Tag: China

  • ‘Sla hard toe’. Zo werkt China’s campagne om de Oeigoeren te onderdrukken

    ‘Sla hard toe’. Zo werkt China’s campagne om de Oeigoeren te onderdrukken

    De Oeigoerse dichter Tahir Hamut Izgil werd meerdere malen door de Chinese politie gearresteerd. Om aan vervolging te ontkomen vluchtte hij naar de Verenigde Staten. In zijn autobiografie Wachten op mijn arrestatie in de nacht laat hij zien hoe China de Oeigoeren in het land constant in de gaten houdt en intimideert. Een fragment.

    Ik blijf terugkeren naar de eerste dag van het jaar 2013.

    Die avond werd ik onverwachts opgebeld door Ilham Tohti, een hoogleraar economie van de Centrale Universiteit voor Nationaliteiten in Beijing. Het was jaren geleden dat we elkaar hadden gesproken. Hij zat in een Oeigoers restaurant achter de universiteit, waar hij het nieuwe jaar vierde met een wederzijdse vriend uit Beijing.

    Na het uitwisselen van beleefdheden zei Ilham: ‘Xi Jinping heeft de macht naar zich toe getrokken. Voor ons gaat het dus beter worden. Verlies de moed niet, en geef aan onze vrienden in Ürümqi maar door dat ze optimistisch mogen zijn.’ Ilham was heel opgewekt. Toen hij zei dat het beter zou gaan met ons doelde hij op de politieke omstandigheden van de Oeigoeren. Die waren in het recente verleden snel verslechterd.

    Op dit moment is volstrekt duidelijk hoe absurd het was om van Xi Jinping iets te verwachten wat positief uit zou pakken voor de Oeigoeren, maar indertijd leefde die hoop wel bij veel Oeigoerse intellectuelen. Ook onder Han-intellectuelen waren er mensen die verwachtten dat Xi relatief progressief zou zijn. De Chinese politiek is zo ondoorzichtig dat er over de politieke opvattingen van nieuwe leiders alleen maar gespeculeerd kan worden.

    Xi’s vader Xi Zhongxun was kort nadat de Partij aan de macht was gekomen de hoogste functionaris in het noordwesten van China geweest, en had kritiek geuit op het repressieve beleid van de Partij in Xinjiang. Oeigoerse intellectuelen wilden maar al te graag geloven dat Xi Jinping op dit gebied de voetstappen van zijn vader zou drukken. Het was een uit wanhoop geboren hoop, de droom van een gehavende gemeenschap over een betere behandeling door haar koloniale overheersers.

    Ilham Tohti

    Ik had aan het begin van de jaren negentig kennisgemaakt met Ilham Tohti. Aan het Centrale Instituut voor Nationaliteiten, zoals de naam toen nog luidde, was ik bezig met het afronden van het eerste deel van mijn studie. Ilham deed een master economie. Hij was een enorm energieke, spraakzame man, die heel snel praatte, alsof zijn hoofd vol gedachten zat en hij die in de hoogste versnelling onder woorden wilde brengen. Als we elkaar op de campus tegen het lijf liepen begon hij meteen opgewonden te praten. En als hij eenmaal bezig was, was hij bijna niet meer te stuiten, vooral als het over zijn favoriete onderwerp ging, de economie en demografie van de regio waar de Oeigoeren woonden. Later zou Ilham een van de meest vooraanstaande Oeigoerse dissidente intellectuelen worden. Rond 2005 zette hij een website in het Chinees op, waarop hij artikelen zette waarin hij de rechten van Oeigoeren verdedigde. Hij betoogde dat de Chinese overheid zich in Oeigoers gebied niet aan haar officiële autonomiebeleid hield, dat het Productie- en Constructiekorps in Xinjiang functioneerde als een wetteloze staat binnen de staat, dat door de snelle instroom van Han-kolonisten de inheemse bevolking een minderheid in eigen land aan het worden was, dat er onder de Oeigoeren een enorme werkloosheid was en dat in het onderwijs het Oeigoers was gemarginaliseerd.

    Een van de belangrijkste doelstellingen van zijn website was het aanmoedigen van een gezonde dialoog tussen Oeigoeren en Han-Chinezen en het versterken van een goede verstandhouding tussen de twee etnische groepen. De website trok veel gelijkgestemde intellectuelen en studenten aan, Oeigoeren, Han-Chinezen en anderen, en kreeg ook in het buitenland steeds meer invloed. Mijn neef had me verteld over de site. Hij zei dat veel jonge Oeigoeren actief bijhielden wat erop werd gezet en dat ze daar vaak over discussieerden.

    Het zal geen verwondering wekken dat Ilham Tohti’s dissidente opvattingen de aandacht trokken van de Chinese overheid. De politie nodigde hem vaak uit ‘op de thee’, een eufemisme voor een informele waarschuwing of een verhoor. In bepaalde gevoelige perioden, zoals de Spelen van 2008 of wanneer westerse leiders op bezoek kwamen in Beijing, stuurde de politie het gezin van Ilham een maand ‘op vakantie’. In 2009 zei de overheid dat Ilham verantwoordelijk was voor het geweld van juli dat jaar in Ürümqi. Hij en zijn gezin verdwenen. Men ging ervan uit dat Ilham was gearresteerd. Maar na anderhalve maand informele hechtenis in een buitenwijk van Beijing mochten ze weer naar huis. Ondanks dit alles ging Ilham ervan uit dat de overheid hem niet formeel zou arresteren of gevangenzetten. Per slot van rekening gaf hij college aan een universiteit in de hoofdstad. Hij vond ook dat hij met zijn kritiek volledig binnen de wet bleef. En dat het gezin in Beijing geregistreerd stond was ook bevorderlijk voor zijn gemoedsrust. Het behoeft geen betoog dat het politieke klimaat in de hoofdstad heel anders was dan in Xinjiang. Als hij daar dit soort activiteiten had ontplooid, zou hij allang gearresteerd zijn.

    Arrestatie

    Maar het pakte toch anders uit dan hij had gedacht. Medio januari 2014 hoorden we in Ürümqi dat Ilham was opgepakt in Beijing. Ik vroeg welke eenheid van de politie dat had gedaan en hoorde dat het mensen uit Ürümqi waren geweest.

    Het was niet normaal dat rechercheurs uit Ürümqi een afstand van meer dan 2500 kilometer aflegden om een hoogleraar aan een universiteit in Beijing te arresteren. Normaal gesproken had de politie van Beijing dan jurisdictie. Dat de politie van Ürümqi erop af werd gestuurd betekende dat de beslissing om Ilham te arresteren op het hoogste niveau was genomen. Niet lang daarna hoorden we dat rond dezelfde tijd een aantal studenten van Ilham waren verdwenen. Waarschijnlijk waren ze gearresteerd. Anders gezegd: het zag er niet best uit.

    Ik schrok van de arrestatie van een intellectueel die alleen maar de overheid had opgeroepen om zich aan haar eigen wetten te houden. Daardoor kreeg ik het sombere voorgevoel dat het met de Oeigoerse intelligentsia als groep helemaal de verkeerde kant op ging. Om toch wat te doen tegen het naderende gevaar stak ik een paar uur in het controleren van alle bestanden op mijn laptop en de computer die ik op mijn werk gebruikte en wiste alle bestanden, videobeelden, opnamen en foto’s die de politie mogelijk kon aangrijpen om me te arresteren. Ik gaf iedereen bij ons op kantoor opdracht hetzelfde te doen. Niet lang daarvoor was ik al surfend op het internet Charter ’08 tegengekomen, een manifest waarin Nobelprijswinnaar Liu Xiaobo en anderen een oproep deden voor democratie en burgerrechten in China. Na het lezen besloot ik het in het Oeigoers te vertalen, maar omdat ik het nergens kon publiceren had ik het maar op mijn computer laten staan. Een paar jaar geleden had ik van een vriend een Word-bestand gekregen met een Chinese vertaling van Xinjiang: China’s Muslim Borderland, een bundel wetenschappelijke artikelen uit de Verenigde Staten en elders. De politieke afdeling van het Volksbevrijdingsleger had het boek in het Chinees vertaald, waarschijnlijk om mensen er intern kennis van te laten nemen. Omdat de overheid de toegang tot informatie vanuit het buitenland strikt reguleerde wilde ik heel graag alle mogelijke buitenlandse informatie over Oeigoeren en ons land in handen krijgen, en dus las ik het boek wel drie keer. Ik had ook de pdf van een in Tainwan gepubliceerd boek van Wang Lixiong waarvan de titel zich in het Engels laat vertalen als My West China, Your East Turkestan. En ik had een foto van de dalai lama met de verbannen Oeigoerse leider Rebiya Kadeer, zijn arm liefdevol om haar schouder geslagen. Het was ontroerend om deze warme band te zien tussen leiders van twee gemeenschappen die in China werden onderdrukt.

    Het was ontroerend om deze warme band te zien tussen leiders van twee gemeenschappen die in China werden onderdrukt

    Het had me heel wat moeite gekost om deze teksten te vinden en te vertalen, en het gaf me een onbehaaglijk gevoel toen ik ze een voor een wiste. Maar latere gebeurtenissen zouden aantonen dat ik er goed aan had gedaan. Het ging echt de verkeerde kant op. De repressie die het gevolg was geweest van de rellen die in 2009 in Ürümqi waren uitgebroken was nog niet voorbij toen de overheid een aparte campagne tegen de Oeigoeren op touw zette, die de naam ‘Sla hard toe’ meekreeg. Die was gericht tegen ‘religieus extremisme, etnisch separatisme en gewelddadig terrorisme’, en had verreikende gevolgen. Han-migranten stroomden in nog grotere aantallen dan eerst Xinjiang binnen. Huizen van Oeigoeren werden gesloopt en hun land werd in beslag genomen. In godsdienstig en cultureel opzicht kregen de Oeigoeren met steeds meer repressie te maken, en in het dagelijkse bestaan werden ze steeds meer gediscrimineerd. Aan de problemen die door Tohti waren benoemd werd niet alleen niets gedaan, ze mochten ongehinderd doorwoekeren. Toch bleef de overheid zeggen dat alle ontevredenheid onder de Oeigoeren voortkwam uit separatisme en terrorisme, en werden er lukraak mensen bestraft.

    Twee maanden nadat Tohti was gearresteerd bereikten ons berichten over een terroristische aanslag in een treinstation in de Zuid-Chinese stad Kunming, duizenden kilometers bij Ürümqi vandaan. Staatsmedia berichtten dat vijf zwart gemaskerde Oeigoeren met messen passagiers hadden aangevallen in de hal waar kaartjes werden verkocht.

    Weer gingen twee maanden voorbij. Toen kwamen staatsmedia met het bericht dat twee Oeigoeren passagiers hadden aangevallen bij de uitgang van het station, waarna ze zich hadden opgeblazen. Kort daarop kwam het bericht dat Oeigoerse terroristen een zelfmoordaanslag hadden uitgevoerd op een markt in Ürümqi.

    De houding en de retoriek van de overheid werden agressiever dan ooit

    In de jaren na het geweld van 2009 in Ürümqi leek het rustiger te zijn geworden in Xinjiang. Maar door drie aanslagen binnen twee maanden liep de spanning weer behoorlijk op. De houding en de retoriek van de overheid werden agressiever dan ooit.

    Oeigoeren reageerden steevast op dit soort gebeurtenissen door ‘Er is iets gebeurd’ te zeggen. Mensen die ik kende hadden complexe gevoelens over zulke incidenten. Enerzijds koesterden ze zoveel ressentiment jegens overheid en Han-Chinezen dat ze dachten: hun verdiende loon. Anderzijds vonden ze het verkeerd om je pijlen te richten op burgers in plaats van op de overheid. Verder waren mensen bang dat zulke aanslagen nog meer repressie tot gevolg zouden hebben en dat ze daar persoonlijk last van zouden krijgen. En als er negatieve gevolgen waren, werd er gemopperd: ‘Laat die lui dankbaar zijn voor hun dagelijks brood in plaats van stomme dingen te doen.’ De officiële rapporten over zulke voorvallen waren meestal vaag, tegenstrijdig en niet erg overtuigend. Verdenkingen, gissingen en geruchten deden algauw de ronde. Volgens de overheidspropaganda werden al deze aanslagen gepleegd door separatisten en terroristen, die Xinjiang af wilden scheiden van China en tot een onafhankelijk Oost-Turkestan wilden komen. De overheid weigerde te erkennen dat het geweld mogelijk een gevolg was van haar eigen beleid, dat nefaste gevolgen had voor het leven van de Oeigoeren.

    Maar onder de Oeigoeren deden tal van geruchten de ronde over wie er achter de aanslagen zaten. Meestal vermoedde men dat ze waren gepleegd door mensen die het slachtoffer waren geworden van overheidsgeweld en nu wraak wilden nemen. Anderen dachten dat de overheid zelf de aanslagen had gepleegd om zo een excuus te hebben voor nog meer repressie en om de wil tot verzet van de Oeigoeren te breken.

    Niet alleen werden de mensen die betrokken waren bij de aanslagen zwaar bestraft, de overheid pakte ook mensen aan die niets te maken hadden met de aanslagen maar connecties hadden met de daders: familieleden, kennissen, mensen met wie ze ooit samen hadden gegeten of bij wie ze hadden gelogeerd. Die werden ervan beschuldigd dat ze terroristen ‘onder hun vleugels hadden genomen’.

    Verboden artikelen

    Net als veel andere Oeigoerse intellectuelen wilde ik graag weten wat er in buitenlandse media over deze aanslagen werd geschreven en hoe er in het buitenland op werd gereageerd. Na het geweld van 2009 in Ürümqi werd in Xinjiang bijna een heel jaar het internet afgesloten. Ook toen het weer werd opengesteld bleven veel buitenlandse websites, vooral op het gebied van nieuws, ontoegankelijk. Als je toch toegang tot zulke sites wist te krijgen gold dat als een ernstig misdrijf. Desondanks gebruikten we stiekem toch VPN’s om de Great Firewall, de beruchte digitale Grote Chinese Muur, van de overheid te omzeilen en op allerlei internationale nieuwssites te komen. We hadden zo weinig informatie over ons eigen land en wat er om ons heen gebeurde dat we dat risico wel wilden lopen. Na de arrestatie van Ilham Tohti en de aanslagen werd de repressie zo hevig dat ons niets anders overbleef dan onze VPN’s te verwijderen en het te doen zonder internationale nieuwssites. Als ik geen gebruik meer kon maken van internet leek er nog maar één optie over te blijven: op de korte golf luisteren naar buitenlandse nieuwszenders.

    Dat jaar gingen we met het gezin op vakantie in Qashqar. We brachten een bezoek aan mijn ouders en gingen bij oude vrienden langs. De man van een vrouw met wie Marhaba op school had gezeten had in een winkelcentrum daar een zaak met elektronische spullen. Ik besloot daar een kortegolfradio te kopen. Hij wist vast wel wat een goede was.

    Toen ik naar binnen liep was hij net bezig alle radio’s uit de winkel in dozen te doen. Ik vroeg wat hij aan het doen was. ‘Het politiebureau heeft gebeld,’ zei hij verbitterd. ‘We moeten al onze radio’s uit de winkel halen. We mogen ze niet meer verkopen.’

    De lijst met verboden artikelen was blijkbaar nog langer geworden. Een paar jaar daarvoor waren lucifers verboden. Kennelijk wilde de overheid het separatisten onmogelijk maken om van de zwavel in luciferkoppen explosieven te maken.

    Dat betekende het einde van mijn plan om een radio te kopen. Een paar dagen later hoorde ik dat de overheid de radio’s in beslag was gaan nemen die bij mensen in huis stonden, eerst in de dorpen, later ook in de steden.

    ‘Zo te zien is het radiotijdperk voorgoed afgelopen,’ zei ik tegen mezelf.

    Lees ook:

  • China rookt massaal – en dat wil de regering graag zo houden

    China rookt massaal – en dat wil de regering graag zo houden

    Meer dan driehonderd miljoen Chinezen roken. De regering moedigt verslaving aan in plaats van die te bestrijden, omdat roken een hoop geld in het laatje brengt. Ondanks de toezeggingen van de overheid en de bewustwording van de gezondheidsrisico’s bestaat het tabaksimperium nog steeds.

    Weer een nieuwe lichting studenten aan de Bachelor Tabakwetenschap rookt binnenkort de eerste sigaretten in de collegezaal. Docenten van de Landbouwuniversiteit in Kunming, in het zuidwesten van China, zorgen voor asbakken en aanstekers.

    Een jaar geleden begon de eenentwintigjarige Min Li hier met haar studie. ‘In het eerste semester bezochten we de velden, oogstten we tabak en plantten we nieuwe tabaksplanten op de heuvel achter de universiteit,’ vertelt ze, terwijl ze over de campus loopt. Haar echte naam geeft ze liever niet. Het gaat hier immers over sigaretten, oftewel: over het echt grote geld.

    Deze universiteit in de provincie Yunnan neemt elk jaar circa honderdveertig nieuwe studenten aan en leidt de nieuwe lichting op voor de sigarettenindustrie in de Volksrepubliek. Hier leren ze om sigaretten machinaal te produceren en hoe ze tabak moeten planten en verwerken.

    Terwijl roken in West-Europa en in de VS nagenoeg taboe is, zijn sigaretten in China nog alomtegenwoordig. Men lijkt zich er nauwelijks van bewust dat ze dodelijke ziekten kunnen veroorzaken. Het is normaal om een topmerk als Chunghwa of Panda cadeau te doen aan de gastheer van een feestje, een leraar na de examens of als nieuwjaarsgeschenk voor een portier. Op bruiloften worden pakjes van het merk ‘Dubbel Geluk’ uitgedeeld. Bruid en bruidegom gaan van tafel tot tafel om de sigaretten aan te bieden. Longen vol rook voor een lang, gelukkig huwelijk.

    Op de derde verdieping van het Tabaksinstituut is een museum ingericht. Achter een met ijzer beslagen deur liggen honderden pakjes sigaretten in vitrines. In een hoek staat een waterpijp, op de vergadertafel staat een enorme kristallen asbak en aan de muren hangen foto’s van staatsoprichter Mao Zedong met een sigaret in zijn hand en natuurlijk van Deng Xiaoping, de patriarch van de hervorming – een kettingroker die er graag een opstak tijdens het eten.

    Oorlogsschepen

    Aan het begin van de jaren tachtig richtte Deng het staatsbedrijf China National Tobacco Corporation op, een monopolist die 96 procent van alle sigaretten in het land verkoopt. Op de wereldmarkt heeft het bedrijf een aandeel van ongeveer 46 procent: China Tobacco is veruit het grootste tabaksbedrijf ter wereld. Het verkoopt ook farmaceutische producten en mineraalwater, doet autoreparaties en heeft een eigen reclamebureau. Maar bovenal controleert dit wijdvertakte conglomeraat de teelt, inkoop, productie en distributie van tabak. Het is een staat in een staat, een organisatie die onderzoek aan de universiteit in Yunnan ondersteunt, boeren op het land betaalt en geld inzamelt voor het bewind in Beijing. De regering van de op een na grootste economie ter wereld financiert zichzelf met de verslaving van haar bevolking. Aan de kosten die daaruit voortvloeien wordt geen aandacht besteed.

    ROKEN IN ZWEDEN

    Zweden telt het laagste percentage rokers in de EU en is dicht bij de status ‘rookvrij’: een definitie die geldt voor een bevolking met minder dan 5 procent dagelijkse rokers, schrijft de Britse online krant The Independent. Slechts 6,4 procent van de Zweden boven de 15 rookte dagelijks in 2019. Dat is het laagste percentage in de EU en ligt ver onder het gemiddelde van 18,5 procent in het EU-blok van 27 landen. Het percentage rokers is sindsdien blijven dalen, tot 5,6 procent vorig jaar.

    Vooral de jongere generaties lijken doordrongen van de risico’s van roken en het is inmiddels zeldzaam om een van de 10,5 miljoen inwoners te zien roken. Maatregelen om roken te ontmoedigen hebben het aantal rokers in heel Europa omlaaggebracht, maar Zweden is verder gegaan. Zo is roken verboden bij bushaltes, op treinperrons en bij ingangen van ziekenhuizen en andere openbare gebouwen. Net als in het grootste deel van Europa is roken in cafés en restaurants niet toegestaan, maar sinds 2019 geldt er ook een rookverbod voor zitgedeeltes buiten. Het aantal gevallen van longkanker in Zweden is inmiddels dan ook relatief laag. Overigens zijn Zweden wel dol op hun snus – een verre neef van Amerikaanse diptabak.

    De handel in rook levert meer op dan de inkomstenbelasting, blijkt uit een gezamenlijk onderzoek van Der Spiegel, het onderzoeksplatform The Examination en het Chineestalige nieuwsportaal Initium Media. Bij elkaar opgeteld brachten winst en belastingen van het bedrijf ongeveer 213 miljard dollar in het laatje van de staat. Dat is ongeveer 7 procent van alle overheidsinkomsten en bijna evenveel als het defensiebudget van de Volksrepubliek – vanwege deze vergelijking grappen sommige Chinezen als ze een sigaret opsteken dat ze ‘de overheid helpen oorlogsschepen te bouwen’.

    Via Tabaksmonopolie Beheer – zijn regelgevende pendant, met kantoren in elke uithoek van China – controleert China Tobacco de complete toeleveringsketen van tabak. Op papier lijken de twee organisaties afzonderlijke entiteiten, maar de regelgevende instantie en het tabaksbedrijf zijn in praktijk één en dezelfde onderneming. Ze hebben dezelfde leiding, hetzelfde personeel en hetzelfde hoofdkantoor in Beijing.

    De bureaucraten van Tabaksmonopolie Beheer stellen quota vast voor boeren, geven vergunningen af aan honderdduizenden sigarettenverkopers en bepalen welke truckers tabaksproducten mogen vervoeren. Ambtenaren vervolgen sigarettenvervalsers en leggen regels op aan de groeiende e-sigarettenindustrie in het land, die wordt gedomineerd door de particuliere sector.

    In Beijing en Shanghai is de afgelopen jaren een rookverbod ingesteld in openbare gebouwen en restaurants om de indruk te wekken dat er iets wordt gedaan voor de volksgezondheid. Maar buiten de grote steden wordt er nog steeds volop gerookt. Neem Chongqing: deze metropool aan de Yangtze wilde zich aansluiten bij het bescheiden rijtje Chinese steden die roken in het openbaar hebben verboden. In augustus 2020 bracht Zhang Jianmin, hoofd Tabaksmonopolie Beheer, een bezoek aan de burgemeester en de lokale voorzitter van de Communistische Partij.

    In een lobbyhandboek van China Tobacco, dat gewoon te koop is in de boekhandel, staat dat roken een ‘mensenrecht’ is

    Toen de nieuwe antirookwet van Chongqing een maand later werd aangenomen, bevatte deze een belangrijke uitzondering waar het bedrijf om had gevraagd: roken werd in aangewezen gebieden toegestaan in restaurants, hotels en ‘uitgaansgelegenheden’ zoals bars en karaokeclubs. In een memo die het bedrijf in juni verstuurde, stond dat ‘controle op roken’ een acceptabel doel is, maar een ‘rookverbod’ niet. In een lobbyhandboek van China Tobacco, dat gewoon te koop is in de boekhandel, staat dat roken een ‘mensenrecht’ is.

    Studenten aan het Tabaksinstituut in Kunming horen iets soortgelijks. Maar praten ze in de seminars ook over de schadelijke aspecten van roken? Komen verslaving, hartaanvallen of kanker aan de orde? Student Min Li zegt: ‘Sommigen van ons maakten zich er zorgen over, maar we hebben begrepen dat de tabaksproductie een belangrijke bijdrage levert aan de lokale economie en belastinginkomsten. Onze professoren praten over de sociale impact van de tabaksindustrie en benadrukken de voordelen ervan. De tabaksteelt is een belangrijke bron van inkomsten en heeft gezinnen uit de armoede geholpen.’ Haar eigen familie verbouwde vroeger tabak. Overal in China is roken normaal, zegt ze.

    ‘De meesten van mijn mannelijke medestudenten roken. Ze beginnen doorgaans op de middelbare school, zo rond hun veertiende of vijftiende.’ Vrouwen roken zelden; ook Min Li is een niet-roker. De Wereldbank schat dat bijna de helft van alle volwassen mannen in de Volksrepubliek rookt, tegenover minder dan twee procent van de vrouwen. ‘De meeste mensen zijn zich bewust van de schadelijke gezondheidseffecten van tabak, maar ze zijn vrij om te beslissen of ze willen roken of niet,’ meent Min Li. ‘Uiteindelijk is het een persoonlijke keuze.’

    Elk jaar sterven er in China meer dan een miljoen mensen aan tabakgerelateerde oorzaken. Noch de regering in Beijing, noch China Tobacco hebben schriftelijke vragen hierover beantwoord.

    DE TABAKSLOBBY RICHT ZICH OP AFRIKA

    Sigarettenfabrikanten zien vooral Afrika als dé afzetmarkt voor de toekomst. De bevolking van het continent groeit jaarlijks met 2,4 procent, en zal naar verwachting in 2050 zijn verdubbeld. Terwijl de afzetmarkt voor tabak in geïndustrialiseerde landen krimpt, worden in Afrika aanzienlijke groeicijfers verwacht, schrijft o.a. Neue Zürcher Zeitung. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) daalde het aantal rokers in de laatste twintig jaar wereldwijd tot ongeveer 1,3 miljard, maar in Afrika steeg het aantal rokers van 64 tot 73 miljoen.

    Er is dus al sprake van een opwaartse trend. Veel tabaksfabrikanten springen daarop in en doen dat lang niet altijd netjes. De BBC zond in 2015 een programma uit over de Brit Paul Hopkins, die – na dertien jaar in Kenia te hebben gewerkt voor tabaksconcern British American Tobacco (BAT) – klokkenluider was geworden. ‘BAT koopt mensen
    om, en ik organiseerde dat,’ ver- telde hij. ‘Als de regels overtreden moeten worden, dan doen ze dat.’ Hopkins toonde documenten die bewijzen dat het concern via hem illegale betalingen deed aan ver- tegenwoordigers van een antitabakscampagne van de WHO. Vorig jaar maakte de BBC documenten openbaar die aannemelijk maken dat er door medewerkers van Bri- tish American Tobacco smeergeld is betaald aan de Zimbabwaanse regeringspartij ZANU-PF.

    Het bedrijf zwijgt ook over zijn uitbreidingsplannen. Sinds de jaren negentig heeft China Tobacco wereldwijd dochterondernemingen opgericht: in Zuid-Amerika, Afrika en Europa. In Zwitserland is het een onopvallend bedrijf dat ooit tabaksmerken registreerde maar dat verder alleen in het handelsregister lijkt te bestaan. Ook in Duitsland was het een tijdlang geregistreerd.

    In Roemenië krijgt de groep wel voet aan de grond; ongeveer honderdveertig kilometer ten zuiden van Boekarest heeft een dochteronderneming een eigen fabriek geopend. De sigaretten die daar geproduceerd worden, worden legaal verkocht en je ziet ze nu steeds vaker in belastingvrije winkels op luchthavens. Soms worden ze ook gesmokkeld, naar Italië bijvoorbeeld. Uit documenten en verhoren van het Openbaar Ministerie blijkt dat gangsters maandenlang met een werknemer van China Tobacco overlegden hoe ze de tabaksaccijns zouden kunnen ontduiken.

    Gewend

    Het is zes uur ’s ochtends, maar de zon staat nog niet boven de velden van Yuxi, ongeveer honderd kilometer ten zuiden van de provinciehoofdstad Kunming. Boerin Zheng Guicun, 55, is al vroeg op, zoals elke zomerdag van juli tot september.

    De kachel bepaalt haar tempo. Naast een stapel kolen heeft ze een veldbed staan. Om de paar uur pookt ze de kachel op zodat de temperatuur niet daalt in dit drooghuis, waar ze rij na rij tabaksbladeren heeft opgehangen, als overhemden aan een waslijn. Tabak heeft een temperatuur van 49 graden nodig om goed te kunnen drogen: het vocht verdampt en de groene plant verandert in een bundel sterk ruikende en rimpelige geelbruine bladeren. Het goud van Zheng Guicun.

    Tabak domineert het leven van haar familie. Haar man werkt in een door de staat gerund inkoopstation voor tabaksbladeren, haar oudste zoon verkoopt kunstmest voor de tabaksplanten in de stad. Een jongere zoon droogt ook tabak namens China Tobacco.

    De provincie Yunnan in het zuidwesten van China aan de grens met Vietnam is voor tabak wat Beieren is voor bier. In 2021 werd hier bijna 850.000 ton tabak geproduceerd: ruim 14 procent van de wereldwijde teelt. Zheng Guicun oogst al dertig jaar; ze bezit 8000 planten op een perceel in de bergen, op drie kilometer van het dorp. In de zomer rijdt ze om de paar dagen naar haar veld en laadt dan de tractor vol. Dan begint het opnieuw: drogen, 49 graden, kolen scheppen en die tabaksgeur. ‘Ik hou er niet van. Maar ik ben eraan gewend geraakt.’

    Tegen de herfst zal ze ongeveer anderhalve ton tabak gefermenteerd hebben. ‘Voor elke kilo krijg ik ongeveer 30 yuan.’ Ze verdient 45.000 yuan per jaar, het equivalent van 5700 euro. ‘Als je arbeidskosten, huur en transport ervan aftrekt, blijft er niet veel over.’ Zelf rookt ze niet. ‘Ik verdien mijn inkomen met de tabaksteelt, het is mijn levensonderhoud,’ zegt ze. ‘Maar roken is slecht voor je gezondheid. Bovendien weet ik hoeveel kunstmest we gebruiken, chemisch en organisch, alles wat voorhanden is. En dan zijn er nog de pesticiden. Je moet er niet aan beginnen.’

    Nadat ze haar verschrompelde bladeren aan China Tobacco heeft geleverd, worden die een tweede keer gedroogd, fijngehakt en dan in sigarettenhulzen gestopt. Het is heel goed mogelijk dat er ooit ‘Hongtashan’ op zo’n pakje sigaretten komt te staan, een merk uit Yuxi. Bijna iedereen in China kent Hongtashan, de berg met de rode pagode.

    SIGARETTEN UIT ZWITSERLAND

    Naast chocolade, horloges en kaas maakt Zwitserland nog een ander succesvol exportproduct: sigaretten. In 2016 produceerde Zwitserland 34,6 miljard sigaretten, waarvan driekwart bestemd was voor de export. Sigaretten vormen dus een stabiele inkomstenbron voor de Zwitserse economie, vergelijkbaar met de export van kaas (578 miljoen Zwitserse frank) of chocolade (785 miljoen Zwitserse frank). De voornaamste exportbestemmingen zijn Japan, Marokko en Zuid-Afrika. Onderzoek van de actiegroep Public Eye toont aan dat vrijwel alle Zwitserse sigaretten voor Marokko zwaarder, verslavender en giftiger zijn dan die in eigen land of Frankrijk worden verkocht.

    Zo is er een groot verschil tussen de nicotinewaarden van Zwitserse sigaretten die in Marokko of in Zwitserland worden verkocht: uit testen blijkt dat er 1,28 mg nicotine zit in een Camel van Zwitserse makelij die wordt verkocht in Marokko, tegenover 0,75 mg in Camels voor de Zwitserse markt. Ook koolmonoxide, dat de hoeveelheid zuurstof in het bloed doet afnemen, verschilt sterk: Winston Blues voor Marokko bevatten 9,62 mg per sigaret tegenover 5,45 mg in de voor Zwitserland bestemde sigaretten van hetzelfde merk. Een Camel Light in Casablanca blijkt – ondanks de geruststellende toevoeging ‘light’ – ronduit schadelijker dan het roken van een ‘gewone’ Camel in Lausanne. Is dit alles kwade opzet om rokers in Marokko verslaafd te maken? Nee hoor, zegt de tabaksindustrie, ‘consumenten over de hele wereld hebben nu eenmaal andere voorkeuren’.

    Eind jaren vijftig werd een sigarettenfabriek van China Tobacco aan de voet van de pagode uit de Yuan-dynastie geopend. Alleen was de pagode toen nog niet rood, maar wit. Als blijk van trouw aan de Communistische Partij gaf een kaderlid in de fabriek toen opdracht om het eeuwenoude gebouw de kleur van het socialisme te geven. De kleur van de overwinning.

    Vanaf de berg heb je goed uitzicht op de sigarettenfabriek, die bestaat uit moderne gebouwen met staal en glas. Je ziet heftrucks rondrijden, vrachtwagens worden geladen. Voor de hoofdingang rijzen acht slanke, metalen pilaren op van tien, twaalf meter hoog: het zijn gigantische sigaretten. Op de heuvel vlak naast de pagode bevindt zich het bedrijfsmuseum. Een bezoek voelt als een reis terug in de tijd naar de jaren vijftig: fraai uitgelichte sigarettenpakjes liggen in de vitrines en aan de muren hangen foto’s. Audrey Hepburn, met een sigarettenpijpje. Winston Churchill met een sigaar.

    ‘De enorme inkomsten uit tabaksaccijnzen maken het moeilijk voor de regering om ervan los te komen’

    In de collectie van de fabriek ontbreekt Xi Jinping. Er is geen enkele foto van hem, hoewel hij elders voortdurend overal zichtbaar is, op televisie, in de kranten. Er zijn ook geen citaten of aforismen van hem te zien. Een ruimte zonder Xi is een zeldzaamheid in China. Maar Xi rookt niet. 

    In 2012, toen hij nog vicepresident was, kreeg hij Microsoft-oprichter Bill Gates op bezoek. ‘Tijdens die ontmoeting zei Gates tegen Xi dat China het ontmoedigen van tabak serieuzer zou moeten nemen,’ vertelt Ray Yip, destijds hoofd van de Gates Foundation in Beijing. Xi antwoordde destijds aan Gates: ‘Ik ben het met je eens – het is niet goed voor het land.’ Zelf had hij ook gerookt, maar ‘was er twintig jaar geleden mee gestopt’.

    Xi vertelde aan Gates dat de economische kosten en de schade voor de volksgezondheid door roken in China aanzienlijk waren, zo herinnert Yip zich. Tijdens een bijeenkomst liet Gates zich fotograferen met Peng Liyuan, de vrouw van Xi. Beiden droegen een felrood sweatshirt met daarop in witte Chinese karakters: ‘Passief roken? Ik zeg nee.’ Toen de twee afscheid van elkaar namen, deed Xi een belofte: ‘Wat het roken betreft, zal ik op het juiste moment ingrijpen.’ Het was zijn afscheidsboodschap, aldus Yip. Maar hij hield zich niet aan zijn woord.

    Voordat Xi in 2013 president werd, had hij de leiding over de Centrale Partij Universiteit in Beijing. Met zijn goedkeuring schreef een team onderzoekers van die universiteit destijds een rapport van 239 pagina’s over de strategie van China om het roken van sigaretten te beteugelen. In krachtige bewoordingen, die ongebruikelijk zijn voor de hoogste gezondheidsfunctionarissen van China, noemden de auteurs tabak ‘een giftig product’. Maar ze gaven ook eerlijk toe: ‘De enorme inkomsten uit tabaksaccijnzen maken het moeilijk voor de regering om ervan los te komen.’ En dat, zeiden ze, is ‘de belangrijkste reden waarom de overheid niet veel vooruitgang boekt op het gebied van tabaksontmoediging’.

    Experts van de Hogeschool van de Partij riepen destijds op tot ingrijpende hervormingen, waaronder het scheiden van de commerciële tak van het bedrijf van de regulerende tak en het beëindigen van het staatsmonopolie. Ontmanteling van het systeem, kortom.

    Maar het imperium bestaat nog steeds, en het is nog net zo machtig als voorheen.

    Lees ook:

  • Afscheid van steenkool gaat onaangenaam lang duren

    Afscheid van steenkool gaat onaangenaam lang duren

    Het bonte gezelschap van financiers dat ‘de tandwielen’ van de steenkoolindustrie smeert, zal er waarschijnlijk voor zorgen dat deze lucratieve handel standhoudt, ook al is dat ten nadele van de planeet.

    Opgestapeld onder de azuurblauwe lucht in de haven van het Australische Newcastle liggen bergen steenkool waar gigantische shovels hapjes uit nemen. Ze scheppen het spul op transportbanden, die naar vrachtschepen leiden van soms wel drie voetbalvelden lang. Jaarlijks verwerken deze terminals 200 miljoen ton van de brandstof, wat Newcastle de grootste kolenhaven ter wereld maakt. De doorvoer beleeft een indrukwekkende comeback, nadat overstromingen vorig jaar de toelevering een zware slag hadden toegebracht. 

    Aaron Johansen, die toezicht houdt op de nieuwste, volledig geautomatiseerde terminal, verwacht voor de komende zeven jaar in ieder geval geen kleinere cijfers. Rijke Aziatische landen, zoals Japan en Zuid-Korea, snakken naar de hoogwaardige steenkool die de terminal passeert. En dat geldt ook steeds meer voor opkomende landen als Maleisië en Vietnam.

    Dossier2
     Kolen worden gelost uit een vrachtschip in de kolenterminal van de haven van Lianyungang, in de provincie Jiangsu, om te worden vervoerd.– © Getty Images

    Aan de andere kant van de wereld is de stemming wel anders. De afgelopen weken verstoorden activisten meermaals de jaarlijkse algemene vergadering van Europese banken en energiebedrijven, waarbij zij grote schrijvers citeerden, onder wie Shakespeare (Don’t shuffle off this mortal coil) en de Spice Girls (Stop right now), in hun oproep een einde te maken aan de steenkoolwinning. Ze geven een stem aan de breed gevoelde angst voor wat steenkool voor het klimaat kan aanrichten als grootste bron van broeikasgassen. De brandstof was goed voor ruim 40 procent van energiegerelateerde koolstofemissies in 2022. De Verenigde Naties zeggen dat de productie met 11 procent per jaar moet dalen om de opwarming van de aarde ten opzichte van pre-industriële tijden onder de 1,5 graad Celsius te houden. Het Internationaal Energieagentschap (IEA), een officiële voorspellende instantie, wil niet dat er nieuwe mijnen worden geopend, noch dat er bestaande worden uitgebreid. Klimaatexperts denken dat 80 procent van de reserves ongebruikt moet blijven.

    Toch lijkt koning Steenkool steviger op zijn troon te zitten dan ooit

    Dit moet dan voornamelijk gebeuren door de financiële toeleveringsketen af te knijpen. Ruim tweehonderd van ’s werelds grootste financiers, waaronder 87 banken, hebben aangekondigd dat ze investeringen in kolenmijnbouw of kolencentrales aan banden zullen leggen. Kredietverstrekkers die goed zijn voor 41 procent van de wereldwijde bankactiva hebben zich aangesloten bij de Net-Zero Banking Alliance en toegezegd hun portefeuilles tegen 2050 af te stemmen op CO2-neutrale emissies. Op de COP26-top in 2021 voorspelden de VN dat de steenkoolproductie door deze campagne verleden tijd zou worden. In 2020 meende het IEA nog dat de consumptie tien jaar geleden al een hoogtepunt had bereikt.

    Toch lijkt koning Steenkool steviger op zijn troon te zitten dan ooit. In 2022 bedroeg de vraag ernaar voor het eerst meer dan 8 miljard ton. In dit artikel beschrijven we wie de tandwielen van deze ooit tot ondergang gedoemd lijkende handelsmachine smeert. Onze bevinding is dat de markt levendig, goed gefinancierd en winstgevend is. Nog opvallender is dat het bonte gezelschap van financiers er waarschijnlijk voor zal zorgen dat de handel tot ver in de jaren dertig van deze eeuw standhoudt, en dat die handel nog een aantal zakken flink zal vullen, ten nadele van de planeet.

    Uitzonderlijk jaar

    Het is verleidelijk om 2022 als een uitzonderlijk jaar te beschouwen. Rusland sneed de gasleidingen naar Europa af en Europa verbood de invoer van steenkool uit Rusland. Het continent verliet zich op vloeibaar aardgas (lng) dat bestemd was voor Azië en thermische steenkool uit Colombia, Zuid-Afrika en het verre Australië. Ook Aziatische landen die afhankelijk zijn van hoogwaardige Russische steenkool gingen diversifiëren. De prijzen voor topkwaliteit stegen. De armere buren van Europa werden uit de gasmarkt geprijsd en stortten zich op brandstof van mindere kwaliteit.

    Nu is de storm gaan liggen. Na een zachte winter hebben Europese nutsbedrijven weer behoorlijke voorraden aan gas en kolen. Maar naarmate de vraag naar stroom voor verkoelingsapparatuur in steeds warmere zomers toeneemt, zal de invoer van steenkool versnellen. De Chinese economie is het tijdperk van zerocovidbeleid te boven gekomen, India gaat als een speer. Handelaren verwachten dat het wereldwijde verbruik dit jaar met nog eens 3 tot 4 procent zal groeien.

    China wil de komende twee jaar 270 gigawatt aan nieuwe kolencentrales bouwen

    Steenkool blijft waarschijnlijk ook na 2023 in trek. Het klopt dat de vraag in Europa zal afnemen naarmate het aanbod van hernieuwbare energiebronnen stijgt. In de VS, met hun goedkopere schaliegas, ís de vraag al laag. Maar de crisis van vorig jaar heeft de importafhankelijke Aziatische landen eraan herinnerd dat wanneer energie schaars is, steenkool uitkomst biedt. Kolen zijn goedkoper en ruimer voorradig dan andere brandstoffen, en – eenmaal op eenvoudige schepen geladen – overal naartoe te vervoeren. Dit in tegenstelling tot lng, waarvoor je speciale schepen en terminals voor hervergassing moet bouwen, wat jaren duurt. China wil de komende twee jaar 270 gigawatt aan nieuwe kolencentrales bouwen, meer dan welk land dan ook ter wereld vandaag de dag aan capaciteit heeft. India en een groot deel van Zuidoost-Azië volgen hetzelfde pad.

    Zelfs als het Westen steenkool snel afzweert, zal de vraag naar thermische steenkool tussen nu en 2030 met slechts 10 tot 18 procent dalen, verwacht de Boston Consulting Group. Een groot deel van de vraag komt voor rekening van de binnenlandse productie in China en India, de grootste verbruikers ter wereld. Import blijft echter cruciaal. Investeringsbanken verwachten niet dat de verhandelde volumes dit decennium snel onder de 900 miljoen ton komen, ten opzichte van 1 miljard ton vorig jaar. Eén investeringsbank, Liberum Capital, verwacht de komende vijf jaar een stijgende invoer.

    Hardnekkige vraag

    Blijft de wereldwijde kolenmarkt aan die hardnekkige vraag voldoen? Ons onderzoek lijkt te zeggen van wel. Er is genoeg geld voor drie vitale schakels in de toeleveringsketen: handel en scheepvaart, meer graven in bestaande mijnen, en nieuwe projecten.

    Handelsfinanciering is nog het eenvoudigst. Consultant Oliver Wyman berekende voor The Economist dat hoge prijzen, samen met de langere reizen als gevolg van omgeleide export, de behoefte aan werkkapitaal van kolenhandelaren in 2022 opdreven tot 20 miljard dollar, vier keer het historische gemiddelde. Ervan uitgaande dat de gemiddelde kolenprijs boven de 100 dollar per ton blijft, wat veel analisten verwachten, blijft die behoefte tot ten minste 2030 boven de 7 miljard dollar.

    Afrika als wingewest

    Investeringen in nieuwe projecten voor fossiele brandstoffen zouden moeten worden stopgezet om te helpen de opwarming van de aarde onder de 1,5°C te houden, maar westerse oliebedrijven richten zich doodleuk met volle kracht op Afrika.

    Dat bleek vorig jaar november in het Egyptische Sharm-el-Sheikh tijdens COP27, de VN-conferentie over klimaatverandering. Daar werd het rapport Who Is Financing Fossil Fuel Expansion in Africa? van de Duitse ngo Urgewald en een dertigtal Afrikaanse organisaties gepresenteerd. En wat blijkt? In 48 van de 54 Afrikaanse landen vinden exploratie- en exploitatieprojecten van recent ontdekte reserves plaats.

    ‘Twee derde van deze projecten wordt uitgevoerd door multinationals met hoofdkantoren buiten Afrika en de meerderheid is gericht op export om te kunnen voldoen aan westerse behoeften,’ aldus Heffa Schücking, de directeur van Urgewald. De verwachting is dat er tegen 2030 ongeveer 16 miljard extra vaten olie zullen worden geproduceerd, wat overeenkomt met twee jaar uitstoot in de Europese Unie. Het Franse TotalEnergies is met activiteiten in vijftien landen de grootste speler, en zal 14 procent van de toekomstige productie voor zijn rekening nemen, schrijft Le Monde.

    Ondertussen leiden deze miljardenprojecten Afrikaanse landen af van een transitie naar duurzame energie, aldus Amos Wemanya van de denktank Power Shift Africa. ‘En dat is slecht voor het klimaat en slecht voor de ontwikkeling van Afrika.’

    Handelaren in grondstoffen blijven liquide genoeg om de aankoop van kolen te financieren. Een van hun geldbronnen bestaat uit bedrijfsleningen via meerjarige bankleningen of obligaties, waardoor bedrijven een vastgesteld bedrag naar eigen goeddunken kunnen gebruiken. Handelaren kunnen ook gebruikmaken van doorlopend krediet op korte termijn, verstrekt door groepen banken. Veel van dit soort financieringen zijn sinds begin 2022 uitgebreid – en belopen vaak enkele miljarden dollars – om handelaren te helpen sterke prijsschommelingen op te vangen. Banken die restricties opleggen en bepalen dat het geld niet mag worden gebruikt om steenkool te kopen, lopen het grote risico dat handelaren hun toevlucht zoeken tot concurrenten die wat minder strikt in de leer zijn. Dat zijn dus maar weinig banken.

    Financieel directeuren bij handelsfirma’s zeggen dat banken in landen waar handel de voornaamste bron van inkomsten is, waaronder DBS in Singapore en UBS in Zwitserland, nog steeds steenkoolaankopen financieren. Zwitserse regionale geldschieters helpen graag. Hetzelfde geldt voor banken in consumerende landen, zoals China en Japan, evenals voor de Britse bankengroep Standard Chartered, die zich richt op Aziatische bedrijven (DBS en Standard Chartered melden allebei dat ze hun belang in thermische steenkool aan het verminderen zijn.) Alleen Europese kredietverstrekkers, vooral Franse, hebben zich teruggetrokken. De opengevallen plaatsen zijn ingenomen door banken uit producerende landen, zoals Australië, Indonesië en Zuid-Afrika. 

    Kleinere, uitsluitend op kolenhandel gerichte bedrijven (de zogeheten ‘pure players’) voelen wel een grotere druk

    Kleinere, uitsluitend op kolenhandel gerichte bedrijven (de zogeheten ‘pure players’) voelen wel een grotere druk. Banken die toch al nooit veel geld aan hen hebben verdiend, kunnen nauwelijks volhouden dat ze niet weten hoe het geleende geld wordt gebruikt. Vorig jaar werden sommige handelaren gedwongen geld te lenen van private fondsen, vaak gedekt door vermogende individuen, tegen jaarlijkse tarieven van bijna 25 procent – ongeveer vijf keer de standaardkosten. Maar na maanden van bloeiende handel hebben velen geen externe financiering meer nodig. Eén bankier zegt dat sommige van zijn in kolen handelende klanten de winst in 2022 hebben zien vertienvoudigen. Een van hen, gevestigd in Londen, zag zijn totale vermogen stijgen van 50 miljoen pond in 2021 naar 700 miljoen in 2023.

    Kredietbrieven 

    Om het product vervolgens naar kopers te verschepen, hebben handelaren vaak een door een gerenommeerde bank afgegeven garantie nodig dat ze op tijd worden betaald. Steeds minder leners willen dergelijke ‘kredietbrieven’ verstrekken, maar er zijn ook manieren om dit te omzeilen. Sommige handelaren brengen hun klanten meer in rekening om het tegenpartijrisico te dekken. Het helpt dat de investering beperkt is. Met de huidige prijzen kan een vracht steenkool niet meer dan 4 tot 5 miljoen dollar waard zijn. Een olietanker daarentegen kan voor 200 miljoen dollar aan ruwe olie vervoeren. Anderen maken gebruik van vertrouwde tussenpersonen, of vragen grotere garanties op andere goederen die de klant koopt. Sommige overheden in ontvangende landen geven de garantie zelf af of betalen zelfs vooruit.

    Buiten Zuid-Afrika, waar spoorwegstakingen het transport hebben lamgelegd, biedt het vasteland voldoende infrastructuur om steenkool te vervoeren. Die infrastructuur zal zich alleen maar uitbreiden. Global Energy Monitor, een Amerikaanse ngo, verwacht dat India van plan is zijn kolenterminals meer dan te verdubbelen tot 1400 (momenteel zijn er wereldwijd 6300). De logistiek over zee is beperkter: onder druk van groene aandeelhouders mijden sommige verladers steenkool inmiddels. Maar kleinere transporteurs, vaak Chinezen of Grieken, hebben het stokje overgenomen. Handelaren melden geen problemen bij het verzekeren van de vracht. Zelfs het door sancties getroffen Rusland exporteert het grootste deel van zijn steenkool en gebruikt dezelfde mix van obscure handelaren en scheepvaartmaatschappijen, uit Hongkong of de Golf, die het gebruikt om zijn olie naar Azië te verschepen.

    Vorig jaar steeg de steenkoolproductie tot een record van 8 miljard ton

    Financiering van meer graafwerkzaamheden in bestaande mijnen – de tweede schakel in de toeleveringsketen – is ook geen probleem. Vorig jaar steeg de steenkoolproductie tot een record van 8 miljard ton. Maar helemaal business as usual is het niet. Sinds 2018 hebben veel ‘majors’ in de mijnbouw (gediversifieerde conglomeraten die op openbare markten opereren) hun steenkoolactiva geheel of gedeeltelijk verkocht. Maar in plaats van te worden ontmanteld, zijn afgestoten activa opgepikt door particuliere mijnbouwers, concurrenten in opkomende markten en investeringsfirma’s. Nieuwe eigenaren hebben er geen moeite mee om mijnen volledig te benutten. In 2021 verzelfstandigde Anglo American, een in Londen gevestigde major, zijn Zuid-Afrikaanse mijnen in een nieuw bedrijf dat onmiddellijk beloofde de productie op te voeren.

    Net als handelaren zitten de mijnbouwondernemingen op dit moment goed in de slappe was. De drie grootste ‘pure-play’-steenkoolproducenten van Australië gingen van een nettoschuld van 1 miljard dollar in 2021 naar 6 miljard dollar aan nettocontanten vorig jaar. Ze hebben het grootste deel van hun langlopende leningen afgelost, dus op dat gebied zijn er geen belangrijke deadlines. ‘Tegenwoordig gaat het niet meer om de vraag “Hoe herfinancier ik mijn schuld?” maar om “Wat doe ik met mijn extra geld?”,’ zegt een financieel directeur van een van hen.

    Dossier3
    In de rij om kolen te vervoeren van de China Energy Investment Corporation. – © Getty Images

    Steenkoolmijnbouwondernemingen kunnen nog steeds geld lenen wanneer dat nodig is. Uit gegevens die de ngo Urgewald verzamelde, blijkt dat ze in de periode 2019-2021 in totaal 62 miljard dollar aan bankleningen hebben verkregen. Japanse bedrijven (SMBC, Sumitomo, Mitsubishi) waren de grootste geldschieters, gevolgd door Bank of China, en JP Morgan Chase en Citigroup uit de Verenigde Staten. Europese banken stonden ook in de top-15. In deze periode slaagden mijnbouwbedrijven, voornamelijk uit China, er ook in om voor 150 miljard dollar aan obligaties en aandelen te verkopen, waarvoor Chinese banken vaak borg stonden. En de liquiditeit houdt aan. Urgewald heeft berekend dat in 2022 zestig grote banken in totaal 13 miljard dollar naar de dertig grootste steenkoolproducenten ter wereld hebben gesluisd.

    Verre van consequent

    Dit is mogelijk doordat het beleid van financiële ondernemingen dat steenkool uitsluit verre van consequent is. Vaak treedt dat beleid pas in 2025 in werking. In sommige gevallen geldt het alleen voor nieuwe klanten. In andere is financiering van projecten wel verboden, maar geldt dat niet voor algemene bedrijfsleningen die mijnbouwers kunnen gebruiken om naar steenkool te graven. Beleid dat dergelijke leningen beperkt, geldt vaak alleen voor mijnbouwers die veel van hun inkomsten uit steenkool halen, meestal 25 of 50 procent. Veel grote bedrijven, waaronder Glencore, een Zwitserse grondstoffengigant die 110 miljoen ton per jaar produceert, zitten onder deze percentages.

    Sommige beleidsregels zijn bewust vaag geformuleerd om vrijstellingen mogelijk te maken. Hoewel Goldman Sachs heeft beloofd ‘binnen een redelijk tijdsbestek’ te zullen stoppen met het financieren van thermische steenkoolmijnbouwbedrijven zonder diversificatiestrategie, schijnt de bank leningen te blijven verstrekken aan Peabody, een gigantisch Australisch mijnbouwbedrijf dat vorig jaar 78 procent van zijn inkomsten betrok uit de verkoop van steenkool (wellicht hielp het dat het bedrijf onlangs een bescheiden dochteronderneming op het gebied van zonne-energie heeft opgericht). Van de 426 grote banken, investeerders en verzekeraars die werden beoordeeld door Reclaim Finance, een andere ngo, kan van slechts 26 worden vastgesteld dat ze een beleid voeren dat overeenstemt met een nettonulscenario in 2050. Nog minder van die bedrijven hebben gezegd steenkool volledig te zullen afzweren. De meeste Chinese en Indiase staatsbanken hullen zich op dat gebied in stilzwijgen.

    Kortom, weinig banken zijn bereid om hun omzet of de voorraden van hun land te schaden

    Kortom, weinig banken zijn bereid om hun omzet of de voorraden van hun land te schaden. Volgens analisten helpt dit de bestaande mijnen om tot begin 2030 aan de vraag te voldoen. Pas dan kan er sprake zijn van een crisis in de steenkoolsector. Westerse banken, die hun beleid vaak om de zoveel tijd evalueren, zullen de duimschroeven langzaam maar zeker aandraaien. Het huidige gebrek aan nieuwe projecten – de derde schakel in de keten – betekent dat er mogelijk niet genoeg nieuwe voorraad is wanneer oude mijnen stoppen met produceren.

    Hoewel het steeds moeilijker is om nieuwe projecten gefinancierd te krijgen, is er nog altijd geld beschikbaar. Westerse banken trekken zich terug, maar andere spelers dringen zich op de voorgrond. Westerse mijnbouwers zijn al jaren zuinig met kapitaalinvesteringen. Nadat ze in het eerste decennium van deze eeuw een hoop hadden uitgegeven, leden velen onder de prijsdalingen halverwege de jaren tien. En al boeken ze nu weer flinke winsten, dan nog kopen de grote jongens liever concurrenten op, heropenen ze oude mijnen of geven ze kapitaal terug aan aandeelhouders dan dat ze nieuwe ondernemingen in het leven roepen. Het investeringsklimaat is het schraalst in de steenkoolsector. Een mijn vanaf de grond opbouwen kan meer dan tien jaar duren. En ook het verkrijgen van vergunningen, die in het Westen steeds vaker worden geweigerd, is een uiterst tijdrovende zaak.

    Energiedichtheid

    Maak alles elektrisch en je bent van het probleem van fossiele brandstoffen af. Klinkt eenvoudig, maar de werkelijkheid is weerbarstiger, volgens denktank Brookings. Al was het alleen maar omdat lang niet alles zich zomaar laat elektrificeren. Neem elektrische voertuigen: die worden aangeprezen als vervanging van voertuigen op diesel en benzine, maar zijn lang niet geschikt voor alle toepassingen; bijvoorbeeld omdat bepaalde kwaliteiten van fossiele brandstoffen – zoals hun energiedichtheid– moeilijk zijn na te bootsen.

    Omdat elk voertuig zijn eigen brandstof moet vervoeren, spelen het gewicht en het volume ervan een belangrijke rol. Vooral in de transportsector is dat cruciaal. Ga maar na: per 450 gram bevatten fossiele brandstoffen ongeveer veertig keer zo veel energie als een geavanceerde batterij. De nadelen van het gewicht van batterijen worden enigszins gecompenseerd doordat elektromotoren veel efficiënter zijn dan verbrandingsmotoren en doordat ze mechanisch eenvoudiger zijn, omdat ze veel minder bewegende onderdelen bevatten. Maar een elektrisch voertuig is altijd nog zwaarder dan een vergelijkbaar voertuig op fossiele brandstof.

    Voor voertuigen die lichte ladingen vervoeren en vaak kunnen tanken, zoals personenauto’s, is dat niet problematisch. Maar voor de luchtvaart, de zeevaart of voor vrachtwagens die zware ladingen moet vervoeren over lange afstanden zonder te kunnen bijtanken, is het verschil in energiedichtheid tussen fossiele brandstoffen en batterijen – in elk geval voorlopig – nog een onoverkomelijk probleem.

    Het financieren van nieuwe projecten in rijke landen stuit op nogal wat obstakels. Vorig jaar moest Adani Group, een Indiaas bedrijf dat het beheer voert over Carmichael, een enorme kolenmijn in aanbouw in Queensland, uit eigen zak 500 miljoen dollar aan obligaties herfinancieren die het voor het project had uitgegeven. Sommige opportunistische fondsen zullen blijven mikken op sappige winsten, vooral in geval van prijsstijgingen. De eerste diepe steenkoolmijn die in decennia in Groot-Brittannië is gegraven, is uiteindelijk eigendom van EMR Capital, een investeringsfirma die is opgericht op de Kaaimaneilanden. Peter Ryan van Goba Capital, een soortgelijk bedrijf in Miami, verwacht dat de kolenactiva van zijn bedrijf tegen 2030 verachtvoudigd zullen zijn.

    In Azië is de situatie anders. Banken blijven behulpzaam. Beleggers zijn begonnen nieuwe mijnen in eigen land te steunen. Familiefondsen, die zijn opgericht om het fortuin van de rijken te beleggen, zijn geïnteresseerd. Elke zakelijke dynastie in Indonesië, waar mijnbouw de ruggegraat van de economie vormt, moet steenkool bezitten, zegt een handelaar. In India doen obscure vastgoedfirma’s biedingen op land waar steenkool valt te winnen. Uiteindelijk zouden bedrijven uit deze landen mijnen kunnen aanleggen in het buitenland, gevolgd door banken, maar Chinese uitstapjes in het Westen zullen zeldzaam blijven; Indiase en Indonesische bedrijven, die al een samenstel van steenkoolactiva in Australië bezitten, zullen hun voetafdruk echter ongetwijfeld vergroten.

    Minder export, hogere prijzen

    En dus zal de steenkolenmarkt er in de jaren dertig heel anders uitzien. ‘Van eigendom en exploitatie tot financiering en consumptie: steenkool wordt een grondstof voor opkomende markten,’ zegt een mijnbouwondernemer. De prijzen blijven hoog door aanvoerbeperkingen, maar de groep exporteurs die hieraan goud geld verdient, zal krimpen. Colombia en Zuid-Afrika, die Europa bedienen, verliezen hun afzetmarkt. Rusland zal het moeilijker krijgen om naar China te verschepen. Alle drie zullen ze minder steenkool exporteren voor minder geld. Australië zal critici sussen door zich te concentreren op de efficiëntste steenkool; dan kan het land minder exporteren maar hogere prijzen berekenen. Indonesië zou de toonaangevende exporteur kunnen worden, zoals Saoedi-Arabië dat nu is voor olie. Het zal meer van zijn basissteenkool verkopen, vaak voor meer geld.

    Hoewel steenkool zich in een neerwaartse spiraal bevindt, zal het afscheid onaangenaam lang duren. Rond de jaren veertig kan de vraag voorgoed uitdoven, ten gunste van hernieuwbare energiebronnen. Maar zelfs dan houden sommige landen hun opties open. Stel dat er nog eens een energiecrisis komt. ‘Dan zal steenkool, die grondstof die niemand wil, de grondstof zijn die we wel weer moeten gebruiken,’ zegt een grote handelaar die Azië bedient. ‘Dat zou weleens een eeuwigdurend kenmerk van steenkool kunnen zijn.’  

  • De EU moet zoeken naar nieuwe partners in Azië nu de Chinese economie stagneert

    De EU moet zoeken naar nieuwe partners in Azië nu de Chinese economie stagneert

    China is niet meer de groeimotor van de wereld, maar als de EU openstaat voor nieuwe handelspartners hoeft dat geen grote impact te hebben op de Europese economie, aldus Alicia García Herrero, hoofdeconoom bij investeringsbank Natixis. ‘Het is zaak zo snel mogelijk toenadering te zoeken tot opkomend Azië.’

    Al meer dan drie decennia levert China de grootste bijdrage aan de wereldwijde groei van de economie. Tijdens de crisis van 2008, terwijl de economieën van de Verenigde Staten en Europa instortten, was de Chinese economie bijvoorbeeld voor een derde verantwoordelijk voor de wereldwijde groei. De piek van de Chinese groei is al enige tijd voorbij en de economie vertraagt zelfs al dertien jaar. In 2015 werd China meegesleurd in een periode van deflatie, gevolgd door een instorting van de beurs, de handelsoorlog met de VS, de pandemie en het zerocovidbeleid dat enorm negatieve gevolgen had voor de economische groei van China, waardoor deze alleen maar meer werd geremd. 

    Tegen deze achtergrond begon 2023 door de opheffing van de coronamaatregelen veelbelovend. De hoge inflatie in de rest van de wereld, veroorzaakt door de oplopende energie- en voedselprijzen, zette de centrale banken wereldwijd aan tot actie. Deze leidde vervolgens tot de hoogste rentestijging in decennia. De verwachting was dat de hoge rente de Amerikaanse en Europese economieën op de knieën zou dwingen, waardoor de Chinese economie net als in 2008 sneller kon groeien dan in het Westen. Deze gunstige vooruitzichten zorgden voor sterke kapitaalinjecties in november en december vorig jaar, maar die duurden slechts tot maart dit jaar. Toen werd duidelijk dat de consumentenmarkt niet herstelde en dat het aantal investeringen ook niet toenam, zoals verwacht. 

    Uit enquêtes blijkt dat het vertrouwen van Chinese consumenten en ondernemers in de economie erg laag blijft, wat misschien verrassend lijkt na de pandemie. Maar omdat het besteedbare inkomen niet stijgt en de werkloosheid onder jongeren zelfs harder stijgt dan in Spanje, met 21,6 procent in juni, is dat niet zo gek. Ook op de investeringsmarkt is weinig herstel te zien, met de vastgoedsector als belangrijkste oorzaak. Daarbovenop ging ook de export nog eens hard achteruit en en was er zelfs sprake van een daling, met dubbele cijfers in juni. Dat is een zorgwekkende ontwikkeling aangezien de buitenlandse vraag een belangrijke bijdrage vormde gedurende de coronapandemie en zelfs nog tot begin 2023. De oorzaak van de dalende Chinese exportcijfers kan worden gezocht in de verzwakte economieën van de VS en Europa, maar de afname kan ook andere minder cyclische en meer geopolitieke oorzaken hebben, zoals risicomijdende gedrag van westerse landen en grote multinationals, die hun productie verplaatsen naar andere landen dan China. 

    Toenadering

    De zware last van de staatsschuld, vooral bij lokale overheden, en de nog altijd penibele situatie van vastgoedondernemers heeft de Centrale Bank van de Volksrepubliek China ertoe aangezet de liquiditeit in omloop te verhogen en de rentetarieven te verlagen, waardoor de yuan tot voor kort erg zwak was. Het herstel van de beurs heeft te maken met de steunmaatregelen die de Chinese autoriteiten de afgelopen weken hebben aangekondigd. Het gaat echter niet om een ouderwetse financiële injectie, maar om een oproep aan de private sector om herstel mogelijk te maken door te investeren en banen te creëren. Helaas laat de reactie van zowel Chinese als buitenlandse bedrijven op zich wachten. 

    Tot nu toe wijst alles er echter op dat de Chinese economie erg op zichzelf staat

    Een belangrijke vraag is of de rest van de wereld, die lange tijd heeft geprofiteerd van de enorme bijdrage van China aan de wereldwijde groei, veel last zal hebben van deze structurele afremming. Omdat China in 2008 profiteerde van de ingestorte economie in de VS en de EU, was de verwachting dat dit andersom ook zou gebeuren. Tot nu toe wijst alles er echter op dat de Chinese economie erg op zichzelf staat. Zelfs nog meer dan in 2008. Eén oorzaak daarvan is het feit dat China al bijna tien jaar geïmporteerde producten aan het vervangen is voor binnenlandse productie, van industriële goederen tot eindproducten zoals auto’s. Maar dit geldt ook voor de chemische en andere sectoren. De Chinese import ligt met andere woorden al lange tijd erg laag en landen met een hoge exportindustrie, zoals Duitsland, Zuid-Korea en Japan, zijn gewend geraakt aan de verminderde vraag.  

    Vanwege de handelsnabijheid zou men verwachten dat Zuidoost-Azië het meest te lijden heeft onder de Chinese stilstand, maar dat lijkt niet het geval te zijn. In 2022 bereikten de opkomende economieën in die landen zelfs een recordgroei, terwijl er in China, waar nog altijd een zerocovidbeleid heerste, sprake was van maar 3 procent groei. De groeikloof tussen opkomend Azië, aangevoerd door India en de landen van de ASEAN (Association of Southeast Asian Nations: Thailand, Indonesië, Maleisië, Singapore en de Filipijnen), en China zal in 2023 kleiner worden, maar niet helemaal verdwijnen. Dat is goed nieuws voor de rest van de wereld, want deze landen zullen een steeds grotere rol van betekenis gaan krijgen en daarbij nog onafhankelijker worden van China. Een realiteit die Europa, dat nog steeds met India onderhandelt over een handels- en investeringsovereenkomst, niet over het hoofd mag zien. 

    Vooruitkijken

    Het Verenigd Koninkrijk maakt al deel uit van een belangrijke en uitgebreide handelsovereenkomst met Azië, namelijk de Comprehensive and Progressive Agreement for Trans-Pacific Partnership (CPTPP). Dit pact zou de EU een gevoel van urgentie moeten geven als het gaat om haar handelsplannen met wat de belangrijkste groeiregio van de wereld gaat worden nu de Chinese economie blijft vertragen, onder druk van vergrijzing en een afnemend rendement op investeringen. De EU zou het tempo van de onderhandelingen met India moeten opvoeren en de ASEAN als één geheel moeten beschouwen. Het zou niet langer bilaterale onderhandelingen moeten voeren, zoals momenteel gebeurt met Indonesië en Thailand. Het is zaak zo snel mogelijk toenadering te zoeken tot opkomend Azië. 

    Het slechte nieuws is dat we er uiteindelijk aan moeten wennen dat China niet langer de grootste bijdrage levert aan de wereldwijde groei. Het goede nieuws is dat de wereld gewend is geraakt aan de structurele afremming van de Chinese economie en dat er een reservewiel is dat de wereldwijde groei draaiende houdt. Dat reservewiel bestaat uit de rest van Azië, aangevoerd door India en de landen van de ASEAN.

    Lees ook:

  • Taiwan zou 103 Chinese militaire vliegtuigen hebben gedetecteerd in luchtruim

    Taiwan zou 103 Chinese militaire vliegtuigen hebben gedetecteerd in luchtruim

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Oekraïne wint terrein rondom Bachmoet: Klisjtsjiivka herovert

    » VN: Minder doden dan gedacht bij overstromingen Libië

    Steeds meer Chinese aanwezigheid in Taiwanees luchtruim

    Taiwan maakt opnieuw melding van Chinese militaire vliegtuigen en schepen rond het eiland. Het Taiwanese ministerie van Defensie beweert op maandag dat het ‘103 Chinese militaire vliegtuigen en negen oorlogsschepen‘ heeft gedetecteerd in het Taiwanese luchtruim en de wateren in een tijdsbestek van vierentwintig uur, zo meldt Taiwan News.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Als reactie daarop heeft Taipei vliegtuigen en oorlogsschepen ingezet en raketsystemen te land in paraatheid gebracht om de activiteit te monitoren, schrijft de Taiwanese krant. ‘Tot nu toe heeft Beijing deze maand 310 militaire vliegtuigen (…) naar de omgeving van Taiwan gestuurd’, meldt de krant, die erop wijst dat ‘China sinds september 2020 (…) geleidelijk het aantal militaire vliegtuigen en schepen (…) heeft opgevoerd dat rond het eiland opereert’.

    Het Taiwanese ministerie van Defensie heeft naar aanleiding van de toegenomen activiteit er bij China op aangedrongen om te stoppen met deze ‘destructieve, unilaterale acties‘, en waarschuwt dat dergelijk gedrag kan leiden tot een toename van de spanningen.

    Lees ook:

  • China wil dat Macau afkickt van zijn casino’s, maar dat zal niet meevallen

    China wil dat Macau afkickt van zijn casino’s, maar dat zal niet meevallen

    De casino’s van Macau maakten zes keer zoveel omzet als die van Las Vegas. Tot China’s strenge zerocovidpolitiek elk plezier uitbande. Nu wil Beijing de voormalige kolonie minder afhankelijk maken van de gokindustrie. Een riskant plan.

    Een verhaal over Macau moet beginnen met de Cotai Strip. Buiten stralen de half zo hoge kopieën van de Eiffeltoren en de Big Ben. Binnen, op het parket van de Parisian, een van de grootste casinoresorts van het gokgebied, verspeelt de Aziatische elite op één avond evenveel als anderen in een heel jaar verdienen.

    Het Taiwanese ondernemersechtpaar mevrouw Qiu en meneer Fu zit in designer-T-shirt en sneakers achter speelautomaten in het zogeheten High-Roller-domein, waar alleen de rijken spelen. Meneer Fu heeft zijn machine op automatisch ingesteld, hij hoeft dus geen vinger uit te steken. Met elk spel verdwijnen 176 Hongkongse dollars, omgerekend ongeveer 20 euro, van zijn rekening. Met honderden spelletjes per uur zijn dat meestal duizenden euro’s – verlies. Het huis wint altijd. 

    Het paar was dit jaar al drie keer in Macau, elke keer voor vier tot vijf dagen. Ze hebben iets in te halen, vertellen ze, want de drie voorgaande jaren konden ze vanwege de reisbeperkingen in verband met corona niet komen. Elke dag verloopt volgens dezelfde routine: opstaan, ontbijten, zwemmen in het zwembad, wandelen of wat werken. In de middag beginnen ze te spelen. Tijdens hun verblijf in Macau verlaten ze het resort nauwelijks. ‘We geven de voorkeur aan de automaten,’ zegt mevrouw Qiu. Dat is minder ‘werk’ dan spelletjes als poker, roulette of baccarat, die je hier natuurlijk ook hebt. ‘Je hebt alleen geluk nodig.’ Op deze avond hebben ze dat weer eens niet.

    Reorganisatie

    Slecht voor de spelers, goed voor het casino, en in breder verband ook voor Macau. Want deze Chinese ‘speciale bestuurlijke regio’ is aangewezen op de inkomsten uit gokspelletjes. Voor de pandemie haalden de casino’s zes keer zo veel omzet als die van Las Vegas. Ze droegen meer dan de helft bij aan het bruto binnenlands product van de voormalige Portugese kolonie, en 85 procent van de belastinginkomsten. In 2019 nog verdrongen 39 miljoen bezoekers elkaar in het gebied, dat kleiner is dan Berlijn-Mitte.

    Toen brak de coronapandemie uit: spelers konden niet meer komen, duizenden mensen verloren hun baan, de belangrijkste inkomstenbron van de staat droogde op: 95 procent minder inkomsten uit het gokken. Na beëindiging van de zerocovidpolitiek in China komen de spelers terug, de omzetten in Macau hebben die van Las Vegas alweer ingehaald. Maar naar aanleiding van de fatale ervaring met covid hebben de regeringen van China en Macau besloten dat het Mekka van de gokspelen voortaan minder afhankelijk moet zijn van het gokspel. Macau moet nu een centrum worden voor gezondheid, financiële en hightechbedrijven en jaarbeurstoerisme. Er is alleen één probleem: de reorganisatie die in de speciale bestuurlijke regio moet worden doorgevoerd is niet alleen een enorme klus, ze maakt Macau ook nog afhankelijker van Beijing.

    Nergens zijn de economische gevolgen van de pandemie beter waar te nemen dan aan de grensovergang Portas do Cerco, die het schiereiland verbindt met het Chinese vasteland. Elke dag passeren tienduizenden reizigers de douanecontroles. Velen van hen zijn Chinese arbeiders die ’s morgens binnenkomen en ’s avonds weer teruggaan naar hun woningen op het vasteland. Maar in de afgelopen drie jaar zijn er steeds meer inwoners bij gekomen die de omgekeerde route afleggen. Ze dragen volle zakken en zware koffers de grens over en komen met lege zakken en koffers terug.

    Smokkelaars kunnen in Macau producten inkopen voor een gunstige prijs en die op het Chinese vasteland duurder doorverkopen

    Het zijn smokkelaars, die gebruikmaken van het feit dat Macau geen tol heft op import en het vasteland wel. Zo kunnen ze in de speciale bestuurlijke regio producten inkopen voor een gunstige prijs en die op het vasteland duurder doorverkopen. Al in de Portugese tijd was het smokkelen big business. Tijdens corona bloeide de praktijk weer op. In de kleine, donkere zijstraatjes niet ver van de grensovergang zitten veel winkeltjes voor cosmetica, voedingssupplementen, medicamenten en spiritualia. Veel zaakjes  zijn niet meer dan opslagruimtes, of een loket in de muur. Maar voor elk daarvan vormen zich lange rijen mensen: klanten met bankbiljetten in de hand.

    Mevrouw Chen koopt blikken babyvoeding. Ze woont al bijna dertig jaar in Macau, is gescheiden en heeft een zoon die dit jaar zijn school afmaakt. In december 2021 verloor ze haar baan in een casino. ‘De baas kon ons niet eenvoudig ontslaan, dus heeft hij ons weggepest,’ vertelt ze. Sindsdien heeft ze geen nieuw werk meer gevonden. Er zijn volgens haar zoveel afgestudeerden die ook werk zoeken, ‘wie zou dan iemand van vijftig aannemen?’ In plaats van als croupière, zoals vroeger, werkt ze nu als smokkelaarster.

    ‘Aan een blik melkpoeder verdien je 6 Hongkongdollars,’ zegt Chen. Dat is minder dan een euro. Ze gaat eenmaal per dag de grens over, verdient er een paar euro mee. Van dat geld moet Chen het eten voor haar en haar zoon kopen en de lening voor haar woning afbetalen. Binnenkort loopt de volgende termijn af, ze slaapt nauwelijks nog, vertelt ze. Als ze drie termijnen in gebreke blijft, staan haar zoon en zij op straat.

    Het smokkelen is niet ongevaarlijk. De grenswachten zijn berucht om hun willekeur. In één maand is ze drie keer betrapt, vertelt Chen. 3000 Hongkongse dollars moest ze betalen. Omgerekend 350 euro. En de leveranties van consumptie-ijs, koffie en thee, ter waarde van meer dan duizend dollar zijn ook verloren – in beslag genomen door de controleurs. ‘De regering helpt ons niet,’ zegt ze. ‘Die is niet in ons geïnteresseerd.’ 

    Omscholing

    In werkelijkheid heeft de regering van Macau wel geprobeerd de economische gevolgen van de pandemie te verzachten. Ze heeft directe financiële steun verleend en omscholingsprogramma’s voor werklozen opgezet. Ondernemingen en zelfstandigen kregen belasting terug en subsidies. Tegelijk probeerden de autoriteiten te investeren in de toekomst. Ze knapten bezienswaardigheden op en gaven subsidies aan start-ups. Ten slotte verplichtten ze casino-eigenaren verleden jaar bij de uitgifte van nieuwe licenties om miljarden euro’s te investeren in sectoren buiten de gokwereld. Maar is Macau wel denkbaar zonder casino’s? 

    Een deel van het antwoord is te vinden in de Rua dos Ervanários. Slechts een paar stappen verwijderd van de ruïnes van de Pauluskerk, een van de meest gefotografeerde plekken van de stad, ontmoeten het oude en het nieuwe Macau elkaar hier. De zwart-wit bestrate steeg kent een eeuwenlange geschiedenis. Ooit zat hier het hoofdkantoor van de Portugese douane. Talloze straatverkopers boden hier Chinese vazen en Portugese meubels te koop aan. Ook nu zijn er nog een paar oude zaken die wierookstokjes en antiquiteiten verkopen. Maar daarnaast zijn er in de afgelopen jaren hippe cafés en kleurrijke boetiekjes geopend. Het is een experiment waarvan het succes nog moet blijken.

    Tot in de tachtiger jaren had Macau een relatief diverse economie, waarin naast de gokbedrijven ook de textielindustrie een noemenswaardige rol speelde. Maar toen de kolonie in 1999 terugviel aan China, kwam er korte tijd later ook een einde aan het monopolie van het lokale casinobedrijf STDM. Amerikaanse investeerders in de gokbusiness namen toen de controle over de economie van Macau volledig over. Straten als de Rua dos Evanários in de oude stad van Macau raakten in verval. Dat wil de regering nu herstellen, en daarom steunt ze ondernemers met subsidies als ze daar een zaak openen.

    In de reusachtige shoppingcenters moeten de klanten in de toekomst belastingvrije producten kunnen kopen, net als in Macau

    Het weer verlevendigen van de oude stad is maar één onderdeel van het masterplan voor Macau. Dat behelst verder het voornemen om tot 2040 ongeveer drie vierkante kilometer land te winnen op de zee; een vlakte zo groot als 420 voetbalvelden. Macau is een van de dichtst bebouwde gebieden ter wereld. Hier leven ongeveer 680.000 mensen op 33 vierkante kilometer. Voor het jaar 2040 rekent de regering op 800.000 inwoners. Maar Macaus belangrijkste ontwikkelingsgebied ligt buiten de eigen grenzen, op het naburige eiland Hengqin, dat ongeveer drie keer zo groot is als de speciale bestuurlijke regio en bij het vasteland van China hoort.

    Volgens de planning van de Chinese regering moet het tot voor kort slechts door enkele vissers bewoonde eiland ‘een tweede Macau’ worden. Overal op Hengqin ontstaan nu nieuwbouwwijken. Woontorens en kantoorcomplexen schieten de grond uit. Het potentieel is geweldig: 100.000 nieuwe hotelkamers zouden hier gebouwd kunnen worden, naast de 40.000 die er in Macau al zijn. Een nieuw financieel district met wolkenkrabbers rijst al boven de zee-engte uit. Met het Chimelong-complex ontstaat een van de grootste recreatieparken ter wereld, inclusief een orkashow en kabelbaan. En in de reusachtige shoppingcenters moeten de klanten in de toekomst belastingvrije producten kunnen kopen, net als in Macau.

    Maar de huidige werkelijkheid blijft er nog bij achter. Een lokale vastgoedmakelaar vertelt dat de meeste woningen op het eiland wel verkocht, maar nog onbewoond zijn. Het ontbreekt ook nog aan infrastructuur, ziekenhuizen bijvoorbeeld. Ook daarom waarschijnlijk schiet de regering van Macau nu te hulp door Hengqin voor ondernemers en bewoners aantrekkelijk te maken middels belastingverlagingen en subsidies.

    Waarom zouden Chinese toeristen eerst een visum voor Macau moeten bemachtigen als ze de meeste geneugten straks ook in Hengqin kunnen vinden?

    De centrale regering in Beijing viert het project als een schoolvoorbeeld van goede samenwerking, maar het is duidelijk wie daarbij aan het langste eind trekt. Want terwijl Macau dringend verlegen zit om bezoekers van het vasteland – zij vormen meer dan driekwart van alle toeristen – is Macau voor China in economisch opzicht verwaarloosbaar. En waarom zouden Chinese toeristen eerst een visum voor Macau moeten bemachtigen als ze de meeste geneugten straks ook in Hengqin kunnen vinden – behalve de casino’s die op het vasteland verboden zijn?

    Hoe dan ook heeft Macau geen keus. Dat wordt duidelijk als je in het Parisian-casino praat met een receptionist die zich ‘JJ’ noemt. De jongeman in een grijs uniform draait daar zijn nachtdienst. Eigenlijk is de zoon van Philippijnse immigranten te hoog gekwalificeerd voor dit baantje: hij is universitair afgestudeerd in toerisme. Na zijn examens in 2019 kon hij meer dan drie jaar lang geen baan vinden. Gelukkig kon zijn vader, die in een ander casino werkt, zijn baan tijdens de pandemie behouden en zo het gezin voeden.

    De nachtdiensten zijn zwaar, vertelt JJ. Hij moet er steeds zeven achter elkaar doen voor hij een dag vrij krijgt. Toch is hij gelukkig dat hij eindelijk ergens een kans heeft gekregen. Al ziet hij er achter de receptie van de Parisian vooral vermoeid uit.

    Lees ook:

  • De BRICS-landen willen een alternatieve wereldorde. Maar is dat mogelijk?

    De BRICS-landen willen een alternatieve wereldorde. Maar is dat mogelijk?

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar Zuid-Afrika, waar van dinsdag tot en met donderdag de BRICS-top plaatsvindt. Het samenwerkingsverband van Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika wil een alternatief bieden voor de door de VS geleide wereldorde. Maar hoe?

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €4 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.

    Keuze uit het archief

    Afgelopen week vond in de Russische stad Kazan de BRICS-top plaats. Omdat het in Rusland was, kon Poetin er dit jaar wel bij zijn. Vorig jaar moest hij verstek laten gaan vanwege het arrestatiebevel dat het Internationaal Strafhof tegen hem uitgevaardigd heeft. Dit jaar was de Braziliaanse president Lula afwezig vanwege een valpartij.
    In deze nieuwsbrief van 360 Magazine van ruim een jaar geleden wordt uitgezocht wat een BRICS-top zoal inhoudt en hoe dit samenwerkingsverband het internationale machtsevenwicht naar zich toe wil trekken.

    Wat houdt de BRICS-top in?

    Van 22 tot 24 augustus komt de BRICS-groep, bestaande uit Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika, bijeen in de Zuid-Afrikaanse stad Johannesburg. Vladimir Poetin, tegen wie een internationaal arrestatiebevel is uitgevaardigd, zal niet aanwezig zijn op de top. Hij sprak dinsdag via een videoverbinding de aanwezigen toe, bericht The Guardian. Tientallen leiders van andere landen in Afrika, Azië en het Midden-Oosten zijn ook aanwezig, velen in de hoop te worden uitgenodigd om lid te worden van het blok. 

    Op de agenda staan twee belangrijke plannen: de oprichting van een gemeenschappelijke munt, die deze landen in staat zou stellen zich te bevrijden van dollartransacties en internationale sancties te omzeilen, en de uitbreiding van de groep. De vijf leden van het blok vertegenwoordigen samen meer dan 42 procent van de wereldbevolking, 23 procent van het wereldwijde bruto binnenlands product en 18 procent van de internationale handel, schrijft Bloomberg

    De oorlog in Oekraïne heeft ervoor gezorgd dat veel landen in het mondiale Zuiden hun afhankelijkheid van het Westen heroverwegen. De BRICS willen hierin het voortouw nemen: zo’n twintig landen hebben al een aanvraag ingediend om lid te worden van de groep. En zevenenzestig landen uit Afrika en het mondiale Zuiden zijn door Zuid-Afrika uitgenodigd om de opening en enkele evenementen van de top bij te wonen. Naar verluidt zijn vierendertig landen op deze uitnodiging ingegaan. Volgens het Algerijnse dagblad El Watan moet de top een gelegenheid zijn voor niet-westerse landen om ‘hun visie op de hervorming van de wereld te geven’.

    Bloomberg bericht dat ‘tweeëntwintig landen officieel een aanvraag hebben ingediend om volwaardig lid te worden van de groep en meer dan twintig andere landen hebben informele aanvragen ingediend’. Volgens Daily Maverick gaat het om Algerije, Argentinië, Bangladesh, Bahrein, Belarus, Bolivia, Cuba, Egypte, Ethiopië, Honduras, Indonesië, Iran, Kazachstan, Koeweit, Marokko, Nigeria, de staat Palestina, Saoedi-Arabië, Senegal, Thailand, de Verenigde Arabische Emiraten, Venezuela en Vietnam. De Zuid-Afrikaanse krant noemt er drieëntwintig: ook Marokko, dat deze hypothese noch ontkend noch bevestigd heeft, is in de lijst opgenomen.

    ANP 476081479
    De Braziliaanse president Luiz Inácio Lula da Silva, de Chinese president Xi Jinping, de Zuid-Afrikaanse president Cyril Ramaphosa, de Indiase premier Narendra Modi en de Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergey Lavrov poseren voor een foto op de driedaagse top van de BRICS-groep van opkomende economieën in Johannesburg. –© AP

    Volgens Anil Sooklal, hoogleraar internationale betrekkingen, zou deze uitbreiding van de BRICS een geopolitieke alliantie maken die ‘bijna 50 procent van de wereldbevolking en meer dan 35 procent van het mondiale bbp’ vertegenwoordigt. ‘En dit cijfer zal alleen maar toenemen’, zegt hij tegen Bloomberg.

    Waarom willen de BRICS een tegengewicht bieden voor het Westen?

    ‘De BRICS is een platform voor leden om kritiek te leveren, vaak terecht, op de manier waarop instellingen als de Wereldbank, het IMF en de VN-Veiligheidsraad het “mondiale Zuiden”, een modieuze term voor ontwikkelingslanden, buitenspel zetten’, schrijft The Economist.

    Een grote aanjager van de samenwerking tussen niet-westerse landen is de oorlog in Oekraïne, schrijft Alec Russel, buitenlandredacteur van Financial Times. ‘Veel niet-westerse landen hebben toegekeken hoe het Westen voluit steun gaf aan Oekraïne en zagen hoe hypocriete machten weer eens hun eigen belangen en zorgen lieten prevaleren boven de grote mondiale problemen zoals gezondheid en klimaatverandering.’

    Binnen deze beweging van zogenoemde ‘niet-gebonden’ landen kunnen de belangen uiteenlopen of zelfs botsen, maar de gemeenschappelijke doelstellingen ‘lijken duidelijk’, aldus Russel. ‘Van het herstructureren van de VN-Veiligheidsraad tot het bestrijden van het door de Verenigde Staten gedomineerde sanctiesysteem en het ter discussie stellen van de rol van de dollar in de wereldeconomie.’

    Volgens de Chinese Engelstalige staatskrant Global Times zal samenwerking op het gebied van politiek en veiligheid een van de belangrijkste doelstellingen van de top in Johannesburg zijn. Het dagblad uit Beijing hekelt de huidige wereldorde die wordt gedomineerd door de Verenigde Staten, die ‘een sfeer van confrontatie en spanning in de hele wereld creëren’, met name in hun Indo-Pacific-strategie en hun gebruik van de NAVO ‘om China en Rusland tegelijkertijd te omsingelen en in te sluiten’.

    ANP 476120846
    De Russische president Vladimir Poetin sprak dinsdag via videoverbinding op de BRICS-top. Door een arrestatiebevel van het Internationaal Strafhof in Den Haag, waarbij Zuid-Afrika is aangesloten, vanwege oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en genocide, kan Poetin niet aanwezig zijn in Johannesburg. – © Kim Ludbrook / EPA

    Volgens de Chinese krant contrasteert dit Amerikaanse monopolie met de samenwerking op het gebied van veiligheid van de BRICS-landen, die de nadruk zou leggen op gemeenschappelijke, multilaterale veiligheid. Het dagblad is van mening dat het aantal landen dat heeft aangegeven lid te willen worden van het blok de beste indicator is dat ‘multilateralisme noodzakelijk is voor opkomende en ontwikkelingslanden’.

    Naast veiligheid gaat het op de top uiteraard over economie en handel. ‘Koning dollar, het symbool van de westerse hegemonie, onttronen. Deze even ambitieuze als complexe doelstelling zal een van de onderwerpen zijn van de BRICS-top’, schrijft Le Monde. In de afgelopen maanden hebben de westerse sancties tegen Rusland – het bevriezen van de dollarreserves van de centrale bank, de uitsluiting van Russische banken van het internationale interbancaire communicatienetwerk Swift, het verbod op de invoer van olie uit Moskou etcetera – de belangstelling van veel opkomende landen voor ‘de-dollarisering’ aangewakkerd.

    ‘Sommigen willen in de eerste plaats het gebruik van de dollar in hun eigen economie verminderen om zichzelf te beschermen tegen internationale financiële onrust’, legt politiek econoom Zongyuan Zoe Liu uit aan Le Monde. Anderen willen ontsnappen aan de macht van de Verenigde Staten, die de dollar gebruiken om sancties en boetes in het buitenland op te leggen.

    ‘Hoe komt het dat de dollar betrokken is bij de handel tussen Kenia en Djibouti?’ vroeg de Keniaanse president William Ruto op 14 juni aan het parlement van Djibouti. ‘Waarom heeft Brazilië de dollar nodig om handel te drijven met China en Argentinië? We kunnen het ook met onze eigen munt doen,’ zei de Braziliaanse Lula op 3 augustus, toen hij pleitte voor de invoering van een gemeenschappelijke munt voor de BRICS-landen.

    ANP 476117875
    Tijdens de top staat de oprichting van een gemeenschappelijke munt en de uitbreiding van de BRICS-groep op de agenda. – © Gianluigi Guercia / EPA

    Gaat het de BRICS lukken om niet-westerse landen te verenigen?

    Het valt nog te bezien of de Brics met één stem zullen spreken. In een ander artikel meldt Bloomberg dat India en Brazilië zich verzetten tegen de wens van China om de BRICS-groep snel uit te breiden. En naast Beijing en Moskou wil geen enkele BRICS-staat de goede betrekkingen met de Verenigde Staten en de Europese Unie op het spel zetten, aldus Frankfurter Allgemeine Zeitung.

    Zoals economieredacteur Alan Beattie in Financial Times opmerkt, ligt het probleem binnen de BRICS bij de rol van China. ’China is het enige van de vijf landen die een ommezwaai heeft gemaakt, zowel economisch als diplomatiek. En het is Beijing dat de club graag wil uitbreiden. Maar als de landen die toetreden schulden hebben bij China, via een lening of investeringen op hun grondgebied, dan zal de BRICS minder lijken op een pressiegroep ten gunste van de landen in het Zuiden en meer op de fanclub van een hegemoniale macht in wording.’

    Ook voor de de-dollarisering en het optuigen van een gemeenschappelijke munt is nog een lange weg te gaan. Ruben Nizard, econoom bij kredietverzekeraar Coface, legt in Le Monde uit dat de creatie van een gemeenschappelijke munt, zoals de euro, een sterke economische convergentie tussen de leden vereist. ‘Deze landen vormen echter een zeer heterogene groep en de onderlinge bilaterale handel blijft vrij zwak,’ aldus Nizard.

    Waar die er wel is, is die relatief onevenwichtig: ‘India en Zuid-Afrika hebben aanhoudende handelstekorten met de andere BRICS-landen: hun reserves in een nieuwe gemeenschappelijke munt zouden snel opdrogen’, citeert de Franse krant Mark Williams en Shilan Shah van Capital Economics. Ook dan zal de macht van China, als veruit de grootste economie, alleen maar toenemen. ‘In werkelijkheid hebben veel van de BRICS-landen – met name India – en landen die zich bij hen willen aansluiten daar weinig belangstelling voor’, legt Adam Slater van Oxford Economics uit aan Le Monde

    ‘Een “Big BRICS” zou een uitdaging zijn voor het Westen’, schrijft The Economist. ‘Maar het is geen levensgevaarlijke bedreiging. China’s pogingen om het blok uit te breiden leggen de spanningen en tegenstrijdigheden bloot. Een verzwakt Rusland doet mee, maar Brazilië, India en Zuid-Afrika zijn sceptisch. (…) De leden verschillen politiek, economisch en militair van elkaar; uitbreiding zou een bont gezelschap nog bonter maken. Het zou betekenen dat de BRICS de door het Westen geleide internationale orde weliswaar met luidere stem zouden kunnen bekritiseren, maar dat ze nog meer moeite zouden hebben om een alternatief te formuleren.’

    Lees ook:

  • ‘Om onze afhankelijkheid van China te verminderen moeten we weer de fabriek in’

    ‘Om onze afhankelijkheid van China te verminderen moeten we weer de fabriek in’

    Als westerse landen minder afhankelijk van China willen worden, dan moeten ze de productie in eigen huis nieuw leven inblazen, schrijft de Zweedse veiligheidsexpert Elisabeth Braw. Maar waar gaan ze de arbeiders vandaan halen? Omscholing kan een oplossing bieden.

    Nu jonge experts zo warm lopen voor deglobalisering en voor haar jongere zusje de-risking [risicomijding door banken], trekken zelfs politiek leiders die vrijhandel voorstaan de conclusie dat westerse landen hun productieafhankelijkheid van China moeten verminderen. Hoe? Door productie in eigen huis nieuw leven in te blazen, of deze te verplaatsen naar bevriende landen. Maar wie gaat er werken in al die fabrieken die er dan in het Westen zullen verrijzen?

    Als het de westerse landen ernst is met friendshoring [handel drijven met en/of produceren in ‘bevriende’ of ‘vertrouwde’ landen om politieke risico’s te vermijden], zullen we weer veel meer met onze handen moeten gaan werken – zij het geholpen door robots. En ja, daar moeten ook academici aan te pas komen. 

    Vorige week presenteerde Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, haar voorstel voor een nieuwe economische veiligheidsstrategie ten behoeve van de Europese Unie. Het zou gaan om ‘een oefening in nieuw economisch denken’. Nationale leiders moeten zich nu buigen over de strategie die als uitgangspunt heeft dat ‘een economische macht als de EU meer aandacht dient te schenken aan de veiligheidsrisico’s in haar handels- en investeringsbeleid. Uitvoering van de strategie betekent dat de EU zich op het internationale toneel meer zal gedragen als de Verenigde Staten en Japan.’

    Wat is er tegen een strategie die de EU minder afhankelijk maakt van China en in één moeite door gekwalificeerde banen creëert?

    Dit betekent minder afhankelijkheid van China en meer productiebanen en raderen in de eigen toeleveringsketen. Klinkt goed. Wat is er tegen een strategie die de EU minder afhankelijk maakt van China en in één moeite door gekwalificeerde banen creëert, zoals de Amerikanen dat doen met hun anti-inflatiewet (Inflation Reduction Act)?

    Er zal een veel grotere behoefte ontstaan aan productiemedewerkers, én aan arbeiders van het soort dat onze economie nu al draaiende houdt, zoals machinisten, vrachtwagenchauffeurs – en zelfs mijnwerkers, als de EU ook de afhankelijkheid van door China bewerkte zeldzame mineralen wil verminderen.

    Het is alleen maar goed om dergelijke banen te creëren, banen die de binnenlandse productie stimuleren, maar… zo gemakkelijk gaat dat niet. Dat blijkt wel uit ontwikkelingen in de VS, dat Europa al een stap voor was op het gebied van globalisering, en nu een hele grote stap voor is wat betreft deglobalisering. Er zijn simpelweg niet genoeg arbeiders voor de banen die het Westen hoopt te creëren omwille van de nationale veiligheid en welvaartsgroei.

    Strategische rivalen

    In de Amerikaanse mijnbouwsector bijvoorbeeld is er ‘schaarste aan ingenieurs die arbeidslocaties opzetten, mijnwerkers die ruwe metalen winnen en vrachtwagenchauffeurs die ze verplaatsen voor verwerking – een extra kopzorg voor producenten die sowieso al moeite hebben om materialen te leveren voor elektrische auto’s, zonnepanelen en windparken,’ aldus The Wall Street Journal.

    Om te begrijpen wat de toekomst voor ons in petto heeft, is het nuttig de situatie in Duitsland te bekijken: dat land heeft al 100.000 onvervulde vacatures in de transportsector, en een tekort van nog eens 100.000 werknemers in productie- en installatiediensten – en dan hebben we het nog niet eens over vacatures in de gezondheidszorg, de horeca en het onderwijs.

    De belangrijkste reden dat westerse landen moeite hebben om al die beoogde nieuwe fabrieken van personeel te voorzien, is dat ze ooit de globalisering enthousiast omarmden

    Ondertussen is Tesla – dat onlangs een nieuwe fabriek in Brandenburg heeft gebouwd – bezig met de werving van 12.000 arbeiders om daar elektrische auto’s te bouwen. Aangezien er geen 12.000 arbeiders voor de auto-industrie beschikbaar zijn, leidt het bedrijf van Elon Musk nu leerlingen op en werft het mensen die ervaring hebben op andere terreinen en schoolt die om. Vorige week heeft bondskanselier Olaf Scholz een deal gesloten waarbij Intel een halfgeleiderfabriek in Maagdenburg zal opzetten. Waar het fabriekspersoneel vandaan moet komen is vooralsnog volkomen onduidelijk. 

    De belangrijkste reden dat westerse landen moeite hebben om al die beoogde nieuwe fabrieken van personeel te voorzien, is dat ze ooit de globalisering enthousiast omarmden. Andere landen zouden goederen produceren en zijzelf gingen zich richten op de diensteneconomie. Dat pakte erg goed uit, totdat duidelijk werd dat dergelijke landen strategische rivalen konden worden. En zo kwam het dat het Westen nu weer handarbeiders nodig heeft – zowel in fabrieken als voor het vervoeren van goederen over lange toeleveringsketens.

    Hard werken

    Ondertussen hebben westerse landen hun bevolking opgeleid voor een hoogwaardige diensteneconomie. In 1993 telde Duitsland bijvoorbeeld 1.775.661 universiteitsstudenten; dat aantal was in 2021 met liefst 66 procent gestegen. Westerse landen zitten nu dus opgescheept met te veel academisch geschoolde burgers die niet staan te trappelen om met hun handen te werken, en met te weinig mensen die bijvoorbeeld een vrachtwagen kunnen besturen of vuilnis willen ophalen – taken die zelfs in de hoogtijdagen van de globalisering noodzakelijk waren.

    Nu deze landen het fabriekswerk weer in ere willen herstellen, worden ze niet alleen geconfronteerd met een algeheel tekort aan handarbeiders, maar ook met een dreigend tekort aan werknemers in de groeiende productiesector. De Europese ontkoppeling van Russische energie is om deze reden in zwaar weer terechtgekomen: 900 Noorse booreilandwerkers – van wie er al te weinig zijn – hebben gedreigd in staking te gaan.

    Mensen die op school steeds te horen hebben gekregen dat de weg naar een comfortabel middenklassebestaan en sociale status via de universiteit leidt, zullen zich waarschijnlijk niet laten omscholen voor handarbeid. Want zoals de academisch geschoolden die het hebben geprobeerd kunnen beamen: dat is hard werken. Toen enkele leden van de Baader-Meinhof-groep [een terroristische organisatie in de Bondsrepubliek Duitsland] zich in de fabriek voegden bij de West-Duitse arbeiders – namens wie de groep beweerde haar gewapende revolutie te voeren – gaven ze er al na een paar dagen de brui aan.

    Maar er is veel gebeurd sinds zo’n vijfendertig jaar geleden de moderne globalisering in het Westen aanving. De banen die in deze landen eind jaren tachtig begonnen te verdwijnen behelsden grotendeels fysiek werk. De banen waaraan nu behoefte is, zijn in hoge mate technisch en vereisen veel expertise. Breng maar eens een bezoek aan een Duitse autofabriek, dan wordt dat meteen duidelijk.

    Scholen en universiteiten doen er goed aan studenten te helpen werkervaring op te doen in de productiesector

    Het is helemaal niet zo gek te stellen dat veel toekomstige productiebanen meer vaardigheden met zich meebrengen dan een hoop kantoorbanen waarvoor je een universitair diploma nodig hebt. Het is geen verrassing dat Tesla samenwerkt met lokale universiteiten om arbeiders op te leiden voor de fabriek in Brandenburg, of dat de staat Arizona – die halfgeleiderbedrijven wil aantrekken om de productie uit China over te nemen – niet alleen de krachten heeft gebundeld met bedrijven, maar ook met Arizona State University, waar een uitgebreid programma is ontwikkeld om mensen op te leiden voor de goedbetaalde banen die er nu aankomen.

    Arbeiders hadden altijd al meer vaardigheden dan universitair geschoolden hun toedichtten, en naarmate de productie technologisch gezien steeds verfijnder wordt, zullen die vaardigheden alleen maar toenemen. Zonder arbeiders die de machines kunnen bedienen om de geavanceerde goederen te produceren die nu te riskant zijn om in China te laten maken, kunnen we bij voorbaat afscheid nemen van het idee van friendshoring. We zouden er dan ook goed aan doen onze opvattingen over handmatig werk bij te stellen.

    Scholen en universiteiten doen er dus goed aan studenten te helpen werkervaring op te doen in de productiesector. En degenen die zo verstandig zijn de waarde en vaardigheden van productiewerk in te zien, zouden moeten overwegen zichzelf op dat gebied verdienstelijk te maken. Simpel gesteld: de fabrieksarbeider is terug van weggeweest – krachtiger dan ooit. Wat zou Karl Marx hebben gedacht van deze wending in het globaliseringsverhaal?

  • Biden zet relatie met China op scherp met nieuwe sancties

    Biden zet relatie met China op scherp met nieuwe sancties

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Tientallen doden door bosbranden op Hawaï

    » Verkiezingen in Ecuador gaan door ondanks moord op kandidaat

    Investeringen in China worden in bepaalde sectoren verboden

    De Amerikaanse president Joe Biden heeft woensdag de relatie met China opnieuw op scherp gezet door een decreet te tekenen waarmee Amerikaanse investeringen in China in verschillende technologiesectoren verboden worden. Dat schrijft The New York Times. Volgens Biden zijn die sectoren een gevaar voor de nationale veiligheid van de VS.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Amerikaanse bedrijven zouden niet meer in sectoren mogen investeren die zich bezighouden met kunstmatige intelligentie en computerchips. Volgens China kunnen de VS tegenmaatregelen verwachten en wordt met het pakket sancties de wereldvrede bedreigd. Bij de presentatie van het decreet haalde Biden ook verbaal uit naar China, door het land een ‘tikkende tijdbom’ te noemen.

    Volgens Biden zit China in zowel economische als demografische problemen en kan dat betekenen dat andere landen moeilijkheden krijgen met het Aziatische land. ‘Als slechte mensen problemen hebben, doen ze slechte dingen,’ zo verklaarde Biden.

    Lees ook:

  • Waarom Chinese afgestudeerden weer bij hun ouders gaan wonen

    Waarom Chinese afgestudeerden weer bij hun ouders gaan wonen

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar China, waar de werkloosheid onder jonge Chinezen ongekend hoog is. Bij gebrek aan banen keren veel jongeren na het behalen van een universitair diploma terug naar hun ouders.

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €4 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.

    Hoe is het gesteld met de jeugdwerkloosheid in China?

    ‘Terwijl de op een na grootste economie ter wereld drie jaar van coronabeperkingen te boven komt, dragen jonge werkloze afgestudeerden zoals Wang de last van een lauw herstel’, schrijft Financial Times. Wang is onlangs afgestudeerd in commerciële economie in de Chinese stad Zhengzhou, de hoofdstad van een provincie van 100 miljoen mensen en de standplaats van de grootste iPhone-fabriek ter wereld.

    Net als voor veel andere Chinese jongeren liggen de baankansen voor Wang niet voor het grijpen. De werkloosheid onder jongeren tussen 16 en 24 jaar was in juni 21,3 procent. De vacatures die er wel zijn, zijn voor slechtbetaalde klusjes met een werklast van wel zeventig uur per week. ‘De banencrisis die China’s afgestudeerden treft, is verrassend omdat dit cohort het hoogst opgeleide ooit is’, schrijft de zakenkrant. 

    Sommige jongeren kiezen er daarom voor om de steden te verlaten en terug te keren naar hun ouders op het platteland. ‘Ze hebben geen werk, in plaats daarvan doen ze klusjes voor hun ouders of houden hen gezelschap in ruil voor zakgeld en gratis woonruimte’, schrijft het in Shanghai gevestigde medium Sixth Tone over de zogenoemde ‘fulltimekinderen’, een fenomeen dat zich verspreidt onder jonge Chinezen. 

    Volgens South China Morning Post heeft de komst van dit fenomeen twee oorzaken. ‘Sommigen zeggen dat ze genoeg hebben van een ultracompetitieve werkwereld, lange werkdagen en de hoge kosten van levensonderhoud in de grote steden. Maar voor velen is de meest voor de hand liggende reden dat ze ondanks hun zoektocht geen baan hebben kunnen vinden.’ 

    lwzee hYyBM1YLRuc unsplash
    Sommige afgestudeerde jongeren die geen baan kunnen vinden, keren terug naar hun ouders op het platteland. – © Unsplash

    China heeft ook te maken met een vergrijzende bevolking. In 2035 zal een derde van de inwoners van het land, 400 miljoen mensen, ouder zijn dan 60 jaar. Inwonende kinderen kunnen een deel van de zorg voor deze groep opvangen. 

    De verwachting is dat de komende tien jaar de jeugdwerkloosheid hoog blijft in China, met een stijging op korte termijn, aldus Financial Times. De regering maant jonge mensen ertoe om ook laagbetaalde banen te accepteren. De overheid lanceerde onlangs een campagne om afgestudeerden ervan te overtuigen ‘eerst een baan te vinden en dan pas een carrière te kiezen’. 

    ‘Dergelijke berichten bevestigen echter alleen maar wat veel jonge afgestudeerden al vermoeden: ondanks het betalen voor diploma’s die aan openbare universiteiten ruwweg 30.000 renminbi [4000 dollar] per jaar kunnen kosten – ongeveer een vijfde van het gemiddelde gezinsinkomen voor een gezin van drie – hebben diploma’s van alle universiteiten behalve de beste te weinig waarde op de arbeidsmarkt’, schrijft de zakenkrant.

    Waarom zijn er zo veel jongeren zonder baan?

    Volgens China-onderzoeker George Magnus liggen verschillende mismatches ten grondslag aan de hoge werkloosheid onder jongeren. ‘Er is een discrepantie tussen de vaardigheden die veel afgestudeerden verwerven en de vaardigheden die werkgevers vragen’, schrijft hij in Financial Times. Ook hebben hoogopgeleide afgestudeerden onrealistische verwachtingen van het salaris en de werkzaamheden van hun eerste baan. Dat de overheid beleid heeft gevoerd om snelgroeiende sectoren waar veel jonge mensen werken, zoals e-commerce, onderwijsplatforms, gaming en financiële dienstverlening, in te dammen, is ook een factor.

    ANP 473885898
    Een recent afgestudeerde vrouw voert een gesprek met een potentiële werkgever op een banenmarkt in Suzhou, in het oosten van China. – © ChinaImages / Sipa USA

    Het helpt niet mee dat door de strenge lockdowns in China de dienstensector, zoals de horeca, zwaar te lijden heeft gehad. Laat dat nou net een van de sectoren zijn waar normaal gesproken veel jongeren werken, schrijft Financial Times op basis van een rapport van Goldman Sachs over de Chinese arbeidsmarkt. Door de pandemie zijn jongeren ook langer in de collegebanken blijven zitten, wat heeft geleid tot een enorme toestroom van pas afgestudeerden naar de arbeidsmarkt in de jaren daarna, aldus The Economist

    Sommige analisten beweren dat de onderliggende oorzaken dieper liggen. Michael Pettis, een senior medewerker van het Carnegie China Center, zegt dat het investeringsmodel van Beijing gericht blijft op productie en investeringen in plaats van op de binnenlandse consumptie die uiteindelijk nodig is om banen te creëren. ‘Als je je concurrentiepositie in de maakindustrie baseert op lage lonen, zit je als het ware vast als de lage lonen een probleem worden door de zwakke binnenlandse vraag,’ zei Pettis tegen Financial Times.

    Een van de eigenaardigheden van de Chinese arbeidsmarkt is dat lager opgeleide jongeren minder vaak werkloos zijn, schrijft The Economist. Jongeren met een beroepsopleiding of alleen een middelbareschooldiploma hebben meer praktische vaardigheden en een grotere behoefte aan een baan.

    In de afgelopen drie decennia, toen de Chinese economie met sprongen groeide, gingen meer mensen naar de universiteit omdat ze het zagen als een weg naar een veelbelovende carrière, schrijft The New York Times. Volgens het Nationaal Bureau voor de Statistiek van China steeg het aantal studenten dat zich inschreef voor hogescholen en universiteiten van 754.000 in 1992 naar 10,1 miljoen in 2022. Nu blijkt dat er niet voor al die hoogopgeleiden een passende baan beschikbaar is. 

    ANP 473951608
    Chinese jongeren zoeken naar werk op een banenmarkt in Yichang, in het midden van China. – © CFOTO / Sipa USA

    Ook is het vertrouwen in de economie in de particuliere sector in het algemeen, die goed is voor 80 procent van de werkgelegenheid in de steden in China, nog steeds laag. Dit drijft veel jongeren naar een baan bij de overheid of bij staatsbedrijven, die actief werven onder jongeren om de jeugdwerkloosheid omlaag te brengen, aldus The Economist.

    Wat zijn de gevolgen van de hoge jeugdwerkloosheid?

    ‘Het grootste probleem voor werkloze jongeren is het risico van wat economen “hysterese” noemen. Dit is het gevaar dat hoe langer ze buiten de formele arbeidsmarkt blijven, hoe moeilijker het wordt om er ooit weer in terug te keren, omdat hun vaardigheden en ervaring afnemen’, schrijft China-onderzoeker Magnus. 

    Daarnaast zijn jongeren belangrijk voor de binnenlandse consumptie in China. In sommige stedelijke gebieden zijn ze verantwoordelijk voor een vijfde van de aankopen. Als hun uitgaven afnemen, heeft dat grote gevolgen voor de Chinese economie.

    ‘Als [de jeugdwerkloosheid] verkeerd wordt aangepakt, zal dat leiden tot verdere sociale problemen en zelfs de aanleiding worden voor politieke problemen’, aldus Financial Times. Maar vooralsnog trekken Chinese twintigers liever weer bij hun ouders in, dan dat ze de straat op gaan om politieke verandering te eisen. 

    Lees ook:

  • Tientallen doden na historische regenval in China

    Tientallen doden na historische regenval in China

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Junta in Myanmar geeft San Suu Kyi strafvermindering

    » Prominente oppositieleider Senegal opnieuw opgepakt

    Tienduizenden mensen zijn geëvacueerd vanwege het noodweer

    Aanhoudend noodweer in het noorden van China heeft aan tientallen mensen het leven gekost. Volgens de BBC gaat het om de nasleep van tyfoon Doksuri, die veel regen met zich mee heeft gebracht. In Beijing en omstreken zijn zeker twintig doden gevallen en nog eens twintig mensen worden vermist.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Naar aanleiding van de storm zijn ruim vijftigduizend mensen geëvacueerd. Grote delen van Beijing zitten zonder stroom en het leger is ingezet om te zorgen dat iedereen genoeg voedsel, drinkwater en medicijnen krijgt. In de meer afgelegen gebieden zijn dorpen door overstromingen en aardverschuivingen afgesloten van de buitenwereld.

    Voor de getroffen huishoudens lijkt de noodsituatie nog verre van voorbij: woensdag wordt verwacht dat tyfoon Khanun in China aan land gaat, waarmee het de derde tyfoon in twee weken tijd wordt die het Aziatische land treft. Volgens experts is het in de afgelopen decennia niet eerder voorgekomen dat het in China zo veel heeft geregend in zo’n korte periode.

    Lees ook:

  • Rijke Chinezen verhuizen massaal naar het buitenland en nemen hun geld mee

    Rijke Chinezen verhuizen massaal naar het buitenland en nemen hun geld mee

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Voorzitter Stanford stapt op na rapport over gebreken in zijn onderzoek

    » Hongkong: eerste persoon veroordeeld onder nieuwe ‘Volksliedwet’

    Australië is de belangrijkste bestemming voor rijke Chinezen

    Australië was de eerste helft van dit jaar de belangrijkste overzeese bestemming voor Chinese vastgoedbeleggers, meer dan populaire plekken als Canada, het Verenigd Koninkrijk en de VS, zo blijkt uit de jaarlijkse ranglijst van vastgoedbedrijf Juwai IQI. Met vier plekken in de top 10 blijkt verder Zuidoost-Azië een hotspot voor vermogende Chinezen, meldt Sydney Morning Herald.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het streven van president Xi Jinping naar ‘gemeenschappelijke welvaart’ en de strenge coronamaatregelen hebben ertoe geleid dat rijke Chinezen massaal naar plekken als Australië en Singapore trekken. Ze parkeren hun geld in het buitenland, uit angst voor maatregelen in eigen land. Naar verwachting loopt de Chinese kapitaalvlucht dit jaar op tot 135 miljard euro. 

    De komende jaren wordt een aanhoudende stroom van Chinese vastgoedinvesteringen in het buitenland verwacht. Ruim 700.000 Chinezen zullen tussen 2023 en 2025 naar de VS, Canada en Australië migreren.

    Lees ook:

  • Wereldnieuws: Massastaking UPS op komst & meer

    Wereldnieuws: Massastaking UPS op komst & meer

    Voorzitter Stanford stapt op

    Marc Tessier-Lavigne heeft zijn aftreden aangekondigd als voorzitter van de prestigieuze Stanford-universiteit in Californië, schrijft The New York Times. Een onafhankelijke evaluatie bracht grote gebreken aan het licht in studies die hij in het verleden heeft begeleid. Het onderzoek, uitgevoerd door een extern panel van wetenschappers, weerlegt weliswaar dat Tessier-Lavigne geprobeerd zou hebben te verdoezelen dat een belangrijk Alzheimer-onderzoek uit 2009 vervalste gegevens bevatte.

    Stanford staat bekend om de kwaliteit van zijn onderzoek en de beschuldigingen zijn slecht voor de integriteit van de universiteit

    Er is geen bewijs van vervalsing, noch heeft ­Tessier-Lavigne zich op andere manieren schuldig gemaakt aan fraude. Maar de evaluatie stelt ook dat dit onderzoek, uitgevoerd toen hij leidinggevende was bij biotechbedrijf Genentech, niet ‘de gebruikelijke normen van wetenschappelijke nauwkeurigheid en methode’ haalt. Stanford staat bekend om de kwaliteit van zijn onderzoek en de beschuldigingen zijn slecht voor de integriteit van de universiteit.

    © Stanford News Service
    © Stanford News Service

    Overtreding van de Volksliedwet

    De eerste persoon die moest terechtstaan op grond van de zogenoemde ‘Volksliedwet’ in Hongkong heeft drie maanden gevangenisstraf gekregen, aldus South China Morning Post. Fotograaf Cheng Wing-chun gebruikte het lied ‘Glorie aan Hongkong’ – dat wordt beschouwd als een protestlied tegen de invloed van Beijing op de stadstaat – in een videoclip waarin schermer Edgar Cheung Ka-long tijdens de Olympische Spelen van Tokio in 2021 een gouden medaille in ontvangst neemt. Het filmpje van anderhalve minuut op YouTube doet volgens de rechtbank voorkomen alsof toeschouwers applaudisseren voor het protestlied als het wordt afgespeeld tijdens de medaille-uitreiking. 

    Het lied werd geschreven tijdens de protesten in 2019 en roept mensen op te vechten voor vrijheid en ‘Hongkong te bevrijden’ tijdens de ‘revolutie van onze tijd’. De autoriteiten vallen vooral over die laatste zinssnede, die zou oproepen tot afscheiding van het Chinese regime.


    Microkosmos

    Iets New Yorkser dan de metro van New York is er niet te vinden, volgens de Zwitserse fotograaf Willy Spiller, wiens boek en tentoonstelling Hell on Wheels deze maand worden gepresenteerd in de Hazenstraat in Amsterdam. Galerie Bildhalle geeft daar een overzicht van foto’s uit de periode 1977-1984, toen de metro’s nog onder de graffiti zaten en de stations niet waren aangeharkt. ­Spiller fotografeerde de microkosmos van New York gedurende acht jaar. Hij was er tijdens het spitsuur en zag tienermeisjes in hun witte schooluniform over de stoelen hangen. De mobiele telefoon die nu het beeld zou bepalen, bestond nog niet. 


    Rijke Chinezen trekken weg

    Australië was de eerste helft van dit jaar de belangrijkste overzeese bestemming voor Chinese vastgoedbeleggers, meer dan populaire plekken als Canada, het Verenigd Koninkrijk en de VS, zo blijkt uit de jaarlijkse ranglijst van vastgoedbedrijf Juwai IQI. Met vier plekken in de top 10 blijkt Zuidoost-Azië een hotspot voor vermogende Chinezen, meldt Sydney Morning Herald. Het streven van president Xi Jinping naar ‘gemeenschappelijke welvaart’ en de strenge coronamaatregelen hebben ertoe geleid dat rijke Chinezen massaal naar plekken als Singapore trekken. Ze parkeren hun geld in het buitenland, uit angst voor maatregelen in eigen land. Naar verwacht loopt de Chinese kapitaalvlucht dit jaar op tot 135 miljard euro. 

    Ruim 700.000 Chinezen zullen tussen 2023 en 2025 naar de VS, Canada en Australië migreren

    De komende jaren wordt een aanhoudende stroom van Chinese vastgoedinvesteringen in het buitenland verwacht. Ruim 700.000 Chinezen zullen tussen 2023 en 2025 naar de VS, Canada en Australië migreren.

    © Unsplash
    © Unsplash

    Moraalpolitie is terug

    Tien maanden na de dood van Mahsa Amini is de moraalpolitie van Iran weer op straat verschenen om vrouwen te dwingen te voldoen aan de strikte islamitische kledingvoorschriften. Dat zegt een woordvoerder van Faraja, de Iraanse instantie voor wetshandhaving. Agenten zullen vrouwen eerst waarschuwen als ze zich niet aan de regels houden; degenen die ‘de normen blijven overtreden’ kunnen rekenen op juridische stappen, aldus CNN.

    De moraalpolitie werd september vorig jaar het mikpunt van (inter)nationale verontwaardiging, toen de 22-jarige Amini, die was opgepakt omdat ze haar hoofddoek verkeerd zou hebben gedragen, naar een ‘heropvoedingscentrum’ werd gestuurd, waar ze drie dagen later stierf. Het leidde tot protesten die maandenlang aanhielden en een van de grootste binnenlandse bedreigingen in meer dan tien jaar vormden voor het heersende regime. Terwijl de autoriteiten met veel geweld reageerden, verdween de moraalpolitie nagenoeg uit de straten van Teheran. 

    Vorig jaar executeerde Iran zeker 582 mensen – een stijging van 75 procent ten opzichte van 2021

    De moraalpolitie – die onder sancties van de VS en de EU valt – is machtig en goed bewapend en controleert de gevangenissen en de heropvoedingscentra. Daar krijgen gedetineerden lessen over de islam en het belang van de hijab. Voordat ze worden vrijgelaten moeten ze een belofte ondertekenen dat ze zich zullen houden aan de kledingvoorschriften. 

    Vorig jaar executeerde Iran zeker 582 mensen – een stijging van 75 procent ten opzichte van 2021. Volgens mensenrechtenorganisaties toont die stijging aan dat Teheran demonstranten tegen het regime angst wil aanjagen.


    Massastaking UPS op komst

    De 340.000 chauffeurs en andere werknemers van UPS, de grootste bij een vakbond aangesloten werkgever in de Verenigde Staten, voeren momenteel onderhandelingen met het bedrijf, meldt Grist. Klimaatverandering en extreme hitte zijn daarbij enkele van de belangrijkste kwesties. Als er op 31 juli geen bevredigend contract ligt, beginnen de werknemers aan de grootste staking bij één werkgever in de Amerikaanse geschiedenis. 

    Deze zomer worden weer allerlei temperatuurrecords gebroken en de nood bij de medewerkers is hoog: op zomerse dagen kan de temperatuur achter in hun bestelwagen oplopen tot bijna 50 graden. Sinds 2015 meldde UPS zeker 143 hitte-gerelateerde incidenten bij de federale dienst voor veiligheid op de werkvloer.

    Vorig jaar stierf een van haar collega’s aan een hitte­beroerte in zijn bestelwagen

    ‘Als ik maar niet flauwval,’ denkt een bezorger in Los Angeles vaak als ze de laadruimte van haar vrachtwagen in gaat. ‘Wie weet dat ik achter in die truck zit? Ik ben als alleenstaande moeder als enige verantwoordelijk voor mijn zoon.’ Vorig jaar stierf een van haar collega’s aan een hitte­beroerte in zijn bestelwagen. 

    Hoewel de klimaatverandering de zomers heter en gevaarlijker maakt voor de bezorgers, rekent UPS op dezelfde ‘onrealistische’ productiviteitscijfers van zijn medewerkers. Chauffeurs en magazijnmedewerkers worden geacht zes dagen per week en meer dan twaalf uur per dag te werken in de hitte. Aangezien productiviteit wordt gemeten door middel van bewakingscamera’s en sensoren in de vrachtwagens, is het voor chauffeurs lastiger om pauzes te nemen. Daarom zijn de eisen van de UPS-werknemers inzake hitteveiligheid gekoppeld aan andere zaken zoals hogere lonen, meer voltijdbanen en een einde aan gedwongen overuren. 

    ‘Deze werknemers zijn overwegend vrouwen, mensen van kleur of immigranten. Ze kunnen het zich niet veroorloven om pauzes te nemen of tijd te verliezen door zich om hun gezondheid te bekommeren,’ aldus een expert arbeidsrecht. ‘Het is hoog tijd dat UPS de hitte voelt, zoals wij die de hele tijd ervaren,’ zegt een strijdvaardige chauffeur.

     © International Brotherhood of Teamsters
    © International Brotherhood of Teamsters
  • Chinese minister van Buitenlandse Zaken zonder reden vervangen

    Chinese minister van Buitenlandse Zaken zonder reden vervangen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Mediterrane landen zuchten onder aanhoudende hittegolf

    » Verdachten terreuraanslagen Brussel schuldig bevonden

    De vervanger van Qin is Wang Yi, die de post eerder bekleedde

    Qin Gang, de minister van Buitenlandse Zaken in China, is dinsdag vervangen door Wang Yi, die voor Qin al minister was. Dat schrijft The South China Morning Post. Qin was al langere tijd niet in het openbaar gezien. Een reden voor zijn vertrek wordt niet gegeven.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken zei eerder dat Qin kampte met gezondheidsproblemen. Toch is het vertrek van de vertrouweling van president Xi Jinping opmerkelijk te noemen. Mogelijk werd Qin strafrechtelijk onderzocht, zoals vaker gebeurt met hooggeplaatste ambtenaren in China die ineens uit de publiciteit verdwijnen.

    Wang Yi, zijn opvolger én voorganger, is een van de hoogst dienende ambtenaren in China, en was verantwoordelijk voor de vormgeving van het Chinese buitenlandbeleid. Qin werkte eerder als ambassadeur in de Verenigde Staten, en was actief als woordvoerder voor het Buitenlandse Zakenministeries en op de Chinese ambassade in het Verenigd Koninkrijk.

    Lees ook:

  • Deze journalisten in Hongkong blijven het nieuws verslaan – ondanks zware straffen

    Deze journalisten in Hongkong blijven het nieuws verslaan – ondanks zware straffen

    Ondanks de vage nationale veiligheidswet, die autoriteiten het recht geeft afwijkende meningen met levenslange celstraffen de mond te snoeren, blijft de onafhankelijke pers in Hongkong volharden in zijn missie. ‘Ik wil verhalen brengen vanuit het perspectief van Hongkong.’

    Het onlinenieuwsmedium Hong Kong Court News, dat begin dit jaar van start ging, opereert vanuit een gehuurde coworkingspace in Wong Chuk Hang, een artistieke wijk in het zuiden van Hongkong. Er is net genoeg ruimte voor de twee oprichters van de site – Cheung Lai San en Alvin KM Chan – en drie verslaggevers. Twee katten van de buren komen even langs voor wat aandacht. Op een muur staat het woord

    平安 (ping on), dat ‘veilig en wel’ betekent; het is samengesteld uit felgekleurde velletjes papier die bij rechtszittingen worden uitgedeeld aan verslaggevers.

    Als ik op bezoek kom, zitten Cheung en Chan aan hun bureau, schakelend tussen computerscherm en telefoon. Cheung is in de veertig, heeft schouderlang haar en draagt een bril met dik montuur. Tot voor kort was ze redacteur bij Citizen News – ‘een vluchtelingenkamp’, zoals een medewerker het omschreef, voor leden van de onafhankelijke pers van Hongkong. Citizen News maakte eerder vooral analyses, maar in de zomer van 2019, toen de stad in de greep was van prodemocratische protesten, ging de redactie zich meer toeleggen op verslaggeving. In 2020 vaardigde de regering van het Chinese vasteland een nationale veiligheidswet uit – een vage, ruime wet die de autoriteiten het recht gaf afwijkende meningen de mond te snoeren, met als maximumstraf levenslang. De media behoorden tot de eerste slachtoffers; meer dan duizend verslaggevers in Hongkong verloren hun baan. Citizen News ging begin vorig jaar op zwart. ‘Ik moest dus kiezen,’ zegt Cheung. ‘Teruggaan en een baan zoeken in deze sector, een carrièreswitch maken, onafhankelijk worden’ – lees: freelance gaan werken – ‘of voor mezelf beginnen.’

    Jimmy Lai kreeg dertien maanden gevangenisstraf voor zijn vermeende betrokkenheid bij een herdenking van het bloedbad op het Tiananmenplein

    Op dat moment waren al minstens tienduizend Hongkongers gearresteerd in verband met de protesten. Minder dan eenderde werd formeel aangeklaagd, maar de veiligheidswet gaf de regering een vrijbrief om iedereen aan te klagen, ook een twintigtal journalisten. De stadsrechtbank liep grote achterstanden op. Cheung besloot Hong Kong Court News op te richten om het verloop van die zaken bij te houden, ook die waarbij de persvrijheid op het spel stond.

    Onder de nieuwsorganisaties die hun deuren sloten na het begin van de veiligheidswet waren Apple Daily – een belangrijke krant waar Chan vroeger werkte – en Stand News, bekend om zijn controversiële politieke verhalen. De oprichter van Apple Daily, Jimmy Lai, werd veroordeeld tot dertien maanden gevangenisstraf voor zijn vermeende betrokkenheid bij een wake ter herdenking van het bloedbad op het Plein van de Hemelse Vrede. Chung Pui-kuen, voormalig hoofdredacteur van Stand News, en zijn opvolger Patrick Lam werden beschuldigd van opruiing.

    Toen Cheung en Chan met Hong Kong Court News begonnen, diende net de zaak van Chung en Lam bij de rechtbank. Dagelijks publiceerde Hong Kong Court News updates, inclusief transcripties van het kruisverhoor, wat nogal onorthodox is voor media in Hongkong. Laura Ng, de hoofdaanklager, vroeg aan Chung of de medewerkers van Stand News ‘geel’ waren – de kleur die symbool staat voor het prodemocratische kamp. ‘Dat zou ik niet zeggen,’ antwoordde Chung.

    Op kantoor vertelt Chan, een veertiger met kort haar, snor en een zwart omrande bril, dat het een strategische stap was om zich te concentreren op de rechtszaal in plaats van op de bredere politieke context in Hongkong. ‘Het risico is iets kleiner,’ zegt hij.

    Cheung is het daarmee eens. ‘Er is geen ruimte om iets te veranderen of te duiden,’ zegt ze. ‘We schrijven over dat wat er in de rechtbank wordt gezegd.’ Door rechtstreeks te transcriberen wat er tijdens de hoorzittingen gebeurt, denken ze de harde politieke realiteit van Hongkong te kunnen laten zien, zonder beschuldigd te worden van vooringenomenheid. Er is zeker geen tekort aan zaken; elke avond nadat de medewerkers naar huis zijn gegaan, bekijkt het tweetal de lijsten van de rechtbanken in Hongkong en overleggen ze in een groepschat wat ze de volgende dag zullen verslaan. ‘We proberen geen enkele rechtszaak van algemeen belang te missen,’ zegt Cheung.

    180 abonnementen

    Vóór Hong Kong Court News was Chan verantwoordelijk voor de planning en distributie van de laatste editie van Apple Daily. In zijn huidige baan neemt hij een groot aantal taken op zich. Cheung wijst naar hem en zegt: ‘Ziehier de HR-afdeling, de redactie, de boekhouding, de IT, de administratie en de vormgeving.’

    ‘Klopt,’ zegt Chan. De site moet het van abonnementen hebben. Dat zijn er zo’n honderdtachtig, maar die leveren onvoldoende op om de kosten van de redactie te dekken. Cheung en Chan betalen hun verslaggevers en nemen zelf genoegen met een karig salaris; ze moeten hun inkomen aanvullen met freelance schrijfwerk. Toch blijven ze plannen maken: ze willen een wekelijkse krant maken met een overzicht van de belangrijkste zaken.

    ‘Maar ja, wie weet wat er morgen gebeurt?’ zegt Cheung. Ze lacht en werpt me een veelbetekenende blik toe. ‘Als we zes maanden kunnen overleven, is dat al een mijlpaal.’

    Hun doel – zoeken naar mogelijkheden binnen een strak gereguleerde omgeving – is gebruikelijk onder journalisten in Hongkong. In een industrieel gebouw in Kowloon, gelegen tussen de volkswijken in het noorden van de stad, bezoek ik een studio die wordt gedeeld door Ryan Lai en Jacky Cheung, twee voormalige verslaggevers van Citizen News. Het is er gezellig; bijna het volledige interieur – tafels, stoelen, computerschermen – hebben ze overgenomen van het oude Citizen News-kantoor. Een tv-scherm dat vroeger toebehoorde aan het China Team – ooit een elitegroep van verslaggevers die zich richtte op nieuws van het vasteland en die massaal opstapte na een leiderschapswissel – is nu ViuTV te zien, een lokale zender die velen als ‘geel’ beschouwen. Als ik arriveer, zendt ViuTV tekenfilms met Barbie uit.

    Journalisten zoeken naar mogelijkheden binnen een strak gereguleerde omgeving

    Lai, een lange, slanke man van zesentwintig met een bril, heeft iets dromerigs als hij spreekt, alsof hij net een dutje heeft gedaan. Er staat een koffiezetapparaat in de studio, maar hij drinkt liever instantkoffie uit een papieren beker, want ‘schoonmaken is te veel moeite’, zegt hij. Hij besteedt zijn tijd liever aan andere dingen. Zijn carrière begon in een politieke context die steeds autoritairder werd. Zijn eerste baan was videoverslaggever voor Citizen News, maar dat werk duurde slechts enkele maanden.

    Vorig jaar lanceerde hij een YouTubekanaal met de naam The WELL. Die naam ontleende hij aan een gedicht van een Chinese advocaat, die het op zijn beurt had ontleend aan het gedicht van Martin Niemöller uit het nazitijdperk: ‘Eerst kwamen ze voor…’ Het eerste couplet in de Chinese versie luidt: ‘De mijnwerkers bleven sterven, maar ik kwam niet voor hen op, want ik hoefde niet af te dalen in de schacht [the well].’ Toen Citizen News aankondigde te gaan sluiten, plaatsten medewerkers afscheidsbrieven aan lezers op de website; in de zijne citeerde Lai het gedicht. ‘Ik wil de persoon zijn die in de schacht afdaalt’, schreef hij.

    In de studio werkt Lai aan een documentaire over de jonge werkende armen van Hongkong. Eerder maakte hij films over de daklozen van de stad en over mensen die naar de afgelegen eilanden van Hongkong waren verhuisd. Het zijn allemaal sympathieke humaninterestverhalen. Maar bij het aansnijden van ‘gevoelige onderwerpen’, zoals de verjaardag van de sluiting van Apple Daily, censureert hij zichzelf en richt zich dan op de emotionele toestand van de geïnterviewden, in plaats van op beladen feiten. ‘Het is onmogelijk om deze onderwerpen te vermijden,’ zegt hij, ‘maar je moet wel heel voorzichtig zijn.’

    ‘Het is goed om te weten dat er nog steeds mensen zijn die zich bekommeren om media-ethiek’

    Aan de andere kant van de kamer zit Cheung (28). Hij spreekt zacht en draagt een zwart honkbalpetje dat zijn halve gezicht bedekt. ‘Ik wil verhalen brengen vanuit het standpunt van Hongkong,’ zegt hij. ‘Dingen die de buiten Hongkong gevestigde media niet kunnen doen.’ Na de veiligheidswet en het verdwijnen van de meeste nieuwszenders van eigen bodem werden de reguliere media – waaronder Radio Television Hong Kong (RTHK), de publieke omroep van de stad – onder toezicht van de regering geplaatst. Cheung zag de verhalen uit de stad verschuiven naar stemmen van buiten. De berichtgeving kwam van Flow HK, gevestigd in Taiwan, van Green Bean Media in het Verenigd Koninkrijk en van sites als Commons Hong Kong en The Points, die op afstand worden gerund door voormalige leden van de Hongkongse pers. ‘Je kunt het sentiment van mensen niet voelen als je je niet vlakbij bevindt,’ zegt Cheung. Afgelopen maart begon hij met een eigen site: Hong Kong City Creation.

    Hong Kong City Creation behandelt algemeen nieuws en cultuur. Met zijn artikelen – over verboden films, over een winkel in Kwai Chung Plaza die uit de gevangenis ontslagen demonstranten in dienst neemt en over ene Thomas die door de stad trekt in een dinosauruspak – produceert Cheung niet dezelfde soort directe politieke verslaggeving als in zijn vorige baan. Maar hij wil verhalen over de stad vertellen en belangrijke politieke onderwerpen aansnijden op manieren die, althans oppervlakkig gezien, niet zo controversieel zijn. Vorig jaar spoorde hij een jongen op die hij had zien huilen op een politiebureau tijdens een aanval van een knokploeg in Yuen Long in 2019. ‘Hij vertelde dat vrienden die altijd met hem gingen fietsen de afgelopen jaren allemaal Hongkong hadden verlaten. Maar hij stond erop om te blijven,’ zegt Cheung. ‘Door zijn ogen kon je de veranderingen in Hongkong goed zien.’

    Bijbaantjes

    Zowel The WELL als Hong Kong City Creation leeft van donaties, waarmee een deel van de studiohuur kan worden voldaan. Om hun activiteiten te kunnen volhouden moesten ze tot nu toe bijbaantjes nemen; Cheung gaf les aan een journalistenclub op een basisschool. Hoelang ze hun passie en hun projecten kunnen volhouden is onzeker. ‘We leven van dag tot dag,’ zegt Cheung.

    Aan de andere kant van Kowloon stap ik uit op metrostation Prince Edward, waar het wemelt van de eetgelegenheden en winkelcentra. Tijdens de protesten deden geruchten de ronde dat de politie hier activisten had doodgeslagen. Agenten vergrendelden de plek, versperden journalisten en ambulancepersoneel de toegang en ontkenden de beschuldigingen. Sindsdien laten Hongkongers elke maand bloemen achter bij het station. Vlakbij, in een oud winkelpand, is een onafhankelijke boekwinkel gevestigd met de naam Have a Nice Stay. Die werd afgelopen mei geopend door een groep journalisten wier werkgevers waren opgeheven.

    hk 001 Courtesy of Hong Kong Court News
    Hong Kong Court News opereert vanuit een gehuurde coworkingruimte in Wong Chuk Hang, een kunstzinnige wijk in Hongkong. Er is net genoeg ruimte voor de medeoprichters van de site. © Hong Kong Court News

    De naam van de winkel is een boodschap aan degenen die in Hongkong zijn gebleven tijdens de emigratiegolf – een duidelijk politieke golf die zich niet beperkte tot leden van de pers. In 2022 meldden de lokale autoriteiten het vertrek van zestigduizend inwoners. Kris Lau, een van de oprichters van Have a Nice Stay, die tien jaar lang het lokale nieuws versloeg, zegt dat het doel van de groep is om een plek te creëren waar Hongkongers boeken kunnen lezen, wijn kunnen drinken en zich op hun gemak kunnen voelen. Ze zien de winkel ook als een ontmoetingsplaats om de schamele onafhankelijke pers die de laatste tijd weer opkomt, te promoten. ‘Fragmentatie is de toekomst,’ zegt hij. ‘Als je een geïntegreerd nieuwsmedium bent’ – lees: een algemeen nieuwskanaal – ‘zul je bepaalde dingen moeten vermijden, zijn er dingen die je niet kunt doen.’ Focussen op één onderwerp lijkt het makkelijker te maken om verboden zaken te omzeilen. ‘Idealiter zou de totale hoeveelheid informatie voor de lezers hetzelfde moeten blijven als voorheen – het is de verantwoordelijkheid van de lezers om hun eigen krant samen te stellen, van de voorpagina tot entertainment en sport.’

    Eerste editie Apple Daily

    Lau – drieëndertig jaar, met een rond brilletje en kort krullend haar – leidt me rond. Have a Nice Stay is bescheiden ingericht. Aan de muur hangt een verzameling voorpagina’s van kranten, onder andere die van de eerste editie van Apple Daily en van South China Morning Post uit juli 1997 over de Britse overdracht van Hongkong aan China. Houten planken staan vol met literaire non-fictie en boeken met nieuws-verslaggeving voor dummy’s. Bijna elk weekend nodigen de oprichters journalisten uit om hun werk te delen, zoals Alvin KM Chan, Jacky Cheung en Bao Choy, een voormalige freelance-documentairemaker van RTHK. Zij werd veroordeeld voor het afleggen van valse verklaringen tijdens haar verslaggeving over de prodemocratische protesten. Onlangs is ze begonnen met een start-up voor onderzoeksjournalistiek onder de naam The Collective HK. Veel van de vaste klanten van de winkel zijn aspirant-verslaggevers, zegt Lau.

    Voor een workshop ontving Have a Nice Stay in februari In Voices Strong, een groep documentairemakers. Dora Choi, vrijwilliger bij In Voices Strong, was eerder werkzaam bij Hong Kong Connection, een langlopend documentair nieuwsprogramma van RTHK. Choi en haar collega’s werden vroeger opgeleid door oudere makers; nu RTHK zijn onafhankelijkheid kwijt is, is het voor nieuwkomers lastig om kennis te verwerven over productietechniek, montage en ethiek. ‘Het is moeilijk voor hen, want de senior verslaggevers met verstand van documentaires zijn vertrokken,’ zegt Choi.

    Tijdens een recente sessie besprak Choi de complexe relatie tussen filmmakers en geïnterviewden. Zijn we werkpartners? Kunnen we vrienden zijn? Hoe win je vertrouwen? Waarom zou iemand ermee instemmen gefilmd te worden? Een student vroeg: ‘Is het maken van documentaires wel moreel verantwoord?’ Choi had daar geen sluitend antwoord op. ‘Alles hangt af van de aanpak en de werkwijze van de persoon achter de camera,’ zegt ze.

    Choi was ontroerd door de aanwezigheid van jonge filmmakers. ‘Het is goed om te weten dat er nog steeds mensen zijn die zich bekommeren om media-ethiek en dit soort zeer inhoudelijke problemen,’ zegt ze. ‘En het is goed dat we nog steeds bijeen kunnen komen.’

    Toen de veiligheidswet werd ingevoerd, zegt Lau, waren Hongkongers depressief en bang. Maar na verloop van tijd ‘hadden de mensen zoiets van: o, ik kan eigenlijk wel raden waar de grens ligt en hoe ik het spel moet meespelen’. Het blijft altijd gissen. ‘Soms is het verstikkend,’ zegt hij. ‘Maar er is altijd nog ruimte om te ademen.’

    Lees ook: