behoudt over de dynamiek van alledag, over je autonomie en je privéleven. Het is een plek die verbonden is met je identiteit; heel belangrijk als je ouder wordt, want je verliest al zo veel andere dingen,’ aldus de psycholoog. ‘Als ik het heb over oud worden in eigen huis en in de eigen omgeving, dan denk ik meer in het algemeen aan een leven waarin iemand sociaal actief blijft. Een eenzaam leven is niet beter dan een leven in een instelling.’

    Ook zien nieuwe woonvormen het daglicht, voorlopig nog zelden in Portugal maar vooral elders in Europa en in de Verenigde Staten. Een voorbeeld is cohousing, waarbij generatiegenoten ieder hun eigen zelfstandige woning hebben, maar elkaar ook kunnen ontmoeten in de gemeenschappelijke ruimte. ‘Daarmee verklein je de kans op eenzaamheid en houd je langer het gevoel dat je controle hebt over je eigen woonplek; en bovendien zitten er nog financiële voordelen aan ook,’ aldus Fonseca.

    Therapeutisch effect

    Om eenzaamheid onder ouderen te voorkomen heeft het gemeenschapscentrum van Vermoim/Sobreiro in de gemeente Maia, dat deel uitmaakt van een keten van Portugese katholieke gezondheidscentra, naast andere activiteiten ook een zangkoor. ‘Dat is geen therapie in de eigenlijke zin van het woord, maar het heeft wel een therapeutisch effect. Het maakt veel emoties los,’ zegt António Miguel Teixeira, die leiding geeft aan dit koor, dat Cor da Voz is gedoopt. Wanneer het koor begint te zingen – traditionele gezangen, Portugese liedjes en eigen composities – is het alsof je de zorgen ziet wegvliegen, de ogen beginnen wat meer te stralen. ‘Sommige van onze koorleden leidden hiervoor een heel eenzaam bestaan en hebben een ware verandering doorgemaakt.’

    Maatschappij
    Duitsland beziet oud worden in een nieuw licht

    In Duitsland proberen gepensioneerden ‘nieuwe manieren van leven’ te bedenken, meldt Der Spiegel. Thuishulp wordt er binnenkort beperkt wegens gebrek aan personeel. De babyboomers moeten zich dus voorbereiden op ‘een instorting van de zorg’ die zich aankondigt voor hun oude dag. ‘En zelfs als ze geen zorg nodig hebben, zullen de boomers andere sociale relaties moeten aanknopen dan hun voorgangers’, vanwege het hoge scheidingspercentage en de geografische afstand die hen dikwijls scheidt van hun kinderen.
    ‘Al deze veranderingen dwingen de senioren ertoe hun oude dag in een ander licht te bezien,’ aldus het weekblad uit Hamburg. Temeer omdat ze, wanneer ze stoppen met werken, ‘vaak een betere conditie hebben dan de gepensioneerden uit voorgaande generaties’. Originele initiatieven, zoals de oprichting van ‘plurigenerationele huizen’ of partnerschappen van kinderdagverblijven en verenigingen die strijden tegen dementie, komen steeds vaker voor. Het doel: jongeren en ouderen met elkaar in contact brengen, om sociaal isolement te bestrijden en senioren in staat te stellen zo lang mogelijk zelfstandig te blijven.

    In Sobreiro, een arme wijk van Maia, heeft het centrum veel gedaan om de banden tussen de bewoners onderling aan te halen. ‘Hier is iedereen gelijk en leren mensen van elkaar,’ zegt directeur Mário Figueiredo. De 78-jarige Domingos Vasconcelos, gepensioneerd leraar, herinnert zich een repetitie van Cor da Voz waarbij de koorleden met elkaar over gewoonten en tradities spraken. ‘Er was een vrouw bij die in het begin heel timide was, maar naarmate ze meer aan het woord was steeds verder leek te groeien.’

    De 69-jarige Maria José Teixeira werkte jarenlang als kok in het gemeenschapscentrum. Doordat ze altijd het koor hoorde zingen, kreeg ze zin om zich erbij aan te sluiten als ze eenmaal met pensioen zou gaan. ‘Ik ben geen type dat thuis gaat zitten niksen,’ zegt ze. Ze zong al in het koor van haar kerk, en om haar stem samen met die van anderen te laten klinken is voor haar een bron van ‘vrede, vreugde en liefde’. Het centrum biedt ook andere activiteiten, zoals workshops kunstnijverheid en cognitieve stimulatie, en wedstrijdjes boccia, een Portugese variant van jeu de boules.

    Maatgerichte oplossingen

    In Portugal lijdt helaas maar liefst 71,4 procent van de 65-plussers aan een chronische ziekte of een langdurige kwaal. Bij het verouderingsproces zijn heel veel variabelen in het spel: naast de levensstijl en bronnen van stress spelen ook genetische, epigenetische en omgevingsfactoren een belangrijke rol. ‘Het is een terrein dat we op een multidisciplinaire manier moeten aanpakken en waarbij we, om doeltreffend te zijn, naar diverse en maatgerichte oplossingen moeten kijken; het effect van deze factoren verschilt namelijk per persoon,’ zegt Nuno Marques, arts bij het Portugese Verouderingsobservatorium.

    De onderzoekers zijn op zoek naar het geheim van de eeuwige jeugd, waarbij je niet moet denken aan een facelift, maar aan remedies die het verouderingsproces werkelijk kunnen vertragen: bijvoorbeeld het voorkomen van bepaalde leeftijdsgebonden aandoeningen die worden veroorzaakt door cardiologische of neurologische degeneratie.

    LATA 65 Lisbon 07
    Het is geen therapie, maar streetart heeft wel een therapeutisch effect. ‘Het maakt veel emoties los.’ – © Lata 65

    Vorig jaar is een team van de Universiteit van Cambridge erin geslaagd om huidcellen die bij een 53-jarige vrouw waren afgenomen met dertig jaar te verjongen, dankzij een methode van cellulaire herprogrammering die verwant is aan de methode die werd gehanteerd bij Dolly, het eerste gekloonde schaap. De wereld stond versteld van deze verjongingskuur, die ons de huid van toen we twintig waren belooft terug te geven. Maar de belangrijkste vraag is of deze ontdekking ook kan worden toegepast op andere weefsels van het organisme.

    Verandering van perceptie

    Het onderzoek naar veroudering zal ongetwijfeld tot controverses leiden, maar het brengt momenteel al tal van gerenommeerde wetenschappers in beweging. En ook grote investeerders uit de technologische sector laten van zich horen; zo heeft Google geld gestoken in het gespecialiseerde laboratorium Calico Life Sciences, en ondersteunt Amazon-baas Jeff Bezos het onderzoeksbedrijf Altos Labs. Het zegt veel over de verandering van perceptie: veroudering wordt niet langer gezien als een natuurlijk proces, maar als een ziekte die behandeld kan worden, en misschien wel genezen. In het stadium van klinisch onderzoek zijn er al nieuwe verjongingskuren die de aandacht trekken vanwege de resultaten bij cellen of proefdieren.

    2,1 miljard grootouders over 25 jaar

    The Economist schat dat het aantal opa’s en oma’s in 2050 ongeveer 22 procent van de wereldbevolking zal bedragen. ‘Dat zou iets meer zijn dan het aantal kinderen onder de vijftien,’ schrijft het Britse weekblad, dat zich verbaast over het gebrek aan universitaire belangstelling voor deze categorie van de mensheid. ‘We hebben twee onderzoekers moeten vragen een schatting te maken op basis van de VN-cijfers, aangepast aan de demografie en de familiestructuren in elk land.’ De gemiddelde leeftijd van opa’s en oma’s verschilt sterk per wereldregio, van 53 in Oeganda tot 72 in Japan. Deze intree van ‘het grootoudertijdperk’, zoals het liberale blad het noemt, ‘zal vergaande consequenties hebben en zou, dankzij het oppassen op de kinderen, tot een grootschalige sociale revolutie kunnen leiden: de toetreding van meer vrouwen tot de arbeidsmarkt’. Soms, geeft The Economist toe, ‘ten koste van het persoonlijk leven van de ouderen’.

    Zo blijkt metformine, dat wordt gebruikt bij de behandeling van diabetes type 2, veelbelovend voor de verjonging van cellen en weefsels. Quercetine, dat in sommige vruchten en groenten zit en al wordt verkocht als voedingssupplement, is bij dieren doeltreffend gebleken voor het vertragen of voorkomen van bepaalde aandoeningen; proeven bij mensen laten nog op zich wachten. Rapamycine, een immunosuppressivum dat bij mensen die een orgaantransplantatie hebben ondergaan wordt gebruikt om afstoting te voorkomen, heeft bij ratten van middelbare leeftijd de kans op een leven in goede gezondheid met 60 procent verhoogd. Nu moet de wetenschap alleen nog de bijwerkingen van al deze moleculen onder controle zien te krijgen, om te voorkomen dat er gezonde cellen worden aangevallen.

    De wetenschap, zo weten we, heeft tijd nodig. Omdat er tot dusver nog geen wondermiddel is gevonden, kun je je voorlopig maar het best aan de volgende twee regels houden: vermijd alles wat slecht is voor je gezondheid en blijf vooral zo lang mogelijk doen wat je leuk vindt.

    Lees ook:

  • Onderzoek: In 2050 heeft 1 op de 10 mensen wereldwijd diabetes

    Onderzoek: In 2050 heeft 1 op de 10 mensen wereldwijd diabetes

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Trump Organization is het meest gehate bedrijf van de VS

    » Ontwikkelingsbanken geven miljarden klimaatsteun aan bioindustrie

    Diabetes wordt de bepalende ziekte van deze eeuw

    Het aantal mensen met diabetes zal in 2050 wereldwijd meer dan verdubbeld zijn, tot 1,3 miljard, aldus de website Statnews. De trend wordt versneld door de toenemende ongelijkheid tussen en binnen landen. Volgens een artikel in het wetenschappelijke tijdschrift The Lancet, onderdeel van een serie over wereldwijde ongelijkheid aangaande diabetes, blijkt uit nieuw onderzoek dat naar verwachting 1 op de 10 mensen tegen 2050 wereldwijd aan diabetes zal lijden.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Diabetes wordt de bepalende ziekte van deze eeuw’, schrijft The Lancet in een redactioneel commentaar bij de serie. ‘Hoe gezondheidsdiensten de volgende twee decennia met diabetes omgaan, is bepalend voor de volksgezondheid en voor de levensverwachting in de komende tachtig jaar. De wereld heeft het sociale aspect van diabetes niet begrepen en de ware omvang en bedreiging van de ziekte onderschat.’

    Lees ook:

  • De onverklaarbare toename van kanker onder millennials. ‘Het is een epidemie’

    De onverklaarbare toename van kanker onder millennials. ‘Het is een epidemie’

    Steeds meer jonge mensen krijgen de diagnose kanker. Wetenschappers weten niet zeker waarom. ‘Dit zijn mensen die gewoon door zouden moeten kunnen gaan met hun leven… carrière maken, kinderen krijgen.’

    Paddy Scott kreeg in 2017 hevige buikpijnen, maar de mogelijkheid van kanker kwam niet bij hem op. De Britse expeditiefotograaf en filmmaker, die zich voor zijn werk vaak in barre en gevaarlijke omstandigheden begaf, was pas vierendertig jaar oud en trots op zijn fysieke conditie.

    Zijn huisarts verwees hem door naar het ziekenhuis voor een darmscopie. Vervolgens vroeg de arts die het onderzoek uitvoerde of hij mee wilde doen aan een proef met een nieuwe bloedtest om tumoren op te sporen. Die uitnodiging vond hij vreemd. ‘Ik herinner me dat ik dacht: Ik zal wel tot een soort “controlegroep” behoren die geen tumoren heeft,’ zegt Scott. Later kreeg hij het vreselijke nieuws dat hij darmkanker in een vergevorderd stadium had, die was uitgezaaid naar zijn lever.

    De ervaring van Scott is geen uitzondering meer. In de afgelopen dertig jaar is het aantal gevallen van ‘kanker op jonge leeftijd’ bij mensen onder de vijftig sterk toegenomen. De toename is zo groot dat vooraanstaande epidemiologen voorstellen het een epidemie te noemen.

    Analyse door Financial Times van gegevens van het Institute for Health Metrics and Evaluation van de University of Washington School of Medicine laat zien dat in de afgelopen drie decennia het aantal gevallen van kanker in de G20-groep van geïndustrialiseerde landen voor 25- tot 29-jarigen sneller is gestegen dan voor elke andere leeftijdsgroep. De stijging bedroeg 22 procent tussen 1990 en 2019. De cijfers voor 20- tot 34-jarigen in deze landen liggen nu op het hoogste niveau in dertig jaar. Daarentegen is het aantal gevallen in oudere leeftijdsgroepen – boven de 75 – gedaald ten opzichte van de piek rond 2005.

    Gedurende meer dan zes jaar van slopende behandelingen – met dank aan de door de Britse belastingbetaler gefinancierde NHS (National Health Service) – zag Scott deze verandering met eigen ogen. ‘Ik was altijd bekend op de afdeling, omdat ik de jongste was. Maar laatst zat ik bij de chemo met een man die ik schatte op eind twintig. Het lijkt erop dat de ziekte dramatisch toeneemt bij jongere mensen,’ zegt hij.

    Zorgwekkend

    Onderzoekers hebben geen definitieve verklaring waarom mensen in de bloei van hun leven duidelijk kwetsbaarder lijken te zijn voor de ziekte dan hun leeftijdsgenoten in eerdere generaties.

    Zij denken dat er misschien aanwijzingen te ontdekken zijn in de soorten kanker die jongeren treffen. Onder 15- tot 39-jarigen is het aantal gevallen van darmkanker in de G20-landen tussen 1990 en 2019 met zeventig procent toegenomen, vergeleken met een toename van 24 procent onder alle vormen van kanker, zo blijkt uit het onderzoek van Financial Times.

    Uit een analyse van de American Cancer Society op basis van nationale gegevens over de incidentie (het aantal voorkomende gevallen) van kanker en sterfte eraan blijkt dat dit jaar 13 procent van de gevallen van darmkanker en 7 procent van de sterfgevallen zich zullen voordoen bij mensen onder de vijftig jaar. 

    Michelle Mitchell, CEO van Cancer Research UK (CRUK), zegt dat leeftijd nog steeds de grootste voorspeller is van het risico op kanker: ongeveer 90 procent van alle kankersoorten treft 50-plussers en de helft 75-plussers. Maar de toename in jongere leeftijdsgroepen is niettemin ‘een belangrijke verandering die we willen begrijpen’. CRUK is een gezamenlijk onderzoeksinitiatief gestart met het Amerikaanse National Cancer Institute (NCI) om meer te weten te komen over de oorzaken van kanker op jonge leeftijd.

    De trend heeft economische, klinische en sociale gevolgen. Voor oncologen in de frontlinie wordt de toename van dergelijke gevallen een onontkoombaar en zorgwekkend aspect van hun werk. Shahnawaz Rasheed, de chirurg die verantwoordelijk is voor de behandeling van Scott in de Royal Marsden, een gerenommeerd oncologisch ziekenhuis in Londen, herinnert zich dat hij een paar jaar geleden in een periode van twee weken vier vrouwen van onder de veertig opereerde. Een andere recente patiënt was een superfitte, internationale sporter van in de dertig.

    Diagnoses bij jongvolwassenen komen hard aan bij artsen zoals Rasheed. Het maakt zijn vastberadenheid om antwoorden te vinden alleen maar groter. ‘Dit zijn mensen die gewoon door zouden moeten kunnen gaan met hun leven… carrière maken, kinderen krijgen,’ zegt hij. ‘Het breekt mijn hart.’

    Mensen die in de jaren zestig werden geboren, behoorden tot de eerste generatie die van jongs af aan werd blootgesteld aan gemoderniseerde voeding

    Wetenschappers die op zoek zijn naar inzichten raken er steeds meer van overtuigd dat de veranderingen in voeding en levensstijl die halverwege de vorige eeuw begonnen, op zijn minst een deel van de oorzaak zijn.

    Frank Sinicrope, oncoloog en gastro-enteroloog (gespecialiseerd in maag- en darmaandoeningen) aan de Mayo Clinic in de Verenigde Staten, verdiept zich in het bijzonder in darmkanker op jonge leeftijd. Hij zegt dat de incidentie van de ziekte duidelijk is toegenomen onder mensen die in of na de jaren zestig geboren zijn. De toename van jongere mensen die de laatste jaren bij hem komen voor behandeling is ‘behoorlijk alarmerend’, zegt hij.

    De voeding en de levensstijl waaraan kinderen op jonge leeftijd worden blootgesteld, spelen waarschijnlijk een rol bij de toename, zegt hij. Hij wijst erop dat obesitas bij kinderen ‘de afgelopen dertig jaar steeds vaker voorkomt en steeds problematischer is geworden’. Er is echter geen enkele factor die dit verklaart, voegt hij eraan toe. 

    Terwijl ze onderzoeken of er een verband is met voeding, richten onderzoekers zich op de mogelijkheid dat veranderingen in het microbioom – de pakweg honderd biljoen microben die in ons leven, voornamelijk in de darmen – de vatbaarheid voor kanker vergroten. Aangenomen wordt dat het microbioom een sleutelrol speelt in de algehele gezondheid, waaronder de spijsvertering en het immuunsysteem, maar ook bescherming biedt tegen bacteriën die ziekten veroorzaken en helpt bij de productie van cruciale vitaminen.

    Er wordt aangenomen dat de consumptie van voedsel met veel verzadigd vet en suiker de samenstelling van het microbioom zodanig kan veranderen dat het de gezondheid schaadt. Hoewel deze veranderingen mensen van alle leeftijden treffen, vinden onderzoekers het opvallend dat het aantal gevallen van kanker op jonge leeftijd rond 1990 begon te stijgen. Mensen die in de jaren zestig werden geboren, behoorden tot de eerste generatie die van jongs af aan werd blootgesteld aan gemoderniseerde voeding, alsmede aan veranderingen in levensstijl en de omgeving die in de jaren vijftig de norm werden in de wereld waar meer geld voorhanden was. 

    ‘Bacteriële vingerafdruk’

    Kanker ontwikkelt zich vaak in de loop van tientallen jaren. Mensen kunnen jarenlang een langzaam groeiende tumor hebben. Dus voor twintigers, dertigers en veertigers die gediagnosticeerd worden ‘kan een deel van de blootstelling aan risicofactoren hebben plaatsgevonden toen ze nog een baby waren – of zelfs in de baarmoeder’, zegt professor Shuji Ogino. Hij is epidemioloog aan de Harvard TH Chan School of Public Health die deel uitmaakt van het CRUK/NCI-onderzoek.

    Het feit dat de grootste toename in kanker bij jongeren zich voordoet in maagdarmvarianten – dikke darm, de slokdarm, de maag, alvleesklier, galwegen, lever en galblaas – ondersteunt de hypothese dat er een verband is met voeding.

    Sommige andere kankersoorten die steeds vaker bij jongere mensen voorkomen, zoals borstkanker, nierkanker, baarmoederkanker en de bloedkanker myeloom, worden mogelijk beïnvloed door zowel obesitas als door de conditie van het microbioom, ook al is er geen duidelijk verband met het spijsverteringsstelsel, aldus Ogino. Daarnaast kunnen antibioticagebruik en medicijnen in het algemeen het microbioom van een individu beïnvloeden; dit wordt ook wel de ‘bacteriële vingerafdruk’ genoemd.

    Ogino wijst erop dat in de tweede helft van de twintigste eeuw het aantal beschikbare medicijnen voor de behandeling van verschillende aandoeningen aanzienlijk is toegenomen. Nieuwe medicijnen tegen obesitas zijn een recent voorbeeld. ‘Maar het blijft onbekend wat ze allemaal op de lange termijn voor effect zullen hebben,’ zegt Ogino.

    Het verband met het microbioom is nog steeds indirect, benadrukt hij. Hij wijst op andere veranderingen die zich ook vanaf de jaren vijftig hebben voorgedaan: een levensstijl met minder beweging, veranderingen in slaappatronen en herhaalde blootstelling aan fel licht ’s nachts, waardoor het slaapritme en de stofwisseling beïnvloed worden. ‘Al deze veranderingen vinden gelijktijdig plaats, dus het is moeilijk om een schuldige aan te wijzen. Er zijn waarschijnlijk meerdere boosdoeners,’ zegt hij. 

    Een groter gezin – wat meestal leidt tot een langere periode van borstvoeding – en voor het eerst bevallen op jonge leeftijd zijn factoren waarvan bekend is dat ze bescherming bieden tegen borstkanker

    De toename van het aantal gevallen in rijke westerse landen lijkt inmiddels een late, maar duidelijke weerklank te vinden in armere landen waar deze maatschappelijke veranderingen tientallen jaren later plaatsvonden. Het onderzoek van Financial Times toont aan dat het aantal kankergevallen onder 15- tot 39-jarigen tussen 1990 en 2019 aanzienlijk sneller steeg in landen met een gematigder inkomen, zoals Brazilië, Rusland, China en Zuid-Afrika (inclusief India ook wel de BRICS-landen genoemd), dan in landen met een hoog inkomen: het gaat om 53 versus 19 procent. 

    Valerie McCormack is epidemioloog en bestudeert ziektepatronen bij kanker in landen met lage en middeninkomens, waar vooral infectieziekten lange tijd voor de grootste gezondheidslast zorgden. Ze suggereert dat er in de BRICS- en andere ontwikkelingslanden een aantal factoren is dat de percentages van niet-overdraagbare ziekten, waaronder kanker, zou kunnen verhogen. Vrouwen in deze landen krijgen over het algemeen minder en op latere leeftijd kinderen, wat betekent dat ze gedurende een kortere periode van hun leven borstvoeding geven in vergelijking met vorige generaties. Een groter gezin – wat meestal leidt tot een langere periode van borstvoeding – en voor het eerst bevallen op jonge leeftijd zijn factoren waarvan bekend is dat ze bescherming bieden tegen borstkanker.

    ‘Deze veranderingen hebben veel voordelen voor vrouwen, maar ze zorgen wel voor een groter risico op borstkanker,’ zegt McCormack, die plaatsvervangend hoofd epidemiologie omgeving en levensstijl bij het International Agency for Research on Cancer, onderdeel van de World Health Organization. Ook de toename van roken en alcoholgebruik in sommige ontwikkelingslanden, vooral bij mannen, ‘verkleint de kloof in kankerrisico’ tussen rijke en armere landen, terwijl het gebruik van meer westerse voeding, obesitas en minder lichaamsbeweging een rol speelt bij de toename van het aantal gevallen van kanker in de dikke darm, voegt McCormack eraan toe.

    Maar, waarschuwt ze; ‘Hoewel deze epidemiologische veranderingen en veranderingen in levensstijl zullen bijdragen aan stijgende percentages van specifieke kankersoorten’, is het onwaarschijnlijk dat ze het volledige verhaal vertellen. ‘Sommige stijgingen zijn zo recent dat er nog geen onderzoek is gedaan om alle mogelijke factoren precies vast te stellen,’ zegt ze.

    Maatschappelijke gevolgen

    De toename van kanker op jonge leeftijd is niet alleen een probleem voor de gezondheidszorg, het is ook een probleem voor economieën. Volgens onderzoekers lopen degenen die de ziekte overleven een groter risico op langdurige aandoeningen als onvruchtbaarheid, hart- en vaatziekten en secundaire kankers. Hierdoor kan de gezondheidszorg in de toekomst duurder uitvallen.

    Simiao Chen is hoofd van de onderzoekseenheid voor volksgezondheid en economie aan het Heidelberg Institute of Global Health en adjunct-professor aan het Beijing Union Medical College. Ze leidde een team dat eerder dit jaar berekende dat de geschatte wereldwijde kosten van kanker van 2020 tot 2050 25,2 biljoen dollar zouden bedragen op basis van stabiel gebleven prijzen uit 2017. De onderzoekers concludeerden dat dit ‘overeenkomt met een jaarlijkse druk van 0,55 procent op het wereldwijde bruto binnenlands product’.

    ‘Als kanker op jongere leeftijd de trend is, dan zal de economische last veel groter worden omdat we mensen verliezen in de beroepsbevolking die bijdragen aan economische groei,’ aldus Chen. Overlevenden van kanker krijgen misschien niet hun eerdere productiviteitsniveau terug, zegt ze. ‘Dus dat zal zowel de kwantiteit als de kwaliteit van arbeid verminderen.’

    Omdat kanker op jonge leeftijd steeds vaker voorkomt, vinden sommige artsen dat de leeftijd waarop mensen in aanmerking komen voor screening moet worden verlaagd. Nu vinden dat soort preventieve onderzoeken veelal pas vanaf beduidend latere leeftijd plaats.

    In Engeland krijgen patiënten bijvoorbeeld testen voor darmkanker toegestuurd wanneer ze zestig worden. Vorige maand stelde de Amerikaanse Preventive Services Task Force, een onafhankelijk orgaan dat bestaat uit nationale deskundigen, voor om de leeftijd voor borstscreening te verlagen naar veertig jaar. In 2021 stelde dezelfde groep dat darmscreening zou moeten beginnen bij vijfenveertig jaar.

    Aangezien zorgstelsels overal ter wereld worstelen met een tekort aan medische middelen – dat nog is verergerd door de coronapandemie – kan het moeilijker zijn om overheden te overtuigen om fondsen vrij te maken voor noodzakelijke uitgaven. Een ‘nationale dialoog’ over prioriteiten kan nodig zijn, gezien het stijgende aantal mensen onder de vijftig dat kanker krijgt, zegt Rasheed, de chirurg van de Royal Marsden.

    ‘Jongere mensen zijn soms langs vijf of zes artsen geweest voordat ze worden doorverwezen’

    Sommige wetenschappers zeggen verschillen te hebben ontdekt in de moleculaire structuur van kankers bij jongere mensen, wat wijst op een mogelijke behoefte aan specifieke behandelingen voor deze groep. Tomotaka Ugai, docent aan de Harvard Medical School die het onderzoek leidde naar de toename van kanker op jonge leeftijd dat in 2021 de internationale aandacht vestigde op deze trend, zegt dat voor veel kankersoorten als borstkanker, dikkedarmkanker, baarmoederkanker, multipel myeloom, alvleesklierkanker en prostaatkanker ‘op jonge leeftijd agressievere klinische kenmerken hebben’.

    Een verwante vraag is of de oorzaken van kanker op jonge leeftijd anders zijn dan die van gevallen die op oudere leeftijd worden gediagnosticeerd. ‘We nemen aan dat veel risicofactoren tussen gevallen van kanker op jonge en latere leeftijd overlappen, maar we weten niet of ze volledig overeenkomen. Er is dus meer onderzoek vereist,’ zegt Ugai.

    Sommige artsen zijn van mening dat aandacht voor het feit dat kankers bij jongere mensen vaak al een verder gevorderd stadium hebben bereikt voordat ze worden gediagnosticeerd, net zo belangrijk is. Ze geloven dat artsen alert moeten zijn op kanker bij twintigers of dertigers, omdat deze gevallen niet langer als uitzonderlijk moeten worden beschouwd.

    Rasheed geeft regelmatig lezingen aan huisartsen over het belang van het vroegtijdig herkennen van indicaties van kanker. Hij zegt dat studies hebben aangetoond dat jongere mensen ‘soms langs vijf of zes artsen zijn geweest voordat ze worden doorverwezen voor specialistisch onderzoek, diagnose en behandeling’. Dezelfde symptomen bij iemand die dertig jaar ouder is zouden waarschijnlijk onmiddellijk alarmbellen hebben doen rinkelen. De vertraagde diagnose kan ook duiden op een gebrek aan bewustzijn onder jongere mensen over symptomen waar ze op moeten letten, suggereert hij.

    ‘Ik heb veel horrorverhalen gehoord en gezien over jongere mensen die, tegen de tijd dat ze in het ziekenhuis belanden, een behoorlijk vergevorderde of uitgezaaide ziekte hebben. Misschien was er een kans geweest om de kanker eerder te vinden en te behandelen,’ zegt hij.

    Scott herinnert zich dat, nadat zijn huisarts hem had doorverwezen naar een ziekenhuis in het centrum van Londen voor onderzoeken, ‘ze blijkbaar te horen kreeg: “Dit is niet dringend, hij is vierendertig, hij verkeert duidelijk in zeer goede gezondheid.” Maar de huisarts bleef aandringen en uiteindelijk kreeg ze me er toch tussen.’

    Epidemiologische ijsberg

    De vraag die onderzoekers en artsen bezighoudt, is of de toename van het aantal gevallen in de afgelopen decennia het topje is van een veel grotere epidemiologische ijsberg. In hun onderzoeksartikel waarschuwen Ugai en zijn collega-onderzoekers voor de mogelijkheid dat kinderen, adolescenten en jonge volwassenen gedurende hun hele leven een hoger risico op kanker hebben dan oudere generaties. 

    En misschien stopt het niet bij kanker. Dezelfde risicofactoren kunnen hen kwetsbaarder maken voor aandoeningen zoals diabetes en darmontsteking, aldus de wetenschappers. Dat zou een blijvend hogere chronische ziektelast in de toekomst betekenen, tenzij er actie wordt ondernomen om gezondere manieren van leven en eten te stimuleren en de voedselproductie en -distributie te hervormen.

    Terwijl roken, een belangrijke oorzaak van kanker, de afgelopen decennia in veel delen van de wereld is afgenomen, zijn obesitas, lichamelijke inactiviteit en andere risicofactoren toegenomen, merkt Ugai op. ‘Er is dus een wisselwerking, maar het blijft speculeren of het aantal gevallen van kanker op jonge leeftijd in de nabije toekomst zal blijven toenemen,’ zegt hij.

    Voor jonge mensen zoals Scott, die voorheen gezond en fit waren, kan kanker de ultieme tegenslag zijn, een gevoel van botte pech. Maar Scott probeert om te gaan met zijn diagnose en verzet zich tegen de vraag ‘Waarom ik?’ Hij is begonnen met een master milieubeleid en -politiek en werd elf maanden geleden vader toen zijn partner Hen beviel van hun zoon Osprey.

    Maar het is onvermijdelijk om na te denken over hoe het ook had kunnen zijn. ‘Ik heb tien jaar geprobeerd om door te breken in het maken van natuurfilms. En net toen ik met de behandeling tegen kanker begon, kreeg ik aanbiedingen die ik moest afslaan. Ik kan het niet helpen dat ik soms denk: Hoe had mijn leven eruitgezien als dit allemaal niet was gebeurd?’

    Lees ook:

  • Junkfood is toe aan een nieuwe definitie

    Junkfood is toe aan een nieuwe definitie

    Ons dieet bestaat voor een steeds groter gedeelte uit ultrabewerkte producten. Dat is niet bepaald goed voor de gezondheid. Maar voor veel mensen is ‘echt eten’ onbetaalbaar. Volgens de Britse arts infectie­ziekten Chris van Tulleken ligt hier een taak voor de overheid.

    Het lijkt misschien raar, maar toch is het echt zo: wereldwijd is niet langer tabak, maar voedsel de belangrijkste oorzaak van een vroegtijdige dood. Jaarlijks sterven in de Verenigde Staten meer mensen aan ziekten die zijn veroorzaakt door slechte voeding dan er soldaten zijn gesneuveld in alle Amerikaanse oorlogen bij elkaar. In het Verenigd Koninkrijk is de situatie al net zo ernstig.

    Volgens officiële bronnen zijn de gezondheidseffecten van voedsel direct gerelateerd aan de voedingswaarde ervan, dus de hoeveelheid vet, zout, suiker en vezels die het bevat. In het huidige systeem is het aan de consument om de uitgebreide informatie op de verpakking te lezen en op basis van de aanbevolen hoeveelheden te beslissen wat een geschikte portie is. Als je kinderen hebt, moet je die hoeveelheden ook voor hen kunnen inschatten. Voor de meeste mensen is dat vrijwel onmogelijk – maar zelfs als je precies zou kunnen berekenen hoeveel vet, zout en suiker je per hap binnenkrijgt, zou je nog steeds voorbijgaan aan een cruciale factor: in hoeverre het voedsel bewerkt is.

    Bewerkt voedsel

    Misschien klinkt dit je allemaal bekend in de oren, want mensen maken zich al lange tijd zorgen over ‘bewerkt voedsel’. Toch is dat niet altijd een duidelijk begrip geweest: we bewerken immers al honderdduizenden jaren voedsel. Het menselijk dieet is uitgevonden door huishoudelijk deskundigen, voornamelijk vrouwen, die planten en dieren bewerkten door ze te malen, schudden en stampen; of die ze transformeerden door ze te fermenteren en te verwarmen, waarna ze ze pekelden, rookten en droogden om ze te conserveren. Voedselbewerking heeft bijna elk onderdeel van het menselijk lichaam beïnvloed: van alle dieren met onze omvang hebben wij de kortste darmen, omdat we de darmfunctie deels hebben uitbesteed aan onze keuken. We zijn de enige diersoort die zijn voedsel moet bewerken om te overleven. Voedselbewerking is dus prima.

    Maar iets meer dan tien jaar geleden stuitte een groep wetenschappers op een paradox in de gegevens van Braziliaanse voedingsonderzoeken. Obesitas was uitgegroeid van een zeldzame kwaal tot het grootste volksgezondheidsprobleem van het land, terwijl mensen minder olie en suiker kochten dan voorheen. Wel aten ze meer industrieel bewerkt voedsel: koekjes, geëmulgeerd brood, snoepgoed enzovoort. Het team ontwikkelde een definitie die onderscheid maakt tussen enerzijds traditionele levensmiddelen, al dan niet bewerkt, en anderzijds industrieel bewerkte producten, die ze ultra processed foods [ultrabewerkt voedsel] noemden, kortweg UPF’s.

    De volledige definitie is pagina’s lang, omdat er zo veel verschillende producten onder vallen. Maar als je wilt weten of iets een UPF is, is een goede vuistregel dat het veelal in plastic is verpakt en een ingrediënt bevat dat je niet in een doorsneekeuken aantreft. Dankzij de uitgewerkte definitie kon de hypothese van het Braziliaanse team – dat UPF’s de oorzaak zijn van gezondheidsproblemen – worden getest. Er zijn inmiddels honderden wetenschappelijke onderzoeken die UPF’s op overtuigende wijze in verband brengen met gewichtstoename, beroertes, hartaanvallen, kanker, diabetes type 2, een hoge bloeddruk, leververvetting, chronische darmontsteking, depressie, dementie en een vroegtijdige dood.

    Volproppen met UPF’s

    UPF’s zijn in het Verenigd Koninkrijk goed voor zo’n 60 procent van de calorieën die we binnenkrijgen, en dat cijfer ligt voor jongeren nog hoger. Onze Britse eetcultuur draait inmiddels zodanig om UPF’s dat we onze kinderen ermee volproppen. Veel UPF’s staan al bekend als ‘junkfood’, maar het traditionele beeld dat daarbij hoort – patat, chips, frisdrank – moet worden bijgesteld. Supermarktbrood, ontbijtgranen, verpakte snacks, bewerkte vleesproducten en diepvriesmaaltijden vallen er eigenlijk ook allemaal onder. En pas op: veel UPF’s worden op de markt gebracht als producten die gezond en voedzaam zijn, of die je zelfs kunnen helpen afvallen.

    Additieven en textuur

    Onderzoek toont nu aan dat UPF’s niet alleen schadelijk zijn omdat ze zout, vet, suikerrijk en vezelarm zijn; het simpele feit dat ze bewerkt zijn, is de boosdoener. Als je goed naar de ingrediënten kijkt, zul je zien dat de meeste UPF’s zijn gemaakt van basisgewassen zoals maïs of soja, die zijn gereduceerd tot hun meest elementaire moleculen (eiwitisolaten, geraffineerde oliën en gemodificeerde koolhydraten). Deze worden vervolgens opnieuw samengevoegd en voorzien van additieven, om het voedsel in elke gewenste vorm of textuur te kunnen produceren.

    De manipulatie van de textuur van het voedsel is een belangrijk deel van het probleem. UPF’s zijn vaak erg zacht en droog. Met behulp van gommen en oliën wordt vochtigheid nagebootst, maar het watergehalte is laag zodat de producten lang houdbaar blijven. Dat zorgt ervoor dat ze een zeer hoge energiedichtheid hebben, wat er, in combinatie met de zachte textuur, voor zorgt dat je (te) snel eet. De systemen die ons lichaam in de loop van miljoenen jaren heeft ontwikkeld om een vol gevoel te signaleren, kunnen dat niet bijhouden. Er zijn veel mogelijke verklaringen voor de schade die UPF’s veroorzaken.

    Stofwisseling

    Fruit en groenten zijn bijvoorbeeld complex: ze bevatten tienduizenden fytochemicaliën, moleculen die essentieel zijn voor gezonde voeding. In UPF’s is het aantal fytochemicaliën drastisch verminderd. En veel van de gebruikte additieven (zoals emulgatoren, smaakversterkers en zoetstoffen) hebben directe ongewenste effecten op onze stofwisseling en ons microbioom.
    Vanuit wetenschappelijk oogpunt is dit allemaal fascinerend. Achterhalen wat UPF’s precies zo schadelijk maakt is belangrijk. Maar voor de volksgezondheid is het nuttiger om je af te vragen waarom ze überhaupt in de schappen liggen. Culinair deskundigen in de prehistorie vonden voedselproducten uit om hun gezin en hun omgeving te voeden.

    Een economisch voedselsysteem waarin het draait om winst

    Ultrabewerkt voedsel daarentegen is onderdeel van een economisch voedselsysteem waarin het draait om winst. Hierdoor persen we werkelijk elk verhandelbaar ingrediënt uit dingen die niet eens voor menselijke consumptie worden verbouwd: soja-eiwitisolaat, maïssiroop en gemodificeerd zetmeel zijn allemaal afkomstig van gewassen die op grote schaal worden verbouwd om dieren te voeden. Ons voedsel ondergaat decennialange cycli van productontwikkeling en -marketing; om de producten onweerstaanbaar te maken laten producenten ze steeds meer bewerkingsprocessen doorlopen en voegen ze steeds meer ingrediënten toe. Onderzoek wijst uit dat sommige UPF’s voor veel mensen, waaronder ikzelf, even verslavend zijn als sigaretten en andere drugs.

    Multinationals

    Voedsel dat is ontwikkeld door multinationals die uit zijn op winst doet iets anders met ons lichaam dan een maaltijd die is bereid door iemand die van ons houdt. Dat is misschien niet verrassend, maar het heeft lang geduurd voordat we het met zekerheid konden aantonen. Inmiddels raken onafhankelijke wetenschappers van toonaangevende instellingen zoals University College London, waar ik werk, er steeds meer van overtuigd dat ultra-processing een belangrijke motor is van de gezondheidsproblemen waaraan zo veel mensen lijden.

    Echt voedsel

    Dus wat moeten we doen? Nationale voedingsadviezen moeten niet alleen waarschuwen tegen zout, vet en suiker, maar ook tegen UPF’s. Dat lijkt een kleine stap, maar die is van cruciaal belang. Vervolgens moeten we voorzichtig te werk gaan. Voor veel mensen zijn UPF’s het enige betaalbare voedsel dat beschikbaar is. Beleidsveranderingen moeten voorkomen dat de kansarme groepen die het kwetsbaarst zijn voor de gevolgen ervan verder worden gestigmatiseerd. Het zou enorm helpen om de marketing van deze producten, vooral aan kinderen, te beperken. En we moeten ervoor zorgen dat alles wat in instellingen zoals scholen, ziekenhuizen en gevangenissen wordt geserveerd echt voedsel is. Uiteindelijk zullen we, net als bij tabaksproducten, moeten inzien dat een waarschuwing op de verpakking noodzakelijk is. En er zijn bredere inzichten die we in acht moeten nemen. We weten dat mensen die het kunnen betalen ook daadwerkelijk gezonder eten. Als we de gevolgen van UPF’s – gewichtstoename, diabetes en hartaanvallen – willen beperken, moeten we de oorzaken aanpakken waardoor ze voor veel mensen de enige optie zijn: armoede en ongelijkheid.

  • Afrikaanse landen worstelen met de opkomst van diabetes en hoge bloeddruk

    Afrikaanse landen worstelen met de opkomst van diabetes en hoge bloeddruk

    In Sub-Sahara-Afrika is de levensverwachting spectaculair gestegen dankzij succesvolle bestrijding van infectieziekten. Maar niet-overdraagbare aandoeningen worden zelden gediagnosticeerd of behandeld.

    Hannah Wanjiru had jarenlang last van duizelingen en hoofdpijn. Pas na zes dure doktersafspraken werd hoge bloeddruk vastgesteld en kon ze medicijnen nemen. Intussen was ze twee jaar en verschillende flauwtes verder. In diezelfde periode kreeg haar man, David Kimani, een andere arts. Die stelde de diagnose diabetes, wat voor het echtpaar net zo onverwacht was.

    Met een andere ziekte waren ze misschien beter af geweest. Niet ver van hun kleine appartement in de hoofdstad van Kenia is een openbaar ziekenhuis waar gratis behandelingen voor hiv en tuberculose worden gegeven. Hun wijk – met lage inkomens – hangt vol posters die gratis hiv-preventiediensten aanbevelen.

    Dergelijke initiatieven zijn er niet voor hoge bloeddruk of diabetes, of voor andere ziekten zoals kanker en chronische ademhalingsaandoeningen. In Kenia en een groot deel van Sub-Sahara-Afrika is de gezondheidszorg – en de internationale donaties waarvan ze deels afhankelijk is – sterk gericht op de behandeling van besmettelijke ziekten zoals hiv en malaria.

    ‘Als ik mijn bloedsuiker laat testen, moet ik soms de hele dag wachten. Ik val dan bijna flauw in de rij,’ aldus Kimani.

    Dankzij de succesvolle bestrijding van hiv, tuberculose en andere dodelijke infectieziekten en de uitbreiding van basisvoorzieningen heeft Sub-Sahara-Afrika de afgelopen twintig jaar een buitengewone stijging van de levensverwachting gezien. Een verlenging van tien jaar, zo meldde de Wereldgezondheidsorganisatie onlangs. Het is de grootste stijging ter wereld.

    ‘Maar de dramatische toename van hypertensie, diabetes en andere niet-overdraagbare ziekten en het gebrek aan gezondheidszorg rondom deze ziekten werken deze verbeteringen tegen’, zo stelt de WHO in een rapport over Afrikaanse gezondheidszorg. De organisatie waarschuwt hierin dat de stijging van de levensverwachting vóór het einde van het volgende decennium alweer teruggedraaid kan zijn.

    Niet-overdraagbare ziekten zijn nu goed voor de helft van de ziekenhuisbedden in Kenia en meer dan een derde van de sterfgevallen. Die percentages komen min of meer overeen met de rest van Sub-Sahara-Afrika, waar mensen er bovendien op jongere leeftijd dan elders in de wereld door worden getroffen.

    ‘Vaccinatieprogramma’s lopen goed, en hiv-programma’s ook – maar diezelfde mensen zullen op jonge leeftijd sterven aan niet-overdraagbare ziekten,’ aldus dokter Gershim Asiki. Als onderzoeker bij het African Population and Health Research Center, een onafhankelijke organisatie in Nairobi, richt hij zich op de aanpak en preventie van de aandoeningen in kwestie.

    Diagnose

    De medicijnen en benodigdheden die Wanjiru (44) en Kimani (49) nodig hebben, kosten elke maand ruim 55 euro – een groot deel van het inkomen dat hun kleine buurtwinkel opbrengt, vertelt Wanjiru terwijl ze in haar woonkamer een kopje thee drinkt. Allebei slaan ze hun medicatie over in de maanden dat ze schoolgeld moeten betalen voor hun vier kinderen.

    ‘Eerst krijg ik hoofdpijn en voel ik me zwak, en dan voel ik me gestrest, omdat ik weet dat ik medicijnen moet kopen in plaats van eten voor mijn gezin,’ aldus Kimani.

    Het komt hier maar zelden voor dat controles op aandoeningen als hoge bloeddruk regelmatig worden uitgevoerd. Het aantal diagnoses is laag, en vaak is alleen in gespecialiseerde centra in stedelijke gebieden zorg te krijgen. Mensen zijn niet bekend met de kwalen: iedereen herkent malaria, maar slechts weinig mensen weten dat wazig zicht of uitputting een gevolg is van hoge bloeddruk. Veel zorgverleners weten ook niet waar ze op moeten controleren.

    Toen Asiki’s organisatie een paar jaar geleden in een arme gemeenschap in Nairobi willekeurige controles uitvoerde, ontdekten onderzoekers dat een kwart van de volwassenen hoge bloeddruk had. Tachtig procent van hen was daar echter niet van op de hoogte. Van degenen die het wel wisten, hield minder dan drie procent hun bloeddruk op peil met medicijnen.

    Iedereen herkent malaria, maar weinig mensen weten dat wazig zicht en uitputting gevolg zijn van hoge bloeddruk

    Slechts een fractie van het Keniaanse gezondheidsbudget wordt besteed aan niet-overdraagbare ziekten. Die fractie bedroeg elf procent in 2017 en 2018 – de meest recente cijfers in het strategisch plan van de regering. Bovendien zijn die middelen meestal bestemd voor dure curatieve diensten zoals bestralingsmachines in kankerklinieken en nierdialysecentra. ‘Ondertussen krijg ik mensen over de vloer die kanker in stadium vier hebben en een heel kleine overlevingskans, omdat ze maar geen diagnose kunnen krijgen,’ zegt Asiki.

    Volgens Catherine Karekezi knippen politici graag lintjes door voor nieuwe kankercentra maar zien ze geen politiek voordeel in een screeningprogramma voor de lange termijn. Karekezi is uitvoerend directeur van de Keniaanse afdeling van internationale patiëntenorganisatie Non Communicable Disease Alliance.

    ‘Tachtig procent van de sterfgevallen door niet-overdraagbare ziekten in dit land is te voorkomen,’ aldus Karekezi. ‘We kunnen de oorzaken voorkomen, en als je de aandoening eenmaal hebt, kunnen we voorkomen dat er verdere complicaties ontstaan.’

    Maar, zo vertelt ze, in plaats daarvan worden mensen op steeds jongere leeftijd ziek en ontwikkelen ze ernstige complicaties, waardoor ze soms niet kunnen werken. ‘Het economisch actieve deel van de bevolking wordt getroffen,’ zegt ze.

    Het komt veel voor dat mensen op hun vijftigste aan een niet-gediagnosticeerde hartziekte of aan de complicaties van diabetes sterven, wat vervolgens wordt toegeschreven aan ‘ouderdom’. Er zijn geen goede mechanismen om doodsoorzaken nauwkeurig mee op te sporen, wat betekent dat noch het publiek noch beleidsmakers de ware omvang van het probleem bevatten, aldus Asiki.

    In tegenstelling tot hiv-medicatie en -zorg, die gewoonlijk gratis is en gesubsidieerd wordt door internationale donoren, komt de behandeling van diabetes of hoge bloeddruk gewoonlijk voor eigen rekening. De kosten zijn vaak schrikbarend hoog, aldus dokter Jean-Marie Dangou, die het programma voor niet-overdraagbare ziekten van het regionale kantoor van de WHO in Afrika coördineert.

    ‘In de Democratische Republiek Congo kost de behandeling van hypertensie maandelijks twee derde van het gemiddelde gezinsinkomen,’ vertelt hij. ‘Voor een gezin is dat absurd. Toch komt het best veel voor.’

    Annah Mutindi (42) gaf al het geld dat ze als bediende in een kledingwinkel in Nairobi had opgespaard uit aan doktersbezoeken en tests. Totdat in januari 2021 werd vastgesteld dat de pijnlijke knobbel in haar borst kanker was. Ze kreeg een behandeling van twaalf tweewekelijkse chemokuren voorgeschreven. In principe had ze die tegen minimale kosten kunnen krijgen in een groot openbaar ziekenhuis in het centrum van de stad, maar de behandeling was almaar niet op voorraad.

    In plaats daarvan moest ze wachten tot haar familie en vrienden om de paar weken 340 euro bij elkaar konden schrapen, zodat ze de behandelingen een voor een kon betalen, verspreid over de daaropvolgende negen maanden.

    ‘Ik was in shock toen ze me vertelden dat het kanker was, want ik drink nooit alcohol en ik eet gezond,’ zegt Mutindi over haar diagnose. ‘Ze zeiden dat het misschien door omgevingsfactoren kwam.’

    Stijging

    Het aandeel van de sterfgevallen die door niet-overdraagbare ziekten veroorzaakt worden, neemt in de hele regio toe. Dit gebeurt het snelst in de dichtstbevolkte landen van het continent, aldus Dangou. In Ethiopië bijvoorbeeld bedroeg sterfte door dergelijke aandoeningen vorig jaar 43 procent van alle sterfgevallen. In 2015 was dat nog maar 30 procent. In Congo vond een vergelijkbare stijging plaats.

    Het is duidelijk dat een deel van deze stijging wordt veroorzaakt door de snelle verstedelijking en een toenemend sedentaire levensstijl. Een andere factor is dat er meer tabak, alcohol en bewerkt voedsel worden genuttigd.

    De regering van Kenia heeft lang gewacht met ontmoedigingsbeleid. En alle drie de industrieën hebben machtige lobbyorganisaties die erop gericht zijn wettelijke maatregelen zoals belasting op suikerhoudende dranken tegen te houden. Kenia is een belangrijke tabaksproducent en de tabaksindustrie blijft de regering erop wijzen op de hoeveelheid banen die ze biedt, vertelt Asiki.

    Het is natuurlijk ook zo dat mensen domweg langer leven door de succesvolle strijd tegen infectieziekten. Maar andere oorzaken, zoals mogelijke genetische factoren en een correlatie met blootstelling aan infectieziekten, worden minder goed begrepen.

    Het blijft een mysterie waarom niet-overdraagbare ziekten in deze regio zo snel en bij relatief jonge mensen toenemen. Overheden doen weinig om te onderzoeken hoe dat komt.

    ‘Toen ik tien jaar geleden als arts in een plattelandsgebied werkte, zag je per dag vijftig patiënten met deze aandoeningen. Nu zijn het er vijfhonderd tot duizend’

    De ervaring met hogelonenlanden is slechts beperkt relevant voor de situatie in een land als Kenia, aldus Asiki. Als mensen in hun kindertijd geen voedzame voeding krijgen, lijkt de kans toe te nemen dat ze op volwassen leeftijd met obesitas kampen. Er zijn aanwijzingen dat een malaria-infectie mensen vatbaar maakt voor hart- en vaatziekten; hepatitisinfecties vergroten de kans op kanker.

    Het jarenlang innemen van de antiretrovirale geneesmiddelen die hiv bestrijden, kan leiden tot een hoger risico op hartziekten. Stadsbewoners hebben bovendien vaker te maken met luchtvervuiling en milieuvergiftiging. Sommige kampen bovendien met stress, doordat ze wonen in een wijk waar geweld en onveiligheid aan de orde van de dag zijn. Al deze factoren spelen volgens Asiki mee, maar we weten nog weinig over het cumulatieve effect.

    Dokter Andrew Mulwa heeft de leiding over de programma’s voor preventie en gezondheidsbevordering van het Keniaanse ministerie van Volksgezondheid. Hij geeft aan dat de regering zich zorgen maakt over de forse stijging van het aantal niet-overdraagbare aandoeningen, maar dat het lang duurt om diagnostisering en behandeling in plattelandsgebieden mogelijk te maken.

    ‘Toen ik tien jaar geleden als arts in een plattelandsgebied werkte, zag je per dag vijftig patiënten met deze aandoeningen. Nu zijn het er vijfhonderd tot duizend, allemaal in dezelfde instelling,’ aldus Mulwa.

    Slechte voeding beïnvloedt de toename van niet-overdraagbare ziekten op meerdere manieren – een fenomeen dat Asiki ‘het dubbele nadeel van ondervoeding’ noemt. Deze regio kent zowel het grootste aantal onvolgroeide kinderen ter wereld als het snelst groeiende percentage zwaarlijvigen.

    In huishoudens met lage inkomens komen vaak zowel ondervoede kinderen voor als volwassenen die zwaarlijvig zijn. De kinderen missen eiwitten en voedingsstoffen die essentieel zijn voor hun groei; de obesitas is het gevolg van goedkoop, vet en energierijk straatvoedsel, dat vaak beter betaalbaar is dan groente en het gas dat nodig is om thuis te koken.

    ‘Het kan zijn dat je te veel slecht voedsel eet maar toch onvoldoende voedzaam voedsel binnenkrijgt,’ aldus Asiki. ‘Het lichaam slaat overtollige energie op als vet – maar uiteindelijk lijdt het alsnog aan schaarste.’

    Hij denkt dat de regering zo traag is geweest met het organiseren van screeningprogramma’s omdat ze de omvang van het probleem niet aankon.

    ‘Plotseling besef je: ik heb niet genoeg medicijnen voor hypertensie, ik heb niet genoeg medicijnen om mensen met kanker te behandelen,’ zegt Asiki. ‘Als je screent, kies je behandelbare gevallen. Maar hebben we wel de middelen om ze te behandelen?’

    Lees ook:

  • Mondkapjesplicht heringevoerd in Chili na golf besmettingen

    Mondkapjesplicht heringevoerd in Chili na golf besmettingen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Buitenlandse Zakenministers VS en China ontmoeten elkaar

    » BBC: Griekse kustwacht liegt over toedracht migrantenramp

    Ziekenhuizen liggen vol met kinderen met het RS-virus

    De Chileense regering heeft kinderen boven de vijf jaar verplicht mondkapjes te dragen op school. Op termijn wordt de mondkapjesplicht mogelijk uitgebreid naar alle openbare ruimtes in het Zuid-Amerikaanse land, schrijft Diario U.Chile. Reden is de golf aan luchtweginfecties waar kinderen in Chili mee kampen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Met name het RS-virus is dit jaar hard toegeslagen in Chili en heeft aan zeker zes baby’s het leven gekost. Bedden, met name in de publieke gezondheidszorg, zijn er amper nog te vinden en in sommige ziekenhuizen worden kinderen behandeld in de gangen. Artsen waarschuwen dat ze veel zieke kinderen, bijvoorbeeld met 40 graden koorts, niet kunnen opnemen als er geen sprake is van acuut levensgevaar.

    Volgens de oppositie in Chili had de regering zich beter kunnen voorbereiden op de komst van het virus. De staatssecretaris van Volksgezondheid heeft zijn ontslag ingediend vanwege de enorme druk op de gezondheidszorg. Voor de komende maanden, als de winterkou zich waarschijnlijk nog meer zal manifesteren, worden mensen met kinderen opgeroepen zoveel mogelijk thuis te werken en drukke plekken te vermijden.

    Lees ook:

  • De hel, dat zijn de collega’s. Wat je kunt doen tegen  pesten op de werkvloer

    De hel, dat zijn de collega’s. Wat je kunt doen tegen pesten op de werkvloer

    Valse blikken, gemene opmerkingen, papieren die zomaar verdwijnen – wie slachtoffer is van pesten, vraagt zich vaak af: ligt het aan mij? Süddeutsche Zeitung zocht uit waar pestgedrag vandaan komt en wat de getroffenen kunnen doen.

    Als Tamina aan haar vroegere werkplek denkt, krijgt ze buikpijn. ‘Alleen al de gedachte dat ik er weer heen zou moeten maakt me gespannen. Heel eng,’ zegt de zesentwintigjarige. Op haar werk werd de farmaceutisch technisch assistent herhaaldelijk gepest. Toen het weer eens bijzonder slecht ging, stuurde ze sms’jes naar haar moeder met de tekst: ‘Stop binnenkort, ga langzaam kapot’ of: ‘Heb steeds nachtmerries over pesten op het werk’. Een ander bericht luidt: ‘Ik kan er niet meer tegen, ik doe mezelf binnenkort iets aan’. Tamina is niet haar echte naam. Ze gebruikt een pseudoniem om zichzelf te beschermen.

    Ongeveer een op de zes werknemers in Duitsland voelt waarschijnlijk hetzelfde als Tamina. Dat blijkt uit een representatieve enquête van de vereniging Bündnis gegen Cybermobbing [Alliantie tegen Cyberpesten] uit 2021. De vereniging houdt zich ook bezig met pesten in het algemeen en pesten in de werkomgeving. Volgens het onderzoek worden vooral vrouwen en jongeren tot 34 jaar getroffen. Bij ongeveer de helft van alle respondenten van 18 tot 65 jaar vond het pesten plaats in de werkomgeving. De gevolgen kunnen ernstig zijn: depressie, burn-out, eet-, slaap- en angststoornissen en zelfs lichamelijke pijn. Maar hoe begint pesten op het werk precies? Waardoor worden werknemers uitgesloten? En wat kunnen de getroffenen doen?

    Methodes die normaal gesproken bijdragen aan een oplossing, werken niet als het om pesten gaat

    Tamina worstelt al het grootste deel van haar leven met pesten. Meer dan eens was ze wekenlang met ziekteverlof. Het begon al op de basisschool, zegt ze, omdat ze meer belangstelling had voor pianospelen dan voor speelgoed. Daardoor was ze anders. Later werd ze voor dik uitgemaakt en ontwikkelde ze een eetstoornis. Ze kreeg te maken met pesterijen op verschillende werkplekken, in apotheken en bij farmaceutische bedrijven. Steeds weer zag ze zich gedwongen ontslag te nemen. De laatste keer ‘trok ze voortijdig aan de bel’ vanwege haar eerdere ervaringen.

    Ze vertelt over collega’s die lasterpraatjes rondstrooien, documenten vervalsen en recepten laten verdwijnen. Eén keer begon het pesten in een farmaceutisch bedrijf nadat een boze collega een andere collega fysiek had aangevallen. Tamina greep in en meldde het incident. De collega kreeg een waarschuwing. Maar collega’s die bevriend waren met de aanvaller, begonnen geruchten over Tamina te verspreiden. ‘Toen werd ik het doelwit,’ zegt ze. Deze krant is in het bezit van de chatgeschiedenis en een brief aan de werkgever die haar verhaal ondersteunen. Tamina heeft herhaaldelijk te maken gehad met vormen van uitsluiting.

    Maar wanneer praten we eigenlijk over pesten? ‘Pesten betekent dat een dader of een groep daders opzettelijk dingen doet om een ander in diskrediet te brengen of in een kwaad daglicht te stellen,’ zegt Sabine Zimmerling. Zij is gespecialiseerd in psychosomatische geneeskunde en psychotherapie en leidt een kliniek voor rehabilitatie in Düsseldorf. Methodes die normaal gesproken helpen om conflicten op te lossen, werken niet als het om pesten gaat, zegt Zimmerling. Als open discussies, compromissen of zelfs bemiddeling niets meer uithalen, is dat een teken dat er sprake is van pesten.

    ‘In de ogen van de pesters kan de betrokkene geen goed meer doen,’ zegt Zimmerling. Ook het geveinsde ‘het was maar een grapje’ verandert daar niets aan. In extreme gevallen knoeien pesters zelfs het werk van een slachtoffer of uiten ze valse beschuldigingen over strafbare feiten, zegt Zimmerling.

    Tamina heeft verschillende keren geprobeerd met haar collega’s te praten, telkens zonder succes. Ook pogingen om haar superieuren bij een gesprek te betrekken mislukten. Toen het uiteindelijk tot een gesprek kwam, was het het ene woord tegen het andere. Tamina ging vanaf dat moment elke dag met buikpijn naar het werk, tot ze uiteindelijk ontslag nam.

    Volgens Zimmerling is het geen uitzondering dat slachtoffers van pesten lichamelijke klachten krijgen. ‘Uitsluiting activeert het pijncentrum in de hersenen. Hoofdpijn, buikpijn of rugpijn zijn vaak het gevolg. Daarnaast lopen de getroffenen het risico op allerlei psychische aandoeningen, ‘van depressie tot angst- en eetstoornissen’. Het gebeurt vaak dat slachtoffers aan zichzelf en hun eigen ervaringen beginnen te twijfelen.

    Tamina herkent dit. Toen haar collega’s recepten lieten verdwijnen en fouten aanbrachten in haar documenten, vroeg ze zich af of ze die fouten niet zelf had gemaakt. Ze ging nog harder werken en onthield wat ze had gedaan. Maar de recepten bleven verdwijnen. ‘Het pesten heeft me onzekerder gemaakt en gevoeliger voor aanvallen,’ zegt ze. ‘Het is een vicieuze cirkel.’

    ‘Pestpersoonlijkheid’

    Ze bleef zichzelf afvragen of het aan haar lag. Was zij de oorzaak van het pesten? ‘Er bestaat niet zoiets als een “pestpersoonlijkheid”,’ maakt Sabine Zimmerling duidelijk. ‘Iedereen kan gepest worden.’ Wel kan het risico toenemen als je onzeker bent – zoals Tamina – waardoor je misschien voorzichtig, verlegen of onzeker overkomt in een volgende baan, voegt ze eraan toe. Maar ‘zonder dader geen slachtoffer’. En op een gezonde werkplek zouden collega’s of leidinggevenden Tamina hebben gesteund.

    We voeren een videogesprek met Carsten Burfeind. Deze vijfenvijftigjarige adviseert bedrijven over geestelijke gezondheidszorg en heeft een boek geschreven over pesten op het werk. Hij draagt een hoodie en airpods. ‘Een leidinggevende die zwijgt wanneer collega’s denigrerende opmerkingen maken of zelfs maar met de ogen rollen als de betrokkene spreekt, is zelf onderdeel van het pestsysteem,’ zegt hij. Maar dat is niet alles. Leidinggevenden moeten actief stress, druk en overbelasting bij hun werknemers voorkomen. Want die factoren vergroten de kans dat medewerkers gaan pesten. ‘Managers moeten een houding van respectvolle, zichtbare interactie faciliteren,’ is de overtuiging van Burfeind. Zodra werknemers zich vreemd gaan gedragen, moeten leidinggevenden al in een vroeg stadium de dialoog aangaan. ‘Een manager die pesten toestaat, maakt zijn of haar eigen zorgverantwoordelijkheid niet waar.’

    In meer dan de helft van de gevallen is een leidinggevende betrokken bij het pesten

    Ook Isabel heeft pesterijen meegemaakt en ook zij wil niet met haar echte naam in de krant. De zesentwintigjarige werkte op de personeelsadministratie van een gemeentehuis in een kleine stad. Maar in tegenstelling tot Tamina was de leidinggevende van Isabel actief bij het pesten betrokken. Het begon ermee dat Isabel nooit ingewerkt werd. Als ze vragen stelde, kreeg ze te horen: ‘Dat moet jij toch weten, jij hebt toch gestudeerd?’ Toen Isabel vervanging van haar chef moest regelen omdat die op vakantie ging, kreeg ze dat pas een paar dagen voor het vertrek te horen. Meestal groette haar baas haar niet. Als Isabel tijdens de lunchpauze probeerde deel te nemen een het gesprek, stuurde haar baas haar weg of snauwde bijvoorbeeld naar haar: ‘Ach, daar was jij toch helemaal niet bij?’

    Op een gegeven moment ging Isabel zo vroeg mogelijk naar haar werk om zo snel mogelijk weer weg te kunnen. ‘Ik kwam thuis, huilde en ging naar bed. Dat was alles in die periode.’ Zelfs nu, nu Isabel het verhaal aan de telefoon vertelt, moet ze huilen. Ook haar ervaringen worden gestaafd door chatgesprekken.

    Gedachtekronkels

    Wat drijft mensen tot dergelijk gedrag? Zimmerling legt uit dat niemand voor zijn plezier dader wordt. ‘Het zijn vaak mensen die ergens bang voor zijn – zoals verlies van hun positie of gezag, of ze hebben angst om aangevallen of gekleineerd te worden.’ Isabel kwam net van de universiteit. Zij had kennis van digitalisering, haar leidinggevende niet. Misschien voelde haar baas zich daardoor bedreigd. ‘Maar vaak proberen daders ook gewoon hun eigenwaarde te vergroten door anderen te pesten,’ zegt Zimmerling. Dat leidinggevenden zelf pesten lijkt geen randverschijnsel. Volgens het onderzoek van de Bündnis gegen Cybermobbing is een leidinggevende in meer dan de helft van de gevallen op zijn minst betrokken bij het pesten.

    Wat kan er worden gedaan als gesprekken niets opleveren en leidinggevenden niets doen of zelf pesten? Zimmerling adviseert om als eerste stap hulp te zoeken. Bij de ondernemingsraad bijvoorbeeld, of bij een pestfunctionaris in het bedrijf – als die er is – maar ook bij een huisarts of psychotherapeut. Ook gezondheidsinstellingen hebben aanspreekpunten voor getroffenen. ‘Mensen die slachtoffer zijn van pesten vragen zich vaak af of ze iets fout hebben gedaan of wat ze anders hadden kunnen doen. Ze geven zichzelf de schuld,’ zegt Zimmerling.

    Om dergelijke ‘gedachtenkronkels’ te ontwarren, is het vaak nuttig om er een buitenstaander bij te betrekken. Een volgende stap is ziekteverlof. De betrokkene moet uit de situatie worden gehaald. Je zegt ook niet tegen iemand die is beroofd: ‘Waarom ga je geen koffie drinken met je overvaller?’ Daarna, aldus Zimmerling, is het belangrijk om per individu duidelijk te maken hoe te handelen tegen pesten. Maar volgens haar eindigen de meeste gevallen ermee dat slachtoffer en dader niet meer samenwerken.

    Isabel, die door haar leidinggevende werd gepest, herwon haar vertrouwen bij een andere werkgever. ‘Ik was bang dat het weer zou gebeuren,’ zegt ze. Maar de nieuwe collega’s verwelkomden haar met welwillendheid. ‘Ik hoor daar thuis,’ zegt ze zelfverzekerd.

    Tamina hoopt dat gevoel ook ooit te mogen meemaken. Nu zijn haar partner en familie de grootste steun voor haar. Ze vindt compensatie in sport, ze schildert en bezoekt musea, en ze heeft het pianospelen nooit opgegeven. Maar dan, een paar dagen na ons telefoontje, vertelt ze over een geslaagd sollicitatiegesprek. ‘Ik had helemaal niet verwacht aangenomen te worden. Ik hoop dat het deze keer beter gaat.’

    Lees ook:

  • VS: North Dakota verbiedt abortus na zes weken

    VS: North Dakota verbiedt abortus na zes weken

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » De VS kondigen driedaags staakt-het-vuren aan in Soedan

    » India is eind april het land met de meeste inwoners ter wereld, aldus VN

    Abortusverbod kent geen uitzondering voor verkrachting of incest

    De Amerikaanse staat North Dakota heeft abortus bijna volledig verboden. De Republikeinse gouverneur van deze noordelijke staat, Doug Burgum, ondertekende maandag een wet die abortus na zes weken zwangerschap verbiedt, zonder uitzondering voor verkrachting of incest.

    Dat maakt het verbod een van de strengste beperkingen op abortus in het land, aldus The Hill. Het wetsvoorstel ‘werd met een overweldigende meerderheid goedgekeurd’. Deze beslissing ‘bevestigt opnieuw dat North Dakota een pro-life-[antiabortus]staat is’, zei Burgum in een verklaring.

    De wet moet in werking treden zodra deze is ondertekend, maar het reeds bestaande abortusverbod van de staat is opgeschort in afwachting van een uitspraak van het Hooggerechtshof van North Dakota.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Lees ook:

  • Heeft The Last of Us gelijk?

    Heeft The Last of Us gelijk?

    Microbiologen maken zich zorgen dat opwarming van de aarde gevaarlijke schimmels resistent zal maken.

    The Last of Us, een postapocalyptische televisiethriller, sloot onlangs het eerste seizoen af met een verbluffende finale. Maar als medicus en superfan van horror vond ik het begin van de serie opmerkelijker: een presentator van een talkshow uit de jaren zestig vraagt twee epidemiologen wat hen ’s nachts wakker houdt. ‘Schimmel,’ antwoordt een van hen.

    De epidemioloog maakt zich zorgen over Ophiocordyceps, een bestaande soort die het lichaam en het gedrag van mieren overneemt. Fast forward naar het centrale, fictieve gegeven van de serie: een mutatie van deze schimmel, die ontstond onder invloed van de opwarmende aarde, veroorzaakt een pandemie. Die nieuwe soort infecteert mensen en verandert hen in vraatzuchtige, zombie-achtige wezens wier lichaam wordt overgenomen door paddenstoelen.

    Schimmelepidemieën komen bij mensen bijna nooit voor, deels omdat een schimmel zelden van mens op mens wordt overgedragen, laat staan dat er zombies uit voortkomen. Veel waarschijnlijker is dat de volgende pandemie van een virus komt. Maar dat nieuwe bedreigingen van de gezondheid waarschijnlijker worden door klimaatverandering, is niet zo’n gek idee. Kan een in het milieu alomtegenwoordige schimmel veranderen in een voor mensen dodelijke ziekteverwekker? Ja, dat kan.

    Schimmelpathogenen

    Wetenschappers zoals ik vrezen dat klimaatverandering en vernietiging van het ecosysteem invloed hebben op ziekteverwekkende schimmels – oftewel schimmelpathogenen. De kans wordt groter dat ze besmettelijker worden en zich over grotere afstanden verspreiden, waardoor ze meer mensen bereiken. Candida auris bijvoorbeeld – een gist dat resistent is tegen medicijnen en dat dodelijk kan zijn voor gehospitaliseerde patiënten – heeft volgens sommige wetenschappers onder invloed van warmte het vermogen ontwikkeld om mensen te infecteren. Op 20 maart zei het Centers for Disease Control and Prevention (CDC – de Amerikaanse tegenhanger van het RIVM) dat Candida auris ‘zorgwekkend’ is en zich in ‘een alarmerend tempo’ heeft verspreid in zorginstellingen.

    Maar internationale pogingen om wereldwijd de bescherming van de gezondheid te verbeteren houden zelden rekening met schimmelpathogenen. Hoewel de risico’s toenemen, zijn we niet goed voorbereid en nemen we onvoldoende preventieve maatregelen. Er bestaan geen schimmelvaccins, diagnose is ingewikkeld en duur en er zijn niet genoeg geneesmiddelen om schimmelinfecties te bestrijden. En zolang de overheid geen onderzoek financiert om schimmelziekten beter aan te pakken en om de omgevingsfactoren die ze aanwakkeren te veranderen, blijven we kwetsbaar.

    Voor veel planten en dieren zijn schimmels een plaag. Fusariumverwelking, die bananenplanten verwoest en waarvoor nauwelijks behandeling bestaat, verspreidt zich wereldwijd en vormt een grote bedreiging voor de bananenindustrie, die een waarde van miljarden dollars vertegenwoordigt. Een infectie die bekendstaat als het witteneussyndroom doodde miljoenen vleermuizen in Noord-Amerika. Negentig soorten amfibieën stierven uit door chytridiomycose, een vreselijke ziekte waardoor kikkers hun huid verliezen.

    Mensen zijn grotendeels gevrijwaard gebleven van schimmeluitbraken. Dat komt doordat hun bloed 36,5 graden is, te warm voor veel schimmels om te overleven. Maar dat zou wel eens kunnen veranderen. Uit een studie van januari in het tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences blijkt dat hitte voor een evolutionaire groeispurt heeft gezorgd van de Cryptococcus deneoformans, een schimmel die mensen kan infecteren: bepaalde genetische mutaties zijn vervijfvoudigd. Dat betekent meer mogelijkheden om gevaarlijke aanpassingen te ontwikkelen, zoals hittetolerantie en resistentie tegen geneesmiddelen. In een ander laboratoriumonderzoek werd een schimmelsoort gekweekt en verwarmd waarvan bekend is dat hij insecten doodt. Binnen vier maanden konden twee stammen zich voortplanten bij 36 graden, terwijl de limiet eerst nog bij ongeveer 32 graden lag.

    Schimmels, de slimste opportunisten in de natuur, gebruiken verstoringen in hun voordeel

    Sommige microbiologen menen dat door klimaatverandering de schimmelevolutie in de natuur al aan het versnellen is. Hun theorie is dat door de opwarming van de aarde bepaalde stammen van Candida auris bij hogere temperaturen kunnen overleven. Deze gist brak door de warmtebarrière die voorheen de verspreiding beperkte, zodat die nu het vermogen heeft om warmbloedige vogels te besmetten – en vervolgens mensen die met deze vogels in aanraking komen.

    Een veranderend klimaat kan ook de overdracht van schimmelziekten doen toenemen. De micro-organismen zijn overal: op het aanrecht, in de achtertuin en in de lucht die we inademen. Systemische schimmelinfecties treden gewoonlijk op bij mensen met een slecht werkend immuunsysteem – kankerpatiënten, mensen die orgaantransplantaties hebben ondergaan en anderen – die sporen uit hun omgeving hebben ingeademd. Maar ook regionale uitbraken onder gezonde mensen baren steeds meer zorgen: overstromingen, wervelstormen en de rook van bosbranden creëren omstandigheden waarin schimmels gedijen en zich kunnen verspreiden.

    Lastofus2

    Het klinkt tegenstrijdig, maar ook droogte heeft dat vermogen. In het Amerikaanse zuidwesten is de aarde uitgedroogd door lange periodes zonder regen, met stofstormen als gevolg. Gevallen van Valley fever, ooit een zeldzame aandoening van de luchtwegen die wordt veroorzaakt door in de grond voorkomende schimmelsporen, zijn sinds 1998 bijna vertienvoudigd. De schimmel heeft zich inmiddels ook verspreid naar nieuwe gebieden, waaronder de staat Washington.

    Opwarming van de planeet maakt mensen ook kwetsbaarder. Zo leidt verminderde opbrengst van gewassen tot ondervoeding. Hittestress veroorzaakt nierziekten. Tegelijkertijd verhogen ontbossing, onvoldoende veiligheidsmaatregelen op boerderijen en commerciële handel in wilde dieren het risico van zogenaamde spillovers: virussen zoals ebola springen over van dieren op mensen. Schimmels, de slimste opportunisten in de natuur, gebruiken dergelijke verstoringen in hun voordeel. We zagen dit in de jaren tachtig, toen tegelijk met hiv – een virus dat ontstond door overloop – schimmelinfectie toenam. We hebben het ook recenter gezien, toen een unieke schimmelziekte duizenden mensen in India trof die immuniteit-onderdrukkende steroïden hadden gekregen als onderdeel van hun behandeling tegen corona.

    1,5 procent

    In oktober vorig jaar stelde de Wereldgezondheidsorganisatie voor het eerst een lijst op met ‘prioritaire schimmelpathogenen’. ‘Schimmelpathogenen vormen een grote bedreiging voor de volksgezondheid’, aldus de organisatie. De lijst is een belangrijk symbolisch gebaar, maar biedt artsen niet wat ze echt nodig hebben, namelijk betere bestrijdingsmiddelen. Er bestaan geen goedgekeurde vaccins tegen schimmelinfecties. Wereldwijd hebben veel landen onvoldoende capaciteit om bepaalde veelvoorkomende schimmelziekten te diagnosticeren. Zelfs in New York, waar ik patiënten behandel, kan het weken duren voordat de schimmelinfectie gediagnosticeerd is. Erger nog, veel schimmelpathogenen zijn nu al resistent tegen de weinige antischimmelmiddelen die er zijn.

    Voor een deel gaat het om een technische uitdaging: het is lastig om antischimmelmiddelen te ontwikkelen die niet ook onze cellen vernietigen. Maar we kunnen geen geneesmiddel ontwikkelen als we het niet proberen – en op dit moment is het onderzoek dat naar schimmels gedaan wordt rampzalig. Om een voorbeeld te geven: cryptokokken meningitis, een schimmelinfectie, doodt meer mensen dan bacteriële meningitis veroorzaakt door Neisseria meningitidis, en toch is er voor deze laatste aandoening meer dan drie keer zoveel onderzoeksgeld beschikbaar.

    Schimmelpathogenen staan gewoon niet op de radar van overheidsfondsen – slechts 1,5 procent van alle financiering voor onderzoek naar infectieziekten gaat naar deze ziekteverwekkers. Aangezien potentiële winsten beperkt zijn, zijn ook farmaceutische bedrijven weinig gemotiveerd om te investeren in onderzoek en ontwikkeling op dit gebied.

    Om de leemte op te vullen moeten volksgezondheidsinstanties hun steun voor de studie naar schimmelziekten verhogen, zoals ze onlangs ook deden voor Valley fever. Ook de Amerikaanse Biomedical Advanced Research and Development Authority (BARDA), die via publiek-private samenwerking vaccins en geneesmiddelen helpt ontwikkelen voor volksgezondheidscrises, zal er een prioriteit van moeten maken. Geen van de 83 initiatieven op de lijst van medische tegenmaatregelen die de website van BARDA vermeldt, is gericht op schimmelpathogenen. BARDA heeft wel aangekondigd de ontwikkeling van nieuwe antischimmelmiddelen te steunen.

    Deze tijd vraagt ook om nederigheid. In de jaren zestig dachten sommige prominente experts ten onrechte dat infectieziekten een afnemende bedreiging vormden. Maar de natuur zit vol verrassingen. Van 2012 tot 2021 deed ik bij CDC onderzoek naar uitbraken. Mijn collega’s en ik onderzochten ebola, hondsdolheid, pokken- en coronavirussen, en we konden van dichtbij zien hoe op de meest gruwelijke en onverwachte manieren ziekten ontstonden als gevolg van de wijze waarop mensen omgaan met dieren en het milieu. Hoe verwoestend deze ziekten zijn ontdekken we vaak pas als we ons midden in een regelrecht rampscenario bevinden. Tot nu toe is slechts 5 procent van de naar schatting 1,5 miljoen schimmelsoorten geïdentificeerd: misschien zijn schimmels wel de grote blinde vlek van de volksgezondheid.

    Onze gezondheid is afhankelijk van een delicaat ecologisch evenwicht. Dat evenwicht bewaren, door af te stappen van fossiele brandstoffen om zo klimaatverandering te vertragen, natuurverlies te stoppen en virale spillovers te voorkomen, is misschien wel onze beste hoop om een ware schimmelhorrorshow te voorkomen.

  • Italië: Silvio Berlusconi in ziekenhuis opgenomen met longproblemen

    Italië: Silvio Berlusconi in ziekenhuis opgenomen met longproblemen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Schotland: man ex-premier gearresteerd in onderzoek naar partijdonaties

    » VS: vijf doden door tornado in Missouri

    De oud-premier zou aan leukemie lijden

    De zesentachtigjarige Italiaanse ex-premier Silvio Berlusconi is woensdag opgenomen op de intensive care van een hartchirurgieafdeling in Milaan vanwege een longinfectie die hem ernstige ademhalingsproblemen opleverde. ‘De toestand van de voorzitter van Forza Italia baart veel zorgen’, vat La Stampa samen. Familieleden hebben hem reeds bezocht. ‘Silvio’s toestand is stabiel. Hij is een kei, hij komt er ook deze keer wel doorheen,’ verzekerde zijn broer Paolo na zijn bezoek.

    Deze nieuwe medische noodsituatie komt bovenop de talrijke gezondheidsproblemen van Berlusconi

    Hij kwam rond twaalf uur ’s middags aan bij het Milanese San Raffaele-ziekenhuis, werd onderzocht en vervolgens onmiddellijk overgebracht naar de intensivecareafdeling. Zijn toestand werd omschreven als ‘fragiel’, maar San Raffaele heeft nog geen medisch rapport uitgegeven of verdere details verstrekt, schrijft La Gazzetta dello Sport.

    Deze nieuwe medische noodsituatie, ‘gekoppeld aan een longinfectie die niet is opgelost’, komt bovenop de talrijke gezondheidsproblemen van Berlusconi. Zo onderging hij in 2016 een openhartoperatie en in 2019 een operatie om een darmobstructie te behandelen.

    Corriere della Sera bracht vanmorgen naar buiten dat de ex-premier zou lijden aan leukemie. De longproblemen zouden complicaties zijn van deze ernstige vorm van bloedkanker. Veel Italiaanse nieuwssites hebben dit bericht overgenomen.

  • Spanje: vrouw krijgt factuur van reddingsoperatie na verijdelde zelfmoordpoging

    Spanje: vrouw krijgt factuur van reddingsoperatie na verijdelde zelfmoordpoging

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Chinese miljardair gearresteerd in New York vanwege fraude

    » Meer dan twee ton natuurlijk uranium vermist in Libië, aldus nucleaire waakhond

    De vrouw wilde zelfmoord plegen vanwege geldproblemen

    Het zal je maar gebeuren: je onderneemt een zelfmoordpoging, wordt tegen je zin in door de brandweer gered en vervolgens krijg je een factuur met de kosten van de reddingsoperatie op de deurmat. Het overkwam een vrouw uit de Spaanse stad Alicante, schrijft El Mundo. Toen iemand uit haar omgeving in de gaten kreeg dat ze zelfmoord wilde plegen, belde die persoon het alarmnummer, waarop de brandweer werd ingeschakeld.

    De vrouw moest voor haar redding een rekening van 211 euro betalen, onder andere voor het laten uitrukken van acht brandweermannen, twee bluswagens en twee autoladders. Het wrangst is nog wel dat de vrouw uit het leven wilde stappen vanwege geldnood. Ze kon de factuur dan ook niet betalen.

    ‘Kwetsbare mensen worden onmenselijk behandeld, daardoor worden ze opnieuw slachtoffer’

    De vrouw heeft bezwaar aangetekend bij de afdeling Financiën van de gemeente Alicante, waarvan ze de brief met de factuur ontvangen had. Het gemeentehuis beloofde de zaak te heroverwegen en ervoor te zorgen dat ze het bedrag niet zou hoeven te betalen. Ook zou het protocol van de gemeente worden aangepast om herhaling van dit soort situaties in de toekomst te voorkomen.

    De politieke partij Unides Podem (‘Samen kunnen we het’) heeft het voorval aangegrepen om herziening van de fiscale regelgeving te eisen ‘om wrede sancties tegen kwetsbare mensen te voorkomen’. De regelingen zouden op dit moment nog geen onderscheid maken op grond van de financiële situatie en mentale gezondheid van mensen.

    ‘Kwetsbare mensen worden onmenselijk behandeld, aangezien ze nadat ze een bezwaar hebben ingediend tegen een factuur aan moeten tonen dat ze een laag inkomen hebben en gezondheidsverklaringen moeten laten zien. Daardoor worden ze opnieuw slachtoffer,’ aldus de coalitiepartij.

    Lees ook:

  • Privéklinieken voor ultrarijken in opkomst met maar één cliënt tegelijk

    Privéklinieken voor ultrarijken in opkomst met maar één cliënt tegelijk

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Napels eert ‘favoriete zoon’ en acteur Massimo Troisi met postuum eredoctoraat

    » Xi Jinping begint aan derde ambstermijn – als eerste Chinese president

    Privé betekent in Paracelsus Recovery in Zürich ook echt privé

    Wereldwijd groeide het aantal ultrarijken – mensen met een vermogen van minimaal 50 miljoen dollar (47 miljoen euro) – van 174.800 in 2019 naar 264.000 in 2021, schrijft The Guardian. Uit The Spear’s 500, een catalogus met exclusieve diensten voor de rijken, blijkt dat er allerlei nieuwe ondernemingen ontstaan die deze groep bedienen, uiteenlopend van adviesbureaus voor het aanschaffen van een wijngaard tot reputatiebeheer. 

    Een aparte, bloeiende tak betreft zeer exclusieve geestelijke gezondheidszorg. Want mensen in deze vermogensklasse zijn weliswaar financieel gewapend tegen allerlei problemen, maar hebben drie tot vijf keer meer kans dan gemiddeld op een psychische aandoening of een drugsprobleem. Voor behandelingen tegen verslavingen en psychische nood is er bijvoorbeeld Paracelsus Recovery, een luxe revalidatiekliniek in Zürich. Anders dan in andere bekende afkickklinieken – The Meadows in Arizona, Betty Ford in Californië, Priory in het Verenigd Koninkrijk – zullen cliënten van Paracelsus nooit een andere cliënt zien. Er is geen groepstherapie en geen gemeenschappelijke ruimte.

    Cliënten verblijven in een eigen villa of appartement en hebben een eigen chauffeur, huishoudster, kok en inwonende therapeut

    Cliënten verblijven in een eigen villa of appartement en hebben een eigen chauffeur, huishoudster, kok en inwonende therapeut, evenals dagelijkse een-op-eensessies met een team van tussen de vijftien à twintig psychiaters, artsen, verpleegkundigen, yogaleraren, masseuses, voedingsdeskundigen, hypnotherapeuten en traumatherapeuten die elkaar na elke afspraak informeren over de toestand en de vooruitgang van de cliënt.

    Er verblijven tegelijkertijd drie of vier cliënten in verschillende onderkomens van de kliniek, maar hun roosters zijn zo samengesteld dat het lijkt alsof zij de enige in de faciliteit zijn. Met deze vorm, die single-client rehab wordt genoemd, weet behalve het personeel niemand dat ze er zijn. Paracelsus accepteert slechts dertig tot veertig cliënten per jaar, maar verdient op die manier kennelijk genoeg om de kliniek draaiende te houden. Niet zo gek misschien, gezien de kostprijs van 95.000 tot 120.000 Zwitserse frank (95.500 tot 120.640 euro) per week voor een verblijf dat doorgaans zes tot acht weken duurt.

    Lees ook:

  • Verkoudheden zijn niet veranderd. Waarom lijken ze dan plotseling zo erg?

    Verkoudheden zijn niet veranderd. Waarom lijken ze dan plotseling zo erg?

    Sinds na ruim twee jaar de coronapandemie voorbij is, lijkt het alsof we vergeten zijn dat er zoiets als verkoudheid bestaat en alsof we er niet meer zo goed tegen bestand zijn. Hoe komt dat? En is verkoudheid wel echt zo onschuldig als het lijkt?

    De afgelopen weken wordt mijn dagelijks bestaan gekenmerkt door de melodie van de late winter: het gedruppel van smeltend ijs, het zachte geritsel van pas ontloken bladeren en natuurlijk het non-stoplawaai van niezen en hoesten.

    Het gesnotter en het geluid van kelen die worden geschraapt weerklinken in de lobby van mijn flatgebouw. Iedere keer als ik over straat loop zie ik waterige ogen en rode neuzen. Zelfs de Slack-app van mijn werk zit vol met ziekte-emoji’s en tussen miserabele collega’s gaan veelzeggende berichten rond over waarom ze zich zo belabberd voelen. ‘Het is geen corona,’ zeggen ze. ‘Ik heb het een miljoen keer getest.’ Ze benadrukken dat iets anders ervoor zorgt dat ze zich voelen als een gevulde, gekookte gans.

    Dat ‘iets anders’ zou wel eens de enigszins vergeten verkoudheid kunnen zijn. Een heleboel verwekkers van aandoeningen aan de luchtwegen – waaronder adenovirus, RSV, metapneumovirus, parainfluenza, coronavirussen en tal van rhinovirussen – zijn vervelend genoeg weer heel gewoon na drie jaar grotendeels uit de schijnwerpers te zijn verdwenen. Mensen hebben er last van. Het goede nieuws is dat er geen bewijs is dat verkoudheden nu echt objectief erger zijn dan voor de pandemie begon. Het minder goede nieuws is dat velen van ons na enkele jaren respijt van een stel virale ongemakken, vergeten zijn dat een verkoudheid ook echt vervelend kan zijn.

    Behoorlijk ellendig

    De meesten van ons vonden verkoudheid ooit – vóór 2020, om precies te zijn – de normaalste zaak van de wereld. Volwassenen lopen elk jaar gemiddeld twee tot drie van de meer dan tweehonderd bekende virusstammen op die de aandoening kunnen veroorzaken. Jonge kinderen kunnen er een half dozijn of meer van oplopen wanneer ze in en uit de kweekvijvers van ziektekiemen komen die kinderdagverblijven en scholen vormen. De ziektes komen vooral voor in de wintermaanden. Veel virussen gedijen goed bij lagere temperaturen en mensen zijn dan binnen bij elkaar om cadeautjes en hun adem uit te wisselen. Maatregelen als maskers en afstand houden dwongen tijdens de pandemie verschillende van deze microben naar een schuilplaats – maar sinds de maatregelen zijn versoepeld, keren ze langzaam terug.

    Voor de meeste mensen is dat niet zo erg. Verkoudheidssymptomen zijn meestal vrij mild en na een paar dagen ongemak verdwijnen ze doorgaans vanzelf. Het virus dringt de neus en de keel binnen, maar kan niet veel schade aanrichten en wordt al snel overwonnen. Sommige mensen merken niet eens dat ze besmet zijn, of verwarren de ziekte met een allergie: snotterig, loopneus en niet veel meer. De meesten van ons weten wel hoe het verloopt. ‘Soms is het gewoon een verstopte neus gedurende een paar dagen en even een beetje moe zijn, maar voor de rest voel je je prima,’ zegt Emily Landon, infectiearts aan de Universiteit van Chicago. We hebben lang de gewoonte gehad deze symptomen af te doen als gewoon een verkoudheid, niet hinderlijk genoeg om werk of school over te slaan of een mondkapje op te doen. (Spoiler: De deskundigen met wie ik sprak zijn er stellig van overtuigd dat we deze dingen allemaal juist wel moeten doen als we verkouden zijn.)

    Het algemene dogma inzake infectieziekten is altijd geweest dat verkoudheden niets voorstellen, althans in vergelijking met griep. Maar ‘minder erg dan griep’ zegt niet zo veel. Griep is een gevaarlijke ziekte die elk jaar honderdduizenden Amerikanen in het ziekenhuis doet belanden en die, net als corona, patiënten soms opzadelt met langdurige symptomen. Hoewel een verkoudheid over het algemeen minder ernstig is, kunnen mensen toch flink lijden onder hoofdpijn, uitputting en brandende keelpijn. Ogen gaan tranen, holtes raken verstopt en mensen worden wakker met het gevoel dat ze gekartelde scheermesjes hebben ingeslikt of hun hoofd is volgepompt met snel uithardend beton.

    Het komt ook vaak voor dat verkoudheidsverschijnselen langer dan een week duren, of zelfs twee – vooral hoesten kan lang aanhouden nadat de loopneus en de hoofdpijn al zijn verdwenen. Een verkoudheid kan in het ergste geval leiden tot ernstige complicaties, vooral bij zeer jonge en zeer oude mensen en mensen met een haperend immuunsysteem. Soms lopen verkouden mensen naast hun virale ziekte ook nog een bacteriële infectie op, een een-tweetje dat een bezoek aan de eerste hulp kan rechtvaardigen. ‘Het feit is dat een verkoudheid behoorlijk ellendig is,’ zegt Landon. ‘En dat is altijd zo geweest.’

    Het lijkt onwaarschijnlijk dat een hogere vatbaarheid massaal leidt tot ernstiger symptomen

    Er is niets veranderd aan de gemiddelde ernst van verkoudheidssymptomen voor zover deskundigen weten. ‘Het is perceptie,’ zegt Jasmine Marcelin, arts infectieziekten aan de Universiteit van Nebraska Medical Center. Nadat het verkoudheidsvirus ons enkele jaren heeft overgeslagen ‘voelt het nu erger dan gewoonlijk’. Eerlijk gezegd was dit al een probleem voordat corona op het toneel verscheen. ‘Elk jaar zijn er patiënten die me bellen met “de ergste verkoudheid die ze ooit hebben gehad”,’ zegt Landon. ‘Maar het is eigenlijk hetzelfde virus dat ze vorig jaar hadden.’ Deze neiging tot drama is nu misschien sterker, vooral omdat mensen sinds de pandemie elk snotje en kuchje onder de loep nemen.

    Maar dat neemt de kans niet weg dat sommige verkoudheden dit seizoen een beetje onaangenamer zijn dan normaal. Veel mensen die nu ziek worden, hebben net een aanval achter de rug van corona, griep of RSV – elk daarvan heeft de afgelopen herfst en winter miljoenen Amerikanen (vooral kinderen) besmet. Hun reeds beschadigde weefsels zijn misschien niet zo goed bestand tegen een nieuwe aanval van een virus dat verkoudheid veroorzaakt.

    Het is ook mogelijk dat immuniteit, of een gebrek daaraan, een kleine rol speelt. Veel mensen worden nu voor het eerst in meer dan drie jaar verkouden. Dat betekent dat de kwetsbaarheid van de bevolking groter is dan normaal in deze tijd van het jaar, waardoor virussen zich sneller verspreiden en sommige infecties mogelijk erger zijn dan anders. Maar het lijkt onwaarschijnlijk dat een hogere vatbaarheid massaal leidt tot ernstiger symptomen, zegt Roby Bhattacharyya, arts infectieziekten en microbioloog in het Massachusetts General Hospital. Niet alle verkoudheidsvirussen zorgen voor een goede immuniteit. Maar van veel van de virussen die dat wel doen, wordt aangenomen dat ze het lichaam aanzetten tot een relatief duurzame verdediging van een paar jaar of langer tegen echt ernstige infecties.

    De kwestie immuniteit is grotendeels betwistbaar voor veel virussen die momenteel de ronde doen, zegt Landon. Er zijn zoveel verschillende ziekteverwekkers die verkoudheid veroorzaken, dat recente blootstelling aan een ervan waarschijnlijk niet veel uithaalt tegen de volgende. Iemand kan een half dozijn verkoudheden oplopen in een periode van vijf jaar zonder twee keer hetzelfde type virus te zijn tegengekomen.

    Valse tweedeling

    Maar het is wel mogelijk dat ‘de ergste verkoudheid die ze ooit hebben gehad’ in feite een veel gevaarlijker virus is, zoals SARS-CoV-2 of een griepvirus. Snelle thuistests voor het coronavirus geven vaak foute negatieve resultaten in de eerste dagen van de infectie, zelfs nadat symptomen al waarneembaar zijn. En hoewel we een griep soms aan de hand van symptomen kunnen onderscheiden van een verkoudheid, lijken de twee vaak behoorlijk veel op elkaar. De ziekte kan alleen definitief worden vastgesteld met een test, waar moeilijk aan te komen is.

    De pandemie heeft van onze perceptie van ziekte een valse tweedeling gemaakt: ‘Oh nee, het is corona’, of ‘Gelukkig, toch niet’. Corona is ongetwijfeld nog altijd ernstiger dan een gewone verkoudheid, met een grotere kans op ernstige ziekte of chronische, slopende symptomen die maanden of jaren kunnen aanhouden. Maar de ernst van de ziekte overlapt meer dan onze tweedeling doet vermoeden. Bovendien, zegt Marcelin, wat voor de ene persoon echt ‘gewoon’ een verkoudheid is, kan voor iemand anders een vreselijke strijd zijn die wekenlang duurt, of nog erger. Daarom is het, ongeacht waardoor je gezicht precies in een snotfabriek is veranderd, nog altijd belangrijk om je ziektekiemen voor jezelf te houden. De huidige uitbraak van verkoudheid is misschien niet ernstiger dan normaal. Maar hij hoeft ook niet groter dan noodzakelijk te worden.

    Lees ook:

  • Waarom een slank lichaam vrouwen een hoger salaris oplevert

    Waarom een slank lichaam vrouwen een hoger salaris oplevert

    Hoe hard feministen ook door de jaren heen hebben geroepen dat vrouwen zich van hun ijdelheid moesten bevrijden, gewicht en uiterlijk spelen voor velen nog altijd een belangrijke rol. Vrouwen die slank zijn, krijgen zelfs beter betaald.

    Mireille Guiliano is een succesvolle, slanke vrouw. Ze werd geboren in Frankrijk en studeerde in Parijs, waarna ze als tolk voor de Verenigde Naties ging werken. Vervolgens ging ze in de champagnebranche, en in 1984 trad ze in dienst bij Veuve Clicquot, dat toen nogal matig presteerde. Ze klom op in de rangen en lanceerde een dochteronderneming in de VS. Daarvan werd ze in 1991 directeur en ze leidde het bedrijf met groot succes. In haar appartement met uitzicht op Manhattan biedt ze een glas water aan. ‘Je weet hoeveel ik van water hou,’ zegt ze. Inderdaad, want veel water drinken is een hoofdregel in Waarom Franse vrouwen niet dik worden, Guiliano’s bestseller over afvallen en slank blijven ‘op Franse wijze’. 

    In het boek beschrijft ze hoe vreselijk ze het als tiener vond om zwaarder te worden toen ze een zomer in Amerika verbleef. Haar ongemak bereikte een dieptepunt toen ze weer terugkwam in Frankrijk en haar vader, in plaats van haar te omhelzen, zei dat ze eruitzag ‘als een zak aardappelen’. Ze ging op dieet, pikte haar oude Franse gewoonten weer op (veel water, afgemeten porties, regelmatig bewegen) en liet de weegschaal weer in haar voordeel doorslaan.

    GettyImages 182297968
    De Amerikaanse auteur en uitgever Helen Gurley Brown (1922-2012) en de Amerikaanse socialite Gloria Vanderbilt wonen een signeersessie bij op Madison Avenue in New York, 1996. Beiden adviseerden vrouwen om van 800 calorieën per dag te leven. – © Rose Hartman / Archive / Getty Images

    Als succesvolle vrouw die bereid is publiekelijk over haar uiterlijk en gewicht te praten, is Guiliano een zeldzaamheid. ‘Natuurlijk wil niemand het erover hebben,’ zegt ze. ‘Het is gemakkelijker om te doen alsof het vanzelf gaat.’ Opeenvolgende feministische golven vertelden verstandige vrouwen dat ze zich moesten bevrijden van ijdelheid, van de huishoudelijke slavernij en van een door voortplanting bepaald bestaan.

    Maar een vrouw die diep wordt geraakt door een opmerking over haar gewicht is geen uitzondering. Aubrey Gordon, medepresentator van Maintenance Phase, een podcast die hedendaagse problemen rond afvallen en welzijn aanpakt, kreeg al op haar tiende van een arts te horen dat ze overgewicht had. En Roxane Gay, een Amerikaanse auteur, beschrijft de schrik op het gezicht van haar ouders toen ze op dertienjarige leeftijd terugkwam van haar eerste semester op een kostschool en zo’n 14 kilo meer woog dan toen ze vertrok.

    Vandaag de dag is het perfecte lichaam de ‘weasel body’

    Het zijn persoonlijke maar ook universele ervaringen, althans in de rijke landen. Ze weerspiegelen de druk op vrouwen om op een ‘ideaal’ te lijken. Dat ideaal is in de loop der tijd veranderd. Naakten uit de Renaissance tonen bijvoorbeeld weelderige rondingen, maar de laatste decennia is slankheid het schoonheidsideaal. In de jaren tachtig gold in New York de ‘social x-ray’ – een term die Tom Wolfe introduceerde in zijn roman Het vreugdevuur der ijdelheden om vrouwen te beschrijven die zo dun waren dat ze haast tweedimensionaal leken. In Londen werd dat in de jaren negentig het ideaal van heroin chic.

    Als een wezel

    Vandaag de dag is het perfecte lichaam ‘weasel body’, zegt een vrouw uit Los Angeles, die om zich heen veel vrouwen ziet die fysieke perfectie nastreven. Ze proberen er zo gestroomlijnd en strak uit te zien als een wezel, alsof ze door het water kunnen glijden zonder een rimpeling te veroorzaken. Het streven naar zo’n lichaam laat misschien iets meer eten toe dan de diëten van vroeger, maar het is even moeilijk te bereiken.

    Alle vrouwen zijn zich uiteindelijk bewust van het belang dat aan hun lichaam wordt gehecht. Het is alsof meisjes nietsvermoedend door een bos lopen en dan de bomen te zien krijgen. Wellicht vragen ze zich af hoe die bomen daar gekomen zijn, hoelang ze er al groeien en hoe diep hun wortels werkelijk gaan. Maar ze kunnen er weinig aan doen en het is bijna onmogelijk om zich de wereld anders voor te stellen. Het fabeltje dat slimme en ambitieuze vrouwen, die hun waarde op de arbeidsmarkt kunnen bepalen op basis van hun intelligentie of opleiding, geen aandacht hoeven te besteden aan hun figuur is moeilijk vol te houden als je kijkt naar gegevens over de wisselwerking tussen gewicht en loon of inkomen. De relatie is anders in arme landen waar rijke mensen over het algemeen zwaarder zijn dan arme.

    In landen als de VS, Groot-Brittannië en Duitsland en rijke Aziatische landen als Zuid-Korea zijn rijke mensen dunner dan arme mensen. Kenmerkend is een licht dalende relatie tussen maatstaven voor gewicht zoals de bodymassindex (BMI) – een maat voor zwaarlijvigheid – of het deel van de bevolking dat zwaarlijvig is, en het inkomen, gemeten naar lonen, het aantal mensen onder de armoedegrens of het inkomenskwartiel.

    Venus von Willendorf 01 2
    De Venus van Willendorf, een iconische sculptuur van 25.000 jaar voor Christus, wordt meestal geïnterpreteerd als een vruchtbaarheidssymbool. Het beeld is te zien in het Natuurhistorisch Museum in Wenen. – © Wikipedia

    Dat arme mensen meer kans hebben op overgewicht wordt vaak verklaard met het argument dat zwaarlijvigheid in rijke landen een kenmerk is van armoede. Arme mensen zouden zich moeilijk gezond voedsel kunnen veroorloven. Ze grijpen misschien eerder naar bewerkt voedsel of fastfood, omdat ze geen tijd hebben om thuis te koken of minder tijd hebben om te sporten; slechter betaalde banen gaan immers vaak gepaard met lange diensten en met minder flexibiliteit dan de banen van de ‘laptopklasse’. Aangezien een laag inkomen vaak het gevolg is van een beperkte opleiding, kan het gebrek aan opleiding ook leiden tot gebrek aan kennis over een gezond gewicht.

    Het probleem met al deze verklaringen is dat de correlatie tussen inkomen en gewicht op landelijk niveau in de meer ontwikkelde landen bijna volledig voor rekening komt van vrouwen. Uitgedrukt in een grafiek toont het verband tussen inkomen en gewicht in de VS en Italië een horizontale lijn voor mannen en een dalende lijn voor vrouwen. 

    Zuid-Korea

    In Zuid-Korea is de correlatie positief voor mannen, maar deze wordt ruimschoots tenietgedaan door de sterk negatieve correlatie bij vrouwen. In Frankrijk loopt de lijn voor mannen licht naar beneden, maar voor vrouwen veel steiler. Dergelijke patronen, op welke manier ook gemeten, lijken te gelden voor de meeste rijke landen.

    Met andere woorden: rijke vrouwen zijn veel slanker dan arme vrouwen, maar rijke mannen zijn ongeveer even dik als arme mannen. Wallis Simpson, van wie het huwelijk met koning Edward VIII leidde tot diens troonsafstand, zou hebben gezegd dat een vrouw ‘nooit te rijk of te dun kan zijn’. Kennelijk moet ze allebei of geen van beide zijn.

    Je zult dan moeten uitleggen waarom die dynamiek alleen vrouwen lijkt te treffen

    Dat zou iedereen tot nadenken moeten stemmen die denkt dat armoede de verklaring is voor zwaarlijvigheid, of dat rijk zijn bevorderlijk is voor een lager gewicht. Je zult dan moeten uitleggen waarom die dynamiek alleen vrouwen lijkt te treffen. Misschien is het verband voor beide geslachten hetzelfde, maar verschillen de beroepen die ze uitoefenen en die slankheid vereisen of tot gevolg kunnen hebben. Mannen doen onevenredig veel laagbetaald fysiek werk, zoals in de bouw (hoewel verplegend personeel onevenredig vaak uit vrouwen bestaat, die evenveel tijd lopend of staand doorbrengen als bouwvakkers). Van sommige rijke vrouwen, zoals actrices, kan expliciet worden geëist dat zij slank zijn om bepaalde rollen te kunnen spelen.

    GettyImages 965573312
    De obsessie voor slankheid is nooit uit het modebeeld verdwenen.De terugkeer van de zogenaamde heroin chic-look, het graatmagere schoonheidsideaal van de jaren negentig, leverde felle reacties op in de bladen. Modeshow van Dior, tijdens de Prêt-à-Porter in 1997 in Parijs.© Getty Images

    Toch is het moeilijk te geloven dat een van deze wetmatigheden het complete verschil verklaart. Uit gegevens van het Amerikaanse Bureau of Labour Statistics (BLS) blijkt dat slechts 3,5 procent van de beroepsbevolking intensief lichamelijk werk doet (in sommige categorieën, zoals bewegingsonderwijs en dansen, werken veel vrouwen). Slechts 0,1 procent van deze mensen heeft een baan als acteur. Dat er een genderkloof bestaat in de relatie tussen inkomen en gewicht die niet gemakkelijk kan worden verklaard door andere verschillen tussen mannen en vrouwen, wijst op een andere verklaring: misschien helpt dun zijn vrouwen om rijk te worden.

    Minder loon

    Uit talloze studies blijkt dat vrouwen met overgewicht of obesitas minder betaald krijgen dan hun slankere collega’s, terwijl er weinig verschil bestaat in loon tussen mannen met overgewicht en mannen die medisch gezien binnen het ‘normale bereik’ vallen. Er zijn uitzonderingen: uit een Zweeds onderzoek bleek dat zwaarlijvige mannen minder betaald kregen, maar zwaarlijvige vrouwen niet. Maar uit onderzoek in de VS, Groot-Brittannië, Canada en Denemarken blijkt dat vrouwen met overgewicht minder verdienen. De straf voor een zwaarlijvige vrouw is aanzienlijk: het kost haar ongeveer 10 procent van haar inkomen.

    Uit onderzoek blijkt dat vrouwen met overgewicht 10 procent minder verdienen

    Dat kan zelfs nog een onderschatting van de werkelijkheid zijn, want de loonkloof is moeilijk te meten bij mensen die geen werk vinden vanwege hun omvang. De hoogste schattingen van hogere lonen voor slanke vrouwen zijn zo significant, dat het bijna evenveel loont om af te vallen als om bij te scholen. De loonpremie voor het behalen van een masterdiploma bedraagt ongeveer 18 procent. Dat is slechts 1,8 maal de premie die een zwaarlijvige vrouw in theorie verdient door zo’n 29 kilo af te vallen – ruwweg de hoeveelheid die een matig zwaarlijvige vrouw van gemiddelde lengte moet afvallen om in het medisch gedefinieerde ‘normale bereik’ te vallen. Die maatregel lijkt vooral significant te zijn voor witte vrouwen – het bewijs voor zwarte of Latijns-Amerikaanse vrouwen is zwakker (hoewel dat gedeeltelijk kan worden verklaard door het feit dat studies vaak gebruikmaken van de BMI, wat tot een verkeerde classificatie van deze vrouwen kan leiden).

    Discriminatie van zwaarlijvige vrouwen is niet afgenomen naarmate hun aantal toenam. ‘Je zou een afnemend loonverschil kunnen verwachten doordat er steeds meer mensen met overgewicht bij komen’, schreef econoom David Lempert in een paper voor het BLS, omdat overgewicht meer algemeen aanvaard is. In plaats daarvan is het stigma van mensen met overgewicht meegegroeid met hun aantal; het is tussen 1980 en 2000 bijna verdubbeld. Lempert suggereert dat dit kan komen doordat ‘de toenemende zeldzaamheid van slankheid heeft geleid tot een hogere premie voor slanke mensen’.

    De conclusie van het artikel stapelt de ene kwaad makende zin op de andere. Naarmate zwaardere vrouwen ouder worden, schrijft Lempert, ondervinden zij de gevolgen van jarenlange cumulatieve loondiscriminatie. Hun startloon is lager, en gedurende hun loopbaan krijgen deze vrouwen minder loonsverhoging en promotie. Uit het artikel blijkt ‘dat een drieënveertigjarige vrouw met overgewicht in 2004 een grotere loonstraf kreeg dan toen ze twintig was in 1981’, en ook dat ‘een twintigjarige vrouw met overgewicht nu een grotere loonstraf krijgt dan ze in 1981 op twintigjarige leeftijd zou hebben gekregen’.

    Deels kan dat een weerspiegeling zijn van de hogere kosten die werkgevers moeten betalen voor hun zwaarlijvige werknemers, vooral in Amerika. De premie voor een ziektekostenverzekering wordt in de VS vaak door de werkgever betaald, en iemand met overgewicht of obesitas heeft doorgaans hogere kosten, onder andere doordat er bij het ouder worden meer gezondheidsproblemen optreden. Toch is het onduidelijk waarom deze kosten alleen op vrouwen worden afgewenteld. En studies in Canada en Europa (waar door de overheid gefinancierde gezondheidszorg de norm is) tonen al even grote loonstraffen voor vrouwen.

    De houding tegenover zwaarlijvige personen is aanzienlijk negatiever geworden

    Het idee dat het bestraffen van zwaarlijvigheid toe- in plaats van afneemt wordt onderbouwd door de resultaten van een onderzoek van de Harvard-universiteit naar impliciete vooroordelen. Aan de testpersonen wordt gevraagd mensen van verschillend ras, geslacht, seksuele geaardheid of gewicht te associëren met woorden als ‘goed’ of ‘slecht’. In het algemeen gaan de uitkomsten de positieve kant op: discriminatie op grond van ras en geslacht is de afgelopen tien jaar afgenomen. Negatieve associaties met homo’s zijn met eenderde gedaald. Gewicht is de uitzondering: de houding tegenover zwaarlijvige personen is aanzienlijk negatiever geworden.

    GettyImages 515463142
    Wallis Simpson, van wie het huwelijk met koning Edward VIII leidde tot diens troonsafstand, zou hebben gezegd dat een vrouw ‘nooit te rijk of te dun kan zijn’.  © Bettmann via Getty Images

    In deze context lijken de argumenten die vaak worden gebruikt om te verklaren waarom vrouwen en meisjes zo veel druk voelen om slank te zijn, en een laag zelfbeeld hebben als zij dat niet zijn, jammerlijk onvolledig. Misschien voelen vrouwen zich inderdaad slecht over zichzelf omdat ze zich vergelijken met die slanke hinde op de omslag van een tijdschrift en laten ze zich wijsmaken dat die foto’s onbewerkt en haalbaar zijn. Misschien heeft een arts of een van hun ouders toen ze klein waren een opmerking gemaakt over hun gewicht. Maar naast deze druk is er ook die krachtige prikkel van de markt: vrouwen zien haarscherp in dat niet afvallen of slank worden hun letterlijk geld kost.

    Rendement

    Het is voor iedereen logisch dat tijd steken in een opleiding economisch rendement oplevert. Op dezelfde manier lijkt het voor vrouwen logisch om te streven naar een slank lichaam. Obsessief bezig zijn met wat en hoeveel je moet eten, dure fitnesslessen: het zijn investeringen die rendement opleveren. Voor mannen geldt dat niet.

    Vrouwen zijn zich tot op zekere hoogte hiervan bewust. Een generatie geleden leek het voor hen nog vanzelfsprekend. ‘Het belangrijkste waar je na – of tijdens – je werk mee bezig moet zijn, is je uiterlijk en je uitstraling. Het is ondenkbaar dat een vrouw die “alles wil” dik zou willen zijn, of zelfs mollig’, schreef Helen Gurley-Brown, redacteur van Cosmopolitan in de jaren tachtig en negentig, in haar boek Having It All – alvorens allerhande advies te geven over hoe je overleeft op 800 calorieën per dag en vrouwen aan te moedigen dagelijks op de weegschaal te gaan staan en te accepteren dat ‘diëten een hel is’ en ‘op te houden daar depressief van te worden’.

    Bodypositivity

    Zo’n benadering werd vier decennia geleden misschien makkelijker geslikt, maar de economische realiteit is niet heel erg veranderd. Het enige andere is het leidende narratief, dat nu bodypositivity omarmt en diëten schuwt. In plaats van het South Beach- of het Atkins-dieet gaan vrouwen nu bepaalde voedingsmiddelen mijden: ze eten glutenvrij, veganistisch of suikerarm, onder het mom van gezondheid of welzijn, om hun darmflora te verbeteren of om hun energieniveau te verhogen. Mensen geven veel geld uit aan SoulCycle-lessen, om sterk en fit te worden, maar niet om calorieën te verbranden. ‘Zelfs vrouwenglossy’s zijn nu sceptisch over de van bovenaf opgelegde verhalen over hoe we eruit moeten zien… maar de psychologische parasiet van de ideale vrouw heeft zich zo geëvolueerd dat ze nu ook overleeft in een ecosysteem dat zich zogenaamd tegen haar verzet’, schrijft Jia Tolentino in haar boek Spiegeldoolhof. Het feminisme ‘heeft de tirannie van de ideale vrouw niet uitgeroeid, maar haar stevig verankerd en juist weerbarstiger gemaakt.’

    Omdat zwaarlijvigheid een verhoogd gezondheidsrisico met zich meebrengt, zullen sommigen beweren dat het geen probleem is dat vrouwen worden gestimuleerd om af te vallen. Maar dit berust op twee wankele pijlers van de logica: ten eerste dat mensen hun gewicht volledig onder controle kunnen hebben, en ten tweede dat schaamte een goede motivator is.

    The Crush Gibson
    De Gibson Girl, getekend door Charles Gibson, werd de personificatie van vrouwelijke schoonheid in de negentiende eeuw: lang en slank in S-vormig corset, maar met royale boezem, heupen en billen. – © Charles Dana Gibson

    De meeste mensen kennen het effect dat een beetje minder eten en meer bewegen heeft op hun lichaam. Daarom is het gebruikelijk om te denken dat gewicht en obesitas veranderbare eigenschappen zijn – eigenschappen waar slanke mensen aan werken en dikke mensen niet. Als dat het geval was, zou het voor vrouwen mogelijk zijn om discriminatie op grond van gewicht achter zich te laten, door zich aan te passen aan het lichaamstype dat de maatschappij van hen verlangt. 

    Het is bijna onmogelijk om af te vallen én op gewicht te blijven

    Maar dit idee van volledige controle is misplaatst. Mensen melden vaak dat ze zwaarder worden als ze antidepressiva gaan gebruiken; bij vrouwen is dat bijvoorbeeld vaak het geval als ze lijden aan aandoeningen zoals het polycysteus-ovariumsyndroom. Roxane Gay beschrijft hoe haar gewicht toenam in de nasleep van een brute aanranding. Het roept ook de vraag op waarom een groot deel van de mensheid in de jaren tachtig collectief de controle over zijn eetgewoonten verloor en in de ontwikkelde landen zwaarlijvigheid sterk begon toe te nemen. Wetenschappers twijfelen over het antwoord (sommigen wijzen op de opkomst van bewerkt voedsel), maar zijn het er wel over eens dat het bijna onmogelijk is om af te vallen én op gewicht te blijven. Mensen die dat lukt zijn veel zeldzamer dan mensen die het hun leven lang proberen, daar niet in slagen en zichzelf de schuld geven.

    Misschien werkt schaamte voor sommige mensen. Het werkte voor Guiliano. Op de vraag waarom ze na de opmerking van haar vader besloot om af te vallen, in plaats van hem uit te schelden, aarzelt ze even. ‘Hij had natuurlijk gelijk,’ zegt ze dan.

    Hoge prijs

    Maar denk ook aan de enorme kosten die het stigma, de schaamte en de angst met zich meebrengen voor vrouwen en meisjes die zich hun leven lang zorgen maken over wat hun overgewicht hun gaat kosten. Het is onmogelijk om niet te merken hoeveel tijd, energie en geld vrouwen investeren in het bijhouden wat ze eten, in dieetboeken en in fitnesscursussen.

    Iedereen die weleens een sapkuur of een dieet van koolsoep heeft geprobeerd, weet dat slank willen zijn ten koste gaat van andere belangrijke dingen die meisjes en vrouwen willen doen, zoals je kunnen concentreren op examens en werk, of genieten van eten. Volgens sommige onderzoeken zijn zesjarige meisjes zich al bewust van de verwachting dat ze dun moeten zijn. Vervolgens kunnen ze als pubers ‘door de plotselinge schoonheidseisen worden overweldigd, slachtoffer worden van anorexia en boulimia’, schrijft Tolentino. De meeste vrouwen proberen zich aan te passen. Maar welke keuze ze ook maken, de prijs is hoog.

    Lees ook:

  • Bijna de helft van Franse volwassenen is te zwaar

    Bijna de helft van Franse volwassenen is te zwaar

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Doden en honderden gewonden na nieuwe aardbevingen in Turkije en Syrië

    » Burkina Faso: minstens 51 soldaten gedood bij terreuraanval

    Aantal obesitasgevallen is in een kwarteeuw verdubbeld

    Uit een recent onderzoek van het Nationaal Instituut voor Gezondheid en Medisch Onderzoek (Inserm) en het academisch ziekenhuis van Montpellier blijkt dat bijna een op de twee Franse volwassenen momenteel lijdt aan overgewicht of obesitas. Tussen 1997 en 2020 is het aantal obesitasgevallen verdubbeld van 8,5 naar 17 procent, schrijft Le Figaro. Het onderzoek werd maandag gepubliceerd in het Journal of Clinical Medicine.

    Als ondergrens voor overgewicht wordt in het onderzoek een BMI van 25 of hoger aangehouden. Van obesitas is sprake wanneer het BMI 30 of hoger is. Obesitas kan het gevolg zijn van een bepaald eetpatroon, een genetische afwijking of te maken hebben met de leefomgeving. Ze verhoogt het risico op hart- en vaatziekten, diabetes en verschillen vormen van kanker.

    Uit het onderzoek blijkt dat mannen vaker overgewicht hebben dan vrouwen

    Verder blijkt uit het onderzoek dat mannen vaker overgewicht hebben dan vrouwen, maar dat de verhoudingen andersom zijn als het gaat over obesitas. Het obesitaspercentage is bij vijfenzestigplussers meer dan dubbel zo hoog als bij jongeren tussen de achttien en vierentwintig, maar in deze laatste leeftijdscategorie is het obesitaspercentage sinds 1997 maar liefst meer dan vier keer zo hard toegenomen. Ook lijkt er een verband te bestaan tussen hoge obesitascijfers en bepaalde beroepen, zoals fabrieksarbeider, leidinggevende en manager.

    Hoewel de onderzoekers benadrukken dat verandering van leefstijl en meer beweging onmisbaar blijven, vragen ze ook aandacht voor het psychologische aspect van de ziekte en de noodzaak van therapie. In het ergste geval kan een maagverkleining uitkomst bieden. ‘Obesitas is een ziekte, geen gebrek aan wilskracht’, aldus een van de onderzoekers tijdens de perspresentatie van het onderzoek.   

    Lees ook: