Tag: economie

  • Globalisering heeft niet geleid tot de economie die we nodig hebben

    Globalisering heeft niet geleid tot de economie die we nodig hebben

    Veel mensen zijn bezorgd over de slechte toestand van de wereldeconomie. Om die te verbeteren, moet de politiek een nieuw systeem bedenken dat de nationale en mondiale belangen beter in evenwicht brengt, betoogt columnist Rana Foroohar.

    Er heerst veel algemene verwarring, zo niet regelrechte angst, over de toestand van de wereldeconomie. De oorlog in Oekraïne, de schommelende gasprijzen, de torenhoge hypotheekrente, de aanhoudende gevolgen van de pandemie en het dreigende vooruitzicht van een recessie: al deze factoren lijken samen te smelten tot één grote chaos.

    Die angst is reëel. Maar de chaos is van voorbijgaande aard – deze wordt grotendeels veroorzaakt door het tumult dat gepaard gaat met elke overgang van een oude naar een nieuwe economische orde. Elke economie maakt cycli door van groei en krimp, maar de belangrijkste indicator binnen die cycli heeft niet zozeer te maken met marktprijzen of werkloosheidscijfers als wel met de onderliggende politieke filosofie.

    Ongeveer een halve eeuw lang was onze politieke economie gebaseerd op het heersende concept van het neoliberalisme – het idee dat kapitaal, goederen en mensen grenzen moeten kunnen overschrijden op zoek naar het productiefste en meest winstgevende rendement. Veel mensen associëren dit principe met de trickledowneconomie van Ronald Reagan en Margaret Thatcher, of zelfs met de ondernemersvriendelijke economische ideeën over financiële markten en handel die Bill Clinton en Barack Obama omarmden. Maar de wortels van de filosofie gaan verder terug.

    Ongelijkheid

    De term ‘neoliberalisme’ werd in 1938 bedacht op een bijeenkomst in Parijs van economen, sociologen, journalisten en zakenlieden die zich zorgen maakten over de – in hun ogen buitensporige – staatscontrole op de markten na de Great Depression. Ze dachten dat de belangen van de natiestaat en de democratie wel eens problemen zouden kunnen gaan opleveren voor de economische en politieke stabiliteit. Het stemgerechtigde publiek kon niet worden vertrouwd, en dus moesten nationale belangen (of, meer in het bijzonder, nationalisme) worden in-geperkt door internationale wetten en instellingen, zodat markten en de samenleving als geheel goed konden functioneren.

    Mondiale instellingen als het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank en latere organisaties als de Wereldhandelsorganisatie – instellingen die in wezen gaan over grensoverschrijdende mondiale financiën, handel en ondernemingen – werden beïnvloed door deze neoliberale filo-sofieën. Zij pleitten krachtig voor de Washington-consensus, een reeks economische beginselen die waren afgeleid van de hoofdingrediënten marktliberalisering en onbelemmerde globalisering. Dit recept zorgde voor meer groei dan ooit tevoren; de vier jaar voorafgaand aan de financiële crisis van 2008 behoorden wereldwijd tot de sterkste groeiperioden in de afgelopen halve eeuw. Maar ze leidden ook tot grote ongelijkheid binnen de afzonderlijke landen.

    Geld beweegt zich veel sneller over grenzen dan goederen of mensen

    Hoe kon dat? Voor een deel doordat geld zich veel sneller over grenzen beweegt dan goederen of mensen. De ‘goedkoop kapitaal voor goedkope arbeid’-afspraak tussen de Verenigde Staten en Azië, vanaf de jaren tachtig, kwam voornamelijk ten goede aan multinationals en de Chinese staat, zo blijkt uit academisch onderzoek. De Reagan-Thatcher-revolutie bevrijdde het wereldkapitaal door de financiële sector te dereguleren, en de wereldhandel werd vervolgens volledig vrij-gelaten in het Clinton-tijdperk, met overeenkomsten als NAFTA en de uiteindelijke toetreding van China tot de Wereldhandelsorganisatie. Qua beleidsbelangen sloeg de balans tussen het scheppen van binnenlandse banen en de integratie van de wereldmarkt door naar het laatste. Het idee was dat goedkopere consumentenprijzen van importgoederen de afgevlakte of zelfs dalende lonen zouden compenseren.

    martijn baudoin LAfUhkyRPOI unsplash kopie
    © Martijn Baudoin / Unsplash

    Maar dat gebeurde niet. Al vóór de pandemie en de oorlog in Oekraïne stegen de prijzen van goederen en diensten die essentieel zijn voor de middenklasse – van huisvesting tot onderwijs en gezondheidszorg – veel sneller dan de lonen. Dat is nog steeds het geval, zelfs met de recente looninflatie. Het gevoel dat de wereldeconomie te ver af is komen te staan van nationale belangen speelde een rol bij de opkomst van het populisme, nationalisme en zelfs fascisme (in de vorm van Donald Trump en de Make America Great Again-beweging) waar we nu mee worstelen. Het is van een bittere ironie dat juist de filosofieën die bedoeld waren om politiek extremisme in te dammen, het tegenovergestelde hebben bewerkstelligd, omdat ze te ver zijn gegaan.

    Neoliberale filosofie

    De neoliberale filosofie is failliet, niet alleen in de Verenigde Staten maar ook elders, getuige het verzet in Groot-Brittannië tegen het mislukte experiment van oud-premier Liz Truss met belastingverlagingen met een beoogd trickledowneffect. Door arbeid uit te besteden aan meerdere landen zou de maakindustrie productiever en het bedrijfsleven efficiënter worden. Maar die vermeende efficiëntie bleek bij elke vorm van wereldwijde stress grotendeels in te storten, of het nou ging om pandemieën, tsunami’s, storingen in havens of andere onvoorziene gebeurtenissen.

    Complexe toeleveringsketens leidden al ver voor de mondiale crises van de afgelopen jaren tot verschillende rampen. Denk bijvoorbeeld aan Rana Plaza in Bangladesh, de fabriek die kleding maakte voor diverse mondiale merken (die geen idee hadden van risico’s in hun toeleveringsketen) en die in 2013 instortte, waarbij ruim elfhonderd mensen om het leven kwamen. Ondertussen werd de vrijhandel, die geacht werd de vrede tussen landen te bevorderen, zelf een systeem dat door commercieel ingestelde landen en door de staat geleide autocratieën kon worden misbruikt, met diepe politieke tegenstellingen in binnen- en buitenland als gevolg.

    Aardverschuivingen in de sociaaleconomische agenda zijn zeldzaam en leiden tot hervormingen

    Gelukkig zwaait de slinger van de politieke economie uiteindelijk weer terug en maken uitgespeelde filosofieën plaats voor nieuwe. Aardverschuivingen in de sociaaleconomische agenda zijn zeldzaam en leiden tot hervormingen. Zo’n verschuiving maken we nu door. De wereld is zich aan het herschikken – niet terug naar het ‘normaal’ van conventionele neo-liberale economische modellen, maar naar een nieuw normaal. Zowel in beleidskringen als in het bedrijfsleven en de academische wereld wordt nagedacht over het juiste evenwicht tussen mondiaal en lokaal.

    Het handelsbeleid houdt steeds meer rekening met arbeids- en milieunormen, vanuit de gedachte dat goedkoop niet altijd goedkoop is, bijvoorbeeld als producten het milieu aantasten of door kinderhanden worden gemaakt. Om rekening te houden met privacy en liberale waarden wordt er opnieuw nagedacht over de handel in digitale diensten. (Willen we echt dat onze persoonlijke gegevens worden overgedragen aan big tech of grote controlestaten zoals China?) Leveringsketens worden niet alleen korter vanwege de geopolitiek, maar ook door nieuwe technologieën (zoals gedecentraliseerde landbouw en 3D-printers) die het mogelijk maken om productie en consumptie dichter bij huis onder te brengen.

    En nu?

    En nu? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de economische globalisering niet opnieuw te ver vooruitloopt op de nationale politiek? En hoe kunnen we problemen oplossen zonder te verzanden in het protectionisme van de jaren dertig of in valse nostalgie naar een voorbije tijd?

    Er bestaat nog geen nieuwe ‘theorie van alles’ voor de post-neoliberale wereld. Maar dat betekent niet dat we de oude filosofie niet ter discussie moeten blijven stellen. Een van de hardnekkigste neoliberale mythen was dat de wereld plat was en dat nationale belangen ondergeschikt zouden zijn aan de wereldmarkten. De afgelopen jaren hebben dat idee onderuitgehaald. Het is aan degenen die de liberale democratie een warm hart toedragen om een nieuw systeem te bedenken dat lokale en globale belangen beter in evenwicht brengt.

  • Waarom een slank lichaam vrouwen een hoger salaris oplevert

    Waarom een slank lichaam vrouwen een hoger salaris oplevert

    Hoe hard feministen ook door de jaren heen hebben geroepen dat vrouwen zich van hun ijdelheid moesten bevrijden, gewicht en uiterlijk spelen voor velen nog altijd een belangrijke rol. Vrouwen die slank zijn, krijgen zelfs beter betaald.

    Mireille Guiliano is een succesvolle, slanke vrouw. Ze werd geboren in Frankrijk en studeerde in Parijs, waarna ze als tolk voor de Verenigde Naties ging werken. Vervolgens ging ze in de champagnebranche, en in 1984 trad ze in dienst bij Veuve Clicquot, dat toen nogal matig presteerde. Ze klom op in de rangen en lanceerde een dochteronderneming in de VS. Daarvan werd ze in 1991 directeur en ze leidde het bedrijf met groot succes. In haar appartement met uitzicht op Manhattan biedt ze een glas water aan. ‘Je weet hoeveel ik van water hou,’ zegt ze. Inderdaad, want veel water drinken is een hoofdregel in Waarom Franse vrouwen niet dik worden, Guiliano’s bestseller over afvallen en slank blijven ‘op Franse wijze’. 

    In het boek beschrijft ze hoe vreselijk ze het als tiener vond om zwaarder te worden toen ze een zomer in Amerika verbleef. Haar ongemak bereikte een dieptepunt toen ze weer terugkwam in Frankrijk en haar vader, in plaats van haar te omhelzen, zei dat ze eruitzag ‘als een zak aardappelen’. Ze ging op dieet, pikte haar oude Franse gewoonten weer op (veel water, afgemeten porties, regelmatig bewegen) en liet de weegschaal weer in haar voordeel doorslaan.

    GettyImages 182297968
    De Amerikaanse auteur en uitgever Helen Gurley Brown (1922-2012) en de Amerikaanse socialite Gloria Vanderbilt wonen een signeersessie bij op Madison Avenue in New York, 1996. Beiden adviseerden vrouwen om van 800 calorieën per dag te leven. – © Rose Hartman / Archive / Getty Images

    Als succesvolle vrouw die bereid is publiekelijk over haar uiterlijk en gewicht te praten, is Guiliano een zeldzaamheid. ‘Natuurlijk wil niemand het erover hebben,’ zegt ze. ‘Het is gemakkelijker om te doen alsof het vanzelf gaat.’ Opeenvolgende feministische golven vertelden verstandige vrouwen dat ze zich moesten bevrijden van ijdelheid, van de huishoudelijke slavernij en van een door voortplanting bepaald bestaan.

    Maar een vrouw die diep wordt geraakt door een opmerking over haar gewicht is geen uitzondering. Aubrey Gordon, medepresentator van Maintenance Phase, een podcast die hedendaagse problemen rond afvallen en welzijn aanpakt, kreeg al op haar tiende van een arts te horen dat ze overgewicht had. En Roxane Gay, een Amerikaanse auteur, beschrijft de schrik op het gezicht van haar ouders toen ze op dertienjarige leeftijd terugkwam van haar eerste semester op een kostschool en zo’n 14 kilo meer woog dan toen ze vertrok.

    Vandaag de dag is het perfecte lichaam de ‘weasel body’

    Het zijn persoonlijke maar ook universele ervaringen, althans in de rijke landen. Ze weerspiegelen de druk op vrouwen om op een ‘ideaal’ te lijken. Dat ideaal is in de loop der tijd veranderd. Naakten uit de Renaissance tonen bijvoorbeeld weelderige rondingen, maar de laatste decennia is slankheid het schoonheidsideaal. In de jaren tachtig gold in New York de ‘social x-ray’ – een term die Tom Wolfe introduceerde in zijn roman Het vreugdevuur der ijdelheden om vrouwen te beschrijven die zo dun waren dat ze haast tweedimensionaal leken. In Londen werd dat in de jaren negentig het ideaal van heroin chic.

    Als een wezel

    Vandaag de dag is het perfecte lichaam ‘weasel body’, zegt een vrouw uit Los Angeles, die om zich heen veel vrouwen ziet die fysieke perfectie nastreven. Ze proberen er zo gestroomlijnd en strak uit te zien als een wezel, alsof ze door het water kunnen glijden zonder een rimpeling te veroorzaken. Het streven naar zo’n lichaam laat misschien iets meer eten toe dan de diëten van vroeger, maar het is even moeilijk te bereiken.

    Alle vrouwen zijn zich uiteindelijk bewust van het belang dat aan hun lichaam wordt gehecht. Het is alsof meisjes nietsvermoedend door een bos lopen en dan de bomen te zien krijgen. Wellicht vragen ze zich af hoe die bomen daar gekomen zijn, hoelang ze er al groeien en hoe diep hun wortels werkelijk gaan. Maar ze kunnen er weinig aan doen en het is bijna onmogelijk om zich de wereld anders voor te stellen. Het fabeltje dat slimme en ambitieuze vrouwen, die hun waarde op de arbeidsmarkt kunnen bepalen op basis van hun intelligentie of opleiding, geen aandacht hoeven te besteden aan hun figuur is moeilijk vol te houden als je kijkt naar gegevens over de wisselwerking tussen gewicht en loon of inkomen. De relatie is anders in arme landen waar rijke mensen over het algemeen zwaarder zijn dan arme.

    In landen als de VS, Groot-Brittannië en Duitsland en rijke Aziatische landen als Zuid-Korea zijn rijke mensen dunner dan arme mensen. Kenmerkend is een licht dalende relatie tussen maatstaven voor gewicht zoals de bodymassindex (BMI) – een maat voor zwaarlijvigheid – of het deel van de bevolking dat zwaarlijvig is, en het inkomen, gemeten naar lonen, het aantal mensen onder de armoedegrens of het inkomenskwartiel.

    Venus von Willendorf 01 2
    De Venus van Willendorf, een iconische sculptuur van 25.000 jaar voor Christus, wordt meestal geïnterpreteerd als een vruchtbaarheidssymbool. Het beeld is te zien in het Natuurhistorisch Museum in Wenen. – © Wikipedia

    Dat arme mensen meer kans hebben op overgewicht wordt vaak verklaard met het argument dat zwaarlijvigheid in rijke landen een kenmerk is van armoede. Arme mensen zouden zich moeilijk gezond voedsel kunnen veroorloven. Ze grijpen misschien eerder naar bewerkt voedsel of fastfood, omdat ze geen tijd hebben om thuis te koken of minder tijd hebben om te sporten; slechter betaalde banen gaan immers vaak gepaard met lange diensten en met minder flexibiliteit dan de banen van de ‘laptopklasse’. Aangezien een laag inkomen vaak het gevolg is van een beperkte opleiding, kan het gebrek aan opleiding ook leiden tot gebrek aan kennis over een gezond gewicht.

    Het probleem met al deze verklaringen is dat de correlatie tussen inkomen en gewicht op landelijk niveau in de meer ontwikkelde landen bijna volledig voor rekening komt van vrouwen. Uitgedrukt in een grafiek toont het verband tussen inkomen en gewicht in de VS en Italië een horizontale lijn voor mannen en een dalende lijn voor vrouwen. 

    Zuid-Korea

    In Zuid-Korea is de correlatie positief voor mannen, maar deze wordt ruimschoots tenietgedaan door de sterk negatieve correlatie bij vrouwen. In Frankrijk loopt de lijn voor mannen licht naar beneden, maar voor vrouwen veel steiler. Dergelijke patronen, op welke manier ook gemeten, lijken te gelden voor de meeste rijke landen.

    Met andere woorden: rijke vrouwen zijn veel slanker dan arme vrouwen, maar rijke mannen zijn ongeveer even dik als arme mannen. Wallis Simpson, van wie het huwelijk met koning Edward VIII leidde tot diens troonsafstand, zou hebben gezegd dat een vrouw ‘nooit te rijk of te dun kan zijn’. Kennelijk moet ze allebei of geen van beide zijn.

    Je zult dan moeten uitleggen waarom die dynamiek alleen vrouwen lijkt te treffen

    Dat zou iedereen tot nadenken moeten stemmen die denkt dat armoede de verklaring is voor zwaarlijvigheid, of dat rijk zijn bevorderlijk is voor een lager gewicht. Je zult dan moeten uitleggen waarom die dynamiek alleen vrouwen lijkt te treffen. Misschien is het verband voor beide geslachten hetzelfde, maar verschillen de beroepen die ze uitoefenen en die slankheid vereisen of tot gevolg kunnen hebben. Mannen doen onevenredig veel laagbetaald fysiek werk, zoals in de bouw (hoewel verplegend personeel onevenredig vaak uit vrouwen bestaat, die evenveel tijd lopend of staand doorbrengen als bouwvakkers). Van sommige rijke vrouwen, zoals actrices, kan expliciet worden geëist dat zij slank zijn om bepaalde rollen te kunnen spelen.

    GettyImages 965573312
    De obsessie voor slankheid is nooit uit het modebeeld verdwenen.De terugkeer van de zogenaamde heroin chic-look, het graatmagere schoonheidsideaal van de jaren negentig, leverde felle reacties op in de bladen. Modeshow van Dior, tijdens de Prêt-à-Porter in 1997 in Parijs.© Getty Images

    Toch is het moeilijk te geloven dat een van deze wetmatigheden het complete verschil verklaart. Uit gegevens van het Amerikaanse Bureau of Labour Statistics (BLS) blijkt dat slechts 3,5 procent van de beroepsbevolking intensief lichamelijk werk doet (in sommige categorieën, zoals bewegingsonderwijs en dansen, werken veel vrouwen). Slechts 0,1 procent van deze mensen heeft een baan als acteur. Dat er een genderkloof bestaat in de relatie tussen inkomen en gewicht die niet gemakkelijk kan worden verklaard door andere verschillen tussen mannen en vrouwen, wijst op een andere verklaring: misschien helpt dun zijn vrouwen om rijk te worden.

    Minder loon

    Uit talloze studies blijkt dat vrouwen met overgewicht of obesitas minder betaald krijgen dan hun slankere collega’s, terwijl er weinig verschil bestaat in loon tussen mannen met overgewicht en mannen die medisch gezien binnen het ‘normale bereik’ vallen. Er zijn uitzonderingen: uit een Zweeds onderzoek bleek dat zwaarlijvige mannen minder betaald kregen, maar zwaarlijvige vrouwen niet. Maar uit onderzoek in de VS, Groot-Brittannië, Canada en Denemarken blijkt dat vrouwen met overgewicht minder verdienen. De straf voor een zwaarlijvige vrouw is aanzienlijk: het kost haar ongeveer 10 procent van haar inkomen.

    Uit onderzoek blijkt dat vrouwen met overgewicht 10 procent minder verdienen

    Dat kan zelfs nog een onderschatting van de werkelijkheid zijn, want de loonkloof is moeilijk te meten bij mensen die geen werk vinden vanwege hun omvang. De hoogste schattingen van hogere lonen voor slanke vrouwen zijn zo significant, dat het bijna evenveel loont om af te vallen als om bij te scholen. De loonpremie voor het behalen van een masterdiploma bedraagt ongeveer 18 procent. Dat is slechts 1,8 maal de premie die een zwaarlijvige vrouw in theorie verdient door zo’n 29 kilo af te vallen – ruwweg de hoeveelheid die een matig zwaarlijvige vrouw van gemiddelde lengte moet afvallen om in het medisch gedefinieerde ‘normale bereik’ te vallen. Die maatregel lijkt vooral significant te zijn voor witte vrouwen – het bewijs voor zwarte of Latijns-Amerikaanse vrouwen is zwakker (hoewel dat gedeeltelijk kan worden verklaard door het feit dat studies vaak gebruikmaken van de BMI, wat tot een verkeerde classificatie van deze vrouwen kan leiden).

    Discriminatie van zwaarlijvige vrouwen is niet afgenomen naarmate hun aantal toenam. ‘Je zou een afnemend loonverschil kunnen verwachten doordat er steeds meer mensen met overgewicht bij komen’, schreef econoom David Lempert in een paper voor het BLS, omdat overgewicht meer algemeen aanvaard is. In plaats daarvan is het stigma van mensen met overgewicht meegegroeid met hun aantal; het is tussen 1980 en 2000 bijna verdubbeld. Lempert suggereert dat dit kan komen doordat ‘de toenemende zeldzaamheid van slankheid heeft geleid tot een hogere premie voor slanke mensen’.

