Onderwerpen: Klimaat

  • De Hollandse windmolen 2.0: duurzaam én esthetisch

    De Hollandse windmolen 2.0: duurzaam én esthetisch

    Zo gaat hij er ooit uitzien, de windturbine die de komende jaren in de haven van Rotterdam gebouwd moet worden. Want ook de energietransitie vraagt om esthetiek. ‘Wat we nu moeten formuleren, is een soort Futuristisch manifest 2.0.’

    Midden in de haven van Rotterdam moet de komende jaren een 174 meter hoge windturbine worden gebouwd waarin je ook kunt wonen. Maar het futuristische gebouw, in de vorm van een enorme ring die enerzijds een archaïsche indruk wekt, maar anderzijds doet denken aan het gigantische lanceerplatform uit de sciencefictionfilm Contact, gunt je vooral een blik in de toekomst. 

    De Windwheel Corporation, het consortium dat de windturbine in het land van de windmolens – waar anders? –symbolisch wil heruitvinden als spektakel van duurzaamheid, bestaat uit het team architecten rond Duzan Doepel en een ploeg investeerders die wordt aangevoerd door Johan Mellegers. De Technische Universiteit Delft levert knowhow in de vorm van een prototype, waarin de windturbine, die geen rotor of wieken heeft en dus niet het typische windgeluid en ook geen vibraties produceert, sinds 2013 proefdraait.

    Het Rotterdamse project is al een paar jaar bekend. De realisatie is, zeer optimistisch, op zijn vroegst gepland in 2025, en gaat tussen de 200 en 500 miljoen euro kosten, wat eveneens erg optimistisch lijkt. Het bouwwerk moet vooral als symbolische eco-architectuur dienen, maar ook als marktconform woongebouw, hotel, horecagelegenheid, uitkijktoren, hotspot voor toeristen en als een zichzelf bedruipende attractie voor selfies tegelijk. Op de tekening bestaat de gevel vrijwel geheel uit zonnepanelen. Ook elektrostatisch geladen waterdamp, binnen een elektrisch veld door wind in beweging gehouden, moet energie gaan produceren.

    Is hier ooit een deel van de oplossing of alleen een deel van het probleem te bewonderen?

    Tot zover de theorie. Of die in deze mate ook werkelijk functioneert, is nog niet te zeggen. En wat de vogels ervan vinden, weten we ook niet. Dat zouden we ze moeten vragen. Los van onze gevederde vrienden is het trouwens de vraag of hier iets futuristisch staat te gebeuren of dat er alleen sprake is van greenwashing, een project dat zich duurzamer voordoet dan het feitelijk is: is hier ooit een deel van de oplossing of alleen een deel van het probleem te bewonderen?

    Als dit visionaire, maar geenszins onrealistische project met succes wordt gerealiseerd, zou het een unieke hybride zijn: windkrachtcentrale en zonne-architectuur ineen. En zodoende precies wat Markus Söder (de Beierse minister-president) nu nodig heeft: een letterlijk bezienswaardige, zelfs blij stemmende oplossing voor twee actuele problemen. Want zowel met zonne- als met windenergie zitten we soms behoorlijk in onze maag.

    Groene wind

    Op deze twee natuurlijke energiebronnen is in de kwestie van het veranderende klimaat al onze hoop gevestigd. Maar veel deskundigen (zoals architecten) en hoeders van het stedenschoon houden niet van daken met zonnepanelen. En veel leken (zoals gewone mensen) en hoeders van het landschapsschoon houden niet van windturbines. Terwijl de politiek eindelijk wakker wordt en – met uitzondering van de gebruikelijke, bijna niet van idiotie te onderscheiden rechtse nostalgie – in alle verkiezingsprogramma’s een duidelijk groenere wind waait, heeft de samenleving moeite om akkoord te gaan met een energietransitie die aan hun kijkgewoonten raakt. En in die zin ook een kwestie van smaak is.

    Misschien biedt juist de waanzin waarin over het rationele op een irrationele en over het objectieve op een subjectieve manier wordt meebeslist, een uitweg uit het dilemma. Misschien heeft de energietransitie, waarvan de feitelijke noodzaak meer dan genoeg is aangetoond, niet nog meer feiten nodig. Maar moeten we die met eigen ogen kunnen zien. Misschien moet de push die nog nodig is niet zozeer uit de kracht van argumenten komen, maar uit de kracht van suggestie. Misschien heeft de klimaatverandering, die steeds sneller steeds apocalyptischer beelden produceert, ook symbolen van hoop en veelbelovende architectuur nodig.

    Na de overstromingsramp in West-Duitsland werden de talkshows op tv overspoeld met mensen die de noodzaak van een radicaal andere klimaat- en milieupolitiek verkondigden. Alweer. Het onderwerp ligt allang waar het thuishoort: op straat, de straat die eigenlijk een weiland had moeten zijn. Alleen bestaat er voor groene oplossingen weliswaar veel ostentatief verkondigde goede wil, maar aan het einde van de verkiezingsdag blijkt merkwaardigerwijs dat er tot nu toe nog steeds geen politieke meerderheid voor is. Daarom krijgen windturbines en zonnedaken een betekenis die de functionele betekenis verre overstijgt. In het gunstigste geval worden ze het emblematische handelsmerk van de energietransitie. Betekenisvolle symbolen en daarmee transformatoren naar een nieuw tijdperk.

    Futuristisch manifest 

    De kritiek op alle pogingen om de energiehonger van de mensheid te stillen door een pact te sluiten met zon en wind, zodat de nu al levensbedreigende klimaatverandering niet nog erger wordt, is nog steeds opmerkelijk robuust. De energietransitie, van fossiele, CO2-uitstotende energiedragers naar regeneratieve, schone bronnen, is allang geen technisch vraagstuk meer, maar een probleem van maatschappelijke acceptatie. En precies op dat punt komt er een factor in het spel die er ogenschijnlijk niets mee te maken heeft: de esthetiek.

    Wat we nu moeten formuleren, is een soort Futuristisch manifest 2.0. Om het geheugen wat op te frissen: het oprichtingsmanifest van het Futurisme, op 20 februari 1909 gepubliceerd in Le Figaro, is te danken aan de enerzijds door het fascisme en anderzijds door het anarchisme beïnvloede, krankzinnige ideeën van Filippo Tommaso Marinetti, dichtend advocaat van beroep en daarnaast actief als revolutionair. In het manifest bezweert hij op eloquente wijze het moderne tijdperk: als een tijd waarin de overlevering wordt vervloekt en reikhalzend wordt uitgekeken naar het per se ‘nieuwe’. En dat zo allesomvattend dat het opkomende totalitarisme er net zozeer in zit als het verlangen naar een niet alleen nieuwe, maar ook betere wereld.

    Er is nu niet alleen behoefte aan een nieuw ecologisch evenwicht, maar ook aan een nieuwe esthetiek

    Vanuit hedendaags gezichtspunt moet de manifeste onzin in het manifest – waarin wordt geconcludeerd dat raceauto’s mooier zijn dan antieke beeldhouwwerken en dat musea moeten worden gesloopt en parkeergarages moeten worden gebouwd, en waarin dynamiek en versnelling de nieuwe middelen tegen alle kwalen zijn – niet al te serieus worden genomen. Maar het manifest maakte toch enorm veel los. Zowel in de doelstellingen van het Bauhaus van Walter Gropius als in veel andere op esthetiek gebaseerde stromingen in het begin van de twintigste eeuw zijn er elementen van terug te vinden. Futurisme, Bauhaus, rationalisme: ze waren (en zijn in principe nog steeds) allemaal succesvol mede omdat ze de stromingen van hun tijd een gemeenschappelijke en zichtbare noemer gaven. Het nieuwe denken was ook altijd een nieuw verlangen. En een nieuwe manier van kijken.

    Daarom is nu niet alleen behoefte aan een nieuw ecologisch evenwicht, maar ook aan een nieuwe esthetiek, aan nieuwe architecten, landschapsarchitecten en ontwerpers. Zij beheersen de kunst om zon en wind tot de beelddragers van een op zijn beurt vernieuwde tijd te maken. Het gaat niet alleen om ingenieurstechniek, het gaat ook om de overtuigingskracht van de vorm. De wind, zie Rotterdam, kan ook een beeldbepalend oriëntatiepunt zijn; de zon, zie Rotterdam, moet niet leiden tot stuitend gepruts op de daken. Ecologie kan ook een kracht worden, juist van de esthetiek. Goed leven is wellicht niet voldoende, het moet ook mooi leven zijn. 

  • Tekort aan groene waterstof in de EU belemmert energietransitie

    Tekort aan groene waterstof in de EU belemmert energietransitie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Geen WTA-toernooien meer in China vanwege affaire-Peng Shuai

    » Amerikaanse apotheken verantwoordelijk gehouden voor opioïdencrisis

    Productiecapaciteit groene waterstof loopt achter op vraag

    Groene waterstof is een belangrijk element in de strijd tegen klimaatverandering, maar volgens wetenschappers van zes Duitse onderzoeksinstituten is groene waterstof nog lang niet in voldoende hoeveelheden beschikbaar, bericht Der Spiegel. Dat staat in een rapport over energietransitie, gefinancierd door het Duitse federale ministerie van Onderwijs en Onderzoek.

    Groene waterstof wordt uitsluitend met hernieuwbare energie gewonnen

    Volgens het rapport zal waterstof tot 2030 een ondergeschikte rol spelen en is grote politieke daadkracht nodig om de productiecapaciteit en het gebruik van groene waterstof uit te breiden. Vooralsnog zal waterstof moeten worden gereserveerd voor die toepassingen waar directe elektrificatie met groene stroom niet mogelijk is, bijvoorbeeld in de ammoniak- en staalproductie, of als e-fuel voor langeafstandsvluchten en de scheepvaart. Dit alles zolang nog onduidelijk is in welke hoeveelheden en tegen welke prijs waterstof in de toekomst kan worden geproduceerd. Om in 2030 aan slechts één procent van de EU-energievraag te kunnen voldoen met groene waterstof, zal de productie vanaf 2023 jaarlijks met ongeveer 70 procent moeten toenemen. Dat kan alleen als de Europese doelstelling tot uitbreiding van de elektrolysecapaciteit voor de productie van waterstof wordt gehaald.

    Groene waterstof, die uitsluitend met hernieuwbare energie wordt gewonnen, kan als basis dienen voor brandstoffen ter vervanging van kolen, olie en aardgas. Duitsland wil de uitbreiding van lokale hernieuwbare energie uit wind en zon bevorderen, maar gaat ervan uit dat een groot deel van de benodigde hoeveelheid waterstof aanvankelijk zal moeten worden geïmporteerd. Want niet alleen de hoeveelheid elektriciteit die wordt opgewekt uit zonne- en windenergie is onvoldoende, ook de productiefaciliteiten voor waterstof schieten tekort.

    Lees ook:

  • Europees landbouwbeleid: een ‘mislukte’ groene hervorming

    Europees landbouwbeleid: een ‘mislukte’ groene hervorming

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Oorverdovende stilte in de Chinese media rondom tennisster Peng Shuai

    » VS: Droogte zorgt voor andere kijk op waterzuivering

    De Groenen en klimaatbewuste boeren zijn teleurgesteld

    Het nieuwe gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) dat dinsdag door het Europees Parlement is goedgekeurd, is bedoeld om de landbouw te ‘vergroenen’. Maar het heeft de parlementsleden van de Groenen en boeren die de strijd tegen de klimaatverandering willen aangaan, grotendeels teleurgesteld. ‘Het bereikte compromis is bij lange na niet in staat om de beloofde klimaatdoelstellingen te halen’, aldus Der Tagesspiegel, dat zei dat Europa heeft ‘gefaald’ in zijn landbouwhervorming.

    ‘Lidstaten hebben de speelruimte om het beleid naar eigen inzicht ten uitvoer te brengen’

    De hervorming, die van toepassing zal zijn vanaf januari 2023, omvat premies voor boeren die deelnemen aan veeleisender milieuprogramma’s, milieuvriendelijker technieken gebruiken of het dierenwelzijn helpen verbeteren. De lidstaten zullen tussen 2023 en 2027 gemiddeld 25 procent per jaar van de rechtstreekse betalingen aan deze ‘ecoregelingen’ moeten besteden, met de mogelijkheid om in de eerste twee jaar slechts 20 procent uit te geven, schrijft Courrier International.

    Elk land moet tegen eind 2021 ook een ‘strategisch plan’ opstellen waarin het gedetailleerd uiteenzet hoe het de EU-middelen gaat gebruiken. Brussel zal ook moeten nagaan of het nationale landbouwbeleid in overeenstemming is met de doelstellingen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen (Green Deal) en om het gebruik van pesticiden tegen 2030 met 50 procent te verminderen, waarbij een kwart van de grond voor biologische landbouw wordt gereserveerd.

    ‘Is dit wishful thinking?’ vraagt de Belgische krant Le Soir zich af. ‘Deels omdat de lidstaten de speelruimte hebben om het beleid naar eigen inzicht ten uitvoer te brengen’, aldus de Belgische krant.

    Lees ook:

  • VS: Droogte zorgt voor andere kijk op waterzuivering

    VS: Droogte zorgt voor andere kijk op waterzuivering

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Europees landbouwbeleid: een ‘mislukte’ groene hervorming

    » Oorverdovende stilte in de Chinese media rondom tennisster Peng Shuai

    Van afvalwater naar kraanwater

    Steeds meer Amerikaanse steden willen afvalwater zuiveren en het daarna weer als kraanwater leveren aan huizen en bedrijven. Rondom Los Angeles zorgen dergelijke plannen nog maar zelden voor ophef, terwijl twee decennia geleden soortgelijke pogingen zoveel weerstand opriepen dat ze moesten worden opgegeven, schrijft AP News. Op sommige plekken is waterzuivering zelfs al ingevoerd, zoals in het nabijgelegen Orange County.

    Droge regio’s gedwongen zijn hun watervoorziening uit te breiden vanwege een groeiende bevolking

    ‘De houding van het publiek wat betreft het recyclen van afvalwater is veranderd’, aldus David Nahai, voormalig directeur van het Los Angeles Department of Water and Power. Dat het concept, dat ooit minachtend ‘van-toilet-naar-kraan’ werd genoemd, nu wordt geaccepteerd, komt doordat droge regio’s gedwongen zijn hun watervoorziening uit te breiden vanwege een groeiende bevolking en intense droogte door klimaatverandering. Andere ideeën die aan kracht winnen, zijn het opvangen van het afvoerwater van beken en wegen na stormen en het ontdoen van zout en andere mineralen uit zeewater, een proces dat nog steeds relatief duur is.

    Lees ook:

  • Amerikaanse druif moet Franse wijn redden

    Amerikaanse druif moet Franse wijn redden

    De Franse autoriteiten hebben zevenentachtig jaar lang geprobeerd om winterharde Amerikaanse hybriden te verbieden. Klimaatverandering en de natuurwijnbeweging brengen daar verandering in.

    De wijnstokken waren ooit verboden omdat ze gekte en blindheid zouden veroorzaken. Zwaaiend met geld en sancties had de Franse overheid ze bijna uitgeroeid.

    Maar daar zijn ze. Op een heuvelflank langs een kronkelend bergweggetje in een vergeten uithoek van Zuid-Frankrijk blaken de verboden vruchten van gezondheid. Aan het begin van een avond niet lang geleden inspecteert Hervé Garnier opgelucht zijn wijngaard. In een jaar waarin aprilvorst en ziekte de totale Franse wijnproductie hebben gedecimeerd, kleuren zijn druiven, een Amerikaanse hybridevariëteit genaamd jacquez die sinds 1934 door de Franse regering is verboden, al rood. Als het in de vroege herfst niet plotseling koud wordt staat niets een nieuwe oogst meer in de weg.

    ‘Er is echt geen reden voor een verbod,’ zegt Garnier. ‘Ik zou niet weten waarom, het is nergens op gebaseerd.’ Garnier is een van de laatste der Mohikanen in een langdurige strijd tegen het Franse wijnestablishment en zijn bondgenoten in Parijs. De Franse regering probeert al zevenentachtig jaar lang de jacquez en vijf andere Amerikaanse druivensoorten uit de Franse bodem te rukken, met als argument dat ze slecht zijn voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de mens en ook nog eens slechte wijn opleveren.

    Klimaatverandering

    Maar de afgelopen jaren, waarin de oprukkende klimaatverandering overal in Europa funeste gevolgen heeft voor de wijnoogst en natuurwijnen waaraan geen pesticiden te pas komen steeds populairder worden, heeft de robuustheid van de Amerikaanse soorten de guerrilla van wijnmakers als Garnier een duwtje in de rug gegeven.

    Hoewel Frankrijk al in 2008 toezegde het gebruik van pesticiden te zullen halveren, is het de afgelopen tien jaar alleen maar toegenomen. Wijngaarden beslaan iets meer dan vier procent van het Franse landbouwareaal maar waren in 2019 goed voor vijftien procent van het totale pesticidegebruik in het land, aldus het Franse ministerie van Landbouw.

    ‘Deze wijngaarden leveren een overvloedige oogst op zonder irrigatie, zonder kunstmest en zonder andere behandelingen,’ zegt Christian Sunt, lid van ‘Fruits Oubliés’ (Vergeten Vruchten), een groep die zich inzet voor de legalisering van de Amerikaanse druivensoorten. Terwijl hij in zijn wijngaard in het zuiden van de Cevennen, in de buurt van het stadje Anduze, trots op zijn verboden wijnstokken wijst met onder andere de clinton en de isabelle, voegt hij eraan toe: ‘Deze soorten zijn ideaal voor het maken van natuurwijn.’

    Amerikaanse druiven spelen al lange tijd een belangrijke rol in het tumultueuze en emotionele Frans-Amerikaanse wijnverleden en hebben de Franse productie beurtelings bedreigd en nieuw leven ingeblazen. Het begon allemaal halverwege de negentiende eeuw, toen Amerikaanse wijnstokken naar Europa werden getransporteerd en er een druifluis meeliftte die bekendstaat als fylloxera. Waar Amerikaanse druivenstokken bestand waren tegen deze plaag, hadden hun Europese tegenhangers geen schijn van kans. De vraatzuchtige luizen vielen hun wortels aan zodat de rest van de plant geen voedingsstoffen meer kreeg en veroorzaakten de grootste crisis in de geschiedenis van de Franse wijn. De luis vernielde miljoenen hectares, luidde de doodsklok voor talloze wijngaarden en joeg werkloze Fransen naar hun kolonie Algerije.

    ‘Het was de enige keer dat de Amerikanen, onze Amerikaanse vrienden, Frankrijk zijn komen redden’

    Na een kwart eeuw lijdzaam te hebben toegezien hoe de traditionele wijncultuur van Europa instortte, kregen de knapste wijnkoppen van de wereld een goddelijke openbaring. De genezing school in het gif: de Amerikaanse wijnstokken.

    Sommige wijnboeren entten Europese wingerds op resistente Amerikaanse wortelstokken. Andere kruisten Amerikaanse en Europese wingerds en produceerden soorten die Amerikaanse hybriden gingen heten, zoals de jacquez. De met de ondergang bedreigde Franse wijnindustrie leefde weer op.

    ‘Dat maakt tot op de dag van vandaag indruk,’ zegt Thierry Lacombe, docent ampelografie, oftewel wijnstokkunde, aan Montpellier SupAgro, een Franse landbouwuniversiteit. ‘Het was de enige keer dat de Amerikanen, onze Amerikaanse vrienden, Frankrijk zijn komen redden.’

    Vossenurine

    De Franse wijnwereld raakte verdeeld in twee kampen, aanhangers van geënte en aanhangers van hybride druiven. De enters bleven wijn produceren van de pinot, merlot, cabernet sauvignon en andere klassieke Europese druivensoorten. De Amerikaanse hybriden, zeiden ze vaak, roken naar vossenurine. Toch waren de Amerikaanse hybriden overal in Frankrijk in trek. Omdat ze sterker waren en makkelijker te verbouwen, waren ze vooral populair in rurale gebieden als de Cevennen. Families plantten ze op heuvelflanken waar niets anders wilde gedijen. Ze lieten ze op priëlen groeien, met aardappelbedden eronder, om iedere vierkante centimeter grond productief te maken. Dorpelingen werkten samen bij het oogsten en wijn maken en gebruikten een gemeenschappelijke kelder.

    Waar de pinot noir bij de identiteit van de Bourgogne hoort, ging de jacquez bij de folklore van de noordelijke Cevennen horen, waaronder het dorp Beaumont. En in de zuidelijke Cevennen heerste de clinton (spreek uit clèn-ton). ‘Als je hier in een café een glas clinton serveert, wordt erom gevochten,’ zegt Christian Sunt, een zeventigjarige gepensioneerde houtvester. ‘Als de clinton niet langer verboden zou zijn, zou een wijnmaker die “clinton” op zijn fles zette tien keer meer verkopen dan als hij er “syrah” of “cabernet sauvignon” op zou zetten.’

    Vandaag de dag hebben de Amerikaanse soorten nog maar een miniem aandeel in de totale Franse wijnproductie. Maar aan het begin van de vorige eeuw was dat aandeel door al het enten en de hybriden enorm.

    Om de overproductie te verminderen werden de zes Amerikaanse soorten bij wet verboden

    Ook Algerije werd een belangrijke wijnexporteur naar het Franse moederland. Omdat Frankrijk inmiddels overspoeld werd door wijn, werd rond Kerstmis 1934 in allerijl een wetswijziging doorgevoerd. Om de overproductie te verminderen werden de zes Amerikaanse soorten, waaronder hybriden zoals de jacquez en zuivere Amerikaanse druiven zoals de isabelle, bij wet verboden, met als voornaamste reden dat ze slechte wijn zouden opleveren. Productie voor privéconsumptie werd toegestaan, maar niet voor commerciële doeleinden.

    Volgens Lacombe had de regering nog meer hybriden willen verbieden maar werd daarvan afgezien vanwege de gevolgen van het eerste verbod. Daarna zorgde de oorlog voor verder uitstel. Pas in 1950, toen er op een derde van alle Franse wijngaarden nog hybriden werden verbouwd, begon de regering de zes verboden druiven echt de nek om te draaien, zegt Lacombe. Eerst kwamen er premies op het uitrukken van de verboden wijnstokken, daarna werden de wijnboeren met boetes bedreigd. Vervolgens haalde de Franse regering, die haar greep op de situatie begon te verliezen, oneigenlijke argumenten van stal, zoals dat Amerikaanse druiven schadelijk zouden zijn voor lichaam, en geest, aldus Lacombe. Hij voegt eraan toe dat de huidige verdedigers van deze wijnsoorten terecht op de inconsistente houding wijzen waaraan de Franse overheid zich in het verleden heeft schuldig gemaakt.

    De clinton en de jacquez zouden een kalme dood gestorven zijn als er begin jaren zeventig geen ‘terug-naar-het-plattelandbeweging’ was ontstaan die mensen als Hervé Garnier naar de Cevennen bracht. De inmiddels 68-jarige Garnier, afkomstig uit Noordwest-Frankrijk, was ooit een langharige middelbare scholier die stad en land afreisde om Jimi Hendrix, The Who en Janis Joplin te zien optreden. Een halve eeuw later vertelt hij vrolijk hoe hij onder de militaire dienstplicht uitkwam na slechts zeven uur op een basis te hebben verbleven waar hij om een gesprek met een psycholoog had verzocht, had geweigerd samen met anderen te eten en voor allerlei andere overlast had gezorgd. Toen hij een week na zijn ontslag in 1973 zomaar wat aan het liften was, kwam hij in het dorp Beaumont in de Cevennen terecht waar hij onmiddellijk besloot een verlaten perceel te kopen, dat hij voornamelijk afbetaalde met het repareren van daken in de regio en elders. Enkele jaren later belandde hij bijna toevallig in de wijnmakerij. Twee broers op leeftijd vroegen hem hun jacquezdruiven te oogsten in ruil voor de helft van de wijnproductie. Hij hoorde de geschiedenis van de verboden wijnranken en kocht uiteindelijk de wijngaarden van de broers.

    ‘Frankrijk is een geweldig wijnland. Om dat te blijven moeten we ons openstellen’

    Tegenwoordig produceert hij 3400 flessen per jaar van zijn donkergekleurde, fruitige ‘Cuvée des vignes d’antan’ (Oogst van wijnstokken van weleer). Hij omzeilde het verbod met de  oprichting van een culturele, niet-commerciële vereniging, ‘Association Mémoire de la vigne’ (Vereniging ter herdenking van de wijnstok) genaamd. Een lidmaatschap van tien euro levert een fles op.

    Gezien de toenemende gevolgen van de klimaatverandering en de weerstand tegen het gebruik van pesticiden hoopt Garnier dat de verboden druiven gelegaliseerd zullen worden en dat de Franse wijnindustrie zich zal openstellen voor een nieuwe generatie hybriden, zoals Duitsland, Zwitserland en andere Europese landen al hebben gedaan. ‘Frankrijk is een geweldig wijnland,’ zegt hij. ‘Om dat te blijven moeten we ons openstellen. We kunnen niet blijven hangen in wat we al weten.’

  • Ontbossing Braziliaanse Amazone sterk toegenomen

    Ontbossing Braziliaanse Amazone sterk toegenomen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Vrijspraak veroordeelden voor de moord op Malcolm X

    » Voor 7 euro met de trein van Madrid naar Valencia

    Meer bos verdwenen dan in de afgelopen vijftien jaar

    In de periode van augustus 2020 tot juli 2021 is in het Braziliaanse Amazonegebied een oppervlakte van 13.235 vierkante kilometer ontbost, een toename van 22 procent ten opzichte van het voorgaande jaar, zo blijkt uit een officiële raming van het Braziliaanse Nationaal Instituut voor Ruimteonderzoek (INPE), meldt het dagblad O Globo.

    Dit is de grootste ontbossing in vijftien jaar en maakt deel uit van ‘een opwaartse trend die al vier jaar aanhoudt’, aldus INPE. Het Braziliaanse dagblad merkt op dat ‘het rapport later dan gebruikelijk werd gepubliceerd’. ‘Ontbossing is de belangrijkste bron van CO2-uitstoot in Brazilië, dat zijn cijfers niet op tijd heeft ingediend voor de klimaatconferentie van Glasgow.’ Het INPE-document is echter gedateerd op 27 oktober, drie dagen voor het begin van COP26.

    Lees ook:

  • China en VS verrassen op klimaattop met gezamenlijk akkoord

    China en VS verrassen op klimaattop met gezamenlijk akkoord

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Merkel roept Poetin op in te grijpen bij crisis Pools-Belarussische grens

    » Zuid-Koreaanse professor geeft college in bad

    Verklaring biedt hoop op een ambitieus slotakkoord

    Het is een ‘onverwachte verzoening’ die ‘zou kunnen doorwerken in de slotbesprekingen’, merkt Le Soir op. Als ’s werelds grootste uitstoters van broeikasgassen hebben China en de Verenigde Staten woensdag tijdens COP26 in Glasgow een verrassende klimaatovereenkomst aangekondigd: de twee belangrijkste wereldmachten hebben aangekondigd ‘krachtigere maatregelen te nemen om de ambities in de jaren 2020 te verhogen’, waarbij de landen opnieuw bevestigen zich te zullen inzetten voor een wereldwijde temperatuurstijging die beperkt blijft tot ‘ruim onder’ de 2 graden Celsius ten opzichte van het pre-industriële tijdperk, en indien mogelijk tot 1,5 graden.

    Beijing en Washington beloven ook financiële steun voor arme landen om zich aan te passen aan het veranderende klimaat en hun uitstootdoelen te halen.

    ‘China en de VS spraken voor het eerst sinds lange tijd als bondgenoten in de strijd tegen de opwarming van de aarde’

    ‘Dit pact tussen ’s werelds twee grootste vervuilers verraste de duizenden deelnemers’ aan COP26, merkt The New York Times op. China en de Verenigde Staten spraken woensdag voor het eerst sinds lange tijd ‘als bondgenoten in de strijd tegen de opwarming van de aarde’, schrijft het Amerikaanse dagblad. De krant betreurt echter dat het akkoord ‘details mist’ over hoe de twee landen het in de praktijk willen aanpakken.

    Voor Matt McGrath, milieucorrespondent van BBC, doet de gezamenlijke verklaring de hoop twee dagen voor het einde van COP26 stijgen. In de woensdag gepresenteerde overeenkomst ‘erkennen beide landen dat er een enorme kloof gaapt tussen de inspanningen die de landen tot dusver hebben geleverd om de uitstoot te beperken, en wat volgens de wetenschap nodig is. De bereidheid om die kloof te dichten maakt een sterke overeenkomst hier in Glasgow mogelijk’, aldus de journalist.

    Lees ook:

  • De grootste delegatie op COP26 is die van de fossiele industrie

    De grootste delegatie op COP26 is die van de fossiele industrie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Rechter: Trump moet documenten bestorming Capitool vrijgeven

    » Christchurch ontslaat tovenaar

    Lobby heeft meer vertegenwoordigers dan welk land dan ook

    Olie-, kolen- en gasbedrijven hebben meer vertegenwoordigers op de klimaattop in Glasgow dan de acht delegaties van de landen die het zwaarst door de klimaatcrisis worden getroffen: Puerto Rico, Myanmar, Haïti, de Filipijnen, Mozambique, de Bahama’s, Bangladesh en Pakistan, schrijft Público.

    Het aantal vertegenwoordigers van olie-, steenkool- of gasbedrijven bedraagt 503 personen

    ‘De fossiele-brandstoflobby laat van zich horen op de klimaattop. Haar aanwezigheid in Glasgow is zo groot dat, als deze industriële sector een land zou zijn, zij de grootste delegatie zou hebben van de gehele COP26’, aldus de Spaanse onlinekrant. Dit blijkt uit de gegevens die zijn verzameld door de organisatie The Global Witness, die meldt dat het aantal vertegenwoordigers van olie-, steenkool- of gasbedrijven 503 personen bedraagt.

    De grootste staatsdelegatie die deelneemt aan COP26 is die van Brazilië, met 479 vertegenwoordigers. Het Verenigd Koninkrijk, dat de top voorzit, telt 230 afgevaardigden.

    Global Witness wijst er ook op dat sommige landen, zoals Canada, Rusland en Brazilië, vertegenwoordigers van nationale fossiele-brandstofbedrijven in hun delegaties hebben, wat de onderhandelingen zou kunnen ophouden en vertragen.

    Lees ook:

  • Groot deel Amerikanen twijfelt over oorzaken klimaatverandering

    Groot deel Amerikanen twijfelt over oorzaken klimaatverandering

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Nicaragua: Ortega wint als ‘farce’ bestempelde presidentsverkiezingen

    » Volgens Greta Thunberg is COP26 nu al ‘een mislukking’

    45 procent denkt niet dat de mens grotendeels verantwoordelijk is

    Dit jaar werd gekenmerkt door enorme bosbranden in de VS en zware overstromingen in Europa en Azië. Experts brengen die natuurrampen in verband met de klimaatcrisis, maar veel Amerikanen worstelen met de vraag waarom deze crisis zich precies voordoet. Dat blijkt uit een peiling die werd gehouden in opdracht van VICE News, The Guardian en Covering Climate Now, een week voordat COP26, de conferentie over klimaatverandering in Glasgow, begon.

    8,3 procent gelooft helemaal niet in opwarming van de aarde

    Uit de gegevens blijkt dat klimaatverandering een belangrijke kwestie is voor kiezers in de VS, na gezondheidszorg en sociale programma’s. Voor ondervraagden met een universitair diploma en Democratische kiezers staat klimaatverandering zelfs op de eerste plaats, schrijft ViceNews. Maar ook al gelooft 69,5 procent van de respondenten dat opwarming van de aarde een feit is, er bestaat verdeeldheid over de oorzaak. 45 procent denkt niet dat de mens grotendeels verantwoordelijk is voor de opwarming van de aarde, maar dat die ontstaat door ‘natuurlijke veranderingen in het milieu’ of ‘andere’ oorzaken. 8,3 procent gelooft helemaal niet in opwarming van de aarde.

    Lees ook:

  • In Mozambique worden olifanten zonder slagtanden geboren door stroperij

    In Mozambique worden olifanten zonder slagtanden geboren door stroperij

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Voor het eerst in drie jaar stemt Israëlisch parlement in met begroting

    » Italianen maken weer thuis pasta

    In de jaren tachtig werd 90 procent van de olifanten gedood

    Onderzoekers stelden vast dat jaren van conflict in Mozambique hebben geleid tot een groter aantal olifanten zonder slagtanden.

    Tijdens de burgeroorlog tussen 1977 en 1992 slachtten strijders van beide kanten olifanten om oorlogsinspanningen te financieren met ivoor. In een regio die nu Gorongosa National Park heet, werd ongeveer 90 procent van de olifanten gedood. De overlevende olifanten hadden iets gemeenschappelijks: de helft van de vrouwtjes had van nature geen slagtanden, terwijl voor de oorlog minder dan een vijfde geen slagtanden had.

    De helft van de vrouwtjesolifanten heeft geen slagtanden meer

    Na de oorlog gaven de overlevende vrouwtjes zonder slagtanden hun genen door met verwachte, maar ook verrassende resultaten. Ongeveer de helft van hun dochters had geen slagtanden. Verbluffender was dat twee derde van hun nakomelingen vrouwelijk was, schrijft NBC. De jaren van burgeroorlog ‘veranderden het evolutietraject in die populatie’, aldus evolutionair bioloog Shane Campbell-Staton van de Princeton University. Evolutie wordt doorgaans gezien als een traag verlopend traject, maar blijkbaar vinden soms ook op korte termijn veranderingen plaats.

    Lees ook:

  • President eilandstaat Palau hekelt gebrek aan klimaatactie

    President eilandstaat Palau hekelt gebrek aan klimaatactie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Europese Unie loopt achter op het gebied van microchips

    » David Beckham wordt cultureel ambassadeur van Qatar

    ‘U kunt net zo goed onze eilanden bombarderen’

    Tijdens de VN-klimaattop COP26 in Glasgow waarschuwde president Surangel Whipps Jr. van Palau voor de dramatische gevolgen van de klimaatcrisis voor de archipel in het westelijk deel van de Stille Oceaan. Zoals de lokale krant Pacific Island Times berichtte, zei de president:

    ‘Wij zien de brandende zon die ons aan ondraaglijke hitte blootstelt, de zee die opwarmt en ons overspoelt, de krachtige winden die ons omverblazen, onze hulpbronnen die in rap tempo uitgeput raken en onze toekomst die ons ontglipt. Ik zal eerlijk zijn, er is niets waardigs aan een langzame, pijnlijke lijdensweg. U kunt net zo goed onze eilanden bombarderen, in plaats van ons eindeloos te laten lijden en ons aan een langzaam, onverbiddelijk einde te tegemoet zien gaan.’

    Als de zeespiegel blijft stijgen, dreigen de eilanden in de Stille Oceaan onder water te lopen

    Surangel Whipps Jr. riep wereldleiders op om meer geld uit te trekken voor de aanpak van klimaatproblemen. Aangenomen wordt dat tussen 500 miljoen en een miljard mensen gevaar lopen door de stijging van de zeespiegel als gevolg van de opwarming van de aarde en het smeltende ijs. Dit is het geval voor de bewoners van de Palau-archipel en voor een groot deel van de eilanden in de Stille Oceaan. Als de zeespiegel blijft stijgen, dreigen de eilanden in de Stille Oceaan onder water te lopen. Ook koraalriffen dreigen vernietigd te worden, schrijft Courrier International.

    Lees ook:

  • VS tegen ontbossing Amazone

    VS tegen ontbossing Amazone

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » China wil nog geen expats

    » Spanje ziet gasprijs verder stijgen door conflict Algerije-Marokko

    VS kondigt regionaal pact aan om ontbossing tegen te gaan

    De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Antony Blinken heeft tijdens een bezoek aan Colombia aangekondigd dat zijn land een regionaal pact zal lanceren om de ontbossing in het Amazonegebied tegen te gaan, bericht MercoPress. Blinken prees de ambitieuze milieudoelen van Colombia: president Iván Duque legt zich erop toe ontbossing in 2030 tot staan te brengen.

    Blinken deed zijn uitspraken kort voor de VN-milieutop die de eerste twee weken van november in het Schotse Glasgow worden gehouden. Ze kunnen worden gezien als een poging om een van de belangrijkste oorzaken van de opwarming van de aarde aan te pakken. Tijdens de top werd er al op dinsdag een akkoord bereikt om ontbossing te stoppen.

    Lees ook:

  • Waarom veel bedreigde landen afwezig zijn op COP26

    Waarom veel bedreigde landen afwezig zijn op COP26

    Opmerkelijk genoeg ontbreken op de klimaattop COP26 in Glasgow, die zondag is begonnen, veel van de landen die als eersten grote risico’s lopen door klimaatverandering. Redenen voor hun afwezigheid lopen uiteen van geldgebrek tot gebrekkige organisatie door COP26.

    Eilandstaten in de Stille Oceaan spelen vaak een grote rol op VN-klimaatconferenties. De toespraken en samenwerkingsverbanden van leiders van landen die dreigen te verdwijnen onder de stijgende zeespiegel, tonen wat er daadwerkelijk op het spel staat. Om voor de hand liggende redenen dringen deze leiders ook het hardst aan op ambitieuze klimaatovereenkomsten die hun kwetsbare landen zullen beschermen. Desondanks zal een derde van de kleine eilandstaten en gebieden in de Stille Oceaan geen mensen afvaardigen naar COP26, de klimaattop die nog tot 12 november duurt, aldus Jocelyn Timperley in haar artikel voor Wired UK.

    Dit is voornamelijk het gevolg van de quarantaineverplichtingen waarmee ze te maken zouden krijgen bij terugkeer naar hun grotendeels coronavrije landen. Persbureau Reuters meldde dat slechts vier leiders van deze eilanden, Fiji, Papoea-Nieuw-Guinea, Tuvalu en Palau, COP26 zullen bijwonen.

    Catastrofaal

    Laaggelegen eilanden in de Stille Oceaan worden geteisterd door de klimaatcrisis en dan niet alleen door stijgende temperaturen en veranderende weerpatronen, maar vooral door de stijgende zeespiegel die ertoe kan leiden dat hele landen onder water kunnen komen te staan.

    COP26 wordt gezien als een evenement met een bijzonder hoge inzet omdat de conferentie de deadline markeert voor de tweede ronde van nationale klimaattoezeggingen, die om de vijf jaar worden gedaan. Het is dus een cruciaal moment voor het intensiveren van de klimaatambities. De huidige klimaattoezeggingen zullen deze eeuw voor een temperatuurstijging van 2,7 graden Celsius zorgen volgens de VN, ruim boven de doelstelling van anderhalve graad van het akkoord van Parijs, die al catastrofaal zal zijn voor veel eilanden in de Stille Oceaan.

    Eilanden in de Stille Oceaan zullen weliswaar vertegenwoordigers hebben op de conferentie, maar de afwezigheid van hogere regeringsvertegenwoordigers is onwenselijk. Dit zijn overigens niet de enige belangrijke mensen die op COP26 zullen ontbreken. Covid-19-beperkingen, lange visumprocedures, stijgende hotelprijzen en veranderend quarantainebeleid hebben ervoor gezorgd dat veel potentiële afgevaardigden thuis zijn gebleven. Als gevolg hiervan hebben de plannen van COP-voorzitter Alok Sharma om van de conferentie ‘een inclusieve top’ te maken ‘waar alle stemmen worden gehoord’ een schrille bijklank gekregen.

    ANP 440059708 1
    De Angolese president João Lourenço spreekt tijdens COP26. – © Adrian Dennis / Pool Photo via AP

    Saleemul Huq, directeur van het International Centre for Climate Change and Development in Bangladesh, merkt op dat de meeste landen die voorheen op de rode lijst van het Verenigd Koninkrijk stonden – en wiens inwoners dus in verplichte quarantaine moesten –, de armste ontwikkelingslanden waren. Hoewel het VK nu de meeste landen van de rode lijst heeft gehaald, wat zeker heeft geholpen om de conferentie te kunnen bijwonen, ‘zullen velen het nog steeds niet halen’, zegt hij.

    De warrige beslissingen van het VK met betrekking tot de rode lijst hebben het voor sommigen nog moeilijker gemaakt. Als reactie op aandringen van maatschappelijke organisaties bood het VK aan om de kosten van een verplichte vijfdaagse quarantaine volledig te dekken. Dit aanbod kwam nadat het vereiste quarantaineverblijf in hotels al eerder was teruggebracht van tien naar vijf dagen voor COP26-aanwezigen.

    Toen het VK begin oktober 47 landen van de rode lijst schrapte, hadden velen al vliegtickets gekocht, en moesten ze dus alsnog vijf extra dagen accommodatie betalen ter vervanging van de quarantaineperiode. Dat zegt Alejandro Aleman, coördinator van de Latijns-Amerikaanse tak van het invloedrijke non-profitnetwerk Climate International Network (CAN).

    Twee derde van de leden van Latijns-Amerikaanse organisaties die normaal gesproken zouden deelnemen, zijn er niet bij

    ‘Ten minste vier organisaties van CAN Latijns-Amerika die ik ken, hebben hun deelname geannuleerd omdat ze zich die extra dagen niet konden veroorloven’, zegt Aleman. Hij schat dat ongeveer twee derde van de leden van Latijns-Amerikaanse maatschappelijke organisaties die normaal gesproken zouden deelnemen aan VN-klimaatbesprekingen, er niet bij zijn bij COP26.

    Dan zijn er ook nog vertragingen geweest met visa voor afgevaardigden. Maria Aguilar, advocaat bij de Colombiaanse non-profit Ambiente y Sociedad, zegt dat ze op 27 juli een visum aanvroeg om COP26 bij te wonen, dat pas op 20 oktober arriveerde, een dag voor haar vlucht. ‘Dus mijn hele planning was onzeker’, zegt ze. ‘Ik kon nog bellen en reageren omdat ik Engels spreek en een creditcard bij de hand had, maar ik kan me voorstellen dat mensen die dat allemaal niet hebben veel meer problemen ervaren.’

    Een gebrek aan participatie van het maatschappelijk middenveld uit landen die kwetsbaar zijn voor klimaatverandering zal een aanzienlijke impact hebben op de resultaten van de conferentie, denkt Aleman. CAN Latijns-Amerika is bijvoorbeeld een voorstander van een vergoeding voor verlies en schade door klimaatverandering, zoals het verlies van huizen of land, tot ‘pijler van de onderhandelingen’ te maken, iets waar veel rijke landen zich krachtig tegen hebben verzet.

    Begin september kwam de kritiek op COP26 tot een hoogtepunt toen CAN opriep om de conferentie uit te stellen, met het argument dat ‘een veilige, inclusieve en rechtvaardige wereldwijde klimaatconferentie’ nu onmogelijk was. De UK COP26 Coalition, die de oproep steunde, zei dat er geen tijd meer was om een ‘normale en inclusieve’ conferentie te organiseren.

    Maar veel kwetsbare landen waren het daar niet mee eens en voerden aan dat COP26, die vanwege de pandemie al een jaar vertraging had opgelopen, ondanks de problemen door moest gaan. Aguilar vindt ook dat het uitstellen van COP26 geen optie was. ‘We zien al dat uitstel vanwege covid-19, waardoor klimaatactie is vertraagd, verdere schade heeft veroorzaakt’.

    Rijken en machtigen

    Ondertussen zijn veel van de rijkste landen met grote delegaties aanwezig op COP26. De VS, traditioneel een zeer machtige speler bij VN-besprekingen, zullen naar verluidt dertien kabinetsleden en hoge regeringsfunctionarissen sturen naast tientallen andere afgevaardigden. Volgens Politico werden de organisatoren van de conferentie overspoeld met aanvragen van rijken en machtigen die aanwezig willen zijn. ‘Mijn gevoel is dat de kloof in participatie tussen de machtige landen en de kwetsbaren groter wordt’, zegt Aleman.

    De Chinese president Xi Jinping woont de conferentie niet bij, maar de leider van van ’s werelds grootste vervuiler heeft er ongetwijfeld voor gezorgd dat berichten over zijn eisen en wensen zullen worden doorgegeven. Zowel koningin Elizabeth als de paus hebben hun aanwezigheid om medische redenen geannuleerd. En de Europese Unie heeft, hoewel ze nog steeds veel afgevaardigden stuurt, de opdracht gegeven om sociale evenementen op de conferentie te vermijden vanwege het toenemende aantal coronagevallen in het VK, wereldwijd gezien het op één na hoogste aantal na de VS.

    Conferenties als COP26 zijn zeker niet de enige plekken voor klimaatactie, maar er worden belangrijke beslissingen genomen en ze bieden cruciale kansen voor degenen die het meest worden getroffen door klimaatverandering om hun stem te laten horen. ‘Nu de wereld op weg is om binnen ongeveer tien jaar meer dan anderhalve graad warmer te worden, kan niemand zich het veroorloven dat de landen die het meeste risico lopen afwezig zijn’, concludeert Timperley haar artikel.

  • Klimaattop Glasgow: Wereldleiders sluiten akkoord om ontbossing te stoppen

    Klimaattop Glasgow: Wereldleiders sluiten akkoord om ontbossing te stoppen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Aantal wereldwijde coronadoden passeert de grens van 5 miljoen

    » Franse krant stopt met peilingen

    Onder andere China, Brazilië en de VS zeggen toe ontbossing tegen te gaan

    Wereldleiders hebben tijdens de klimaattop in Glasgow (COP26), die zondag is begonnen, een akkoord bereikt om ontbossing in de komende tien jaar een halt toe te roepen en het wereldwijde bomenarsenaal te vergroten als onderdeel van een miljardenpakket om de door de mens veroorzaakte uitstoot van broeikasgassen aan te pakken, bericht The Guardian.

    Xi Jinping, Jair Bolsonaro en Joe Biden behoren tot de leiders die zich dinsdag tijdens de conferentie aan de verklaring zullen verbinden om uitgestrekte gebieden te beschermen, van de oostelijke Siberische taiga tot het Kongobekken, waar zich het op één na grootste regenwoud ter wereld bevindt, aldus de Britse krant.

    Boskap is verantwoordelijk voor bijna een kwart van de uitstoot van broeikasgassen

    Boskap is verantwoordelijk voor bijna een kwart van de uitstoot van broeikasgassen, grotendeels als gevolg van landontginning voor landbouwproducten zoals palmolie, soja en rundvlees, schrijft The Guardian. Door de verklaring te ondertekenen, verbinden presidenten en eerste ministers van grote producenten en consumenten van ontbossingsgerelateerde producten zich ertoe de bosecosystemen te beschermen.

  • Het nieuwe tuinieren: ‘planten moeten tegen extremen kunnen’

    Het nieuwe tuinieren: ‘planten moeten tegen extremen kunnen’

    Britse tuinliefhebbers bereiden zich op de toekomst voor door vijgen- en olijfbomen te kopen. Maar er vallen ook slachtoffers. Zo was de pioenroos niet bestand tegen de zware regenval van afgelopen zomer.

    Hij bestaat al vierhonderd jaar: de oudste botanische tuin van Groot-Brittannië, een lusthof met medicinale planten en eeuwenoude bomen waarvan door de eeuwen heen veel beroemdheden hebben genoten, onder wie J.R.R. Tolkien en Lewis Carroll. Maar in dit jubileumjaar ziet de toekomst er toch heel anders uit voor de botanische tuin van Oxford, als gevolg van de invloed van de klimaatcrisis op het Britse weer.

    ‘We moeten heel goed overdenken wat we voor de toekomst willen planten,’ zegt de directeur van de tuin, professor Simon Hiscock. ‘Zeker als het om bomen gaat, want daarvoor moet je niet een paar jaar, maar in sommige gevallen honderden jaren vooruitdenken. We hebben onze rotstuin al opnieuw ingericht: die is nu bijna een oost-mediterraan landschap.’

    Met temperaturen tot boven de 30 graden gonsde het afgelopen zomer van de bijen rond de paarse Delphiniums en grote gele Verbascum, vertelt Hiscock. ‘De tuin deed het fantastisch bij al die zonneschijn en die warmte, en de planten vonden het heerlijk. We moeten ons ervan bewust zijn wat er met ons landschap gebeurt, nu het warmer wordt. De mediterrane tuin is zeker gemakkelijker te onderhouden dan een gewone Engelse tuin.’

    Daarbij vallen ook slachtoffers. Moderne rozen en klassieke Engelse kruidentuinen hebben behoorlijke hoeveelheden water nodig, maar de heftige buien die deze zomer ook vielen, hebben heel wat pioenen in Oxford platgeslagen.

    Vijgen en olijfbomen

    Britse tuinliefhebbers zijn al bezig zich aan te passen aan warmere omstandigheden door vijgen en olijfbomen te kopen, maar Hiscock waarschuwt dat ze daarbij wel moeten oppassen voor ziektes als xylella. Interessante alternatieven zijn volgens hem de Noord-Amerikaanse notenbomen, zoals de Carya tomentosa en de hop-haagbeuk uit Zuid-Europa, en ook de zijdeboom en het Perzisch ijzerhout hebben het dit jaar in zijn botanische tuin prachtig gedaan.

    Soorten als deze zijn in de achttiende eeuw verzameld door een van de botanici van de tuin, John Sibthorp, die in 1784 en 1794 op expeditie ging naar het oostelijke Middellandse Zeegebied. Daarbij volgde hij het spoor van de antieke Griekse arts Dioscorides, wiens boek De materia medica hij raadpleegde. Zo zocht Sibthorp zijn weg door het oostelijke Middellandse Zeegebied. De planten die hij er vond werden getekend door botanisch illustrator Ferdinand Bauer en vormden de basis van de Flora Graeca, een boek dat Hiscock ‘het botanische kroonjuweel van Oxford’ noemt.

    De eerste steen voor deze hortus botanicus werd gelegd op 25 juli 1621, nadat Henry Danvers, de eerste graaf van Danby, het twee hectare grote stuk land had gehuurd van Magdalen College om er een ‘geneeskundige tuin’ vol medicinale planten aan te leggen, bedoeld voor het onderwijs aan geneeskundestudenten. Hiscock: ‘Studenten moesten de planten die ze voor hun medicijnen zouden vermalen, kunnen onderscheiden en weten wat de eigenschappen daarvan waren. Je kunt bijvoorbeeld heel goed kleine hoeveelheden atropine, afkomstig van de giftige nachtschade, gebruiken, maar een hoge dosis daarvan kan voor je patiënt dodelijk zijn.’

    Taxusbomen

    In 1642 was de tuin aangelegd en werd hij onderhouden door de eerste beheerder, Jacob Bobart de Oudere, een Duitser die door Danvers was ingehuurd. Tijdens de Engelse Burgeroorlog, toen Charles I hof hield in Oxford, begon Bobart aan het samenstellen van een catalogus van de 1600 planten in de tuin, terwijl hij daarnaast ook fruit en groenten uit de tuin verkocht en een pub dreef, The Greyhound. Enkele taxusbomen die in zijn tijd werden geplant, staan er nog steeds.

    Rond 1830 groeide de aandacht voor experimentele botanie en werd de geneeskundetuin omgedoopt tot botanische tuin. Op dit moment biedt hij ruimte aan vijfduizend planten die worden gebruikt voor onderzoek, onderwijs en behoud van biodiversiteit. Schrijvers als Tolkien, Carroll, Evelyn Waugh, Philip Pullman en Colin Dexter hebben dankbaar gebruikgemaakt van de rust die er heerste. Er groeien ook planten die worden gebruikt voor het eigen merk gin van de tuin en voor de ter ere van dit vierhonderdjarig jubileum ontwikkelde whisky. Het jubileumjaar werd in juli afgetrapt door Chris Patten, de rector magnificus van Oxford, die een vaantjesboom (Davidia involucrata) plantte naast de boom die in 1971 ter gelegenheid van het driehonderdvijftigjarig jubileum door [oud-premier] Harold Macmillan was geplant.

    Ook is er een nieuwe soort, de Oxford Physic-roos, ontwikkeld door Peter Beales Roses en gekweekt om zijn combinatie van geur en gehardheid, al is deze roos niet zo sterk als de damastrozen die Sibthorp kweekte.

    Taaiheid wordt voor tuinliefhebbers steeds belangrijker, volgens Mark Gush, hoofd van de sectie ecologische tuinbouw binnen de Royal Horticultural Society. ‘Het gaat erom dat planten bestand zijn tegen extremen,’ zegt hij. ‘Het is niet alleen een kwestie van stijgende temperaturen, er kunnen ook periodes van extreme kou of extreme regenval, droogte of overstromingen voorkomen. In brede zin moeten mensen erover nadenken of de nadruk ligt op aanpassen aan of temperen van een veranderend klimaat.’

    Sommige planten die zijn gekweekt voor de klassieke Engelse country garden krijgen het misschien moeilijk, zegt Gush. ‘Je zou ervoor kunnen kiezen om bomen te planten die CO2 opnemen om de klimaatcrisis tegen te gaan. Ook kan het verbeteren van de grondkwaliteit helpen. Door de grond te verbeteren, het doorlatend vermogen, de hoeveelheid organisch materiaal en voedingsstoffen, vergroot je vanzelf de weerstand van elke boom of plant die
    je erin zet.’

    Tegen een stootje kunnen is het belangrijkst voor planten, vindt ook Hiscock. ‘Planten zijn veel boeiender dan dieren. Ze leven langer en zijn duurzamer, ze houden stand. Wordt het warm, dan kunnen dieren in de schaduw gaan staan of naar het noorden trekken. Maar planten blijven staan waar ze staan en houden vol.’