Onderwerpen: Klimaat

  • Zimbabwe: droogte bedreigt maisoogst

    Zimbabwe: droogte bedreigt maisoogst

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Backpackersparadijs Nepal wil weer rijke toeristen trekken

    » Raadselachtige ruïnes in Mexico zouden behoren tot ‘ecokoninkrijk’

    Risico op honger in Zuidelijk Afrika

    Ruim 80 procent van Zimbabwe heeft te maken met minder regenval dan normaal. De Zimbabwaanse president heeft daarom begin april de noodtoestand uitgeroepen. Buurlanden Zambia en Malawi troffen vergelijkbare maatregelen. Vooral de maisoogst is zwaar getroffen, schrijft Africanews. Zimbabwe verwacht tot juli 2025 zo’n 1,1 miljoen ton mais te moeten importeren.

    Een jaar geleden werd een groot deel van de regio nog getroffen door dodelijke tropische stormen en overstromingen. ‘Het is een verhaal van klimaatextremen, die volgens wetenschappers steeds vaker voorkomen en steeds schadelijker worden’, aldus de pan-Afrikaanse nieuwssite.

    Het Famine Early Warning Systems Network, een waarschuwingssysteem voor hongersnood van de Amerikaanse hulporganisatie USAID, schatte dat 20 miljoen mensen in Zuidelijk Afrika in de eerste maanden van 2024 voedselhulp nodig hebben.

  • Om de biodiversiteit te beschermen hebben we een Antarctische dierentuin nodig

    Om de biodiversiteit te beschermen hebben we een Antarctische dierentuin nodig

    De zachte koralen, zeespinnen en andere fauna die zich hebben aangepast aan ijskoude temperaturen, lopen het risico uit te sterven als het zeewater verder opwarmt. Tijd om een Antarctische dierentuin op te zetten om het ecosysteem te behouden, aldus bioloog Lloyd Peck.

    Stel je een Antarctische dierentuin voor. Getooid met winterjassen, mutsen en handschoenen betreden bezoekers het van airconditioning voorziene vogelhuis en worden getrakteerd op het schorre geschreeuw van keizerspinguïns. Op rotswanden in de buurt van zee-ijs zijn adeliepinguïns op een komische manier steentjes aan het verzamelen terwijl sneeuwstormvogels over ze heen vliegen. Op de afdeling zeezoogdieren gaan Weddellzeehonden, gevlekte blubberige wezens, langzaam kopje onder in kristalhelder water. Een dreumes in skioverall drukt haar handjes tegen het dikke glas, een paar onzichtbare centimeters verwijderd van het Zuidpoolgebied.

    Deze schepsels behoren tot zo’n andere wereld dat je als bezoeker wordt gedwongen je kijk op het leven te herzien

    Ook al zijn pinguïns en zeehonden hier de grootste dieren, het zijn de bewoners van de zeebodem, de benthische fauna, die de meeste indruk maken. Deze schepsels behoren tot zo’n andere wereld dat je als bezoeker wordt gedwongen je kijk op het leven te herzien. Er zijn zeeanemonen zo groot als een emmer, twaalfarmige zeesterren die zo groot worden als deksels van vuilnisbakken en zogeheten zeespinnen – geen familie van de op aarde levende spinachtigen – met lichamen zo klein dat hun voortplantingsorganen en spijsverteringskanaal tot in hun poten reiken. En dan zijn er de vissen, waaronder zestien soorten Antarctische ‘ijsvissen’ die in water van 2 graden onder nul leven en hun organen ijsvrij houden door hun lichaam vol antivriesproteïnen te pompen.

    Als bezoekers de hoofdzaal van deze gekoelde dierentuin verlaten, lopen ze onder een replica door van het skelet van een spitssnuitdolfijn, een soort waarmee de mens voor het eerst kennismaakte toen er in 1846 een schedel van aanspoelde op de kust van Nieuw-Zeeland. Er is hier geen ruimte voor zulke omvangrijke walvisachtigen, maar deze replica licht een tipje op van de sluier van de Zuidelijke Oceaan, die zo onmetelijk en zo weinig verkend is dat scholen van tien meter lange zoogdieren zich er moeiteloos kunnen schuilhouden.

    Wonderen 

    Helaas, zo’n centrum vol Antarctische wonderen bestaat niet. Het is een visioen van Lloyd Peck, een Britse bioloog bij de British Antarctic Survey die al drie decennia onderzoek doet naar het leven in Antarctica en de omringende Zuidelijke Oceaan. Nu delen van het continent snel opwarmen, ziet hij dat dat leven er in gevaar verkeert. Dieren die voor het broeden afhankelijk zijn van zee-ijs, zoals keizers- en adeliepinguïns en Weddellzeehonden, trekken zich terug in zuidelijke richting, het geleidelijk verdwijnende ijs achterna. De tere zachte koralen, zeespinnen en andere benthische fauna die zich hebben aangepast aan ijskoude temperaturen, lopen het risico uit te sterven als het warmere water grotere metabolische eisen stelt.

    Door Pecks ogen bekeken lijkt het visioen van een Antarctische dierentuin geen luchtkasteel maar pure noodzaak

    Door Pecks ogen bekeken lijkt het visioen van een Antarctische dierentuin geen luchtkasteel maar pure noodzaak. Maar hoewel milieuorganisaties en overheidsinstellingen geld besteden aan het beschermen van enkele charismatische soorten, blijft de dreigende ineenstorting van een uniek ecosysteem grotendeels buiten beeld. Een dierentuin kan een kwakkelend ecosysteem in leven helpen houden en, als de menselijke CO2-emissies een halt wordt toegeroepen, bijdragen aan het herstel van Antarctica. ‘We hebben zaadbanken voor de landbouw en we hebben elders dierentuinen om de afnemende biodiversiteit op peil te houden,’ zegt Peck. ‘Maar voor Antarctica ontbreekt zoiets.’

    Antarctisch dier

    Pas halverwege de negentiende eeuw beschreven wetenschappers voor het eerst een Antarctisch dier. Een van de eerste was een vlokreeft, een lid van een schaaldierenfamilie waartoe ook de strandvlooien ter grootte van een tic tac behoren die op het strand onder je voeten uiteenstuiven. Maar deze, de Glyptonotus antarcticus, wordt zo groot als je hand, een gigantisme dat je vaak aantreft bij schepsels op dit continent. Hun uitzonderlijke formaat is vermoedelijk het gevolg van het hogere zuurstofniveau van koud water, waardoor dieren meer metabolische brandstof krijgen om te groeien.

    ANP 348812670
    Reuze Antarctische zeespin (Decolopoda australis). Deze spin wordt tot wel 30 cm in diameter groot en heeft tussen de tien en twaalf poten. – © ANP

    Aan de manier waarop het continent is ontstaan dankt Antarctica zijn kustlijnen met een heel divers leven. Nadat de circumpolaire stroom het continent zo’n dertig miljoen jaar geleden had losgemaakt van Zuid-Amerika, vormde deze snelle en krachtige stroom in de Zuidelijke Oceaan een barrière voor vrijwel alle zeedieren, behalve de allersterkste. De circumpolaire stroom scheidde Antarctica ook van het warmere water van naburige oceanen, wat tot een geleidelijke afname van de temperatuur leidde. Zeventig miljoen jaar geleden bereikte de oppervlaktetemperatuur van de Zuidelijke Oceaan een tropische 21 graden; nu komt ze zelden boven de 1 graad uit.

    Er leven naar schatting zo’n twintigduizend soorten in het diepe water dat het Antarctische continent omringt

    Afkoeling was de algemene trend. Maar terwijl de aarde om haar as schommelde, waren er ook periodes van opwarming. Naargelang koude en gematigdere temperaturen elkaar afwisselden, werden zeebodems door zee-ijs en gletsjers bedekt en weer blootgelegd. Dit regelmatige sluiten en openen van habitats, zo stelt één theorie, werkte als een ‘biodiversiteitspomp’ die de benthische fauna creëerde die in beschutte hoekjes kan uitgroeien tot een onderwaterregenwoud van sponzen, zachte koralen en reusachtige zeeanemonen.

    Er leven naar schatting zo’n twintigduizend soorten in het diepe water dat het Antarctische continent omringt, een mate van diversiteit die vergelijkbaar is met andere mariene omgevingen, tropische koraalriffen uitgezonderd – en daarover is maar weinig bekend. ‘Voor maar achtduizend soorten hebben we namen,’ zegt Melody Clark, moleculair bioloog bij de British Antarctic Survey. En een naam is nog maar het beginpunt van de meeste wetenschappelijke studies; van deze achtduizend soorten, aldus Clark, kennen we alleen de levenscyclus en de ecologische relaties van een handjevol van de meest voorkomende soorten die het dichtst in de buurt van onderzoekscentra leven. Het overgrote merendeel is dus nog onbekend.

    Aanpassingen aan kou

    Clark is met name geïnteresseerd in moleculaire aanpassingen aan kou, een verschijnsel waarvan ijsvissen een schoolvoorbeeld zijn. Anders dan alle andere gewervelde dieren hebben ijsvissen geen rode bloedcellen of hemoglobine, de eiwitten in onze bloedsomloop die voor het transport van zuurstof zorgen. Hun bloedvaten zijn een derde groter dan die van even grote vissen uit gematigder regionen, zodat de zuurstof uit hun omgeving vrijelijk door hun lichaam kan circuleren. 

    ‘Ze zijn in biologisch opzicht unieker dan olifanten, leeuwen, tijgers, arenden, ouistiti’s en alle andere dieren die ons lief zijn,’ zegt Clark. ‘IJsvissen leven anders.’

    Die andere manier van leven kan nu verloren gaan. Sinds 1950 is de lucht die rond Antarctica circuleert met 3 graden opgewarmd, vijf keer zo snel als het mondiale gemiddelde. Naar verwachting zal de temperatuur van het oppervlaktewater van de Zuidelijke Oceaan de komende vijftig jaar met 1 graad stijgen. Voor dieren die zijn aangepast aan water waarvan de temperatuur onveranderlijk onder nul is, kan zo’n kleine verhoging reusachtige gevolgen hebben. Warmer water bevat minder zuurstof; de helderbloedige ijsvissen zijn evolutionair gezien misschien ten dode opgeschreven, zegt Clark.

    Volgens sommige schattingen zal het aantal landdieren op het continent met twee derde afnemen als Antarctica opwarmt en het zee-ijs terugtrekt

    Hun precaire situatie is niet uniek. Volgens sommige schattingen zal het aantal landdieren op het continent met twee derde afnemen als Antarctica opwarmt en het zee-ijs terugtrekt; de prognose voor zeedieren is al even rampzalig. Uit experimenten van Peck en Clark zelf blijkt dat zelfs de geringste opwarming ertoe leidt dat mosdiertjes en borstelwormen, de belangrijkste kolonisatoren van zeebodems langs de kust, metabolische veranderingen ondergaan waardoor ze niet langer genoeg voedingsstoffen binnenkrijgen tijdens de vier maanden lange poolnacht, waarin de planktonpopulatie waarmee ze zich gewoonlijk voeden van nature afneemt.

    Aanpassingsvermogen aan kou

    Maar waarom zouden we proberen al die soorten te redden? Wat is de waarde van een soort? Wie ligt er wakker van als een ijsvis waarvan je nog nooit hebt gehoord in de krochten van de diepe tijd verdwijnt? Eén veelgehoord argument is dat deze dieren met hun aanpassingsvermogen aan kou ons veel kunnen leren over weefselbehoud, of over enzymen die industriële processen bij lage temperaturen mogelijk zouden maken. Vanuit een minder utilitair oogpunt beschouwd zijn deze schepsels de evolutionaire producten van een natuurlijk experiment dat waarschijnlijk nooit meer herhaald zal worden. Omdat het continent door de circumpolaire stroom van de rest van de wereld is gescheiden, biedt Antarctica plaats aan een groot aantal endemische soorten waarvan je ruwweg de helft nergens anders op aarde aantreft.

    Als een endemische soort in Antarctica verloren gaat, gaat hij overal verloren. Een stukje erfgoed van de aarde verdwijnt dan. Er zijn geen populaties waardoor het misschien gereproduceerd zal worden – voorlopig niet, tenminste.

    En dan kunnen we over vijfhonderd jaar misschien een ecosysteem herbouwen’

    Maar zolang er vloeibare stikstof voorhanden is, kan genetische data eindeloos worden bewaard. Voordat er faciliteiten voor levende dieren worden gebouwd, zou zowel Clark als Peck graag een ‘bevroren dierentuin’ zien voor genetisch materiaal dat afkomstig is van de fauna van het continent. Dit zou niet alleen een basis leggen voor het bestuderen van de biologische grondslag van de aanpassing aan kou, maar het ook mogelijk maken, als we Pecks toekomstvisie voor de lange termijn mogen geloven, om soorten zelfs na hun uitsterving te herintroduceren. ‘Als het dan weer afkoelt, heb je tenminste de informatie om te herscheppen wat er was,’ zegt hij. ‘En dan kunnen we over vijfhonderd jaar misschien een ecosysteem herbouwen.’

    Het opslaan van DNA is veel eenvoudiger dan het huisvesten van pinguïns, zeehonden en de duizenden schepsels waarvan we bijna niets afweten, maar toch zou het een enorme toer zijn. Om genoeg van hun diversiteit te conserveren zouden van alle twintigduizend Antarctische soorten minstens twintig tot vijftig individuen moeten worden verzameld. En die twintigduizend soorten staan alleen voor dieren die groot genoeg zijn om met het blote oog te worden waargenomen.

    Raderdiertje

    Ook de microscopisch kleine wezens van Antarctica zijn uniek en in extreme mate aangepast aan de kou; niet alleen de gewervelde dieren van Antarctica zijn bijzonder, ook het beerdiertje, het raderdiertje en de draadworm verschillen sterk van hun verwanten uit gematigder regionen. En dan zijn er nog de bacteriën die bijvoorbeeld leven op plekken waar het vaste gesteente kaal is als gevolg van bergwinden en de temperaturen tijdens de donkere winters zakken tot 55 graden onder nul. Ook die zouden gesampled moeten worden.

    Hoe omvangrijk en ingewikkeld zo’n onderneming ook zou zijn, onvoorstelbaar is die niet, vooral niet omdat de kosten van DNA-sequencing elk jaar dalen. ‘Als er geld beschikbaar was, zouden we zoiets vrij makkelijk voor elkaar kunnen krijgen,’ zegt Clark. ‘Er is gewoon nog nooit een initiatief toe genomen.’

    Met nog meer financiële middelen zouden er voor de Antarctische fauna ook projecten voor voortplanting in gevangenschap kunnen worden ontwikkeld; misschien niet op de enorme schaal die Pecks visioen van een gesloten ecosysteem impliceert – al zou dat er uiteindelijk wel uit kunnen voortvloeien – maar voldoende om te zorgen dat een handvol Antarctische endemische wezens de flessenhals van de klimaatverandering doorkomt. Maar om dat te laten gebeuren moet er nu wel een begin worden gemaakt.

    ‘We weten minder van het beheer van die soorten dan bij enige andere diersoort,’ zegt Peck. Van de meeste soorten reusachtige zeespinnen weten wetenschappers niet eens wat ze eten, laat staan dat ze in staat zijn ze tot paren aan te sporen of in leven te houden in gevangenschap. ‘Ook al zouden we hier nu serieus mee beginnen, dan nog zal het waarschijnlijk drie decennia duren voordat we echt goede faciliteiten hebben,’ vervolgt Peck. ‘We hebben misschien nog hooguit vijf decennia voordat we in het Zuidpoolgebied significante aantallen soorten beginnen te verliezen. Als we zo’n vorm van natuurbehoud niet op poten zetten, zullen we onvermijdelijk soorten kwijtraken.’

    Maar als er geen koude gebieden zijn, wat moet je dan?

    Zoals een stad zich niet alleen laat definiëren door de mensen die er wonen, zo is Antarctica meer dan zijn fauna alleen. Het is een oord van rust en onmetelijke leegte. Miljoenen jaren lang zijn enorme brokken ijs door wind en golven tot een eindeloze variëteit van flonkerende blauwe vormen gebeeldhouwd. Naast het gekraak en geknal daarvan is het uitademen van een walvis het enige andere geluid. Het is onmogelijk zo’n ruimte te simuleren.

    Of hij nu levende dieren of hun DNA-sequenties bevat, een Antarctische dierentuin is een manier om een ecosysteem voor de ondergang te behoeden. Het is beslist een deprimerend vooruitzicht: een continent dat is gereduceerd tot een paar in gevangenschap levende bubbels. Een herinnering aan een wereld die verloren is gegaan. Maar toch, zou een herinnering niet beter zijn dan helemaal niets? In een ideale wereld zou de ergste klimaatverandering worden voorkomen en zou de unieke fauna van Antarctica er zonder kleerscheuren afkomen, maar nu is het tijd om ons op het ergste voor te bereiden.

    ‘Ik vraag vaak aan mijn studenten: als er iets opwarmt, wat verdwijnt er dan?’ zegt Peck. ‘Dat zijn de koude gebieden. Er zullen hete gebieden zijn voor hete dingen. Er zullen warme gebieden zijn voor warme dingen. Maar als er geen koude gebieden zijn, wat moet je dan?’

  • De Chinese greentech-industrie ziet steeds meer kansen in Zuidoost-Azië

    De Chinese greentech-industrie ziet steeds meer kansen in Zuidoost-Azië

    ‘Schone energie’ is voor steeds meer Zuidoost-Aziatische landen, van Indonesië tot Vietnam, reden om de banden met Beijing aan te halen. Spanningen in de Zuid-Chinese Zee veranderen daar niets aan.

    Op het Indonesische eiland Bintan, aan een smalle zeestraat tegenover Singapore, verrijst op maar een steenworp afstand van een toeristische badplaats een nieuw industrieel complex.

    Het begon met een aluminiumraffinaderij, die wordt gerund door Bintan Alumina Indonesia en deels eigendom is van het Chinese Shandong Nanshan Aluminium. Het volgende project is een aluminiumsmelterij, waarvan de opening staat gepland voor eind 2023, en een aluminiumfabriek die naar verluidt eind 2028 aluminiumblokken zal gaan leveren voor elektrische voertuigen.

    De uitbreiding van het complex wordt door omwonenden met gemengde gevoelens gadegeslagen. Jongeren op Bintan zijn voor werk niet langer alleen aangewezen op toerisme of visserij. Maar er is ook milieuschade. Er stroomt afvalwater in zee en de kolencentrale die het complex van energie voorziet spuit roet de lucht in.

    De milieutol van de productie van aardmetalen voor ‘greentech’ zijn voor veel Indonesiërs een bekend verhaal. Maar deel uitmaken van de groene productieketen van China wordt als groot goed beschouwd door de Indonesische regering, die alles op alles zet om buitenlandse investeerders aan te trekken in de aardmetaalwinning en daarmee werkgelegenheid te creëren en een moderne productie-economie te worden. 

    Steeds meer kansen

    De Chinese greentech-industrie ziet steeds meer kansen in Zuidoost-Azië. De komst van Chinese investeerders is zeer welkom in de regio, die vooral door het Westen onder druk wordt gezet om zijn CO2-emissies te reduceren zonder dat daar financiële middelen tegenover staan. De Chinese investeringen stellen de Zuidoost-Aziatische landen ook in staat aan te haken bij een van de opwindendste opkomende bedrijfstakken ter wereld en hun eigen waardeketens te ontwikkelen op het gebied van ‘schone’ technologie.

    Chinese bedrijven zien de regio op hun beurt als een politiek vriendelijke locatie voor buitenlandse productiefaciliteiten, niet in de laatste plaats om milieutechnische redenen, zoals in het geval van de aluminiumraffinaderij op Bintan. 

    Geopolitiek wordt van steeds groter belang naarmate de VS China meer uit hun hightech-sector proberen te weren en hun eigen productieketens voor groene technologie proberen te creëren die de invloedssfeer van China omzeilen. Daarmee is Zuidoost-Azië verstrikt geraakt in de steeds fellere strijd van de supermachten om technologische suprematie, waarbij landen zich soms gedwongen zien te kiezen tussen Washington en Beijing. Maar veel regeringen in de regio proberen beide kanten tot investeringen te verleiden.

    Het Internationaal Energieagentschap (IEA) meldde afgelopen januari in een rapport dat China het leeuwendeel voor zijn rekening zal nemen van de wereldwijde toename in productiecapaciteit voor een aantal greentech-producten die naar verwachting de komende zes jaar zal plaatsvinden, waaronder 85 procent van alle zonnemodules en windturbinebladen en meer dan 90 procent van al het anode- en kathodemateriaal voor accu’s.

    Het IEA voegde daaraan toe dat de Chinese investeringen in de productieketen voor schone energie ‘een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan het wereldwijd verlagen van de kosten van cruciale technologie, waarvan de transitie naar schone energie op tal van manieren heeft geprofiteerd’. Zo zijn volgens een afgelopen mei gepubliceerd rapport van Wood Mackenzie Chinese zonnemodules 57 procent goedkoper dan die welke in de VS en de Europese Unie worden geproduceerd.

    Strafheffingen

    Intussen worden er stappen gezet om de Chinese dominantie te pareren, zoals de Inflation Reduction Act (IRA) die in augustus 2022 werd aangenomen door het Amerikaanse Congres en die bedrijven op het gebied van schone energie die zich in de VS vestigen flinke belastingvoordelen biedt, met uitzondering van Chinese bedrijven. 

    In de EU is intussen kortgeleden een onderzoek gestart naar de mogelijkheid om strafheffingen op Chinese EV’s in te voeren en daarmee de eigen fabrikanten van elektrische voertuigen te beschermen. BYD, dat gevestigd is in Shenzen en inmiddels meer elektrische auto’s verkoopt dan Tesla, heeft overal in Zuidoost-Azië investeringen gedaan, net als veel andere Chinese autofabrikanten. Ook producenten van zonnepanelen en accu’s hebben de nieuwe markt bestormd.

    Ontwikkelde landen onder leiding van de VS en de EU hebben vorig jaar in het kader van het zogeheten Just Energy Transition Partnership gezamenlijk 35,5 miljard dollar toegezegd om Indonesië en Vietnam te helpen bij het uitfaseren van kolencentrales en het versneld overstappen op duurzame energie, maar tot dusver is er geen cent uitgekeerd. Dit in schril contrast met de miljarden dollars die China al in greentech-gerelateerde projecten in Zuidoost-Azië heeft gestoken. Over de Amerikaanse betrokkenheid bij de regio rezen kortgeleden opnieuw twijfels nadat president Biden afgelopen september verstek had laten gaan bij de ASEAN-top in Jakarta. Ondertussen was de Chinese premier Li Qiang niet alleen wel bij de top aanwezig, maar smeedde hij ook sterkere economische banden met Zuidoost-Aziatische leiders door het ondertekenen van een uitgebreidere versie van het vrijhandelsverdrag tussen ASEAN en China, inclusief bepalingen ten aanzien van groene economie en productieketens.

    Door hun pogingen hun eigen greentech-industrie te beschermen lopen de VS en de EU ook het gevaar sommige Zuidoost-Aziatische landen van zich te vervreemden. Een duidelijk voorbeeld is Indonesië, de grootste economie in de regio. De Indonesische ambities op het gebied van accu’s en EV’s zijn in gevaar gebracht door de Inflation Reduction Act omdat Indonesië geen vrijhandelsverdrag heeft met de VS en de meeste accu-gerelateerde projecten van het land worden gesteund door Chinese investeringen. Onderhandelingen over een beperkt vrijhandelsverdrag met Washington slepen zich al maanden voort.

    Andere Zuidoost-Aziatische landen waar Chinese fabrikanten van zonnepanelen actief zijn, voelen de druk eveneens. Het Amerikaanse ministerie van Handel verklaarde afgelopen augustus dat het forse invoerrechten zal instellen voor bepaalde zonne-energieproducten uit Cambodja, Maleisië, Thailand en Vietnam nadat ze ontdekten dat deze in wezen worden geproduceerd door Chinese bedrijven ‘die hun zonne-energieproducten via deze landen verschepen om antidumpingheffingen en antisubsidierechten te ontlopen’.

    Dit voorbeeld illustreert de hachelijke positie van Zuidoost-Aziatische landen die de ambitie hebben een hub te worden voor de door de Chinees-Amerikaanse spanningen verstoorde productieketens. Cui Tiankai, een gepensioneerde Chinese diplomaat en de langstzittende ambassadeur die China ooit in Washington heeft gehad, bekritiseerde de Inflation Reduction Act tijdens een recent bezoek aan Jakarta: ‘Nu hebben ze een nieuwe term, “deriskeren”. Maar wat is deriskeren? Volgens mij is het Amerikaanse beleid het risico, niet China. De Amerikaanse regering probeert de productieketen te veranderen of zelfs af te snijden. Dat druist heel erg in tegen de logica van de markt. Die strategie zal schadelijk zijn voor onze gezamenlijke pogingen om met behulp van nieuwe energiebronnen de klimaatverandering tegen te gaan en het milieu te redden.’

    Met medewerking van Francesca Regalado in Bangkok, Ramon Royandoyan in Manila, Lien Hoang in Ho Chi Minh City, Ismi Dayamanti in Jakarta en Norman Goh in Kuala Lumpur.

  • Wereldnieuws: Groot Barrièrerif lijdt aan ‘massale’ verbleking & meer

    Wereldnieuws: Groot Barrièrerif lijdt aan ‘massale’ verbleking & meer

    Leger moet zakenimperium ontmantelen

    Hotels, golfbanen, televisiekanalen, grond. De militairen van Thailand staan al lange tijd aan het hoofd van een zeer lucratief imperium. De regering is van plan daar een einde aan te maken, aldus Bangkok Post.

    De regering heeft verklaard dat het leger al zijn niet-militaire commerciële activiteiten moet opgeven

    De eerste stap is de overdracht van de Kantarat-golfbaan, die in bezit was van de luchtmacht. Het terrein zal worden gebruikt voor de uitbreiding van Don Mueang, de luchthaven van Bangkok, zo bevestigde een woordvoerder van het ministerie van Defensie. De luchthavenautoriteiten proberen al meer dan vier jaar om de 57 hectare van de golfbaan tussen de twee start- en landingsbanen van de luchthaven terug te krijgen. Het stuk grond is al 68 jaar in bezit van de luchtmacht.

    De regering van Srettha Thavisin heeft verklaard dat het leger al zijn niet-militaire commerciële activiteiten moet opgeven. Deze omvatten het beheer van een enorme portefeuille van onroerend goed en hotels, golfbanen en zelfs energiecentrales. 

    jonas from berlin noK6LAtgWlE unsplash 1
    © Unsplash

    The Expedition in Pursuit of Rare Meats

    De muurschildering The Expedition in Pursuit of Rare Meats van Rex Whistler is sinds kort weer te zien in Tate Britain samen met een werk van Keith Piper, Viva Voce, een videowerk op twee schermen waarin Whistler wordt ondervraagd door een fictieve professor. De muurschildering uit 1927 is omstreden omdat deze onder andere een zwart kind toont dat bij zijn moeder is weggehaald – die naakt in een boom is afgebeeld – om tot slaaf te worden gemaakt, evenals karikaturen van Chinezen.

    Piper zegt dat het juist belangrijk is om de beledigende muurschildering te laten zien

    Piper zegt dat het juist belangrijk is om de beledigende muurschildering te laten zien en ‘de geschiedenis te begrijpen’. Het museumrestaurant, waar de muurschildering zich bevindt, werd in 2020 gesloten nadat de ethische commissie van Tate Gallery het kunstwerk als aanstootgevend had aangemerkt.

    GettyImages 1177461871 1
    © Getty Images

    Alabama wil ivf-klinieken in bedrijf te houden

    Het parlement in Alabama heeft wetgeving aangenomen die aanbieders van in-vitrofertilisatie vrijwaart van civiel- en strafrechtelijke aansprakelijkheid. Dat schrijft The New York Times. Deze wet was nodig omdat een uitspraak van het Hooggerechtshof van Alabama had bepaald dat ingevroren embryo’s als kinderen moeten worden beschouwd, nadat een kliniek was aangeklaagd vanwege het vernietigen hiervan. Als gevolg topten vruchtbaarheidsklinieken in de staat hun behandelingen. 

    Na de ondertekening van de wet gaf ten minste één grote kliniek aan de embryotransfers in het kader van ivf-behandeling te hebben hervat. Een andere aanbieder zei tegen The New York Times dat hij niet zeker was van de reikwijdte van de bescherming en zou wachten op ‘juridische opheldering’. Wetgevers en juristen erkenden dat de wet geen antwoord gaf op existentiële vragen die door de rechtbank waren opgeworpen over wanneer iets als een mens kan worden beschouwd, waardoor de kans bestaat dat de wet in de rechtbank alsnog wordt aangevochten. 


    Voormalig sekswerker helpt vrouwen met hiv

    In Oeganda heeft een op de drie vrouwen die actief is als sekswerker hiv. In de gehele bevolking ligt het percentage dat geïnfecteerd is met het virus op 5 procent – een grote verbetering ten opzichte van dertig jaar geleden, toen dat nog 30 procent was. 

    In de sloppenwijken van Kampala ‘doet één vrouw er alles aan om de situatie te verbeteren’, schrijft Africanews over Deborah Nakatudde. Nakatudde is een voormalig sekswerker die al op vijftienjarige leeftijd in het vak verzeild raakte nadat haar ouders overleden. 

    Sinds 2010 is Oeganda erin geslaagd hiv met 77 procent terug te dringen

    Ze woont en werkt in Bwaise, een van de grootste sloppenwijken in Kampala. In 2008 koos een organisatie voor seksuele en reproductieve gezondheid haar als peer educator voor vrouwen in de sloppenwijk. Maar na afloop van het project voelde Nakatudde dat er een dringende behoefte was om het werk voort te zetten. Ze startte haar eigen organisatie, Serving Lives Under Marginalisation (SLUM), die campagne voert tegen seksueel overdraagbare aandoeningen onder sekswerkers in de sloppenwijken van de stad.

    Nakatudde werkt samen met openbare gezondheidsinstellingen in Kampala om hiv-testen en -behandelingen voor sekswerkers mogelijk te maken. Haar stichting licht de sekswerkers ook voor over preventiemethoden, zoals condoomgebruik of pre-expositie profylaxe medicatie (PrEP). Volgens Nakatudde bereikt ze elk jaar meer dan 350 sekswerkers.

    Sinds 2010 is Oeganda erin geslaagd hiv met 77 procent terug te dringen. Dat percentage moet in 2030 nul bedragen. 


    Groot Barrièrerif lijdt aan ‘massale’ verbleking

    Het Groot Barrièrerif is in acht jaar tijd voor de vijfde keer getroffen door een massale koraalverbleking zonder weerga. Dit is het resultaat van een zeehittegolf, ‘een nieuw teken van de verslechterende vooruitzichten voor dit Australische zeewonder als gevolg van de opwarming van de aarde’, schrijft The Sydney Morning Herald.

    Onderzoek wijst uit dat twee derde van het 2300 kilometer lange rif tekenen van verbleking vertoont

    Onderzoek vanuit de lucht wijst uit dat twee derde van het 2300 kilometer lange rif tekenen van verbleking vertoont, kondigden de autoriteiten aan. De huidige verbleking volgt op vergelijkbare meldingen van aangetaste riffen op het noordelijk halfrond over de hele wereld in de afgelopen twaalf maanden. Ze zijn getroffen door koraalverbleking als gevolg van hogere oceaantemperaturen die worden veroorzaakt door klimaatverandering en bovendien het gevolg zijn van het weerfenomeen El Niño in de Stille Oceaan. 

    Moofushi bleached corals

    Methaanuitstoot energie­sector op recordhoogte

    De uitstoot van methaan door de wereldwijde energiesector heeft vorig jaar een recordhoogte bereikt, zo blijkt uit gegevens die woensdag zijn vrijgegeven door het Internationaal Energieagentschap (IEA). Hoewel dit krachtige broeikasgas verantwoordelijk is voor ongeveer 30 procent van de cumulatieve opwarming van de aarde sinds de industriële revolutie, werd er tot voor kort geen rekening mee gehouden in internationale klimaatovereenkomsten.

    Dat veranderde in 2021, toen tijdens de klimaattop in Glasgow een alliantie van zo’n honderd landen zich ertoe verplichtte de wereldwijde uitstoot van dit broeikasgas tegen 2030 met 30 procent te verminderen. Een van de sectoren waarin volgens deskundigen het gemakkelijkst aanzienlijke reducties kunnen worden bereikt, is energie (de andere grote uitstoters zijn landbouw en veeteelt). Maar ondanks alle toezeggingen in de afgelopen jaren is de uitstoot nog steeds niet gedaald. ‘De methaanuitstoot van fossiele brandstoffen gaat onverminderd door en voedt zo de klimaatcrisis,’ aldus El País.

    Het IEA schat dat de uitstoot van deze energiesector in 2023 130 miljoen ton bedroeg

    Het Internationaal Energieagentschap schat dat de uitstoot van deze energiesector in 2023 130 miljoen ton bedroeg. Lekkage in de olie-industrie – bijvoorbeeld tijdens de winning en het transport – was goed voor 50 miljoen ton. Daarna volgen steenkoolgerelateerde werkzaamheden (40 miljoen) en aardgas (30 miljoen). Nog eens 10 miljoen ton was gerelateerd aan de verbranding van biomassa. De uitstoot van vorig jaar steeg ten opzichte van 2022 en is vergelijkbaar met die van 2019, toen het vorige record werd gevestigd, aldus het IEA.

    ‘Het is essentieel om de uitstoot te verminderen,’ verklaarde Christophe McGlade, hoofd van de afdeling energievoorziening van het IEA, tijdens een virtuele ontmoeting met de internationale pers. Het IEA blijft echter optimistisch. ‘Verwacht wordt dat de inspanningen om de methaanuitstoot te verminderen in 2024 zullen versnellen,’ aldus het internationale agentschap.

    Tijdens de laatste klimaattop in Dubai zijn zo’n tweehonderd regeringen overeengekomen om ‘de methaanuitstoot tegen 2030 aanzienlijk te verminderen’. Het rapport dat woensdag werd gepresenteerd, wijst erop dat ‘als alle toezeggingen’ die ‘tot nu toe door landen en bedrijven zijn gedaan, volledig en op tijd worden uitgevoerd, het voldoende zou zijn om de methaanuitstoot van fossiele brandstoffen tegen 2030 met 50 procent te verminderen’.

    GettyImages 1220601620
    © Getty Images
  • Qatar promoot aardgas als ‘groener’ alternatief voor steenkool

    Qatar promoot aardgas als ‘groener’ alternatief voor steenkool

    Qatar probeert van de energietransitie te profiteren door de productie van ‘transitiebrandstof’ aardgas op te voeren. ‘Elk brokje steenkool dat door gasmoleculen wordt vervangen is winst voor het klimaat’, aldus columnist Javier Blas.

    De energietransitie is een wedstrijd met winnaars en verliezers, dus tegenover elke energiebron die wint zal er uiteindelijk ook een zijn die verliest. De belangrijkste strijd is die tussen hernieuwbare energie en fossiele brandstoffen. Maar binnen het kamp van de fossiele brandstoffen woedt tussen aardgas en steenkool ook een strijd om de eerste plaats. En één land probeert die strijd in het voordeel van aardgas te beslissen. 

    Voorstanders van aardgas noemen het een ‘transitiebrandstof’, een stapsteen waarmee de wereld de stroomproductie kan vergroenen door steenkoolcentrales te verruilen voor aardgascentrales. 

    Nog afgezien van het probleem van methaanlekken zijn er twee obstakels die het moeilijk maken om koning steenkool van de troon te stoten: de prijs en de verkrijgbaarheid. Steenkool is spotgoedkoop en in veel ontwikkelingslanden in overvloed aanwezig. Gas moet in vloeibare vorm geïmporteerd worden en is de afgelopen twee jaar, sinds de Russische inval in Oekraïne, schrikbarend duur geworden. Het is dan ook geen verrassing dat Aziatische landen zoals Bangladesh, Pakistan en Thailand, die in lng (liquefied natural gas, oftewel vloeibaar aardgas) ooit een niet al te moeilijke en niet al te dure manier zagen om te vergroenen, daar nu twijfels over beginnen te krijgen. China en India, samen goed voor ongeveer een derde van de wereldbevolking, hebben de laatste jaren weer zwaarder ingezet op steenkool en hechten vooral aan de energiezekerheid die dat biedt. Het steenkoolverbruik blijft dus hoog en bereikte vorig jaar zelfs een recordhoogte.

    Overschot

    Maar dan komt Qatar, dat kleine emiraatje in het Midden-Oosten met een van de grootste fossiele brandstofschatten ter wereld in zijn bodem: voor biljoenen dollar aan aardgasreserves. Al is het nog zo rijk aan fossiele brandstoffen, Qatar heeft paradoxaal genoeg belang bij een succesvolle energietransitie – afhankelijk van hoe je ‘succes’ definieert. Voor Qatar, en voor veel andere spelers van Team Realpolitik in het energie- en klimaatdebat, betekent succes eerst en vooral dat steenkool verruild wordt voor aardgas. Vanuit dat oogpunt is het niet moeilijk te begrijpen waarom Qatar, als de op twee na grootste lng-exporteur ter wereld, haast maakt met een enorme uitbreiding van zijn productiecapaciteit, ook al zal daarmee volgens velen de productie straks de vraag overtreffen. De Qatarese minister van Energie Saad Al-Kaabi heeft een simpele verklaring voor die snelle uitbreiding. ‘Het enige wat ons van nieuwe projecten kan weerhouden, is de gedachte dat er geen markt voor is,’ zei hij op 25 februari.

    Al is het nog zo rijk aan fossiele brandstoffen, Qatar heeft paradoxaal genoeg belang bij een succesvolle energietransitie

    De aankondiging van Qatar kwam net een maand nadat het Witte Huis had besloten voorlopig geen toestemming meer te geven voor nieuwe lng-projecten in eigen land – wat door sommige complotdenkers werd opgevat als een teken dat Doha van Washington wil profiteren. Maar dat denk ik niet. De werkelijkheid is dat Qatar goed let op wat er in Azië gebeurt en daarop inspringt. Wat het emiraat niet openlijk zegt, maar wat elke gasconsument zelf kan bedenken, is dat het land de markt met aanbod overspoelt in de hoop dat aardgas dan zo goedkoop en makkelijk verkrijgbaar wordt dat het de vraag zal aanjagen. Simpel gezegd: Qatar probeert Aziatische landen gerust te stellen dat gas een betrouwbare transitiebrandstof is, waarmee ze van steenkool kunnen afstappen zonder hun financiën of energiezekerheid in gevaar te brengen. 

    Momenteel kan Qatar ongeveer 77 miljoen ton lng per jaar exporteren, waarmee het land na de VS en Australië de grootste mondiale leverancier is. Tot een paar dagen geleden streefde het naar een uitbreiding van zijn productiecapaciteit met 60 procent tot 126 miljoen ton. Samen met de verwachte aanboduitbreiding van de VS was dat al genoeg om tot een overschot op de lng-markt te leiden. Maar op 25 februari kwam Qatar met plannen voor een nog agressievere uitbreiding: een verhoging met 85 procent naar 142 miljoen ton vóór 2030. ‘Dat is een enorme hoop’, is mijn eufemistische samenvatting van de reactie van andere marktpartijen.

    Belang

    Niet alleen wil Qatar de markt overspoelen, het trekt zich ook niets aan van de gebruikelijke manier waarop exportfaciliteiten voor lng worden gebouwd. Normaliter laten de exporterende landen hun afnemers eerst langetermijncontracten tekenen en gebruiken ze die toezeggingen dan om het project te financieren en te bouwen. Qatar gaat gewoon aan de slag nog voor het afnemers heeft, het betaalt de faciliteiten uit eigen zak en zoekt er later wel kopers bij. Het helpt dat Qatar van alle gasproducerende landen waarschijnlijk de laagste kosten heeft. En voor een soeverein land is het makkelijker dan voor een commercieel bedrijf om voor zo’n langetermijnstrategie te kiezen.

    Qatar overspoelt de markt met aardgas in de hoop dat het dan zo goedkoop en makkelijk verkrijgbaar wordt dat het de vraag zal aanjagen

    Gaat het Qatar lukken? Voor de mate van succes zullen niet de gasprijzen maar de volumes bepalend zijn. Qatar is in 2019 uit de OPEC gestapt en is er duidelijk op gebrand de gasmarkt te vergroten, ook al leidt dat tot lagere prijzen. In Azië zijn de lng-prijzen al tot onder de tien dollar per miljoen BTU [BTU is een Amerikaanse eenheid voor energie. 1 BTU is de hoeveelheid energie die er nodig is om de temperatuur van een pond water te verhogen met 1 graad Fahrenheit en staat ongeveer gelijk aan 1060 joule] gezakt, van de recordprijs van ruim zeventig dollar in 2022. Het ergste wat een gasrijk land kan overkomen, is dat de herinnering aan de schaarste en de hoge prijzen van de afgelopen jaren de groei van het lng-gebruik van twee kanten afknijpt: doordat landen steenkool blijven gebruiken als primaire fossiele brandstof voor stroomproductie, terwijl ze bovendien werken aan de uitbouw van hun zonne- en windenergiecapaciteit. 

    Niet iedereen ziet in lng een ideale transitiebrandstof in de strijd tegen de klimaatcrisis. Maar elk brokje steenkool dat door gasmoleculen wordt vervangen is winst voor het klimaat, dus hebben we er allemaal belang bij dat het plan van Qatar slaagt.

  • Hoe onderzoek je de zeestroming bij Antarctica als het ijs meters dik is? Met een zeehond

    Hoe onderzoek je de zeestroming bij Antarctica als het ijs meters dik is? Met een zeehond

    In de Antarctische Weddellzee verhindert een ijsbarrière dat gletsjers terugstromen in de oceaan. Maar hoelang houdt die het nog uit? Een team van wetenschappers onderzocht het met medewerking van de bewoners van Antarctica.

    Hoe onderzoek je zeestromingen op plekken waar de oceaan meestal bedekt is met zulke dikke ijsschotsen dat het zelfs voor ijsbrekers moeilijk wordt? Horst Bornemann, een dierenarts aan het Alfred Wegener Instituut voor polair en zeeonderzoek (AWI) in Bremerhaven, heeft daarvoor een blaaspijp nodig met een verdovingspijl, een minisensor van slechts 600 gram met een satellietzender en een beetje tweecomponentenlijm. Én een geschikte zeehond. 

    In de ochtend hebben hij en zijn collega Mia Wege van de Universiteit van Pretoria aan de hand van satellietbeelden een gebied met ijsschotsen uitgekozen dat ze nu vanuit de lucht verkennen. ‘Robben op drie uur!’ zegt Bornemann, die vooraan naast de piloot het beste uitzicht heeft op de Weddellzee. De helikopter vliegt een flauwe bocht naar rechts en kantelt licht. Op de achterbank kijkt Wege door een verrekijker om de dieren die op het ijs dutten te determineren. ‘Twee krabbeneters,’ zegt ze met een wegwerpgebaar. De meest voorkomende robbensoort van Antarctica is te klein voor de zender en blijft meestal dicht bij het wateroppervlak. De piloot draait weg en vliegt naar de volgende ijsschol.

    Ze moeten een weddellrob zien te vinden – die soort is groter en jaagt tot op vele honderden meters diepte op vissen

    Ze moeten een weddellrob zien te vinden – die soort is groter en jaagt tot op vele honderden meters diepte op vissen. Met hulp van dat dier willen de onderzoekers belangrijke oceanografische data verzamelen in een onderzeese kloof die het continentaal plat in de Weddellzee doorsnijdt. Achter op de kop van het dier moet een sensor geplaatst worden die tijdens de duik het zoutgehalte en de temperatuur meet en de waarden via een satelliet doorgeeft wanneer het dier bovenkomt om adem te halen. Maar vandaag is hun zoektocht niet succesvol. Na drie dozijn krabbeneters maar geen weddellrob moet de helikopter terugkeren naar het schip omdat de brandstof begint op te raken.

    Kwetsbaar

    Beide robbenexperts maken deel uit van een expeditie van het AWI, die in de late Antarctische zomer van 2021 met de ijsbreker Polarstern tot in de Weddellzee is doorgedrongen, de grootste zee aan de rand van de zuidelijke oceaan die Antarctica omgeeft. De centrale vraag bij deze expeditie is: hoe kwetsbaar is het zogeheten Filchner-Ronne-ijsplateau, een enorme drijvende ijsplaat in het zuiden van de Weddellzee, als gevolg van de klimaatverandering? De honderden meters dikke ijsplaat bedekt bijna 450.000 vierkante kilometer, ongeveer de oppervlakte van Zweden, en wordt gevoed door gletsjers uit Oost- en West-Antarctica.

    Polarstern Expedition Weddell Sea TimK 008
    © Tim Kalvelage

    Tot op heden leek deze bevroren vesting onaantastbaar, dankzij zware koude watermassa’s die op het vlakke continentale plat in de Weddellzee circuleren. Die plaat is de onderzeese verlenging van de Antarctische landmassa. ‘De koude watermassa’s verhinderen dat warmer water uit de diepte van de open oceaan onder het Filchner-Ronne-ijsplateau stroomt,’ legt Hartmut Hellmer uit tijdens de vaart naar het onderzoeksgebied. Hij is fysisch oceanograaf bij het AWI en expeditieleider.

    De koudwaterbarrière beschermt het ijs van de plaat voor wegsmelten en verhindert tegelijkertijd het afglijden van de aangrenzende gletsjers in de oceaan. Metingen in de regio laten echter zien dat warmer water uit de diepzee af en toe door een scheur in de diepzeebodem, de Filchner-sleuf, op het continentale plat plenst. Het warme water heeft een hoger zoutgehalte dan het oppervlaktewater en is daardoor compacter. Via die sleuf vloeit het vlak bij de bodem naar de rand van de ijsplaat toe.

    Tijdelijk fenomeen

    ‘Wij willen uitzoeken of het een tijdelijk fenomeen is of dat er zich een trend aftekent,’ zegt Hellmer. Computersimulaties wijzen erop dat de koudwaterbarrière als gevolg van klimaatverandering op de lange termijn wel eens zou kunnen instorten en een smeltproces onder het ijs op gang zou kunnen brengen dat niet meer te stoppen zou zijn. Daardoor zou het continentale ijs van de gletsjers sneller wegvloeien en de zeespiegel verder stijgen. Bovendien zouden hierdoor een van de motoren van de mondiale circulatie in de oceanen en de opname van koolstof in de diepzee – belangrijk voor de daling van CO2 in de atmosfeer – worden afgeremd.

    IJsplaten steken als platte uitlopers van de Antarctische ijsmassa, die van het binnenland naar de kust schuift, op sommige plekken honderden kilometers de zee in. Steeds weer breken daar reusachtige platte ijsbergen van af. Driekwart van het continent van Antarctica is omgeven door ijsplaten; ze maken 12 procent uit van de door gletsjers bedekte vlakte van Antarctica. Hun massa bevindt zich grotendeels onder water. Contact met de zeebodem hebben ze alleen op plekken waar de bodem zich verheft.

    In de afgelopen dertig jaar heeft Antarctica ongeveer 3 biljoen ton ijs verloren

    IJsplaten remmen de gletsjers af en daarmee het ijsverlies van de Antarctische ijskap. Tegelijkertijd zijn ze de achilleshiel ervan: als ze smelten of breken, komt er meer continentaal ijs in de oceaan. In de afgelopen dertig jaar heeft Antarctica ongeveer 3 biljoen ton ijs verloren, vooral aan de westelijke kant. De jaarlijkse verliescijfers zijn in dezelfde periode verdrievoudigd.

    Polarstern Expedition Weddell Sea TimK 002
    © Tim Kalvelage

    Door het verdwijnen van de ijsplaten verliest Antarctica steeds meer massa en draagt op die manier meer bij aan de stijging van de zeespiegel. Prominente voorbeelden zijn het verval van de naast elkaar gelegen Larsen-ijsplaten A (1995) en B (2002) in het oosten van het Antarctische schiereiland, evenals de aanhoudende terugtrekking van twee gletsjers die in het Amundsenmeer in West-Antarctica uitmonden: Pine Island en Thwaites. Deze zijn verantwoordelijk voor 8 procent van de zeespiegelstijging. De gletsjers worden teruggedrongen door relatief warm diepzeewater uit de Antarctische circumpolaire stroom, dat steeds vaker op het continentale plat komt. Bovendien stroomt er ook steeds warmer water onder de ijsplaten, omdat de temperaturen in de circumpolaire stroom toenemen, zoals bijna overal in de oceaan.

    Kantelpunt

    Wetenschappers vrezen dat delen van de ijskap van West-Antarctica in de nabije toekomst een kantelpunt kunnen bereiken en op den duur volledig wegsmelten. Een actueel onderzoek naar de stabiliteit van de ijsplaten in het vakblad The Cryosphere ziet weliswaar nog geen tekenen dat het al zover is. Maar een onomkeerbare terugtrekking van de ijskap zou al bij actuele klimaatcondities mogelijk zijn, schrijven de onderzoekers. Want het ijs ligt in West-Antarctica grotendeels onder de zeespiegel.

    Bovendien loopt de ondergrond van de kust waarop veel gletsjers rusten landinwaarts af. Dat maakt ze bijzonder kwetsbaar voor warmere watermassa’s. Als die onder de ijsplaten doordringen tot waar ze contact maken met de zeebodem, dan vreten ze zich geleidelijk steeds dieper onder de gletsjers, zodat steeds meer ijs blootgesteld wordt aan warmte.

    IJsplateau

    Het Filchner-Ronne-ijsplateau bedekt 449.000 vierkante kilometer in de zuidelijke Weddellzee, net niet helemaal de oppervlakte van Zweden. De drijvende ijsplaat heeft na de Ross-ijsplaat de grootste oppervlakte van alle ijsplaten van Antarctica en het grootste volume. Hij is gemiddeld 700 meter dik; waar hij grenst aan het vasteland zelfs meer dan 1500 meter.

    Verdeeld over Duitsland zou het ijs optorenen tot 1 kilometer hoogte. In het noorden worden het oostelijke Filchner-deel en het westelijke Ronne-deel van elkaar gescheiden door het in het ijs ingesloten Berkner-eiland. De rand van de ijsplaat, die als een steile witte wand uit de zee oprijst, strekt zich uit over ongeveer 800 kilometer: van Oost-Antarctica tot het Antarctische schiereiland.

    Vervolgens trekken de gletsjers zich terug van de kust en glijden tegelijk sneller naar de oceaan.  Zoals de Pine Island- en de Thwaites-gletsjer. Alleen al deze twee gletsjers zouden de wereldzeeën in de komende eeuwen meer dan een meter kunnen laten stijgen. Een soortgelijk lot zou de gletsjers achter het Filchner-Ronne-ijsplateau kunnen bedreigen, ook daar loopt de ondergrond op veel plekken landinwaarts af. Tot nu toe behoedt de koudwaterbarrière op de Weddellzeeplaat het ijs voor smelten. Maar zal deze het in de toekomst houden? Meetinstrumenten die poolonderzoekers uit Duitsland, Frankrijk en Noorwegen op de zeebodem verankerd hebben, moeten deze vragen beantwoorden. 

    De watertemperatuur bedraagt -1,8 graden Celsius, het punt waarop zeewater bevriest

    Tijdens de expeditie met de Polarstern willen ze de instrumenten bergen om de batterijen te verwisselen en de data veilig te stellen. Maar ze moeten zich haasten: in de zuidoostelijke Weddellzee wordt tegen het einde van de zomer al nieuw zee-ijs gevormd. Binnenkort zullen de instrumenten en de schat aan gegevens door het ijs ingesloten worden. 

    ‘De schotsen zijn hier dik, die moeten we eerst verpulveren zodat de drijflichamen aan de oppervlakte komen,’ zegt kapitein Stefan Schwarz op de brug. Waar de verankering drie jaar geleden werd aangebracht, drijft dicht pannenkoekenijs – zo noemen ze pas gevormd zee-ijs dat uit min of meer ronde schotsen bestaat. De watertemperatuur bedraagt -1,8 graden Celsius, het punt waarop zeewater bevriest.

    Polarstern Expedition Weddell Sea TimK 006
    © Tim Kalvelage

    Nadat de Polarstern meerdere rondjes heeft gevaren, stuurt een hydrofoon een akoestisch signaal naar de verankering en maakt de kabel met de instrumenten en de drijflichamen los van het ankergewicht. De onderzoekers wachten in spanning af. Maar aan de oppervlakte is niets te zien, de verankering lijkt vast te blijven zitten onder het ijs. Schwarz neemt het roer over en schuift met het schip de brokstukken opzij. De manoeuvre slaagt, even later duiken vier rode ballen van kunststof naast het schip op.

    Meer dan een dozijn verankeringen staan er intussen op de zeebodem van de Weddellzeeplaat en op de helling van het continent. Op verschillende dieptes registreren ze het hele jaar door het zoutgehalte en de temperatuur, en ook stroomsnelheid en stroomrichting. De eerste werden door het AWI in 2013 geïnstalleerd in de Filchner-sleuf. De onderzoekers waren opgeschrikt door een studie die expeditieleider Hartmut Hellmer in 2012 met collega’s in het vakblad Nature had gepubliceerd: ‘We hebben toen het eerste computermodel voor heel Antarctica ontwikkeld waarin ook ijsplaten waren meegenomen,’ zegt hij. ‘In onze modelstudie schoot in een pessimistisch klimaatscenario in het jaar 2070 de smeltsnelheid onder het Filchner-Ronne-ijsplateau plotseling omhoog.’

    De resultaten van die studie waren een wake-upcall, zegt Hellmer. In de computersimulaties stroomde in de tweede helft van de 21e eeuw warmer water uit de diepte door de Filchner-sleuf onder de ijsplaat. Toen in 2016 de eerste data van de verankerde instrumenten werden uitgelezen, pasten de meetwaarden bij de voorspellingen van het model: in de zomer en herfst stroomde er soms warmer water op de Weddellzeeplaat. Maar het drong slechts door op het noordelijk deel van het continentale plat, dat vrij is van plaatijs. In 2017 stroomde het warme water zelfs het hele jaar door daarheen, zoals de volgende registraties van de verankeringen lieten zien.

    Weddellgyre

    Het warmere water uit de diepte van de Weddellzee komt uit de Antarctische circumpolaire stroom, die Antarctica omgeeft. Die voedt de Weddellgyre, en de zuidelijke arm daarvan vormt een kuststroming langs de continentale helling. Boven de warmwaterlaag in het diepe Weddellbekken bevindt zich een dikke laag van honderden meters koud, zoutarm water die ook het continentale plat bedekt. Daarom komt het zwaardere water uit de diepte maar moeilijk over de vlakke rand van de plaat heen. Maar de Filchner-sleuf, die tot ver onder de ijsplaat loopt, biedt het water uit de diepte een toegang. De stroming vergemakkelijkt bovendien de opwarming van de oceaan, ze verschuift de grens tussen het warme en het koude water naar boven.

    Dat de warmte tot op heden het Filchner-Ronne-ijsplateau in het zuiden nog niet bereikt heeft, heeft te maken met de vorming van het zee-ijs en de circulatie op het continentale plat. Samen scheppen ze een tot nu toe ondoordringbare barrière van zeer koude, zoutrijke en daardoor bijzonder zware watermassa’s vlak bij de bodem. Daar zoekt de expeditie naar. Regelmatig laten de onderzoekers op de Polarstern een meetsonde zakken in de diepte van de plaat. Op het beeldscherm kunnen ze volgen hoe de temperatuur in de onderste waterlagen afneemt en het zoutgehalte naar de bodem toe toeneemt. Soms worden ze bij hun werk vergezeld door keizerpinguins, die rond het schip jagen en uit de zee opschieten om op hun buik te landen op de ijsschotsen.

    Robben 

    Horst Bornemann en Mia Wege rekenen bij hun onderzoek op de medewerking van de bewoners van Antarctica. Terwijl vanaf het schip instrumenten in het water zakken, vliegen zij met de helikopter naar het zee-ijs om Weddellrobben uit te rusten met zendertjes. Die moeten veranderingen van de watermassa’s helpen begrijpen. Zojuist zijn de onderzoekers na een excursie op het ijs uitgeput weer geland op de Polarstern.

    ‘Vandaag hebben we twee Weddellrobben van zenders voorzien, een wijfje van meer dan 400 kilo en 3 meter lang en een kleiner mannetje,’ zegt Bornemann. De dieren lagen op een grote zee-ijsvlakte bij een ijsplaat in het oosten. Het was daar nogal onplezierig geweest, zegt hij, omdat er ijzige valwinden vanaf de randen van de ijsplaat over het ijs veegden.

    Zeespiegelstijging

    58 meter zou de zeespiegel stijgen als al het ijs op het continent Antarctica smelt. De gemiddeld 2,1 kilometer dikke ijskap van Antarctica bevat 90 procent van al het gletsjerijs op aarde. Omstreeks 14 procent daarvan in West-Antarctica, de rest in Oost-Antarctica.

    Sinds het begin van de jaren negentig heeft Antarctica ongeveer 3 biljoen ton gletsjerijs verloren – een ijsklomp van ruim 14 kilometer lengte – en de zeespiegel ongeveer een centimeter verhoogd. Prognoses voor de bijdrage van Antarctica aan de zeespiegelstijging tot het einde van de 21e eeuw variëren, afhankelijk van het scenario, van een paar centimeter tot bijna een halve meter.

    Hij schiet de robben op het ijs van korte afstand een pijltje door het spek, om ze te verdoven. Zodra de verdoving werkt, ontvetten de onderzoekers de haren achter op de kop van de rob en plakken de sensor vast; bij de volgende verharing zal die eraf vallen. Tijdens de procedure houden ze de ademhaling en de lichaamstemperatuur van het dier in de gaten. Als het bijkomt is het nog een poosje suf, maar algauw waagt het zich in zee. Vandaag heeft de wijfjesrob al kort na terugkeer van de wetenschappers de eerste data over zoutgehalte en temperatuur geleverd.

    Af en toe mochten we niet aan dek komen, om geen bevriezingen op te lopen

    Data uit de met ijs bedekte gebieden van Antarctica zijn schaars. Maar in de laatste jaren is een steeds gedetailleerder beeld ontstaan van de processen op de Weddellzeeplaat. Zo hebben wetenschappers bijvoorbeeld met heet water door honderden meters dik ijs geboord en sensoren geïnstalleerd onder het Filchner-Ronne-ijsplateau. Bovendien hebben expedities met de Polarstern de regio verkend, voor het laatst in 2018.

    Polarstern Expedition Weddell Sea TimK 004
    © Tim Kalvelage

    Daar was ook Markus Janout bij, fysisch oceanograaf van het AWI, die ook nu aan boord is. ‘In 2018 hadden we enorm veel geluk en konden we langs de hele ijsplaat varen,’ zegt hij. Gewoonlijk belemmert dik pakijs de toegang, maar een sterke zuidenwind had de schotsen weggeschoven. ‘We hadden een koude wind tot wel 50 graden onder nul. Af en toe mochten we niet aan dek komen, om geen bevriezingen op te lopen.’

    Metingen

    Metingen tonen aan dat er tegenwoordig een stabiele circulatie van zeer koude watermassa’s bestaat op de Weddellzeeplaat – in tegenstelling tot de situatie op andere ijsplaatgebieden van Antarctica, die al van een koude naar een warme toestand gekanteld zijn. De circulatie begint met de vorming van zee-ijs. Daarbij ontstaat heel zout water, omdat het zout niet meebevriest maar als pekel door minieme kanaaltjes in het ijs de zee in sijpelt. Door een hoger soortelijk gewicht zinkt dat extra zoute water dan naar de zeebodem. 

    ‘Dit koude, zware water stroomt op het zuidwestelijke continentale plat onder het Filchner-Ronne-ijsplateau, koelt daar verder af en wordt dan plaatijswater,’ legt Janout uit. Het plaatijswater is met minus 2,5 graden het koudste water in de oceaan. Een paar jaar later vloeit het via de Filchner-sleuf naar de rand van het plateau, waar het in de diepzee stroomt.

    Maar de jongste metingen uit Antarctica zijn toch zorgelijk: in 2023 bereikte de zee-ijsbedekking een nieuw dieptepunt

    Maar de jongste metingen uit Antarctica zijn toch zorgelijk: in 2023 bereikte de zee-ijsbedekking een nieuw dieptepunt. Eind februari, in de Antarctische zomer, bedroeg die nog maar net 1,8 miljoen vierkante kilometer, ruim een miljoen minder dan het langjarig gemiddelde.

    Dat komt neer op een verlies van bijna drie keer de oppervlakte van Duitsland. Vooral aan de kust van West-Antarctica was de teruggang van het ijs dramatisch. Maar anders dan op de Noordpool, waar het zee-ijs in de zomer al tientallen jaren afneemt, bestaat er in Antarctica nog geen duidelijke trend. En de ijsbedekking in de winter is vooralsnog even groot, ook al heeft die zich dit jaar minder goed hersteld dan anders. Volgens actuele studies zou op de lange termijn ook het Antarctische zee-ijs kunnen verdwijnen, ook in de Weddellzee.

    Warmer water

    Een vermindering van het zee-ijs in de Weddellzee zou ernstige gevolgen kunnen hebben. Enerzijds zou er minder zwaar water ontstaan, water dat de koudwaterbarrière voor het Filchner-Ronneijsplateau in stand houdt. Warmer water uit de diepte zou dan makkelijker op het continentale plat kunnen komen en een zichzelf versterkend proces op gang brengen, waarbij steeds meer water uit de diepzee onder het plaatijs stroomt en het doet smelten.

    Anderzijds zou de circulatie in de diepzee vertraagd kunnen worden. Want de zware, koude watermassa’s op de Weddellzeeplaat zijn een belangrijke bron voor het water van de Antarctische bodem, dat zich in alle grote oceanen verbreidt. Minder zee-ijs en tegelijk meer zoet smeltwater zouden tot gevolg hebben dat het soortelijk gewicht van het plaatwater afneemt. De aanvoer van bodemwater zou stilvallen – en daarmee een belangrijke aandrijver van de mondiale circulatie in de oceanen.

    Polarstern Expedition Weddell Sea TimK 011
    © Tim Kalvelage

    De vorming van Antarctisch bodemwater speelt nog een andere rol: voor het klimaat. Rondom Antarctica lost vanwege de kou bijzonder veel CO2 uit de atmosfeer op in het oppervlaktewater, waarin het ten slotte naar de bodem zinkt. Bovendien komt koolstof in vruchtbare plaatgebieden met neerdwarrelende planktonresten in diepere waterlagen terecht. Op lange termijn zou de koolstofopname in de Weddellzee sterk afnemen, omdat er minder zwaar plaatwater in de diepzee stroomt.

    Eentje heeft al 1700 kilometer afgelegd, met als diepste duik van 775 meter

    Na zes weken op zee nadert de expeditie haar einde. De onderzoekers hebben alle verankeringen geborgen en de instrumenten, na deze te hebben nagekeken, weer uitgezet. Ook de van zenders voorziene robben verzamelen vlijtig gegevens; eentje heeft al 1700 kilometer afgelegd, met als diepste duik van 775 meter. Een eerste verwerking van de data uit de verankerde instrumenten laat geen buitengewone toestroom van warmer diepzeewater op het continentale plat zien. Begin 2025 zullen de onderzoekers terugkeren om te zien of de koudwaterbarrière voor het Filchner-Ronne-ijsplateau standhoudt.

    Voor de thuisreis aanvangt, is de expeditie nog getuige van een natuurspektakel: van de naburige Brunt-ijsplaat in het noordoosten van de Weddellzeeplaat is een tafelijsberg van 56 bij 33 kilometer afgebroken, die langzaam wegdrijft van de rand van de ijsplaat. De onderzoekers varen met de Polarstern de ontstane opening in. Ze willen de eenmalige gelegenheid benutten om dit eerder ontoegankelijke deel van de oceaan te verkennen. 

  • Filosoof Kohei Saito is voorvechter van economische krimp

    Filosoof Kohei Saito is voorvechter van economische krimp

    De Japanse hoogleraar filosofie vindt dat we moeten ontgroeien en minder buitensporig moeten consumeren. ‘Wil iedereen op aarde een fatsoenlijk leven kunnen leiden, dan moet het mondiale Noorden opgeven wat niet noodzakelijk is.’

    Stel je een wereld voor waarin je maar drie of vier dagen per week hoeft te werken. In je vrije tijd kun je sporten, tijd aan je dierbaren besteden, tuinieren of actief zijn in de lokale politiek. Bezorging binnen 24 uur, reclame en privévliegtuigen zijn verleden tijd, maar gezondheidszorg, onderwijs en groene stroom zijn voor iedereen gratis. Dat is het radicale ideaal dat de marxistische hoogleraar filosofie Kohei Saito voorstaat. Hij houdt een pleidooi voor ‘degrowth’, ‘ontgroei’, een doelbewuste krimp van de economie om zo de rijkdom beter te verdelen en over te gaan op een trager economisch stelsel waarin het welzijn van mens en planeet centraal staat.

    In de VS en andere rijke landen woedt onder voorvechters van klimaatmaatregelen steeds meer discussie over de vraag of economische groei moet worden ontmoedigd om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Het stimuleren van duurzame energie en groene technologie zal tot nieuwe banen en meer economische activiteit leiden. En ontwikkelingslanden hebben groei nodig om hun levensstandaard te verhogen.

    Maar pleitbezorgers van krimp zoals Saito en economen zoals Jason Hickel en Tim Jackson zeggen dat het vervangen van fossiele brandstoffen door groene energie niet volstaat. Volgens hen moeten de rijke landen, die verantwoordelijk zijn voor het leeuwendeel van de uitstoot van broeikasgassen, ook gaan minderen in hun energieverbruik en hun gebruik van grondstoffen uit ontwikkelingslanden, en zich meer richten op het voor hun burgers gratis maken van elementaire levensbenodigdheden als voedsel, onderdak, schoon water en energie.

    Waarom denkt u dat er steeds meer interesse is in kritiek op het kapitalisme en in economische krimp in het algemeen?

    De afgelopen decennia zijn onze samenlevingen overal ter wereld ernstig ontwricht door neoliberale hervormingen. En er is veel debat over het oplossen van de klimaatcrisis en het tegengaan van economische ongelijkheid. Maar de maatregelen werken niet en de klimaatcrisis wordt alleen maar erger. De mensen hebben te lijden onder banen zonder zekerheid, lage lonen en veel concurrentie. Mensen worden er ongelukkig van.

    Krimp en een postkapitalistische samenleving zijn op dit moment in zekere zin natuurlijk nog een utopie

    Krimp en een postkapitalistische samenleving zijn op dit moment in zekere zin natuurlijk nog een utopie. Maar anderzijds: voor mensen die echt op zoek zijn naar een alternatief, die zich echt zorgen maken om de crisis, is er binnen het bestaande kader geen oplossing te vinden. Ik zeg niet dat mijn oplossing alleen zaligmakend is, maar hij raakt wel een snaar, in deze algehele sfeer van onvrede en onbehagen, zeker onder de jongere generatie.

    Ik wil wat dieper ingaan op de kritiek op het kapitalisme zoals u die uiteenzet in Slow Down. Kunt u uitleggen waarom het kapitalisme volgens u de aanjager is van de ongelijkheid in de wereld en van de klimaatverandering?

    Karl Marx heeft aangetoond dat het kapitalisme de tendens vertoont om de economische ongelijkheid te vergroten, omdat onder dat systeem arbeiders worden uitgebuit, zodat het kapitaal zich ophoopt bij een kleine minderheid. En Marx zei ook dat in zo’n systeem van uitbuiting niet alleen mensen, maar ook de natuur wordt uitgebuit. Van die tendens waren we ons jarenlang niet bewust omdat rijke landen zoals de VS, Japan en de EU veel kosten elders konden onderbrengen. We hadden ons rijke leventje veelal te danken aan goedkope producten en grondstoffen die werden verkregen door uitbuiting van mens en natuur in het mondiale Zuiden.

    Door de globalisering heeft het kapitalisme nu de hele wereld veroverd. Dat betekent dat we alle kosten elders hebben ondergebracht. En nu kunnen we er nergens meer mee terecht, want China groeit, Brazilië groeit, India groeit: iedereen wil nu een kapitalist zijn en dan loopt het spaak. We hebben te maken met de wereldwijde ecologische crisis, de pandemie, de klimaatcrisis, de wedijver om grondstoffen, en dat is allemaal nauw verbonden met het kapitalisme en de neiging tot constante groei.

    Veel klimaatbeleid van tegenwoordig, zoals plannen voor een Green New Deal, zijn sterk gericht op meer hernieuwbare energie en groene technologie, met daarbij aanhoudende groei van de werkgelegenheid en de economie. Waarom is dat volgens u niet genoeg om iets tegen de klimaatcrisis te doen?

    Om te beginnen ben ik niet tegen technologie. We hebben hernieuwbare energie nodig. Elektrische auto’s en zo, die hebben we nodig. Ik ben voor het ontwikkelen van nieuwe technologieën en het investeren in goedkopere groene energie. Ik ben geen pleitbezorger van ‘terug naar de natuur’.

    Het probleem is dat we in het streven naar groei steeds meer en steeds grotere producten gaan verkopen. Het duidelijkste voorbeeld daarvan is de SUV. Ook al stappen we over op elektrisch rijden, als we steeds grotere auto’s blijven maken, zullen we nog steeds veel energie en grondstoffen verbruiken die vooral uit het mondiale Zuiden komen. Dan komt er dus geen eind aan de roof van land en grondstoffen, de uitbuiting van mijnwerkers en de vernietiging van inheemse gemeenschappen, de ontbossing enzovoort.

    Misschien moeten we privévliegtuigen verbieden. Misschien moeten we korte binnenlandse vluchten verbieden, omdat je evengoed de trein kunt nemen

    Wat volgens mij nodig is: investeer vooral in die groene technologieën. Maar we moeten ook eens gaan praten over bijvoorbeeld het terugdringen van het aantal auto’s, of van de vleesconsumptie, of van het vliegverkeer. Misschien moeten we privévliegtuigen verbieden. Misschien moeten we korte binnenlandse vluchten verbieden, omdat je evengoed de trein kunt nemen. Dat moet ook prioriteit krijgen.

    Het probleem met het mainstream debat over groen kapitalisme is dat het nooit gaat over het terugdringen van onze buitensporige consumptie en productie, want dat is iets wat het kapitalisme niet kan accepteren. Wil iedereen op aarde een fatsoenlijk leven kunnen leiden, dan moet het mondiale Noorden opgeven wat niet noodzakelijk is. Daar is het kapitalisme niet toe in staat.

    Daarom komt u met uw alternatieve economische visie van degrowth-communisme. Waarom zou het daarmee beter lukken om de mondiale klimaatdoelen te halen?

    Degrowth houdt in dat het bbp niet meer je enige toetssteen voor vooruitgang is. En dat je stopt met dingen die niet echt nodig zijn.

    Je kunt het bbp verhogen door dingen te produceren die niet echt nodig zijn, zoals privévliegtuigen. En ik zeg: misschien hebben we geen behoefte aan die dingen, want ze zijn alleen voor rijkelui en je maakt er de planeet mee kapot. Dus waarom steken we onze energie en ons geld niet in dingen die duurzamer zijn en die iedereen nodig heeft? Zoals gratis internet, gratis openbaar vervoer, gratis onderwijs, gratis zorg. Al die dingen die meestal aan commerciële partijen worden overgelaten, zeker in de VS, moeten uit handen van de commercie worden gehaald.

    Ons huidige model is dat de economie steeds groeit, zodat de taart groter wordt en iedereen een steeds groter stuk krijgt. Maar als we de economie zo laten groeien, produceren we enorm veel overbodige zaken. Als we overgaan op een economie zonder groei, wordt de taart niet meer groter. Dan moeten we de bestaande rijkdom met elkaar delen.

    Je levert er misschien iets voor in, maar je wint aan maatschappelijke rust, gemeenschapszin en betere producten

    Er zijn natuurlijk dingen die we niet kunnen delen, zoals privé-eigendom. Maar wat we wel kunnen delen is bijvoorbeeld kennis en onderwijs, openbaar vervoer, cultuur, gemeenschappelijke landbouw, elektriciteit enzovoort. Dan kunnen we gelukkiger zijn, over meer essentiële goederen en diensten beschikken en een stabieler leven leiden.

    Dan hebben we niet meer om de twee jaar een nieuwe iPhone. Hebben we geen wegwerpmode meer. Geen industriële vleesproductie. Misschien ook geen McDonald’s meer, maar wel gezonder eten. Dan hebben we duurzamere kleding, die je jarenlang kunt dragen. Je levert er misschien iets voor in, maar je wint aan maatschappelijke rust, gemeenschapszin en betere producten.

    Sommigen wijzen erop dat het vertragen van de economische groei schadelijk kan zijn voor de landen die nog in ontwikkeling zijn. Wat zou krimp betekenen voor het mondiale Zuiden?

    Ik zeg niet dat het mondiale Zuiden de beginselen van krimp meteen moet omarmen. We moeten daar nog meer wegen aanleggen en huizen, scholen en ziekenhuizen bouwen. We moeten daar ook meer energiecentrales bouwen en zonnepanelen aanleggen.

    Maar ik vind dat ook die landen in hun groei meer prioriteit moeten geven aan het voorzien in basisbehoeften dan aan het stimuleren van winstgevendheid en concurrentie, de manier waarop ontwikkeling nu door de Wereldbank met structurele aanpassingsprogramma’s wordt afgedwongen. We hebben voor het mondiale Zuiden andere ontwikkelingsmodellen nodig.

    Het verbruik van grondstoffen en energie zal in het Zuiden natuurlijk eerst stijgen, want hun verbruik ligt nu te laag

    Het verbruik van grondstoffen en energie zal in het Zuiden natuurlijk eerst stijgen, want hun verbruik ligt nu te laag. Hun ontwikkeling zal onvermijdelijk meer verbruik van energie en grondstoffen met zich meebrengen. Dat legt druk op de planetaire grenzen. Dat betekent dus dat het mondiale Noorden bewust naar krimp moet streven, omdat het zich te ver ontwikkeld heeft en overmatig produceert en consumeert.

    U schrijft in uw boek dat de transitie naar krimp niet van het ene op het andere moment hoeft plaats te vinden, en dat die overgang zelfs nu al gaande is. Kunt u een paar voorbeelden geven van stappen in de richting van degrowth?

    Frankrijk heeft een verbod ingesteld op korte binnenlandse vluchten, dat is een belangrijke stap. Sommige Europese landen experimenteren nu met minder arbeidstijd, zoals een werkweek van vier dagen. Gratis onderwijs en gratis zorg zijn andere voorbeelden. Gratis internet hoort daar ook bij, iets wat Jeremy Corbyn een paar jaar geleden in zijn verkiezingsprogramma had opgenomen.

    Verder de invoering van een maximum op jaarinkomens, en van werknemerscoöperaties, en de nationalisering van sommige bedrijven, zoals nutsbedrijven. Dat zijn een paar elementaire tegenmaatregelen die we binnen het kapitalisme kunnen nemen.

    Volgens sommigen is krimp een te grote politieke opgave en maak je jezelf niet populair als je de bevolking in het mondiale Noorden vraagt om bijvoorbeeld te gaan consuminderen. Wat is ervoor nodig om te zorgen dat de politieke prioriteiten zo breed worden verlegd? Is het wel realistisch om naar krimp te streven?

    In zekere zin is het een utopie, denk ik. Maar de gedachte dat het kapitalisme de komende decennia tot grote bloei zal leiden is ook utopisch, want we krijgen meer natuurrampen, inflatie en oorlogen, en met de klimaatcrisis wordt dat alleen maar erger. Dus het is naïef om te denken dat we op de een of andere manier ons leventje wel kunnen voortzetten. 

    Maar ons wereldbeeld is nu radicaal aan het veranderen en mensen als Greta Thunberg hebben het debat echt naar een hoger plan getild

    Ik denk dat er nu meer mensen zijn, zeker onder de jonge generatie, die radicalere verandering eisen. Ik vermoed dat bewegingen als de Sunrise Movement, Fridays for Future, Extinction Rebellion en Just Stop Oil vijftien jaar geleden nog niet op veel steun onder de bevolking konden rekenen en niet genoeg media-aandacht kregen. Maar ons wereldbeeld is nu radicaal aan het veranderen en mensen als Greta Thunberg hebben het debat echt naar een hoger plan getild. De herwaardering van waarden kan eigenlijk best snel gaan. 

    Capital in the Anthropocene (2020), is in november bij Arbeiderspers uitgegeven als Systeembreuk. Een nieuwe visie op kapitaal, natuur en maatschappij als antwoord op de klimaatcrisis. Het dit jaar in het Engels verschenen Slow Down: The Degrowth Manifesto is nog niet in het Nederlands vertaald.

  • Uitstoot van broeikasgas methaan door energiesector op recordhoogte

    Uitstoot van broeikasgas methaan door energiesector op recordhoogte

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Oeganda: voormalig sekswerker helpt vrouwen met hiv in sloppenwijk van Kampala

    » EU bereikt akkoord over regels voor platformwerkers zoals maaltijdbezorgers

    Het IEA blijft optimistisch over de reductiedoelen

    De uitstoot van methaan door de wereldwijde energiesector heeft vorig jaar een recordhoogte bereikt, zo blijkt uit gegevens die woensdag zijn vrijgegeven door het Internationaal Energieagentschap (IEA). Hoewel dit krachtige broeikasgas verantwoordelijk is voor ongeveer 30 procent van de cumulatieve opwarming van de aarde sinds de industriële revolutie, werd er tot voor kort geen rekening mee gehouden in internationale klimaatovereenkomsten, schrijft El País.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Dat veranderde in 2021, toen tijdens de klimaattop in Glasgow, een alliantie van zo’n honderd landen zich ertoe heeft verbonden om de wereldwijde uitstoot van dit broeikasgas tegen 2030 met 30 procent te verminderen. Een van de sectoren waarin volgens deskundigen het gemakkelijkst aanzienlijke reducties kunnen worden bereikt, is energie (de andere grote uitstoters zijn landbouw en veeteelt). Maar ondanks alle toezeggingen in de afgelopen jaren is de uitstoot nog steeds niet gedaald. ‘De methaanuitstoot van fossiele brandstoffen gaat onverminderd door en voedt zo de klimaatcrisis’, aldus het Spaanse dagblad.

    Het Internationaal Energieagentschap schat dat de uitstoot van deze energiesector in 2023 130 miljoen ton bedroeg. Lekkage in de olie-industrie – bijvoorbeeld tijdens de winning en het transport – was goed voor 50 miljoen ton. Daarna volgen steenkoolgerelateerde werkzaamheden (40 miljoen) en aardgas (30 miljoen). Nog eens 10 miljoen ton was gerelateerd aan de verbranding van biomassa. De uitstoot van vorig jaar steeg ten opzichte van 2022 en is vergelijkbaar met die van 2019, toen het vorige record werd gevestigd, aldus het IEA.

    ‘Het is essentieel om de uitstoot te verminderen,’ verklaarde Christophe McGlade, hoofd van de Eenheid Energievoorziening van het IEA, in een virtuele ontmoeting met de internationale pers. Het IEA blijft echter optimistisch. ‘Verwacht wordt dat de inspanningen om de methaanuitstoot te verminderen in 2024 zullen versnellen,’ aldus het internationale agentschap.

    Tijdens de laatste klimaattop in Dubai zijn zo’n tweehonderd regeringen zijn overeengekomen om ‘de methaanuitstoot tegen 2030 aanzienlijk te verminderen’. Het rapport dat woensdag werd gepresenteerd, wijst erop dat ‘als alle toezeggingen’ die ‘tot nu toe door landen en bedrijven zijn gedaan, volledig en op tijd worden uitgevoerd, het voldoende zou zijn om de methaanuitstoot van fossiele brandstoffen tegen 2030 met 50 procent te verminderen’.

  • ‘Sponsstad’ Kopenhagen wapent zich tegen wolkbreuken met onzichtbare rivier

    ‘Sponsstad’ Kopenhagen wapent zich tegen wolkbreuken met onzichtbare rivier

    Met de opwarming van het klimaat kan Kopenhagen waarschijnlijk hevige regenval verwachten. De Deense hoofdstad heeft daar al ervaring mee, en daarom worden parken en straten aangepast om snel enorme hoeveelheden water te kunnen afvoeren.

    Op een grijze woensdagmiddag in een park in Kopenhagen-Zuid vertelt Ditte Juul Sørensen hoe ze van plan is de hondenweide als het nodig mocht zijn onder water te zetten. De groene ruimte bestond voorheen alleen uit een doorweekt grasveld, een vervallen speelplaats en een stuk of wat modderige paden. De laatste zeven jaar heeft de 46-jarige landschapsarchitect het terrein echter een volledig andere aanblik gegeven.

    Tegenwoordig markeert het de monding van een onzichtbare rivier die door Kopenhagen slingert en die is aangelegd om de stad te redden in geval van hevige regenval. ‘De weide gaat het water opvangen,’ zegt Sørensen, ‘en dankzij deze kunstmatig gevormde rivierbedding zal het worden afgevoerd.’ Ze wijst naar een rood-geel geplaveid pad dat terugvoert naar een kinderboerderij. In totaal kan de onzichtbare opvangplaats 15.000 kubieke meter water bevatten, wat ruwweg neerkomt op 83.000 tot de rand gevulde badkuipen.

    Het park is een van de eindpunten van een uitgebreid netwerk van bovengrondse en ondergrondse kanalen, groenplaatsen, speciaal aangepaste wegen en afwateringsvijvers. Het Skybrudsplan, of ‘wolkbreukbeheerplan’, kost 1,8 miljard euro en moet de stad de komende honderd jaar beschermen tegen perioden met zeer ernstige regenval.

    Extreem weer

    Extreem weer trof afgelopen zomer heel Europa en zal zich in de toekomst, met de toenemende opwarming van de aarde, waarschijnlijk nog vaker voordoen. Sommige delen van het continent hadden te maken met hittegolven, branden en droogte, andere werden getroffen door onvoorspelbare stormen. De Deense hoofdstad is een van de locaties die worden bedreigd door hevige regenval en overstroming. In juli viel er in Denemarken twee keer zo veel regen als normaal, meer dan de afgelopen 149 jaar ooit in één maand was waargenomen.

    Er dreven dode ratten door de straten

    Velen dachten daarbij terug aan 2011, het jaar dat de stad een soort collectief trauma beleefde, een moment van chaos dat achteraf kan worden gezien als een wake-upcall. In de avond van 2 juli van dat jaar viel in een paar uur net zoveel regen uit de hemel als normaal gesproken in twee maanden. Tienduizenden mensen zaten zonder stroom, het traumacentrum van het academisch ziekenhuis moest worden geëvacueerd, delen van de historische citadel stortten zelfs in en kapotte verwarmingsbuizen bezorgden meerdere mensen brandwonden. De telefoonlijnen van de politie waren drie dagen buiten gebruik, terwijl de Wereldgezondheidsorganisatie haar Europese hoofdkwartieren moest sluiten en de boedel uit het pretpark Tivoli moest worden geëvacueerd.

    Later dreven er dode ratten door de straten. Onderzoek wees uit dat 22 procent van de betrokken werknemers in de weken dat de rommel werd opgeruimd ziek werd. Eén persoon stierf aan een infectie. Gevangenen kregen maaltijden van McDonald’s, omdat de keukens niet bruikbaar waren. In Kopenhagen alleen al werd de schade geschat op 800 miljoen euro. De stad reageerde besluitvaardig. Nog geen jaar later presenteerde Kopenhagen zijn eerste Skybrudsplan. Sindsdien is het concept ieder jaar verder ontwikkeld, en tot tenminste 2035 staat een verdere uitbreiding gepland.

    Water temperen

    Jan Rasmussen (61) werkt sinds 1990 als ingenieur voor de stad en is een van de opstellers van het plan. Hij heeft zich zijn hele leven op het water toegespitst, waarbij hij zich de eerste twintig jaar van zijn carrière inzette om het schoner te maken. Hij zorgde er samen met medewerkers van de watervoorziening voor dat het ooit zo gore water in de haven schoon genoeg werd om in te zwemmen. ‘Eerlijk gezegd had ik zelf nooit gedacht dat het zou lukken,’ aldus Rasmussen.

    Tegenwoordig doet hij zijn uiterste best om het zo te houden. Als er in korte tijd te veel water uit de hemel valt, raken ook de beste afvoersystemen overvoerd. Rioolzuiveringscentrales en afvoerbuizen kunnen de toevloed niet aan en ondergrondse ruimtes stromen over. In een dichtbevolkte stad zijn er weinig natuurlijke wegen voor het water om te ontsnappen, dus volgt het de weg van de minste weerstand en baant het zich in een vieze, modderige stroom een weg door de stad.

    ‘Je moet het temperen en in banen leiden, zodat het geen schade veroorzaakt,’ zegt Rasmussen. Na de storm van 2011 maakte hij samen met andere experts een overstromingsplattegrond van het regenwater. Ze documenteerden de stijgingen en dalingen en markeerden ook dichte oppervlakten, daken en groene stukken grond in hun overzicht. De plattegrond gebruikten ze om de routes uit te lichten die het water zou nemen, evenals de plekken waar het op obstakels zou stuiten.

    ‘Het Skybrudsplan levert meer op en kost minder’

    Uiteindelijk stond de stad voor drie keuzes. De eerste was helemaal niets doen. Op basis van het IPCC-klimaatrapport berekenden Rasmussen en zijn team de kosten van de gevolgen van die optie op meer dan 2 miljard euro in de komende honderd jaar – meer een gedachtenexperiment dan een reële optie. De tweede optie was het klassieke draaiboek volgen en zorgen voor meer afvoerbuizen en bassins. De derde optie was verrassender en zacht gezegd ongebruikelijk, maar leek verreweg de efficiëntste weg om te bewandelen.

    Het behelsde de ontwikkeling van een model dat bestond uit een combinatie van een ondergronds netwerk van faciliteiten voor het afvoeren en opvangen van overtollig water, parken die zouden dienen als reserveopvanglocatie en straten die in periodes van intense regen konden fungeren als rivieren. ‘We hebben hiervoor gekozen omdat het zinniger is. Het Skybrudsplan levert meer op en kost minder,’ meent Rasmussen. Het idee is dat Kopenhagen een stad wordt die ondanks de bevolkingsdichtheid het water kan opnemen en langzaam weer kan vrijgeven.

    Sponsstad

    Het ‘sponsstad’-concept is niet uniek voor Denemarken en ook met name snel groeiende Chinese metropolen hebben al elementen van het idee overgenomen. Maar nergens is het zo voortvarend ter hand genomen als in Kopenhagen. Zeker driehonderdvijftig individuele projecten maken deel uit van het plan. ‘We hadden echt geen enkel voorbeeld in de wereld om te volgen,’ zegt Rasmussen. ‘We zijn pioniers.’ Slechts een klein deel van de projecten is gefinancierd met belastinggeld, met die toevoeging dat het drinkwaterbedrijf het meeste kapitaal vergaarde via een heffing op huishoudens en bedrijven.

    ‘Zelfs een VN-organisatie liet ons weten dat Kopenhagen als locatie een risico was’

    Rasmussen ziet zo’n financieringsmodel, dat direct aan consumptie is gelinkt, als de makkelijkste en eerlijkste oplossing. Voor een vierpersoonshuishouding is het watertarief met ongeveer 120 euro per jaar gestegen. ‘Maar als je kijkt naar de risico’s als gevolg van de klimaatverandering zijn zulke kosten gerechtvaardigd,’ aldus de ingenieur. Na de overstroming in 2011 dreigde menig verzekeringsmaatschappij om polissen te schrappen en een aantal bedrijven begon al over het verlaten van de stad. ‘Zelfs een VN-organisatie liet ons weten dat Kopenhagen als locatie een risico was,’ zegt Rasmussen.

    Het is zijn bedoeling om tot aan zijn pensioen, over enkele jaren, te blijven werken aan de verwezenlijking van het Skybrudsplan. Zijn plattegronden zijn inmiddels uitgebreid en voorzien in bredere slagaders die aanzienlijke hoeveelheden water kunnen verstouwen, parkeerplaatsen waar het langzaam kan wegvloeien en zijstraten die zorg moeten dragen voor al het water dat van de daken naar beneden stroomt.

    Meer kleur en meer natuur

    Ditte Juul Sørensen, de projectmanager en landschapsarchitect – een van de elf die door Kopenhagen voor het Skybrudsplan in dienst werden genomen – gaat ons voor naar een strook groen. De locatie op de Scandiagade is zo klein dat ze niet eens op Google Maps als park staat aangegeven. Hier zijn zeven betonnen bassins geïnstalleerd die op het eerste oog nauwelijks te zien zijn. Er is een vlindertuin, er zijn moestuintjes en er hangt zelfs een hangmat. Een felgekleurd looppad verbindt het ene bassin met het andere. Het voorbeeld toont perfect hoe de stad het Skybrudsplan wil aanwenden om de kwaliteit van leven voor bewoners te verbeteren.

    RADICAAL ALTERNATIEF

    De huizen die de Indiase architect Bijoy Jain ontwerpt zijn vrijwel volledig met de hand gebouwd, op basis van traditionele technieken. Ze bieden daarmee een radicaal alternatief voor de hedendaagse bouwwijze. ‘We hebben geen elektriciteit nodig, geen lijm, geen metaal – echt waar, dat is geen grap’, zegt hij. Met zijn aandacht voor het behoud van traditionele kennis en het gebruik van lokale grondstoffen wijkt Jain af van de standaardbouwkunde en wil hij de band tussen de mens en diens natuurlijke omgeving behouden. Hij biedt ‘een radicaal tegenproject aan het gedigitaliseerde en geautomatiseerde leven’, waarin veel mensen in het westerse wereld, en steeds meer mensen in India, met een paar muisklikken hun inkopen doen bij Ikea en Amazon

    ‘Het projectteam vroeg de mensen hier wat ze wilden,’ zegt Sørensen, en de consensus was meer kleur en meer natuur. Dus werd de ongebruikte strook land omgetoverd in een stadstuin. Alleen het laatste bassin, helemaal aan het eind, bevat momenteel een beetje regenwater, de grond is er vochtig. De weg parallel aan de groene strook werd enigszins aangepast zodat tijdens zware regenval water vandaar in de bassins kan stromen. Vanuit de bassins kan het water ofwel in de grond sijpelen, ofwel via ondergrondse kanalen naar de haven worden afgevoerd. Publieke participatie heeft ervoor gezorgd dat de meerderheid het project steunt,’ zegt Sørensen.

    En dat is niet de enige reden waarom de lokale bevolking erbij is betrokken: de hoop is dat de stadstuin de bewoners zal aanmoedigen om de boel goed te onderhouden en te voorkomen dat de bassins vol komen te liggen met rotzooi.

    Weinig protest

    Toch vraag je je af hoe Kopenhagen het met relatief weinig protest voor elkaar heeft gekregen om parken en wegen op te knappen voor hoogwaterbescherming, terwijl een stad als Berlijn niet eens 500 meter fietspad kan aanleggen zonder dat daar enorme heisa van komt. ‘Natuurlijk was er onenigheid,’ zegt Sørensen. En discussies liepen niet altijd zo goed als bij het Scandiagade-project. In de buurt rond het Karens Minde Kulturhaus, een cultureel centrum, waren de bewoners aanvankelijk niet erg enthousiast over de plannen om hun park om te bouwen tot afwateringsgebied voor de rest van de stad.

    Ze zegt dat ze drie jaar lang regelmatig bijeenkomsten met omwonenden belegde en hen verzekerde dat de linden en populieren, die beschermd zijn, zouden blijven staan. Uiteindelijk mochten de buurtbewoners de straatstenen en banken in het park kiezen, maar het plan zelf stond nooit ter discussie. ‘We dragen allemaal een gedeelde verantwoordelijkheid,’ aldus Sørensen.

    Iedereen heeft nog duidelijke herinneringen aan de ramp in 2011

    Sommige van de projecten zijn overigens zo onopvallend dat niemand ze überhaupt opmerkt. Meer naar het noorden bijvoorbeeld, in Enghaveparken, is een inlinehockeyveld aangelegd, omringd door een lage betonnen muur. Leden van de jeu-de-boulesclub ernaast gebruiken die muur om op te zitten of hun wijnglas op te zetten. Ze zijn verbaasd als ze horen wat de ware functie van de muur is en zeggen nooit te hebben bevroed dat de ruimte bedoeld is als bassin om regenwater in op te vangen. Iedereen heeft nog duidelijke herinneringen aan de ramp in 2011 – aan trouwjurken die onder de modder zaten en aan vernield meubilair.

    ‘Het is absoluut de juiste beslissing voor de stad om dit te doen,’ zegt Rasmus Lütken, een kunstenaar en architect die lid is van de jeu-de-boulesclub. Wat hem betreft, zegt hij, is de grootste vraag of het plan wel ver genoeg gaat en of er niet meer moet worden gedaan. ‘Bovendien,’ voegt hij met een grijns toe, ‘het ziet er geweldig uit.’

  • Australië: het Groot Barrièrerif lijdt aan ‘massale’ verbleking

    Australië: het Groot Barrièrerif lijdt aan ‘massale’ verbleking

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Alabama neemt wet aan ter bescherming van ivf-behandelingen

    » Regering in Thailand wil zakenimperium van leger afbreken

    Klimaatopwarming zorgt voor wereldwijde koraalverbleking

    Het Groot Barrièrerif is in acht jaar tijd voor de vijfde keer getroffen door een ‘ongekende massale koraalverbleking’, aldus The Sydney Morning Herald. Dit is het resultaat van een zeehittegolf, ‘een nieuw teken van de verslechterende vooruitzichten voor het Australische zeewonder als gevolg van de opwarming van de aarde’, schrijft het dagblad.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Onderzoek vanuit de lucht wijst uit dat twee derde van het 2300 kilometer lange rif tekenen van verbleking vertoont, kondigden de autoriteiten vrijdag aan. De huidige verbleking volgt op vergelijkbare meldingen van aangetaste riffen over de hele wereld in de afgelopen twaalf maanden. Veel riffen op het noordelijk halfrond zijn getroffen door koraalverbleking als gevolg van hogere oceaantemperaturen die worden veroorzaakt door klimaatverandering en momenteel worden versterkt door het weerfenomeen El Niño in de Stille Oceaan.

  • Zorgt de klimaatcrisis ervoor dat onze manier van leven ineenstort?

    Zorgt de klimaatcrisis ervoor dat onze manier van leven ineenstort?

    Geconfronteerd met de verwoestende gevolgen van een opwarmende planeet, staan rijkere landen voor de uitdaging om klimaatneutraal te worden en tegelijkertijd te proberen het economische systeem in stand te houden. Maar is dit werkelijk mogelijk? Wetenschappers Emilio Santiago en Margarita Mediavilla gaan hierover met elkaar in debat.

    Nee: ‘We zijn op het vlak van haalbare oplossingen beter gewapend dan ooit’

    De laatste jaren lijkt klimaatwetenschap wel een slechtnieuwsbulletin. Het laatste nieuws is de publicatie van een studie die waarschuwt voor de waarschijnlijke ineenstorting van de oceaanstromen in de Atlantische Oceaan. Nog meer bewijs dat de klimaatcrisis erger wordt. Wetenschappers zijn gealarmeerd. Zelfs bij een lage opwarming zijn de gevolgen zeer ernstig, en toch stoten we nog steeds CO₂ uit en begeven ons op gevaarlijk terrein. Op deze manier zullen al onze maatregelen voor het klimaat tevergeefs zijn.

    Onze kinderen groeien nu al op op een planeet die veel onleefbaarder is dan die van hun grootouders, en de situatie zal waarschijnlijk alleen maar verergeren. De eenentwintigste eeuw wordt een enorme ecologische stresstest voor samenlevingen die zwaar onder druk staan door ongelijkheid en geweld. Betekent dit dat ecologische ineenstorting zo goed als zeker is? Niet als we ineenstorting begrijpen zoals de term wordt gehanteerd in de sociale wetenschappen.

    Strikt genomen is een ineenstorting een snelle, destructieve en onomkeerbare ondergang van de sociale orde die de staat en de markt zoals we die kennen vernietigt. Ze gaat gepaard met technologische achteruitgang en massale sterfte. Deze situaties kunnen zich ad hoc voordoen in combinatie met specifieke catastrofes. Maar als traject is het waarschijnlijker dat we, als we het verkeerd aanpakken, terechtkomen in een proces van klimaatapartheid, verlies van vrijheden en verslechtering van levensomstandigheden. Dat is niet bepaald een ineenstorting. En de keuze van die term doet ertoe, want verschillende woorden roepen verschillende strategieën op.

    De beste remedie tegen klimaatangst is politiek

    Wat betreft het klimaatvraagstuk is de menselijke factor de grootste onbekende. Samenlevingen innoveren, passen zich aan en transformeren. Dezelfde ecologische schok kan tot heel verschillende sociale resultaten leiden. Sommige kunnen tot ineenstorting leiden, maar andere niet. Er is één ding dat Thatcher, Hollywood en het alarmistische klimaatactivisme met elkaar verbindt: het neoliberale geloof dat er geen alternatief is. Maar er is altijd een alternatief omdat politiek een kolossale hefboom voor verandering is. De pandemie diende als test. De economie werd stilgelegd, werknemers van getroffen bedrijven werden tijdelijk doorbetaald, wetenschappelijke successen zoals vaccins werden in recordtijd behaald, de vaccins werden verdeeld op basis van behoefte en niet op basis van marktcriteria… dit alles zou in 2019 onmogelijk hebben geleken.

    Ineenstorting voor lief nemen is de beste manier om aan het klimaat bij te dragen, omdat apocalyptische berichten over het klimaat mensen demobiliseren. Bovendien zijn er redenen voor hoop. Hernieuwbare energie ondergaat een verbazingwekkende technologische revolutie: in 80 procent van de landen is het al goedkoper om elektriciteit te produceren met hernieuwbare energie dan met fossiele brandstoffen.

    Technologie zal ons helpen, maar het is geen wondermiddel. Het moet worden gecombineerd met diepgaande sociale veranderingen. Ook op dit gebied is er vooruitgang: er is al een massaal klimaatbewustzijn dat wordt aangestuurd door de massale protesten van jongeren in 2019. Noodzakelijke utopieën zoals ‘degrowth’ worden besproken in het Europees Parlement. Overheidsprogramma’s zoals Next Generation EU injecteren een historische hoeveelheid middelen in de klimaattransitie, ook al schort er nog veel aan op het gebied van klimaatrechtvaardigheid. Maar ook op dat terrein is ruimte voor verbeteringen. Vooral omdat de neoliberale ideologie, die ons decennia van samenhangende klimaatactie heeft gekost, nu meer dood dan levend is. Overheidsingrijpen, industrieel beleid en het herverdelen van welvaart zijn ideeën die vandaag de dag veel meer tot de toekomst behoren dan tot het verleden.

    Ineenstorting is dus niet onvermijdelijk, want de klimaatcrisis geen eenmalig onheil. De klimaatcrisis ontvouwt zich als een opeenvolging van verwoestende gebeurtenissen die afhankelijk zijn van onze beslissingen. Het vermijden van een ecologische ramp is de bepalende taak van de eenentwintigste eeuw. En het zal de politiek zijn die er vorm aan zal geven. We weten dat politiek monsters kan voortbrengen. Maar ze kan ook rechten, doorbraken en grote transformaties voortbrengen. Daarom is de beste remedie tegen klimaatangst politiek. Elke verkiezing is al een klimaatreferendum. Maar sommige, zoals die voor het Europees Parlement, zijn beslissend. We moeten ze benaderen met de wetenschap dat we het op klimaatgebied slecht doen, maar dat we op het vlak van haalbare oplossingen beter gewapend zijn dan ooit.

    Emilio Santiago Muíño is antropoloog en hoofdwetenschapper bij het CSIC, de Spaanse nationale onderzoeksraad.


    Ja: ‘De energietransitie is niet een en al rozengeur en maneschijn’

    Allereerst zou het goed zijn om te weten wat we bedoelen met ineenstorting. Het woordenboek definieert het als ondergang, vernietiging of snelle val. Ik definieer het liever aan de hand van de systeemdynamica en karakteriseer het niet alleen als een val, maar als iets wat zichzelf versnelt, waardoor het bijzonder dramatische gevolgen heeft. Wat we ook bedoelen met ineenstorting, zeker is dat onze samenleving vroeg of laat zal ineenstorten, omdat ze al tientallen jaren niet duurzaam is, dat wil zeggen dat we niet in staat zijn om de huidige consumptieniveaus te handhaven zonder de fysieke en biologische basis die diezelfde consumptie voedt, af te breken.

    Om duurzaam te zijn, moet een samenleving aan ten minste vier eisen voldoen: gebaseerd zijn op niet-uitputbare (hernieuwbare) energiebronnen, alle mineralen voor bijna 100 procent recyclen, de extractie van biologische hulpbronnen beperken tot hun regeneratiesnelheid en afval uitstoten op een tempo dat overeenkomt met het recyclingvermogen van de natuur.

    We voldoen bij lange na niet aan deze basisvoorwaarden: driekwart van onze energie is afhankelijk van uitputbare bronnen zoals fossiele brandstoffen en uranium, onze recyclingpercentages zijn erg laag, bossen, waterhoudende grondlagen en visgronden worden overgeëxploiteerd, we verliezen vruchtbare grond en we hebben problemen met een overschot aan afval, van plastic tot CO₂, die klimaatverandering veroorzaakt.

    In werkelijkheid gaan we in veel opzichten al bergafwaarts omdat dit alles het leven van miljoenen mensen moeilijker maakt, maar we hebben de neiging te denken dat de achteruitgang van de natuur er niet toe doet omdat wetenschappelijke vooruitgang altijd in staat is om problemen op te lossen en ons leven te verbeteren.

    Op het gebied van energie is de innovatie nogal middelmatig

    Dat is te veel verantwoordelijkheid voor de technologie, die niet alles kan bereiken en doorgaans ook niet verdergaat dan de toekomstscenario’s die we ons kunnen voorstellen. In de afgelopen decennia zijn er bijvoorbeeld verbazingwekkende ontdekkingen gedaan op het gebied van computers, maar op het gebied van energie zijn ze nogal middelmatig: noch thermische zonnecentrales, noch dunne filmzonnetechnologieën, noch algenbrandstoffen, noch getijdenenergie hebben de resultaten opgeleverd die een paar jaar geleden werden verwacht.

    Deze beperkingen zijn vooral duidelijk als we het hebben over het uitfaseren van fossiele brandstoffen, vooral olie, een buitengewone hulpbron. Benzine slaat bijvoorbeeld zeventig keer meer energie op per kilogram gewicht dan de batterijen die worden gebruikt om de elektriciteit op te slaan die wordt geleverd door hernieuwbare energiebronnen. Daarbij komt nog de afhankelijkheid van schaarse mineralen, landgebruik en de grilligheid van zonne- en windenergie. Dit zijn geen absolute belemmeringen, maar ze zorgen allemaal voor extra technische moeilijkheden. En wat technisch ingewikkeld is, is economisch onrendabel, onaantrekkelijk voor de consument en politiek moeilijk te verkopen.

    Toch moeten we om twee redenen afstappen van fossiele brandstoffen: omdat ze tekenen van uitputting vertonen (30 van de 53 belangrijkste olieproducerende landen zien al een achteruitgang op dit gebied) en omdat we de klimaatverandering moeten beperken. Maar we moeten onszelf niet wijsmaken dat de energietransitie een en al rozengeur en maneschijn is. Het is een complex proces dat een ambitieuze economische, ecologische en sociale overgang vereist, naast technische veranderingen.

    Is ineenstorting onvermijdelijk? Als we het begrijpen als een daling van het consumptieniveau en een progressieve toename van ontberingen, ja, dan denk ik dat het onvermijdelijk is. Maar of het die zichzelf versnellende catastrofale val is, die ik pas echt ineenstorting zou willen noemen, hangt af van de keuzes die we maken.

    Een samenleving kan ervoor kiezen om hulpbronnen die schaars worden te beschermen of om ze te overexploiteren. Als hulpbronnen worden overgeëxploiteerd, verslechteren ze, waardoor meer schaarste en meer overexploitatie ontstaan in een neerwaartse spiraal van zichzelf versnellende ineenstorting. Ik geloof dat we op mondiaal niveau nog niet in deze dynamiek zijn beland, maar om dit ook in de toekomst te voorkomen moeten we onszelf beperkingen opleggen, oog hebben voor systemen en respect tonen aan de natuur; gedrag dat we nu nog te weinig laten zien.

    Margarita Mediavilla Pascual is docent aan de School voor Industriële Techniek van de Universiteit van Valladolid. Ze maakt deel uit van de onderzoeksgroep Energie, Economie en Systeemdynamica (GEEDS) en is gespecialiseerd in geïntegreerde energie-, economische en milieubeoordelingsmodellen.

  • Dossier: Red Antarctica

    Dossier: Red Antarctica

    De onomkeerbare verdwijning van de ijskap zou al bij actuele klimaatcondities mogelijk zijn. Wetenschappers op expeditie in Antarctica onderzoeken hoe het gesteld is met die koudwaterbarrière en de unieke fauna.

    In het dossier Antartica:

    1. Op expeditie om veranderingen watermassa’s te begrijpen
    2. Een ark voor de unieke fauna van Antarctica 

  • Wereldnieuws: Lokale politici hebben in Duitsland last van intimidatie & meer

    Wereldnieuws: Lokale politici hebben in Duitsland last van intimidatie & meer

    Politici waarschuwen voor ‘dictatoriale tendens’

    De Latijns-Amerikaanse Ronde Tafel voor Reflectie, geleid door de Chileense ex-president Michelle Bachelet, heeft zich uitgesproken tegen de repressie in Venezuela, meldt El País. De groep beschouwt de uitzetting van het Bureau van de Hoge Commissaris van de VN en de arrestatie van activist Rocío San Miguel als een ernstige fout van het chavismo, en waarschuwt voor een ‘dictatoriale tendens’ die niet past bij Venezuela.

    Sinds haar arrestatie op 9 februari zit de activist San Miguel gevangen in El Helicoide

    Sinds haar arrestatie op 9 februari zit de activist San Miguel gevangen in El Helicoide, de beruchte gevangenis van de Venezolaanse inlichtingendienst. Ze wordt verdacht van het beramen van een staatsgreep. Toen de VN-commissie zich uitsprak tegen de arrestatie van San Miguel werd de organisatie gesommeerd het land te verlaten. Volgens de Venezolaanse minister van Buitenlandse Zaken, Yván Gil, is de mensenrechtencommissie ‘een privékantoor geworden van coupplegers en terroristische groeperingen die voortdurend complotten smeden tegen het land’.

    gettyimages 1156650706 594x594 1
    © Sean Gallup/Getty Images

    ’s Werelds eerste houten satelliet

    Japanse wetenschappers zijn erin geslaagd een satelliet te ontwikkelen van hout. De LignoSat-sonde is gemaakt van magnoliahout, dat bij experimenten in het International Space Station (ISS) bijzonder stabiel bleek te zijn en bestand tegen scheuren. De sonde wordt deze zomer met een Amerikaanse raket gelanceerd, schrijft Nikkei Asia.

    De houten satelliet is gebouwd om te zien of deze kunnen dienen als milieuvriendelijk alternatief voor de gebruikelijke metalen

    De houten satelliet is gebouwd door onderzoekers van de Universiteit van Kyoto en het bosbouwbedrijf Sumitomo Forestry om te zien of deze kunnen dienen als milieuvriendelijk alternatief voor de gebruikelijke metalen. ‘Alle satellieten die de atmosfeer van de aarde weer binnenkomen, verbranden en creëren kleine aluminiumoxidedeeltjes die jarenlang in de bovenste atmosfeer blijven zweven,’ legt Takao Doi uit, astronaut en ruimtevaartingenieur van de Universiteit van Kyoto. ‘Die deeltjes tasten het milieu op aarde aan.’


    Lokale politici hebben last van intimidatie

    In 2022 heeft meer dan 60 procent van de lokale volksvertegenwoordigers in Duitsland te maken gehad met bedreigingen en agressie, blijkt uit gegevens van de Heinrich-Böll-Stiftung en de Universiteit van Duisburg-Essen. Vooral burgemeesters liggen onder vuur.

    ‘Veel mensen die betrokken zijn bij de lokale politiek ervaren vijandigheid,’ schrijft Die Tageszeitung. In januari 2024 richtte het Duitse ministerie van Binnenlandse Zaken daarom zelfs een ‘contactpunt voor de bescherming van gemeenteambtenaren en gekozen vertegenwoordigers’ op om dit fenomeen aan te pakken. Minister Nancy Faeser zei dat het doel van het nieuwe contactpunt was om aan ambtsdragers en gekozen vertegenwoordigers over te brengen: ‘Je staat er niet alleen voor.’

    Dit varieert van haatmails tot fysieke aanvallen en zelfs moord

    ‘Lokale politiek is direct,’ aldus Faeser. Deze nabijheid maakt mensen echter ook kwetsbaar. Dit varieert van haatmails tot fysieke aanvallen en zelfs moord, zoals in het geval van de districtsvoorzitter van Kassel, Walter Lübcke, die in 2019 werd vermoord door een rechts-extremist.

    Veel van deze overtredingen worden niet eens bij de politie gemeld, aldus Faeser. Pogingen tot intimidatie zoals ‘Ik weet naar welke school je kinderen gaan’ zijn niet ongewoon. Ze heeft al met verschillende burgemeesters gesproken die zeiden: ‘Dan kan ik maar beter stoppen om mijn gezin te beschermen.’

    Lokale politici waarmee Die Tageszeitung sprak, maken melding van haatcampagnes en intimidatie op sociale netwerken, rotte eieren die naar hun huizen werden gegooid en beledigende brieven. Gekozen vertegenwoordigers voelen zich in de steek gelaten wanneer ze worden geconfronteerd met bedreigingen, geven het op en stellen zich niet langer verkiesbaar.

    Thomas Zschornak, de CDU-burgermeester van Nebelschütz, een kleine gemeente in het oosten van Duitsland, is een van de bedreigde politici. Twee jaar lang was hij het slachtoffer van een intense intimidatiecampagne; ook hij stelde zich niet herkiesbaar. Hij verliet de politiek met een burn-out.


    Showmax verdringt Netflix in Afrika

    Het Zuid-Afrikaanse streamingbedrijf Showmax is Netflix voorbijgestreefd in Afrika, schrijft Rest of World. Showmax, dat in 2015 ontstond uit MultiChoice, Afrika’s grootste entertainmentbedrijf, had eind november 2023 2,1 miljoen abonnees op het continent, tegenover 1,8 miljoen voor Netflix, volgens marktonderzoeksbureau Omdia. Showmax heeft Netflix ingehaald te midden van de hevige concurrentie in de Afrikaanse videostreamingindustrie, waar internationale bedrijven, grote telecombedrijven en verschillende landspecifieke apps vechten om het geld van de consument. Het bedrijf probeert zich te onderscheiden door een aanbod van series en films gericht op de Afrikaanse consument.

    Showmax werkt samen met HBO en Comcast. Het platform heeft ook de streamingrechten voor de Engelse Premier League.

    Onderzoek: herbebossing houdt klimaatopwarming tegen

    Onderzoekers hebben ontdekt dat herbebossingsprojecten in het oosten van de Verenigde Staten ‘een verbluffende prestatie hebben geleverd’: het inperken van de stijgende temperaturen die het gevolg zijn van de klimaatcrisis. The Guardian meldt dat wetenschappers al lange tijd verbaasd waren over een zogenaamd ‘opwarmingsgat’ boven delen van het zuidoosten van de VS, waar de temperaturen constant zijn gebleven of zelfs zijn gedaald, ondanks de onmiskenbare bredere opwarmingstrend. Een belangrijke reden voor deze afwijking, zo blijkt uit het nieuwe onderzoek, is de enorme herbebossing van een groot deel van het oosten van de VS na het aanvankelijke verlies van grote aantallen bomen na de Europese kolonisatie van het Amerikaanse continent.

    ‘De herbebossing is opmerkelijk geweest’

    ‘De herbebossing is opmerkelijk geweest en we hebben aangetoond dat dit zich heeft vertaald in de omringende luchttemperatuur,’ zegt Mallory Barnes, een milieuwetenschapper aan de Universiteit van Indiana die het onderzoek leidde. ‘Het “opwarmingsgat” was een echt mysterie en hoewel het niet alles verklaart, toont dit onderzoek aan dat er een belangrijk verband is met herbebossing.’

    Vanaf de jaren 1920 is de Amerikaanse regering begonnen met een voortvarend boomplantprogramma. Dat heeft ertoe geleid dat er in de afgelopen eeuw ongeveer 15 miljoen hectare herbebost gebied is bijgekomen in het oosten van de VS – genoeg bomen om een gebied groter dan Engeland te bedekken.

    Showmax PR Mobile Device 1240x698 1

    Karkassen

    Onder een donkere, met ijs bedekte zee voor de kust van Groenland stuit een dappere duiker op de enorme karkassen van dwergvinvissen. Alex Dawson, die het spectaculaire beeld maakte, won hiermee de prijs voor Onderwaterfotograaf van het Jaar 2024. Whale Bones werd gefotografeerd onder de zwaarste omstandigheden, waarbij hij met duikpak en ademhalingsondersteuning afdaalde onder de ijskap van Groenland. 

    De foto werd gekozen uit 6500 inzendingen van over de hele wereld

    De foto werd gekozen uit 6500 inzendingen van over de hele wereld. Een andere winnaar was JingGong Zhangs, die eerder het paren van zeepaardjes vastlegde en dit jaar het broedseizoen van de Japanse Zoarchias, een zogeheten puitaal, wist te fotograferen.

    Alex DawsonUPY2024
    © Alex Dawson/UPY2024
  • Uruguay, een voorbeeld op het gebied van groene energie

    Uruguay, een voorbeeld op het gebied van groene energie

    In 2008, het jaar van de torenhoge olieprijzen, begon Uruguay aan een snelle overstap naar andere energiebronnen. Inmiddels wordt tot wel 98 procent van de elektriciteit in het land duurzaam opgewekt.

    Het waren de eerste jaren van deze eeuw en wereldwijd gingen de prijzen van fossiele brandstoffen omhoog. Nadat de prijs van ruwe olie in de jaren tachtig een tijdlang had gefluctueerd en eind 2001 een dieptepunt van 20 dollar per vat had bereikt, verdrievoudigde hij gedurende de zes jaar daarna, totdat een nieuwe oliecrisis de prijs op 3 juli 2008 opjoeg tot een record van 145 dollar per vat. Uruguay importeert zijn olie, dus dat was een probleem.

    De vraag naar energie was het jaar ervoor met 8,4 procent gestegen en de energierekening van de Uruguayaanse huishoudens steeg navenant. Onder de 3,4 miljoen mensen tellende bevolking groeide de onrust. Bij gebrek aan alternatieven zag president Tabaré Vázquez zich gedwongen tegen een hogere prijs energie te kopen van buurlanden, hoewel Argentinië, Uruguay en Paraguay een akkoord hadden gesloten om elkaar te helpen in tijden van nood.

    Vázquez moest snel een beslissing nemen om uit deze val te ontsnappen

    Vázquez moest snel een beslissing nemen om uit deze val te ontsnappen. Hij nam een onwaarschijnlijke adviseur in de arm, de kernfysicus Ramón Méndez Galain, die het elektriciteitsnet van het land zou omvormen tot een van de schoonste ter wereld. Momenteel komen aan het opwekken van elektriciteit in Uruguay vrijwel geen fossiele brandstoffen meer te pas. Afhankelijk van het weer is 90 tot 95 procent van de elektriciteit van het land van duurzame oorsprong. In sommige jaren werd zelfs 98 procent bereikt.

    Het uitfaseren van fossiele brandstoffen was een van de hoofdthema’s tijdens de klimaattop in Dubai, eind vorig jaar. Na een week lang gespannen onderhandelen werd besloten om af te stappen van fossiele brandstoffen voor het opwekken van energie, al zijn lobbyisten, regeringen en milieuexperts het nog niet eens over de manier waarop die transitie moet plaatsvinden.

    Een oplossing zou kunnen liggen in wat Uruguay de afgelopen vijftien jaar heeft bereikt.

    Transitie

    ‘Ik had veertien jaar in het buitenland gewerkt en toen ik terugkwam was er die energiecrisis. Maar de enige oplossing die werd overwogen was de bouw van een kerncentrale, en verder niets,’ zegt Galain. ‘Ik was kernfysicus, dus ik had wel enige kijk op het probleem.’ Hoe meer hij zich in de kwestie verdiepte, des te sterker hij ervan overtuigd raakte dat kernenergie niet de oplossing was voor Uruguay. In plaats daarvan pleitte Galain voor duurzame bronnen. Hij publiceerde zijn bevindingen in een rapport en betoogde dat het land volledig moest inzetten op windenergie. Kort daarna werd hij gebeld met de vraag of hij de nieuwe Uruguayaanse minister van Energie wilde worden, zodat hij zijn plan ten uitvoer kon brengen.

    Maar economisch gezien is het een Zuid-Amerikaans succesverhaal

    Uruguay is een klein land dat zit ingeklemd tussen twee reuzen. Buenos Aires, de almaar uitdijende hoofdstad van Argentinië, ligt 50 kilometer ten zuiden van de monding van de Rio de la Plata, die een deel vormt van de grens tussen de twee landen, terwijl Uruguay in het noorden aan Brazilië grenst. In die context wordt het land gemakkelijk over het hoofd gezien. Maar economisch gezien is het een Zuid-Amerikaans succesverhaal. Het bnp per hoofd van de bevolking bedroeg in 2022 ruim 25.000 euro, volgens de Wereldbank het hoogste op het continent; slechts een fractie van de bevolking leeft in extreme armoede. Het land kent een snelgroeiende middenklasse, zo’n 60 procent van de bevolking, en de verwachtingen voor de toekomst zijn rooskleurig.

    Door deze demografische verandering is de behoefte aan de verlokkingen van een moderne, eenentwintigste-eeuwse levenswijze toegenomen. Huizen worden uitgerust met was- en afwasmachines en airconditioning is de normaalste zaak van de wereld geworden, net als reusachtige flatscreen-tv’s en op internet aangesloten apparatuur. Voor dat alles is elektriciteit nodig. In de afgelopen tien jaar heeft Uruguay onder de bezielende leiding van Galain een vijftigtal windmolenparken geïnstalleerd, het elektriciteitsnetwerk CO2-neutraal gemaakt en het aantal waterkrachtcentrales opgevoerd.

    Het ‘narratief’

    Maar de grootste uitdaging was het veranderen van het ‘narratief’ over duurzame energiebronnen. Er bestonden in die tijd nog veel misvattingen over duurzame energie, zegt Galain: het was te duur, te instabiel en het zou tot meer werkloosheid leiden. Om alle lagen van de maatschappij mee te krijgen was het van groot belang om met andere verhalen te komen.

    ‘Niemand geloofde dat het ons zou lukken. We hadden nieuwe oplossingen nodig. We moesten dingen anders gaan doen,’ zegt Galain. ‘Vandaag de dag zeggen zelfs leden van het toenmalige kabinet tegen me: “Toen je die dingen in 2008 op tv zei, vroegen we ons af hoe we het moesten uitleggen als het zou mislukken.”‘

    Volgens Galain was er een ‘sterk nationaal narratief’ nodig om het verduurzamingsplan te laten lukken. ‘Ik zei tegen mensen dat dit de beste optie was, zelfs als ze niet in klimaatverandering geloofden. Het is het goedkoopst, en niet afhankelijk van idiote schommelingen [in olieprijzen].’ Met dit verhaal probeerde de regering een sceptische bevolking voor zich te winnen.

    Een van de aanvankelijke zorgen was dat er banen verloren zouden gaan in de energiesector. Maar in plaats daarvan werden er zo’n vijftigduizend nieuwe banen gecreëerd, een enorm aantal voor een land met zo’n kleine bevolking. Het idee van een ‘rechtvaardige transitie’, waarbij niemand zou achterblijven, kwam centraal te staan en sommige werknemers kregen een omscholingscursus om zich te kunnen aanpassen aan het nieuwe normaal.

    Schaich zei tegen Revello dat de familieboerderij een locatie zou kunnen worden voor een windmolenpark

    Ook anderen deden hun voordeel met de veranderingen. Santiago Revello (52) bezit een rundvleesboerderij in het binnenland van Uruguay, zo’n 280 kilometer ten noorden van de hoofdstad Montevideo. Vanwege de uitgestrekte weilanden is rundvleesproductie een van de belangrijkste inkomstenbronnen van het land. De boerderij was rendabel, maar in 2009 dacht de familie Revello erover het bedrijf te verkopen. Toen kwam Revello in contact met Fernando Schaich, de eigenaar van een voormalig energieadviesbureau die lucht had gekregen van de overstap naar duurzame energiebronnen waarop Uruguay inzette.

    Schaich zag al van meet af aan kansen in het transitieplan. Zijn bedrijf had tot dan toe geld verdiend door mensen te adviseren hoe ze hun energieverbruik konden beperken, maar had inmiddels zijn aandacht verlegd naar windmolenparken. Schaich zei tegen Revello dat de familieboerderij een locatie zou kunnen worden voor een windmolenpark, en dat de bouw daarvan geen nadelige gevolgen hoefde te hebben voor zijn vee. Het tweetal stelde een contractvoorstel op en ging daarmee naar een projectontwikkelaar, maar tevergeefs. ‘Fernando was daar doodziek van,’ zegt Revello. ‘Hij zei tegen me dat ik maar met een ander bedrijf in zee moest gaan. Maar hij was altijd eerlijk tegen me geweest, dus ik zei hem dat het me niet alleen maar om geld ging.’

    Momenteel biedt Revello’s boerderij plaats aan 22 windturbines, wat de familie flink wat neveninkomsten oplevert.

    Logistiek

    Toch is de groene transitie van Uruguay niet zonder slag of stoot gegaan. Een van de problemen was van logistieke aard, aldus Gonzalo Casaravilla, tussen 2010 en 2020 bestuursvoorzitter van het nationale energiebedrijf UTE. Buiten de steden zijn de Uruguayaanse wegen smal en er zijn maar weinig snelwegen. De onderdelen van windturbines daarentegen zijn allesbehalve smal, en het viel dan ook niet mee om ze op de plaats van bestemming te krijgen. Om zo min mogelijk overlast te veroorzaken bij de bouw van nieuwe windmolenparken werden er verrijdbare wegblokkades ingezet en werden de onderdelen in konvooien vervoerd.

    ‘Het was grappig. In het begin zeiden de technische mensen van mijn bedrijf: ho ho, voorzichtig aan. Anderhalf jaar later zeiden ze: oké, goed idee,’ zegt Casaravilla. ‘In het begin was er frictie, maar daarna konden we ons geen beter team wensen.’

    De transitie valt niet bij iedereen in goede aarde. Af en toe klinkt er gemor van mensen die zich afvragen waarom hun energierekening niet is gedaald als duurzame energie ‘gratis’ is. Dit is een klacht waarover Galain zijn schouders ophaalt. ‘Mensen vragen zich af hoe het komt dat hun rekening niet lager is,’ zegt hij. ‘Maar in diezelfde periode is het armoedepercentage van 40 naar 10 gezakt en is extreme armoede bijna verdwenen. Mensen hebben nu airconditioning, iets wat ze eerst niet hadden, en ze verbruiken steeds meer elektriciteit.’

    Het land is ‘gezegend door de natuur’ vanwege de sterke winden en een aanzienlijke hoeveelheid waterkracht

    Xavier Costantini, partner van consultancybureau McKinsey in Montevideo, noemt het idee dat duurzame energie gratis zou zijn een misvatting. Er zijn onderhoudskosten, al zijn die relatief laag, maar het belangrijkste is dat de aanvankelijke investering moet worden terugverdiend. De vraag of de Uruguayaanse transitie een blauwdruk voor de wereld is, is niet eenvoudig te beantwoorden. Bepaalde kenmerken hebben het land voordeel opgeleverd, zegt Costantini.

    Het land is ‘gezegend door de natuur’ vanwege de sterke winden en een aanzienlijke hoeveelheid waterkracht, waarvan het eventuele surplus soms aan Brazilië wordt verkocht. Een alternatieve energiebron als waterkracht is van vitaal belang om hiaten in een duurzaam elektriciteitsnet op te vullen, omdat wind en zon niet altijd voorhanden zijn.

    Gunstige voorwaarden

    Anders dan sommige andere landen in de regio is Uruguay politiek gezien erg stabiel, wat het volgens Costantini voor buitenlandse bedrijven aantrekkelijker maakte om er langetermijninvesteringen te doen. Ook was de invoerbelasting relatief hoog, wat als argument kon worden gebruikt om buitenlandse investeringen aan te moedigen.

    Maar zulke gunstige voorwaarden zijn ook elders te vinden. In het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld beschikt Schotland over een aanzienlijk waterkrachtpotentieel. ‘Volledig CO2-vrij worden is kostbaar, maar je kunt een heel eind komen,’ zegt Costantini. ‘Volgens mij is er grote kans dat een land als het VK aan het eind van het komende decennium over een elektriciteitsnet beschikt dat in sterke mate CO2-vrij is, tegen een zeer concurrerend tarief.’

    Uruguay is intussen begonnen aan wat de tweede transitiefase wordt genoemd. Bussen en overheidsvoertuigen worden geleidelijk geëlektrificeerd en ook taxichauffeurs worden aangemoedigd om over te stappen. Als dit goed uitpakt, kan het een wereldwijd voorbeeld zijn voor andere landen die hun economie CO2-vrij willen maken.

  • Onderzoek: herbebossing houdt opwarming in het oosten van de VS tegen

    Onderzoek: herbebossing houdt opwarming in het oosten van de VS tegen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » In Duitsland heeft meer dan de helft van de lokale politici last van intimidatie

    » Japan lanceert ’s werelds eerste houten satelliet om ruimtevervuiling tegen te gaan

    Herbebossing verantwoordelijk voor lagere temperaturen in VS

    Onderzoekers hebben ontdekt dat herbebossingsprojecten in het oosten van de Verenigde Staten ‘een verbluffende prestatie hebben geleverd’: het inperken van de stijgende temperaturen die het gevolg zijn van de klimaatcrisis. Dat schrijft The Guardian.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Wetenschappers waren al lange tijd verbaasd over een zogenaamd ‘opwarmingsgat’ boven delen van het zuidoosten van de VS, waar de temperaturen constant zijn gebleven of zelfs zijn gedaald, ondanks de onmiskenbare bredere opwarmingstrend. Een belangrijke reden voor deze afwijking, zo blijkt uit het nieuwe onderzoek, is de enorme herbebossing van een groot deel van het oosten van de VS na het aanvankelijke verlies van grote aantallen bomen na de Europese kolonisatie van het Amerikaanse continent.

    ‘De herbebossing is opmerkelijk geweest en we hebben aangetoond dat dit zich heeft vertaald in de omringende luchttemperatuur,’ zei Mallory Barnes, een milieuwetenschapper aan de Universiteit van Indiana die het onderzoek leidde, tegen de Britse krant. ‘Het “opwarmingsgat” was een echt mysterie en hoewel dit niet alles verklaart, toont dit onderzoek aan dat er een belangrijk verband is met herbebossing.’

    Vanaf de jaren 1920 is de Amerikaanse regering begonnen met een voortvarend boomplantprogramma. Dat heeft ertoe geleid dat er in de afgelopen eeuw ongeveer 15 miljoen hectare herbebost gebied is bijgekomen in het oosten van de VS – genoeg bomen om een gebied groter dan Engeland te bedekken.