    De conclusie van het artikel stapelt de ene kwaad makende zin op de andere. Naarmate zwaardere vrouwen ouder worden, schrijft Lempert, ondervinden zij de gevolgen van jarenlange cumulatieve loondiscriminatie. Hun startloon is lager, en gedurende hun loopbaan krijgen deze vrouwen minder loonsverhoging en promotie. Uit het artikel blijkt ‘dat een drieënveertigjarige vrouw met overgewicht in 2004 een grotere loonstraf kreeg dan toen ze twintig was in 1981’, en ook dat ‘een twintigjarige vrouw met overgewicht nu een grotere loonstraf krijgt dan ze in 1981 op twintigjarige leeftijd zou hebben gekregen’.

    Deels kan dat een weerspiegeling zijn van de hogere kosten die werkgevers moeten betalen voor hun zwaarlijvige werknemers, vooral in Amerika. De premie voor een ziektekostenverzekering wordt in de VS vaak door de werkgever betaald, en iemand met overgewicht of obesitas heeft doorgaans hogere kosten, onder andere doordat er bij het ouder worden meer gezondheidsproblemen optreden. Toch is het onduidelijk waarom deze kosten alleen op vrouwen worden afgewenteld. En studies in Canada en Europa (waar door de overheid gefinancierde gezondheidszorg de norm is) tonen al even grote loonstraffen voor vrouwen.

    De houding tegenover zwaarlijvige personen is aanzienlijk negatiever geworden

    Het idee dat het bestraffen van zwaarlijvigheid toe- in plaats van afneemt wordt onderbouwd door de resultaten van een onderzoek van de Harvard-universiteit naar impliciete vooroordelen. Aan de testpersonen wordt gevraagd mensen van verschillend ras, geslacht, seksuele geaardheid of gewicht te associëren met woorden als ‘goed’ of ‘slecht’. In het algemeen gaan de uitkomsten de positieve kant op: discriminatie op grond van ras en geslacht is de afgelopen tien jaar afgenomen. Negatieve associaties met homo’s zijn met eenderde gedaald. Gewicht is de uitzondering: de houding tegenover zwaarlijvige personen is aanzienlijk negatiever geworden.

    GettyImages 515463142
    Wallis Simpson, van wie het huwelijk met koning Edward VIII leidde tot diens troonsafstand, zou hebben gezegd dat een vrouw ‘nooit te rijk of te dun kan zijn’.  © Bettmann via Getty Images

    In deze context lijken de argumenten die vaak worden gebruikt om te verklaren waarom vrouwen en meisjes zo veel druk voelen om slank te zijn, en een laag zelfbeeld hebben als zij dat niet zijn, jammerlijk onvolledig. Misschien voelen vrouwen zich inderdaad slecht over zichzelf omdat ze zich vergelijken met die slanke hinde op de omslag van een tijdschrift en laten ze zich wijsmaken dat die foto’s onbewerkt en haalbaar zijn. Misschien heeft een arts of een van hun ouders toen ze klein waren een opmerking gemaakt over hun gewicht. Maar naast deze druk is er ook die krachtige prikkel van de markt: vrouwen zien haarscherp in dat niet afvallen of slank worden hun letterlijk geld kost.

    Rendement

    Het is voor iedereen logisch dat tijd steken in een opleiding economisch rendement oplevert. Op dezelfde manier lijkt het voor vrouwen logisch om te streven naar een slank lichaam. Obsessief bezig zijn met wat en hoeveel je moet eten, dure fitnesslessen: het zijn investeringen die rendement opleveren. Voor mannen geldt dat niet.

    Vrouwen zijn zich tot op zekere hoogte hiervan bewust. Een generatie geleden leek het voor hen nog vanzelfsprekend. ‘Het belangrijkste waar je na – of tijdens – je werk mee bezig moet zijn, is je uiterlijk en je uitstraling. Het is ondenkbaar dat een vrouw die “alles wil” dik zou willen zijn, of zelfs mollig’, schreef Helen Gurley-Brown, redacteur van Cosmopolitan in de jaren tachtig en negentig, in haar boek Having It All – alvorens allerhande advies te geven over hoe je overleeft op 800 calorieën per dag en vrouwen aan te moedigen dagelijks op de weegschaal te gaan staan en te accepteren dat ‘diëten een hel is’ en ‘op te houden daar depressief van te worden’.

    Bodypositivity

    Zo’n benadering werd vier decennia geleden misschien makkelijker geslikt, maar de economische realiteit is niet heel erg veranderd. Het enige andere is het leidende narratief, dat nu bodypositivity omarmt en diëten schuwt. In plaats van het South Beach- of het Atkins-dieet gaan vrouwen nu bepaalde voedingsmiddelen mijden: ze eten glutenvrij, veganistisch of suikerarm, onder het mom van gezondheid of welzijn, om hun darmflora te verbeteren of om hun energieniveau te verhogen. Mensen geven veel geld uit aan SoulCycle-lessen, om sterk en fit te worden, maar niet om calorieën te verbranden. ‘Zelfs vrouwenglossy’s zijn nu sceptisch over de van bovenaf opgelegde verhalen over hoe we eruit moeten zien… maar de psychologische parasiet van de ideale vrouw heeft zich zo geëvolueerd dat ze nu ook overleeft in een ecosysteem dat zich zogenaamd tegen haar verzet’, schrijft Jia Tolentino in haar boek Spiegeldoolhof. Het feminisme ‘heeft de tirannie van de ideale vrouw niet uitgeroeid, maar haar stevig verankerd en juist weerbarstiger gemaakt.’

    Omdat zwaarlijvigheid een verhoogd gezondheidsrisico met zich meebrengt, zullen sommigen beweren dat het geen probleem is dat vrouwen worden gestimuleerd om af te vallen. Maar dit berust op twee wankele pijlers van de logica: ten eerste dat mensen hun gewicht volledig onder controle kunnen hebben, en ten tweede dat schaamte een goede motivator is.

    The Crush Gibson
    De Gibson Girl, getekend door Charles Gibson, werd de personificatie van vrouwelijke schoonheid in de negentiende eeuw: lang en slank in S-vormig corset, maar met royale boezem, heupen en billen. – © Charles Dana Gibson

    De meeste mensen kennen het effect dat een beetje minder eten en meer bewegen heeft op hun lichaam. Daarom is het gebruikelijk om te denken dat gewicht en obesitas veranderbare eigenschappen zijn – eigenschappen waar slanke mensen aan werken en dikke mensen niet. Als dat het geval was, zou het voor vrouwen mogelijk zijn om discriminatie op grond van gewicht achter zich te laten, door zich aan te passen aan het lichaamstype dat de maatschappij van hen verlangt. 

    Het is bijna onmogelijk om af te vallen én op gewicht te blijven

    Maar dit idee van volledige controle is misplaatst. Mensen melden vaak dat ze zwaarder worden als ze antidepressiva gaan gebruiken; bij vrouwen is dat bijvoorbeeld vaak het geval als ze lijden aan aandoeningen zoals het polycysteus-ovariumsyndroom. Roxane Gay beschrijft hoe haar gewicht toenam in de nasleep van een brute aanranding. Het roept ook de vraag op waarom een groot deel van de mensheid in de jaren tachtig collectief de controle over zijn eetgewoonten verloor en in de ontwikkelde landen zwaarlijvigheid sterk begon toe te nemen. Wetenschappers twijfelen over het antwoord (sommigen wijzen op de opkomst van bewerkt voedsel), maar zijn het er wel over eens dat het bijna onmogelijk is om af te vallen én op gewicht te blijven. Mensen die dat lukt zijn veel zeldzamer dan mensen die het hun leven lang proberen, daar niet in slagen en zichzelf de schuld geven.

    Misschien werkt schaamte voor sommige mensen. Het werkte voor Guiliano. Op de vraag waarom ze na de opmerking van haar vader besloot om af te vallen, in plaats van hem uit te schelden, aarzelt ze even. ‘Hij had natuurlijk gelijk,’ zegt ze dan.

    Hoge prijs

    Maar denk ook aan de enorme kosten die het stigma, de schaamte en de angst met zich meebrengen voor vrouwen en meisjes die zich hun leven lang zorgen maken over wat hun overgewicht hun gaat kosten. Het is onmogelijk om niet te merken hoeveel tijd, energie en geld vrouwen investeren in het bijhouden wat ze eten, in dieetboeken en in fitnesscursussen.

    Iedereen die weleens een sapkuur of een dieet van koolsoep heeft geprobeerd, weet dat slank willen zijn ten koste gaat van andere belangrijke dingen die meisjes en vrouwen willen doen, zoals je kunnen concentreren op examens en werk, of genieten van eten. Volgens sommige onderzoeken zijn zesjarige meisjes zich al bewust van de verwachting dat ze dun moeten zijn. Vervolgens kunnen ze als pubers ‘door de plotselinge schoonheidseisen worden overweldigd, slachtoffer worden van anorexia en boulimia’, schrijft Tolentino. De meeste vrouwen proberen zich aan te passen. Maar welke keuze ze ook maken, de prijs is hoog.

    Lees ook:

  • Controverse: ‘Elites in Davos negeren reële bedreigingen’

    Controverse: ‘Elites in Davos negeren reële bedreigingen’

    Het World Economic Forum in het Zwitserse Davos staat ter discussie als symbool van ongelijkheid en internationaal kapitalisme en is de kop van Jut in tal van complottheorieën. Veel wereldleiders gaven dit jaar dan ook geen acte de présence. Heeft het nog wel een functie als internationaal discussieforum van de machtigen der aarde?

    Nee, stelt Jim Geraghty van het conservatieve Amerikaanse tijdschrift National Review. De deelnemers van het World Economic Forum (WEF) in Davos zijn te veel bezig anderen hun wereldbeeld op te dringen, zonder kritisch naar zichzelf te kijken.

    Het WEF is wel degelijk in staat om de grote uitdagingen van deze tijd te agenderen, aldus Gideon Rachman in Financial Times. ‘[Davos] zou een gelegenheid kunnen bieden om rustig te reflecteren op de vraag hoe we kunnen voorkomen dat oorlogen en natuurrampen de wereldwijde economie zullen vernietigen.’

    Lees hieronder hun betogen:

    Elites in Davos negeren reële bedreigingen

    De deelnemers aan het World Economic Forum in het Zwitserse Davos waarschuwen dat de wereld te maken heeft met ‘een “polycrisis”, die gedomineerd wordt door de levensonderhoudskostencrisis, de klimaatcrisis en politieke instabiliteit, en die de felbevochten winsten op het gebied van ontwikkeling en groei dreigt terug te draaien’. Tjonge, zo’n grimmige betiteling wekt de indruk dat ‘s werelds machtigste en invloedrijkste mensen het echt slecht doen, vind je ook niet? Ik hoop dat de vergadering in Davos die machtige, invloedrijke, rijke elites kan opsporen die falen in hun leiderschap.

    Op hol geslagen inflatie, de inval van Rusland in Oekraïne, een wereldwijde recessie, een wereldwijd voedseltekort en klimaatverandering – hmmm, je zou die reeks gelijktijdige in elkaar grijpende wereldwijde crises zelfs ‘vijf naderende stormen’ kunnen noemen.

    Het plan om de wereld te redden houdt meestal in dat de rest van ons moet veranderen

    Ik vermoed dat onder veel conservatieven de reflexmatige reactie op de conferentie in Davos minachting is, en je kunt er niet omheen dat de elites van onze wereld hun portie minachting wel hebben verdiend. Het is niet alleen afgunst op hun rijkdom en macht, want in de wereld zullen er altijd mensen zijn die rijker en invloedrijker zijn dan anderen. Nee, het is meer dat zoveel Davos-deelnemers aankomen met een ambitieus plan om de wereld te redden, en dat plan om de wereld te redden houdt meestal in dat de rest van ons moet veranderen om in hun visie te passen.

    Van wie proberen de Davos-deelnemers de wereld te redden? Wie het ook is, China in ieder geval niet. De Chinese vicepremier Liu He sprak de aanwezigen vanochtend toe en deelde hun mee dat zijn land goed aan het herstellen is van covid-19 – sceptische grom invoegen – en gebruikte elf keer de zinsneden ‘versterking van de internationale samenwerking’ en ‘handhaving van de wereldvrede’. Hé, de organisatoren van Davos zien in een kleinigheidje als de voortgaande genocide op de Oeigoeren geen reden om de vertegenwoordiging van de Chinese regering de toegang te ontzeggen.

    Ishaan Tharoor van The Washington Post herinnert zich hoe ‘in 2013 de organisatoren van het WEF de bijdrage bejubelden van de Russische premier Dmitri Medvedev, die geroemd werd als een nationale leider die begreep wat “wereldwijde verantwoordelijkheden” zijn’. Ongeveer een jaar later rolden Russische strijdkrachten de Krim binnen en pakten deze van Oekraïne af. Als de globalisering leiders aanmoedigt om elk staatshoofd als een potentiële handelspartner te zien, zal dat hun instinct om bedreigingen te onderkennen waarschijnlijk afstompen.

    Nee, in plaats van de alarmklok te luiden over China en Rusland die de rest van de wereld in gevaar brengen, lijken de deelnemers aan Davos in veel gevallen veel meer in te zitten over jou, jouw sportwagen, jouw huis, jouw dieet (vooral het vlees dat je eet), jouw politieke opvattingen en jouw twijfel of globalisering wel zo’n win-win is als Davos beweert.

    Hun voorstellen eindigen meestal met de vraag of verplichting om iets op te geven

    De leiders in Davos bieden vaak een variant van de belofte ‘we gaan uw leven beter maken’, en toch eindigen hun voorstellen meestal met de vraag of verplichting om iets op te geven. De website van het World Economic Forum Agenda bevatte in 2016 een berucht geworden opiniestuk van Ida Auken, lid van het Deense parlement, met als kop: ‘Welkom in 2030: ik bezit niets, heb geen privacy en het leven is nog nooit zo goed geweest’.

    Veel mensen op sociale media hebben beweerd dat de toekomstvisie van Auken een formeel doel is van het World Economic Forum, terwijl veel factcheckers die beweringen hebben tegengesproken en beweren dat het om desinformatie gaat. De waarheid ligt er ergens tussenin: Davos heeft het nooit formeel onderschreven, maar Aukens visie werd ook niet begroet met algemene afwijzing of spot. Het WEF verwijderde uiteindelijk haar artikel, maar het is de moeite van het herbekijken waard nu we de post-pandemische wereld van deelauto’s, gedeelde kantoorruimte, pop-uprestaurants en -winkels, enz. binnengaan.

    Hier is mijn bijdrage aan de discussie: Slechts weinigen van ons zien het bezit van een eigen huis, een eigen auto en eigen kleren als een groot probleem dat moet worden opgelost, als het soort crisis waarvoor Deense wetgevers en elites uit het mondiale bedrijfsleven bijeen moeten komen om een plan te bedenken om ons te redden. En hallo, is het jullie opgevallen dat iedereen die naar Davos gaat veel spullen bezit? Ik zie geen deelnemers aan Davos die hun huizen, luxe auto’s of privéjets opgeven of hun ondergoed uitwisselen.

    De aanwezigen in Davos behoren tot de individuen met de grootste CO2-voetafdruk op aarde

    Waar komen de grootste problemen in de wereld dan vandaan? Misschien denkt u er anders over, maar ik zou deze nomineren voor de top tien: het brein van Vladimir Poetin; de territoriale ambities van het Chinese leger; het Wuhan Instituut voor Virologie – of waar covid-19 dan ook vandaan komt; de laboratoria en kantoren van de technologische knutselaars die blijven proberen om apps als TikTok nog verslavender te maken voor kwetsbare en beïnvloedbare jongeren; de scholen in binnen- en buitenland die er niet in slagen om jonge mensen het onderwijs te geven dat ze nodig hebben zich te redden in de wereld; de bemoeials die bedrijven in het nauw drijven in een poging ze dienstbaar te maken aan een ideologische agenda; drugskartels en drugssmokkelaars; mensenhandelaars; en islamitische terroristen, die nog steeds kerken bombarderen, agenten neersteken en massavernietigingswapens in handen proberen te krijgen, ook al halen ze niet meer de krantenkoppen die ze vroeger haalden.

    En als je nummer elf, namelijk de klimaatverandering, nog wilt horen, dan kunnen we China Energy Investment erbij halen, de drijvende kracht achter China’s toenemende gebruik van steenkool. (Oh, wacht even, China Energy Investment is een medesponsor van het World Economic Forum.) Wil je problemen oplossen, Davoisie? Focus je dan op bovengenoemde.

    O, en een ander detail in Davos dat we niet over het hoofd mogen zien: president Joe Biden staat op het punt een handelsoorlog te ontketenen met onze Europese partners, van wie velen lid zijn van de NAVO die hij beloofde te versterken.

    De BBC merkt op:

    ‘De nieuwe wetgeving van Joe Biden om de groene economie van Amerika aan te zwengelen omvat 367 miljard dollar aan subsidies (oftewel 336 miljard euro) voor de aankoop van elektrische auto’s, maar alleen als deze voor het grootste deel in Noord-Amerika worden geproduceerd. De Inflation Reduction Act heeft ook gevolgen voor een groot deel van de andere productiesectoren en haalt sommige Europese bedrijven over om fabrieken naar de VS te verplaatsen. Zelfs kunstmestbedrijven schudden hun hoofd en vragen zich af waarom Europese leiders niet soortgelijke wetten invoeren. De VS suggereert dat hun nieuwe wetgeving gericht is op concurrentie met China. Maar Europese leiders zijn woedend en staan op het punt om te reageren, mogelijk met forse subsidies uit eigen zak waarin vermoedelijk ook ‘Koop Europees’-clausules zijn opgenomen.’

    De noodzaak om de CO2-uitstoot te verminderen is jaar in, jaar uit een van de belangrijkste thema’s en boodschappen van de Davos-conferentie, terwijl de aanwezigen behoren tot de individuen met de grootste CO2-voetafdruk op aarde. Vorig jaar gebruikten de aanwezigen ongeveer duizend privéjets, en ‘onderzoekers ontdekten dat alle privéjetvluchten van en naar luchthavens die Davos bedienden tijdens het World Economic Forum 2022 in totaal 9700 ton CO2 uitstootten, wat overeenkomt met de uitstoot van ongeveer 350.000 doorsnee auto’s in een week’.

    Jim Geraghty – National Review


    Het WEF is bang voor het einde van een lange periode van welvaart

    Bijna een eeuw geleden verscheen De Toverberg, de klassieke roman van Thomas Mann die zich afspeelt in Davos, tegen de achtergrond van een dodelijke ziekte en een aanstaande wereldoorlog.

    Ook dit jaar komen de afgevaardigden van het World Economic Forum weer in Davos bijeen, en lijkt de wereld van Mann akelig veel weg te hebben van de wereld waarin wij leven. Het WEF is bang dat het einde van een lange periode van vrede, welvaart en wereldwijde economische integratie in zicht is – net als in 1914.

    Dit jaar is de slogan van Davos ‘Samenwerking in een versplinterde wereld’. Die versplintering begon met de coronacrisis, met zijn lockdowns, gesloten grenzen en ontwrichte productieketens. De bijeenkomst van het WEF in 2023 – die voor het eerst sinds het begin van de pandemie weer op de vaste winterlocatie plaatsvindt – zou om die reden beschouwd kunnen worden als het startschot voor een terugkeer naar het oude normaal. Het feit dat China plotseling afstand heeft genomen van zijn zerocovidbeleid, roept angst op dat er mogelijk weer een nieuwe golf varianten aan zit te komen.

    En ook al zou een nieuwe pandemie voorkomen worden, covid-19 heeft zijn stempel gedrukt op de manier waarop overheden en bedrijven tegen globalisering aankijken. De veronderstelling dat goederen en handelswaar altijd gemakkelijk over de hele wereld vervoerd kunnen worden, is de grond in geboord.

    Er wordt meer rekening gehouden met andere scenario’s die voorheen als onwaarschijnlijk gezien werden

    Wat de productieketen betreft, zijn bedrijven van ‘just in time’-strategieën overgestapt op ‘just in case’-strategieën. Er kunnen nog meer wereldwijde gezondheidscrises in het verschiet liggen. Er wordt meer rekening gehouden met andere scenario’s die voorheen als onwaarschijnlijk gezien werden. Extreme weersomstandigheden komen steeds vaker voor, wat leidt tot nieuwe vragen over voedselveiligheid en reisgedrag. Cyberaanvallen door staten of criminelen bedreigen de infrastructuur waar de moderne economie op draait.

    Bedrijven moeten hun werkwijze aanpassen, vaak op aandringen van de regering. Het is niet verstandig om te vertrouwen op complexe productieketens die kwetsbaar zijn voor ziekte, oorlog en andere noodgevallen. Bedrijven zoals Apple – dat hoog opgaf van producten die ‘in Californië ontworpen en in China in elkaar gezet’ werden – moeten meer variatie in hun productie aanbrengen. Zo produceert Apple steeds meer in India en Vietnam. 

    De bewustwording van geopolitiek gevaar – ook wel bekend onder de naam oorlog – is toegenomen

    De inspanningen van bepaalde westerse bedrijven om minder afhankelijk van China te worden, werden gestimuleerd door de pandemie, maar zijn sindsdien in een stroomversnelling terechtgekomen doordat de bewustwording van geopolitiek gevaar – ook wel bekend onder de naam oorlog – is toegenomen.

    De Russische invasie in Oekraïne afgelopen jaar heeft aangetoond dat het ondenkbare kan gebeuren. Op nog geen 1600 km afstand van de luxe hotels van Davos wordt de grootste Europese oorlog sinds 1945 uitgevochten. 

    Aangezien het conflict in Oekraïne nog voortwoedt, blijft het risico op escalatie hoog. Een kernoorlog is het meest huiveringwekkende scenario waartoe het conflict zou kunnen leiden – een scenario waar het Witte Huis al rekening mee houdt sinds dat de gevechten in februari uitbraken. Zelfs al wordt het gebruik van kernwapens voorkomen, dan nog blijft het gevaar bestaan dat het conflict zich uitbreidt, aangezien de NAVO geavanceerde wapens aan Oekraïne levert en Iran Rusland van militaire drones voorziet.

    Politici en fabrikanten kijken al vooruit naar de volgende grote geopolitieke bedreiging

    Het conflict laat zien hoe oorlog de economische banden kan doorsnijden die de globalisering bij elkaar hielden. De EU is de import van Russische energie drastisch aan het verminderen, en op die manier wakkert ze inflatie in Europa aan en dreigt ze ervoor te zorgen dat bepaalde sectoren niet meer kunnen meeconcurreren. Rusland en Oekraïne zijn ook belangrijke graanleveranciers voor wereldmarkten. Door de oorlog tussen de twee landen zijn de voedselprijzen gestegen en dreigen miljoenen mensen in een hongersnood terecht te komen.

    Politici en fabrikanten kijken al vooruit naar de volgende grote geopolitieke bedreiging. Veel mensen hebben hun blik gericht op Taiwan, dat 90 procent van ’s werelds meest geavanceerde halfgeleiders produceert. Als China Taiwan zou binnenvallen, zou dat het einde kunnen betekenen van TSMC, de belangrijkste producent van halfgeleiders, met verwoestende gevolgen voor de wereldeconomie.

    Zelfs geopolitieke spanningen die niet leiden tot oorlog hebben de internationale handel verstoord. De steeds wantrouwigere houding van de VS tegenover China heeft de regering-Biden ertoe gebracht de uitvoer van gevoelige technologie sterk te beperken. Dit treft niet alleen Amerikaanse bedrijven, maar ook buitenlandse technologiereuzen, zoals het Zuid-Koreaanse Samsung, die Amerikaanse technologie gebruiken.

    Politieke leiders, en zeker die in het Westen, moeten zich ook zorgen maken over de binnenlandse druk van populisten. Velen van hen hebben van het WEF een symbool gemaakt van ongelijkheid en internationaal kapitalisme.

    Het idee dat Davos een besmet gebied is, heeft terrein gewonnen

    De laatste jaren heeft Davos zich de woede van antivaxers, klimaatsceptici, religieuze fanatici en onverzettelijke nationalisten op de hals gehaald. Het forum komt in een heel aantal complottheorieën ter sprake. In de uithoeken van het internet wordt het WEF ervan beschuldigd dat het de pandemie aangrijpt om de controle over de wereldeconomie in handen te krijgen. 

    Afgezien van zulke theorieën, heeft het idee dat Davos een besmet gebied is terrein gewonnen. Het is onwaarschijnlijk dat president Joe Biden, die zichzelf steevast presenteert als iemand die zich inzet voor de gewone werkende Amerikaan, op eigen risico in Davos ten tonele zal verschijnen – in tegenstelling tot Donald Trump, die het geen enkel probleem vond om zich onder de aldaar aanwezige CEO’s te scharen. 

    Zelfs centristische en conservatieve leiders uit Europa wegen zorgvuldig af of ze zullen komen of niet.

    De Franse president Emmanuel Macron, een voorstander van globalisering die in het verleden in Davos toespraken heeft gehouden, moet nog zien of hij in eigen land een hervorming van het pensioenstelsel erdoor krijgt, dus hij zou kunnen besluiten dat het hem deze keer niet uitkomt om het WEF bij te wonen. Normaliter zou men van Rishi Sunak, als de nieuwe Britse premier en iemand met een financiële achtergrond, verwachten dat hij van de gelegenheid gebruik zal maken om de harten van de machtigste CEO’s ter wereld te veroveren. Maar in het Verenigd Koninkrijk wordt een reeks stakingen verwacht, dus ook hij zal waarschijnlijk besluiten dat het verstandig is om Davos dit jaar aan zich voorbij te laten gaan.

    De wereldleiders die wel komen, doen er goed aan om de kabelbaan naar het Schatzalp Hotel te nemen die voor Mann dienstdeed als model voor het sanatorium in De Toverberg. Het uitzicht vanuit je hotelkamer is nergens zo mooi als in Davos – het zou een gelegenheid kunnen bieden om rustig te reflecteren op de vraag hoe we kunnen voorkomen dat oorlogen en natuurrampen de wereldwijde economie zullen vernietigen.

    Gideon Rachman – Financial Times

  • Griekenland en Portugal waren de best presterende economieën van 2022

    Griekenland en Portugal waren de best presterende economieën van 2022

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Hooggerechtshof beveelt arrestatie van Bolsonaro’s voormalig minister van Justitie

    » Drie op de vier Schotse winkelcentra geregistreerd in belastingparadijzen

    Griekenland presteerde het best in 2022

    The Economist stelde een lijst samen van landen die het best en landen die het slechtst presteerden in 2022, dat als een economisch slecht jaar de boeken in gaat. Door sterke inflatie gingen de meeste inkomens in rijke landen erop achteruit en aandelenmarkten kelderden wereldwijd met 20 procent. Verrassend genoeg heeft vooral het Middellandse Zeegebied reden voor een economisch feestje. Bovenaan de lijst staat Griekenland, en ook Portugal en Spanje scoren hoog. Ondanks de politieke chaos deed Israël het goed.

    In Zwitserland bleef de inflatie laag en stegen de consumentenprijzen met slechts 3 procent. Landen met niet-Russische energiebronnen, zoals Spanje, dat een groot deel van zijn gas uit Algerije betrekt, scoorden bovengemiddeld. Duitsland had een slecht jaar ondanks de politieke stabiliteit, en Estland en Letland – die werden geprezen om hun hervormingen – staan nu onderaan. Nederland eindigt op de negentiende plek van de 34 geanalyseerde landen.

    Lees ook:

  • Bedrijven en goed doen gaat zelden samen. Het wordt tijd dat we dat onder ogen zien

    Bedrijven en goed doen gaat zelden samen. Het wordt tijd dat we dat onder ogen zien

    Bedrijven hebben zich verplicht om de wereld te redden. Dat kan alleen maar fout gaan. Het wordt tijd dat ondernemingen een ander doel gaan zoeken, schrijft de Duitse journalist Carsten Lotz.

    Het is altijd raadzaam om achterdochtig te zijn wanneer van een keerpunt wordt gesproken. Vooral als het om een terugkeer gaat. 

    Van een dergelijk keerpunt is nu sprake rondom de ‘purpose’-beweging. Deze beweging heeft verscheidene jaren de economische en maatschappelijke discussie in het bedrijfsleven gedomineerd, waarbij het ging om het afstemmen van de onderneming op een doel (purpose) – idealiter op een goed doel, van welke aard ook. Nu lijkt het erop dat de zakenwereld er genoeg van heeft en zich weer richt op het goede oude (eerlijke?) geldverdienen.

    Is de afstemming op een doel daarbij weer voorbij? Of was er in eerste instantie misschien niet eens sprake van een keerpunt?

    Betrouwbaar en stabiel

    Zakenman Larry Fink ondertekende drie jaar geleden een inmiddels beroemd geworden document, waarin tientallen bedrijfsleiders afstand namen van het idee uitsluitend voor de eigen aandeelhouders te werken. Enkele maanden later schreef hij een niet minder beroemde brief aan de managers van de deelnemers in zijn investeringsfonds Blackrock. Hierin verplicht hij ook de managers van die ondernemingen tot de purpose. Het is de moeite waard die tweede brief nauwkeurig te lezen. Daarin staat een ondanks de vette letter meestal over het hoofd geziene zin: ‘Uiteindelijk is purpose de motor voor winstgevendheid op de lange termijn.’

    Als we deze zin van Fink serieus nemen, dan was het doel altijd al middel tot het doel. Om te begrijpen waarom de purposebeweging desondanks meerdere jaren lang de economische en maatschappelijke discussie kon beheersen, loont het de moeite om wat dieper in de filosofie erachter te graven.

    De ‘purpose’-gedachte viel namelijk op zeer vruchtbare filosofische bodem en werd met opzet (Engels: ‘on purpose’) vervreemd van het doel. Voor Aristoteles was de ‘purpose’ al een van de oorzaken van het bestaan van de dingen. In zijn grote werk Physica presenteert hij vier oorzaken van de dingen: de causa materialis, de causa formalis, de causa efficiens en de causa finalis. Elk ding bestaat dus omdat het uit een bepaalde materie bestaat (bijvoorbeeld metaal), een bepaalde vorm heeft (bijvoorbeeld een sleutel), iemand of iets het deze vorm heeft gegeven (de slotenmaker), en het een doel heeft (het openen van de deur). Dit doel geeft antwoord op de vraag: waar dient het voor? Welk nut heeft het?

    De middeleeuwse scholastiek probeerde aan te tonen dat het doel een prominente rol speelt. Zonder de noodzaak de deur open en dicht te kunnen doen, zou er sleutel noch slot bestaan, en dus ook geen slotenmaker. Dat alles, ook de mens, zijn doel heeft, garandeerde de menselijke waardigheid en de orde van de goddelijke schepping. Het maakte de wereld betrouwbaar en stabiel.

    Verdacht

    Maar met het einde van de goddelijke wereldorde ging ook de purpose verloren. In het kader van de Verlichting werd deze zelfs actief gesloopt. In het filosofische debat van de zeventiende eeuw (Hobbes, Descartes, Spinoza) speelde de causa finalis geen rol meer. En Charles Darwins op toeval en selectie gebaseerde evolutietheorie brak volledig met het idee dat ook maar iets in deze wereld een bedoeling zou hebben. De natuurwetenschappen beschrijven causale samenhangen. Daarin is de vraag naar een doel of bedoeling verdacht.

    Ook moderne stromingen in filosofie en sociologie zoals het (post)structuralisme en de systeemtheorie kunnen het zonder stellen. De beroemde uitspraak van econoom Milton Friedman, ‘The business of business is business’, trekt met zijn tautologie deze trend door naar de economische wereld. Socioloog Niklas Luhmann formuleerde het later abstracter: de economie is een systeem van betalingen dat zichzelf in stand houdt. Het enige doel is het instandhouden van de solvabiliteit.

    Maar in het dagelijks leven worden we voortdurend geconfronteerd met alle mogelijke doelen. Het fornuis dient om te koken, de auto om te rijden en de telefoon was er ooit om te telefoneren. Wij ervaren dat de dingen om ons heen ergens toe dienen. En in onze prestatiemaatschappij baseren we ons gevoel van eigenwaarde op het feit dat we ons nuttig maken. Wat niet (meer) te gebruiken is, wordt weggegooid. Wie niet bruikbaar is, vindt geen baan. Doelen alom. Alleen werd er tot dusver niet van ‘purpose’ gesproken, maar van ‘vraag’.

    Men had in de bedrijven gewoon nog eens goed na kunnen denken over het eigenlijke doel van de onderneming

    De aansporing van Larry Fink zou je heel eenvoudig kunnen lezen als: een onderneming die nergens goed voor is, die geen antwoord is op een maatschappelijke vraag, verliest zijn bestaansrecht en daarmee de mogelijkheid geld te verdienen. Zonder een doel voor de onderneming, een doel dat men bij het aanmelden van een bedrijf in Duitsland zelfs moet aangeven, is er geen uitzicht op winst of waardestijging.

    Men had in de bedrijven gewoon nog eens goed na kunnen denken over het eigenlijke doel van de onderneming. Een businessmodel dat berust op de productie van kankerverwekkende stoffen is duidelijk weinig toekomstbestendig, omdat zulke producten steeds meer verboden zullen worden. Een businessmodel gebaseerd op hernieuwbare energie of vaccins die pandemieën tegengaan, zal daarentegen door veel trends, in technologisch, politiek en maatschappelijk opzicht, gedragen worden. 

    Zingeving

    Maar de purposebal werd binnen de bedrijven niet opgevangen in de afdelingen waar de strategie wordt bepaald, maar in de afdelingen Marketing en Branding. Zij zagen kans om een leemte in de moderne maatschappij op te vullen. Het bedrijfsleven moest ook op zoek naar zin en zingeving. Men schroefde de ‘purpose’ op tot een ‘noble purpose’; een nobel doel. Dat kwam niet helemaal uit de lucht vallen. Al in 2013 was er een boek verschenen met de titel Selling with Noble Purpose.

    Zelfs wanneer er geen winsten te verdelen vallen, zijn er nog altijd meer dan genoeg purposes.

    De auteur beweert dat de motivatie om iets goeds te doen voor anderen betere verkoopresultaten oplevert dan geldelijke bonussen. Ook in leiderschapsseminars heeft de purposegedachte allang zijn intrede gedaan. Met populaire psychologie en religieus syncretisme worden kleine opwekkingsevenementen georganiseerd voor de managerselite, die met goede voornemens naar huis gaat, tot de eerstvolgende vergadering over de cijfers ze weer met beide benen terugplaatst in de economische realiteit.

    Dat de purposegedachte ook bij de critici van het kapitalisme in vruchtbare aarde viel, is weinig verrassend. Zelfs wanneer er geen winsten te verdelen vallen, zijn er nog altijd meer dan genoeg purposes. En men was genereus.

    Zo genereus dat de ambivalentie van het concept aanvankelijk niet opviel. Maar je hoeft Luhmann niet gelezen te hebben om te begrijpen dat elke aanspraak op zin te maken krijgt met de constante uitdaging van de onzin – of beter: de niet-zin. Het systeem dat deze zin moet vaststellen en verdedigen wordt bovendien instabieler naarmate het zinsbegrip flexibeler toegepast kan worden.

    Omgekeerd geformuleerd: hoe veelomvattender en absoluter het purposebegrip wordt geïnterpreteerd, hoe moeilijker het wordt om het systeem dat men daarop bouwt stabiel te houden. Zo had de kerk moeite om met de tegenstrijdigheden van het hoogste zinsbegrip om te gaan. Als God volmaakt is, en het hem aan niets ontbreekt, waarom schiep hij dan de wereld? Als God het goede wil, wat is dan het doel van het kwaad in de wereld? Als God barmhartig is, waarom bestaat er dan een hel? Op deze vragen antwoordt de kerk niet met theoretische stellingen, maar met haar geloofsbelijdenis, haar praxis en haar cultus. Ik hoef de vraag naar God niet theoretisch opgelost te hebben. Ik kan in het heden iets goeds doen en bidden om verlossing in de toekomst.

    Geld krijgt opeens een geur. Zakendoen wordt een kieskeurige aangelegenheid

    De moderne economie heeft zich volgens Luhmann vooral gestabiliseerd door haar toegankelijkheid voor iedereen en haar belofte van groei. Iedereen kan van iedereen alles kopen. En met geld kan alles betaald worden. Het kent geen maatschappelijke hiërarchie, geen verleden en geen toekomst. Deze radicale agnostiek stelde het systeem open voor iedereen en maakte het optimaal flexibel.

    ‘Pecunia non olet’, geld stinkt niet, zou de Romeinse keizer Vespasianus hebben gezegd om de rioolbelasting salonfähig te maken. Maar wanneer nu naast de geldelijke betalingen in de economie een tweede code wordt ingevoerd, dan vermindert dat de flexibiliteit van het systeem. Geld krijgt opeens een geur. Zakendoen wordt een kieskeurige aangelegenheid. Nieuwe beperkingen duiken op. De de mogelijkheden van uitwisseling nemen af, het systeem wordt instabieler en minder winstgevend.

    Droom

    Purpose kan alleen een motor van winstgevendheid op lange termijn zijn, zoals Larry Fink die verlangt, als deze zich optimaal kan aanpassen aan de verwachting van de consument. Purpose is dan alles waar vraag naar bestaat. Maar dan wordt hij verwisselbaar met de code van het geld. Alles waarvoor men bereid is te betalen is goed voor iemand, en heeft dus een doel, een purpose.

    De noble purpose wekt andere verwachtingen. Daarbij gaat het erom de wereld te redden van de klimaatcatastrofe, of om de gelijkberechtiging van de geslachten, van seksuele voorkeuren en etnische minderheden, om het overwinnen van de honger, de kindersterfte en de grote beschavingsziektes, om de bestrijding van de armoede en de democratisering van dictatoriale samenlevingen.

    Deze verwachtingen zijn op zichzelf al moeilijk onder één noemer te brengen. Ze brengen prioriteringsproblemen van de hoogste orde met zich mee. Dat geldt in nog grotere mate voor de ideologie die wil dat al die doelen ook nog verenigbaar zijn met winstmaximalisering.

    Dat was de droom die bepaalde takken van de economie ons de afgelopen jaren hebben laten dromen. De beurskoersen die jarenlang schijnbaar zonder aanleiding stegen, hebben ons daarbij in slaap gewiegd.

    Door de terugkeer van harde economische problemen zoals de stabiliteit van leverantieketens, van de energievoorziening of de inflatie van salarissen en grondstofprijzen, zijn de leiders van het bedrijfsleven uit hun droom ontwaakt. Waar de resultaten van het eerstvolgende kwartaal onzeker zijn, dient allereerst de focus op de zuivere winst de zelfstabilisering van het systeem.

    Dat is precies wat de economie in de laatste tweehonderd jaar zo succesvol heeft gemaakt. Moraalfilosoof Adam Smith, kroongetuige van het kapitalisme, adviseerde de politiek al in de achttiende eeuw om zich niet te richten op de welwillendheid van de bakker om onze voedselvoorziening te garanderen, maar op zijn eigenbelang om met onze honger zaken te doen. Deze geniale schaakzet liet de redding van de wereld over aan de ‘onzichtbare hand’. Hij belastte de betrokkenen niet met complexe overwegingen over een nobel doel.

    Voor de meeste ondernemingen is het voldoende om eenvoudig hun eigen businessplan goed uit te voeren en daarmee geld te verdienen. De zoektocht naar zin kunnen ze gerust aan anderen overlaten, die op dat gebied competenter zijn. En verder staat het iedereen vrij zijn geld te besteden aan de redding van de wereld. Geld stinkt namelijk niet.

    Lees ook:

  • Hoe Xi Jinping de Chinese economie schade toebrengt

    Hoe Xi Jinping de Chinese economie schade toebrengt

    Twintig jaar lang is China een van de grootste aanjagers van de wereldeconomie geweest, maar daar lijkt nu verandering in te komen. Het zerocovidbeleid en het steeds restrictievere staatskapitalisme van Xi hebben ervoor gezorgd dat de economische groei stagneert – met grote gevolgen voor de rest van de wereld.

    De afgelopen twintig jaar was China de grootste en betrouwbaarste aanjager van de wereldeconomie. Het land was in die periode goed voor een kwart van de groei van het wereldwijde bnp en de economie nam in negenenzeventig van de tachtig kwartalen in omvang toe. Na de dood van Mao koos de Communistische Partij grotendeels voor een praktische benadering om het land rijker te maken en markthervormingen met staatscontrole te combineren. Maar nu is de Chinese economie in gevaar.

    De onmiddellijke aanleiding is het ‘zero-covidbeleid’ dat krimp heeft veroorzaakt en de economie tot een start-stoppatroon kan veroordelen. Het verergert een nog groter probleem: de ideologische strijd van president Xi Jinping om het staatskapitalisme weer in te voeren. Als China deze koers blijft varen zal het langzamer groeien en minder voorspelbaar zijn, met grote gevolgen voor zowel het land zelf als de gehele wereld.

    Na bijna twee maanden wordt de lockdown in Shanghai versoepeld, maar met nieuwe uitbraken in Beijing en Tianjin is China nog lang niet covidvrij. Meer dan tweehonderd miljoen mensen zijn aan restricties gebonden en de economie wankelt. De omzet van de detailhandel was 11 procent lager dan vorig jaar en KFC, Cartier en de auto-industrie doen slechte zaken. 

    Exportdaling

    Hoewel sommige arbeiders tijdelijk in de fabrieken wonen, is het industriële productie- en exportvolume afgenomen. Er is kans dat China voor het eerst sinds 1990, na het bloedbad op het Tiananmenplein, dit hele jaar lang zijn best zal moeten doen om veel sneller te groeien dan Amerika. Voor Xi komt dit tijdstip uiterst ongelegen: na het twintigste partijcongres later dit jaar mikt hij op een derde presidentstermijn, een breuk met de regel dat leiders na twee termijnen aftreden.

    Toch is Xi zelf in belangrijke mate verantwoordelijk voor de twee klappen die de economie heeft opgelopen. Ten eerste door zijn zero-covidbeleid, dat al achtentwintig maanden van kracht is. De partij vreest dat openstelling van de grenzen tot een nieuwe besmettingsgolf zal leiden die miljoenen levens kan kosten. Dat is misschien waar, maar ondertussen is er kostbare tijd verspild: honderd miljoen mensen van boven de zestig zijn niet driemaal ingeënt. China weigert effectievere mRNA-vaccins uit het Westen te importeren. En het zero-covidbeleid zal waarschijnlijk ook volgend jaar worden doorgezet. China heeft zich teruggetrokken als gastland van het Aziatische voetbalkampioenschap, de Asian Cup, in juni 2023. Er is sprake van permanente teststations waar tot in de eeuwigheid in neusgaten zal worden gepoerd. Aangezien omikron uiterst besmettelijk is, zijn meer uitbraken en lockdowns onvermijdelijk. Maar omdat het zero-covidbeleid met Xi wordt geassocieerd, wordt alle kritiek erop als sabotage beschouwd.

    Een golf van boetes, nieuwe regels en zuiveringen heeft voor een stagnatie van de dynamische techindustrie gezorgd

    Dezelfde ideologische geestdrift heeft de tweede klap toegebracht, in de vorm van een reeks economische initiatieven die Xi zijn ‘nieuwe ontwikkelingsconcept’ noemt en die bedoeld is om ‘grote veranderingen teweeg te brengen die een eeuw lang niet zijn vertoond’, zoals een breuk van China met Amerika. De doelstellingen zijn rationeel: het bestrijden van ongelijkheid, monopolies en schulden, en ervoor zorgen dat China dominant is op het gebied van nieuwe technologie en daarmee beschermd tegen westerse sancties. Maar in alle gevallen vindt Xi dat de partij de leiding moet nemen, en de implementatie heeft vooral een bestraffend en grillig karakter. Een golf van boetes, nieuwe regels en zuiveringen heeft voor een stagnatie van de dynamische techindustrie gezorgd, die goed is voor acht procent van het Chinese bnp. En een heftige en nog altijd voortgaande instorting van de vastgoedmarkt, goed voor meer dan een vijfde van het bnp, heeft tot een financieringscrisis geleid, een van de redenen waarom de huizenverkoop in april met 47 procent is gedaald ten opzichte van vorig jaar.

    De regering werkt aan een enorm stimuleringsprogramma en hoopt daarmee het officieel beoogde groeicijfer van 5,5 procent te halen en de zenuwen te kalmeren voordat het congres begint. Op 19 mei spoorde premier Li Keqiang zijn ambtenaren aan de groei door ‘krachtdadig optreden’ te herstellen en gelastte hij de centrale bank de hypotheekrente te verlagen. De partij heeft geprobeerd verontruste techtycoons gerust te stellen. Een waarschijnlijke volgende stap is een groot, met staatsobligaties gefinancierd infrastructuurprogramma.

    Mislukkingen

    Maar meer schuldenbergen en hectares beton zijn geen remedie tegen draconische lockdowns of de risico’s van Xi’s economische model. Dat laatste is gericht op het uitbreiden van het minst productieve deel van de economie, het deel dat in staatshanden is. Het Chinese industriebeleid heeft formidabele successen geboekt, bijvoorbeeld door wereldwijd dominant te worden het gebied van geavanceerde accu’s. Xi hoopt dat technologie en een nieuw cohort staatsinvesteringsfondsen het beslissingsbeleid wendbaarder zullen maken. Maar vergeet alle vreselijke mislukkingen niet, van metaalindustrie tot microchips.

    Intussen is het productiefste deel van de economie, de privésector, ernstig aan het kwakkelen. Neem de financiële markt, waar een grote uittocht heeft plaatsgevonden. De kapitaalkosten zijn gestegen: Chinese aandelen worden uitgeruild tegen Amerikaanse met een korting van 45 procent, bijna een record. Investeerders en ondernemers gaan op een andere manier calculeren. Sommigen vrezen dat de winsten van elk bedrijf zullen worden afgeroomd door een partij die argwanend staat tegenover persoonlijke rijkdom en macht. Durfkapitalisten zeggen dat ze inmiddels op de grootste subsidies wedden, niet meer op de beste ideeën. Voor het eerst in veertig jaar wordt geen enkele grote sector van de economie geliberaliseerd. Daar zal de groei onder lijden.

    China zal misschien vijandiger worden, maar ook minder effectief

    Xi’s ideologische economie heeft grote gevolgen voor de wereld. Hoewel stimulering de vraag zou kunnen aanwakkeren, zullen er waarschijnlijk meer lockdowns komen, een gevaar voor een wereldeconomie die toch al met een recessie flirt. Multinationals kunnen onmogelijk om de omvang en het hoge ontwikkelingsniveau van Chinese toeleveranciers heen. Toch zullen ze maatregelen nemen om daar steeds minder afhankelijk van te worden, zoals Apple momenteel schijnt te doen. In sommige bedrijfstakken zal China na 2030 misschien nog de boventoon voeren, maar het Westen zal steeds beduchter worden voor het importeren van Chinese producten. Diplomatiek gezien zal een minder ambitieuze en onafhankelijke privésector betekenen dat de Chinese aanwezigheid in het buitenland meer staatsgeleid en politieker van aard zal zijn. Ze zal misschien vijandiger worden, maar ook minder effectief.

    En wat te denken van het leven in een geïsoleerder China? Hoewel er online wordt geklaagd over lockdowns en banenverlies, zal dit waarschijnlijk niet tot onrust leiden dankzij het strenge toezicht, de propaganda en de brede steun voor de partijdoelen. Sommige technocraten zijn het niet eens met de ruk naar links die het land maakt maar beschikken niet over de macht en de moed om daartegen in het geweer te komen. En naar het zich laat aanzien is er in de politieke top van China voorlopig geen rivaal voor de inmiddels 68-jarige Xi. Maar in de aanloop naar een partijcongres dat hem vermoedelijk tot minstens 2027 van de macht zal, verzekeren, doemen de tekortkomingen op van een eenmansbewind in de tweede economie van de wereld.

    Lees ook:

  • De wereldeconomie stevent af op recessie in 2023

    De wereldeconomie stevent af op recessie in 2023

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Perseverance vindt mogelijk organisch materiaal op Mars

    » Europees Parlement bestempelt Hongarije als ‘geen democratie meer’

    Renteverhogingen hebben negatief effect op economie

    De wereldeconomie stevent af op een recessie in 2023, concludeert een studie van de Wereldbank, geciteerd door The Wall Street Journal. Het onderzoek wijst op het effect van het beleid van de centrale banken om de inflatie tegen te gaan, met name de snelle stijging van de rente. ‘De wereldwijde groei vertraagt aanzienlijk en zal waarschijnlijk nog verder vertragen naarmate landen in een recessie terechtkomen’, waarschuwde David Malpass, de voorzitter van de instelling.

    Vorige maand waarschuwde Jerome Powell, de president van de Federal Reserve, de Amerikaanse centrale bank, dat hij de rente zou blijven verhogen om de inflatie te beheersen, met het risico dat de werkloosheid zou toenemen. De economische groei in de VS is weliswaar vertraagd, maar is tot dusver redelijk bestand gebleken tegen de renteverhogingen van de Federal Reserve.

    Lees ook:

  • Hoe de zeecontainer de wereld ingrijpend heeft veranderd

    Hoe de zeecontainer de wereld ingrijpend heeft veranderd

    De capaciteit om spullen over zee te verschepen is de laatste decennia enorm vergroot. Dat betekent ook meer ‘containerverlies’. Wat gebeurt er als ze kopje onder gaan?

    Keuze uit het archief

    Wie de zee beheerst, beheerst de wereld. Dat blijkt nu Iran als reactie op de aanvallen van Israël en de VS de zeestraat van Hormuz gesloten houdt, met wereldwijde energietekorten en prijsstijgingen tot gevolg. De blokkade maakt pijnlijk duidelijk hoe afhankelijk we van de scheepvaart zijn geworden. Een onmisbaar onderdeel daarvan is de zeecontainer. Volgens dit artikel uit The New Yorker van 2022 heeft ‘de zeecontainer afgelopen halve eeuw de wereldeconomie en het dagelijks leven van bijna iedereen op deze planeet ingrijpend veranderd’.

    Een deel van de kustlijn in het zuiden van Cornwall is bekend om zijn draken. De zwarte zijn zeldzaam en de groene nog zeldzamer – zelfs een toegewijde drakenjager komt er misschien zijn hele leven nooit een tegen. Deze draken bewaken in tegenstelling tot draken in Europese mythen geen schatten, ze kunnen niet vuurspuwen en ze kunnen ook niet vliegen, want ze hebben geen vleugels. Het zijn waterdieren, ze komen namelijk altijd uit zee en kunnen aanzienlijke afstanden afleggen. Een is er gespot op Chesil Beach, net als Saoirse Ronan; een ander heeft zich gevestigd op het onbewoonde Nederlandse eiland Griend in de Waddenzee. Meestal worden ze echter aangetrokken door de winderige stranden van Zuidwest-Engeland, zoals Portwrinkle en Perranporth, Bigbury Bay en Gunwalloe. Als je zelf op zoek wilt gaan naar deze draken, dan is het wellicht handig om te weten dat ze ongeveer acht centimeter lang zijn, hun armen en staarten missen en gemaakt zijn door Lego.

    Cornwall dankt zijn drakenpopulatie aan de Tokio Express, een containerschip dat in februari 1997 van Rotterdam naar Noord-Amerika voer en op zo’n 30 kilometer van Land’s End in noodweer terechtkwam. Op de zware zee helde het schip zo ver opzij dat 62 van de containers loskwamen en overboord vielen. Een van die containers was gevuld met Lego – met 4.756.940 stukjes om precies te zijn, waaronder de draken (33.427 zwarte, 514 groene) en het lot wil dat ook veel van de andere stukken een oceaanthema hadden. De container vol Lego die van het schip gleed, bevatte enorme hoeveelheden miniatuur duikflessen, harpoengeweren, flippers, octopussen, scheepstuig, onderdelen van duikboten, haaien, patrijspoorten, reddingsvlotten en stukjes onderwaterlandschap die onder Lego-liefhebbers bekendstaan als LURP’s en BURP’s (Little Ugly Rock Pieces en Big Ugly Rock Pieces), waarvan er respectievelijk 7200 en 11.520 aan boord waren van de Tokio Express. Niet lang daarna meldden helikopterpiloten dat ze op het oppervlak van de Keltische Zee ‘een vlek van Lego’ zagen. (Net als bij ‘goud’, ‘hout’ of ‘rijst’ is ‘Lego’ het algemeen aanvaarde meervoud van Lego.) Al snel spoelden sommige van de overboord geslagen stukjes aan, vooral op de stranden van Cornwall.

    Maar de meest voorkomende manier waarop een container verloren gaat, is door in zee te belanden

    Er vallen al dingen van boten in de oceanen zolang de mens de zeeën bevaart, dat wil zeggen: minstens tienduizend en mogelijk meer dan honderdduizend jaar. Maar de specifieke manier waarop de bijna vijf miljoen Lego-stukjes van de Tokio Express in zee terechtkwamen, maakt deel uit van een veel recenter fenomeen dat pas van rond de jaren vijftig dateert en dat in de scheepvaartindustrie bekendstaat als ‘containerverlies’. Technisch gezien verwijst de term naar containers die om welke reden dan ook hun bestemming niet bereiken: gestolen in de haven, verbrand tijdens een scheepsbrand, in beslag genomen door piraten, opgeblazen tijdens oorlogshandelingen. Maar de meest voorkomende manier waarop een container verloren gaat, is door in zee te belanden, meestal doordat hij van een schip valt en soms doordat hij samen met het schip richting bodem verdwijnt.

    Allerlei verklaringen

    Er zijn allerlei verklaringen voor deze vorm van containerverlies, maar de meest directe is getalsmatig. In de huidige wereld zijn er namelijk op elk moment zo’n zesduizend containerschepen op zee. De grootste daarvan kunnen meer dan twintigduizend zeecontainers per vaart vervoeren; samen transporteren ze elk jaar een kwart miljard containers over de hele wereld. Gezien deze enorme aantallen, plus factoren die het zeevervoer altijd al parten hebben gespeeld – rukwinden, deining, orkanen, vloedgolven, ondiepe riffen, defecten, menselijke fouten, corrosie door zout, water en wind – komen sommige van deze containers onvermijdelijk in het water terecht. De vraag die bij de meesten nu zal opkomen en die ook om economische en milieuredenen van belang is: wat zit er in hemelsnaam in die containers?

    Een standaardzeecontainer is gemaakt van staal en is 2.30 meter breed, 2.40 meter hoog, en 6 of 12 meter lang

    Een standaardzeecontainer is gemaakt van staal en is 2.30 meter breed, 2.40 meter hoog, en 6 of 12 meter lang. Je zou hem kunnen omschrijven als een veredelde doos, ware het niet dat het begrip ‘edel’ niet van toepassing is. En toch heeft de container, ook al is het een van ’s werelds minst aantrekkelijke objecten, de laatste jaren een soort cultaanhang gekregen. Een verrassende hoeveelheid mensen woont inmiddels in zeecontainers. Sommigen omdat ze geen andere huisvestingsmogelijkheid hebben, sommigen omdat ze zich hebben aangesloten bij de Tiny House-beweging en enkelen omdat ze bij wijze van architectonisch experiment in huizen van enkele honderden vierkante meters zijn gaan wonen, bestaande uit meerdere containers. Weer anderen houden van zeecontainers in het wild en zijn gepassioneerde containerspotters geworden die de herkomst van elk exemplaar kunnen afleiden op basis van kleur, logo, stickers en andere details, zoals wordt uiteengezet in bronnen als The Container Guide van Craig Cannon en Tim Hwang, ook wel de Audubons van de zeecontainers genoemd. Andere boeken op de steeds voller wordende plank met containerliteratuur variëren van Craig Martins Shipping Container, dat deel uitmaakt van de serie Bloomsbury Academic’s Object Lessons en waarin mensen als de Franse filosoof Bruno Latour en de Amerikaanse kunstenaar Donald Judd worden geciteerd, tot Ninety Percent of Everything waarvoor auteur Rose George vijf weken doorbracht op een containerschip. Ze bracht niet alleen het reilen en zeilen van de scheepvaartindustrie tot leven, maar ook het dagelijks bestaan van de mensen die belast zijn met het vervoer van ’s werelds goederen over de gevaarlijke en grotendeels wetteloze oceanen.

    maxresdefault P kopie

    Al deze aandacht valt in een bepaald opzicht te verwachten, want in de afgelopen halve eeuw heeft de zeecontainer de wereldeconomie en het dagelijks leven van bijna iedereen op deze planeet ingrijpend veranderd. Het verhaal van die transformatie werd bijna vijftien jaar geleden beschreven door Marc Levinson in The Box: How the Shipping Container Made the World Smaller and the World Economy Bigger. Vóór de opkomst van de container was het vervoer van goederen over water een dure en arbeidsintensieve aangelegenheid. Om de afstand tussen product en transport zo klein mogelijk te houden stonden havens vol met fabrieken en loodsen en met de stuwadoors en havenarbeiders die de goederen moesten laden en lossen. (Het verschil tussen de twee wordt bepaald door de werkplek: stuwadoors werken op schepen, terwijl havenarbeiders op de kade werken.) Sommige van die goederen waren bulkgoederen – zoals olie, die in een tank wordt gegoten en dan relatief gemakkelijk opgeslagen en vervoerd kan worden – maar de meeste waren stukgoederen, die stuk voor stuk moesten worden geladen: zakken cement, wielen kaas, balen katoen, noem maar op. Al deze niet-samenhangende goederen moesten zorgvuldig worden geladen, zodat ze tijdens het vervoer niet zouden verschuiven en andere waardevolle goederen konden beschadigen of, erger nog, het schip zouden laten kapseizen. De arbeiders hadden voor dit werk vaardigheid, spierkracht en een hoge pijntolerantie nodig. (In Manchester raakte in één jaar tijd de helft van de havenarbeiders gewond tijdens het werk.) En de rederijen hadden geld nodig. Tot wel 75 procent van de kosten van het vervoer over water zat in de lonen en de uitrusting die nodig was voor het bevrachten van de schepen wanneer deze nog in de haven lagen aangemeerd.

    Malcom McLean

    Dat veranderde allemaal in 1956, door een man genaamd Malcom McLean. Hij was oorspronkelijk geen scheepvaartmagnaat maar de ambitieuze eigenaar van een vrachtwagenbedrijf, die dacht dat hij zijn concurrenten te slim af zou zijn als hij goederen soms over het water kon vervoeren in plaats van over de snelweg. Toen zijn aanvankelijke idee om zijn vrachtwagens gewoon de vrachtschepen op te laten rijden economisch inefficiënt bleek, begon hij te knutselen met demonteerbare kisten die op elkaar konden worden gestapeld en gemakkelijk konden worden uitgewisseld tussen vrachtwagens, treinen en schepen. Hij kocht een paar tankers uit de Tweede Wereldoorlog en bouwde die om. Vervolgens nam hij een ingenieur in dienst die al bezig was geweest met aluminium containers die met een kraan van vrachtwagen naar schip konden worden getild. Op 26 april 1956 voer een van de tankers, de SS Ideal-X, van New Jersey naar Texas met 58 zeecontainers aan boord. Een hoge baas van de Internationale Vereniging van Havenwerkers was hierbij aanwezig. Toen hem werd gevraagd wat hij van het schip vond, zou hij geantwoord hebben: ‘Ik zou dat monster wel tot zinken willen brengen.’

    Vervoer van een container met 25 ton aan koffiezetapparaten van een fabriek in Maleisië naar een pakhuis in Ohio, kost minder dan een businessclass vliegticket

    Hij begreep heel goed waar hij getuige van was, namelijk het einde van de scheepvaartindustrie zoals hij en generaties havenarbeiders vóór hem die kenden. Op het moment dat de Ideal-X de haven verliet, kostte het laden van een vrachtschip gemiddeld 5,83 dollar per ton. Met de komst van de zeecontainer daalde die prijs tot naar schatting 0,16 dollar – en daarmee daalde ook alle werkgelegenheid die was gerelateerd aan scheepsvracht. Tegenwoordig zoekt een computer uit hoe een schip moet worden geladen en een trolley-en-kraansysteem grijpt ongeveer elke 90 seconden een inkomende container en vervangt die door een uitgaande, zodat het schip bijna gelijktijdig wordt gelost en geladen. De daaruit voortvloeiende kostenbesparingen hebben de overzeese scheepvaart verbazingwekkend goedkoop gemaakt. Om een voorbeeld van Levinson te gebruiken: het vervoer van een container met 25 ton aan koffiezetapparaten van een fabriek in Maleisië naar een pakhuis in Ohio, kost minder dan een businessclass vliegticket. ‘Transport is zo efficiënt geworden,’ schrijft hij, ‘dat de vrachtkosten in veel gevallen weinig invloed hebben op economische beslissingen.’

    In andere opzichten zijn die kosten, juist omdat ze zo laag zijn, wel degelijk van invloed op economische beslissingen. Ze zijn de reden dat fabrikanten loon-, werkplek- en milieuverplichtingen kunnen omzeilen door hun fabrieken naar elders te verplaatsen. En ze zijn de reden dat al die plekken elders – kleine steden ver weg van de havens, in Vietnam of Thailand of het Chinese achterland – hun goedkope grond en goedkope arbeidskrachten kunnen aanwenden om voet aan de grond te krijgen in de wereldeconomie. Dankzij de innovatie van McLean kunnen fabrikanten de toeleveringsketen drastisch verlengen en er financieel toch beter van worden. Het antwoord op de vraag waarom een overhemd dat je in Manhattan koopt zoveel minder kost wanneer het uit een fabriek in Malakka komt dan wanneer een kleermaker in het centrum het heeft gemaakt, is grotendeels: de zeecontainer.

    10 verdiepingen

    Net als de plastic draken van Cornwall ziet een volgeladen containerschip eruit alsof het door Lego gemaakt had kunnen worden. Dat komt omdat containers in één kleur zijn geverfd – blauw, groen, rood, oranje, roze, geel, aquamarijn – waardoor ze lijken op standaard Lego-bouwstenen, vooral wanneer ze op elkaar gestapeld zijn. Die stapels beginnen beneden in het ruim en kunnen bovendeks zo breed worden als 23 containers naast elkaar en zo hoog als een gebouw van 10 verdiepingen.

    De schepen die deze stapels vervoeren beginnen bij een omvang die jij en ik als groot zouden beschouwen – zeg 120 meter van boeg tot achtersteven, ruwweg vier vijfde van de lengte van een voetbalveld –, maar door de scheepvaartindustrie wordt omschreven als klein grut, een Small Feeder. De schaal wordt groter, van een gewone Feeder, een Feedermax en een Panamax (294 meter, het maximum dat door het Panamakanaal kon vóór de recente uitbreidingsprojecten), tot aan schepen met de toepasselijke naam Ultra Large Container Vessel (ULCV), die bijna vierhonderd meter lang zijn. Rechtop gezet zou een ULCV op 42nd Street uittorenen boven het Chrysler Building. In zijn normale positie kan hij het Suezkanaal blokkeren, zoals de hele wereld onlangs met fascinatie en/of ontzetting heeft kunnen zien.

    Als bij zo’n incident vijftig of meer containers overboord slaan, beschouwt de scheepvaartsector dat als een ‘catastrofe’

    De bemanningen van deze ultragrote schepen zijn in vergelijking ultraklein; een ULCV kan van Hongkong naar Californië varen met 23.000 containers aan boord en slechts 25 mensen. Bijgevolg is het niet ondenkbaar dat er soms een paar van die containers overboord kieperen zonder dat iemand het merkt – tot het schip in de haven is aangekomen. (Dit ondanks het feit dat een volgeladen container ongeveer even groot en zwaar is als een walvishaai; stel je de plons eens voor als hij van ongeveer 30 meter hoogte in de oceaan valt.) Vaker gaat het echter om meerdere verschuivende containers die gezamenlijk vallen, een dramatische gebeurtenis die bekendstaat als een stack collapse, een omvallende stapel. Als bij zo’n incident vijftig of meer containers overboord slaan, beschouwt de scheepvaartsector dat als een ‘catastrofe’.

    Containers overboord

    We weten niet precies hoe vaak dat gebeurt, want scheepvaartmaatschappijen zijn doorgaans niet verplicht om te melden dat hun lading in zee terecht is gekomen. De instantie die heeft betaald voor het vervoer van de goederen wordt op de hoogte gebracht, evenals de instantie die de goederen had moeten ontvangen. Maar of een hogere autoriteit op de hoogte is van het verlies hangt grotendeels af van waar het gebeurde, want de oceaan is een lappendeken van jurisdicties die worden beheerst door verschillende naties, instanties en verdragen, elk met verschillende ondertekenaars en verschillende verantwoordelijkheden wat betreft de handhaving. De Internationale Maritieme Organisatie (IMO), de organisatie van de Verenigde Naties die verantwoordelijk is voor het vaststellen van mondiale scheepvaartnormen, heeft toegezegd een verplicht rapportagesysteem en een gecentraliseerde databank voor containerverlies op te zetten, maar dat is nog niet gebeurd. In de tussentijd zijn de enige beschikbare gegevens afkomstig van de World Shipping Council (WSC), een handelsorganisatie met 22 aangesloten bedrijven die goed zijn voor ongeveer 80 procent van de wereldwijde containercapaciteit. Sinds 2011 voert de WSC onder die leden een driejaarlijkse enquête uit over het verlies van containers. In 2020 was de conclusie dat er jaarlijks gemiddeld 1382 containers overboord gaan.

    d38336e4f9f65936a019809e76cdedfc

    Neem dat cijfer maar met een korreltje zout. Het is namelijk afkomstig van een vrijwillige enquête die werd uitgevoerd door insiders in een sector die geneigd is geen openheid van zaken te geven. ‘Niemand rapporteert volledig transparante cijfers,’ zegt Gavin Spencer, hoofd verzekeringen van Parsyl, een bedrijf dat zich richt op risicobeheer in de toeleveringsketen. Verzekeringsmaatschappijen maken niet graag melding van de individuele verliezen die ze dekken omdat ze dan minder winstgevend lijken, en dat geldt ook voor rederijen. (‘Het zou een beetje hetzelfde zijn als wanneer luchtvaartmaatschappijen aangeven hoeveel koffers ze kwijtraken.’) Spencers beste schatting van het werkelijke aantal containers dat in zee verloren gaat, is ‘veel hoger dan je je kunt voorstellen’, en zeker hoger dan de cijfers die door de WSC worden verschaft.

    Harde wind

    De WSC bestrijdt dat haar gegevens op enigerlei wijze onnauwkeurig zouden zijn. Maar ongeacht het aantal lijkt verlies van containers steeds vaker voor te komen. De ONE Apus, een schip dat op weg was van China naar Long Beach in Californië, raakte in november 2020 verzeild in een storm op de Stille Oceaan en verloor meer dan 1800 containers. Dat waren er bij één incident dus al meer dan het geschatte jaargemiddelde van de WSC. Diezelfde maand verloor een ander schip op weg naar Long Beach vanuit China honderd containers door slecht weer, terwijl nog een ander schip kapseisde in de haven van Oost-Java met 137 containers aan boord. Twee maanden later verloor een vierde schip, eveneens op weg van China naar Californië, 750 containers in het noorden van de Stille Oceaan. De laatste jaren is er ook een gestage stroom van berichten over hoeveelheden containers die in andere delen van de oceaan verloren zijn gegaan: 40 voor de oostkust van Australië; 21 voor de kust van Hawaii; 33 voor Duncansby Head in Schotland; 260 voor de kust van Japan; 105 voor de kust van Brits Columbia. Er belanden er steeds meer op de bodem.

    Degenen die op containerschepen werken, hebben in de regel geen idee van wat er in al die containers zit

    Een van de redenen waarom dit soort incidenten toeneemt, is dat stormen en harde wind – lange tijd de voornaamste boosdoeners bij het verlies van containers – steeds vaker voorkomen en steeds heviger worden naarmate het klimaat onstabieler wordt. Een andere oorzaak is de trend naar steeds grotere containerschepen, waardoor de besturing van het schip en de veiligheid van de containers in het gedrang komen (in beide gevallen omdat de hoge stapels op het dek wind vangen), terwijl deze schepen tegelijkertijd kwetsbaar zijn voor parametric rolling. Dit is een zeldzaam verschijnsel waarbij extreme druk komt te staan op de containers en de systemen waarmee ze worden vergrendeld. Meer recent heeft de sterke stijging van de vraag naar goederen tijdens de pandemie ertoe geleid dat schepen die vroeger op gedeeltelijke capaciteit voeren, nu volgeladen worden en dat bemanningen onder druk worden gezet om zich aan strikte tijdschema’s te houden, zelfs als daarvoor problemen aan boord moeten worden genegeerd of er dwars door stormen moet worden gevaren. Tot overmaat van ramp is er een tekort aan scheepscontainers zelf, door de toegenomen vraag en doordat veel containers vanwege lockdowns zijn gestrand in de verkeerde havens. Daardoor zijn oudere containers met verouderde vergrendelingsmechanismen in omloop gebleven of weer in omloop gebracht. Daar komt nog bij dat het risico op menselijke fouten tijdens de pandemie is toegenomen, omdat de arbeidsomstandigheden op containerschepen, die toch al niet optimaal waren, nog verder zijn verslechterd. Bemanningsleden zaten soms weken of maanden vast op schepen die in de haven of voor anker lagen, voor onbepaalde tijd gestrand in een wereldwijde maritieme file.

    Mensen die werken op olietankers, vliegdekschepen of commerciële vissersboten weten wat ze vervoeren, maar degenen die op containerschepen werken, hebben in de regel geen idee van wat er in al die containers zit die hen omringen. Douanebeambten en veiligheidsagenten meestal ook niet. Eén enkele zeecontainer kan vijfduizend individuele kisten bevatten, één enkel schip kan binnen enkele uren negenduizend containers lossen, en de grootste havens kunnen dagelijks honderdduizend containers verwerken, wat betekent dat het in wezen onmogelijk is om meer dan een fractie van alle zeecontainers ter wereld te inspecteren – een zegen voor drugskartels, mensensmokkelaars en terroristen en een nachtmerrie voor de rest van ons.

    Sommige mensen kennen natuurlijk wel de inhoud (althans de opgegeven inhoud) van een bepaalde zeecontainer die door een legaal schip wordt vervoerd. Elk van die containers heeft een vrachtbrief, een gespecificeerde inventarislijst, bekend bij de reder, de afzender en de ontvanger. Als een van die containers overboord slaat, komen ten minste nog twee andere partijen snel te weten wat erin zat: verzekeringsagenten en advocaten. Als veel van die containers overboord slaan, kan het incident onderworpen worden aan een zogenaamde algemenegemiddeldecorrectie. Dat is een mysterieus stukje zeerecht dat bepaalt dat iedereen die lading aan boord heeft van een schip dat een ramp overkomt, moet meebetalen aan alle daarmee samenhangende kosten, ook als jouw deel van de lading intact is gebleven. (Deze onlogisch lijkende regeling werd al in het jaar 533 gecodificeerd, uit logische noodzaak: als zeelui zich moesten ontdoen van de lading van een schip in nood, konden ze het zich niet veroorloven tijd te verspillen aan het uitzoeken van spullen die hun de minste sores zouden opleveren en het minste geld zouden kosten.) In theorie zou je, als je nieuwsgierig en volhardend genoeg bent, de gerechtelijke dossiers kunnen opvragen van containerverliezen die tot dergelijke rechtszaken hebben geleid en deze vervolgens kunnen doorspitten op zoek naar informatie over de inhoud van de verloren containers.

    Lukraak

    Mogelijk zijn er van die wonderbaarlijk obsessieve zielen die hun leven hebben gewijd aan het najagen van dit soort informatie en het openbaar maken daarvan, maar ik ben ze nog niet tegengekomen. Als het publiek al iets te weten komt over de inhoud van verloren containers, dan is dat meestal lukraak, bijvoorbeeld omdat de inhoud de krantenkoppen haalt. Een schip dat bijvoorbeeld in januari van Singapore naar New York voer, verloor 65 containers, wat een golf van media-aandacht en een hoop grappen over recepten voor rampen veroorzaakte. Het schip had namelijk tienduizenden exemplaren van twee vers gedrukte kookboeken aan boord: Dinner in One van Melissa Clark en Turkey and the Wolf van Mason Hereford.

    De inhoud van verloren containers wordt echter meestal pas bekend als die aanspoelt op het strand

    De inhoud van verloren containers wordt echter meestal pas bekend als die aanspoelt op het strand en daar de aandacht trekt van bewoners en strandjutters, maar ook van regionale autoriteiten en milieuorganisaties, die vaak gezamenlijk de opruimacties financieren en coördineren. De draken van Cornwall zijn bijvoorbeeld vooral beroemd geworden door Tracey Williams, een lokale strandjutter die op speciale socialemedia-accounts over deze en andere stukken Lego uit de oceaan begon te berichten. Haar berichten waren zo populair dat ze een boek over het onderwerp schreef: Adrift. The Curious Tale of the Lego Lost at Sea, een charmante, zij het wat vluchtige wandeling door de geschiedenis en de nasleep van het ongeluk met de Tokio Express. Toen afgelopen herfst 105 containers voor de kust van Brits Columbia verloren gingen, hadden plaatselijke vrijwilligers al snel een idee van de inhoud, omdat ze de stranden van de regio moesten ontdoen van babyolie, cologne, koelboxen, urinoirmatjes en opblaasbare eenhoorns.

    Wat is er nog meer op een containerschip begonnen en in zee geëindigd? Naast vele, vele andere dingen: flatscreentelevisies, vuurwerk, IKEA-meubels, Franse parfum, yogamatjes, BMW-motoren, hockeyhandschoenen, printervullingen, lithiumbatterijen, wc-brillen, kerstversiering, vaten arsenicum, flessen water, tankjes die kunnen ontploffen om airbags op te blazen, een container vol rijstwafels, duizenden blikjes tjauwmin, een half miljoen blikjes bier, sigarettenaanstekers, brandblussers, vloeibare ethanol, zakjes vijgen, zakken chiazaad, kniebeschermers, dekbedden, de complete inboedel van mensen die naar het buitenland verhuisden, vliegenmeppers met de logo’s van universitaire en professionele sportteams, siergrassen op weg naar bloemisten in Nieuw-Zeeland, My Little Pony-speelgoed, Garfield-telefoons, operatiemaskers, barkrukken, accessoires voor huisdieren en prieeltjes.

    Voor de wetenschap

    Af en toe blijkt een deel van deze verloren lading nuttig voor de wetenschap. Toen in 1990 een containerschip op weg van Korea naar de Verenigde Staten tienduizenden sportschoenen van Nike verloor, elk voorzien van een serienummer, vroeg oceanograaf Curtis Ebbesmeyer strandjutters in de hele wereld om aangespoelde exemplaren te melden. (Ebbesmeyer werkte samen met de voormalige BBC-journalist Mario Cacciottolo ook mee aan Adrift van Tracey Williams.) Nikes blijken goed tegen zout water te kunnen en blijven drijven totdat ze ergens aanspoelen. Maar omdat de twee schoenen van een paar zich anders oriënteren in de wind, kan het zijn dat het ene strand bezaaid raakt met rechter- en het andere met linkerschoenen. De gerapporteerde locatie van de schoenen gebruikte Ebbesmeyer voor zijn werk als pionier in een discipline die hij ‘flotsametrics’ [juttermetrie] heeft genoemd: de studie van oceaanstromingen op basis van de drijfpatronen van overboord geslagen voorwerpen. In de afgelopen drie decennia bestudeerde hij van alles, van het Lego-incident tot het verlies van een container in 1992 met bijna 29.000 plastic badspeeltjes die werden verkocht onder de naam Friendly Floatees, uiteenlopend van klassieke gele eendjes tot groene kikkers, waarvan één badspeeltje er zesentwintig jaar over deed om aan te spoelen.

    1000x800 P kopie

    Hoe belangrijk de studie van de oceaanstromingen ook moge zijn, zij vormt slechts een magere compensatie voor al die containers die overboord vallen. Ebbesmeyer weet dat maar al te goed, want hij is medenaamgever van de Great Pacific Garbage Patch [een gebied van circa 1,5 miljoen vierkante kilometer in de Noordelijke Stille Oceaan vol met drijvend plastic afval]. Insiders in de scheepvaartsector wijzen er graag op dat het probleem van het verlies van containers relatief klein is, waarmee zij bedoelen dat het aantal containers dat in zee belandt slechts een fractie is van het totaal aantal verscheepte containers. Dat percentage heeft misschien nut als meeteenheid voor het bedrijfsleven, maar het is irrelevant voor zeekoeien en krabben en stormvogels en koraal, om nog maar te zwijgen over onszelf. Want of we het nu leuk vinden of niet en of we het nu weten of niet, dat de inhoud van overboord geslagen containers in de oceaan belandt, is een feit.

    Geen verantwoordelijkheid

    Als die inhoud bestaat uit goederen die door IMO worden omschreven als gevaarlijk (zoals explosieven, radioactieve stoffen, giftige gassen, asbest en spullen die geneigd zijn tot zelfontbranding), is de vervoerder verplicht het incident aan de bevoegde instanties te melden. Het is een nuttige, maar beperkte verplichting, deels omdat de vervoerder, wanneer hij eenmaal melding heeft gedaan, vaak geen verdere verantwoordelijkheid heeft en deels omdat veel goederen die niet aan de IMO-definitie voldoen, wel degelijk destructief zijn voor het zee- en kustmilieu. De Tokio Express was weliswaar niet de Exxon Valdez, maar vijf miljoen stukken plastic zijn nu niet echt een welkome toevoeging aan de oceaan. Net zomin als vliegenmeppers of flessen wasmiddel of kerstversiering, om nog maar te zwijgen van hun verpakkingen – meestal van plastic of, erger nog, piepschuim, dat bij golfslag uiteenvalt in stukjes ter grootte van kiezelsteentjes die bijzonder moeilijk op te ruimen zijn en er voor bepaalde vogels en waterdieren gevaarlijk eetbaar uitzien.

    De echte catastrofe is de enorme overvloed aan goederen die we produceren en verschepen en kopen en weggooien

    De zeecontainer biedt, als object dat in wezen een eenvoudige doos is en ontworpen om dingen in op te slaan, een opmerkelijke les over de onbeheersbaarheid van het moderne leven, over de manier waarop onze keuzes zich, net als onze goederen, over de hele wereld verspreiden. Het enige wat die flatscreentelevisies en Garfield-telefoons en al die andere zeer diverse inhouden van verloren zeecontainers gemeen hebben, is dat ze gezamenlijk de omvang van onze overconsumptie duidelijk maken. De echte catastrofe is de enorme overvloed aan goederen die we produceren en verschepen en kopen en weggooien: zelfs de fractie van de goederen die verloren gaat, maakt de gevolgen al duidelijk. Zes weken nadat de Tokio Express bij Land’s End in de problemen was geraakt, liep een ander containerschip aan de grond, zestien zeemijl verderop, waardoor tientallen containers vlak voor de kust van de Isles of Scilly in zee terechtkwamen. Sindsdien komen bewoners en strandjutters tussen de schelpen, kiezelstenen en draken constant een deel van de lading tegen: een miljoen plastic zakken, op weg naar een supermarktketen in Ierland, met daarop de tekst ‘Help het milieu beschermen’.

  • Even ambitieus als de piramides van Egypte

    Even ambitieus als de piramides van Egypte

    Met een reeks megalomane projecten die dwars door de bergen en de woestijn lopen, wil prins Mohammed bin Salman de economie van zijn Saoedisch koninkrijk minder afhankelijk maken van olie.

    Toen de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman opdracht gaf het dorre land in het noordwesten van het koninkrijk in ontwikkeling te brengen, wilde hij iets wat even ambitieus was als de piramides van Egypte. Als reactie kwamen stedenbouwkundigen met plannen voor het grootste bouwwerk ter wereld: twee gebouwen van 490 meter hoog die zich over een lengte van 120 kilometer evenwijdig aan elkaar uitstrekken door kustgebied, bergen en woestijn en verbonden zijn door overdekte loopbruggen. Een vertrouwelijk document van enkele honderden bladzijden onthult voor het eerst de details van het ontwerp.

    De Mirror Line is de uitwerking van een eerder aangekondigd voornemen van prins Mohammed om een lineair woongebied te ontwikkelen. Naar verwachting zullen de kosten 1 biljoen dollar bedragen en zal het project na voltooiing woonruimte bieden aan zo’n vijf miljoen mensen.

    Bewoners zullen van voedsel worden voorzien door middel van verticale landbouw, geïntegreerd in de gebouwen

    Uit het ontwerp, dat dateert van afgelopen herfst, blijkt dat er onder de gespiegelde gebouwen een hogesnelheidstrein zal rijden. De bewoners zullen van voedsel worden voorzien door middel van verticale landbouw, geïntegreerd in de gebouwen. Voor ontspanning zal er op 300 meter hoogte een stadion verrijzen. Ook komt er een jachthaven die gelegen is onder een boog in de twee gebouwen.

    Topontmoeting

    De Mirror Line is onderdeel van Neom, een reeks prestigieuze projecten voor een grondgebied ter grootte van de Amerikaanse staat Massachusetts, waarmee prins Mohammed de economie van het koninkrijk minder afhankelijk van olie wil maken. Neom is eigendom van het Saoedische koningshuis en wil buitenlandse investeerders aantrekken en duizenden nieuwe banen creëren.

    skynews the line saudi arabia 5846101
    Videostills van het ontwerp voor The Line. – © YouTube

    Maar het aantrekken van buitenlandse investeerders verloopt tot nu toe moeizaam omdat veel westerse landen en bedrijven het koninkrijk en prins Mohammed, de feitelijke machthebber, sinds de moord op de journalist Jamal Khashoggi door Saoedische commando’s in 2018, boycotten vanwege de vele mensenrechtenschendingen in Saoedi-Arabië. Aan dat door het Westen gecreëerde isolement kwam enkele weken geleden een voorlopig einde toen de Amerikaanse president Biden een topontmoeting had met prins Mohammed, waarmee misschien de weg wordt vrijgemaakt voor meer buitenlandse investeringen in Neom.

    Belangrijk is ook dat het koninkrijk de wind in de zeilen heeft vanwege de hoge olieprijs, wat prins Mohammed in staat heeft gesteld in versneld tempo verder te gaan met ambitieuze projecten als Neom en daarmee van zijn land een van de aantrekkelijkste bestemmingen ter wereld te maken. De plannen voor het project kunnen overigens nog veranderen.

    Als Saoedi-Arabië erin slaagt de Mirror Line te realiseren, zal het bouwwerk met niets ter wereld vergelijkbaar zijn. Voor de stedenbouwkundigen die het ontwerpen is het een grote uitdaging. Zo kijken ze aan tegen de deadline 2030 en moeten ze nog vele vragen oplossen, bijvoorbeeld hoe het moet met de trekroute van miljoenen vogels die door de Mirror Line zal worden doorsneden.

    skynews the line saudi arabia 5846104
    Videostills van het ontwerp voor The Line. – © YouTube

    Volgens een eerste rapport uit januari 2021 zou de ontwikkeling van de Mirror Line in fases moeten verlopen en vijftig jaar kunnen duren. Neom-werknemers spraken in het rapport de vrees uit dat mensen na de pandemie niet meer in hoge gebouwen zouden willen wonen en dat de omvang van het bouwwerk de dynamiek van de grondwaterstroom in droge rivierbeddingen zou veranderen en de bewegingsvrijheid van vogels en andere dieren zou beperken.

    Bouwwoede

    Het ontwerp van de Mirror Line doet denken aan de bouwwoede die voor de wereldwijde financiële crisis heerste in het naburige Dubai, een stad die door prins Mohammed is geprezen vanwege zijn snelle en ambitieuze ontwikkeling. Het emiraat bouwde de hoogste toren ter wereld (829,80 meter); een palmvormig eiland met villa’s en appartementen en een archipel in de vorm van de wereldkaart.

    Maar net als in Dubai hoeven niet alle plannen in Saoedi-Arabië per se te worden gerealiseerd. Tijdens de laatste oliehausse wilde Saoedi-Arabië de hoogste wolkenkrabber ter wereld bouwen, een plan dat later in de ijskast is gezet. Neom heeft al heel wat masterplannen versleten en tal van buitenlandse werknemers zien vertrekken uit frustratie over het ontwikkelingstempo en de managementcultuur.

    Het volledige lineaire plan met een totale lengte van 168 kilometer is ‘The Line’ gedoopt

    De Mirror Line is ontworpen door het Amerikaanse bureau Morphosis Architects, opgericht door de gelauwerde architect Thom Mayne, en er werken minstens negen andere ontwerp- en ingenieursbureaus aan mee, waaronder WSP Global in Montreal en Thornton Tomasetti in New York. Zij willen het bouwwerk in fases bouwen door het aaneenkoppelen van 800 meter lange modules van maximaal 490 meter hoog, hoger dan het Empire State Building. Morphosis, WSP en Tomasetti waren niet bereikbaar voor commentaar, maar volgens Javier Quintana de Uña, leidinggevende van de in Chicago gevestigde non-profitorganisatie Tall Buildings and Urban Habitat, ‘gaan ze iets doen wat nooit eerder is vertoond’.

    skynews the line saudi arabia 5846107
    Videostills van het ontwerp voor The Line. – © YouTube

    Na voltooiing zal de Mirror Line vanaf de Golf van Akaba een bergketen doorsnijden die zich uitstrekt langs de kust. Hij zal verder lopen in oostelijke richting, in de bergen een vakantieoord huisvesten en in de woestijn uitgroeien tot een ‘luchtstad’ van woontorens.

    Het volledige lineaire plan met een totale lengte van 168 kilometer is ‘The Line’ gedoopt. Het is een idee waarvoor stedenbouwkundigen al meer dan een eeuw warm lopen. In 1882 stelde de Spaanse architect Arturo Soria y Mata al voor een langgerekte stadswijk te bouwen die de inspiratie vormde voor de wijk Ciudad Lineal in Madrid.

    ‘Ik wil mijn piramides bouwen’

    Prins Mohammed onthulde zijn idee voor een lineaire stad zonder auto’s noch enige andere vorm van vervuiling in januari 2021. In een video noemde hij het idee het toppunt van menselijk vernuft, vergelijkbaar met de uitvinding van penicilline en de maanlanding, en een manier om geen levens meer verloren te laten gaan door vervuiling en verkeersongelukken. ‘Het project The Line is een revolutionaire ontwikkeling in de beschaving die mensen op de eerste plaats zet,’ zei hij in de video.

    Nog maar een jaar eerder kreeg Neom kritiek van mensenrechtenorganisaties omdat het veiligheidstroepen inzette om stammen met geweld van hun land te verdrijven, waarbij een dode viel. In de video zei Prins Mohammed dat The Line een miljoen bewoners in staat moet stellen elkaar dagelijks te ontmoeten binnen een loopafstand van maximaal vijf minuten en om in twintig minuten van het ene uiteinde naar het andere te reizen. Het project zou groene energie gebruiken en de natuur in het ongerepte noordwesten beschermen. Details daarover zouden nog volgen. 

    Bewoners zullen een vast bedrag betalen voor ontbijt, lunch en diner

    Aanvankelijk voorzagen stedenbouwkundigen ook de bouw van woonwijken her en der langs The Line. Maar tijdens een privéontmoeting zei de prins tegen mensen die aan The Line werkten dat ze groot moesten denken. ‘Ik wil mijn piramides bouwen,’ zou hij vorig jaar volgens The Wall Street Journal tegen hen hebben gezegd.

    Stedenbouwkundigen zinnen al op manieren om het aantal bewoners van The Line te verhogen naar zes miljoen, waaronder vijf miljoen in de gebouwen van de Mirror Line. Voor de voedselvoorziening zal groente ‘autonoom worden geoogst en naar gemeenschappelijke kantines en keukens’ worden vervoerd. Bewoners zullen een vast bedrag betalen voor ontbijt, lunch en diner.

    Een van de grootste uitdagingen voor een constructie van twee hoge gebouwen die evenwijdig aan elkaar lopen is de schaduw die daarmee wordt gecreëerd. Gebrek aan zonlicht zou schadelijk voor de gezondheid kunnen zijn, staat in de plannen. Ook krijgt het project te maken met een uitdaging waarmee bouwers nooit eerder hebben gekampt: de kromming van de aarde. Omdat die kromming een kleine 8 centimeter per kilometer bedraagt, aldus de plannen, stellen de ontwerpers voor een uitsparing aan te brengen in de top van de 800 meter lange modules om ze te laten ‘meebuigen’ met de wereld.

  • Thomas Piketty: ‘De sociale kwestie moet weer de kern vormen van het politieke debat’

    Thomas Piketty: ‘De sociale kwestie moet weer de kern vormen van het politieke debat’

    Naar aanleiding van de Franse verkiezingen afgelopen juni schreef de Franse stereconoom over de huidige situatie in zijn land, waar volgens hem te weinig aandacht is voor de sociale kwestie. Onder andere omdat de identiteitskwestie de overhand kreeg.

    Is het mogelijk, zowel in Frankrijk als op Europese en internationale schaal, de uit drie lagen bestaande democratie achter ons te laten en opnieuw een kloof tussen links en rechts te creëren waarbij herverdeling en sociale ongelijkheid centraal staan? Dat was de inzet van de jongste Franse parlementsverkiezingen.

    Laten we om te beginnen de contouren van de drielagendemocratie nog eens onder de loep nemen die zich tijdens de eerste ronde van de Franse presidentsverkiezingen hebben afgetekend. Tellen we de uitslagen van de verschillende linkse en groene partijen bij elkaar op, dan komt dit sociaal-ecologische blok uit op 32 procent van de stemmen. Kijken we naar de stemmen die zijn uitgebracht op Macron en Pécresse, dan zien we dat het liberale of centrumrechtse blok ook 32 procent van de stemmen heeft behaald. De drie kandidaten van het nationalistische of extreemrechtse blok (Le Pen, Zemmour, Dupont-Aignan) haalden precies dezelfde score van 32 procent. Als we de 3 procent die plattelandskandidaat Lasalle behaalde gelijkelijk over de drie blokken verdelen, komen we uit op drie vrijwel gelijke lagen.

    Deze driedeling is deels verklaarbaar vanwege de specifieke kenmerken van het Franse kiesstelsel en de politieke geschiedenis van het land, maar er liggen ook algemenere redenen aan ten grondslag. Laten we vooropstellen dat de drielagendemocratie geenszins het einde betekent voor de politieke kloof die is gebaseerd op uiteenlopende sociale klassen en economische belangen, integendeel zelfs. Het liberale blok behaalt veruit de beste resultaten bij de sociaal meest bevoorrechte kiezers, welk criterium ook wordt gehanteerd (inkomen, erfenis, opleiding), met name bij de oudsten onder hen. Als dit ‘bourgeoisblok’ een derde van de stemmen weet te vergaren, is dat ook voor een groot deel het gevolg van het feit dat de oudste en welvarendste Fransen de afgelopen decennia in groteren getale naar de stembus gaan dan de rest van de bevolking, iets wat eerder niet zo was.

    De facto heeft dit blok de synthese bewerkstelligd van de economische elite met oud of nieuw geld die van oudsher centrumrechts stemt en de gediplomeerde elite die sinds 1990 vrijwel overal de scepter heeft gezwaaid over centrumlinks. Als dit blok evenredig over alle sociaaldemografische groeperingen was verdeeld, zou het toch maar nauwelijks een kwart van de stemmen binnenhalen en nooit in zijn eentje kunnen regeren. Het linkse blok daarentegen zou ruimschoots aan kop gaan omdat dat het beste scoort bij het gewone volk, en vooral bij de jongsten onder hen. Ook het nationalistische blok zou vooruitgang boeken maar in mindere mate, omdat het gewone volk dat daarop stemt evenwichtiger over de leeftijdsgroepen zijn verdeeld.

    Links en het triomferende liberalisme

    In zekere zin zou je kunnen zeggen dat deze driedeling de drie grote ideologische families weerspiegelt die het Franse politieke leven al meer dan twee eeuwen bepalen: het liberalisme, het nationalisme en het socialisme. Sinds de industriële revolutie steunt het liberalisme op de markt en de sociale verschuivingen die de economie teweegbrengt en trekt het voornamelijk mensen aan die baat hebben bij het systeem. Het nationalisme is een antwoord op de sociale crisis die het gevolg is van de ontpersoonlijking van het land en de etno-nationale solidariteit, terwijl het socialisme niet zonder moeite universele emancipatie probeert te bevorderen door middel van onderwijs, kennis en het delen van de macht.

    Het nieuwe aan de huidige situatie is dat de sociale kwestie niet zo heftig meer speelt

    In meer algemene zin hebben we altijd al geweten dat het politieke conflict structureel instabiel en multidimensioneel is (de identitaire en religieuze kloof, de kloof tussen stad en platteland, de sociaaleconomische kloof et cetera) en niet kan worden teruggebracht tot een eendimensioneel links-rechtsconflict dat zich in de loop van de tijd opnieuw zal voordoen. Toch voerde in talrijke configuraties die we in het verleden hebben kunnen waarnemen, of in elk geval in die welke ons zijn bijgebleven, de sociale kwestie de boventoon en was die de belangrijkste spil in het sociale conflict door het tegenover elkaar zetten van een sociaal-internationalistisch links en een liberaal-conservatief rechts.

    Het nieuwe aan de huidige situatie is dat de sociale kwestie niet zo heftig meer speelt, deels omdat links toen het aan de macht kwam zijn hervormingsambities heeft gematigd en vaak het liberalisme heeft omarmd dat na de val van het communisme in zwang raakte, met als gevolg dat de identiteitskwestie de overhand heeft.

    Een riskante gok

    Wat kenmerkend is voor de drielagendemocratie is allereerst dat de werkende klasse sterk verdeeld is over migratie en de postkoloniale kwestie: stedelijke jongeren hebben minder moeite met integratie en stemmen over het algemeen links. Het minder jonge electoraat op het platteland daarentegen voelt zich in de steek gelaten en wendt zich tot het nationalistische blok. Het bourgeoisblok hoopt zich voor altijd te kunnen handhaven dankzij deze tweedeling, maar dat is een riskante gok, want de retoriek waarvan het nationalistische blok zich bedient, vaak aangemoedigd door het bourgeoisblok, is allesbehalve constructief en verergert het conflict alleen maar. In tegenstelling tot wat de andere blokken beweren is het linkse blok allerminst blind voor de veiligheidskwestie, maar wil het juist belastinggeld bestemmen voor de versterking van politie en justitie.

    De beschuldiging dat er bij links sprake zou zijn van communautarisme is volstrekt ongerijmd

    De beschuldiging dat er bij links sprake zou zijn van communautarisme, dat niet markt of staat centraal stelt maar de samenleving, is volstrekt ongerijmd. Dat jongeren met een migratieachtergrond massaal op het linkse blok stemmen is omdat dat hen als enige tegen het heersende racisme beschermt en het discriminatievraagstuk serieus neemt. Het wordt hoog tijd dat de sociale kwestie weer de kern vormt van het politieke debat in Frankrijk, niet omdat het volksblok per definitie gelijk heeft en het bourgeoisblok ongelijk (de noodzakelijke mate van herverdeling is nooit eenvoudig te bepalen), maar omdat sociale klassenconflicten meer stof tot nadenken bieden en de democratie in staat stellen te functioneren. Laten we hopen dat deze verkiezingen daarbij zullen helpen.

  • Waarom het ene land rijk is en het andere arm

    Waarom het ene land rijk is en het andere arm

    Oded Galor deed onderzoek naar de economische geschiedenis van de mensheid sinds het verschijnen van de homo sapiens in Afrika, ongeveer 300.000 jaar geleden. Volgens de Israëlisch-Amerikaanse econoom hebben samenlevingen die diversiteit accepteren meer succes.

    Al lange tijd houden vooraanstaande denkers zich keer op keer bezig met twee fundamentele vragen. De eerste luidt: welke oorzaken leidden tot de industriële revolutie waarmee de mensheid zich wist te bevrijden uit een onvermijdelijk lijkende armoedeval? En de tweede: waarom profiteren niet alle landen in gelijke mate van de vruchten van materiële welvaart, die onder andere tot uiting komen in een hogere levensverwachting, een betere gezondheid en al met al een aangenamer leven? Juist in een tijd waarin veel economen zich steeds vaker lijken te wijden aan steeds specifiekere onderzoeken, verdient de poging deze belangrijke vragen van de mensheid te willen oplossen grote waardering.

    Oded Galor houdt zich er al decennialang mee bezig. Met zijn ‘uniforme groeitheorie’ draagt de uit Israël afkomstige, en sinds vele jaren aan de Amerikaanse Brown University docerende econoom de overtuiging uit dat een betrouwbare en volledige kennis van de mondiale economische ontwikkelingsfactoren slechts mogelijk is wanneer we de primaire drijvende krachten achter het gehele ontwikkelingsproces in beschouwing nemen, en niet alleen die van bepaalde perioden. De uniforme groeitheorie omvat ‘de reis van de mensheid sinds het verschijnen van de homo sapiens in Afrika, ongeveer 300.000 jaar geleden, door het hele verloop van de geschiedenis heen’.

    Nadat Galor gedurende vele jaren in deels zeer ambitieus opgezette wetenschappelijke artikelen zijn thesen heeft ontwikkeld, zoekt hij nu met een toegankelijk geschreven werk (De reis van de mensheid) een breder publiek.

    Voorwaarde voor economische bloei

    Je zou tegen Galors pretentie in kunnen brengen dat het niet ontbreekt aan plausibele verklaringen voor de ontwikkeling van welvaart en ongelijkheid. Een bekende stelling, gepopulariseerd door de Nobelprijswinnaar Douglas North, ziet in het bestaan van instituties die eigendomsrechten garanderen, een juridisch kader scheppen voor een profijtelijk samenleven en de concentratie van economische macht verhinderen een allesbeheersende voorwaarde voor een positieve economische ontwikkeling.

    Enkele jaren geleden hebben Daron Acemoglu en James Robinson in hun bestseller Waarom naties mislukken het begin van de industriële revolutie in Engeland verklaard uit gunstige institutionele veranderingen na de Glorious revolution van het jaar 1688. Men kan in het zoeken naar sporen van institutionele veranderingen nog verder teruggaan. Economiehistoricus Werner Plumpe uit Frankfurt onderkent in zijn boek over het kapitalisme (Das kalte Herz) in de vroegmiddeleeuwse herendienstwetgeving van de Karolingers een ontwikkeling die samen met andere invloeden, veel later in het noordwesten van Europa de voorwaarden schiep voor een economische opbloei.

    Een tweede interpretatie richt zich op de geografische omstandigheden van het economisch handelen. In zijn boek Arm en rijk verklaart de evolutiebioloog Jared Diamond de vroege bloei van de Mesopotamische cultuur met gunstige klimatologische omstandigheden voor de akkerbouw. De opkomst van Europa is volgens hem te danken aan een gefragmenteerde geografie, die de vorming van duurzame grote rijken verhinderde.

    De landbouw in het jaar 1000 bracht nauwelijks meer op dan de landbouw rond het begin van de jaartelling

    Galor wijst de op instituties en geografie gebaseerde verklaringen zeker niet af. Hij beschouwt ze als nuttig om afzonderlijke ontwikkelingen te verhelderen, maar volgens hem bezitten ze geen omvattende verklarende kracht. Zo verklaren, vanuit Galors gezichtspunt, de institutionele veranderingen wel waarom de industriële revolutie juist in Engeland uitbrak, maar niet waarom die industriële revolutie zich überhaupt voordeed.

    Galors verklaring is gebaseerd op een allesbeheersende rol van de technische vooruitgang en de bereidheid van de mensen om daarop in te haken, vooral door scholing. Toen ongeveer 60.000 jaar geleden mensen Oost-Afrika begonnen te verlaten en zich over de wereld verspreidden, bleef hun aantal lange tijd gering. Twaalfduizend jaar geleden bevolkten naar schatting slechts 2,5 miljoen mensen de aarde. Deskundigen duiden deze periode die tot de industriële revolutie duurde aan als de ‘malthusiaanse plafond’, ter herinnering aan de Britse econoom Thomas Malthus. De meeste mensen worstelden om te overleven; planning van het leven op langere termijn was helemaal niet mogelijk. Elke verbetering van de economische situatie verhoogde het aantal kinderen dat hun eerste levensjaren overleefde. Volgens Malthus’ beroemde formule groeide de bevolking in een meetkundige reeks (1,2,4,8….), maar het aanbod van voedingsmiddelen slechts met een rekenkundige reeks (1,2,3,4…). Een toename van de bevolking moest daarom wel tot een zware crisis leiden omdat er niet genoeg te eten was voor het snel groeiende aantal hongerige monden. Lange tijd maakte de mensheid niet echt vorderingen: de landbouw in het jaar 1000 bracht nauwelijks meer op dan de landbouw rond het begin van de jaartelling. De meeste mensen leefden gevaarlijk dicht bij het minimale bestaansniveau.

    Storm onder de oppervlakte

    Toch zou het fout zijn om de tijd tot aan het uitbreken van de industriële revolutie te beschouwen als een volledige stilstand in economisch opzicht, net zo min als men zich de industriële revolutie moet voorstellen als een plotselinge explosie van economische dynamiek. Galor spreekt van een ‘storm onder de oppervlakte’. Voor de industriële revolutie verliep de technische vooruitgang slechts langzaam, maar ze was er wel. Ze toonde zich niet in een toename van materiële rijkdom voor veel mensen – de meesten bleven straatarm – maar de vooruitgang was zichtbaar in het vermogen een groeiende bevolking te voeden. Aan het begin van onze jaartelling leefden er naar schatting ongeveer 200 miljoen mensen op aarde, rond het jaar 1600 zouden het er toch al 600 miljoen kunnen zijn geweest.

    Toen begon zich langzaam een dynamiek te ontwikkelen, want het aanbod en de vraag naar technologie hangen af van de bevolkingsgrootte. Hoe meer mensen er zijn, hoe meer hoofden iets nieuws kunnen bedenken. Met de groei van de bevolking nemen ook de mogelijkheden toe van een arbeidsdeling die de productiviteit verhoogt. Tegelijkertijd ontstaat door een groeiende bevolking ook de economische prikkel om innovatieve producten te ontwikkelen omdat het aantal potentiële kopers toeneemt. Een op gang komende technische vooruitgang zorgt voor steeds meer prikkels om verdere innovaties te ontwikkelen.

    Zo kwam het tot de industriële revolutie, die er veel begrijpelijker uitziet als ze niet als een plotselinge eruptie wordt opgevat, maar als een langdurig proces. Er is in deze fase op geen enkel tijdstip sprake geweest van een ‘schok’, schrijft Galor. ‘Weliswaar voltrok zich de overgang, in verhouding tot de hele geschiedenis van de mens, heel snel, maar de toename van de productiviteit in deze periode voltrok zich in kleine stapjes. In het begin van de industriële revolutie groeide de bevolking vanwege de toenemende technologische veranderingen wel sprongsgewijs, maar het gemiddelde inkomen groeide slechts in zeer bescheiden mate, precies zoals de malthusiaanse theorie voorspelde.’

    De vooruitgang van de mensheid berust in wezen op het samenwerken van technologie en scholing

    Het slechten van de malthusiaanse plafond lukte pas ongeveer een eeuw later, toen de bevolkingsaanwas in de opkomende industrielanden terugliep, en daardoor het inkomen per capita konden stijgen. Volgens de opvatting van Galor was het de omgang met de technologie die deze verandering tot stand bracht. Want de mensen begonnen te begrijpen dat een succesvolle omgang met de technische vooruitgang een duidelijk betere scholing vereiste. In plaats van hun materiële hulpbronnen te verbruiken in kinderrijke gezinnen gaven veel mensen de voorkeur aan kleinere gezinnen die het mogelijk maakten de middelen te investeren in de opleiding van de kinderen. Samen met de materiële vooruitgang verbeterden de levensomstandigheden en de levensverwachting. Steeds meer mensen beschikten over spaargeld; pas nu werd een vooruitziende planning van het leven mogelijk. De vooruitgang van de mensheid berust in wezen op het samenwerken van technologie en scholing. Technische vooruitgang staat niet alleen bevolkingsgroei toe, ze heeft ook invloed op de samenstelling van de bevolking.

    Maar industrialisering kan ook een valkuil zijn. Galor haalt als voorbeeld Noord-Frankrijk aan, dat bij het begin van de industrialisering, toen het bijvoorbeeld veel textielindustrie bezat, tot de rijkste delen van het land behoorde. Die fabrieken vroegen veel eenvoudige arbeid, maar dwongen niet tot een steeds betere scholing om gelijke tred te kunnen houden met de steeds modernere technologieën. Tegenwoordig zijn die regio’s rijk waar de toepassing van technische vooruitgang het betalen van hogere arbeidslonen toestaat. 

    Galor is duidelijk geen aanhanger van historisch determinisme: niets is voorbestemd. Geen samenleving heeft altijd materiële rijkdom gekend; omgekeerd is ook geen samenleving gedoemd om voor altijd tegen de mathusiaanse plafond te blijven aanlopen.

    Diversiteit

    Waarom zijn sommige landen dan al lange tijd rijk terwijl andere zich nooit wisten te bevrijden uit de ijzeren greep van de armoede? Voor Galor luidt het antwoord: het komt in een samenleving aan op een optimale mate van diversiteit, verbonden met het vermogen om vaak duizenden jaren oude tradities te overwinnen. Hij geeft een interessant voorbeeld. Voordat mensen enkele duizenden jaren geleden de ploeg uitvonden, deelden mannen en vrouwen het werk op het land. Omdat het voor gebruik van de ploeg lichaamskracht nodig was, waardoor mannen voor deze bezigheid in het voordeel waren, bevorderde de uitvinding van de ploeg in de visie van Galor een arbeidsdeling waarbij de man zich meer concentreerde op het werk op het veld, en de vrouw op het werk in het huis. Vanwege de verschillende bodemgesteldheden speelde de ploeg in de Europese geschiedenis in het zuiden een belangrijkere rol vroeger dan in het noorden. De observatie dat de beroepsmatige emancipatie van de vrouw in moderne samenlevingen in het noorden van Europa vandaag sterker ontwikkeld is dan in het zuiden verklaart Galor dan ook met de verschillen in het gebruik van de ploeg in de landbouw van vele jaren geleden.

    Diversiteit heeft in de visie van de econoom aanzienlijke voordelen, maar die hebben hun prijs. Diversiteit in samenlevingen, in combinatie met opleiding(sniveau) verhoogt de kans op technische vooruitgang. De Verenigde Staten, waar studenten uit vele landen ook aan de beste universiteiten kunnen studeren, zijn een schoolvoorbeeld voor deze stelling. Maar diversiteit kan eveneens gepaard gaan met aanzienlijke kosten in de vorm van sociale spanningen, zoals ook juist in de Verenigde Staten is waar te nemen. De samenlevingen in andere landen laten diversiteit slechts met tegenzin toe; vaak zijn ze economisch dan ook niet succesvol.

    ‘Waar de sociale samenhang zwak en corruptie wijd verbreid is, lopen omvattende hervormingen vaak in het honderd’

    Een succesvol recept voor het oplossen van deze problemen ligt volgens Galor niet algemene beleidsaanbevelingen, zoals ze in het verleden niet zelden door internationale organisaties werden uitgesproken. ‘Privatisering van de industrie, liberalisering van de handel en het vastleggen van eigendomsrechten kunnen groeibevorderende maatregelen zijn voor landen waarin al sociale en culturele voorwaarden voor economische groei bestaan, maar daar waar deze voorwaarden ontbreken, waar de sociale samenhang zwak en corruptie wijd verbreid is, lopen zulke omvattende hervormingen vaak in het honderd’, schrijft de econoom.

    ‘Geen hervorming, al is die nog zo efficiënt, zal een verarmd land in een handomdraai veranderen in een vooruitstrevende economie, want het grootste deel van de kloof tussen ontwikkelingslanden en industrielanden komt voort uit al millennia bestaande processen. Institutionele, culturele, geografische en sociale kenmerken uit een ver verleden hebben de beschavingen voortgestuwd op hun verschillende historische wegen en hebben de verschillen in welvaart tussen de naties verdiept.’ Een goede politieke strategie om de armoede te overwinnen is niet eenvoudig, maar ze is naar het inzicht van Galor wel mogelijk. De boodschap van zijn boek is optimistisch.

    Oded Galor, De reis van de mensheid. Waar welvaart en ongelijkheid vandaan komen, in vertaling van Pon Ruiter en Linda Broeder, is in maart 2022 verschenen bij De Bezige Bij.

  • Sri Lankaanse economie staat ‘compleet op instorten’

    Sri Lankaanse economie staat ‘compleet op instorten’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Bulgaarse regering moet na zes maanden al aftreden

    » Zorgverleners Maradona beschuldigd van doodslag

    Land hoopt op hulp IMF

    De minister-president van Sri Lanka zegt dat de economie in zijn land ‘compleet op instorten’ staat. Volgens The Wall Street Journal wil regeringsleider Ranil Wickremesinghe zijn medeburgers voorbereiden op onvermijdelijke bezuinigingsmaatregelen, die nodig zijn om hulp van het Internationaal Monetaire Fonds (IMF) te krijgen.

    Sri Lanka heeft te kampen met een inflatie van meer dan 50 procent en er zijn grote tekorten aan energie, voedsel en medicijnen. Ook zijn er scholen gesloten om gas te besparen.

    ‘Als we goedkeuring van het IMF krijgen, zal de wereld ons weer vertrouwen’

    Afgevaardigden van het IMF arriveerden maandag in Sri Lanka, zo meldt de Amerikaanse krant, om eventuele steun te bespreken. ‘Als we goedkeuring van het IMF krijgen, zal de wereld ons weer vertrouwen,’ zei de premier.

    Voor het eerst in zijn geschiedenis werd het land geconfronteerd met een faillissement. Het risico dat de economische crisis over zal slaan naar naburige landen, blijft volgens de krant beperkt.

    Lees ook:

  • Waarom big tech zo geheimzinnig doet over zijn inkomstenbronnen

    Waarom big tech zo geheimzinnig doet over zijn inkomstenbronnen

    Uit een diepgravend onderzoek van The Economist blijkt dat de almachtige techreuzen kwetsbaarder zijn dan je zou vermoeden. De winstgevende onderdelen zijn weliswaar uiterst lucratief, maar verzwegen informatie wijst ook op zwakheden.

    De Amerikaanse techgiganten verdienen onchristelijk veel geld. In 2021 bedroeg de gezamenlijke jaaromzet van Alphabet, Amazon, Apple, Meta en Microsoft 1,4 biljoen dollar. Dat geld komt uit een breed en continu groeiend scala aan inkomstenbronnen, van telefoons en geneesmiddelen tot videostreaming en virtuele assistenten. Analisten verwachten dat de gecombineerde omzet van de grote vijf in het eerste kwartaal van 2022 boven de 340 miljard dollar zal komen, zo’n 7 procent meer dan in dezelfde periode vorig jaar.

    Het driemaandelijkse ritueel van opzienbarende kwartaalcijfers begon dit jaar op 26 april, toen de eerste van de grote vijf zijn cijfers bekendmaakte: Alphabet kon bogen op een omzet van 68 miljard dollar, een stijging van 23 procent ten opzichte van vorig jaar, al was door een dalende groei van de advertenties de nettowinst gedaald tot 16,4 miljard. Diezelfde dag rapporteerde Microsoft een omzet van 49,4 miljard, 18 procent meer dan vorig jaar, en een nettowinst van 16,7 miljard. Een dag later rapporteerde Meta een omzet van 27,9 miljard met een nettowinst van 7,5 miljard dollar. Amazon en Apple moesten op het moment van schrijven nog met hun cijfers komen.

    Ze zijn een stuk zwijgzamer over hoeveel ze nu eigenlijk verdienen met hun verschillende producten en diensten

    Het is begrijpelijk dat de grote techbedrijven zich graag op deze indrukwekkende cijfers en hun gevarieerde productaanbod beroemen. Maar ze zijn een stuk zwijgzamer over hoeveel ze nu eigenlijk verdienen met hun verschillende producten en diensten. In de jaarcijfers en andere openbare stukken worden de inkomstenstromen meestal zo veel mogelijk op één hoop gegooid en zo vaag mogelijk omschreven. Vorig jaar waren de verkoopcijfers van de grote vijf bijvoorbeeld verdeeld over 32 bedrijfssegmenten. Vergelijk dat eens met de in totaal 56 segmenten van de vijf best presterende Amerikaanse bedrijven in andere sectoren. 

    Apple verdeelt zijn omzet in vijf segmenten, Meta maar in drie (zie grafiek 1). De categorie ‘Google Other’ was bij Alphabet vorig jaar goed voor 28 miljard dollar aan inkomsten. Daaronder vallen Googles appstore, de verkoop van smartphones en andere apparaten, en abonnementen van dochteronderneming YouTube. De advertentie-inkomsten van YouTube, die Alphabet pas in 2020 voor het eerst bekendmaakte, bedroegen vorig jaar 29 miljard dollar. Dat betekent dat Google Other en de advertentieafdeling van YouTube allebei meer opbrachten dan vier vijfde van de bedrijven in de S&P 500-index van de grootste Amerikaanse bedrijven.

    Niet te veel openheid

    Het is logisch dat je daar als bedrijf niet te veel openheid over wilt geven. Zolang concurrenten in het duister tasten, kunnen ze je goedlopende businessunits niet kopiëren en niet aan je marges gaan knibbelen. Andy Jassy, de algemeen directeur van Amazon, klaagt over het vooruitzicht dat hij zijn bedrijfscijfers nader zou moeten specificeren, omdat die cijfers ‘concurrentiegevoelige informatie’ bevatten.

    Helaas voor de techbaronnen wordt het ze steeds moeilijker gemaakt om die informatie te versluieren. Toezichthouders, politici en investeerders zien daar steeds meer een probleem in en roepen de grote platforms op tot meer transparantie over alles, van de werking van hun betaalsystemen tot de CO2-uitstoot waarvoor ze verantwoordelijk zijn. En er is ook steeds meer informatie beschikbaar uit andere bronnen, zoals rapporten van vermogensbeheerders, analyses van hedgefondsen en vooral uit mededingingsrechtszaken die overal ter wereld door concurrenten en toezichthouders worden aangespannen. Daaruit komen steeds meer details naar voren over hoe het er in de big tech intern aan toegaat.

    Daaruit rijst het beeld op dat de techreuzen kwetsbaarder zijn dan hun schijnbare almacht doet vermoeden

    Om daar inzicht in te krijgen heeft The Economist rechtbankdocumenten, interne e-mails, rapporten van analisten en uitgelekte dossiers uitgeplozen over Alphabet, Amazon, Apple en Meta (Microsoft heeft onderzoek naar monopolievorming ditmaal kunnen voorkomen, waardoor er over de inkomsten van dat bedrijf minder geheime cijfers naar buiten zijn gekomen). Daaruit rijst het beeld op dat de techreuzen kwetsbaarder zijn dan hun schijnbare almacht doet vermoeden. De winstgevende onderdelen van hun bedrijf zijn wel zo lucratief dat ze diepe zakken hebben, maar de verzwegen informatie wijst toch ook op enkele zwakheden. Drie daarvan springen eruit: grote winstconcentratie, afnemende klantentrouw en de enorme tegenvallers die ze riskeren op te lopen in de verschillende mededingingsrechtszaken.

    Winstmakers

    Allereerst de winstmakers. De grootste zijn meestal heel helder. De iPhone blijft de grote melkkoe van Apple, Amazon harkt het meeste geld binnen met clouddiensten, en Alphabet en Meta zouden nergens zijn zonder advertentie-opbrengsten. Maar de bedrijven zijn niet scheutig met gegevens over andere, kleinere maar snelgroeiende bedrijfsonderdelen.

    De grootste stille winstmakers voor Alphabet en Apple zijn misschien wel hun appstores. Voor alle aankopen binnen apps strijken ze een commissie op, meestal van wel 30 procent (al zijn ze als tegemoetkoming aan de toezichthouders wel bezig om die percentages te verlagen voor kleine softwareontwikkelaars en apps die afhankelijk zijn van abonnees). De resulterende inkomstenstroom is nog niet opzienbarend. Volgens een door diverse Amerikaanse staten aangespannen rechtszaak bedroeg de appstore-omzet voor Google in 2019 zo’n 11 miljard dollar, en analisten schatten dat die van Apple vorig jaar op zo’n 25 miljard dollar uitkwam. Maar doordat de onderhoudskosten van die appstore miniem zijn, is de winstmarge enorm. Uit de stukken van een rechtszaak die gamefabrikant Epic Games tegen de appstores heeft aangespannen, blijkt dat de winstmarge voor Apple wel 78 procent bedraagt, en voor Google 62 procent. Ter vergelijking: de operationele marge van heel Apple is 35 procent en van Alphabet (dat nog steeds vooral op advertentie-inkomsten leunt) 31 procent.

    Bij Apple werken vijf- tot zeshonderdduizend ontwikkelaars aan 1,8 miljoen apps

    De appstores zijn dus booming. Volgens de Competition and Markets Authority (CMA), de Britse mededingingsautoriteit, is de opbrengst van opdrachten die tussen 2017 en 2020 voor Google en Apple zijn uitgevoerd grofweg verdubbeld. In 2020 werkten acht- tot negenhonderdduizend ontwikkelaars aan tweeënhalf tot drie miljoen apps voor de Google appstore. Dat was iets meer dan bij Apple, waar vijf- tot zeshonderdduizend ontwikkelaars aan 1,8 miljoen apps werkten. Afgaande op de rechtszaak van Epic en het onderzoek van de CMA wijst niets erop dat deze groei afneemt of dat de marges slinken. Voor de Google appstore is de brutomarge de laatste jaren een paar procentpunt gestegen.

    In de jaarcijfers van Apple valt de opbrengst van de appstore onder de categorie ‘diensten’, die vorig jaar 68 miljard dollar opleverde, oftewel 19 procent van de totale bedrijfsomzet. Maar de appstore is nog niet Apples meest winstgevende dienst. Exacte cijfers zijn niet voorhanden, maar de CMA schat dat de brutomarge op Apples zoekadvertenties nog groter is. Dat is volgens de toezichthouder het gevolg van een deal die het met Google heeft gesloten om Google als standaardzoekoptie in te stellen op de meeste Apple-apparaten. In ruil daarvoor krijgt Apple van Google tussen de 8 en 12 miljard dollar per jaar (2 tot 3 procent van zijn totale omzet). En het kost Apple praktisch niets, dus dit is bijna zuivere winst.

    Diepe zakken

    Amazon en Meta zijn (iets) minder geheimzinnig over de herkomst van hun inkomsten en winsten. Meta mag zich nu anders in de markt willen zetten en het accent willen verleggen naar de virtual reality van het ‘metaverse’, maar het steekt niet onder stoelen of banken dat het nog steeds 97 procent van zijn omzet haalt uit onlinereclameopbrengsten. Amazon doet ook niet moeilijk over de omzet van zijn omstreden Marketplace, waar derden producten kunnen aanbieden en dan op elke verkoop, waarmee ze direct concurreren met Amazons eigen aanbod, een commissie afdragen van 19 procent (was 11 procent in 2017). In 2021 droeg Marketplace 103 miljard dollar bij aan Amazons omzet, wat een verzesvoudiging is ten opzichte van 2015 en 22 procent van de bedrijfsomzet.

    Maar het vergde spitwerk van analisten om te komen tot de schatting dat Instagram vorig jaar goed was voor 42 miljard omzet, bijna twee vijfde van Meta’s totaal en een flinke stijging ten opzichte van 2019, toen Instagrams aandeel nog 20 miljard bedroeg. Met andere woorden, de rol van het fotoplatform in het succes van dit socialemedia-imperium is spectaculair gegroeid. En uit een door het District of Columbia aangespannen rechtszaak tegen Amazon blijkt dat de winstmarge van Marketplace 20 procent bedraagt, vier keer zo hoog als die voor Amazons eigen verkoopactiviteiten. (Uit de rechtbankstukken blijkt niet of het hier gaat om bruto-, netto- of operationele marges.)

    Zulke big spenders worden intern ‘whales’ genoemd, net als in casino’s

    Dankzij die inkomstenbronnen hebben de bedrijven dus diepe zakken. Maar kijk je nog eens goed, dan blijkt de basis toch verrassend smal. In de appstore van Apple komt 70 procent van alle inkomsten bijvoorbeeld uit games, zo blijkt uit stukken in de door Epic aangespannen rechtszaak. Het leeuwendeel daarvan is afkomstig van aankopen die gamers binnen een app doen, bijvoorbeeld voor gekke attributen voor hun avatar of om virtueel geld te kopen. In 2017 was 88 procent van de gameomzet van de appstore afkomstig van 6 procent van de gameconsumenten. Die grootverbruikers geven gemiddeld ieder meer dan 750 dollar per jaar uit aan hun apps.

    Uit de Epic-rechtszaak blijkt ook dat 1 procent van Apples gamers goed was voor 64 procent van de omzet in de appstore, en dat die gamers er jaarlijks 2694 dollar aan uitgaven. Zulke big spenders worden intern ‘whales’ (walvissen) genoemd, net als in casino’s. Uit onderzoek van de CMA kwam bij de Google appstore hetzelfde patroon naar voren: in 2020 was ongeveer 90 procent van de Britse omzet afkomstig van nog geen 5 procent van de apps. En weer kwam het leeuwendeel van de omzet hier van aankopen binnen de app.

    Ook in de onlineadvertentiesector zie je een grote concentratie van het uitgavenpatroon. De CMA boog zich over cijfers over Britse adverteerders die in 2019 samen 7 miljard pond uitgaven aan Google Ads, een advertentiekanaal dat vooral bedoeld is voor kleine bedrijven. De bovenste 5 à 10 procent van de adverteerders (gerangschikt naar besteding) was goed voor meer dan 85 procent van de omzet van Google Ads. De grootste klanten zaten in de detailhandel, de financiële sector en de reissector. Bij Facebook bleek die concentratie nog groter. Daar was de bovenste 5 à 10 procent van de adverteerders goed voor meer dan 90 procent van de omzet (zie grafiek 2). In de segmenten detailhandel, entertainmentsector en consumentengoederen werd er het meest aan uitgegeven.

    Van concentratie is ook sprake als het gaat om het aantal vertoningen of ‘impressies’, het vakjargon voor elke keer dat een advertentie op iemands scherm verschijnt. Dat bleek uit intern onderzoek van Google, dat naar buiten kwam in een rechtszaak die tegen het bedrijf werd aangespannen door weer een andere groep Amerikaanse staten. Uit dat onderzoek bleek dat in de VS 20 procent van alle vertoningen van advertenties goed was voor 80 procent van de advertentieopbrengst voor onlineadverteerders. De waardevolste vertoningen zijn gericht op gebruikers bij wie er een grote kans bestaat dat ze een aankoop zullen doen. Bij Google werd dit verschijnsel intern ‘cookieconcentratie’ genoemd.

    Afhankelijkheid

    Naast die grote afhankelijkheid van een paar grote winstmakers is er nog een andere zwakte in het bedrijfsmodel die zelden wordt benoemd: klantenverloop. Men gaat er vaak van uit dat de klanten van de techgiganten verknocht, ja zelfs verslaafd zijn aan hun diensten en producten. De bedrijven zullen dat niet openlijk ontkennen, want het bevestigt het beeld dat ze de markt in hun greep hebben – een beeld dat investeerders graag zien. Maar in werkelijkheid kan die greep weleens een stuk zwakker zijn.

    Uit de Epic-rechtszaak blijkt dat pakweg 20 procent van de iPhone-gebruikers die in 2019 en 2020 een nieuwe telefoon kochten op een ander merk is overgestapt. Uit gelekte documenten van Meta blijkt dat steeds minder tieners zich bij Facebook aanmelden en dat ze er minder tijd op doorbrengen. Zelfs het bij de jeugd populairdere Instagram begint het af te leggen tegen concurrenten. Uit een gelekt intern rapport uit maart vorig jaar blijkt dat tieners meer dan twee keer zoveel tijd doorbrengen op het hippere TikTok.

    Jongeren zijn niet de enige klanten die de grote platforms de rug beginnen toe te keren

    Jongeren zijn niet de enige klanten die de grote platforms de rug beginnen toe te keren. Je ziet het ook bij jonge bedrijven. Start-ups beleefden vorig jaar gouden tijden. Het mondiale reservoir aan durfkapitaal bedroeg dat jaar 621 miljard dollar, meer dan twee keer zoveel als het jaar daarvoor. Volgens een rapport van Bridgewater Associates, het grootste hedgefonds ter wereld, gaat ongeveer een vijfde van al het in start-ups geïnvesteerde geld naar clouddiensten, een markt die wordt gedomineerd door Alphabet, Amazon en Microsoft. Nog eens twee vijfde gaat naar marketing, waarbij in de digitale wereld Alphabet, Meta en in toenemende mate Amazon de dienst uitmaken. En Bridgewater schat dat alles bij elkaar zo’n 10 procent van de totale omzet van Alphabet, Amazon en Meta afkomstig is uit het ecosysteem van start-ups. Dat staat gelijk aan 84 miljard dollar per jaar.

    Die geldstroom kan weleens gaan slinken. Door zorgen over de stijgende inflatie, de oorlog in Oekraïne en de kans op een recessie zijn de aandelen van de techbedrijven gekelderd. De Nasdaq, waar de technologiesector zwaar in meeweegt, is na zijn hoogtepunt in november al met 20 procent gedaald. De dalingen van de beurskoersen krijgen nu ook gevolgen in de start-upwereld. Instacart, een bezorgdienst voor supermarkten, heeft op 24 maart zijn bedrijfswaardering met 38 procent verlaagd. Met een lagere waardering krijgen bedrijven het moeilijker om kapitaal aan te trekken. Investeerders zeggen te verwachten dat start-ups de komende maanden de broekriem gaan aanhalen. Dat leidt tot minder bestedingen aan clouddiensten en advertenties.

    Wat betekenen al deze kwetsbaarheden bij elkaar? In het ergste geval heel veel, als de strengste toezichthouders in de VS, Groot-Brittannië en de EU hun zin krijgen. Vorige maand is de laatste hand gelegd aan de Wet inzake digitale markten (WDM), een verstrekkend pakket aan nieuwe EU-regels om de grote techbedrijven aan banden te leggen. Dat zal alleen sommige bedrijfsonderdelen treffen en is vooral gericht op de Europese activiteiten. Volgens vermogensbeheerder Bernstein verdienen Alphabet, Apple, Amazon en Meta 267 miljard dollar in Europa, pakweg een vijfde van hun gezamenlijke totaalomzet. En een snelle rekensom leert ons dat de Europese WDM een gevaar vormt voor 40 procent van de Europese omzet van deze vier bedrijven.

    Vrezen voor omzetdaling

    Wereldwijd is Alphabet het kwetsbaarst: dat moet vrezen voor bijna 90 procent van zijn Europese inkomsten (27 procent van zijn wereldwijde omzet). In de VS wordt het zoekmonopolie van Google onder vuur genomen door een team aanklagers uit diverse Amerikaanse staten. Het federale ministerie van Justitie overweegt ook stappen te zetten. Zo komt ook de 70 miljard aan Amerikaanse omzet op zoekadvertenties in gevaar – een kwart van Alphabets totale omzet. Verlaagt Alphabet zijn commissie op aankopen binnen apps van 30 naar 11 procent, het percentage dat Google op 23 maart overeenkwam met Spotify, dan keldert de omzet van de Amerikaanse appstore van 11 naar 4 miljard. Alles bij elkaar vormt dit een bedreiging voor misschien wel 150 miljard dollar aan omzet, zo’n 60 procent van Alphabets mondiale totaalomzet.

    Het gevaar dat Apple bij dit doemscenario loopt is kleiner, maar nog steeds aanzienlijk. Als de monopoliebestrijders een eind maken aan de afspraak met Google, scheelt dat al 8 tot 12 miljard per jaar. Verlaagt Apple net als Alphabet de commissies in zijn appstore, al dan niet onder dwang van nieuwe wetgeving, dan kunnen de app-gerelateerde inkomsten dalen van 25 tot circa 9 miljard dollar. In totaal kan Apple er zo’n 35 miljard dollar bij inschieten, een tiende van zijn mondiale omzet. Amazon kan rekenen op een daling van 77 miljard per jaar, 16 procent van zijn mondiale omzet, als het zijn eigen verkoopactiviteiten op Marketplace moet loskoppelen van die van derden.

    Sommige politici en toezichthouders zijn al begonnen over de noodzaak om Amazon helemaal op te splitsen, in bijvoorbeeld een winkelbedrijf en een clouddienst. Het bedrijf dat Amazon blijft heten verliest dan dus ofwel zijn onlineverkoopkanaal (momenteel goed voor 70 procent van zijn omzet) of zijn winst uit clouddiensten (goed voor ongeveer driekwart van zijn winst). Zo gaan er ook stemmen op om Meta op te splitsen. Als de Amerikaanse Federal Trade Commission haar zin krijgt en Facebook wordt gedwongen Instagram en WhatsApp af te stoten, derft het bedrijf 42 miljard dollar aan inkomsten uit Instagram en nog eens 2 miljard dollar uit WhatsApp, twee vijfde van het totaal.

    Een paar geslaagde aanvallen op de bedrijven kunnen hun toekomstperspectieven flink ontregelen

    Als alles tegenzit moeten Alphabet, Amazon, Apple en Meta dus vrezen voor maar liefst 330 miljard dollar aan omzetdaling, oftewel een kwart van het totaal. En dat is nog buiten de gevolgen gerekend van twee grote mededingingswetten die momenteel in het Amerikaanse Congres worden behandeld. Die zouden de eigenaren van platforms zoals appstores en zoekmachines onder meer verbieden hun eigen producten een voorkeursbehandeling te geven. De financiële gevolgen daarvan zijn nog niet duidelijk, maar zouden net als die van de Europese wet aanzienlijk kunnen zijn.

    Het is niet waarschijnlijk dat dit rampscenario voor de grote techbedrijven zich echt zal voltrekken. Eerdere pogingen om hun macht te beteugelen zijn al vaak gestrand. De huidige pogingen zullen waarschijnlijk nog worden afgezwakt en het kan jaren duren voordat ze echt in werking treden. Maar een paar geslaagde aanvallen op de bedrijven kunnen hun toekomstperspectieven wel flink ontregelen. En doordat rechtszaken een tipje van de sluier oplichten over hun geldstromen, krijgen potentiële concurrenten meer zicht op waar de marges zitten waarvan ze kunnen proberen iets af te snoepen.

  • Waarom westerse sancties tegen China mogelijk onverstandig zijn

    Waarom westerse sancties tegen China mogelijk onverstandig zijn

    De economische sancties die het Westen aan Rusland heeft opgelegd, zijn een waarschuwing voor China als het zijn buurland helpt of zijn dreigementen aan Taiwan doorzet. Maar China speelt zo’n grote rol in de wereldhandel dat het verbreken van de banden zeer onwaarschijnlijk lijkt.

    Wat zou het betekenen als Washington China, de op een na grootste economie ter wereld, destructieve financiële en economische sancties zou opleggen, bijvoorbeeld door het land uit het internationale Swift-betalingssysteem te zetten en buitenlandse reserves te bevriezen? Die optie werd eigenlijk nooit publiekelijk overwogen. Maar sinds Rusland sancties kreeg opgelegd vanwege de invasie in Oekraïne, is daar verandering in gekomen.

    De reikwijdte van die sancties en de snelheid waarmee ze zijn toegepast, hebben Beijing een idee gegeven van de eventuele gevolgen van steun aan Moskou, of van een gewelddadige poging Taiwan te herenigen met het Chinese vasteland. Maar China is geen Rusland: de economie is ongeveer tien keer zo groot en veel nauwer verweven met de rest van de wereld. Het land blijft in hoge mate afhankelijk van buitenlandse handel en heeft de grootste deviezenreserves ter wereld, waarvan een groot deel is opgeslagen in de Verenigde Staten en Europa.

    ‘China zou veel meer schade van sancties ondervinden dan Rusland’

    ‘De uitgebreide economische sancties die door westerse landen onder leiding van de VS aan Rusland zijn opgelegd, vormen een waarschuwing voor China. Ze tonen hoe ver die sancties kunnen gaan,’ zegt He Weiwen, voormalig economisch en commercieel adviseur van het Chinese consulaat in New York en San Francisco.

    Volgens sommigen zouden de economische gevolgen voor China veel ernstiger kunnen zijn. ‘China zou veel meer schade van sancties ondervinden dan Rusland,’ zegt een Europese diplomaat uit Beijing die anoniem wil blijven. ‘China maakt zich zorgen en heeft weinig middelen om er iets tegen te doen.’ Aan de andere kant: China heeft zo’n sterke positie verworven in de wereldwijde waardeketen dat het volgens analisten voor meer dan honderdtwintig landen en regio’s, waaronder de Verenigde Staten, uiterst ingewikkeld, zo niet onmogelijk zou zijn om de banden met hun belangrijkste handelspartner volledig te verbreken.

    Belang bij elkaar

    He Weiwen, nu senior fellow bij de denktank Centre for China and Globalisation (CCG) in Beijing, zegt daarover: ‘China en de VS hebben belang bij elkaar, dus voor de VS is China een heel ander geval dan Rusland. De politieke overwegingen zullen onvermijdelijk worden beïnvloed door economische omstandigheden.’

    Ook Lu Xiang, senior fellow van de Chinese Academie van Sociale Wetenschappen (CASS), denkt dat als China soortgelijke sancties worden opgelegd, dat onbedoelde gevolgen zou hebben voor de landen die deze initiëren. ‘De gevolgen van sancties zijn wederzijds,’ aldus Lu. ‘Wij hebben activa in de VS en Europa, en zij hebben die in China.’

    Sommige Amerikaanse sancties zullen ongetwijfeld worden gehandhaafd, en misschien volgen er meer, maar dat zal in het huidige tempo gebeuren, denkt Shi Yinhong, hoogleraar internationale betrekkingen aan de Renmin Universiteit en adviseur van de Staatsraad, het nationale kabinet. ‘Een forse en plotselinge toename van sancties is vrij onwaarschijnlijk,’ aldus Shi.

    Nu de oorlog in Oekraïne al maanden duurt, wordt het voor Beijing steeds moeilijker om zich ervan te distantiëren. Terwijl Chinese diplomaten oproepen tot een vreedzame oplossing, bekritiseren de VS en hun bondgenoten Beijings neutrale houding. In zijn toespraak voor studenten en docenten van het Georgia Institute of Technology noemde CIA-directeur William Burns China vorige maand ‘een stille deelnemer aan Poetins agressie’.

    De levering van wapens wordt algemeen erkend als grens om mogelijke secundaire sancties tegen China in gang te zetten

    De levering van wapens wordt algemeen erkend als grens om mogelijke secundaire sancties tegen China in gang te zetten, hoewel Washington hierover vaag is en spreekt van ‘consequenties’ als Beijing ‘materiële steun aan de Russische invasie’ zou bieden. ‘Die ambiguïteit is een strategie van de VS,’ zegt een buitenlandse diplomaat in Beijing. ‘Ook China wil graag precies weten onder welke specifieke omstandigheden het sancties kan verwachten.’

    Geen bewijs

    Volgens Ned Price, woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, hebben de Amerikaanse inlichtingendiensten geen bewijzen gevonden dat China wapens aan Rusland verkoopt. ‘We volgen de zaak op de voet,’ zei hij op een persconferentie op 18 april. ‘Enkele weken geleden lieten we weten dat we geen wapenleveranties op het spoor zijn gekomen, en daar is sindsdien geen verandering in gekomen.’

    Net als staatsbanken en ondernemingen die zakelijke relaties hebben met Rusland, heeft de Chinese regering zich sinds het begin van de oorlog inderdaad zeer voorzichtig opgesteld, zegt professor Shi van de Renmin Universiteit. China had de westerse houding ten opzichte van de Russische agressie ‘waarschijnlijk volledig voorzien, dus ik denk dat China tot nu toe vooral zijn activa heeft willen beschermen’, aldus Shi.

    ‘Hoofdzaak is dat de VS geen redenen zien om China sancties op te leggen vanwege de oorlog’

    Verschillende staatsbedrijven in China, zoals banken, oliemaatschappijen en producenten van halfgeleiders, hebben advies ingewonnen over de vraag of ze hun handel met Rusland na de invasie konden voortzetten, zo lieten juridische bronnen deze krant weten. Maar zolang China geen munitie aan Rusland levert, zijn secundaire sancties tegen China niet aan de orde, zegt Wang Huiyao, oprichter van de denktank CCG en adviseur van de Staatsraad. ‘China drijft normale handel met Rusland, net als de EU,’ aldus Wang. ‘Hoofdzaak is dat de VS geen redenen zien om China sancties op te leggen vanwege de oorlog.’

    Ondertussen gebruiken Amerikaanse functionarissen de maatregelen tegen Rusland steeds vaker als een waarschuwing aan China, met de suggestie dat de VS een soortgelijk draaiboek zullen volgen als China op een dag probeert Taiwan met geweld in te nemen. Iedereen die ervan uitgaat dat de VS in dat geval terughoudend zullen zijn in hun vergeldingsmaatregelen, begrijpt niet hoe snel en in welke mate het debat in Washington sinds de oorlog in Oekraïne is veranderd, zo vertelde een Amerikaanse functionaris deze krant.

    Taiwan

    Beijing beschouwt Taiwan als een afgescheiden provincie die moet worden herenigd met het vasteland, desnoods met geweld. De spanningen liepen de laatste jaren op nadat Washington afstand had genomen van het één-Chinabeleid, dat vier decennia lang het fundament vormde van de Chinees-Amerikaanse betrekkingen.

    Sommige Chinese regeringsadviseurs suggereren dat Beijing mogelijk geen enkele haast heeft om Taiwan met geweld in te nemen. ‘Hoewel er regelmatig spanningen zijn rond de kwestie Taiwan, is de basis vrij stabiel,’ zegt Shi. ‘Onder de omstandigheden die we nu kunnen voorzien zal er geen wezenlijk conflict tussen China en de VS over ontstaan. China tolereert de onafhankelijkheid van Taiwan of buitenlandse controle over Taiwan absoluut niet, en dat weten de Verenigde Staten heel goed. Dus uiteindelijk denk ik dat Beijing en Washington elkaar prima begrijpen.’

    Wat Xinjiang en de Zuid-Chinese Zee betreft, is het voor de VS niet de moeite waard om sancties op te leggen die de eigen economie in gevaar kunnen brengen, denkt He, de voormalig diplomaat. ‘Voor de VS is Xinjiang meer een pion die zij kunnen inzetten om het China lastig te maken en tegelijkertijd internationale steun te verwerven. Zolang China goede betrekkingen onderhoudt met de ASEAN-landen, kunnen de VS geen golven veroorzaken in de Zuid-Chinese Zee.’

    Gevoelige kwestie

    Maar zoals de oorlog in Oekraïne heeft laten zien, kan er van de ene op de andere dag nogal wat veranderen, zegt Lu van de CASS. ‘China heeft de Verenigde Staten herhaaldelijk duidelijk gemaakt dat Taiwan de gevoeligste en belangrijkste kwestie is in de relatie tussen de twee landen, en de VS begrijpen dit goed. De vraag is of de VS China op dit punt zullen uitdagen, juist omdat ze het belang ervan inzien. We moeten met verschillende scenario‘s rekening houden.’

    Sinds het begin van de oorlog in Oekraïne wordt het betalingssysteem Swift algemeen beschouwd als de effectiefste manier om Rusland af te snijden van het internationale financiële verkeer. De VS en hun westerse bondgenoten hebben dan ook algauw bepaalde Russische banken van het systeem uitgesloten. Toch was dit maar een gedeeltelijke uitsluiting: de handel in energie kan tot dusver gewoon doorgang vinden.

    ‘Het internationale betalingssysteem is eigenlijk de internationale toeleveringsketen in omgekeerde richting,’ schreef Shahin Vallee, hoofd van het Geo-Economics Programme bij de Deutsche Gesellschaft für Auswärtige Politik, in een artikel in maart. ‘Het is niet mogelijk om Rusland af te snijden van het internationale betalingssysteem, tenzij men bereid is het land af te snijden van de wereldwijde toeleveringsketens – of, in dit geval, van energieleveringen aan Europa.’

    China’s grootste kracht is zijn sterke rol binnen de mondiale toeleveringsketen, en die baart de VS dan ook extra zorgen

    China’s grootste kracht is zijn sterke rol binnen de mondiale toeleveringsketen, en die baart de VS dan ook extra zorgen. Als de VS de maatregelen tegen Rusland ook op China toepassen, zijn Amerikaanse bondgenoten mogelijk minder geneigd om dat voorbeeld te volgen. ‘De VS weten heel goed dat Europa terughoudender zal zijn in het opleggen van sancties aan China, omdat de economische en handelsbetrekkingen tussen China en de EU daarvoor veel te nauw zijn,’ aldus een buitenlandse diplomaat in Beijing.

    Toch moet Beijing alles in het werk stellen om ervoor te zorgen dat China niet wordt uitgesloten van Swift, zeggen voormalige Chinese regeringsfunctionarissen. Er is nog een lange weg te gaan voordat de Chinese yuan internationaal hetzelfde niveau heeft bereikt als de Amerikaanse dollar of de euro. En China’s eigen betalingssysteem in yuan, het Cross-Border Interbank Payment System (CIPS), is voor grensoverschrijdend financieel verkeer nog altijd afhankelijk van Swift.

    ‘Het is belangrijk om de bouw en de externe verbinding van het grensoverschrijdende CIPS te versnellen. Maar de grootste prioriteit is om de samenwerking met Swift te blijven versterken,’ schreef Wang Yongli, voormalig vicepresident bij de Bank of China en voormalig bestuurslid van Swift, in maart in een artikel.

    Grootste deviezenreserve

    Intussen is een veel krachtiger maatregel van de VS en hun bondgenoten, namelijk het bevriezen van overzeese tegoeden van de Russische centrale bank, in Beijing niet onopgemerkt gebleven. China bezit ’s werelds grootste deviezenreserve, waarvan het grootste deel in Amerikaanse dollars. De totale waarde bedraagt sinds 2020 ongeveer 3,2 biljoen dollar [circa 3,04 biljoen euro]. Dat is meer dan het dubbele van nummer twee, Japan.

    Binnen China wordt gesproken over inkrimping van die enorme reserves

    Binnen China wordt gesproken over inkrimping van die enorme reserves, maar volgens deskundigen is dat geen haalbaar doel, omdat een plotselinge verandering in het volume catastrofale gevolgen zou kunnen hebben voor de wereldmarkten. ‘Die enorme deviezenreserves zijn zwaar bevochten en het zijn China’s “financiële kernbommen”, met een krachtig afschrikkend effect. Ze moeten op de juiste manier worden gebruikt en kunnen niet gemakkelijk worden ingekrompen,’ aldus Wang Yongli. ‘Natuurlijk is het niet uitgesloten dat China zijn aankoop van goud of andere strategische materialen vergroot, of dat het de valuta- en landensamenstelling van zijn deviezenreserves aanpast om zijn Amerikaanse dollarreserves af te bouwen. Maar we vermijden deze aanpak zo veel mogelijk als middel om de confrontatie met de VS aan te gaan.’

    Volgens gegevens van de State Administration of Foreign Exchange heeft China de afgelopen twee decennia inderdaad zijn inspanningen opgevoerd om zijn deviezenreserves te spreiden. In 1995 bestonden China’s reserves voor 79 procent uit dollars; veel hoger dan het internationale gemiddelde van 59 procent. Maar het Chinese aandeel is tussen 2014 en 2016 tot onder de 60 procent gedaald en ligt nu onder het internationale gemiddelde van ruim 65 procent.

    Tegenmaatregelen die China kan nemen zijn het verruimen van de economische en financiële openstelling naar de buitenwereld en het aanmoedigen van buitenlandse investeerders om meer Chinese activa aan te houden, aldus Chinese regeringsadviseurs.

    Voorbereid

    Ondertussen zijn buitenlandse multinationals al voorbereid op een scenario waarin China inderdaad sancties krijgt opgelegd. Sommige zullen bijvoorbeeld de implementatie van de ‘in China, voor China’-strategie versnellen. Dat betekent dat goederen specifiek voor lokale consumptie worden geproduceerd, aldus de eerdergenoemde Europese diplomaat die denkt dat China meer last van sancties zal hebben dan Rusland.

    Volgens Dan Wang, technologieanalist bij Gavekal Dragonomics, doet China zijn best om eventuele nevenschade van de westerse sancties tegen Rusland in te perken, bijvoorbeeld door minder afhankelijk te zijn van buitenlandse markten en kritieke technologieën zoals chips, zaden en luchtvaart. ‘Er wordt aan gewerkt om de zelfredzaamheid te vergroten, maar het is onwaarschijnlijk dat China zich in het huidige decennium zal weten los te maken,’ aldus Wang. ‘Zodra China geen westerse technologieën meer nodig heeft, zal het misschien minder terughoudend worden.’

    ‘Een slechtere relatie tussen Rusland en de VS betekent niet een betere relatie tussen China en de VS’

    Qin Gang, de ambassadeur van China in de VS, publiceerde op 18 april een opiniestuk in The National Interest, waarin hij schreef: ‘Een slechtere relatie tussen Rusland en de VS betekent niet een betere relatie tussen China en de VS. Net zomin betekent een slechtere relatie tussen China en Rusland een betere relatie tussen de VS en Rusland. Wat veel belangrijker is: als de relatie tussen China en de VS verslechtert, voorspelt dat weinig goeds voor de relatie tussen Rusland en de VS en de rest van de wereld.’

  • Italië: Nogmaals 14 miljard euro steun om stijgende energieprijzen hoofd te bieden

    Italië: Nogmaals 14 miljard euro steun om stijgende energieprijzen hoofd te bieden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Expansieplannen van Erdogan in Afrika

    » Kunstenaars halen werk weg uit Russisch museum

    Concreet zullen 28 miljoen Italianen 200 euro ontvangen

    De Italiaanse Premier Mario Draghi maakte bekend dat de regering, na de reeds 15,5 miljard euro, nogmaals 14 miljard euro uittrekt om de stijgende energieprijzen het hoofd te bieden, aldus Corriere della Sera. ‘Het doel is om de productiecapaciteit van bedrijven en de koopkracht van gezinnen en zwaksten te verdedigen’, verklaarde premier Mario Draghi. De regering moet de meest kwetsbaren steunen en de vertraging van het economisch herstel binnen de perken houden.

    Concreet zullen 28 miljoen Italianen die minder dan 35.000 euro per jaar verdienen, 200 euro ontvangen. Premier Draghi vreest dat zonder deze ‘uitzonderlijke actie’ de economie verzwakt zal worden en dat de armoede zal toenemen. Ook zal de belasting op de winsten van energiebedrijven worden verhoogd van 10% tot 25%, aldus het dagblad.

    Lees ook: